Amica SHI 11673 E Handleiding

Amica Fornuis SHI 11673 E

Bekijk gratis de handleiding van Amica SHI 11673 E (72 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 41 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 5 reviews. Heb je een vraag over Amica SHI 11673 E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/72
(EN) INSTRUCTION MANUAL....................................2
(NL) GEBRUIKERSHANDLEIDING...............................37
SHI*
6017IE*
IOAK-2198 / 8052987
(11.2013./1)

Beoordeel deze handleiding

4.8/5 (5 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Amica
Categorie: Fornuis
Model: SHI 11673 E
Soort bediening: Draaiknop
Kleur van het product: Roestvrijstaal
Timer: Ja
Breedte: 600 mm
Diepte: 600 mm
Hoogte: 850 mm
Grill: Ja
Kinderslot: Ja
Energie-efficiëntieklasse: A
Verlichting binnenin: Ja
Ontdooifunctie: Ja
Soort materiaal (bovenkant): Glaskeramiek
Aantal branders/kookzones: 4 zone(s)
Type kookplaat: Inductiekookplaat zones
Totale binnen capaciteit (ovens): 66 l
Voedingsbron oven: Electrisch
Aantal ovens: 1
Aantal automatische programma's: 9
Aantal gaspitten: 0 zone(s)
Aantal elektronische kook zones: 4 zone(s)
Controle positie: Voorkant
Aangesloten lading (elektrisch): 10300 W
Stroom: 16 A
Energieverbruik (conventioneel): 0.95 kWu
Koken: Ja
Totaal vermogen van de oven: - W
Netto capaciteit oven: 66 l
Koeldeur: Ja
Type timer: Digitaal
Boost functie: Ja
Restwarmte-indicator: Ja
Brutocapaciteit oven: 66 l
Oven vermogen: - W
Diameter brander/kookzone 1: 160 mm
Diameter brander/kookzone 2: 160 mm
Diameter brander/kookzone 3: 210 mm
Diameter brander/kookzone 4: 210 mm
AC-ingangsspanning: 400 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz
Type product: Vrijstaand fornuis

Handleiding Amica SHI 11673 E – volledige tekst

GEACHTE KLANT,De fornuizen combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreffendheid. Na het le-zen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kunnen bedienen.Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorko-men.Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is.Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden.Opgelet!Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft.Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden.

39VEILIGHEIDSINSTRUCTIESAttentie. Dit apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Wees bijzon-der voorzichtig bij het aanraken van de verwarming-selementen. Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kunnen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan.Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik plaat-svindt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamhe-den verrichten.Attentie.

Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand.Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken.

40VEILIGHEIDSINSTRUCTIESAttentie. Brandgevaar: geen voorwerpen verzame-len op de kookoppervlakte.Attentie. Schakel de stroom uit als de oppervlakte is gebarsten, om elektrische schokken te voorkomen.Leg geen metalen voorwerpen als messen, vorken, lepels, deksels en aluminiumfolie op de oppervlakte van de kookplaat, zij kunnen heet worden.Schakel de kookplaat na aoop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie.Tijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan.Als dit apparaat gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen.Attentie. Gebruik geen schurende schoonmaak-middelen of scherpe metalen voorwerpen voor het schoonmaken van het glas van de deur, omdat deze krassen kunnen veroorzaken op het oppervlak. Dit kan leiden tot barsten van het glas.Attentie.

41VEILIGHEIDSINSTRUCTIESGebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het apparaat.  Wees bijzonder voorzichtig als er kinderen in de buurt van het fornuis zijn, want ze kennen de bedieningsprincipes van het fornuis niet. De hete branders van de gaskookplaat, de ovenkamer, het rooster, de ruit van de deur, en potten en pannen met hete vloeistoffen kunnen brandwonden veroorzaken.  Zorg ervoor dat er geen kleine keukentoestellen of hun kabels in direct contact komen met de hete oven of de kookplaat, want de isolatie van deze toestellen is niet bestand tegen hoge temperaturen.  Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Oliën en vetten kunnen ont-vlammen als gevolg van oververhitting of overkoken.  Zorg ervoor dat de kookplaat niet vuil wordt of onderloopt door overlopende spijzen. Eventueel vuil moet onmiddellijk verwijderd worden.

 Plaats geen potten of pannen met een natte bodem op de hete kookvelden, want dit kan onomkeerbare wijzigingen aan de plaat veroorzaken (onverwijderbare vlekken).  Gebruik enkel potten en pannen die volgens de aanwijzingen van de producent geschikt zijn om te koken op een keramische plaat.  Als het oppervlak van de kookplaat gebarsten is, moet het toestel van het stroomnet ontkoppeld worden om elektrocutie te vermijden.  Schakel de kookplaat niet aan zonder er eerst een pot of pan op te plaatsen.  Het is verboden om potten of pannen met scherpe randen te gebruiken, want die kunnen de keramische plaat beschadigen Kijk niet naar de halogene kookvelden terwijl ze opwarmen (als ze niet afgedekt zijn met een pot of pan).

 Plaats geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 15 kg op de open deur van de oven, en geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 25 kg op de kookplaat.  Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om de glazen deur te reinigen. Hierdoor kan het oppervlak gekrast raken, wat kan leiden tot barsten in het glas.

 Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent. U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit.  Het is verboden om een fornuis met technische defecten te gebruiken. Defecten mogen enkel hersteld worden door een erkend technicus met gepaste kwalicaties.  Bij problemen veroorzaakt door technische defecten, moet het fornuis van het stroomnet ontkoppeld worden en moet het defect gemeld worden voor herstelling.  Er mogen geen toestellen voor reiniging met stoom gebruikt worden om het fornuis te reinigen.  Personen met ingeplante toestellen die lichaamsfuncties ondersteunen (bv. een pacemaker, een insulinepomp of een hoorapparaat) moeten er zich van vergewis-sen, dat de werking van deze toestellen niet verstoord wordt door de inductieplaat (de inductieplaat werkt binnen het frequentiebereik 20-50 kHz).

 Het toestel is uitsluitend ontworpen voor kookdoeleinden. Elke andere toepassing (bv. voor het verwarmen van ruimtes) stemt niet overeen met de bestemming van het toestel en kan gevaar veroorzaken.

42ENERGIEBESPARINGDoor op verantwoorde wijze energie te gebruiken be-spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie-besparing! Dat kan op de volgende manier:Gebruik goede potten en pannen om te koken.Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander.

Dek de potten en pannen steeds af met een deksel.Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn.Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn.Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn.Vermijd onnodig opheffen van deksels om het kookproces te controleren.Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven.Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden.Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis.Gebruik de restwarmte in de oven.Schakel bij baktijden van meer dan 40 minu-ten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit.Sluit de deur van de oven zorgvuldig.Otherwise energy consumption increases unnecessarily. Bouw het fornuis niet in in de onmid-dellijke nabijheid van koelkasten of diep-vriezers.Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.Opgelet!

43Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriendelijke wijze.Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be-reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKENOp het einde van de gebruiks-periode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen.

Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking.De materialen die gebruikt zijn bij de pro-ductie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materia-len of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu.Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten.RECYCLAGE VAN GEBRUIKTE TO ESTELLEN

46INSTALLATIE Opstelling van het fornuis De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ven-tilatie bezitten in overeenstemming met de geldende technische voorschriften.  De ruimte moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem dat verbrandingsgas-sen die tijdens het verbrandingsproces ontstaan, naar buiten afvoert. Deze installatie moet bestaan uit een ventila-tierooster of een afzuigkap. Afzuigkappen moeten gemonteerd worden volgens de bijgevoegde gebruikershandleidingen. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselementen garanderen.  De bekleding en de lijmen van de inbou-wmeubelen moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 100ºC. Als deze voorwaarde niet vervuld is, kan het opper-vlak vervormd raken of kan de bekleding losraken.

Als u niet zeker bent of de meubelen tegen zulke temperaturen bestand zijn, moet u bij het inbouwen een tussenruimte van ong. 2 cm vrijlaten tussen de meubelen en het fornuis. De muur die zich achter het fornuis bevindt, moet bestand zijn tegen hoge temperaturen. Tijdens het ge-bruik van het fornuis kan de achterwand opwarmen tot ongeveer 50ºC boven de omgevingstemperatuur.  Het fornuis moet opgesteld worden op een harde, effen ondergrond (niet op een onderstel zetten).  Voordat u het fornuis in gebruik neemt, moet u het waterpas zetten. Dit is vooral belangrijk voor het gelijkmatige versprei-den van vet in de pan. Hiervoor dienen de regelpootjes die bereikbaar zijn als u de schuif wegneemt. Regelbereik +/- 5mm. Montage van de beveiliging tegen het omvallen van het fornuis. De beveiliging wordt gemonteerd om te voorkomen dat het fornuis omvalt.

47INSTALLATIEAansluiting van het fornuis op de elektrische installatieOpgelet!De plaat mag enkel op de elektrische instal-latie aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalificaties. Het is verboden om zelfstandig wijzigingen of aanpassingen aan te brengen aan de elektrische installatie.Instructies voor de installateurHet fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met driefasige wisselstroom (400V 3N~50Hz). De nominale spanning van de ver-warmingselementen van het fornuis bedraagt 230V. Het fornuis kan aangepast worden aan voeding met eenfasige stroom (230V) door een gepaste overbrugging op de contactstrip volgens het bijgevoegde aansluitschema. Er is ook een aansluitschema bij de aansluiting van het fornuis geplaatst. De contactstrip is bereikbaar nadat u het deksel van de aansluiting wegneemt door de klemmen te deblokkeren met een platte sleutel.

Vergeet niet een gepaste leiding te kiezen volgens het soort aansluiting en het nominale vermogen van het fornuis.De aansluitleiding moet gemonteerd worden op de steun voor de aansluiting van het for-nuis.Opgelet!Vergeet niet het aardingscircuit aan te sluiten op de klem van de contactstrip, die aangege-ven is met het teken . De elektrische instal-latie die het fornuis van stroom voorziet, moet beveiligd zijn met een gepaste zekering die de stroom afsluit in noodgevallen. De afstand tussen de werkcontacten van de zekering moet min. 3 mm bedragen.Voordat u het fornuis op de elektrische installatie aansluit, moet u de informatie op het typeplaatje en het aansluitschema lezen.21123345

48Opgelet! Bij elke aansluitingsvariant moet de aardingsleiding aangesloten zijn op de klem PEAanbevolen soort aansluit-leiding1 Bij een stroomnet van 230 V eenfa-sige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 1-2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 2 Bij een stroomnet van 400/230 V tweefasige aansluiting met een nul-leiding, de bruggen verbinden de klemmen 2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 3 Bij een stroomnet van 400/230 V drie-fasige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 4-5, de faseleidingen zijn aangesloten op 1, 2 en 3, de nulleiding op 4-5, aardingsleiding op . Faseleidingen - L1=R, L2=S, L3=T; N – nulleiding; PE – aardingsleiding H05VV-f3G4H05VV-f4G2,5H05VV-f5G1,5SCHEMA MET MOGELIJKE AANSLUITINGENOpgelet! Spanning van de verwarmingselemen-ten 230VINSTALLATIE123345

49 verwijder alle verpakkingsonderdelen, verwijder de onderhoudsmiddelen die in de fabriek aangebracht zijn, uit de kamer van de oven en van de kookplaat,neem de uitrusting uit de oven en reinig die in warm water met afwasmiddel,schakel de ventilatie in de ruimte aan of open een raam,warm de oven op (op een temp. van 250ºC, ong. 30 min.), verwijder vuil en reinig hem grondig.Voordat u het fornuis voor de eerste maal aanschakeltBEDIENINGOpgelet!Bij fornuizen die uitgerust zijn met de elek-tronische programmator verschijnt na het aanschakelen op het stroomnet “0.00” op de display. Stel het huidige uur in op de pro-grammator (zie gebruikershandleiding van de programmator).De oven zal niet werken als het uur niet ingesteld is.

50druk op knop 1, en op de display verschijnt het symbool ,stel het huidige uur in met behulp van knop-pen en .2 3Ongeveer 7 sec. na het instellen van het uur worden de nieuwe gegevens opgeslagen en stopt de uuraanduiding met knipperen.U kunt het uur later corrigeren door tege-lijkertijd op knoppen 2 en 3 te drukken. De aanduiding op de display begint te knip-peren. Daarna kunt u het ingestelde uur corrigeren.Opgelet!De oven kan opgestart worden nadat het symbool op de display verschijnt.ELEKTRONISCHE PROGRAMMATOR functiesOK – knop voor de keuze van de functies van de programmator 1 3– knop “+” BEDIENINGINSTELLING VAN HET UURNadat het toestel aangesloten is op het stroomnet of opnieuw aangeschakeld werd na een stroompanne, geeft de display knip-perend 0.00 aan. TIMERDe timer kan op elk moment geactiveerd worden, ongeacht de werkstand van de andere functies van de programmator.

Het tijdsbereik gaat van 1 minuut tot 23 uur en 59 minuten.Om de timer in te stellen moet u:knop 1 indrukken. Op de display begint het symbool te knipperen: de tijd van de timer instellen met knoppen 3 2 en .De display geeft de ingestelde tijd van de timer aan en de actieve functie Na het verstrijken van de ingestelde tijd gaat het geluidssignaal aan en begint te knipperen.druk op knop 1, 2 of 3 om het signaal uit te schakelen. De functie gaat uit en de display geeft weer het huidige uur aanOpgelet!Als het geluidssignaal niet handmatig uitge-schakeld wordt, slaat het automatisch af na ongeveer 7 minuten.00 00OK2 3100 00OK

51BEDIENINGHALfAUTOMATISCHE STANDAls de oven zichzelf moet uitschakelen op een bepaald uur, moet u:de draaiknop voor de functie van de oven en de draaiknop voor de temperatuurinstel-ling instellen op de standen, waarin de oven moet werken,knop 1 indrukken totdat de aanduiding van de display begint te knipperen:de gewenste tijd instellen met knoppen 3 en 2, gaande van 1 minuut tot 10 uur.De ingestelde tijd wordt in het geheugen opgeslagen na ongeveer 7 sec. Daarna geeft de display opnieuw het huidige uur aan en de actieve functie AUTO.Na het verstrijken van de ingestelde tijd scha-kelt de oven zichzelf automatisch uit, slaat het geluidssignaal aan en begint de functie AUTO te knipperen.plaats de draaiknoppen voor de functie van de oven en de temperatuurinstelling in uitstand.druk op knop , 1 2 of 3 om het signaal uit te schakelen.

De functie gaat uit en de AUTOdisplay geeft weer het huidige uur aan.Opgelet!De ovens zijn uitgerust met één bedienings-knop: de draaiknop voor de functie van de oven en de temperatuurregelaar zijn geïnte-greerd in één knop.AUTOMATISCHE STANDAls de oven aangeschakeld moet worden voor een bepaalde duur en zichzelf op een bepaald uur moet uitschakelen, dan moeten de werkingstijd en het einduur ingesteld worden:druk op knop totdat de aanduiding op de 1 display begint te knipperen:stel de gewenste werkingstijd in met knop-pen 3 en , net zoals bij de halfautomatische 2stand,druk op knop totdat de aanduiding op de 1display begint te knipperen:stel het uur voor het uitschakelen (eind-uur) in met knoppen en . Het einduur is 3 2beperkt tot een tijdstip binnen 23 uur en 59 minuten.

52BEDIENINGDe functie AUTO is actief, de oven zal begin-nen werken op het moment dat blijkt uit het verschil tussen het ingestelde einduur en de ingestelde werkingstijd (bv. de ingestelde werkingstijd bedraagt 1 uur, het ingestelde einduur is 14.00, dus de oven zal zichzelf automatisch aanschakelen om 13.00). Nadat het einduur bereikt is, schakelt de oven zichzelf automatisch uit, slaat het geluids-signaal aan en begint de functie AUTO te knipperen.plaats de draaiknoppen voor de functie van de oven en de temperatuurinstelling in uitstand.druk op knop , of om het signaal uit 1 2 3te schakelen. De functie gaat uit en AUTOde display geeft weer het huidige uur aan, bv.

12.35.RESETTEN VAN DE INSTELLINGENDe instellingen van de timer of de automati-sche stand kunnen op elk moment gereset worden.Om de instellingen van de automatische stand te resetten moet u:tegelijkertijd op knoppen 2 en 3 drukken.Om de instellingen van de timer te resetten moet u:met knop 1 de functie timer kiezen,nogmaals op knoppen 2 en 3 drukken.WIJZIGING VAN DE TOON VAN HET GELUIDSSIGNAALDe toon van het geluidssignaal kunt u op de volgende manier wijzigen:druk tegelijkertijd op knoppen en ,2 3kies met knop 1 de functie “toon”. De aanduiding van display begint te knipperen:● kies met knop 2 de gepaste toon tussen 1 3 en .12 35OKOK88 81

53BEDIENINGBediening van de kookplaatWerkingsprincipes van een inductieveldDe elektrische generator drijft een spoel aan die zich binnenin het toestel bevindt.

Deze spoel genereert een magnetisch veld, en op het moment dat er een pot op de plaat gezet wordt, stromen er inductiestromen naar de pot.Deze stromen maken van de pot een warmtebron, ter-wijl het glazen oppervlak van de kookplaat koel blijft.Dit systeem is ontworpen voor het gebruik van potten waarvan de bodem geschikt is voor samenwerking met een magnetisch veld.In het algemeen wordt de inductietechnologie gekenmerkt door twee voordelen:• omdat de warmte enkel met behulp van de pot uitgezonden wordt, is een maximale benut-ting van de warmte mogelijk,• er komt geen warmte-inertie voor, omdat het koken automatisch begint vanaf het moment dat de pot op de plaat gezet wordt en eindigt op het moment dat hij van de plaat genomen wordt.Beveiligingssysteem:Als de plaat correct geïnstalleerd en gebruikt wordt, worden de beveiligingssystemen zelden aangeschakeld.Ventilator: dient om de besturings- en aandrijfelementen te beschermen en te koelen.

Hij kan werken met twee snelheden en wordt automatisch aangeschakeld. De ventilator werkt als de kookvelden uitgeschakeld zijn en tot op het moment dat het elektronische systeem voldoende afgekoeld is.Transistor: De temperatuur van de elektronische onderdelen wordt voortdurend gemeten met behulp van een sonde. Als de temperatuur gevaarlijk stijgt, schakelt dit systeem automatisch de kookvelden die zich het dichtst bij de verwarmde elektronische onderdelen bevinden, uit.Detectie: de detector voor de aanwezigheid van een pot regelt de werking van de plaat, en dus ook het verwarmingsproces. Kleine voorwerpen op het verwarmingsvlak (bv. een lepeltje, een mes of een ring) worden niet herkend als potten en de plaat wordt dan ook niet aangeschakeld.

54Detector voor de aanwezigheid van een pot in het inductieveldIn kookplaten met inductievelden wordt een potdetector geïnstalleerd. Tijdens de werking van de plaat start en stopt de potdetector automatisch de warmteopwekking in het kookveld op het moment dat er een pot op de plaat gezet wordt of eraf gehaald wordt. Dit zorgt dus voor energiebesparing.• Als het kookveld samen met een gepaste pot gebruikt wordt, dan wordt het warmteniveau aangegeven op de display.• Voor een goede werking van de inductietechnologie zijn aangepast potten met een bodem uit magnetisch materiaal vereist. Zie tabel.Als er geen pot op het kookveld geplaatst wordt of als er een slechte pot gebruikt wordt, dan zal het cijfer van het verwarmingsvermogen op de display knipperen. Het veld zal niet aangeschakeld worden.

Als er binnen 1 minuut geen pot gedetecteerd wordt, dan wordt de aanschakeloperatie van de plaat gereset.Het kookveld dient met behulp van de draaiknop uitgeschakeld te worden, en niet enkel door de pot weg te nemen.Opgelet!Bij stroompanne worden alle instellingen gereset. Als de stroom terugkeert moet u voor-zichtig zijn. De restwarmte-indicator „H” blijft zichtbaar zolang de kookvelden heet zijn.Schakel na gebruik de kookvelden uit met de regelknop en vertrouw niet op de aanwij-zingen van de potdetector.BEDIENING

55BEDIENINGAanduiding op kookgerei Controleer of er op het etiket een symbool staat, dat aangeeft dat de pot geschikt is voor inductieplatenGebruik magnetische potten (uit geëmailleerd staal, ferritisch roestvrij staal, gietijzer), controleer dit door een magneet tegen de bodem van de pot te kleven (moet eraan blijven plakken)Roestvrij staal De aanwezigheid van de pot wordt niet gedetecteerdMet uitzondering van potten uit ferromagnetische staalAluminium De aanwezigheid van de pot wordt niet gedetecteerdGietijzer Zeer efciëntOpgelet: de potten mogen geen krassen maken op de plaatGeëmailleerd staal Zeer efciëntPotten en pannen met een platte, dikke en gladde bodem worden aangeradenGlas De aanwezigheid van de pot wordt niet gedetecteerdPorselein De aanwezigheid van de pot wordt niet gedetecteerdPotten en pannen met koperen bodem De aanwezigheid van de pot wordt niet gedetecteerdDe energie wordt het beste overgedragen als de maat van de pan overeenkomt met de afmetingen van de inductiekookzone.In de onderstaande tabel staan de kleinste en de grootste doorsnede aangegeven.

56BEDIENING[3] Kookzone linksvoor[4] Kookzone linksachter[5] Kookzone rechtsachter[6] Kookzone rechtsvoorDe kookzones hebben een variërend verwar-mingsvermogen. Het verwarmingsvermogen kan stapsgewijs worden gereguleerd door de draaiknop naar links of naar rechts te draaien.Als de kookplaat is uitgeschakeld dan zijn alle kookzones uitgeschakeld en de displays zijn donker.Inschakelen van de kookplaat• Schakel de kookzone in met behulp van de draaiknop op het bedieningspaneel.• De symbolen bij de draaiknoppen geven aan welke kookzone door de knop wordt aangestuurd.• U kunt meteen het gewenste verwarmings-vermogen instellen (1-9).• Het ingestelde verwarmingsvermogen wordt ook getoond op de display van de kookplaat.De displays doven 10 seconden nadat alle kookzones zijn uitgeschakeld.43 5 63 4 5 6Verwar-mingsvermo-genGebruik0 Uitgeschakeld.

57BlokkadeDoor het activeren van de kinderbeveiliging kunt u elk gebruik van de kookzones onmoge-lijk maken. Op die manier zorgt de beveiliging voor bescherming van uw kinderen. Activering kinderbeveiliging• U kunt de beveiliging activeren wanneer alle displays “0” of “H” weergeven. • Draai de twee draaiknoppen [3] en [4] tegelijkertijd naar links. Alle displays tonen het symbool “L”. De kinderbeveiliging is geactiveerd. Het draaien aan een willekeurige draaiknop van de kookplaat veroorzaakt dat het sym-bool “L” op alle displays verschijnt. Uitschakelen kinderbeveiliging• Draai een van de draaiknoppen kort na rechts, zodat het symbool “L” op de display verschijnt. Draai tegelijkertijd de twee middelste draai-knoppen kort één trap naar links. Attentie.

Na afsluiting van het lichtnet is de blokkade actiefBEDIENINGRestwarmteindicatorDe kookplaat is ook uitgerust met een rest-warmteindicator “H”. Zelfs als de kookzone niet direct wordt verwarmd, neemt hij warmte op van de bodem van de pan. Zolang het symbool “H” zichtbaar is op de display, kunt u de restwarmte gebruiken voor het verwar-men van pannen of het smelten van vet. Als de indicator is gedoofd, kunt u de kookzone aanraken. Besef wel dat hij dan nog niet is afgekoeld tot omgevingstemperatuur. Attentie. Bij het ontbreken van spanning brandt de restwarmteindicator niet. Automatische vermindering van het ver-mogenAlle vier de kookzones zijn uitgerust met een speciaal mechanisme dat het mogelijk maakt om de werking van elk van de kookzones te starten bij maximaal verwarmingsvermogen, onafhankelijk van het ingestelde vermogen.

Na zekere tijd keert het verwarmingsver-mogen terug naar het ingestelde vermogen (van 1 tot 8). Om gebruik te maken van deze functie is het voldoende om het vermogen te kiezen waarmee het gerecht moet worden klaargemaakt of waarnaar de kookzone moet terugkeren. Automatische vermindering van het vermo-gen is nuttig wanneer.

58Aanwijzingen:• Indien de draaiknop zich direct na de keuze van automatische vermindering van het vermogen in de positie “0” bevindt (dat wil zeggen dat er geen verwarmingsver-mogen is gekozen), schakelt de automa-tische vermindering van het vermogen na 3 seconden uit. • Als u de pan van de kookzone neemt en hem binnen 10 minuten opnieuw op dezelfde kookzone plaatst, wordt het ingestelde automatisch verminderen van het vermogen niet geannuleerd.De tijd dat de kookzone op maximaal vermo-gen werkt, hangt af van het gekozen vermo-gensniveau.

Na verloop van die tijd schakelt hij terug naar dat niveau.Niveau verwarmingsver-mogenTijdsduur van de automatische ver-mindering van het vermogen (sec)1 482 723 1364 2085 2646 4327 1208 1929 -Automatische vermindering van het vermo-gen is niet nuttig wanneer ...• u gerechten braadt of stooft die gekeerd of geroerd moeten worden, of waaraan water moet worden toegevoegd;• u noedels of pasta kookt in een grote hoeveelheid water;• u gerechten klaarmaakt die lang gekookt moeten worden in de snelkookpan.Inschakelen van de automatische verminde-ring van het vermogen:• Zet de draaiknop in de positie “A” en draai hem vervolgens terug naar het gewenste vermogensniveau. De display toont afwis-selend het symbool “A” en het gekozen vermogensniveau. Nadat de verwarmings-tijd met verhoogd vermogen (bv.

5) is verstreken, keert de kookzone terug naar het gekozen verwarmingsvermogen dat nu continu door de display getoond wordt.Op het displayOp het displayBEDIENING0123456789AP.0123456789AP.

59BEDIENINGBeperking van de werkingsduurOm de feilloze werking van de kookplaat te vergroten, is hij uitgerust met een beperking van de werkingsduur voor elk van de kook-zones. De maximale werkingsduur wordt vastgesteld op grond van het laatst gekozen vermogensniveau. Als u het vermogensniveau gedurende langere tijd (zie tabel) niet verandert, wordt de bijbehorende kookzone automatisch uitgeschakeld en de restwarmteindicator ingeschakeld. U kunt echter op ieder moment de respectievelijke kookzones inschakelen en bedienen volgens de gebruiksaanwijzing. Niveau verwar-mingsvermogen Maximale wer-kingsduur (min)1 3602 3603 3004 3005 2406 907 908 909 90P - Ø 220 5Boosterfunctie “P”De boosterfunctie is gebaseerd op het ver-hogen van het vermogen van de zone ø 220 - van 2300W tot 3000W. U schakelt de boosterfunctie in door de draai-knop in de positie “P” te plaatsen en gedu-rende 3 sec.

vast te houden. Op de indicator van de kookzone verschijnt de letter “P” als teken dat de functie is ingeschakeld. U schakelt de boosterfunctie uit door de draai-knop in een andere positie te zetten bij een actieve inductiekookzone of nadat u de pan van de inductiekookzone heeft gehaald. Voor de kookzone Ø 220 is de werkings-duur van de boosterfunctie beperkt tot 5 minuten. Na de automatische uitschake-ling van de boosterfunctie verwarmt de kookzone verder volgens het normale vermogen. De boosterfunctie kan opnieuw worden ingeschakeld, onder voorwaarde dat de temperatuurvoelers in de elektronische systemen en de spoelen dit toelaten. Als u de pan verwijdert van de kookzone als de boosterfunctie is ingeschakeld, dan blijft deze functie actief en wordt het aftellen van de tijd voortgezet.

Indien tijdens de werking van de booster-functie de temperatuur (van het elektro-nische systeem of de spoel) wordt over-schreden, dan wordt de boosterfunctie automatisch uitgeschakeld. De kookzone keert terug naar het normale vermogen. Twee verticaal geplaatste kookzones vor-men een paar.

60BEDIENINGFuncties en bediening van de ovenOven met gestuurde luchtcirculatie (met ventilator)De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan en een grillelement (als dat er is). De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen – en met behulp van de draaiknop van de temperatuurrege-laar – draai de draaiknop naar de gewenste temperatuur om de oven in te stellenDe oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand “ ”/“ ” 0te plaatsen. Opgelet. Als er een functie van de oven inge-steld is, wordt de verwarming (van een verwarmingselement enz. ) pas aangeschakeld als de temperatuur ingesteld is.

Grill aangeschakeldOppervlakkig “grillen” wordt toegepast om kleine porties vlees te braden: ste-aks, schnitzels, vis, toasts, worstjes, ovenschotels te grillen (het gegrilde gerecht mag niet dikker dan 2-3 cm zijn, tijdens het bakken moet het omgedraaid worden). 0 NulstandOnafhankelijke verlichting van de ovenDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de binnenkant van de oven verlicht. OntdooienAlleen de ventilator is ingeschakeld, er wordt geen enkel verwarmingselement gebruikt. Snel verwarmenHet bovenste verwarmingselement, het broodrooster en de ventilator zijn ingeschakeld. Toegepast voor het vo-orverwarmen van de oven. Ventilator en supergrillAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de functie supergrill met ven-tilator uitgevoerd. In de praktijk laat deze functie toe om het braadproces te versnellen en de smaak van de gerechten te verbeteren.

Zorg dat de deur van de oven gesloten is tijdens de bereiding. SupergrillMet de functie „supergrill” worden gerechten gegrild terwijl het ver-warmingselement bovenaan ook aangeschakeld is. De functie laat toe om een hogere temperatuur in de bovenlaag van de oven te bere-iken, waardoor de gerechten meer gebruind worden.

61BEDIENINGHet aanschakelen van de oven wordt aange-geven met twee controlelampjes, een en Reen . Het controlelampje geeft aan dat L Rde oven werkt. Als het rode controlelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde tempera-tuur bereikt. Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het L controlelampje voor de eerste maal uitgaat. Tijdens de bereiding zal het lampje af en L toe aan- en uitgaan (de temperatuur in de oven wordt op peil gehouden). Het R contro-lelampje kan ook branden als u de draaiknop in stand “Verlichting van de oven” plaatst.Verwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeldDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de oven op conven-tionele wijze verwarmd.

Ideaal om taarten, vlees, vis, brood, pizza (vo-orverwarmen en gebruik van donkere bakplaten vereist) te bakken en om op één niveau te bakken.Ventilator en verwarmingselement onderaan en bovenaan aange-schakeldBij deze stand van de draaiknop voert de oven de functie gebak uit. Conven-tionele oven met ventilator (functie aangeraden voor gebak).Verwarmingselement onderaan aangeschakeldBij deze stand wordt de oven enkel met het verwarmingselement onde-raan verwarmd. Bijbakken van gebak onderaan (bv. vochtig gebak en gebak met vruchten). L R

62BEDIENINGOm de grill aan te schakelen moet u: de draaiknop van de oven op de stand de oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur)de bakplaat met het gerecht op het ge-paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaat-sen.de deur van de oven sluiten.Gebruik van de grillTijdens het grillproces ondergaan de gerech-ten de inwerking van infrarood dat uitgezon-den wordt door het verhitte verwarmingsele-ment van de grill.Opgelet!Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn.Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden.Laat geen kinderen bij de oven ko-men.Vo or de grillf unc tie e n supe rgr ill moet de temperatuur ingesteld wor-den op 250ºC, en voor de functie grill met ventilator op maximum 190ºC.

63BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPSGebak het is aan te raden om gebak te bereiden op de bakplaten die deel uitmaken van de uitrusting van het fornuis, gebak kan bereid worden in bakvormen of bakplaten die op het droogrekje geplaatst moeten worden. Voor gebak worden best zwarte bakvormen gebruikt omdat deze beter de warmte geleiden en de baktijd verkorten.  we raden af om bakvormen en bakplaten met een helder en blinkend oppervlak te gebruiken wanneer u gebruik maakt van de conventionele verwarmfunctie (verwar-mingselementen bovenaan + onderaan). Bij dit soort bakvormen wordt de onderkant van het gebak niet goed doorbakken.  als u gebruik maakt van de functie voor heteluchtcirculatie moet u de oven niet voor-verwarmen.

Voor de andere verwarmingsfuncties moet de ovenkamer voorverwarmd worden voordat u het gebak erin plaatst, voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt), het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft.  de baktemperaturen bij gebruik van de functie voor heteluchtcirculatie zijn normaal gezien ong.

20-30 graden lager dan bij conventioneel bakken (met gebruik van de verwarmingselementen bovenaan en onderaan), de parameters voor gebak in tabel geven enkel aanwijzingen en kunnen gecorrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak, indien de informatie in kookboeken duidelijk afwijkt van de waarden in de handleiding van het fornuis, laat u zich best leiden door de richtlijnen in de handleiding. Vlees braden in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid.  bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen.

 bij braden op het droogrekje of op het rooster wordt er best een braadplaat met een kleine hoeveelheid water op het laagste niveau geplaatst.  het vlees wordt best minstens éénmaal halverwege de braadtijd omgedraaid op zijn andere zijde. Tijdens het bakken moet het vlees ook af en toe overgoten worden met de saus die ontstaat bij het braden of met heet, zout water. Het vlees mag niet met koud water overgoten worden.

65REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISDe zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking.Voor de reiniging moet de oven uitge-schakeld worden. Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “”/“0” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is. Reiniging na elk gebruik• Licht, niet aangebrand vuil moet ver-wijderd worden met een vochtige doek zonder reinigingsmiddel. Bij gebruik van een afwasmiddel kan er een blauwach-tige verkleuring ontstaan. Hardnekkige vlekken laten zich niet altijd verwijderen bij de eerste reiniging, zelfs bij gebruik van een speciaal reinigingsmiddel.• Sterk aangekoekt vuil moet verwij-derd worden met een schraper. Daar-na moet het oppervlak gereinigd wor-den met een vochtige doek.Schraper om de kookplaat te reinigen

Bij de reiniging moet de verlich-ting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet. De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden.Opgelet!Gebruik geen schurende reinigings-middelen voor het reinigen en onder-houden van de glazen voorzijde.Vervanging van het verlichtingslampje van de ovenOm elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt. Stel alle draaiknoppen in op stand “ ”/“0” en schakel de voeding uit, Draai het omhulsel van de lamp uit, was het en wrijf het goed droog, Draai het verlichtingslampje uit en vervang het indien nodig door een nieuw lampje dat bestand is tegen hoge temperaturen (300ºC), met volgende parameters: - spanning 230 V - vermogen 25 W - schroefdraad E14 Draai het lampje in en zorg ervoor dat het goed in de keramische tting zit, Draai het omhulsel van het lampje in.Lampje van de ovenStoomreiniging – Steam Clean:- giet 0,25l water (1 glas) in een kommetje dat u op het eerste niveau van onder in de oven plaatst,- sluit de deur van de oven,- stel de temperatuurknop in op stand 50ºC, en de functieknop op de functie verwarming-selement onderaan,- warm de ovenkamer ongeveer 30 minuten op,- open de deur van de oven, reinig de bin-nenkant van de oven met een doek of sponsje en was de oven daarna uit met warm water met afwasmiddel.

67REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET fORNUISWegnemen van de deurOm gemakkelijker toegang te hebben tot de ovenkamer en die te reinigen, kunt u de deur wegnemen. Hiervoor moet u de deur openen en de beveiliging op het scharnier naar boven klappen (g. A). Doe de deur lichtjes toe, hef ze op en neem ze naar voor toe uit. Om de deur opnieuw te monteren gaat u omgekeerd te werk. Bij het monteren moet u erop letten dat de uitsparing op het scharnier correct op de uitstulping van de scharnierhouder geplaatst is. Plaats altijd de beveiliging terug nadat u de deur terug gemonteerd hebt en druk ze goed aan. Als u de beveiliging niet correct terugplaatst, kan het scharnier beschadigd raken wanneer u de deur probeert te sluiten.Wegnemen van de deurVerwijderen van de binnenruit1.

68REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET fORNUISVerwijderen van de binnenruit. 3 binnenruit.3. Trek de binnenruit uit de houder (in het onderste deel van de deur). Fig. D, D1. 4. Was de ruit met warm water en een klein beetje reinigingsmiddel. Ga omgekeerd te werk om de ruit op-nieuw te monteren. Het gladde deel van de ruit moet zich bovenaan bevinden. Attentie! Druk de bovenlijst van de deur niet gelijktijdig op beide kanten van de deur. Voor een juiste montage van de bovenlijst van de deur drukt u eerst het linker uiteinde tegen de deur en drukt u vervolgens op het rechter uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort. Hierna drukt u op het linker uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort.D11122Verwijderen van de binnenruit. 2 binnenruit.D123123123

69Periodieke controleNaast het lopende onderhoud en reiniging van het fornuis moet u ook: regelmatig de werking van de bedienings-elementen en de werkende onderdelen van het fornuis controleren. Na het ver-strijken van de garantieperiode moet u ten minste één maal per twee jaar een technische controle van het fornuis laten uitvoeren door een onderhoudsdienst, de vastgestelde gebreken verhelpen, een regelmatig onderhoud van de wer-kende onderdelen van het fornuis uitvoe-ren.Opgelet! Alle herstellingen en instellingen moeten uitgevoerd worden bij een erkende onderhoudsdienst of door een erkend installateur met gepaste kwalicaties.REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET fORNUISFornuizen die aangeduid zijn met letter D, zijn uitgerust met gemakkelijk uitneembare staaf-geleiders (laddertjes) voor insteekonderdelen van de oven.

70HANDELSWIJZE BIJ PROBLEEMSITUATIESBij probleemsituaties moet u: de werkende onderdelen van het fornuis uitschakelen de elektrische voeding ontkoppelen een herstelling aanvragen sommige kleine problemen kan de gebruiker zelf oplossen met behulp van de aanwijzingen in de tabel hieronder. Controleer opeenvolgend alle punten in de tabel voordat u de onderhouds- of klantendienst contacteert.PROBLEEM1. de elektrische uitrusting werkt niet2.de display van de pro-grammator geeft het uur “0.00” aan3.

de verlichting van de oven werkt nietOORZAAKStroompanneHet toestel werd van het stroomnet ontkoppeld of er was een tijdelijke stroom-pannelosgekomen of beschadigd lampjeHANDELSWIJZEControleer de zekering van de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekeringStel het uur in (zie Gebrui-kershandleiding van de programmator)draai het lampje aan of vervang het doorgebrande lampje (zie hoofdstuk Reini-ging en onderhoud)

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Amica SHI 11673 E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden