A.O. Smith ADMR80 Handleiding


Bekijk gratis de handleiding van A.O. Smith ADMR80 (104 pagina’s), behorend tot de categorie Boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 30 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over A.O. Smith ADMR80 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/104
0305964
Innovationhasaname.
R
E
S
E
T
E
N
T
E
R
0
0
6
3
Installatie-,Gebruikers-en
Servicehandleiding
Atmosferische
industriëleboiler
ADMR-40/50/60/80/90/115/135
ADMR

Beoordeel deze handleiding

4.2/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: A.O. Smith
Categorie: Boiler
Model: ADMR80

Handleiding A.O. Smith ADMR80 – volledige tekst

Instructiehandleiding ADMR 3gisLees deze handleiding zorgvuldig WaarschuwingLees deze handleiding zorgvuldig voordat u het toestel in gebruik neemt. Het niet lezen van deze handleiding en het niet opvolgen van de instructies in deze handleiding kan leiden tot ongevallen en schade aan personen en het toestel. Copyright © 2008 A. O. Smith Water Products CompanyAlle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag worden gekopieerd, verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van A. O. Smith Water Products Company. A. O. Smith Water Products Company behoudt zich het recht voor de specificaties zoals vermeld in deze handleiding te wijzigen. Handelsmerken Alle in deze handleiding genoemde merknamen zijn geregistreerde handelsmerken van de desbetreffende leveranciers. Aansprakelijkheid A.

O. Smith Water Products Company is niet aansprakelijk voor claims van derden veroorzaakt door ondeskundig gebruik anders dan vermeld in deze handleiding en overeenkomstig de Algemene Voorwaarden gedeponeerd bij de Kamer van Koophandel. Zie verder de Algemene Voorwaarden. Deze kunt u kostenloos bij ons opvragen. Hoewel grote zorg is besteed aan het waarborgen van correcte en waar nodig, volledige beschrijving van de relevante onderdelen, kan het voorkomen dat de handleiding fouten en onduidelijkheden bevat. Mocht u toch fouten of onduidelijkheden in de handleiding ontdekken, dan vernemen wij dat graag van u. Het helpt ons de documentatie verder te verbeteren. Meer informatie Indien u opmerkingen of vragen heeft aangaande specifieke onderwerpen die betrekking hebben op het toestel, aarzelt u dan niet contact op te nemen met:A. O.

2 Algemene werking van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 132. 3 Opwarmcyclus van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 142. 4 Beveiliging van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 142. 5 Veiligheid van de installatie- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 153 Installatie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 173. 1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 173. 2 Verpakking - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 173. 3 Omgevingscondities - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 173. 4 Technische specificaties - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 203. 5 Aansluitschema - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 233. 6 Shuntleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 233.

10 Elektrische aansluiting - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 293. 11 Voordruk en branderdruk controleren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 334 Ombouw naar een andere gascategorie - - - - - - - - - - - - 374. 1 Ombouw naar andere gascategorie ADMR 40 t/m 115 - - - - - - - - - - 384. 2 Ombouw naar andere gascategorie ADMR 135 - - - - - - - - - - - - - - 405 Vullen- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 435. 1 Vullen van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 436 Aftappen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 456. 1 Aftappen van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 457 Het bedieningspaneel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 477. 1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 477.

Inhoudsopgave6Instructiehandleiding ADMR9 In bedrijf nemen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 539. 1 In bedrijf nemen- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 539. 2 Opwarmcyclus van het toestel - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 5310 Uit bedrijf nemen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 5510. 1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 5510. 2 Toestel een korte periode buiten bedrijf stellen ("OFF-mode") - - - - - - - 5510. 3 Toestel spanningsloos maken - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 5510. 4 Toestel voor een lange periode buiten bedrijf stellen - - - - - - - - - - - - 5511 Hoofdmenu - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 5711. 1 Notatiewijze voor bediening van het menu - - - - - - - - - - - - - - - - - 5711.

5 De toestelselectie uitlezen- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6612. 6 De pomp aan- of uitzetten - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6612. 7 Het service interval instellen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6612. 8 Het contrast van het display instellen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6612.

9 De schakeltijd van het licht instellen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6612. 10 De scrollsnelheid van het display instellen - - - - - - - - - - - - - - - - - 6613 Storingen - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6713. 1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6713. 2 Storingstabel voor algemene storingen - - - - - - - - - - - - - - - - - - 6813. 3 Storingstabel voor storingen op het display - - - - - - - - - - - - - - - - 7014 Onderhoudsfrequentie - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 7914. 1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 7914. 2 Service-interval bepalen- - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 7915 Onderhoud uitvoeren - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 8115. 1 Inleiding - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - - 8115.

Instructiehandleiding ADMR 9gis1 Inleiding1. 1 Over het toestel Deze handleiding beschrijft de installatie, service en het gebruik van een ADMR-toestel. Het ADMR-toestel is een gasgestookte open boiler zonder ventilator. ADMR-toestellen zijn voorzien van een rookgasafvoerbeveiliging. Een ADMR is van het toesteltype B11BS. De informatie in deze handleiding geldt voor de types: ADMR 40, ADMR 50, ADMR 60, ADMR 80, ADMR 90, ADMR 115 en ADMR 135. De bouwwijze en de uitrusting van het toestel zijn volgens de Europese norm voor gas gestookte warmwatervoorraadtoestellen voor sanitair gebruik (EN 89). De toestellen voldoen daarmee aan de Europese Richtlijn voor Gastoestellen en hebben daarom het recht de CE-markering te dragen. WaarschuwingLees deze handleiding zorgvuldig voordat u de boiler in gebruik neemt.

Het niet lezen van de handleiding en het niet opvolgen van de beschreven instructies kan leiden tot persoonlijke ongevallen en schade aan het toestel. 1. 2 Wat te doen bij gasluchtWaarschuwingBij gaslucht:Geen open vuur. Niet roken. Vonkvorming vermijden. Geen elektrische schakelaars gebruiken, ook geen telefoon, stekker of bel. Ramen en deuren openen. Hoofdgasafsluitinrichting sluiten. Bewoners waarschuwen en gebouw verlaten. Waarschuw na verlaten van het gebouw de gasdistributiemaatschappij of installateur. 1. 3 Voorschriften Als (eind)gebruiker, installateur of service- en onderhoudsmonteur dient u ervoor te zorgen dat de gehele installatie tenminste voldoet aan de ter plekke geldende:• voorschriften m. b. t.

Inleiding10 Instructiehandleiding ADMR1gisVerder dient de installatie te voldoen aan de voorschriften van de fabrikant.OpmerkingVoor alle voorschriften, eisen en richtlijnen geldt dat aanvullingen of latere wijzigingen en/of toevoegingen op het moment van installeren van toepassing zijn.1.4 Doelgroepen De drie doelgroepen voor deze handleiding zijn:• (eind)gebruikers;• installateurs;• service- en onderhoudsmonteurs.Op iedere pagina wordt met symbolen aangegeven voor welke doelgroep de informatie bedoeld is. Zie de tabel.Symbolen per doelgroep1.5 Onderhoud Een onderhoudsbeurt dient minimaal één maal per jaar zowel waterzijdig als gaszijdig te worden uitgevoerd.

De frequentie van het onderhoud is afhankelijk van ondermeer de waterkwaliteit, het gemiddeld aantal branduren per dag en de ingestelde watertemperatuur.OpmerkingOm de juiste onderhoudsfrequentie te bepalen, wordt aanbevolen de service- en onderhoudsmonteur het toestel drie maanden na installatie water- en gaszijdig te laten controleren. Aan de hand van deze controle kan de onderhoudsfrequentie worden vastgesteld.OpmerkingRegelmatig onderhoud verlengt de levensduur van het toestel.Zowel de eindgebruiker als de service- en onderhoudsmonteur zijn verantwoordelijk voor regelmatig onderhoud. Zij dienen hier duidelijke afspraken over te maken.OpmerkingIndien het toestel niet regelmatig onderhouden wordt, vervalt het recht op garantie.Symbool Doelgroep(Eind)gebruikerInstallateurService- en onderhoudsmonteur

Instructiehandleiding ADMR 11gis1. 6 Notatiewijzen In deze handleiding wordt gebruik gemaakt van de volgende notatiewijzen:OpmerkingOpgelet belangrijke mededeling. Let opHet negeren van deze tekst kan leiden tot beschadiging van het toestel. WaarschuwingHet negeren van deze tekst kan leiden tot ernstige beschadiging van het toestel en tot gevaarlijke persoonlijke situaties. 1. 7 Overzicht van dit documentDe tabel geeft een overzicht van de inhoud van dit document. Inhoud van dit documentHoofdstuk Doelgroepen OmschrijvingWerking van het toestel Dit hoofdstuk beschrijft de werking van het toestel. Installatie Dit hoofdstuk beschrijft de uit te voeren installatiehandelingen alvorens u het toestel definitief in bedrijf kunt stellen. Vullen Dit hoofdstuk beschrijft het vullen van het toestel. Aftappen Dit hoofdstuk beschrijft het aftappen van het toestel.

Het bedieningspaneel Dit hoofdstuk beschrijft de algemene bediening van het toestel met het display. Status van het toestel Dit hoofdstuk beschrijft in welke status (toestand) u het toestel kunt aantreffen, en wat de eventuele daaropvolgende actie is. In bedrijf nemen Dit hoofdstuk beschrijft hoe u het toestel in bedrijf neemt. Verder wordt hier de algemene opwarmcyclus van het toestel beschreven. Uit bedrijf nemen Dit hoofdstuk beschrijft hoe u het toestel voor kortere of langere tijd uit bedrijf neemt. Hoofdmenu Dit hoofdstuk beschrijft het hoofdmenu van het display. Dit is het feitelijke menu voor de gebruiker, maar ook de installateur en service- en onderhoudsmonteur zullen er gebruik van maken. Serviceprogramma Dit hoofdstuk beschrijft het servicemenu. Het is in hoofdzaak bedoeld voor de installateur en service- en onderhoudsmonteur.

Echter ook een eindgebruiker kan hier aanvullende informatie vinden m. b. t. het toestel. Storingen Dit hoofdstuk is hoofdzakelijk bedoeld voor de installateur en service- en onderhoudsmonteur. Het beschrijft de storingen van het toestel. Deze storingen worden op het display getoond.

Inleiding12 Instructiehandleiding ADMR1gisOnderhoudsfrequentie Dit hoofdstuk beschrijft hoe u kunt vaststellen met welke frequentie het onderhoud dient te worden uitgevoerd. Zowel de eindgebruiker als de service- en onderhoudsmonteur zijn verantwoordelijk voor regelmatig onderhoud. Zij dienen hierover duidelijke afspraken te maken.OpmerkingIndien het toestel niet regelmatig onderhouden wordt, vervalt het recht op garantie.Onderhoud uitvoeren Dit hoofdstuk beschrijft het te plegen onderhoud.Garantie (certificaat) Dit hoofdstuk geeft de garantievoorwaarden.Hoofdstuk Doelgroepen Omschrijving

Instructiehandleiding ADMR 13gis2 Werking van het toestel2.1 Inleiding In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens aan de orde:•Algemene werking van het toestel;•Opwarmcyclus van het toestel;•Beveiliging van het toestel;•Veiligheid van de installatie.2.2 Algemene werking van het toestelDe figuur geeft een dwarsdoorsnede van het toestel weer.Dwarsdoorsnede van het toestelLegendaNiet vermelde nummers zijn niet van toepassing.2. warmwateruitlaat4. ThermoControl(elektronische besturing)7. temperatuursensor T18. branderkamer9. anode10. tank11. warmtewisselaar12. inspectie- en reinigingsopening13. temperatuursensor T214. koudwaterinlaat15. aftapkraan16. gasblok20. gloeiontsteker21. ionisatiepen22. rookgasafvoer24. isolatielaag32. rookgasklep33. trekonderbreker34. rookgassensor35. stralingsschild/condensbak36. staafbranders/branderbed2227413142021363233911342410121583516IMD-0118 R2

Werking van het toestel14 Instructiehandleiding ADMR2gisBij dit toestel wordt het koude water, onderaan de tank, ingevoerd bij de koudwaterinlaat (14). Door de branderkamer (8) en warmtewisselaar (11) wordt de verbrandingswarmte overgedragen aan het water. Het opgewarmde tapwater verlaat de tank bij de warmwateruitlaat (2). Als het toestel volledig met water gevuld is, staat het voortdurend onder waterleidingdruk. Bij het aftappen van warm water uit het toestel wordt er direct weer koud water toegevoegd. Het gas dat nodig is voor de verbranding stroomt via het gasblok (16) in het verdeelstuk (manifold). In het verdeelstuk (manifold) bevinden zich inspuiters. Het gas spuit via deze inspuiters in de staafbranders (36). De staafbranders vormen tezamen het branderbed. Bij de inspuiting van het gas in de staafbranders wordt ook de primaire lucht aangezogen die nodig is voor de verbranding.

Door de nauwe opening van de inspuiter wordt de gasstroom versneld. Hierdoor ontstaat een onderdruk. Door de zuigende werking van deze onderdruk wordt de lucht mee aangezogen (Venturi werking). Verder wordt lucht aangezogen door de openingen in het branderbed. De gloeiontsteker (20) zorgt voor de ontsteking van het gas/luchtmengsel. De bij deze verbranding vrijkomende rookgassen worden door de vlampijpen (onderdeel van 11) geleid. In de vlampijpen zijn wervelstrips (onderdeel van 11) geplaatst. Deze vertragen het transport van de rookgassen waardoor een beter rendement verkregen wordt. De rookgassen verlaten het toestel via de trekonderbreker (33). In de trekonderbreker is een energiebesparende rookgasklep (32) gemonteerd. De rookgasklep opent voordat het branderbed ontsteekt en sluit zodra het dooft. Onder het branderbed is een stralingsschild/condensbak (35) gemonteerd.

Voor corrosiebescherming is de binnenzijde van de tank geëmailleerd. De anodes (9) geven extra bescherming. 2. 3 Opwarmcyclus van het toestel Het gehele toestel wordt bestuurd en bewaakt door de ThermoControl (de elektronische besturing). De temperatuursensor T1 (7), bovenin de tank (10), en de temperatuursensor T2 (13), onderin de tank, meten de watertemperatuur. Deze temperaturen worden doorgegeven aan de elektronische besturing. Aan de hand van deze twee metingen berekent de elektronische besturing een netto watertemperatuur: Tnetto. De waarde van Tnetto ligt tussen de temperatuur bovenin de tank en onderin de tank. Zodra Tnetto lager is dan de ingestelde watertemperatuur (Tset) constateert de elektronische besturing een "warmtevraag". Het gasblok (16) wordt geopend en het gas vermengt met de lucht. Dit mengsel wordt ontstoken met de gloeiontsteker (20) en het water wordt verwarmd.

Zodra Tnetto boven Tset komt eindigt de warmtevraag en stopt de elektronische besturing de opwarmcyclus. Zowel bij het constateren en beëindigen van de warmtevraag neemt de elektronische besturing een bepaalde marge in acht. De marge noemen we de hysterese (12. 2 "De hysterese instellen"). 2. 4 Beveiliging van het toestel2. 4. 1 InleidingDe elektronische besturing bewaakt de watertemperatuur en zorgt voor een veilige verbranding. Dit gebeurt door:•de Beveiliging watertemperatuur;•de Rookgasafvoerbeveiliging;•de Ionisatiepen.

Instructiehandleiding ADMR 15gis2. 4. 2 Beveiliging watertemperatuurDe elektronische besturing bewaakt met temperatuursensor T1 (7) en temperatuursensor T2 (13), drie temperaturen die betrekking hebben op de veiligheid. De tabel verklaart de werking van de temperatuursensoren. Temperatuurbeveiliging2. 4. 3 RookgasafvoerbeveiligingDe rookgassen worden via de trekonderbreker (33) en het rookgasafvoerkanaal naar buiten geleid. Om te voorkomen dat rookgassen in de opstellingsruimte terecht komen, wordt de afvoer hiervan bewaakt door een zogenaamde Rookgassensor (34). Hiertoe is in de trekonderbreker een rookgassensor geplaatst. Deze sensor is uitgerust met een temperatuurgevoelige weerstand (NTC). Met behulp van deze weerstand meet de elektronische besturing de temperatuur. Onder normale omstandigheden is dit de omgevingstemperatuur.

Echter, als er onvoldoende trek is (bijvoorbeeld door een geblokkeerde schoorsteen) zullen de rookgassen 'terugslaan' en langs de rookgassensor stromen. De sensor meet dan een te hoge temperatuur. De elektronische besturing grijpt nu direct in. 2. 4. 4 IonisatiepenOm ervoor te zorgen dat er geen gas stroomt als er geen verbranding is, is een ionisatiepen (21) aangebracht. De elektronische besturing gebruikt deze pen voor vlamdetectie d. m. v. ionisatiemeting. De elektronische besturing sluit de gasklep zodra deze vaststelt dat er geen vlam is terwijl er wel gas vloeit. 2. 5 Veiligheid van de installatie Naast de standaard beveiliging van het toestel (2. 4 "Beveiliging van het toestel") moet de installatie verder beveiligd worden met een inlaatcombinatie en reduceerventiel. Optioneel kan een T&P-ventiel worden toegepast. 2. 5.

Indien de waterleidingdruk te hoog is (> 8 bar) moet een drukreduceerventiel worden toegepast. Beide onderdelen dienen in de koudwaterleiding (3. 7. 1 "Koudwaterzijdig") gemonteerd te worden. 2. 5. 2 T&P-ventielEen T&P-ventiel (Temperature and Pressure Relief Valve = Temperatuur- en drukreduceerventiel) bewaakt de druk in de tank en watertemperatuur bovenin de tank. Indien de druk in de tank te hoog wordt (> 10 bar) of de watertemperatuur te hoog (> 97°C) zal het ventiel openen. Het hete water kan nu uit de tank stromen. Omdat het toestel onder waterleidingdruk staat, zal automatisch koud water de tank in stromen. Het ventiel blijft open totdat de onveilige situatie is opgeheven. Het toestel heeft standaard een aansluitpunt voor een T&P-ventiel (3. 7. 2 "Warmwaterzijdig"). Beveiliging OmschrijvingTegen vorst(T1 < 5°C of T2 < 5°C)De vorstbeveiliging grijpt in.

Het water wordt verwarmd tot 20°C. Op maximale watertemperatuur(T1 > 85°C of T2 > 85°C)De maximaalbeveiliging dient om oververhitting en/of overmatige kalkvorming in het toestel te voorkomen. Indien de maximaalbeveiliging ingrijpt, stopt de verwarming. Hierdoor koelt het water in de tank af. Als het water voldoende is afgekoeld (T1 < 78°C), reset de elektronische besturing het toestel. Voor extra veiligheid(T1 > 93°C of T2 > 93°C)Er treedt een vergrendelende storing van de boilerregeling op. De regeling moet handmatig gereset worden alvorens het toestel weer in bedrijf genomen kan worden (8. 3 "Storingstoestanden"). De reset kan pas worden uitgevoerd als T1 < 78°C.

Instructiehandleiding ADMR 17is3 InstallatieWaarschuwingDe installatie dient te geschieden overeenkomstig de algemeen en plaatselijk geldende voorschriften van gas-, waterleidings-, elektriciteitsbedrijven en brandweer, door een erkend installateur.Het toestel mag alleen in een ruimte geïnstalleerd worden indien die ruimte voldoet aan de vereiste landelijke en plaatselijke ventilatievoorschriften (1.3 "Voorschriften").3.1 Inleiding Dit hoofdstuk beschrijft de uit te voeren installatiehandelingen alvorens u het toestel definitief in bedrijf kunt stellen (9 "In bedrijf nemen"), te weten:•Verpakking;•Omgevingscondities;•Technische specificaties;•Wateraansluitingen; •Gasaansluiting;•Rookgasafvoer;•Elektrische aansluiting;•Voordruk en branderdruk controleren.

Voor een eventuele ombouw naar een andere gascategorie, zie ombouwen (4 "Ombouw naar een andere gascategorie").3.2 Verpakking Verwijder de verpakking voorzichtig, zo voorkomt u beschadiging van het toestel.U kunt het toestel het best uitpakken als het op of nabij zijn definitieve plaats staat.Let opHet toestel mag alleen rechtop verplaatst worden. Pas op dat het toestel na het uitpakken niet beschadigd raakt.3.3 Omgevingscondities Let opEen open toestel mag in verband met explosiegevaar en corrosie van het toestel niet gebruikt worden in ruimten waar chemische stoffen opgeslagen liggen of gebruikt worden. Sommige drijfgassen, bleekmiddelen, ontvettingsmiddelen e.d. verspreiden explosieve dampen en/of dampen die versnelde corrosie veroorzaken.

Indien het toestel gebruikt wordt in een ruimte waar zulke stoffen aanwezig zijn, dan vervalt het recht op garantie.ADMR-toestellen zijn open toestellen en mogen alleen in een open opstellingsruimte geplaatst worden. Ze zijn van het type B11BS.

Installatie18 Instructiehandleiding ADMR3is3.3.1 Luchtvochtigheid en omgevingstemperatuurDe opstellingsruimte moet vorstvrij zijn, of tegen vorst beveiligd zijn. De tabel geeft de omgevingscondities aan die moeten worden nageleefd om het functioneren van de toegepaste elektronica te kunnen garanderen.Specificaties luchtvochtigheid en omgevingstemperatuur3.3.2 Maximale vloerbelastingHoud in verband met het gewicht van het toestel rekening met de maximale vloerbelasting, zie de tabel.3.3.3 WatersamenstellingHet toestel is bedoeld om drinkwater op te warmen. Het drinkwater moet voldoen aan de regelgeving voor drinkwater voor menselijke consumptie.

In de tabel ziet u een overzicht van de specificaties.Specificaties waterOpmerkingAls van de in de tabel opgegeven specificaties wordt afgeweken, dan kan de bescherming van de tank niet worden gegarandeerd (16 "Garantie (certificaat)").Luchtvochtigheid en omgevingstemperatuurLuchtvochtigheid max. 93% RV bij +25°COmgevingstemperatuur Functioneel: 0 5,6° dH• Franse hardheid > 10,0° fH• Britse hardheid > 7,0° eHGeleidbaarheid > 125 µS/cmZuurgraad (pH-waarde) 7,0 < pH-waarde < 9,5

Instructiehandleiding ADMR 19is3.3.4 WerkruimteIn verband met de bereikbaarheid van het toestel wordt aanbevolen de volgende afstanden in acht te nemen (zie de figuur):• AA: bij de bedieningszuil en de reinigingsopening van het toestel: 100 cm.• BB: rondom het toestel: 50 cm.• Bovenzijde van het toestel (ruimte voor het vervangen van de anodes):- 100 cm bij gebruik van vaste anodes, of- 50 cm bij gebruik van flexibele anodes.Indien de ruimte kleiner is dan 100 cm, dan kunt u flexibele magnesium anodes bestellen.OpmerkingLet er bij het installeren op of het toestel, bij eventuele lekkage van de tank en/of aansluitingen, schade kan toebrengen aan de directe omgeving of lager gelegen verdiepingen.

Indien dit het geval is dient het toestel bij een vloerafvoer of in een passende metalen lekbak geïnstalleerd te worden.Een lekbak moet een deugdelijke afvoer hebben en minstens 5 cm diep zijn met een lengte en breedte van minimaal 5 cm groter dan de diameter van het toestel.WerkruimteBBAAAAAAIMD-0262 R2

Instructiehandleiding ADMR 23is3.5 Aansluitschema De figuur geeft het aansluitschema weer. Dit schema wordt gebruikt in de paragrafen waarin het eigenlijke aansluiten wordt beschreven.Aansluitschema3.6 Shuntleiding U kunt een shuntpomp aansluiten om gelaagdheid van het water in de boiler te voorkomen.1. Optioneel: monteer afhankelijk van het tappatroon een shuntleiding (Ø 22 mm), een afsluiter (11) en een shuntpomp (7).2. Monteer een terugslagklep (5).3. Monteer een afsluiter (11).3.7 Wateraansluitingen WaarschuwingDe installatie dient te geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen en plaatselijke geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").3.7.1 KoudwaterzijdigZie (A) in het aansluitschema (3.5 "Aansluitschema").1. De maximale werkdruk van het toestel bedraagt 8 bar. Indien de waterleidingdruk meer dan 8 bar is, plaats dan een goedgekeurd reduceerventiel (1).2.

Plaats koudwaterzijdig een goedgekeurde inlaatcombinatie (2) overeenkomstig de geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").3. Sluit de overstortzijde van de inlaatcombinatie (2) aan op een open waterafvoerleiding.LegendaNiet vermelde nummers zijn niet van toepassing.1. drukreduceerventiel (verplicht indien de waterleidingdruk groter is dan 8 bar)2. inlaatcombinatie (verplicht)3. T&P-Ventiel (optioneel)4. afsluiter (aanbevolen)5. terugslagklep (verplicht)6. circulatiepomp (optioneel)7. shuntpomp (optioneel)9. aftapkraan10. gaskraan (verplicht)11. service afsluiter (aanbevolen)12. temperatuurmeter (aanbevolen)14. tappuntenA. koudwatertoevoerB. warmwaterafvoerC. circulatieleidingD. gastoevoerABCD9101431211414 14 147655442IMD-0136 R2

Installatie24 Instructiehandleiding ADMR3isLet opEen inlaatcombinatie is verplicht. Monteer deze zo dicht mogelijk bij het toestel.WaarschuwingTussen inlaatcombinatie en het toestel mag nooit een afsluiter of terugslagklep geplaatst worden.3.7.2 WarmwaterzijdigZie (B) in het aansluitschema (3.5 "Aansluitschema").OpmerkingIsolatie van lange warmwaterleidingen voorkomt onnodig energieverlies.1. Optioneel: monteer een temperatuurmeter (12) ter controle van de temperatuur van het tapwater.2. Optioneel: monteer het T&P-ventiel (3).3. Monteer een afsluiter (11) in de warmwateruitgangleiding ten behoeve van servicedoeleinden.3.7.3 Aftapkraan1. Monteer de standaard meegeleverde aftapkraan (9).2. Indien gewenst, monteer een circulatieleiding (3.7.4 "Circulatieleiding").Zo niet monteer dan de bij de aftapkraan geleverde afdichtmoer met pakking (C) volgens de figuur.CIMD-0122 R1

Instructiehandleiding ADMR 25is3. 7. 4 CirculatieleidingZie (C) in het aansluitschema (3. 5 "Aansluitschema"). Indien men direct warm water ter beschikking wil hebben bij tappunten kan een circulatiepomp geïnstalleerd worden. Dit verhoogt het comfort en voorkomt waterverspilling. 1. Monteer een circulatiepomp (6) met een capaciteit overeenkomend met de grootte en weerstand van het circulatiesysteem. 2. Monteer een terugslagklep (5) na de circulatiepomp om de circulatierichting te garanderen. 3. Monteer voor servicedoeleinden twee afsluiters (4). 4. Sluit de circulatieleiding aan op het T-stuk bij de aftapkraan (9) volgens de aftapkraan figuur (3. 7. 3 "Aftapkraan"). 3. 8 Gasaansluiting WaarschuwingDe installatie dient te geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen en plaatselijke geldende voorschriften (1. 3 "Voorschriften").

Let opZorg ervoor dat de diameter en de lengte van de gastoevoerleiding zo gedimensioneerd zijn dat er voldoende capaciteit geleverd kan worden voor het toestel. Zie (D) in het aansluitschema (3. 5 "Aansluitschema"). 1. Monteer een gaskraan (10) in de gastoevoerleiding. 2. Blaas voor gebruik de gasleiding schoon. 3. Sluit de gaskraan. 4. Monteer de gastoevoerleiding op het gasblok. WaarschuwingControleer na montage op lekkages. 3. 9 Rookgasafvoer WaarschuwingDe installatie dient te geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen en plaatselijke geldende voorschriften (1. 3 "Voorschriften"). 3. 9. 1 InleidingVoor aansluiting van het toestel op het rookgasafvoerkanaal dient de los meegeleverde trekonderbreker gebruikt te worden. In de trekonderbreker dienen de standaard meegeleverde rookgassensor en rookgasklep gemonteerd te worden.

Na de positionering is de trekonderbreker met twee schroeven (6) aan de bovenzijde van het toestel vastgeschroefd en wordt hij ondersteund door een bevestigingssteun (1) aan de zijkant van het toestel. De bevestigingssteun is meegeleverd in het plastic zakje dat achter de bedieningszuil zit. De werkwijze voor het monteren is als volgt:.

Instructiehandleiding ADMR 27isPlaatsen van de trekonderbreker3. Breng de bevestigingssteun (1) zodanig aan dat deze de trekonderbreker ondersteunt.4. Boor twee gaatjes (2) (boor 3,2 mm) ten behoeve van de bevestigingssteun.5. Schroef de bevestigingssteun vast.6. Plaats de trekonderbreker in de steun en teken de boorgaten (4) aan de bovenzijde af. Neem dan de trekonderbreker weer van het toestel.7. Boor nu twee gaatjes (4) in de bovenzijde van het toestel (boor 3,2 mm).8. Leg de afdichtring (5) op het toestel.9. Schroef de trekonderbreker vast.10.

Monteer:- op de opening van de trekonderbreker een 45° bocht (7), gevolgd door:- een corrosiebestendige verticale rookgasafvoerpijp (8) van minimaal 0,5 meter,- het overige rookgasafvoermateriaal.OpmerkingGebruik rookgasafvoermateriaal dat voldoet aan de voorschriften (1.3 "Voorschriften").OpmerkingZorg ervoor dat de rookgasafvoer in een uitmondingsgebied geplaatst wordt waarin dit toegestaan is voor het desbetreffende toesteltype.Legenda1 bevestigingssteun2 gaatjes voor bevestigingssteun3 schroeven voor bevestigingssteun4 gaatjes voor trekonderbreker5 afdichtring6 schroeven voor trekonderbreker7 45° bocht8 rookgasafvoerpijp>0,5 m51786423IMD-0123 R1

Installatie28 Instructiehandleiding ADMR3is3.9.3 Montage rookgasklepIn de verpakking van de apart meegeleverde rookgasklep bevinden zich: de compleet afgemonteerde rookgasklep (1), een bevestigingsplaat (2) met gat voor de as van de rookgasklep en bevestigingsschroeven. U kunt de rookgasklep zowel in de de linker- als rechterzijde van de trekonderbreker monteren.Rookgasklep1. Haal de rookgasklep (1) uit de verpakking.2. De trekonderbreker is aan de zijdekanten voorzien van twee afdekplaten. Schroef deze los.3. Monteer de bij de rookgasklep meegeleverde bevestigingsplaat (2) met gat voor de as van de rookgasklep.4.

Schuif de rookgasklep,zoals aangegeven in de figuur, in de vrijgekomen uitsparing van de trekonderbreker.OpmerkingZie Elektrische aansluiting voor het elektrisch aansluiten van de rookgasklep.3.9.4 Montage rookgassensorOp de bedieningszuil zit een plastic zakje met daarin de rookgassensor en bijbehorende bevestigingsmaterialen.De kabel van de sensor is aangesloten in de bedieningszuil en nog niet verbonden met de sensor. Deze kabel zit aan de bovenzijde van de bedieningszuil.Legenda1 rookgasklep2 bevestigingsplaat12IMD-0124 R1

Schroef de bevestigingsbeugeltjes (3) vast in de trekonderbreker en het toestel.3.10 Elektrische aansluitingWaarschuwingDe installatie dient te geschieden door een erkend installateur en overeenkomstig de algemeen en plaatselijke geldende voorschriften (1.3 "Voorschriften").3.10.1 InleidingIn deze paragraaf komen achtereenvolgens aan de orde:•Voorbereiding;•Netspanning aansluiten;•Rookgasklep aansluiten.Optioneel kunnen een scheidingstransformator, een continupomp, een regeling gestuurde pomp, een extra ON-mode schakelaar en een extra storingsmelder op het toestel worden aangesloten.

Installatie30 Instructiehandleiding ADMR3is3.10.2 VoorbereidingLet opHet toestel is fasegevoelig. Het is absoluut noodzakelijk de fase (L) van het net aan de fase van het toestel en de nul (N) van het net aan te sluiten aan de nul van het toestel.Let opEr mag géén spanningsverschil tussen nul (N) en aarde ( ) aanwezig zijn. Is dit wel het geval dan dient een scheidingstransformator toegepast te worden (3.10.5 "Scheidingstransformator aansluiten").Voor meer informatie of voor het bestellen van deze scheidingstransformator gelieve contact op te nemen met A.O. Smith Water Products Company.De figuur geeft een aanzicht van de elektrische aansluitblokken weer, de tabel de bijbehorende aansluitingen.AansluitblokkenAls voorbereiding dient u eerst de beschermkap van de bedieningszuil te verwijderen:1. Draai de 4 schroeven (A) los en verwijder de beschermkap (B) van het elektriciteitsgedeelte.

Instructiehandleiding ADMR 31isElektrisch aansluitblok3.10.3 Netspanning aansluitenHet toestel wordt geleverd zonder voedingskabel en hoofdschakelaar.OpmerkingOm het toestel van spanning te voorzien dient het toestel m.b.v. een permanente elektrische verbinding op netspanning aangesloten te worden. Tussen deze vaste verbinding en het toestel moet een dubbelpolige hoofdschakelaar met een contactopening van tenminste 3 mm geplaatst worden. De voedingskabel moet aders van minimaal 3 x 1,0 mm2 bevatten.Waarschuwing Laat het toestel spanningsloos totdat u aan het in bedrijf stellen toe bent.1. Leid de voedingskabel door de metrische trekontlaster aan de bovenzijde van de bedieningszuil.2. Sluit aarde ( ), fase (L1) en nul (N) van de voedingskabel aan op punten 1 t/m 3 in in het aansluitblok volgens de tabel.3. Draai de trekontlaster aan zodat de kabel klem zit.4.

Installatie32 Instructiehandleiding ADMR3is3. Draai de trekontlaster aan zodat de kabel klem zit. 4. Indien u niet meer behoeft aan te sluiten, monteer dan de beschermkap van de bedieningszuil. 3. 10. 5 Scheidingstransformator aansluitenEen scheidingstransformator wordt toegepast indien er sprake is van een 'zwevende nul'. 1. Raadpleeg het bij de scheidingstransformator geleverde montagevoorschrift. (Informeer bij de leverancier voor de juiste scheidingstransformator. )2. Sluit de kabels van de scheidingstransformator aan op de punten 31 t/m 36 in het aansluitblok volgens de bijgeleverde instructie. Raadpleeg indien nodig de Elektrische schema's ADMR. 3. Indien u niet meer behoeft aan te sluiten, monteer dan de beschermkap van de bedieningszuil. 3. 10. 6 Continupomp aansluitenDe continupomp zal inschakelen zodra netspanning op het toestel wordt gezet. 1.

Leid de voedingskabel door de metrische trekontlaster aan de bovenzijde van de bedieningszuil. 2. Sluit aarde ( ), fase (L3) en nul (N) aan op punten 7, 8 en 9 volgens de tabel Elektrisch aansluitblok (3. 10. 2 "Voorbereiding"). 3. Draai de trekontlaster aan zodat de kabel klem zit. 4. Indien u niet meer behoeft aan te sluiten, monteer dan de beschermkap van de bedieningszuil. 3. 10. 7 Shuntpomp aansluitenDe shuntpomp is regeling gestuurd. Het inschakelen van de shuntpomp wordt bepaald via instellingen van de elektronische besturing. 1. Leid de voedingskabel door de metrische trekontlaster aan de bovenzijde van de bedieningszuil. 2. Sluit aarde ( ), fase (L2) en nul (N) aan op punten 4, 5 en 6 volgens de tabel Elektrisch aansluitblok (3. 10. 2 "Voorbereiding"). 3. Draai de trekontlaster aan zodat de kabel klem zit. 4.

Indien u niet meer behoeft aan te sluiten, monteer dan de beschermkap van de bedieningszuil. 3. 10. 8 Extra On-mode schakelaar ("Tank ON") aansluitenTank ON is een mogelijkheid om een externe AAN/UITschakelaar aan te sluiten. In de UIT stand is de ingestelde bedrijfstoestand actief.

Instructiehandleiding ADMR 33is3.10.9 Extra storingsmelder ("Alarm UIT") aansluitenAlarm UIT is een potentiaal vrij contact dat in geval van een storing geschakeld wordt. Hierop kan bijvoorbeeld een lamp worden aangesloten om de storing te signaleren. Een 230 V aansluiting kan rechtstreeks aangestuurd worden. Voor andere voltages is bij A.O. Smith een specifiek relais met kabelboom en instructies verkrijgbaar. De voeding van dit relais kan aangesloten worden op punten 22 en 23.1. Leid de voedingskabel door de metrische trekontlaster aan de bovenzijde van de bedieningszuil.2. Sluit de fase kabels (X1 en X2) aan op punten 19 en 20 volgens de tabel Elektrisch aansluitblok (3.10.2 "Voorbereiding").3. Sluit, indien benodigd, aarde ( ) aan op punt 21.4. Draai de trekontlaster aan zodat de kabel klem zit.5.

Indien u niet meer behoeft aan te sluiten, monteer dan de beschermkap van de bedieningszuil.3.11 Voordruk en branderdruk controlerenOpmerkingAlvorens u het toestel in bedrijf neemt en/of de voordruk en branderdruk gaat controleren dient u het toestel te vullen (5 "Vullen").Let opBij de eerste keer in bedrijf nemen en na het ombouwen, is het verplicht om de voordruk en branderdruk te controleren.OpmerkingHet controleren van de gasdrukken gaat het eenvoudigst met twee manometers. In de procedure gaan we ervan uit dat u over twee van deze meters beschikt.Gasblok voor ADMR 40 t/m 115LegendaNiet vermelde nummers zijn niet van toepassing.1. branderdrukregeling2. dopje branderdrukregeling3. stelschroef branderdrukregeling4. connector van gasblok5. vlakke afdichtplaat6. meetnippel voordruk7. gasblok8. meetnippel manifold14567283IMD-0127 R1

Installatie34 Instructiehandleiding ADMR3isGasblok voor ADMR 1353.11.1 VoorbereidingOm de voordruk en branderdruk te controleren handelt u als volgt:1. Maak het toestel spanningsloos (10.3 "Toestel spanningsloos maken").2. Op het gasblok zitten twee meetnippels. Voor het controleren van de voordruk wordt meetnippel (6) gebruikt. De andere meetnippel op het gasblok wordt niet gebruikt. Voor het meten van de branderdruk wordt de manifoldmeetnippel (8) gebruikt.In de meetnippels bevinden zich afdichtschroefjes. Draai beide afdichtschroefjes enkele slagen los. Draai ze niet helemaal los; het is lastig om deze dan weer vast te schroeven.3. Sluit een manometer aan op de manifoldmeetnippel (8).4. Open de gastoevoer en ontlucht het gasleidingnet via meetnippel (6).5. Sluit een manometer aan op manifoldmeetnippel (6) zodra er gas uit deze nippel komt.6.

Schakel spanning op het toestel met de hoofdschakelaar van het toestel.7. Zet de elektronische besturing AAN door de 0/I-schakelaar op stand I te zetten.LegendaNiet vermelde nummers zijn niet van toepassing.1. branderdrukregeling2. dopje branderdrukregeling3. stelschroef branderdrukregeling6. meetnippel voordruk7. gasblok8. meetnippel manifold9. hoog-laagregeling1967823IMD-0129 R1

Instructiehandleiding ADMR 35isHet display toont nu circa 10 seconden INTERNE CONTROLE en komt daarna in het hoofdmenu. 8. Activeer de "ON-mode" door de volgende stappen te doorlopen:- Druk eenmaal op de blauwe pijl ( ) om de aanwijzer voor ON te zetten en druk op . Het scherm zoals weergegeven is, verschijnt.- Bevestig met de stand IN BEDRIJF NEMEN.Het toestel staat nu in de "ON-mode" en zal ontsteken.9. Nadat het display de tekst IN BEDRIJF weergeeft moet u circa 1 minuut wachten voordat u de dynamische drukken afleest. 10. Lees met de manometer de voordruk af van meetnippel (6). Raadpleeg de tabel met gasgevens (3.4.3 "Gasgegevens").Opmerking Raadpleeg de beheerder van het gasnet indien de voordruk niet juist is.11. Lees met de manometer de branderdruk af van meetnippel (8).

Raadpleeg de tabel met gasgevens (3.4.3 "Gasgegevens").Opmerking Indien de branderdruk niet juist is en het toestel is uitgerust met een vlakke plaat of hoog-laagregeling, dan kunt u de druk niet bijregelen. Raadpleeg in dit geval uw installateur of uw leverancier. Als het toestel wel is uitgerust met een branderdrukregeling, dan kunt u de druk bijregelen volgens onderstaande stappen.3.11.2 Branderdruk controleren1. Verwijder het dopje (2) van de branderdrukregeling.2. Corrigeer de branderdruk door, afhankelijk van de afwijking, de stelschroef (3) te draaien:- Stelschroef linksom: branderdruk neemt af.- Stelschroef rechtsom: branderdruk neemt toe.3. Dek de opening van de stelschroef af en controleer de branderdruk met de opgegeven waarde uit de tabel met gasgevens (3.4.3 "Gasgegevens").4.

Installatie36 Instructiehandleiding ADMR3is6. Activeer de "OFF-mode" van de elektronische besturing:7. Indien het HOOFDMENU nog niet wordt weergegeven:druk op .- Gebruik en om de aanwijzer voor OFF te plaatsen.- Bevestig met .8. Zet de elektronische besturing uit.3.11.3 Afronden1. Sluit de gastoevoer.2. Ontkoppel beide manometers en draai de afdichtschroefjes in de meetnippels dicht.3. Plaats de kap terug.OpmerkingNeem voor het in bedrijf nemen even de tijd om de meegeleverde garantiekaart in te vullen. Zo stelt u ons in staat om de kwaliteit van onze systemen te waarborgen, en onze garantieprocedure te perfectioneren.Retourneer deze kaart zo snel mogelijk. Uw klant ontvangt dan een garantiecertificaat met onze garantievoorwaarden.HOOFDMENU »OFF^ ONÈ WEEKPROGRAMMA

Instructiehandleiding ADMR 37is4 Ombouw naar een andere gascategorieLet opDe ombouw mag alleen door een erkend installateur uitgevoerd worden.Indien het toestel moet gaan functioneren op een andere gasfamilie (LP-gas of aardgas) of op een andere gascategorie anders dan de gascategorie waar het toestel standaard op afgesteld is, dient het toestel met een speciale ombouwset aangepast te worden.Let opNa ombouwen dient u de voordruk en branderdruk te controleren.In dit hoofdstuk komen aan de orde: •Ombouw naar andere gascategorie ADMR 40 t/m 115.•Ombouw naar andere gascategorie ADMR 135.Uitwisselen inspuitersLegenda1. afdekplaat2. borgstrips3. inspuiter met slagcijfer132IMD-0126 R1

Ombouw naar een andere gascategorie38 Instructiehandleiding ADMR4is4.1 Ombouw naar andere gascategorie ADMR 40 t/m 1151. Maak het toestel spanningsloos (10.3 "Toestel spanningsloos maken").2. Sluit de gastoevoer.Let opDe brander kan heet zijn.3. Schroef de afdekplaat (1) van de brandersteun.4. Gebruik geschikt gereedschap om de borgstrips (2) de demonteren. De borgstrips hebben namelijk scherpe randen. Trek de borgstrips rechtomhoog.OpmerkingTer vereenvoudiging van de branderdemontage kan het stralingsschild / de condensbak tijdelijk worden losgenomen.5. Neem de branders één voor één uit de ophanging aan de voorzijde. Beweeg ze hiertoe eerst van je af en vervolgens naar beneden. De inspuiters zijn nu vrij.6. Demonteer de inspuiters.7. Selecteer en monteer de juiste inspuiters uit de ombouwset aan de hand van de tabel met gasgegevens (3.4.3 "Gasgegevens").

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met A.O. Smith ADMR80 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden