A.O. Smith BFM80 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van A.O. Smith BFM80 (70 pagina’s), behorend tot de categorie Boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 19 mensen en kreeg gemiddeld 4.3 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over A.O. Smith BFM80 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/70
0306707
Innovationhasaname.
Installatie-,Gebruikers-en
Servicehandleiding
Gesloten
industriëleboiler
BFM-30/50/80/100/120
BFM

Beoordeel deze handleiding

4.3/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: A.O. Smith
Categorie: Boiler
Model: BFM80

Handleiding A.O. Smith BFM80 – volledige tekst

Instructiehandleiding BFM 3gisLees deze handleiding zorgvuldig WaarschuwingLees deze handleiding zorgvuldig voordat u het toestel in gebruik neemt. Het niet lezen van deze handleiding en het niet opvolgen van de instructies in deze handleiding kan leiden tot ongevallen en schade aan personen en het toestel. Copyright © 2008 A. O. Smith Water Products CompanyAlle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd, verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van A. O. Smith Water Products Company. A. O. Smith Water Products Company behoudt zich het recht voor de specificaties zoals vermeld in deze handleiding te wijzigen. Handelsmerken Alle in deze handleiding genoemde merknamen zijn geregistreerde handelsmerken van de desbetreffende leveranciers. Aansprakelijkheid A. O.

Smith Water Products Company is niet aansprakelijk voor claims van derden veroorzaakt door ondeskundig gebruik anders dan vermeld in deze handleiding en overeenkomstig de Algemene Voorwaarden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Zie verder de Algemene Voorwaarden. Deze kunt u kostenloos bij ons opvragen. Hoewel grote zorg is besteed aan het waarborgen van correcte en waar nodig, volledige beschrijving van de relevante onderdelen, kan het voorkomen dat de handleiding fouten en onduidelijkheden bevat. Mocht u toch fouten of onduidelijkheden in de handleiding ontdekken, dan vernemen wij dat graag van u. Het helpt ons de documentatie verder te verbeteren. Meer informatie Indien u opmerkingen of vragen heeft aangaande specifieke onderwerpen die betrekking hebben op het toestel, aarzelt u dan niet contact op te nemen met:A. O.

2 Algemene werking van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 122. 3 Opwarmcyclus van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 132. 4 Beveiliging van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 142. 5 Veiligheid van de installatie- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 153 Installatie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 173. 1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 173. 2 Verpakking - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 173. 3 Omgevingscondities - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 173. 4 Technische specificaties - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 203. 5 Aansluitschema - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 233. 6 Wateraansluitingen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 233.

Inhoudsopgave6 Instructiehandleiding BFM9 In bedrijf nemen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 499. 1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 499. 2 In bedrijf nemen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 499. 3 Opwarmcyclus van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 4910 Uit bedrijf nemen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 5110. 1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 5110. 2 Toestel een korte periode buiten bedrijf stellen ("OFF-mode") - - - - - - - 5110. 3 Toestel spanningsloos maken - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 5110. 4 Toestel voor een lange periode buiten bedrijf stellen - - - - - - - - - - - - 5111 Storingen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 5311.

Instructiehandleiding BFM 7gis1 Inleiding1. 1 Over het toestel Deze handleiding beschrijft de installatie, service en het gebruik van een BFM-toestel. Het BFM-toestel is een gasgestookte gesloten boiler met een ventilator in de luchttoevoer. De schoorsteenaansluitingen, parallel of concentrisch, zijn toestelafhankelijk. De mogelijke toesteltypen zijn C13 en C33. De informatie in deze handleiding geldt voor de: BFM 30, BFM 50, BFM 80, BFM 100 en BFM 120. De bouwwijze en de uitrusting van het toestel zijn volgens de Europese norm voor gas gestookte warmwatervoorraadtoestellen voor sanitair gebruik (EN 89). De toestellen voldoen daarmee aan de Europese Richtlijn voor Gastoestellen en hebben daarom het recht de CE-markering te dragen. WaarschuwingLees deze handleiding zorgvuldig voordat u de boiler in gebruik neemt.

Het niet lezen van de handleiding en het niet opvolgen van de beschreven instructies kan leiden tot persoonlijke ongevallen en schade aan het toestel. 1. 2 Wat te doen bij gasluchtWaarschuwingBij gaslucht:Geen open vuur. Niet roken. Vonkvorming vermijden. Geen elektrische schakelaars gebruiken, ook geen telefoon, stekker of bel. Ramen en deuren openen. Hoofdgasafsluitinrichting sluiten. Bewoners waarschuwen en gebouw verlaten. Waarschuw na verlaten van het gebouw de gasdistributiemaatschappij of installateur. 1. 3 Voorschriften Als (eind)gebruiker, installateur of service- en onderhoudsmonteur dient u ervoor te zorgen dat de gehele installatie tenminste voldoet aan de ter plekke geldende:• voorschriften m. b. t.

Inleiding8 Instructiehandleiding BFM1gisVerder dient de installatie te voldoen aan de voorschriften van de fabrikant.OpmerkingVoor alle voorschriften, eisen en richtlijnen geldt dat aanvullingen of latere wijzigingen en/of toevoegingen op het moment van installeren van toepassing zijn.1.4 Onderhoud Een onderhoudsbeurt dient minimaal één maal per jaar zowel waterzijdig als gaszijdig te worden uitgevoerd. De frequentie van het onderhoud is afhankelijk van ondermeer de waterkwaliteit, het gemiddeld aantal branduren per dag en de ingestelde watertemperatuur.OpmerkingOm de juiste onderhoudsfrequentie te bepalen, wordt aanbevolen de service- en onderhoudsmonteur het toestel drie maanden na installatie water- en gaszijdig te laten controleren.

Aan de hand van deze controle kan de onderhoudsfrequentie worden vastgesteld.OpmerkingRegelmatig onderhoud verlengt de levensduur van het toestel.Zowel de eindgebruiker als de service- en onderhoudsmonteur zijn verantwoordelijk voor regelmatig onderhoud. Zij dienen hier duidelijke afspraken over te maken.OpmerkingIndien het toestel niet regelmatig onderhouden wordt, vervalt het recht op garantie.1.5 Notatiewijzen In deze handleiding wordt gebruik gemaakt van de volgende notatiewijzen:OpmerkingOpgelet belangrijke mededeling.Let opHet negeren van deze tekst kan leiden tot beschadiging van het toestel.WaarschuwingHet negeren van deze tekst kan leiden tot ernstige beschadiging van het toestel en tot gevaarlijke persoonlijke situaties.

Instructiehandleiding BFM 9gis1.6 Doelgroepen De drie doelgroepen voor deze handleiding zijn:• (eind)gebruikers;• installateurs;• service- en onderhoudsmonteurs.Op iedere pagina wordt met symbolen aangegeven voor welke doelgroep de informatie bedoeld is. Zie de tabel.Symbolen per doelgroep1.7 Overzicht van dit documentDe tabel geeft een overzicht van de inhoud van dit document.Inhoud van dit documentSymbool Doelgroep(Eind)gebruikerInstallateurService- en onderhoudsmonteurHoofdstuk Doelgroepen OmschrijvingWerking van het toestel Dit hoofdstuk beschrijft de werking van het toestel.Installatie Dit hoofdstuk beschrijft de uit te voeren installatiehandelingen alvorens u het toestel definitief in bedrijf kunt stellen.

Vullen Dit hoofdstuk beschrijft het vullen van het toestel.Aftappen Dit hoofdstuk beschrijft het aftappen van het toestel.Het bedieningspaneel Dit hoofdstuk beschrijft de algemene bediening van het toestel en geeft uitleg over het bedieningspaneel.Status van het toestel Dit hoofdstuk beschrijft in welke status (toestand) u het toestel kunt aantreffen, en wat de eventuele daaropvolgende actie is.In bedrijf nemen Dit hoofdstuk beschrijft hoe u het toestel in bedrijf neemt. Verder wordt hier de algemene opwarmcyclus van het toestel beschreven.Uit bedrijf nemen Dit hoofdstuk beschrijft hoe u het toestel voor kortere of langere tijd uit bedrijf neemt.Storingen Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk bedoeld voor de installateur en service- en onderhoudsmonteur. Het beschrijft de storingen van het toestel. In een tabel worden de mogelijke kenmerken, oorzaken en oplossingen gegeven.

Echter ook een eindgebruiker kan hier aanvullende informatie vinden m.b.t. het toestel.Onderhoud uitvoeren Dit hoofdstuk beschrijft het te plegen onderhoud.Garantie (certificaat) Dit hoofdstuk geeft de garantievoorwaarden.

Werking van het toestel12 Instructiehandleiding BFM2gis2.2 Algemene werking van het toestelDe figuur geeft een dwarsdoorsnede van het toestel weer.Dwarsdoorsnede van het toestelLegendaNiet vermelde nummers zijn niet van toepassing. 2. warmwateruitlaat5. drukschakelaar 8. branderkamer9. anode10. tank11. warmtewisselaar12. inspectie- en reinigingsopening14. koudwaterinlaat15. aftapkraan16. gasblok18. ventilator21. ionisatiepen22. rookgasafvoerpijp24. isolatielaag36. staafbranders/branderbed38. veiligheidsthermostaatsensor39. maximaalthermostaatsensor40. branderautomaat41. regelthermostaat42. maximaalthermostaat43. veiligheidsthermostaat44. vorstthermostaat45. regelthermostaatsensor46. vorstthermostaatsensor47. luchttoevoer49. luchtrestrictor50 branderkamer metluchtverdeelplaat51. waakvlambrander52. vonkontstekerIMD-0240 R22222474718489111024491214158503624154239433844404645215152161618

Instructiehandleiding BFM 13gisBij dit toestel wordt het koude water, onderaan de tank, ingevoerd bij de koudwaterinlaat (14). Door de branderkamer (50) en warmtewisselaar (11) wordt de verbrandingswarmte overgedragen aan het water. Het opgewarmde tapwater verlaat de tank bij de warmwateruitlaat (2). Als het toestel volledig met water gevuld is, staat het voortdurend onder waterleidingdruk. Bij het aftappen van warm water uit het toestel wordt er direct weer koud water toegevoegd. De lucht die nodig is voor de verbranding wordt door de ventilator geforceerd in de branderkamer gebracht. Het gas dat nodig is voor de verbranding stroomt via het gasblok (16) in het verdeelstuk (manifold). Het gasblok voor de BFM 120 is afwijkend (zie kader). In de manifold bevinden zich inspuiters. Het gas spuit via deze inspuiters in de staafbranders (36). De staafbranders vormen tezamen het branderbed.

Bij de inspuiting van het gas in de staafbranders wordt ook de primaire lucht uit de branderkamer aangezogen die nodig is voor de verbranding. Door de nauwe opening van de inspuiter wordt de gasstroom versneld. Hierdoor ontstaat een onderdruk. Door de zuigende werking van deze onderdruk wordt de lucht mee aangezogen (Venturi werking). De ontsteking van het gas/luchtmengsel vindt in twee stappen plaats. Eerst wordt met een vonkontsteker de waakvlam ontstoken. Vervolgens zorgt deze waakvlam voor de volledige ontsteking. De bij deze verbranding vrijkomende rookgassen worden door de warmtewisselaar geleid. De warmtewisselaar is opgebouwd uit vlampijpen met daarin wervelstrips. Deze vertragen het transport van de rookgassen waardoor een beter rendement verkregen wordt. De rookgassen verlaten het toestel via de topbox (46). De topbox voor de BFM 100 en 120 is afwijkend (zie kader).

Onder het branderbed is een luchtverdeelplaat (50) gemonteerd die tevens dienst doet als stralingsschild. Bij condensvorming zal het condenswater via de luchtverdeelplaat afgevoerd worden naar de sifon.

De PU-isolatielaag (24 voorkomt warmteverlies. Voor corrosiebescherming is de binnenzijde van de tank geëmailleerd. De anodes (9) geven extra bescherming. 2. 3 Opwarmcyclus van het toestel Het gehele toestel wordt bestuurd door de branderautomaat (40) en de regelthermostaat (41) of vorstthermostaat (44). De regelthermostaat en vorstthermostaat meten beide, onafhankelijk, de watertemperatuur (Twater). De opwarmcyclus van het toestel wordt actief op het moment dat Twater beneden de drempelwaarde (Tset) komt. De waarde van Tset is afhankelijk van de gekozen toestand van het toestel (8. 2 "Bedrijfstoestanden"). Staat het toestel in de ’OFF-mode’ (vorstbeveiliging) dan wordt deze waarde bepaald door de vorstthermostaat (drempelwaarde = 20°C). Staat het toestel in de ’ONmode’ dan is de drempelwaarde via de regelthermostaat instelbaar (±40°C -±70°C).

Op het moment dat Twater beneden Tset komt sluit de desbetreffende thermostaat (regel- of vorst) en constateert de branderautomaat een warmtevraag. Het gasblok wordt geopend en het gas vermengt zich met lucht. Dit mengsel wordt ontstoken met de vonkontsteker, en het water wordt verwarmd. Zodra Twater boven Tset komt, gaat de thermostaat weer open. De warmtevraag wordt opgeheven en de branderautomaat stopt de opwarmcyclus. Zowel bij het sluiten als het openen hebben de thermostaten een bepaalde marge. Deze marge noemen we hysterese. De hysterese is niet instelbaar.

Werking van het toestel14 Instructiehandleiding BFM2gis2.4 Beveiliging van het toestel2.4.1 InleidingDe branderautomaat bewaakt de watertemperatuur m.b.v. thermostaten en zorgt voor een veilige verbranding. Dit gebeurt door:• de Beveiliging watertemperatuur;• de Ionisatiepen;• de Drukschakelaar.2.4.2 Beveiliging watertemperatuurDe branderautomaat bewaakt m.b.v. de vorst-, maximaal-, en de veiligheidsthermostaat drie temperaturen die betrekking hebben op de veiligheid. De tabel verklaart de werking van de thermostaten met sensoren.Temperatuurbeveiliging2.4.3 IonisatiepenOm ervoor te zorgen dat er geen gas stroomt als er geen verbranding is, is een ionisatiepen (21) aangebracht. De branderautomaat gebruikt deze pen voor vlamdetectie d.m.v. ionisatiemeting.

De branderautomaat sluit de gasklep zodra deze vaststelt dat er wel gas vloeit maar geen vlam is.Beveiliging OmschrijvingVorstthermostaat Als de vorstthermostaatsensor (46) een temperatuur meet van 20°C of lager start de opwarmcyclus (2.3 "Opwarmcyclus van het toestel").Maximaalthermostaat Als de maximaalthermostaatsensor (39) een temperatuur meet die hoger is dan 84°C, opent de maximaalthermostaat. De warmtevraag wordt beëindigd en de branderautomaat stopt de opwarmcyclus totdat de maximaal-thermostaat weer sluit. Op dat moment reset de branderautomaat het toestel en start de opwarmcyclus weer. De maximaalbeveiliging dient om oververhitting en/of overmatige kalkvorming in het toestel te voorkomen.Veiligheidsthermostaat Als de veiligheidsthermostaatsensor (38) een temperatuur meet die hoger is dan 93°C opent de veiligheidsthermostaat.

De warmtevraag wordt beëindigd en de branderautomaat stopt direct de opwarmcyclus. Er treedt een vergrendelende storing van de branderautomaat op. Deze moet handmatig gereset worden alvorens het toestel weer in bedrijf genomen kan worden.

Instructiehandleiding BFM 15gis2. 4. 4 DrukschakelaarDe drukschakelaar waarborgt de afvoer van de rookgassen en de luchttoevoer tijdens het voorspoelen en in bedrijf zijn van het toestel. De drukschakelaar staat standaard open. Bij voldoende drukverschil sluit de drukschakelaar. Treedt er echter een verstoring op dan gaat de drukschakelaar weer open en wordt de opwarmcyclus onderbroken. De tabel geeft schakelpunten per toestel. OpmerkingHet schakelpunt van de drukschakelaar kan niet worden bijgesteld. Schakelpunten van drukschakelaar2. 5 Veiligheid van de installatie Naast de standaard beveiliging van het toestel (2. 4 "Beveiliging van het toestel") moet de installatie verder beveiligd worden met een inlaatcombinatie en reduceerventiel. Optioneel kan een T&P-ventiel worden toegepast. 2. 5.

1 Inlaatcombinatie en reduceerventielEen te hoge druk in de tank kan de geëmailleerde laag (in het toestel) of de tank beschadigen. Een inlaatcombinatie en drukreduceerventiel voorkomen dit. De inlaatcombinatie functioneert als afsluiter, terugslagklep en overstortventiel. Indien de waterleidingdruk te hoog is (> 8 bar) moet een drukreduceerventiel worden toegepast. Beide onderdelen dienen in de koudwaterleiding (3. 6. 1 "Koudwaterzijdig") gemonteerd te worden. 2. 5. 2 T&P-ventielEen T&P-ventiel (Temperature and Pressure Relief Valve = Temperatuur- en drukreduceerventiel) bewaakt de druk in de tank en watertemperatuur bovenin de tank. Indien de druk in de tank te hoog wordt (> 10 bar) of de watertemperatuur te hoog (> 97°C) zal het ventiel openen. Het hete water kan nu uit de tank stromen. Omdat het toestel onder waterleidingdruk staat, zal automatisch koud water de tank in stromen.

Het ventiel blijft open totdat de onveilige situatie is opgeheven. Het toestel heeft standaard een aansluitpunt voor een T&P-ventiel (3. 6. 3 "Warmwaterzijdig").

Instructiehandleiding BFM 17is3 InstallatieWaarschuwingDe installatie dient te geschieden overeenkomstig de algemeen en plaatselijk geldende voorschriften van gas-, waterleidings-, elektriciteitsbedrijven en brandweer, door een erkend installateur.Het toestel mag alleen in een ruimte geïnstalleerd worden indien die ruimte voldoet aan de vereiste landelijke en plaatselijke ventilatievoorschriften (1.3 "Voorschriften").3.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de uit te voeren installatiehandelingen alvorens u het toestel definitief in bedrijf kunt stellen (9 "In bedrijf nemen"), te weten:•Verpakking;• ;Omgevingscondities•Technische specificaties;•Wateraansluitingen; • ;Gasaansluiting• ;Luchttoevoer en rookgasafvoer• ;Elektrische aansluiting•Voordruk en branderdruk controleren.

Voor een eventuele ombouw naar een andere gascategorie, zie ombouwen (4 "Ombouw naar een andere gascategorie").3.2 Verpakking Verwijder de verpakking voorzichtig, zo voorkomt u beschadiging van het toestel.U kunt het toestel het best uitpakken als het op of nabij zijn definitieve plaats staat.Let opHet toestel mag alleen rechtop verplaatst worden. Pas op dat het toestel na het uitpakken niet beschadigd raakt.3.3 Omgevingscondities Het toestel heeft een gesloten verbranding en is voor de benodigde luchttoevoer onafhankelijk van de opstellingsruimte. Er gelden daardoor geen aanvullende ventilatievoorschriften.De mogelijke toesteltypes zijn C13 en C33.3.3.1 Luchtvochtigheid en omgevingstemperatuurDe opstellingsruimte moet vorstvrij zijn, of tegen vorst beveiligd zijn.

Installatie18 Instructiehandleiding BFM3is3.3.2 Maximale vloerbelastingHoud in verband met het gewicht van het toestel rekening met de maximale vloerbelasting, zie de tabel.3.3.3 WatersamenstellingHet toestel is bedoeld om drinkwater op te warmen. Het drinkwater moet voldoen aan de regelgeving voor drinkwater voor menselijke consumptie.

In de tabel ziet u een overzicht van de specificaties.Specificaties waterOpmerkingAls van de in de tabel opgegeven specificaties wordt afgeweken, dan kan de bescherming van de tank niet worden gegarandeerd (13 "Garantie (certificaat)").3.3.4 WerkruimteIn verband met de bereikbaarheid van het toestel wordt aanbevolen de volgende afstanden in acht te nemen (zie de figuur):• AA: bij de bedieningszuil en de reinigingsopening van het toestel: 100 cm.• BB: rondom het toestel: 50 cm.• Bovenzijde van het toestel (ruimte voor het vervangen van de anodes):- 100 cm bij gebruik van vaste anodes, of- 50 cm bij gebruik van flexibele anodes.Indien de ruimte kleiner is dan 100 cm, dan kunt u flexibele magnesium anodes bestellen.OpmerkingLet er bij het installeren op of het toestel, bij eventuele lekkage van de tank en/of aansluitingen, schade kan toebrengen aan de directe omgeving of lager gelegen verdiepingen.

Indien dit het geval is dient het toestel bij een vloerafvoer of in een passende metalen lekbak geïnstalleerd te worden.Een lekbak moet een deugdelijke afvoer hebben en minstens 5 cm diep zijn met een lengte en breedte van minimaal 5 cm groter dan de diameter van het toestel.Gewicht van het toestel gevuld met waterBFM 30 BFM 50 BFM 80 BFM 100 BFM 120539 kg 543 kg 548 kg 573 kg 573 kgWatersamenstellingHardheid(aardalkali-ionen)> 1,00 mmol/l:• Duitse hardheid > 5,6° dH• Franse hardheid > 10,0° fH• Britse hardheid > 7,0° eHGeleidbaarheid > 125 µS/cmZuurgraad (pH-waarde) 7,0 < pH-waarde < 9,5

Instructiehandleiding BFM 23is3.5 Aansluitschema De figuur geeft het aansluitschema weer. Dit schema wordt gebruikt in de paragrafen waarin het eigenlijke aansluiten wordt beschreven.Aansluitschema3.6 Wateraansluitingen WaarschuwingDe installatie dient te geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen en plaatselijke geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").3.6.1 KoudwaterzijdigZie (A) in het aansluitschema (3.5 "Aansluitschema").1. De maximale werkdruk van het toestel bedraagt 8 bar. Indien de waterleidingdruk meer dan 8 bar is, plaats dan een goedgekeurd reduceerventiel (1).2. Plaats koudwaterzijdig een goedgekeurde inlaatcombinatie (2) overeenkomstig de geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").3. Sluit de overstortzijde van de inlaatcombinatie (2) aan op een open waterafvoerleiding.LegendaNiet vermelde nummers zijn niet van toepassing.1.

Installatie24 Instructiehandleiding BFM3isLet opEen inlaatcombinatie is verplicht. Monteer deze zo dicht mogelijk bij het toestel.WaarschuwingTussen inlaatcombinatie en het toestel mag nooit een afsluiter of terugslagklep geplaatst worden.3.6.2 ShuntleidingU kunt een shuntpomp aansluiten om gelaagdheid van het water in de boiler te voorkomen.1. Optioneel: monteer afhankelijk van het tappatroon een shuntleiding (Ø 22 mm), een afsluiter (11) en een shuntpomp (7).2. Monteer een terugslagklep (5).3. Monteer een afsluiter (11).3.6.3 WarmwaterzijdigZie (B) in het aansluitschema (3.5 "Aansluitschema").OpmerkingIsolatie van lange warmwaterleidingen voorkomt onnodig energieverlies.1. Optioneel: monteer een temperatuurmeter (12) ter controle van de temperatuur van het tapwater.2. Monteer een afsluiter (11) in de warmwateruitgangleiding ten behoeve van servicedoeleinden.3.6.4 Aftapkraan1.

Instructiehandleiding BFM 25is3.6.5 CirculatieleidingZie (C) in het aansluitschema (3.5 "Aansluitschema"). Indien men direct warm water ter beschikking wil hebben bij tappunten kan een circulatiepomp geïnstalleerd worden. Dit verhoogt het comfort en voorkomt waterverspilling.1. Monteer een circulatiepomp (6) met een capaciteit overeenkomend met de grootte en weerstand van het circulatiesysteem.2. Monteer een terugslagklep (5) na de circulatiepomp om de circulatierichting te garanderen.3. Monteer voor servicedoeleinden twee afsluiters (4).4.

Sluit de circulatieleiding aan op het T-stuk bij de aftapkraan (9) volgens de aftapkraan figuur (3.6.4 "Aftapkraan").3.7 Gasaansluiting WaarschuwingDe installatie dient te geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen en plaatselijke geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").Let opZorg ervoor dat de diameter en de lengte van de gastoevoerleiding zo gedimensioneerd zijn dat er voldoende capaciteit geleverd kan worden voor het toestel.Zie (D) in het aansluitschema (3.5 "Aansluitschema").1. Monteer een gaskraan (10) in de gastoevoerleiding.2. Blaas voor gebruik de gasleiding schoon.3. Sluit de gaskraan.4. Monteer de gastoevoerleiding op het gasblok.WaarschuwingControleer na montage op lekkages.

Indien uitleg gewenst kunt u contact opnemen met leverancier of fabrikant.OpmerkingWij schrijven het gebruik voor van een voor het toestel goedkeurde concentrische dak of muurdoorvoer.U dient te voldoen aan de volgende eisen:• De maximaal toegestane schoorsteenlengte (A+B+C) bedraagt 7 meter.• Het maximaal toegestane aantal 45° of 90° bochten is 2.• Indien u een horizontale pijp toepast, plaats deze dan onder een afschot van minimaal 5 mm per meter pijp naar het toestel!• Zorg ervoor dat de rookgasafvoer in een uitmondingsgebied geplaatst wordt waarin dit toegestaan is voor het desbetreffende toesteltype.

Instructiehandleiding BFM 29is3.8.7 Montage rookgasmateriaal BFM 100, 120Het luchttoevoerkanaal (1) en rookgasafvoerkanaal (2) het voor de BFM 100 en 120 komen separaat uit de topbox. Ze dienen via een broekstuk op de concentrische muurdoorvoer of dakdoorvoer aangesloten te worden.Parallelle aansluiting BFM 100, 120A.O. Smith schrijft het gebruik voor van een voor het toestel goedgekeurde concentrische dak- of muurdoorvoer.

Gebruik van een verkeerde dak- of muurdoorvoer kan resulteren in een storing.Verder dient u te voldoen aan de volgende eisen:• De maximaal toegestane schoorsteenlengte (A+B+C) bedraagt 7 meter.• Het maximaal toegestane aantal 45° of 90° bochten is 2.• Indien u een horizontale pijp toepast, plaats deze dan onder een afschot van minimaal 5 mm per meter pijp naar het toestel!• Het broekstuk om de luchttoevoer en rookgasafvoer van parallel naar concentrisch te laten verlopen dient direct voor de muur- of dakdoorvoer geplaatst te worden.• De schoorsteenlengte van de luchttoevoer moet ongeveer gelijk zijn aan de rookgasafvoer.• Zorg ervoor dat de rookgasafvoer in een uitmondingsgebied geplaatst wordt waarin dit toegestaan is voor het desbetreffende toesteltype.Zie de figuren Muurdoorvoer (3.8.8 "Concentrische muurdoorvoer BFM100, 120") en Dakdoorvoer (3.8.10 "Concentrische dakdoorvoer BFM 100, 120") voor een voorbeeldopstelling.Legenda1.

Installatie32 Instructiehandleiding BFM3is3.9 Elektrische aansluitingWaarschuwingDe installatie dient te geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen en plaatselijke geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").In deze paragraaf worden de elektrische aansluitingen beschreven.De figuur geeft een aanzicht van het elektrisch aansluitblok weer, de tabel de bijbehorende aansluitingen.AansluitblokAls voorbereiding dient u eerst de twee kappen en de beschermkap van het elektriciteitsgedeelte te verwijderen.1. Draai de schroeven van de kappen los.2. Verwijder voorzichtig de kappen van het toestel.Het elektriciteitsgedeelte is nu zichtbaar.3.

Draai de 2 schroeven (A) van het elektriciteitsgedeelte los en verwijder de beschermkap (B) van het elektriciteitsgedeelte.Het aansluitblok (C) wordt nu zichtbaar.OpmerkingRaadpleeg de tabel voor de aansluitingen 1 t/m 10.Raadpleeg het elektrisch schema (14 "Elektrisch schema") voor het aansluiten van elektrische componenten.Elektrisch aansluitblokLegendaA. schroevenB. beschermkapC. aansluitblokABC110IMD-0243 R1Netspanning Ventilator Alarm UitN L1 N L S1 S2 S3 S41 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Instructiehandleiding BFM 33is3.9.1 Netspanning aansluitenHet toestel wordt geleverd zonder voedingskabel en hoofdschakelaar.OpmerkingOm het toestel van spanning te voorzien dient het toestel m.b.v. een permanente elektrische verbinding op netspanning aangesloten te worden. Tussen deze vaste verbinding en het toestel moet een dubbelpolige hoofdschakelaar met een contactopening van tenminste 3 mm geplaatst worden. De voedingskabel moet aders van minimaal 3 x 1,0 mm2 bevatten.Waarschuwing Laat het toestel spanningsloos totdat u aan het in bedrijf stellen toe bent.1. Leid de voedingskabel door de metrische trekontlaster aan de bovenzijde van de bedieningszuil.2. Sluit aarde ( ), fase (L1) en nul (N) van de voedingskabel aan op punten 1 t/m 3 in in het aansluitblok volgens de tabel.3. Draai de trekontlaster aan zodat de kabel klem zit.4.

Indien u niet meer behoeft aan te sluiten, monteer dan de beschermkap van de bedieningszuil.5. Sluit de voedingskabel aan op de hoofdschakelaar.WaarschuwingLaat het toestel spanningsloos totdat u aan in bedrijf stellen toe bent.3.10 Voordruk en branderdruk controlerenOpmerkingAlvorens u het toestel in bedrijf neemt en/of de voordruk en branderdruk gaat controleren dient u het toestel te vullen (5 "Vullen").Let opBij de eerste keer in bedrijf nemen en na het ombouwen, is het verplicht om de voordruk en branderdruk te controleren.OpmerkingHet controleren van de gasdrukken gaat het eenvoudigst met twee manometers.

In de procedure gaan we ervan uit dat u over twee van deze meters beschikt.Indien het toestel op een andere gascategorie moet gaan functioneren dan de standaard ingestelde gascategorie (zie typeplaatje) dan dient u het toestel eerst om te bouwen (4 "Ombouw naar een andere gascategorie").

Instructiehandleiding BFM 35isOm de voordruk en branderdruk te controleren handelt u als volgt:1. Maak het toestel spanningsloos (10. 3 "Toestel spanningsloos maken"). 2. Op het gasblok zitten twee meetnippels. Voor het controleren van de voordruk wordt meetnippel (6) gebruikt. De andere meetnippel op het gasblok wordt niet gebruikt. Voor het meten van de branderdruk wordt de manifoldmeetnippel (8) gebruikt. In de meetnippels bevinden zich afdichtschroefjes. Draai beide afdichtschroefjes enkele slagen los. Draai ze niet helemaal los; het is lastig om deze dan weer vast te schroeven. 3. Sluit een manometer aan op de manifoldmeetnippel (8). 4. Open de gastoevoer en ontlucht het gasleidingnet via meetnippel (6). 5. Sluit een manometer aan op manifoldmeetnippel (6) zodra er gas uit deze nippel komt. 6. Schakel spanning op het toestel met de hoofdschakelaar van het toestel. 7.

Zet de regelthermostaat op de hoogste stand en neem het toestel in bedrijf door de Aan/Uit-schakelaar op stand I te zetten. 8. De opwarmcyclus begint en het branderbed zal na enige tijd ontsteken. 9. Nadat het branderbed ontstoken is moet u circa 1 minuut wachten voordat u de dynamische drukken afleest. 10. Lees met de manometer de voordruk af van meetnippel (6). Raadpleeg de tabel met gasgevens (3. 4. 3 "Gasgegevens"). Opmerking Raadpleeg de beheerder van het gasnet indien de voordruk niet juist is. 11. Lees met de manometer de branderdruk af van meetnippel (8). Raadpleeg de tabel met gasgevens (3. 4. 3 "Gasgegevens"). Opmerking Indien de branderdruk niet juist is en het toestel is uitgerust met een vlakke plaat of hoog-laagregeling, dan kunt u de druk niet bijregelen. Raadpleeg in dit geval uw installateur of uw leverancier.

Als het toestel wel is uitgerust met een branderdrukregeling, dan kunt u de druk bijregelen. 12. BFM 30, 50, 80, 10013. Verwijder het dopje (2) van de branderdrukregeling. 14.

Corrigeer de branderdruk door, afhankelijk van de afwijking, de stelschroef (3) te draaien:- Stelschroef linksom: branderdruk neemt af. - Stelschroef rechtsom: branderdruk neemt toe. 15. BFM 12016. Verwijder het dopje (2) van de branderdrukregeling. 17. Corrigeer de branderdruk door, afhankelijk van de afwijking, de stelschroef (3) (PG) met de meegeleverde imbussleutel te draaien:- Stelschroef linksom: branderdruk neemt af. - Stelschroef rechtsom: branderdruk neemt toe. Waarschuwing Met Stelschroef (Ps) wordt de startdruk geregeld. Deze hoeft en mag nooit worden gewijzigd. 18. Controleer de branderdruk met de opgegeven waarde uit de tabel met gasgevens (3. 4. 3 "Gasgegevens").

Installatie36 Instructiehandleiding BFM3is19. Indien de ingestelde druk niet juist is de branderdruk afregeling herhalen tot juiste druk bereikt is.20. Neem het toestel buiten bedrijf door de 0/1-schakelaar op stand 0 te zetten.21. Sluit de gastoevoer.22. Ontkoppel beide manometers en draai de afdichtschroefjes in de meetnippels dicht.OpmerkingNeem voor het in bedrijf nemen even de tijd om de meegeleverde garantiekaart in te vullen. Zo stelt u ons in staat om de kwaliteit van onze systemen te waarborgen, en onze garantieprocedure te perfectioneren.Retourneer deze kaart zo snel mogelijk. Uw klant ontvangt dan een garantiecertificaat met onze garantievoorwaarden

Instructiehandleiding BFM 37is4 Ombouw naar een andere gascategorieLet opDe ombouw mag alleen door een erkend installateur uitgevoerd worden.Indien het toestel moet gaan functioneren op een andere gasfamilie (LP-gas of aardgas) of op een andere gascategorie anders dan de gascategorie waar het toestel standaard op afgesteld is, dient het toestel met een speciale ombouwset aangepast te worden.Let opNa ombouwen dient u de voordruk en branderdruk te controleren.4.1 Ombouwen 1. Maak het toestel spanningsloos (10.3 "Toestel spanningsloos maken").2. Sluit de gastoevoer.3. Vergelijk met behulp van de gastabel (3.4.3 "Gasgegevens") of de waakvlaminspuiter van de in te stellen gascategorie afwijkt van de huidige. Zo ja, vervang deze dan (4.2 "Inspuiters vervangen").OpmerkingDe huidige gascategorie kunt u aflezen van het typeplaatje.4.

Vergelijk met behulp van de gastabel (3.4.3 "Gasgegevens") of de hoofdinspuiter van de in te stellen gascategorie afwijkt van de huidige. Zo ja, vervang deze dan (4.2 "Inspuiters vervangen").5. Vergelijk met behulp van de gastabel (3.4.3 "Gasgegevens") of voor de in te stellen gascategorie het gebruik van een vlakke plaat of branderdrukregeling benodigd is.Als dit anders is dan voor de huidige gascategorie, verwissel deze dan (4.3 "Branderdrukregeling of vlakke plaat vervangen BFM30-50-80-100").6. Vergelijk met behulp van de gastabel (3.4.3 "Gasgegevens") of de voordruk en branderdruk van de in te stellen gascategorie overeenkomt met de huidige en pas deze zonodig aan. (3.10 "Voordruk en branderdruk controleren")

Ombouw naar een andere gascategorie38 Instructiehandleiding BFM4is4.2 Inspuiters vervangenGasblok gedemonteerd1. Demonteer de beschermkap van de bedieningszuil:draai de 4 schroeven los en verwijder de beschermkap door deze omhoog te tillen. Het elektriciteitsgedeelte wordt nu zichtbaar.2. Demonteer de trekontlaster (1) en neem de draden van de vonkelektrode (2 = rood) en van de ionisatiepen (3 = zwart) los van de branderautomaat (4).3. Schroef de connector(en) (5) van het gasblok (6) los.4. Demonteer de gaskoppeling (7) voor het gasblok.5. Verwijder de tien schroeven, waarmee het branderbed (8) is bevestigd.6. Trek het branderbed uit het toestel.Opmerking Bij het uitwisselen van de waakvlaminspuiter en/of inspuiters: Leg het branderbed op zijn zij en benader het van de onderzijde.7. Als volgens de gastabel (3.4.3 "Gasgegevens") de waakvlaminspuiter moet worden vervangen:a.

Neem de vonkelektrode (1) los uit de klembeugel. Maak op deze manier ruimte voor het demonteren van de waakvlaminspuiter.b. Draai de ionisatiepen (2) los uit de houder om ruimte te maken.c. Demonteer de houder van de waakvlaminspuiter (3)d. Vervang de waakvlaminspuiter (4) door de waakvlaminspuiter met de juiste diameter uit de ombouwset.e. Controleer de waakvlaminspuiter. De inspuitdiameter is met een slagcijfers op de inspuiter aangegeven.f. Monteer de houder, de ionisatiepen en de vonkelektrode.1. trekontlaster2. kabel vonkelektrode3. kabel ionisatiepen4. branderautomaat5. connector(en) van het gasblok6. gasblok7. gaskoppeling8. branderbed124567558673IMD-0254 R1

Instructiehandleiding BFM 39is8. Als volgens de gastabel (3.4.3 "Gasgegevens") de hoofdinspuiters van de branders moeten worden vervangen:a. Demonteer de hoofdinspuiters (5)b. Monteer de hoofdinspuiter uit de ombouwset. Controleer de benodigde inspuitdiameter met behulp van de gastabel (3.4.3 "Gasgegevens"). De diameter is met slagcijfers op de inspuiter aangegeven.9. Indien nodig vervang de vlakke plaat of branderdrukregeling10. Plaats het branderbed terug en monteer de schroeven.11. Monteer de gaskoppeling voor het gasblok en schroef de connector(en) van het gasblok vast.12. Sluit de draden van de vonkelektrode en van de ionisatiepen aan op de branderautomaat en monteer ze in de trekontlaster.13. Sluit het gas aan.14.

Monteer de beschermkap.Opmerking Raadpleeg het elektrisch schema (14 "Elektrisch schema") voor het aansluiten van de elektrische componenten4.3 Branderdrukregeling of vlakke plaat vervangen BFM30-50-80-100Bepaal volgens gastabel of het gasblok moet worden voorzien van een branderdrukregeling of vlakke afdichtplaat. Indien nodig, vervang deze:1. Voer stap 7 tot en met 9 uit van inspuiters vervangen (4.2 "Inspuiters vervangen").2. Demonteer de branderdrukregeling of vlakke plaat van het toestel.3. Monteer de branderdrukregeling of vlakke plaat uit de ombouwset.4. Voer stap 10 tot en met 14 uit van inspuiters vervangen (4.2 "Inspuiters vervangen").OpmerkingWanneer u klaar bent met het vervangen van de componenten moet u de voordruk en branderdruk controleren en aanpassen aan de in te stellen gascategorie (3.10 "Voordruk en branderdruk controleren").

Instructiehandleiding BFM 41gis5 VullenAansluitschemaOm het toestel te vullen gaat u als volgt te werk:1. Open de afsluiter (11) in de warmwaterleiding, en indien aanwezig de afsluiters (4) van de circulatiepomp (6).2. Sluit aftapkraan (9).3. Open het dichtstbijzijnde tappunt (14).4. Open de toevoerkraan van de inlaatcombinatie (2) zodat koud water het toestel instroomt.5. Vul het toestel volledig. Als uit het dichtstbijzijnde tappunt een volle straal water komt, is het toestel vol.6. Ontlucht de gehele installatie, bijvoorbeeld door alle tappunten te openen.7. Het toestel staat nu onder waterleidingdruk. Er mag nu geen water uit het overstortventiel van de inlaatcombinatie en indien toegepast uit het T&P-ventiel (3) komen.

Is dit toch het geval dan kan het zijn dat:- De waterleiding druk groter is dan de voorgeschreven 8 bar.Plaats alsnog een drukreduceerventiel (1).- Het overstortventiel van de inlaatcombinatie defect is, of onjuist is gemonteerd.LegendaNiet vermelde nummers zijn niet van toepassing. 1. drukreduceerventiel (verplicht indien de waterleidingdruk groter is dan 8 bar)2. inlaatcombinatie (verplicht)3. T&P-Ventiel (optioneel)4. afsluiter (aanbevolen)5. terugslagklep (verplicht)6. circulatiepomp (optioneel)7. shuntpomp (optioneel)9. aftapkraan 10. gaskraan (verplicht)11. service afsluiter (aanbevolen) 13. condensafvoer 14. tappunten A. koudwatertoevoerB. warmwaterafvoerC. circulatieleidingD. gastoevoerACB1213D94141414654475412431011IMD-0058 R3

Instructiehandleiding BFM 43gis6 AftappenAansluitschemaVoor sommige handelingen is het nodig het toestel af te tappen. De procedure is als volgt:1. Neem het toestel buiten bedrijf door de Aan/Uit-schakelaar op het bedieningspaneel in de stand 0 te zetten.2. Maak het toestel spanningsloos door de hoofdschakelaar tussen het toestel en het elektriciteitsnet op stand 0 te zetten.3. Sluit de gastoevoer (10).4. Sluit de afsluiter (11) in de warmwaterleiding.5. Sluit de toevoerkraan in de koudwatertoevoerleiding (A).6. Open de aftapkraan (9).7. Belucht het toestel (of installatie) zodat het helemaal kan leeglopen.LegendaNiet vermelde nummers zijn niet van toepassing. 1. drukreduceerventiel (verplicht indien de waterleidingdruk groter is dan 8 bar)2. inlaatcombinatie (verplicht)3. T&P-Ventiel (optioneel)4. afsluiter (aanbevolen)5. terugslagklep (verplicht)6. circulatiepomp (optioneel)7.

Instructiehandleiding BFM 45gis7 Het bedieningspaneel7.1 InleidingIn dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde:• ;Bedieningspaneel• ;Betekenis van de icoontjes•AAN/UIT-schakelaar;• ;Regelthermostaat• .Resetknop branderautomaat7.2 BedieningspaneelHet bedieningspaneel bestaat uit:• een AAN/UIT-schakelaar met signaleringslamp;• een resetknop met signaleringslamp;• een regelthermostaat met draaiknop;• twee signaleringslampen.7.3 Betekenis van de icoontjesDe tabel geeft de betekenis van de icoontjes weer.Icoontjes en hun betekenis7.4 AAN/UIT-schakelaarMet de AAN/UIT-schakelaar zet u het toestel in de ON-mode of OFF-mode. In de OFF-mode blijft het toestel echter wel onder spanning staan.

Hierdoor blijft de vorstbeveiliging actief.OpmerkingOm het toestel spanningsloos te maken dient u de hoofdschakelaar tussen het toestel en het elektriciteitsnet te gebruiken.7.5 RegelthermostaatMet de draaiknop van de regelthermostaat stelt u de gewenste watertemperatuur in tussen ± 40°C en ± 70°C. De draaiknop is traploos en heeft een verdeling van 1 t/m 4. De tabel geeft een overzicht van standen en temperaturen.Temperatuurinstellingen7.6 Resetknop branderautomaatEen storing kan leiden tot een vergrendeling van de branderautomaat. In dit geval brandt het rode lampje in de resetknop.

Nadat de oorzaak van de storing is weggenomen kunt u het toestel resetten met de resetknop.Opmerking Neem voordat u reset altijd eerst de oorzaak van de storing weg.Aan de hand van de toestelstatus (8 "Status van het toestel") kunt u diverse storingen (11 "Storingen") herkennen.Naam BetekenisAAN/UIT SchakelaarON-mode / OFF-modeResetknop met storingsindicatieResetten branderautomaatTemp atuurer -regelingInstellen watertemperatuur (Tset)Stand Temperatuur1 circa 40°C2 circa 50°C3 circa 60°C4 circa 70°C

Instructiehandleiding BFM 47gis8 Status van het toestel8. 1 InleidingIn dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde:• ;Bedrijfstoestanden•Storingstoestanden;8. 2 BedrijfstoestandenIn werking heeft het toestel drie basis bedrijfstoestanden, te weten:•SPANNINGSLOOSIn deze toestand is het toestel uit en zijn alle onderdelen zonder spanning. De hoofdschakelaar (schakelaar tussen het toestel en het elektriciteitsnet) staat uit. Op het bedieningspaneel:- staat de AAN/UIT-schakelaar op stand 0;- is het groene lampje uit. •OFFIn deze toestand is de vorstbeveiliging actief. De hoofdschakelaar staat op stand I. Op het bedieningspaneel:- staat de AAN/UIT-schakelaar op stand 0;- brandt het groene lampje. •ONIn deze stand beantwoordt het toestel continu de warmtevraag.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met A.O. Smith BFM80 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden