A.O. Smith Innovo IR 32-245 Handleiding

A.O. Smith Boiler Innovo IR 32-245

Bekijk gratis de handleiding van A.O. Smith Innovo IR 32-245 (92 pagina’s), behorend tot de categorie Boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 53 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over A.O. Smith Innovo IR 32-245 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/92
0312265
Innovation has a name.
Innovo
Condenserende
hoogrendementsboiler
IR - 12-160/12-200/20-160/20-200/
IR -24-245/24-285/32-245/32-285/
IR -32-380
Installatie-, Service-, Onderhouds-
enGebruikershandleiding
1017 - Wijzigingen voorbehouden.

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: A.O. Smith
Categorie: Boiler
Model: Innovo IR 32-245

Handleiding A.O. Smith Innovo IR 32-245 – volledige tekst

VoorwoordCopyrightCopyright © 2016 A.O. Smith Water Products CompanyAlle rechten voorbehouden.Niets uit deze uitgave mag gekopieerd, verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaaktdoor middel van afdrukken, kopiëren of op welke ander wijze dan ook zonder devoorafgaande schriftelijke toestemming van A.O. Smith Water Products Company.A.O. Smith Water Products Company behoudt zich het recht voor om specificaties in dezehandleiding te wijzigen.HandelsmerkenMerknamen die in deze handleiding worden vermeld, zijn geregistreerde handelsmerkenvan de respectieve eigenaren.GarantieRaadpleeg de bijlage Garantie (zie sectie 13.6) voor informatie over degarantievoorwaarden.AansprakelijkheidA.O.

Smith aanvaardt geen aansprakelijkheid voor claims van derde partijen veroorzaaktdoor:ongeautoriseerd gebruikander gebruik dan in deze handleiding vermeldander gebruik dan in overeenstemming met de Algemene Voorwaarden die zijngeregistreerd bij de Kamer van Koophandel.Raadpleeg de Algemene Voorwaarden voor meer informatie. Deze zijn gratis op verzoekverkrijgbaar.Wij geloven dat deze handleiding u accurate en volledige beschrijvingen biedt van allerelevante onderdelen. Neem contact op met A.O. Smith wanneer u toch fouten ofonjuistheden in deze handleiding aantreft. Op deze manier kunnen wij onze documentatieverbeteren.•••0312265_INNOVO_NLNL_V3.0, 2017-03-06 3

ConformiteitOm op een veilige manier warm water voor huishoudelijk gebruik te produceren, zijn hetontwerp en de constructie van de Innovo-boilers in overeenstemming met:De Europese richtlijn voor gastoestellen (GAD).De Europese norm voor gasgestookte–opslagboilers voor de productie van warmwater voor huishoudelijk gebruikt (EN89).De Europese richtlijn ecologisch ontwerp.De Europese richtlijn voor energie-etikettering.Raadpleeg de bijlage Conformiteitsverklaring (zie sectie 13.5).VoorschriftenAls installateur, onderhoudsmonteur of gebruiker dient u er zeker van te zijn dat de geheleboilerinstallatie voldoet aan de plaatselijke:bouwvoorschriftenrichtlijnen voor bestaande gasinstallaties, geleverd door uw energieleverancierrichtlijnen voor (aardgas)installaties en betreffende richtlijnen voor het gebruik ervanveiligheidsvoorschriften voor laagspanningsinstallatiesrichtlijnen voor drinkwaterrichtlijnen voor het ventileren van gebouwenrichtlijnen voor de afvoer van verbranding van de luchttoevoer en rookgasrichtlijnen voor de afvoer van afvalgassenvoorschriften voor gasinstallatiesrichtlijnen voor de afvoer van afvalwater in gebouwenrichtlijnen van de brandweer, de energieleveranciers en de gemeenteDe installatie moet voldoen aan de installatievoorschriften van de fabrikant.OpmerkingAlle voorschriften, vereisten en richtlijnen kunnen zijn aangevuld en/of gewijzigd op hetmoment van installatie.ContactinformatieWanneer u opmerkingen of vragen heeft, kunt u contact opnemen met:A.O.

Informatie over dezehandleidingInhoudDeze handleiding geeft informatie over een veilig en juist gebruik van de boiler en hoedeze op een goede manier moet worden geïnstalleerd en onderhouden. De instructies indeze handleiding dienen te worden nageleefd.Let opLees deze handleiding eerst zorgvuldig door voordat u de boiler start.

Wanneer u dehandleiding niet leest en/of de instructies niet naleeft, kan dit persoonlijk letsel enbeschadiging van de boiler veroorzaken.In deze handleiding:worden de werking en de indeling van de boiler beschrevenworden de veiligheidsvoorzieningen uitgelegdworden mogelijke gevaren benadruktwordt het gebruik van de boiler beschrevenwordt de installatie en het onderhoud van de boiler beschrevenDeze handleiding bestaat uit twee gedeeltes:Een gedeelte voor de gebruiker waarin het juiste gebruik van de boiler wordtbeschreven.Een gedeelte over de installatie en het onderhouden van de boiler waarin de juisteprocedures hiervoor worden beschreven.DoelgroepDe informatie in deze handleiding is van toepassing op drie doelgroepen:gebruikersinstallatiemonteursonderhoudsmonteursHet gedeelte voor de gebruiker is bedoeld voor de (eind)gebruikers.

NotatieconventiesIn deze handleiding worden de volgende conventies voor tekst gebruikt:Cijfers tussen haakjes, bijvoorbeeld (1), verwijzen naar onderdelen in een afbeeldingdie in de tekst worden beschreven.Teksen weergegeven op het bedieningspaneel worden altijd afgebeeld zoals detekens op het display, bijvoorbeeld parameter 120 of Off.Knoppen worden altijd tussen vierkante haakjes weergegeven, bijvoorbeeld: [ ],[ENTER], [RESET].Kruisverwijzingen naar paragrafen, tabellen, afbeeldingen enzovoort wordenonderstreept en geschreven als (zie paragraaf “..."). In de digitale versie werken dekruisverwijzingen als hyperlinks die u kunt gebruiken om door de handleiding tebladeren wanneer u erop klikt.

Voorbeeld: Veiligheid (zie sectie 2).Deze handleiding bevat de volgende tekststijlen/symbolen om situaties aan te geven diegevaarlijk kunnen zijn voor gebruikers/monteurs, schade aan apparatuur kunnenveroorzaken of wanneer extra moet worden opgelet:OpmerkingEen opmerking geeft meer informatie over een onderwerp.Let opNeem de waarschuwing in acht om beschadiging van de boiler te voorkomen.WaarschuwingNeem de waarschuwing in acht om persoonlijk letsel en ernstige beschadiging van deboiler te voorkomen.DocumentaanduidingArtikelnummer Taal Versie0312265 NL 3.0••••ncw6

2 VeiligheidA. O. Smith kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade of letsel veroorzaakt door:Het niet opvolgen van de instructies in deze handleiding. Onzorgvuldig handelen tijdens het gebruik of het onderhouden van de boiler. Iedere gebruiker moet het gedeelte voor de gebruiker in deze handleiding bestuderen ende instructies die in dit gedeelte van de handleiding worden gegeven strikt naleven. Devolgorde van de handelingen mag niet worden gewijzigd. Deze handleiding moet te allentijde beschikbaar zijn voor de gebruiker en de onderhoudsmonteur. WaarschuwingWanneer u gas ruikt:Schakel de hoofdgasafsluitinrichting uit. Voorkom vonken. Gebruik geen elektrische apparatuur of schakelaars,d. w. z. geen telefoons, stekkers of bellen. Voorkom open vuur. Rook niet. Open ramen en deuren. Waarschuw mensen dat ze het gebouw moeten verlaten.

Wanneer u het gebouw heeft verlaten, brengt u het gasbedrijf of uwinstallatiemonteur op de hoogte. w••••••Let opSla geen chemische stoffen op en gebruik deze niet in de ruimte waar de boiler isgeïnstalleerd omdat deze stoffen een explosie en roesten van de boiler kunnenveroorzaken. Sommige drijfgassen, bleekmiddelen en ontvettingsmiddelen enzovoortkunnen explosieve dampen afgeven en/of de boiler sneller doen roesten. Wanneer deboiler wordt gebruikt in een ruimte waar dergelijke substanties zijn opgeslagen of wordengebruikt, vervalt de garantie. Let opDe installatie en het onderhoud mogen alleen worden uitgevoerd door een gekwalificeerdemonteur. Let opDe boiler mag niet worden gebruikt door personen met verminderde fysieke, zintuiglijkeof mentale vermogens, of door personen die niet over de benodigde ervaring of kennisbeschikken.

Wanneer de persoon die verantwoordelijk is voor de veiligheid van dezepersonen toezicht houdt of heeft uitgelegd hoe de boiler moet worden gebruikt, kunnendeze personen de boiler gebruiken. Let opDeze boiler mag niet worden gebruikt door kinderen.

Houd altijd toezicht op kinderen enzorg ervoor dat deze niet met de boiler kunnen spelen. OpmerkingRegelmatig onderhoud verlengt de levensduur van de boiler. Om het juisteonderhoudsinterval te bepalen, moet de onderhoudsmonteur drie maanden na deinstallatie van de boiler de water- en de gaszijde van de boiler controleren. Op basis vandeze controle kan het beste onderhoudsinterval worden bepaald. ••cn0312265_INNOVO_NLNL_V3. 0, 2017-03-06 15.

3 Bediening3.1 BedieningspaneelHet bedieningspaneel bestaat uit:een besturingsschakelaar (zie sectie 3.1.1) op de linkerzijde van de boiler5 drukknoppen (zie sectie 3.1.2) om door het menu te bladereneen LCD-display (zie sectie 3.1.3) waarop de instellingen, functies, waarden enstoringen worden weergegeven.Het bedieningspaneel maakt gebruik van parameters; de gebruiker kan deze parameterswijzigen en kan de status en de geschiedenis van de boiler controleren.Afb. Bedieningspaneelenter resetmenuInnovoEXT211. LCD-display2. Drukknoppen3.1.1 BesturingsschakelaarMet de besturingsschakelaar kunt u de besturing van de boiler in- en uitschakelen.WaarschuwingDe voeding van de boiler blijft ingeschakeld wanneer u de besturingsschakelaar op 0 zet.Wanneer u de besturingsschakelaar op I zet, wordt op het display eerst een paarseconden ini weergegeven. Hierna toont het display OFF.Afb.

3.1.2 KnoppenMet de vijf knoppen op het bedieningspaneel kunt u het menu van de boiler openen.Knop Functie[ ] Omhoog scrollen / Omhoog[ ] Omlaag scrollen / Omlaag[ENTER] Enter / Bevestigen[RESET] Resetten / Annuleren[MENU] Ga naar menu3.1.3 LCD displayHet LCD-display toont zeven verschillende symbolen langs de buitenrand van het displayen drie tekens in het midden van het display. De tekens vertegenwoordigen parameters.Afb. LCD-display211. Tekens2. SymbolenDe symbolen op het display geven visuele informatie over de status van de boiler.Symbool UitlegWarmtevraag aanwezigBoiler in bedrijfBoiler niet in bedrijf - STORINGVorstbeveiliging is geactiveerd Door menu bladerenWeergegeven in de rechterhoeken van het displayExterne ON-modus is geactiveerdWeergegeven in de bovenste linkerhoek18 Gedeelte voor de gebruiker

De menuparameters voor de gebruiker zijn:Parameter Beschrijving Eenheid/WaardeInstelbaar Bereik Standaard001 Schakel de boiler in of uit. OFFONJa OFF - boiler uitgeschakeld (OFF-modus)ON - boiler ingeschakeld (ON-modus)OFF002 Setpoint ON-modus ºC Ja 40…max setpoint (1) 65003 Hysterese ºC Ja 2…15 10004 Setpoint EXT-modus (005) in- ofuitschakelen. ENAdISJa ENA - InschakelendIS - UitschakelendIS005 (2) Setpoint EXT-modus ºC Ja 40…max. setpoint (1) 701 - Het maximale setpoint (parameter 207) is in de fabriek ingesteld op 70. Een gekwalificeerde monteur kan dezewaarde wijzigen. 2 - Parameter 005 is alleen toegankelijk wanneer parameter 004 is ingesteld op EnA. 3. 2 Status van de boilerWanneer de boiler in bedrijf is, toont het display de status van de boiler. 3. 2. 1 BedrijfsmodiDe Innovo beschikt over drie bedrijfsmodi:OFF-modus (zie sectie 3. 2. 1. 1)ON-modus (zie sectie 3. 2. 1.

2)Externe ON-modus (EXT-modus) (zie sectie 3. 2. 1. 3)3. 2. 1. 1 OFF-modusGebruik parameter 001 om de boiler in de OFF-modus te zetten. In de OFF-modus wordt de boiler uitgeschakeld. Op het display wordt OFF weergegeven. Afb. OFF-modus display Afb. Vorstbeveiliging is geactiveerdOm te voorkomen dat het water in het systeem kan bevriezen, wordt de vorstbeveiliginggeactiveerd wanneer de boiler in de OFF-modus staat. De vorstbeveiliging start wanneerde temperatuur van het water onder 5°C zakt. Het display toont het symbool voorvorstbeveiliging. De boiler verwarmt het water tot 20°C en gaat dan weer in de OFF-modus. 3. 2. 1. 2 ON-modusGebruik parameter 001 om de boiler in de ON-modus te zetten. In de ON-modus reageert de boiler voortdurend op de warmtevraag. Wanneer de boiler het water verwarmt, toont het display op het bedieningspaneelafwisselend twee verschillende schermen.

Afb. DaadwerkelijkewatertemperatuurAfb. Setpoint Afb. Stand-by3.2.1.3 Externe ON-modusIn de externe ON-modus reageert de boiler op een warmtevraag wanneer derelaisschakelaar is gesloten. Gebruik parameter 004 om het setpoint (parameter 005) vande externe ON-modus in te schakelen.3.2.2 StoringstoestandenWanneer er zich een storing voordoet, wordt op het display een storingscodeweergegeven. Storingscodes hebben altijd een letter en twee cijfers.Afb.

Weergave van een storingscodeOpmerkingWanneer op het display een storingscode wordt weergegeven, kunt u proberen om deboiler te resetten.Neem contact op met uw onderhoudsmonteur of de leverancier wanneer de boiler nietopnieuw opstart, of wanneer de storingscode opnieuw op het display wordt weergegeven.3.2.3 OnderhoudstoestandenWanneer op het display Src wordt weergegeven, werkt de boiler normaal, maar moet deboiler de periodieke onderhoudsbeurt hebben. Neem contact op met uwonderhoudsmonteur.Afb. Weergave onderhoud vereistOpmerkingRegelmatig onderhoud verlengt de levensduur van de boiler.nn20 Gedeelte voor de gebruiker

3.2.4 AnodewaarschuwingEen anode beschermt de tank tegen corrosie. Wanneer de anodebescherming niet actief is,toont het display Ano. Neem contact op met uw onderhoudsmonteur.Afb. Weergave van een anodewaarschuwingOpmerkingWanneer u de anodewaarschuwing negeert, kan de tankbescherming niet wordengegarandeerd. De garantie vervalt.n0312265_INNOVO_NLNL_V3.0, 2017-03-06 21

4 Gebruik4.1 Parameterwaarde instellenEen parameterwaarde instellen:Druk op [MENU] om het gebruikersmenu te openen.Druk op [ ] of [ ] om naar de betreffende parameter te scrollen, raadpleegParameters (zie sectie 3.1.3).Druk op [ENTER] om deze te selecteren.Wijzig met [ ] of [ ] de waarde van de parameter.Druk op [ENTER] om te bevestigen.Druk op [RESET] om naar het hoofdmenu terug te keren.Druk op [RESET] om het gebruikersmenu te verlaten.4.2 De boiler inschakelenDe boiler starten:Controleer of de boiler is aangesloten op de netspanning.Zet de besturingsschakelaar op de zijkant van de boiler (zie sectie 1) op I.Op het display wordt ongeveer 10 seconden ini weergegeven.Wanneer op het display OFF wordt weergegeven, is de boiler klaar voor gebruik.4.2.1 Naar de ON-modus schakelenOm naar de ON-modus (zie sectie 3.2.1.2) te schakelen, wijzigt u parameter 001 in ON,raadpleeg Een parameterwaarde instellen (zie sectie 4.1).4.2.2 Watertemperatuur instellenHet setpoint van de temperatuur wijzigen:Wijzig parameter 002, raadpleeg Een parameterwaarde instellen (zie sectie 4.1), ofRechtstreeks via de ON-modus:Stel met [ ] of [ ] de waarde van de temperatuur rechtstreeks in.Druk op [ENTER] om te bevestigen.4.3 De boiler uitschakelen4.3.1 De boiler kortstondig uitschakelenOm de boiler korter dan twee maanden uit te schakelen, wijzigt u parameter 001 in OFF,raadpleeg Een parameterwaarde instellen (zie sectie 4.1).1.2.3.4.a.b.5.1.2.3.••a.b.0312265_INNOVO_NLNL_V3.0, 2017-03-06 23

De boiler wordt in de OFF-modus (zie sectie 3.2.1.1) gezet en de vorstbeveiliging isingeschakeld.Let opDe anodebescherming blijft actief wanneer de OFF-modus is geselecteerd.OpmerkingWanneer de boiler langer dan twee maanden in de OFF-modus staat en er geen waterwordt afgetapt, kunnen in de boiler luchtbellen ontstaan. Hierdoor kan er lucht in dewaterleidingen komen.4.3.2 Spanningsloos makenDe boiler spanningsloos maken:Zet parameter 001 op OFF, raadpleeg Een parameterwaarde instellen (zie sectie 4.1).Wacht een minuut om er zeker van te zijn dat de boiler is uitgeschakeld.Zet de besturingsschakelaar op 0.Ontkoppel de boiler van de netspanning.4.3.3 De boiler voor een lange periode uitschakelenNeem contact op met uw onderhoudsmonteur wanneer de boiler langer dan twee maandenniet wordt gebruikt zodat deze de boiler buiten gebruik kan stellen.cn1.2.3.4.24 Gedeelte voor de gebruiker

5 Inleiding5.1 Informatie over de boilerDe Innovo-boiler is bedoeld om water te verwarmen voor sanitaire doeleinden.De Innovo werkt op gas en is een condenserend voorraadtoestel met een ventilator in deluchttoevoer. De verbrandingsgassen brengen de warmte over op het water via eenefficiënte warmtewisselaar. De boiler heeft een concentrische luchttoevoer- enrookgasafvoer aansluiting en kan zowel als open of gesloten boiler worden gebruikt.5.2 WerkingsprincipeKoud water stroomt via de waterinlaat (1) de onderzijde van de tank binnen. Eenwarmtewisselaar (2) brengt de warmte van de rookgassen over op het water en het hetewater verlaat de tank via de warmwateruitlaat (3) aan de bovenzijde van de tank. De tankvan de boiler moet tijdens het in bedrijf zijn volledig zijn gevuld. De tank moet altijdminimaal onder de toevoerdruk van de hoofdwaterleiding blijven.

Wanneer de temperatuur te laag is, start de boiler een opwarmcyclus:De besturing detecteert een "warmtevraag". Het pictogram "Warmtevraag aanwezig"wordt weergegeven op het display van de boiler.De ventilator begint met voorspoelen.De luchtdrukschakelaar sluit wanneer het luchtdrukverschil voldoende is.De gloeiontsteker start het voorgloeien.Het gasblok opent en het gas-/luchtmengsel wordt ontstoken.De boiler verwarmt het water in de tank.

Het pictogram "Boiler in bedrijf" wordtweergegeven op het display van de boiler.Wanneer de watertemperatuur het setpoint bereikt, wordt de warmtevraag beëindigden stopt de besturing de opwarmcyclus.Het display toont niet langer de pictogrammen "Warmtevraag aanwezig" en "Boiler inbedrijf".De ventilator begint met naspoelen.De opwarmcyclus begint opnieuw wanneer een nieuwe warmtevraag wordt gedetecteerd.1.2.3.4.5.6.7.8.28 Gedeelte over installatie-, service en onderhoud

6 Veiligheid6. 1 VeiligheidsinstructiesRaadpleeg Veiligheid (zie sectie 2) in het gedeelte voor de gebruiker in deze handleidingvoor veiligheidsinstructies voor het gebruik van de boiler. WaarschuwingDe installatie en het onderhoud moet worden uitgevoerd door een gekwalificeerdemonteur en volgens de algemene en lokale voorschriften van de gas-, water-, enstroomleveranciers en de brandweer. Het toestel mag alleen worden geïnstalleerd in eenruimte die voldoet aan de vereisten vermeld in nationale en lokale ventilatievoorschriften. WaarschuwingLaat de boiler spanningsloos (geïsoleerd) tot deze in gebruik wordt genomen. Let opDe boiler mag alleen rechtop worden verplaatst. Controleer na het uitpakken van deboiler of deze niet is beschadigd. Let opWanneer een niet geschikte dak- of muurdoorvoer wordt gebruikt, kan er een storing inde boiler worden veroorzaakt.

Let opTijdens de installatie dienen de instructies geleverd bij de sets luchttoevoer- enrookgasafvoeronderdelen te worden nageleefd. Zorg ervoor dat het luchttoevoer- enrookgasafvoersysteem niet meer bochten van 45º en 90º heeft dan voorgeschreven endat aan de maximale lengte van de leiding is voldaan. Let opControleer of de diameter en de lengte van de gastoevoerleiding groot en lang genoegzijn om de boiler van voldoende vermogen te voorzien. Let opControleer of de condensafvoer via een open verbinding is aangesloten op de afvoer vanafvalwater. Let opVul voor gebruik de boiler volledig met water. Droog stoken beschadigt de boiler. Let opNa installatie of onderhoud moet u altijd controleren of het toestel gasdicht is en of devoordruk (van gas), de CO2-waarde en het luchtdrukverschil juist zijn. Neem contact op met het bedrijf dat het gas levert wanneer de voordruk niet correct is.

Installeer deboiler boven een afvoer voor afvalwater of in een geschikte metalen lekbak.De lekbak moet over een geschikte afvoer voor afvalwater beschikken, en moet minimaal5 cm diep zijn en in de lengte en breedte minimaal 5 cm groter zijn dan de boiler.6.2 Instructies op de boilerOp de kap van de boiler zijn enkele veiligheidsinstructies aangebracht:De tekst "Read the installation instructions before installing the appliance" (Lees deinstallatie-instructies voordat het toestel wordt geïnstalleerd).De tekst "Read the user instructions before putting the appliance into operation"(Lees de gebruikersinstructies voordat het toestel in bedrijf wordt genomen).Op de verpakking zijn ook enkele veiligheidsinstructies aangebracht:De tekst "Read the installation instructions before installing the appliance" (Lees deinstallatie-instructies voordat het toestel wordt geïnstalleerd).De tekst "Read the user instructions before putting the appliance into operation"(Lees de gebruikersinstructies voordat het toestel in bedrijf wordt genomen).De tekst "The appliance may only be installed in a room that meets the requiredventilation regulations" (Het toestel mag alleen worden geïnstalleerd in een ruimtedie voldoet aan de ventilatievoorschriften).Enkele veiligheidspictogrammen:CE-goedgekeurddeze kant omhoogbreekbaardroog houdenmaximale stapelhoogte is 1geen trolley gebruikengeen klemheftruck gebruikengerecyclede verpakkingn••••••30 Gedeelte over installatie-, service en onderhoud

6.3 VeiligheidsvoorzieningenAfb. Veiligheidsvoorzieningen14231. Temperatuursensor2. Gasblok3. Luchtdrukschakelaar4. IonisatiepenVeiligheidsvoorzieningen van de boiler:Temperatuursensor(1)De boiler regelt de watertemperatuur met eentemperatuursensor:T < 5 ºC, vorstbeveiliging is geactiveerd.T > 88 ºC (blokkeerstoring), max. temperatuur.T > 93 ºC (vergrendelstoring), voor extraveiligheid.•••Gasblok (2) Het gasblok regelt de gastoevoer naar de brander.Luchtdrukschakelaar(3)De luchtdrukschakelaar garandeert hetluchtinlaatverschil tijdens voorspoelen ennaspoelen.Ionisatiepen (4) De ionisatiepen detecteert of er een vlam aanwezigis.Veiligheidsvoorzieningen van de installatie:Inlaatcombinatie Een inlaatcombinatie heeft een afsluiter, eenterugslagklep en een drukreduceerventiel.

Deinlaatcombinatie voorkomt een te hoge druk in detank en het terugstromen van het expansiewater inde koudwatertoevoer.Drukreduceerventiel Het drukreduceerventiel vermindert de druk van dewaterleiding, indien nodig.T&P-ventiel(temperatuur- endrukreduceerventiel)(1)Het T&P-ventiel voorkomt een te hoge druk en tehoge temperatuur in de tank.1- Alle installaties hebben een aansluiting voor een T&P-ventiel. A.O. Smith raadt hetgebruik van een T&P-ventiel aan.0312265_INNOVO_NLNL_V3.0, 2017-03-06 31

7 Boiler7.1 Opbouw van de boilerDe boiler heeft de volgende hoofdonderdelen:Besturing (8) De besturing controleert en beheert alle interneprocessen van de boiler zodat deze veilig werkt.Bedieningspaneel (1) Het bedieningspaneel heeft vijf knoppen en eendisplay met 3 tekens om de boiler in te stellen ende status te controleren. RaadpleegBedieningspaneel (zie sectie 3.1).Tank (9) Het water wordt opgeslagen in de tank en daarinverwarmd.Burner engine (2-8) De burner engine ontsteekt het lucht- engasmengsel om het water te verwarmen.Afb. Onderdelen van de boiler15432678912101113141. Bedieningspaneel2. Ionisatiepen3. Brander4. Gloeiontsteker5. Ventilator6. Venturi7. Gasblok8. Besturing9. Tank10. Branderkamer11. Warmtewisselaar12. Condensafvoer13. Aftapkraan14. Luchtinlaatrooster0312265_INNOVO_NLNL_V3.0, 2017-03-06 33

8 InstallatieWaarschuwingDe installatie moet worden uitgevoerd door een hiertoe gekwalificeerd persoon en inovereenstemming met algemene en lokale voorschriften hiervoor.Let opDe boiler mag niet worden gebruikt in ruimtes waarin chemische stoffen zijn opgeslagenof worden gebruikt vanwege het risico op een explosie en corrosie van de boiler.Sommige drijfgassen, bleekmiddelen en ontvettingsmiddelen enzovoort kunnenexplosieve dampen afgeven en/of de boiler sneller doen roesten. Wanneer de boiler wordtgebruikt in een ruimte waar dergelijke substanties zijn opgeslagen of worden gebruikt,vervalt de garantie.Raadpleeg Veiligheidsinstructies (zie sectie 6.1) voor meer veiligheidsinstructies.8.1 VerpakkingA.O.

Smith raadt aan om de boiler op of in de buurt van de installatielocatie uit te pakken.Verwijder de verpakking voorzichtig om beschadiging van de boiler te voorkomen.8.2 ConditiesDe boiler is geschikt voor gesloten en open verbranding:Voor een gesloten verbranding is de luchtinlaat niet afhankelijk van deinstallatielocatie.Voor een open verbranding moet u voldoen aan de lokale van toepassing zijnderichtlijnen en de ventilatievoorschriften voor open boilers.8.2.1 OmgevingsomstandighedenDe installatielocatie moet vorstvrij zijn. Tref, indien nodig, maatregelen om deinstallatielocatie vorstvrij te houden.Zorg ervoor dat de omgevingsomstandigheden geschikt zijn om storing in de elektronicavan de boiler te voorkomen.Luchtvochtigheid en omgevingstemperatuurLuchtvochtigheid Max.

8.2.3 WatersamenstellingHet water moet voldoen aan de voorschriften voor drinkwater.WatersamenstellingHardheid(aardalkali-ionen)> 1,00 mmol/l:Duitse hardheid > 5,6° dHFranse hardheid > 10,0° fHEngelse hardheid > 7,0° eHCaCO3 > 100 mg/l••••Geleidbaarheid > 125 µS/cmZuurgraad (pH-waarde) 7,0 < pH-waarde < 9,5OpmerkingWanneer de waterspecificaties verschillen van de specificaties in de tabel, kan debescherming van de tank niet worden gegarandeerd, raadpleeg Garantie.8.2.4 Ruimte voor werkzaamhedenZorg ervoor dat er voldoende ruimte is om toegang te krijgen tot de boiler:100 cm voor de boiler (AA).50 cm links en rechts van de boiler (BB).100 cm boven de boiler.Afb.

Ruimte voor werkzaamheden8.2.5 De boiler nivellerenZorg ervoor dat de boiler waterpas staat, voor de installatie:Gebruik een steeksleutel om de moer (1) op de stelvoet rechtsom te draaien om deboiler omhoog te brengen.Gebruik een steeksleutel om de moer (1) op de stelvoet linksom te draaien om deboiler omlaag te brengen.De boiler kan maximaal 20 mm omhoog worden gebracht.OpmerkingZorg ervoor dat de ruimte voor werkzaamheden boven de boiler niet minder wordt dan100 cm.n•••••n36 Gedeelte over installatie-, service en onderhoud

OpmerkingGebruik dit installatieschema wanneer u:de wateraansluitingen (zie sectie 8.4) installeertde condensafvoer (zie sectie 8.5) installeertde gasaansluiting (zie sectie 8.6) installeertde boiler vullen (zie sectie 8.9.1)de boiler aftappen (zie sectie 8.10.2)n•••••8.4 Wateraansluitingen8.4.1 KoudwateraansluitingOpmerkingEr moet een inlaatlaatcombinatie worden geïnstalleerd.

Installeer de inlaatcombinatie zodicht mogelijk bij de boiler.WaarschuwingInstalleer nooit een afsluiter of een terugslagklep tussen de inlaatcombinatie en de boiler.De koudwateraansluiting installeren:Wanneer de toevoerdruk van de waterleiding te hoog is, installeert u eendrukreduceerventiel (1), raadpleeg de Technische informatie (zie sectie 13.1).Installeer een inlaatcombinatie (2).Sluit de overstroomaansluiting van de inlaatcombinatie aan op een open leiding voorafvalwater.8.4.2 WarmwateraansluitingOpmerkingIsoleer lange warmwaterleidingen om onnodig energieverlies te voorkomen.OpmerkingA.O.

Smith raadt aan om een T&P-ventiel te installeren.De warmwateraansluiting installeren:Installeer een afsluiter (11) in de warmwateruitlaatleiding vooronderhoudswerkzaamheden.Installeer een T&P-ventiel (3), indien van toepassing.Installeer een temperatuurmeter (12), indien van toepassing.nw1.2.3.n1.2.3.38 Gedeelte over installatie-, service en onderhoud

Dit verbetert het comfort en vermindert watergebruik.OpmerkingGebruik de speciale aansluiting voor de circulatieleiding op de boiler voor een meerefficiënt gebruik van de boiler.OpmerkingControleer of de pomp het juiste vermogen heeft voor de lengte en de weerstand van hetcirculatiesysteem.Een circulatiepomp installeren:Installeer een circulatiepomp (6).Installeer een terugslagklep (5) na de circulatiepomp om er zeker van te zijn dat derichting van de circulatie correct is.Installeer een afsluiter (4) voor de circulatiepomp.Installeer een afsluiter (4) na de terugslagklep.Sluit de circulatieleiding aan.8.5 CondensafvoerLet opWanneer de condensafvoer niet via een open aansluiting is aangesloten op de afvoer voorafvalwater, kan dit storingen veroorzaken.Let opPas de condensafvoer niet aan, en veroorzaak geen verstoppingen in de condensafvoer.De condensafvoer installeren:Installeer een afvoerleiding op de condensafvoer (13) zodat condens kan wordenafgevoerd.Zorg ervoor dat de afvoerleiding schuin afloopt (5 mm/m).Sluit de afvoerleiding met een open aansluiting aan op de afvoer voor afvalwater.8.6 GasaansluitingLet opControleer of de leiding voor de gastoevoer de juiste diameter en lengte heeft om deboiler van voldoende vermogen te voorzien.Let opControleer of de leiding voor de gastoevoer schoon is.

Vervuiling in de leiding kan bijgebruik het gasblok beschadigen.Let opInstalleer de gaskraan op een plaats waar de gebruiker bij kan.De gasaansluiting installeren:Installeer een gaskraan (10) in de toevoerleiding voor gas.Controleer voor gebruik of de gasleiding schoon is. Maak de leiding eerst schoon,indien nodig.Sluit de gaskraan.Installeer de toevoerleiding voor gas op het gasblok.Controleer of er geen gas lekt.n1.2.3.4.5.c1.2.3.c1.2.3.4.5.0312265_INNOVO_NLNL_V3.0, 2017-03-06 39

8.7 Luchttoevoer- en rookgasafvoersysteemEr zijn verschillende mogelijkheden om de luchtinlaat en de uitlaat voor rookgas teinstalleren:InstallatietypeVersie BeschrijvingB23 Open Lucht voor de verbranding wordt uit deinstallatieruimte gezogen en de rookgassenverlaten het toestel via een verticale dakdoorvoer.C13 Gesloten Concentrisch en/of parallel luchttoevoer- enrookgasafvoersysteem met een horizontaleluchtinlaat en uitlaat voor rookgas in dezelfdedrukzone.C33 Gesloten Concentrisch en/of parallel luchttoevoer- enrookgasafvoersysteem met een verticaleluchtinlaat en uitlaat voor rookgas in dezelfdedrukzone.C43 Gesloten Boilers aangesloten op een gezamenlijkeluchtinlaat en uitlaat van rookgas (concentrischen/of parallel) in een gebouw met meerdereverdiepingen.C53 Gesloten Afzonderlijke aansluittypen luchtinlaat en uitlaatvoor rookgas worden gecombineerd.

Deaansluitingen voor de luchtinlaat en de uitlaat voorrookgas kunnen zich in verschillende drukzonesbevinden.C63 Gesloten Boilers geleverd zonder ventilatiematerialen. Dezeboilers moeten volgens de lokale voorschriftenworden geïnstalleerd. De boiler is bedoeld om teworden aangesloten op een afzonderlijkgoedgekeurd en verkrijgbaar luchttoevoer- enrookgasafvoersysteem.In de handleiding worden installatietypen C13 en C33 in detail beschreven. Wanneerinstallatietype B23, C43, C53 of C63 nodig is, kunt u contact opnemen met A.O. Smithvoor meer informatie.WaarschuwingHanteer de beugelvoorschriften bij de geleverde afvoermaterialen of hanteer de algemeengeldende beugelvoorschriften (www.hetnieuwebeugelen.nl). Smeer, indien nodig, deafdichtringen uitsluitend in met een door de fabrikant voorgeschreven middel (max. 1%zeepoplossing, of water). Let op!

Gebruik géén vet, vaseline, zuurvrije vaseline of olie.Let opControleer altijd of het luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem is bevestigd in een ruimtegoedgekeurd voor het juiste type installatie.wc40 Gedeelte over installatie-, service en onderhoud

8.7.1 C13/C33 concentrische systemenGebruik een muurdoorvoerset of een dakdoorvoerset om een C13 of een C33 concentrischluchttoevoer- en rookgasafvoersysteem te installeren.Beschrijving vanconcentrischventilatiemateriaalVentilatiemateriaalPPVentilatiemateriaalAluFabrikant ventilatiemateriaal Muelink & Grol Muelink & GrolConstructie Concentrisch ConcentrischMateriaal van de rookgasafvoer PP - Temp. KlasseT120Dikwandig aluminiumMateriaal luchtinlaat Dunwandiggegalvaniseerd staalDunwandiggegalvaniseerd staalDiameter van de rookgasafvoer 80 +0,6/-0,6 mm 80 +0,3/-0,7 mmDiameter luchtinlaat 124 +0,5/-1 mm(Dn 125)124 +0,5/-1 mm(Dn 125)Beschrijving van deonderdelenA.O. SmithOnderdeelnummerA.O.

Afb. Voorbeeld van een concentrisch luchttoevoer- en rookgasafvoersysteemLet opTijdens de installatie dienen de instructies geleverd bij de sets luchttoevoer- enrookgasafvoeronderdelen te worden nageleefd. Zorg ervoor dat het luchttoevoer- enrookgasafvoersysteem niet meer bochten van 45º en 90º heeft dan voorgeschreven endat aan de maximale lengte van de leiding is voldaan.Let opGebruik een afschot van 50 mm per meter richting de boiler.Raadpleeg de tabel voor de afmetingen van de pijp van de C13 en C33 concentrischesystemen.Beschrijving Eenheid IR-12-160totIR 20-200IR 24-245totIR 32-380Diameter afvoer rookgas/luchtinlaatmm/mm 80/125 80/125Maximale lengte m 40 40Maximumaantal bochtenvan 45º en 90º- 8 8c0312265_INNOVO_NLNL_V3.0, 2017-03-06 43

8.7.2 C13/C33 parallelle systemenGebruik een muurdoorvoerset of een dakdoorvoerset om een C13 of een C33 parallelluchttoevoer- en rookgasafvoersysteem te installeren.Beschrijving van materiaalparallel luchttoevoer- enrookgasafvoersysteemVentilatiemateriaalPPVentilatiemateriaalAluFabrikant ventilatiemateriaal Muelink & Grol Muelink & GrolConstructie Parallel ParallelMateriaal van de rookgasafvoer PP - Temp. KlasseT120Dikwandig aluminiumMateriaal luchtinlaatDiameter van de rookgasafvoer 80 +0,6/-0,6 mm 80 +0,3/-0,7 mmDiameter luchtinlaatBeschrijving van deonderdelenA.O. SmithOnderdeelnummerA.O.

Afb. Voorbeeld van een parallel luchttoevoer- en rookgasafvoersysteemRaadpleeg de tabel voor de juiste afmetingen van de pijp wanneer u een C13 of C33parallel luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem installeert.Beschrijving Eenheid IR-12-160totIR 20-200IR 24-245totIR 32-380Diameter afvoer rookgas/luchtinlaatmm/mm 80/80 80/80Maximale lengte luchtinlaat m 50 75Maximale lengterookgasafvoerm 50 75Lequivalent 45°-bocht m 1,1 1,1Lequivalent 90°-bocht m 3,9 3,9Let opZorg er altijd voor dat de installatie voldoet aan de vereisten vermeld in deze tabel.Let opGebruik een verloopstukset die speciaal bedoeld is om van een concentrische aansluitingop de boiler een parallelle aansluiting te maken. Deze verloopstukset maakt van de80/125 mm twee keer 80 mm. Dit verloopstuk (0312209) kunt u bestellen bij uwleverancier of bij de groothandel.

Wanneer u een andere verloopstukset gebruikt, kan hetzijn dat de boiler niet goed werkt.Bereken afzonderlijk de maximale lengte van de luchtinlaat en de rookgasafvoer:Tel de lengtes van de verschillende pijpdelen zonder bochten op. Tel de lengte vande verloopstukset niet mee.Tel de lengtes van de bochten op. Tel de bocht in de verloopstukset niet mee:Reken 1,1 m voor elke 45° bocht.Reken 3,9 m voor elke 90° bocht.Tel de lengtes van de pijpdelen en de lengtes van de bochten op om de totale lengtevan de luchtinlaat en de rookgasafvoer te berekenen.Pas de lengte van de luchtinlaat en/of de rookgasafvoer aan wanneer de totalelengte de maximale lengte zoals vermeld in de tabel overschrijdt.c1.2.--3.4.0312265_INNOVO_NLNL_V3.0, 2017-03-06 45

8. 7. 3 C43-/C53-/C63-systemenDe lengte van de luchtinlaat en rookgasafvoer van C43-, C53- en C63- systemen isdezelfde als van C13- en C33-systemen:Raadpleeg C13/C33 concentrische systemen (zie sectie 8. 7. 1) voor de maximalepijplengte van concentrische systemen. Raadpleeg C13/C33 parallelle systemen (zie sectie 8. 7. 2) voor de maximalepijplengte van parallelle en niet-concentrische systemen. OpmerkingGebruik alleen een C43 luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem wanneer de gedeeldeafvoer een schoorsteen met natuurlijke trek is. De gedeelde afvoer is onderdeel van hetgebouw, niet van het systeem. OpmerkingIn een C53 luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem moet de rookgasterminal CE-goedgekeurd zijn en voldoen aan de voorschriften van EN 1856-1.

OpmerkingSluit een C63 luchttoevoer- en rookgasafvoersysteem aan op een afzonderlijkgoedgekeurd en verkocht systeem voor de aanvoer van verbrandingsgassen en afvoervan rookgas. De rookgasterminal moet voldoen aan de voorschriften van EN 1856-1. De maximaaltoegestane recirculatie is 10% op basis van windomstandigheden. Neem contact op met A. O. Smith voor meer informatie over en de onderdeelnummers vande C43, C53 en C63 luchttoevoer- en rookgasafvoersystemen. Concentrische systemenRaadpleeg de tabel voor de afmetingen van de pijp van de C43, C53 en C63 concentrischesystemen. Beschrijving VentilatiemateriaalPPVentilatiemateriaalAluFabrikant ventilatiemateriaal Muelink & Grol Muelink & GrolConstructie Concentrisch ConcentrischMateriaal rookgasafvoer PP - Temp.

Beschrijving VentilatiemateriaalPPVentilatiemateriaalAluDiameter rookgasafvoer 80 +0,6/-0,6 mm 80 +0,3/-0,7 mmDiameter luchtinlaatRaadpleeg C13/C33 parallelle systemen (zie sectie 8.7.2) voor de onderdeelnummers vanA.O. Smith. Dezelfde onderdelen kunnen worden gebruikt voor C43, C53 en C63 parallellesystemen.Gebruik 'Verloopstukset concentrisch naar parallel - kant van de boiler' (onderdeelnummer0312209) voor C63 parallelle systemen.8.8 Elektrische aansluitingenWaarschuwingLaat de boiler spanningsloos (geïsoleerd) tot deze in gebruik wordt genomen.Let opDe boiler is fasegevoelig.

Het is van het grootste belang dat de netspanning (L)aansluiting van het elektriciteitsnet aangesloten wordt op de netspanning aansluiting vande boiler en de neutrale aansluiting (N) van het elektriciteitsnet op de neutrale aansluitingvan de boiler.Let opEr mag geen spanningsverschil zijn tussen neutraal (N) en aarde (A). Gebruik eenscheidingstransformator (zie sectie 8.8.3.1) in het voedingscircuit waar zich eenspanningsverschil voordoet.8.8.1 VoorbereidingVerwijder de kap van de boiler om het elektrische gedeelte en het aansluitingenblok tekunnen zien:Gebruik een inbussleutel om de schroef (1) bij de kap te verwijderen.Houd de kap aan de zijkanten vast.Verwijder de kap naar voren gericht en til deze van de boiler.wc1.2.3.0312265_INNOVO_NLNL_V3.0, 2017-03-06 47

8.8.2 NetvoedingOpmerkingDe boiler wordt zonder een voedingskabel en isolator geleverd.Gebruik een voedingskabel met kernen van minimaal 3 x 0,75 mm2 en een dubbelpoligeisolator met een contactopening van minimaal 3 mm.De boiler op de netvoeding aansluiten:Trek de voedingskabel door de tules.Sluit de nul kern aan op N, de fase kern aan op L, en de aardekern aan op A.Installeer de voedingskabel in de trekontlasting onder het elektrische gedeelte.Sluit de voedingskabel aan op de dubbelpolige isolator.8.8.3 Optionele elektrische aansluitingenOptioneel is het mogelijk om:Een scheidingstransformator (zie sectie 8.8.3.1) aan te sluiten.Een externe ON-modusschakelaar (zie sectie 3.2.1.3) aan te sluiten.Een extra storingssignaal aan te sluiten op de boiler.8.8.3.1 ScheidingstransformatorNeem contact op met A.O.

Smith voor meer informatie over een scheidingstransformator,of om een scheidingstransformator te bestellen.8.8.3.2 Externe ON-modusschakelaarInstalleer een externe ON-modusschakelaar:Trek de kabels door de tules.Sluit de kabels aan op X3 en X4.Installeer de kabels in een trekontlasting onder het elektrische gedeelte.Stel de betreffende instellingen op het bedieningspaneel in.8.8.3.3 Extra storingssignaalOpmerkingDe boiler heeft een relaiscontact dat kan worden gebruikt wanneer er zich een storingvoordoet.

Het relaiscontact is spanningsvrij–(maximaal 5 A).Installeer een extra storingssignaal:Trek de voedingskabel door de tules.Sluit de kabels aan op X1 en X2.Installeer de kabels in een trekontlasting onder het elektrische gedeelte.8.8.4 AfrondenWanneer alle aansluitingen in orde zijn, installeert u de kap op de boiler:Plaats de kap op de boiler.Gebruik een inbussleutel om de schroef aan de voorzijde van de kap vast te zetten.n1.2.3.4.•••1.2.3.4.n1.2.3.1.2.0312265_INNOVO_NLNL_V3.0, 2017-03-06 49

Afb. Plaats de kap18.9 InbedrijfstellingDe boiler in bedrijf stellen:Vul de boiler (zie sectie 8.9.1)Controleer het luchtdrukverschil (zie sectie 8.9.2)Controleer de voordruk (van gas) (zie sectie 8.9.3)Controleer de CO2-waarde (zie sectie 8.9.4)Schakel de boiler in (zie sectie 8.9.5)8.9.1 VullenRaadpleeg het Installatieschema (zie sectie 8.3) wanneer u de boiler vult:Open de afsluiter (11) in de toevoerleiding van het warme water.Open de afsluiters (4) van de circulatieleiding (C), indien van toepassing.Controleer of de aftapkraan (9) is gesloten.Open het dichtstbijzijnde tappunt van de warmwaterleiding (14).Open de kraan van de inlaatcombinatie (2) in de leiding van de koudwatertoevoer(A).

Koud water stroomt de boiler binnen.Vul de boiler totdat een sterke stroom water uit het dichtstbijzijnde tappunt stroomt.De boiler is volledig gevuld.Open alle tappunten om de hele installatie te ontluchten.De druk van de watertoevoer in de boiler is nu in orde.Controleer of er geen water uit het drukreduceerventiel van de inlaatcombinatie (2),of uit het T&P-ventiel (3) stroomt. Als er wel water uit komt:1.2.3.4.5.1.2.3.4.5.6.7.8.50 Gedeelte over installatie-, service en onderhoud

Vervang, indien nodig, het overstortventiel.8.9.2 LuchtdrukverschilControleer het luchtdrukverschil bij de luchtdrukschakelaar:Ontkoppel slang H van de luchtdrukschakelaar en sluit deze zijde van de slang aanop de + van de manometer.Ontkoppel slang L van de luchtdrukschakelaar en sluit deze zijde van de slang aanop de - van de manometer.Schakel de boiler in en zet deze in de OFF-modus, raadpleeg De boiler inschakelen(zie sectie 4.2).OpmerkingControleer of de boiler niet in de ON-modus of in de Externe ON-modus staat.Zet parameter 201 op FAn, raadpleeg Instellingen (zie sectie 10).Lees de drukwaarde op de meter af.Vergelijk de gemeten waarde met de waarde in de tabel (zie sectie 13.1).OpmerkingWanneer het luchtdrukverschil niet juist is, raadpleeg dan Weergegeven storingen (ziesectie 12.1.2), storing F03.Zet parameter 201 op dIS, raadpleeg Instellingen (zie sectie 10).Druk op [RESET].De boiler schakelt naar de OFF-modus.Zet de besturingsschakelaar op de zijkant van de boiler op 0 om de boiler uit teschakelen.Ontkoppel de manometer.Sluit de slangen van de luchtdrukschakelaar en de gasblok weer aan.Afb.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met A.O. Smith Innovo IR 32-245 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden