ATAG FG4053L Handleiding

ATAG Fornuis FG4053L

Bekijk gratis de handleiding van ATAG FG4053L (20 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 36 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over ATAG FG4053L of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/20
gebruiksaanwijzing/installatievoorschrift
fornuis
FG3053L
FG4053L
FG4011L
FK5053L
88013400

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: ATAG
Categorie: Fornuis
Model: FG4053L

Handleiding ATAG FG4053L – volledige tekst

Een eventueelvolgende gebruiker van dit toestel kan daarzijn voordeel mee doen.Veel kookplezier!veiligheid 2algemene informatie 4ingebruikname 5bediening van de gaskookplaat 6bediening van de ceramische kookplaat 8ovenfuncties 10bediening van de oven 13elektronische schakelklok 15bakken – algemeen 17bakken – tabel 19braden – algemeen 20braden – tabel 21grillen en gratineren – algemeen 22grillen en gratineren – tabel 23inkoken – algemeen 24inkoken – tabel 25gerechten ontdooien 25demonteren en monteren ovenonderdelen 26reinigen 28storingen zelf verhelpen 30installatie 32technische gegevens 34inhoudinleidingovenroosterHierop wordt de bakplaat geplaatst.Gerechten mogen ook direct op het roosterworden geplaatst.bakplaatGeschikt voor het bakken van koekjes engebak.braadsledeGeschikt voor het bakken van vochtig gebaken als vangschaal voor afdruipend vet.draaispitVoor het grillen van vlees, wild of gevogelte(zie pag.

23).U heeft gekozen voor een fornuis van ATAG;een toestel dat volledig voldoet aan dewensen van de kookliefhebber. Een bijzonder veilig fornuis bovendien, doortoepassing van de "ultra cool door". Deovenruit is opgebouwd uit drie glasplaten enblijft daardoor onder alle omstandighedenbijzonder koel.Kinderen kunnen zich dus nooit branden aande ovenruit. Door de snelheid van de kookplaat en deuitgebreide gebruiksmogelijkheden van deelektrische oven heeft u de lekkerstegerechten in een handomdraai op tafel staan.Bij de ceramische kookplaat zorgen de “ATAGCooklight” elementen voor een snelle,gelijkmatige opwarming.De kookzones zijn binnen drie seconden optemperatuur.voorwoordtoebehoren (afhankelijk van het type)

NL 3veiligheid Laat het toestel afkoelen voordat u deafdekplaat sluit. Vet en olie zijn bij oververhitting ontvlambaar. Blijf in de buurt tijdens het bereiden vangerechten. Controleer altijd of het sierdeksel remtwanneer u het opnieuw geplaatst hebt. Wees voorzichtig met licht ontvlambarematerialen in de omgeving van het toestel;denk bijvoorbeeld aan kleding. gaskookplaatBij koken en braden worden de branders heet. Let op als er kinderen in de buurt zijn. Bij het gebruik van gas-kookapparatuurontstaat warmte en vocht in de ruimte waarhet toestel is geplaatst. Let op dat de ruimtevoldoende is geventileerd: houd natuurlijkeventilatie-openingen open of installeer eenmechanische ventilator (afzuigkap). Bijlangdurig gebruik van de kookplaat kan extraventilatie noodzakelijk zijn, bijvoorbeeld eenopen raam of een hogere stand van deventilator (afzuigkap).

ceramische kookplaatTijdens en na het gebruik is het kookvlakwarm. Houd hier rekening mee als kleinekinderen in de buurt van het toestel komen. Het glasceramische kookvlak is zeer sterk,maar niet onbreekbaar. Wees voorzichtigwanneer u boven het kookvlak aardewerken,glazen of metalen voorwerpen hanteert. Door– bijvoorbeeld – een vallend kruidenpotje kaneen barst ontstaan. Wanneer een barst in het kookvlak zichtbaarwordt, moet u het toestel stroomloos maken. Gebruik het toestel niet meer en neem contactop met de servicedienst. Bij het inschakelen van de kookzones kunt ugedurende korte tijd een zoemtoon horen. Ditis normaal. Gebruik het kookvlak niet als werkvlak. ovenDe ovenruit kan door langdurig gebruik van deoven op de maximale temperatuur (bijv. bij hetgrillen) warm worden. Let op als er kinderen inde buurt zijn. Nooit op een geopende deur zitten of staan.

De deur kan ontzet raken of het fornuis kannaar voren kantelen. Gebruik de oven en de opberglade niet voorbrandgevaarlijke of licht vervormbarematerialen. Bij het bereiden van gerechten die alcoholbevatten, kan de alcohol door de hoge tempe-raturen verdampen.

De damp kan vlam vattenals hij in aanraking komt met een heetovenelement. NL 2Dit toestel mag alleen door een erkendinstallateur worden aangesloten. Schadeontstaan door verkeerd aansluiten valt nietonder de garantie. Volg voor de aansluiting altijd de plaatselijkgeldende voorschriften op. Controleer voordat u het toestel aansluit, of deaanduiding van de voltage van het toestelovereenkomt met de netspanning in uwwoning. Het toestel mag niet met een verlengkabel opde netspanning worden aangesloten. Dit kanleiden tot onveilige situaties (oververhitting). Reparaties mogen alleen door een bevoegdservicemonteur worden uitgevoerd. Open nooit de behuizing van het toestel enverander de mechanische en/of elektrischeopbouw van het toestel niet. Dit kan leiden totgevaarlijke situaties (aanraken vanspanningvoerende onderdelen) en storingen. Gebruik het toestel niet als het beschadigd is.

Bij reparatie of schoonmaakbeurten moet hettoestel afgesloten worden van stroom (enindien van toepassing) van gas. Neem destekker uit de contactdoos of draai deschakelaar in de meterkast op nul. Draai,indien van toepassing, de gaskraan in detoevoerleiding dicht. In verband met de elektrische veiligheid maghet toestel niet met hogedrukreinigers ofstoomreinigers schoongemaakt worden. Wees voorzichtig met snoeren van elektrischeapparaten, zoals van een mixer. Deze kunnenbekneld raken tussen de deur van de heteoven of terecht komen op hetebranders/kookzones. Dit kooktoestel is ontworpen voorhuishoudelijk gebruik. Gebruik het alleen voorhet bereiden van gerechten. Gebruik het toestel niet voor het verwarmenvan de keuken. Zorg ervoor dat gerechten altijd voldoendeverhit worden. De tijd die daarvoor nodig is,hangt van vele factoren af, zoals dehoeveelheid en het soort gerecht.

Deeventueel in het voedsel aanwezige bacteriënworden alleen gedood als het voedselminimaal 10 minuten bij een temperatuurhoger dan 70 °C verhit wordt.

Laat het voedselwat langer garen, als u niet zeker weet of hetvoedsel genoeg verhit is. Verwarm nooit gesloten conservenblikken. Erontstaat een overdruk in het blik, waardoor hetkan exploderen. Zet de afdekplaat altijd omhoog bij gebruik vande kookplaat. Alvorens de afdekplaat omhoogte zetten, moet u er voor zorgen dat dezedroog is. veiligheid.

NL 5ingebruiknameafvoeren verpakking en toestelTijdens productie en transport wordenbeschermingsmaterialen gebruikt om hetfornuis tegen beschadigingen te beschermen. Daarbij wordt uit milieu-overwegingen alleenhet hoogst noodzakelijke materiaal gebruikt. Voer de gebruikte beschermingsmaterialenen de verpakking op verantwoorde wijze enconform de overheidsbepalingen af. Let op: Verwijder bij RVS fornuizen de blauwebeschermfolie. De overheid kan u ook informatie verschaffenover het op verantwoorde wijze afvoeren vanafgedankte huishoudelijke apparaten. Maakhet afgedankte toestel onbruikbaar, door destekker uit de contactdoos te halen en hetaansluitsnoer door te knippen. Alle gebruikte materialen zijn recyclebaar endus milieuvriendelijk. Door hergebruik van dezematerialen zijn minder grondstoffen nodig enwordt de hoeveelheid afval verminderd.

oven gebruiksklaar makenVerwijder de sticker van de ovenruit. Verwijder het toebehoren uit de oven enreinig het met een sopje van een afwasmiddelof allesreiniger. Schakel de oven 90 min. lang in op 200 °C. Stel daarvoor de functieknop in op infra en de thermostaatknop op 200 °C. Zie hiervoorook pagina 13. Opmerking Als de oven voor de eerste maal sterk verhitwordt, zult u een “nieuwigheidsluchtje”ruiken. Dit is normaal. Na het afkoelen de oven met warm waterschoonmaken. instellen van de dagtijdLet op: U moet de dagtijd instellen, om deoven en de functies van de elektronischeschakelklok te kunnen gebruiken. fig. 1: Elektronische schakelklokAls u geen dagtijd hebt ingesteld knipperen0. 00 en het woord "AUTO" in het display. – Houd de toetsen en gelijktijdig in-gedrukt en stel met draaiknop dedagtijd in. Het woord "AUTO" verdwijnt. Let op:Door stroomuitval kan de tijdsaanduidingverdwijnen.

De folie houdt namelijk de hittetegen, waardoor emailleschade ontstaat enhet bakresultaat ongunstig beïnvloed wordt. Gebruik nooit kunststof of aluminiumfolie(bijvoorbeeld de bakjes van kant-en-klaargerechten) om gerechten in te bereiden. Doorde hoge temperatuur kunnen ze smelten. Giet nooit water in de hete oven. Hierdoor kanemailleschade ontstaan. Bereid diepvriesproducten zoals pizza’s bijvoorkeur op het rooster, bedekt met bakpapier. Bij gebruik van de bakplaat kan dezevervormen door het grote temperatuurverschil. over temperaturen bij het gebruik vaneen fornuisHet fornuis behoort tot de categorieverwarmingsapparatuur. Vanwege natuur-kundige principes is een warmte-overdrachttussen oven of kookplaat en de omgevingonvermijdelijk. Deze overdracht kan doorisolatie beïnvloed, maar niet verhinderdworden. Bij gebruik van de oven wordt de ovendeurwarm.

Hoe warm de ovendeur wordt, hangt afvan de ingestelde oventemperatuur en debereidingstijd. De meeste recepten gebruikenoventemperaturen beneden de 200 °C. Insommige gevallen is een temperatuur van250 °C (kort braden) nodig. Bij deze hogetemperaturen kunnen de kookplaat, hetbedieningspaneel en de handgreep relatiefwarm worden, afhankelijk van de tijdsduur. Deze verhoging van de temperatuur valtbinnen de door de norm toegestane waarde,hetgeen blijkt uit het keurmerk (zietypeplaatje). algemene informatie.

NL 7bediening van de gaskookplaatalgemeenGebruik alleen pannen met een stevige,egale, liefst dikke bodem. Pannen met eenaluminium of koperen bodem geleiden dewarmte beter en besparen energie. Door meteen deksel op de pan te koken kunt u ookenergie besparen. Plaats eerst de pan op de kookplaat enschakel daarna de brander in. Zo benut u deafgegeven warmte optimaal. Gebruik pannen met een voldoende grotediameter. Let op dat de vlampunten niet omde pan heen spelen. De vlampunten zijnnamelijk het heetst. Als vlammen om de panheen spelen gaat er veel warmte verloren. In de tabel hieronder staan de aanbevolenpandiameters voor de verschillende branders:Brander Aanbevolen pandiameterNormaal 20,0 tot 22,0 cmSudder 12,0 tot 16,0 cmSterk/Vario 24,0 tot 26,0 cm positie van de brandersEen symbool boven de bedieningsknop geeftaan welke brander wordt bediend. fig.

De brander moet gelijkmatig branden. Bij stroomuitval kunt u de branders ook meteen lucifer of een aansteker ontsteken. let op:– Als de brander niet binnen 5 secondenontsteekt, draai dan de brander uit enwacht even alvorens opnieuw teontsteken.

NL 9NL 8bediening van de ceramische kookplaatenkele kookzoneU mag de bedieningsknop zowel links- alsrechtsom draaien. De knop heeft 12 standen;u kunt ook elke gewenste tussenstand kiezen. fig. 8: Bedieningsknop enkele kookzonedubbele kookzoneAls u de dubbele zone in wilt schakelen danmoet u de bedieningsknop eerst tot destand (maximaal) draaien en dan eenstand kiezen. De buitenste ring kan niet apartingeschakeld worden. fig. 9: Bedieningsknop dubbele kookzonerestwarmtesignaleringNadat een kookzone is ingeschakeld en eentemperatuur heeft bereikt van ca. 60 °C, gaater op het kookvlak een lampje branden. Hetlampje dooft vanzelf nadat het kookvlakvoldoende is afgekoeld. de 12-standen bedieningsknopstand 12Aan de kook brengen van alle gerechten. Slinken van bladgroenten. Aanbraden van vlees. Bakken van biefstuk, vis en aardappelen. stand 11 - 9Bakken van flensjes, wentelteefjes enfrituren.

stand 8 - 7Bakken van pannenkoeken, drie in de pan. stand 6 - 5Doorbakken van klein vlees. Doorbraden van groot vlees, uien fruiten. stand 4 - 3Doorkoken van gerechten met een kooktijdvan meer dan 10 minuten. Smoren van groenten. Ontdooien van diepgevroren bladgroenten. stand 2 - 1Trekken van bouillon, vlees stoven,warmhouden van gerechten, doorkoken vankleine hoeveelheden. stand 0 - restwarmteDoorkoken van gerechten met een kooktijdkorter dan 10 minuten, nadat het gerechteerst op een hogere stand aan de kook isgebracht. Het gerecht gaart na op derestwarmte van de kookplaat. 121110987654321121110987654321bediening van de ceramische kookplaatpannenLaat nooit een lege pan op een ingeschakeldekookzone staan. Hoewel de kookzonebeveiligd is tegen oververhitten, wordt de panzeer heet en bestaat de kans dat dezebeschadigd raakt. Gebruik geen pannen die kleiner zijn dan dekookzone.

Gebruik alleen pannen met een dikke, vlakkebodem, die geschikt zijn voor ceramischkoken. Zet alleen pannen met een schone endroge bodem op de kookzone. Kalk of anderemoeilijk te verwijderen vlekken kunt uhiermee voorkomen. Een zandkorreltje kan al een krasjeveroorzaken dat niet meer te verwijderen is. Schuif niet met de pannen over het kookvlaken maak er geen groente op schoon. Tip: schuif de panbodem over een vochtigedoek, voordat u de pan op het kookvlak zet. Dit voorkomt dat er zandkorreltjes endergelijke op het kookvlak terechtkomen. positie van de kookzonesEen symbool boven de bedieningsknop geeftaan welke kookzone wordt bediend. fig. 7: Positie van de kookzones1 bedieningsknop kookzone linksachter 2 bedieningsknop dubbele kookzonelinksvoor3 bedieningsknop kookzone rechtsvoor 4 bedieningsknop kookzone rechtsachter goed fout2 3 41KookplaatBedieningspaneel1234fig.

NL 11ovenfuncties (afhankelijk van het type)hetelucht/onderwarmteHet onderelement, het heteluchtelement ende ventilator achterin de oven, zijn gelijktijdigingeschakeld. Deze stand is geschikt voor hetbakken van pizza’s. De functie leent zichbovendien voor het bereiden van vochtige ofzware deeggerechten, zoals vruchtentaart encake, op twee niveaus tegelijkertijd. fig. 13: hetelucht/onderwarmteheteluchtDe ventilator in de achterwand van de ovenverspreidt de hete lucht van hetheteluchtelement in de oven en om degerechten. Hetelucht is uitermate geschiktvoor braden en bakken op meerdere niveaustegelijkertijd. fig. 14: HeteluchtontdooienDe ventilator blaast koude lucht door deoven. De elementen zijn niet ingeschakeld. Opdeze stand worden diepgevroren levens-middelen gelijkmatig ontdooid. fig.

15: Koude luchtonderwarmte/ventilatorOp deze stand functioneren het onderelementen de ventilator gelijktijdig. De functie isgeschikt voor het bakken van lage taarten enhet inkoken van van vruchten en groente. Plaats gerechten op de eerste richel vanonderen in een laag bakblik. Hierdoor kan dewarme lucht goed over het gerecht heenverspreid worden. fig. 16: Onderwarmte + ventilatorNL 10ovenfuncties (afhankelijk van het type)ovenverlichtingDe ovenverlichting kan onafhankelijk van deandere functies ingeschakeld worden. Destand is gemakkelijk voor het reinigen van deoven of wanneer u, bijvoorbeeld met gebruik-making van de restwarmte, aan het einde vande bak-/braadtijd gerechten wilt controleren. De ovenverlichting schakelt automatisch inwanneer u een ovenfunctie kiest. Enkele ovens zijn voorzien van tweeovenlampen. Eén in de achterwand en één inde rechter wand.

Deze functieis bijzonder geschikt voor het grillen vankleinere stukken vlees, zoals steaks,worstjes, schnitzels en karbonades. fig. 11: Grillgrillen met ventilatorHet infra bovenelement en de ventilator zijngelijktijdig ingeschakeld. Deze functie isvooral geschikt voor het grillen van vlees enhet braden van grotere porties gevogelte envlees op één niveau. Deze stand is ookgeschikt voor het gratineren of met eenkorstje bedekken van gerechten. fig. 12: Grill + ventilator.

NL 13bediening van de ovenuittrekbare, telescopische geleiderails(afhankelijk van het type)Let op: de telescopische geleiderails wordenheet. Gebruik daarom pannenlappen ofovenwanten. Links en rechts in de oven bevinden zich opdrie verschillende niveaus telescopischegeleiderails (zie fig. 19). fig. 19: Uittrekken telescopische geleiderails1. Trek, voordat u het rooster met bakblik ofbraadslede plaatst, de linker en rechtergeleiderail op de gewenste inzethoogtenaar buiten. 2. Plaats het rooster met bakblik of braad-slede op de uitgeschoven geleiderails enschuif het tot aan de aanslag in de oven. 3. Sluit de ovendeur pas nadat u degeleiderails tot aan de aanslag in de ovenhebt geschoven. gele controlelampGedurende het opwarmen brandt het gelecontrolelampje. Het lampje dooft als deingestelde temperatuur bereikt is.

rode controlelampDe rode controlelamp geeft aan dat de oven(en/of de kookplaat) in werking is. thermostaatknopMet de thermostaatknop stelt u de gewenstetemperatuur in. De temperaturen zijn traploosinstelbaar. fig 20: ThermostaatknopfunctieknopMet de functieknop kiest u de gewensteovenfunctie. conventionele oven multifunctionele ovenfig. 21: FunctieknopNL 12ovenfuncties (afhankelijk van het type)onderwarmte/aqua cleanDe warmte wordt door het onderelementverspreid. Kies deze functie wanneer u debodem van het gerecht (zoals bijvruchtentaart) goed gaar wilt laten worden. Stel de thermostaatknop in op de gewenstetemperatuur. Met het onderste element (Aqua Clean) kuntu bovendien de oven reinigen. In hethoofdstuk Reiniging en onderhoud vindt umeer informatie over het schoonmaken vande oven met behulp van Aqua Clean. fig.

NL 15NL 14elektronische schakelklokfig. 22 Elektronische schakelklokinstellen van de kookwekkerDe kookwekker geeft alleen een signaal nahet verstrijken van de ingestelde tijd. Dekookwekker schakelt de oven niet uit. Demaximale tijd is 23 uur en 59 minuten. 1. Druk op de toets. In het display verschijnen en “0. 00”. 2. Stel met draaiknop de gewenste tijdin. 3. Als de ingestelde tijd verstreken is klinkter een signaal. Schakel het signaal uit door op eenwillekeurige toets te drukken. Het symbool dooft. uitschakelen van de oven met tijdklokNa de ingestelde tijd klinkt er een signaal enwordt de oven uitgeschakeld. De maximaalinstelbare tijdsduur is 23 uur en 59 minuten. 1. Druk op de toets. In het display verschijnen @en “0. 00”. 2. Stel met draaiknop de gewenste tijdin. In het display licht "AUTO" op. 3. Na het loslaten van de draaiknopverschijnt gedurende ca. 5 seconden dedagtijd.

In het display verschijnen de symbolen @en ""AUTO". 4. Kies een temperatuur en een ovenfunctie(zie “bediening van de oven”). 5. De oven geeft een signaal als de baktijdafgelopen is en schakelt automatisch uit. Het symbool @dooft en "AUTO" knippert. Schakel het signaal uit door op eenwillekeurige toets te drukken. 6. Draai de thermostaatknop en defunctieknop op 0. Druk op toets en het toestel is weeringesteld op handbediening. Het symbool "AUTO" dooft. inschakelen van de oven zonder klok1. Zet de oven op handbediening. - Elektronische schakelklok: Zet de klok ophandbediening door op toets tedrukken. Het woord "AUTO" verdwijnt uit hetdisplay. 2. Schuif het gerecht in de oven, wanneerhet niet nodig is de oven voor teverwarmen. In de overzichtstabellen oppagina's 19 t/m 23 vindt u enkeleaanwijzingen voor de richelhoogte. 3.

uitschakelen van de ovenControleer aan het einde van debereidingstijd of het gerecht gaar is. De ovenblijft na het uitschakelen nog geruime tijdwarm. U kunt deze warmte benutten voor delaatste fase van het bakproces. Schakel deoven uit door de functieknop op de uitstand tedraaien en de thermostaatknop op 0. Allecontrolelampjes gaan uit. inschakelen van de oven met elektronische schakelklok De elektronische schakelklok heeft meerderefuncties:- weergave van de dagtijd (zie pag. 5)- kookwekker- uitschakelen van de oven met tijdklok- automatisch in- en uitschakelenZie het hoofdstuk Elektronische schakelklokvoor een uitgebreide beschrijving van defuncties. 1. Schuif het gerecht in de oven, wanneerhet niet nodig is de oven voor teverwarmen. In de overzichtstabellen oppagina's 19 t/m 23 vindt u enkeleaanwijzingen voor de richelhoogte. 2. Stel de schakelklok in (zie Elektronischeschakelklok). 3.

NL 17NL 16bakken – algemeenBij het bakken kunt u gebruik maken vanzowel boven- en onderwarmte als hetelucht. tipsHoud bij het bakken altijd rekening met degekozen inzethoogte, de temperatuur en de inde baktabellen aangegeven baktijd. Houdgeen rekening met ervaringen die u eerdermet andere ovens hebt opgedaan. Dewaarden in de baktabellen zijn immersspeciaal voor deze oven getest envastgelegd. Indien u in de tabellen geen gegevens vooreen bepaald gerecht vindt, kunt u het best deinformatie voor een vergelijkbaar gerechtgebruiken. bakken met boven-/onderwarmteMaak gebruik van één inzethoogte. Boven-/onderwarmte is vooral geschikt voorhet bereiden van "droge" gerechten, zoalsbrood en gerechten van biscuitdeeg. Gebruik donkere of zwarte bakvormen. In lichtebakvormen garen gerechten minder goed,aangezien de warmte wordt gereflecteerd. Plaats bakblikken altijd op het ovenrooster.

Wanneer u echter het bij de oven geleverdebakblik wilt gebruiken moet u het ovenroostereerst verwijderen. Voorverwarmen verkort de baktijd. Plaats hetgerecht pas in de oven nadat de ingestelde temperatuur bereikt is (het controlelampjevan de oventhermostaat is gedoofd). bakken met heteluchtHetelucht is bijzonder geschikt voor hetbakken van "vochtige" gerechten, zoalsvruchtentaarten, op meerdere niveaustegelijk. U mag bakvormen met een lichte kleurgebruiken. Bij het bakken met hetelucht wordtgewoonlijk een lagere temperatuur gekozendan bij bakken met boven-/onderwarmte (ziebaktabel). Wanneer u bakvormen met vochtigegerechten (zoals vruchtentaarten) bereidtmag u – juist door die grote vochtigheid – ophoogstens twee niveaus tegelijkertijd bakken.

elektronische schakelklokautomatisch in- en uitschakelenU kunt de baktijd en de tijd waarop hetgerecht klaar moet zijn instellen. De ovenschakelt dan automatisch in en uit. Stel de baktijd in:1. Druk op de toets. In het display verschijnen @en “0. 00”. 2. Stel met draaiknop de gewenste tijd in. In het display licht "AUTO" op. 3. Na het loslaten van de draaiknopverschijnt gedurende ca. 5 seconden dedagtijd. In het display verschijnen de symbolen""AUTO" en @. Stel de tijd waarop het gerecht klaar moetzijn in:4. Druk op de toets. In het display verschijnt de vroegstmogelijke uitschakeltijd (dit is de actueletijd + de bereidingstijd). 5. Stel met draaiknop de gewensteeindtijd in. 6. Na het loslaten van de draaiknop verschijntgedurende ca. 5 seconden de dagtijd. In het display verschijnt het symbool. Het symbool @verdwijnt. 7. Kies een temperatuur en een ovenfunctie(zie Bediening van de oven).

8. De oven schakelt automatisch in. Zodra de oven inschakelt verschijnt hetsymbool @weer in het display. 9. De oven geeft een signaal als de baktijdafgelopen is en schakelt automatisch uit. Het symbool @dooft en "AUTO" knippert. Schakel het signaal uit door op eenwillekeurige toets te drukken. 10. Draai de thermostaatknop en deprogrammaknop op 0. Druk op toets en het toestel is weeringesteld op handbediening. Het symbool "AUTO" dooft.

NL 19NL 18bakken – tabelaanwijzingen bij de baktabelDe temperaturen worden met intervallenaangegeven. Stel eerst de laagst aangegeventemperatuur in. Als het gerecht niet bruingenoeg wordt de volgende keer een hogeretemperatuur instellen. baktabelDe baktijden zijn gemiddelden en kunnen,afhankelijk van de situatie, variëren. De vetgedrukte waarden geven de optimaletemperatuursinstelling aan, passend bij vormvan het gerechtEen sterretje (*) betekent dat u de oven moetvoorverwarmen. bakken – algemeenWanneer u gerechten van geringe groottebakt, zoals bijvoorbeeld koekjes, moet uervoor zorgen dat ze allemaal ongeveer evengroot zijn en een zelfde vorm hebben. Kleinegerechten met ongelijkmatige vormen engroottes worden ongelijkmatig bruin. Wanneer u meerdere porties gebak tegelijkbereidt ontstaat in de oven een groterehoeveelheid damp. Deze damp kan zich alscondens op de ovendeur afzetten.

baktipsIs de taart gaar. Steek met een prikker in de taart op de plaatswaar deze het hoogst is. Als de prikker droogblijft en er geen deeg aan vastplakt, kunt u deoven uitschakelen en de nawarmte benuttenom de taart te laten doorbakken. De taart is ingezaktControleer of het recept klopt. Gebruik devolgende keer minder vloeistof. U moet zichprecies houden aan de roertijden, vooralwanneer u gebruik maakt van eenkeukenmachine. De taartbodem is te bleekGebruik de volgende keer een donkerebakvorm. Plaats het gerecht een richel lageren schakel tegen het einde van de baktijd deonderwarmte in. Taart met een vochtige vulling, zoalsbijvoorbeeld een kaastaart, is niet gaarVerlaag een volgende keer debaktemperatuur en verleng tegelijk de baktijd.

De vetgedrukte waarden geven de optimaletemperatuursinstelling aan, passend bij deschaal of pan waarin het gerecht wordtbereid. ovenserviesGerechten mogen worden bereid in schalenof pannen van email, ovenvast glas,aardewerk of gietijzer. Roestvrijstalen bakblikken zijn niet geschikt,omdat zij de ovenwarmte niet voldoendeabsorberen. Het gerecht blijft sappig wanneer het wordtafgedekt.

De ovenruimte blijft bovendienschoner doordat het gerecht niet kanspetteren. In een open schaal of pan bruint het gerechtsneller. Gebruik, om afdruipend vet op tevangen, bij de bereiding van grote stukkenvlees de braadslede. braadtipsDe braadtabel geeft informatie over debereidingstemperatuur, inzethoogte enbereidingstijd. De braadtijd is afhankelijk vande soort, het gewicht en de kwaliteit van hetvlees. De gegeven tijden dienen daarom alsrichtlijn. "Groot vlees", met een gewicht vanaf 1 kg ishet meest geschikt om in de oven tebereiden. Voeg tijdens het braden regelmatig eenscheutje water aan het gerecht toe, zodat veten vleessap niet kunnen inbranden. Houd hiervooral rekening mee bij gerechten met eenlange braadtijd. Keer het gerecht halverwege de braadtijd. Doe dit vooral bij gebruik van de braadslede.

Bij het braden van grotere stukken vlees kanin de oven een grotere hoeveelheid damponstaan. Deze damp kan zich als condens opde ovendeur afzetten. Dit is een natuurlijkproces en niet schadelijk voor het toestel. Maak na afloop van de bereidingstijd deovendeur en –ruit schoon met een drogedoek. Schuif, wanneer u gerechten op hetovenrooster braadt, de braadslede eenniveau lager in de oven. Open de ovendeur wanneer u gerechten in deovenruimte laat afkoelen. Hiermee voorkomt ucondensvorming.

NL 23grillen en gratinerengrillen met het draaispit (afhankelijk vanhet type)Het garnituur bestaat uit een draaispit metafneembare greep en twee (metstelschroeven uitgeruste) vorken, waartussenhet vlees geklemd wordt. Schuif voor gebruik eerst de steunen in devierde richel (van onderen) (fig. 23). Rijg het vlees aan het spit en klem het tussende vorken. Draai de stelschroeven vast. Monteer de greep op de stompe zijde van hetdraaispit. Steek het draaispit met de punt inde (met een draaibaar klepje afgeschermde)opening aan de rechterzijde van deachterwand (fig. 23, 1). Leg de voorzijde vanhet draaispit in de uitsparing in de voorstesteun (2). fig. 23: Draaispit plaatsenStel het draaispit in werking door met deovenfunctieknop "grillen" te kiezen (indien vantoepassing). Verwijder, voordat u de ovendeur sluit, eerstde handgreep van het draaispit.

Schuif de braadslede in de derde richel omafdruipend vet en sappen op te vangen. Het infra-element werkt alleen bij geslotenovendeur. NL 22grillen en gratineren – algemeenGa bij het grillen voorzichtig te werk. Door dehoge temperatuur van het infra-elementworden het ovenrooster en anderevoorwerpen in de oven zeer heet. Gebruikdaarom altijd ovenwanten of een vleestang. Wanneer u door de huid van vlees(bijvoorbeeld braadworst) prikt kan daar heetvet uit spuiten. Voorkom letsel en keergerechten om met een vleestang. Let op als er kinderen in de buurt zijn. Grillen is een vet-arme bereidingswijzewaarbij bovendien een knapperige korstontstaat. Grillen is vooral geschikt voor hetbereiden van braadworsten, platte stukkenvlees en vis (steaks, schnitzels, moten zalm),brood roosteren en gratineren. griltipsGril altijd met gesloten deur.

Vet het ovenrooster in voor gebruik. Hiermeevoorkomt u dat vlees aan het rooster blijftplakken. Leg platte stukken vlees op het ovenrooster. Schuif de braadslede een niveau lager in deoven. Keer vlees halverwege de griltijd. Plattestukken eenmaal keren; grotere stukkenmeerdere malen. Gebruik hierbij eenvleestang. Zo ontsnapt er niet te veelvleesvocht uit het gerecht. Donkere vleessoorten worden eerder enmooier bruin dan lichte soorten, zoalsvarkens- en kalfsvlees. Reinig na het grillen de ovenruimte en hettoebehoren. Daarmee voorkomt u datverontreinigingen inbranden en niet meer teverwijderen zijn.

NL 25inkoken – algemeenVoor het inkoken maakt u gebruik vanonderwarmte in combinatie met deventilator. Tref de voorbereidingen voor de weckpottenen de gerechten die u wilt inkoken zoals ugewend bent. Gebruik weckpotten metrubberen afdichtringen en glazen deksels. Gebruik nooit weckpotten met schroefdekselsof metalen deksels. Gebruik indien mogelijkpotten van dezelfde grootte, vul ze metdezelfde inhoud en sluit ze goed af. De braad-slede biedt plaats aan 6 éénliter weckpotten. Verwerk uitsluitend verse producten. Giet ongeveer 1 liter water in de braadslede,zodat in de oven een vochtige atmosfeer kanontstaan. Plaats de weckpotten zodanig dat zede ovenwanden niet kunnen raken (zie fig. 24). Bescherm de afdichtrubbers door een laagjevochtig papier over de potten te leggen. fig. 24: Plaatsing weckpottenSchuif de braadslede met de weckpotten inde tweede richel.

NL 27NL 26onderhoudinschuifroosters en telescopischegeleiderailsOm de ovenwanden makkelijker te kunnenreinigen kunnen de inschuifroosters en detelescopische geleiderails verwijderd worden. Trek de onderkant van het rooster (fig. 25, 1)naar het midden van de oven en neem hetrooster naar boven toe uit de gaten (2). fig. 25: Verwijderen inschuifroosters (boven) en telescopischegeleiderails (onder)Reinig de inschuifroosters en telescopischegeleiderails met warm water en een afwas-middel. De telescopische geleiderails mogenniet in de vaatwasser gereinigd worden. Let op: De telescopische geleiderails mogenniet geolied worden. Plaats de inschuifroosters terug door ze ietsschuin te houden en in de bovenste gaten (1)te plaatsen. Laat de inschuifroostersvervolgens in de onderste gaten (2) zakken.

infra-element naar beneden klappen(indien van toepassing)Voor een makkelijke reiniging van het oven-plafond is het toestel voorzien van eenneerklapbaar (infra-)element. Gebruik het infra-element nooit terwijl het naarbeneden is geklapt. Voorkom (brand)wonden. Het infra-elementmoet volledig afgekoeld zijn. Maak, voordat u het infra-element naarbeneden laat zakken, het fornuis spannings-loos. Bijvoorbeeld door de stekker uit hetstopcontact te halen of de schakelaar in demeterkast op nul te zetten. Verwijder, voordat u met schoonmaken begint,eerst alle toebehoren, inclusief de roosters uitde zijwanden. Ontgrendel vervolgens, met éénhand en met behulp van een mes of schroeven-draaier, de borgstang (zie fig. 26), totdat dezeuit de houders in de linker- en rechterwand (1)springt. Houd met de andere hand het boven-element (2) tegen en laat de voorkant naarbeneden zakken.

30 minuten uitschakelen 15 minutenSteenvruchten 6 x 1 liter ca. 30 minuten uitschakelen 30 minutenAppelmoes 6 x 1 liter ca. 40 minuten uitschakelen 35 minutenGroenteZure augurken 6 x 1 liter 30 tot 40 minuten uitschakelen 30 minutenBoontjes, wortelen 6 x 1 liter 30 tot 40 minuten gedurende 30 minuten60 – 90 min. op130 °C verwarmen met onderwarmte/ ventilatorgerechten ontdooienHet ontdooiproces wordt met behulp vanluchtcirculatie bespoedigd. Stel deovenfunctieknop in op de ontdooistand. Opmerking: Wanneer u per ongeluk eentemperatuur instelt, licht het controlelampjevan de thermostaat op. Deverwarmingselementen zijn dan echter nietingeschakeld. De ontdooistand is geschikt voor hetontdooien van slagroomtaarten,crèmetaarten, koeken, gebak, brood, kadetjesen diepgevroren fruit. Vlees en gevogelte moet u vanuit hygiënischoogpunt niet in de oven ontdooien.

NL 29NL 28onderhoudkookgedeelteRegelmatig onderhoud direct na gebruik voor-komt dat overgekookt voedsel lange tijd op devangschaal kan inwerken en hardnekkige,moeilijk te verwijderen vlekken ontstaan. dagelijksReinig het toestel met een sopje van eenafwasmiddel of allesreiniger. Reinig de glasplaat van de ceramischekookplaat steeds na gebruik. U kunt hiervoorbijvoorbeeld een sopje van een afwasmiddelgebruiken. hardnekkige vlekkenHardnekkige vlekken op email verwijderenmet een vloeibaar schuurmiddel of kunststofschuursponsje. Gebruik nooit schuurpoeders, agressievereinigingsmiddelen en metalenschuursponsjes. Hardnekkige vlekken op roestvrijstaalverwijderen met een speciaal roestvrijstaalreinigingsmiddel. Altijd met de structuur vande kookplaat meepoetsen om glansplekken tevoorkomen. Als de vlekken niet verdwijnen met eenspeciaal reinigingsmiddel kunt u HG oven- engrillreiniger gebruiken.

Altijd de gehele lekbakbehandelen en nabehandelen met eenroestvrijstaal glans-/onderhoudsmiddel. Speciale onderhoudsmiddelen voorceramische kookplaten, Zoals Collo Profi ofCerafix, geven de glasplaat eenbeschermende laag. Meestal is het voldoendedeze laag éénmaal per week aan te brengen. Behandel de glasplaat ook met deze middelennadat u hardnekkige vlekken hebt verwijderd. Aangekoekte vlekken, metaal- en kalkvlekkenop de glasplaat kunt u verwijderen metspeciale schoonmaakmiddelen zoals Cif, ColloLuneta of Staalfix. Overgekookte voedselresten verwijderen meteen glasschraper. Ook gesmolten kunststof ensuiker kunt u verwijderen met een glas-schraper. Gebruik nooit schuurpoeders, agres-sieve reinigingsmiddelen en metalen schuur-sponsjes. Beschadiging aan de beschrifting valt nietonder de garantie. branderdoppenHete branderdoppen nooit onderdompelen inkoud water.

Door de sterke afkoeling kan hetemail beschadigd raken. Deze schades vallenniet onder de garantie. ovengedeelteReinig de binnenzijde regelmatig. Schakel hiervoor de ovenverlichting inen gebruik een sopje van afwasmiddel.

onderhoudovendeurOpen de ovendeur volledig. Druk de beugelsop de onderste scharnieren omhoog(fig. 27, 1), op de bovenste scharnierbladen(fig. 27, 2). Sluit de ovendeur half en trek hemvoorzichtig uit de ombouw. fig. 27: 1. Positie deurscharnier tijdens gebruik;2. Positie deurscharnier bij verwijderen deurMonteer de deur in omgekeerde volgorde. Plaats de deur in halfgeopende toestand,onder een hoek van ± 60° (fig. 28) tot aan deaanslag terug. Let er hierbij op dat deinkepingen in de onderste scharnieren aan devoorkant aansluiten op de onderzijde van deoven. Open de deur vervolgens volledig enduw de beugels in hun oorspronkelijke positieterug op de onderste scharnieren. fig. 28: Wegnemen ovendeuropbergladeDe opberglade is voorzien van een beveiligingwaardoor hij niet niet per ongeluk geopendkan worden. Verwijder de lade door deze tot aan deaanslag uit het fornuis te trekken.

Til devoorzijde iets omhoog en trek de ladegelijktijdig volledig uit het toestel (fig. 29). Gebruik de lade niet voor brandgevaarlijke oftemperatuurgevoelige materialen. Bij enkele typen schuift u de achterstegeleiding op de lade in de geleidesleuven inhet fornuis. Plaats, bij een lade metgeleidewieltjes, de wieltjes in de geleidingenin het fornuis. Sluit vervolgens de lade. fig. 29: Verwijderen opberglade.

NL 31NL 30Reparaties mogen alleen door eenservicemonteur worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnenernstig gevaar voor de gebruiker opleveren. Bij reparatie moet het fornuis spanningsloosgemaakt worden. Bijvoorbeeld door de stekkeruit het stopcontact te halen of de schakelaar inde meterkast op nul te zetten. Ondeskundig uitgevoerde handelingen ofreparaties kunnen tot een elektrische schok ofkortsluiting leiden. Voer daarom reparatiesnooit zelf uit maar laat ze door een bevoegdservicemonteur uitvoeren. Mocht het toestel niet naar wens functioneren,controleer dan eerst of u de storing zelf kuntverhelpen met behulp van de onderstaandeaanwijzingen. belangrijkReparaties door de servicedienst, gedurendede garantieperiode, zijn niet gratis wanneerdeze het gevolg zijn van onoordeelkundiggebruik. Bewaar deze handleiding.

Een eventueelvolgende gebruiker van dit toestel kan daar zijnvoordeel mee doen. in het display van de schakelklok verschijnenvreemde waarden; de klok schakelt spontaanin of uit- Maak het fornuis enkele minutenspanningsloos wanneer de schakelklok nietgoed functioneert. - Stel, nadat u het fornuis weer hebtaangesloten, de juiste tijd in. het display van de schakelklok knippert- De stroomtoevoer is onderbroken geweestof het fornuis is zojuist op het netaangesloten. De ingestelde waarden zijngewist. - Stel de juiste tijd in. Het fornuis kan nu weerfunctioneren in combinatie met deschakelklok. Nadat de schakelklok de oven heeftuitgeschakeld verschijnt de actuele tijd enklinkt een signaal. Neem het gerecht uit deoven en schakel de thermostaat- enfunctieknop op 0. Stel de klok in op"handmatig" en u kunt de oven weer (zonderingeprogrammeerde tijd) gebruiken.

storingen zelf verhelpenonderhoudHardnekkige vlekken kunt u verwijderen meteen vloeibaar schuurmiddel (bijvoorbeeld Cif)of een ovenreiniger (bijvoorbeeld K2R). Eventueel aangekoekt vuil in de ovenruimtekunt u verwijderen met een glasschraper. reinig het oventoebehoren regelmatigGebruik een sopje van afwasmiddel met eenborstel. Maak het toebehoren met een drogedoek goed droog. Eventueel aangekoekt vuil aan de grillset kuntu verwijderen met staalwol. reinig de buitenzijde regelmatigGebruik een sopje van een afwasmiddel. Maak de oven met een droge doek goeddroog. U kunt de bedieningsknoppenverwijderen door ze naar u toe te trekken. Gebruik nooit agressieve schoonmaak-middelen omdat zij het email kunnenaantasten of krassen kunnen veroorzaken. glazen sierdekselReinig het sierdeksel steeds na gebruik. Gebruik hiervoor een sopje van afwasmiddel.

Bij sterke verontreiniging is het raadzaam hetsierdeksel eerst enige tijd te weken in eensopje van wat afwasmiddel (bijvoorbeeld dooreen vochtige doek op het deksel te leggen). U kunt het sierdeksel verwijderen om hetschoon te maken. sierdeksel verwijderenZet het sierdeksel omhoog. Til het sierdekselvoorzichtig uit de scharnierhouders. sierdeksel plaatsenNa het reinigen voorzichtig het sierdekselverticaal in de houders laten zakken (fig. 30). Het sierdeksel mag uitsluitend verticaalworden teruggeplaatst. Wanneer dit niet luktmoet u de scharnieren omwisselen. Verwissel de scharnieren zomaar vannooit plaats. Bij omgewisselde scharnieren wordthet deksel niet geremd. Het deksel zoukunnen dichtvallen. Let op. Controleer altijd of het sierdekselremt wanneer u dit opnieuw geplaatst hebt. fig. 30: Plaatsen glazen sierdeksel.

NL 33NL 32installatiealgemeenDit toestel mag alleen door een erkendinstallateur aangesloten worden. elektrische aansluiting De elektrische aansluiting moet voldoen aande nationale en lokale voorschriften (ziegegevensplaatje en aansluitschema). VoorNederland is dit onder andere NEN 1010. fig. 33: Positie gegevensplaatjeZorg ervoor dat het aansluitsnoer niet metonderdelen die heet worden in aanraking kankomen. Stopcontact en stekker moeten te allen tijdebereikbaar blijven. aansluitschema's3-fase-aansluiting met 0De aansluitkabel is aangesloten zoals op hetonderstaande schema staat aangegeven ( ). fig. 34: Aansluitschema2-fase-aansluitingWanneer dat noodzakelijk is kunt u deaansluiting wijzigen in een zogenaamde 2-fase-aansluiting ( ),conform het onderstaande schema. fig.

35: AansluitschemaGegevensplaatje12 3 4 5L1 L2 L3 N12 3 4 5L1 L2 N1 N23 N 230 / 400 V2 x 1 N 230 Vstoringen zelf verhelpende zekering in de meterkast is steeds defect- Schakel de oven uit. Bel de servicedienst. ovenverlichting brandt niet- De lamp is defect. - Maak het toestel spanningsloos door destekker uit het stopcontact te trekken ofdoor de hoofdschakelaar in de meterkast opnul te zetten. Vervang defecte lampen doorlampjes met de volgende specificaties: TypeE14, 230 V, 25 W, tot 300 °C hittebestendig. Achterwand: Draai het glaskapje (zie fig. 31)tegen de klok in los. Vervang het lampje. Schroef het glaskapje weer vast. Zijwand: Plaats een schroevendraaier in deuitsparing aan de zijkant van het glaskapjeen wip het uit de houder (zie fig. 32). Vervang het lampje. Duw het kapje weer opzijn plaats. Ovenlampjes vallen niet onderde garantievoorwaarden. fig.

31: Ovenlamp achterwand vervangenfig. 32: Ovenlamp zijwand vervangende oven wordt niet warm- Is de zekering defect. - Heeft u de thermostaatknop/oven-functieknop wel juist ingesteld. het gerecht is niet gaar- Heeft u de aanwijzingen en tips in hethoofdstuk Bakken opgevolgd. - Heeft u de aanwijzingen in de baktabelprecies opgevolgd.

de branders branden niet gelijkmatig- Laat de gastoevoer door een vakmancontroleren. het vlambeeld van de branders verandertplotseling; de branders ontsteken pas naenige tijd- Leg de branderdop goed op de branderkelk. de brander dooft nadat deze is ontstoken- Houd de branderknop wat langer ingedrukt. de pandrager heeft een andere kleur gekregen- Dit is normaal en komt door de hogetemperaturen. Reinig de pandrager met eenmetaalreiniger. de elektrische vonkonsteking werkt niet meer;de branderdeksels zijn vuil- Maak de ruimte tussen bougie en brandervoorzichtig schoon. - Reinig de branderdop met eenmetaalreiniger.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met ATAG FG4053L stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden