Amica SHI 11590 E Handleiding

Amica Fornuis SHI 11590 E

Bekijk gratis de handleiding van Amica SHI 11590 E (76 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 18 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Amica SHI 11590 E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/76
(EN) INSTRUCTION MANUAL....................................2
(NL) GEBRUIKERSHANDLEIDING...............................39
IO-CFS-0233 / 8065368
(04.2016 / v1)
SHI*
507IE*

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Amica
Categorie: Fornuis
Model: SHI 11590 E

Handleiding Amica SHI 11590 E – volledige tekst

GEACHTE KLANT,De fornuizen combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreffendheid. Na het le-zen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kunnen bedienen.Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorko-men.Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is.Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden.Opgelet!Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft.Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden.

41VEILIGHEIDSINSTRUCTIESAttentie. Dit apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Wees bijzonder voorzichtig bij het aanraken van de verwarmingselementen. Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kun-nen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan.Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik plaatsvindt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden ver-richten.Attentie.

Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand.Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken.Attentie. Brandgevaar: geen voorwerpen verzamelen op de kookoppervlakte.Attentie. Schakel de stroom uit als de oppervlakte is gebar-sten, om elektrische schokken te voorkomen.

42VEILIGHEIDSINSTRUCTIESLeg geen metalen voorwerpen als messen, vorken, lepels, deksels en aluminiumfolie op de oppervlakte van de kook-plaat, zij kunnen heet worden.Schakel de kookplaat na aoop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie.Tijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan.Als dit apparaat gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen.Attentie. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of scherpe metalen voorwerpen voor het schoonmaken van het glas van de deur, omdat deze krassen kunnen veroorzaken op het oppervlak. Dit kan leiden tot barsten van het glas.Attentie.

Om elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt.Gebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het apparaat.Gevaar voor verbranding! Bij het openen van de ovendeur kan hete stoom ontsnappen. Wees voorzichtig met het ope-nen van de deur tijdens of na aoop van het koken. Buig u bij het openen niet over de deur. Vergeet niet dat stoom bij bepaalde temperaturen onzichtbaar kan zijn.

43VEILIGHEIDSINSTRUCTIES  Wees bijzonder voorzichtig als er kinderen in de buurt van het fornuis zijn, want ze kennen de bedieningsprincipes van het fornuis niet. De hete branders van de gaskookplaat, de ovenkamer, het rooster, de ruit van de deur, en potten en pannen met hete vloeistoffen kunnen brandwonden veroorzaken.  Zorg ervoor dat er geen kleine keukentoestellen of hun kabels in direct contact komen met de hete oven of de kookplaat, want de isolatie van deze toestellen is niet bestand tegen hoge temperaturen.  Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Oliën en vetten kunnen ont-vlammen als gevolg van oververhitting of overkoken.  Zorg ervoor dat de kookplaat niet vuil wordt of onderloopt door overlopende spijzen. Eventueel vuil moet onmiddellijk verwijderd worden.

 Plaats geen potten of pannen met een natte bodem op de hete kookvelden, want dit kan onomkeerbare wijzigingen aan de plaat veroorzaken (onverwijderbare vlekken).  Gebruik enkel potten en pannen die volgens de aanwijzingen van de producent geschikt zijn om te koken op een keramische plaat.  Als het oppervlak van de kookplaat gebarsten is, moet het toestel van het stroomnet ontkoppeld worden om elektrocutie te vermijden.  Schakel de kookplaat niet aan zonder er eerst een pot of pan op te plaatsen.  Het is verboden om potten of pannen met scherpe randen te gebruiken, want die kunnen de keramische plaat beschadigen  Kijk niet naar de halogene kookvelden terwijl ze opwarmen (als ze niet afgedekt zijn met een pot of pan).

 Plaats geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 15 kg op de open deur van de oven, en geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 25 kg op de kookplaat.  Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om de glazen deur te reinigen. Hierdoor kan het oppervlak gekrast raken, wat kan leiden tot barsten in het glas.  Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent.

U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit.  Het is verboden om een fornuis met technische defecten te gebruiken. Defecten mogen enkel hersteld worden door een erkend technicus met gepaste kwalicaties.  Bij problemen veroorzaakt door technische defecten, moet het fornuis van het stroomnet ontkoppeld worden en moet het defect gemeld worden voor herstelling.  Er mogen geen toestellen voor reiniging met stoom gebruikt worden om het fornuis te reinigen.  Personen met ingeplante toestellen die lichaamsfuncties ondersteunen (bv. een pacemaker, een insulinepomp of een hoorapparaat) moeten er zich van vergewis-sen, dat de werking van deze toestellen niet verstoord wordt door de inductieplaat (de inductieplaat werkt binnen het frequentiebereik 20-50 kHz).  Het toestel is uitsluitend ontworpen voor kookdoeleinden. Elke andere toepassing (bv.

44ENERGIEBESPARINGDoor op verantwoorde wijze energie te gebruiken be-spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie-besparing! Dat kan op de volgende manier:Gebruik goede potten en pannen om te koken.Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander.

Dek de potten en pannen steeds af met een deksel.Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn.Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn.Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn.Vermijd onnodig opheffen van deksels om het kookproces te controleren.Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven. Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden.Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis.Gebruik de restwarmte in de oven.Schakel bij baktijden van meer dan 40 minu-ten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit.Sluit de deur van de oven zorgvuldig.Otherwise energy consumption increases unnecessarily.

 Bouw het fornuis niet in in de onmid-dellijke nabijheid van koelkasten of diep-vriezers.Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.Opgelet! Hou rekening met de kortere bak-tijd bij het instellen van de programmator.

45Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriendelijke wijze.Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be-reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKENOp het einde van de gebruiks-periode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen.

Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking.De materialen die gebruikt zijn bij de pro-ductie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materia-len of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu.Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten. RECYCLAGE VAN GEBRUIKTE TO ESTELLEN

49INSTALLATIE Opstelling van het fornuis  De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ven-tilatie bezitten in overeenstemming met de geldende technische voorschriften.  De ruimte moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem dat verbrandingsgas-sen die tijdens het verbrandingsproces ontstaan, naar buiten afvoert. Deze installatie moet bestaan uit een ventila-tierooster of een afzuigkap. Afzuigkappen moeten gemonteerd worden volgens de bijgevoegde gebruikershandleidingen. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselementen garanderen.  De bekleding en de lijmen van de inbou-wmeubelen moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 100ºC. Als deze voorwaarde niet vervuld is, kan het opper-vlak vervormd raken of kan de bekleding losraken.

Als u niet zeker bent of de meubelen tegen zulke temperaturen bestand zijn, moet u bij het inbouwen een tussenruimte van ong. 2 cm vrijlaten tussen de meubelen en het fornuis. De muur die zich achter het fornuis bevindt, moet bestand zijn tegen hoge temperaturen. Tijdens het ge-bruik van het fornuis kan de achterwand opwarmen tot ongeveer 50ºC boven de omgevingstemperatuur.  Het fornuis moet opgesteld worden op een harde, effen ondergrond (niet op een onderstel zetten).  Voordat u het fornuis in gebruik neemt, moet u het waterpas zetten. Dit is vooral belangrijk voor het gelijkmatige versprei-den van vet in de pan. Hiervoor dienen de regelpootjes die bereikbaar zijn als u de schuif wegneemt. Regelbereik +/- 5mm.Montage van de beveiliging tegen het omvallen van het fornuis.De beveiliging wordt gemonteerd om te vo-orkomen dat het fornuis omvalt.

Dankzij de blokkade tegen het omvallen van het fornuis voorkomt u dat een kind dat op de openstaan-de ovendeur klimt het fornuis laat omvallen.Fornuis, hoogte 850 mmA=60 mmB=103 mmFornuis, hoogte 900 mmA=104 mmB=147 mmAB

50INSTALLATIEAansluiting van het fornuis op de elektrische installatieOpgelet!De plaat mag enkel op de elektrische instal-latie aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalificaties. Het is verboden om zelfstandig wijzigingen of aanpassingen aan te brengen aan de elektrische installatie.Instructies voor de installateurHet fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met driefasige wisselstroom (400V 3N~50Hz). De nominale spanning van de ver-warmingselementen van het fornuis bedraagt 230V. Het fornuis kan aangepast worden aan voeding met eenfasige stroom (230V) door een gepaste overbrugging op de contactstrip volgens het bijgevoegde aansluitschema. Er is ook een aansluitschema bij de aansluiting van het fornuis geplaatst. De contactstrip is bereikbaar nadat u het deksel van de aansluiting wegneemt door de klemmen te deblokkeren met een platte sleutel.

Vergeet niet een gepaste leiding te kiezen volgens het soort aansluiting en het nominale vermogen van het fornuis.De aansluitleiding moet gemonteerd worden op de steun voor de aansluiting van het for-nuis.Opgelet!Vergeet niet het aardingscircuit aan te sluiten op de klem van de contactstrip, die aangege- ven is met het teken . De elektrische instal-latie die het fornuis van stroom voorziet, moet beveiligd zijn met een gepaste zekering die de stroom afsluit in noodgevallen. De afstand tussen de werkcontacten van de zekering moet min. 3 mm bedragen.Voordat u het fornuis op de elektrische installatie aansluit, moet u de informatie op het typeplaatje en het aansluitschema lezen.21

51INSTALLATIEOpgelet! Bij elke aansluitingsvariant moet de aardingsleiding aangesloten zijn op de klem PEAanbevolen soort aansluit-leiding 1 Bij een stroomnet van 230 V eenfa-sige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 1-2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 2 Bij een stroomnet van 400/230 V tweefasige aansluiting met een nul-leiding, de bruggen verbinden de klemmen 2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 3 Bij een stroomnet van 400/230 V drie-fasige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 4-5, de faseleidingen zijn aangesloten op 1, 2 en 3, de nulleiding op 4-5, aardingsleiding op . Faseleidingen - L1=R, L2=S, L3=T; N – nulleiding; PE – aardingsleiding H05VV-F3G4H05VV-F4G2,5H05VV-F5G1,5SCHEMA MET MOGELIJKE AANSLUITINGENOpgelet! Spanning van de verwarmingselemen-ten 230V12354PEL1N12354L1L2PEN12354L1L2PENL3

53BEDIENINGPrincipes van de werking van een inductieveldEen elektrische generator drijft de spoel aan die zich in het apparaat bevindt. Deze spoel wekt een magnetisch veld op. Zodra een pan op de kookplaat wordt gezet, stromen er inductiestromen door de pan. Deze stromen maken van de pan een echte warmtebron, terwijl het glasoppervlak van de kookplaat koel blijft. Voor het eerste gebruik van de kookplaat ● de inductiekookplaat eerst grondig reinigen. Behandel inductiekookplaten als glasoppe-rvlakken. ● bij het eerste gebruik kan het apparaat kortstondig gaan walmen, schakel daarom de luchtventilatie in of zet een raam open. ● neem bij het bedienen van het apparaat de veiligheidsvoorschriften in acht. Dit systeem vereist het gebruik van pannen die gevoelig zijn voor de werking van een ma-gnetisch veld.

De inductietechnologie heeft twee grote voordelen: • de warmte wordt uitsluitend door de pan overgedragen, het is mogelijk de warmte maximaal aan te wenden, • het warmtetraagheidsverschijnsel treedt niet op, omdat het kookproces automatisch begint op het moment dat de pan op de kookplaat wordt gezet en eindigt, zodra hij weer van de kookplaat wordt afgehaald. Veiligheidsinrichting:Bij juiste installatie en correct gebruik van de kookplaat is slechts zelden een veiligheidsin-richting noodzakelijk. Ventilator: dient voor bescherming en koeling van de besturings- aan aandrijvingsonderdelen. Hij werkt automatisch met twee verschillende snelheden. De ventilator gaat werken zodra u de kookzones uitschakelt en werkt bij een uitgeschakelde kookplaat totdat het elektrische systeem voldoende is afgekoeld.

Transistor: De temperatuur van de elektronische onderdelen wordt doorlopend gemeten met een sensor. Als de temperatuur op gevaarlijke wijze stijgt, verlaagt dit onderdeel auto-matisch het vermogen van de kookzone of schakelt de kookzones uit die zich het dichtst bij de oververhitte elektronische onderdelen bevinden.

54BEDIENINGDe display toont het symbool als er geen pan of een ongeschikte pan op de ko-okzone staat. De kookzone schakelt niet in. Indien binnen 10 minuten geen pan wordt gevonden, dan wordt het inschakelproces van de kookplaat beëindigd.U schakelt de kookzone uit met behulp van de tiptoets en niet door alleen de pan te verwijderen.Pandetectie in de inductiekookzone Pandetectie is geïnstalleerd in kookplaten met inductiekookzones. Tijdens de werking van de kookplaat schakelt de pandetectie de warmteafgifte in de kookzone automatisch in of uit op het moment dat er een pan op wordt geplaatst, respectievelijk weggenomen. Dit zorgt dus voor energiebesparing. • De display toont het warmteniveau als de kookzone wordt gebruikt in combinatie met een geschikte pan.

• Inductiekoken vereist het gebruik van aangepaste pannen met een bodem van magnetisch materiaal (zie de tabel).De pandetectie werkt niet als in-/uitschakelaar van de kookplaat.Zorg ervoor dat u bij het in- en uitschakelen en bij het instellen van het vermogen-sniveau altijd maar één tiptoets tegelijk aanraakt. Als u meerdere tiptoetsen tegelijkertijd aanraakt (uitgezonderd de klok en de sleutel), negeert het systeem de ingevoerde besturingssignalen. Bij langdurig aanraken klinkt het foutsignaal.Schakel de kookzones na aoop van het gebruik uit met de regelaar, vertrouw niet op de pandetectie.De inductiekookplaat is uitgerust met sensors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tiptoetsen).Elke aanraking van een tiptoets gaat gepaard met een geluidssignaal.

55BEDIENINGBasisvoorwaarde voor de goede werking en efciëntie van de kookplaat is het gebruik van de juiste kwaliteit pannen. ● Gebruik altijd pannen van hoge kwaliteit met een perfect vlakke bodem. Zo voorkomt u het ontstaan van punten met een te hoge temperatuur waar voedingsmiddelen tijdens het koken aan vast kunnen kleven. Pannen en koekenpannen met dikke, metalen wanden zorgen voor uitstekende verspreiding van de warmte. ● Zorg ervoor dat de bodem van de pannen droog is. Controleer na het vullen, of wanneer u een pan gebruikt die in de koelkast heeft gestaan, voordat u de pan op de kookplaat zet of de oppervlakte volledig droog is. Hierdoor voorkomt u verontreiniging van de oppervlakte van de kookplaat.

● Het deksel verhindert dat de warmte ontsnapt, waardoor de kooktijd korter wordt en u minder energie verbruikt.Pannenkeuze voor het koken op een inductiekookzone Inductiekookzone Doorsnede van de pan voor inductiekoken Doorsnede (mm) Minimaal (mm) Maximaal (mm) 210 140 220 180 90 180 160 90 160Als u pannen gebruikt die kleiner zijn dan de minimale doorsnede, is het moge-lijk dat de inductiekookzone niet werkt.De energie wordt het beste overgedragen als de maat van de pan overeenkomt met de afmetingen van de inductiekookzone.In de onderstaande tabel staan de kleinste en de grootste doorsnede aangegeven.

Deze zijn afhankelijk van de kwaliteit van de pan.Voor een optimale temperatuurcontrole door de inductiemodule moet de bo-dem van de pan vlak zijn.Een holle bodem of een diep ingeslagen logo van de producent hebben een ne-gatieve invloed op de temperatuurcontrole door de inductiemodule en kunnen oververhitting van de pan veroorzaken.Gebruik geen beschadigde pannen bv. met een bodem die door te hoge tempe-raturen is gedeformeerd.

56BEDIENINGKeuze van de pan voor de inductiekookzoneMarkering van keuken-gerei Controleer of zich op het etiket een symbool bevindt, dat aangeeft dat de pan geschikt is voor inductiekookplatenGebruik magnetische pannen (van geëmailleerd staal, ferritisch roestvast staal, gietijzer), u kunt dit controleren door een magneet tegen de onderkant van de pan te houden (die moet vastkleven). RVS Aanwezigheid pan niet ontdektUitgezonderd pannen van ferromagnetisch staal Aluminium Aanwezigheid pan niet ontdekt Gietijzer Bijzonder geschiktOpgelet: de pannen kunnen krassen op de kookplaat veroorzaken Geëmailleerd staal Bijzonder geschiktAanbevolen worden pannen met een dikke, vlakke en gladde bodem Glas Aanwezigheid pan niet ontdekt Porselein Aanwezigheid pan niet ontdektPannen met een kope-ren bodemAanwezigheid pan niet ontdekt

57BEDIENINGBedieningspaneel ● Na het aansluiten van de kookplaat gaan alle indicatoren kort branden. De kookplaat is klaar voor gebruik. ● De kookplaat is uitgerust met elektronische tiptoetsen die worden ingeschakeld door ze met de vinger minimaal 1 seconde aan te raken. ● Bij iedere aanraking van een tiptoets hoort u een geluid.Plaats geen voorwerpen op de oppervlakten van de tiptoetsen (dit kan leiden tot een foutmelding) en houd de toetsen goed schoon.Instellen van het vermogensniveau voor verwarming van de inductiekookzoneZolang de „0” helder oplicht op de kookzoneindicator (3) kunt u het gewenste vermogensniveau voor verwarming instellen met behulp van de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4).Inschakelen van de kookzoneSchakel de gewenste kookzone (5) in, binnen 20 seconden na het aanzetten van de kookplaat met de tiptoets (1). 1.

Na aanraking van de tiptoets van de gewenste kookzone (5) verschijnt op de bijbehorende indicator voor het vermogensniveau het duidelijk verlichte cijfer „0”. 2. U kunt nu het gewenste verwarmingsniveau instellen met de tiptoetsen „+” (2) of „-” (4).Inschakelen van de kookplaatRaak de tiptoets in-/uitschakelen (1) gedurende minimaal 1 seconde met de vinger aan. De kookplaat is actief als op alle indicatoren (3) het cijfer „0” oplicht.Als u binnen 20 seconden geen van de tiptoetsen bedient, dan schakelt de kook-plaat weer uit.Als u binnen 20 seconden geen van de tiptoetsen bedient, dan schakelt de ko-okzone weer uit.De kookzone is actief als op alle displays een cijfer of letter oplicht. Dit betekent dat de kookzone klaar is om het verwarmingsniveau in te stellen.

● U schakelt de kookzone uit door de tiptoets in-/uitschakelen van de kookplaat aan te raken of door het vermogensniveau met behulp van de tiptoets „-” (4) terug te brengen naar „0”.Boosterfunctie „P”De boosterfunctie is gebaseerd op het verhogen van het vermogen van de zone Ø 210 - van 2300W tot 3000W,Ø 180 - van 1400W tot 2000W,Ø 160 - van 1200W tot 1400W.Om de boosterfunctie in te schakelen kiest u een kookzone en stelt u het vermogen in op „9”, vervolgens raakt u de tiptoets „+” (2) aan, waardoor de letter „P” op de display verschijnt.U schakelt de boosterfunctie uit door de tiptoets „-” (4) aan te raken bij een actieve inductie-kookzone of nadat u de pan van de inductiekookzone heeft gehaald.Voor de kookzone Ø 210, Ø 180 is de werkingstijd van de boosterfunctie beperkt tot 5 minuten.

Na de automatische uitschakeling van de boosterfunctie verwarmt de kookzone verder volgens het normale vermogen.De boosterfunctie kan opnieuw worden ingeschakeld, onder voorwaarde dat de temperatuurvoelers in de elektronische systemen en de spoelen dit toelaten. Als u de pan verwijdert van de kookzone als de boosterfunctie is ingeschakeld, dan blijft deze functie actief en wordt het aftellen van de tijd voortgezet.Indien tijdens de werking van de boosterfunctie de temperatuur (van het elektro-nische systeem of de spoel) wordt overschreden, dan wordt de boosterfunctie automatisch uitgeschakeld. De kookzone keert terug naar het normale vermogen.

59BEDIENINGBij ingeschakelde boosterfunctie is het totale vermogen te groot. Het vermogen van de tweede zone uit het paar wordt automatisch gereduceerd. Regeling van de boosterfunctieTwee verticaal geplaatste kookzones vormen een paar. Blokkeren van de kookplaatHet kinderslot is bedoeld om de kookplaat te beschermen tegen onbedoelde inschakeling door kinderen. Inschakelen is alleen mogelijk als het kinderslot is uitgeschakeld. KinderslotHet inschakelen van de blokkade is alleen mogelijk, wanneer het bedieningspaneel inge-schakeld is en geen van de kookzones of de klok actief is (verlichte cijfers „0” met een knip-perende punt op de displays). Nadat u het bedieningspaneel heeft ingeschakeld met de tiptoets (1), raakt u tegelijkertijd de tiptoets (5) van de kookzone rechtsvoor en tiptoets (4) aan, waarna u opnieuw de tiptoets (5) van de kookzone rechtsvoor aanraakt.

Op alle displays verschijnt nu de letter „L”. Dit betekent dat het kinderslot is ingeschakeld. Wanneer de kookzones nog warm zijn wordt de letter „L” afwisselend met de letter „H” getoond. Het blokkeren van de kookplaat moet plaatsvinden binnen 10 seconden. Raak geen andere tiptoetsen aan dan de tiptoetsen die zijn aangegeven, anders wordt de kookplaat niet geblokkeerd. Opheffen van het kinderslot van de kookplaat gedurende de kooktijdNa inschakeling van het bedieningspaneel met tiptoets (1) verschijnt op alle displays de letter „L”. Vervolgens raakt u tegelijkertijd de tiptoets (5) van de kookzone rechtsvoor en tiptoets (4) aan. De letters „L” verdwijnen en op de displays van de kookzones verschijnt het cijfer „0. ” met een knipperende punt. U kunt vervolgens beginnen met het inschakelen van de kookzones.

(Zoals beschreven in het hoofdstuk „Instellen van het vermogensniveau voor verwarming van de inductiekookzone”). De kookplaat blijft geblokkeerd totdat het kinderslot wordt opgeheven, zelfs wan-neer het bedieningspaneel wordt in- en uitgeschakeld.

60BEDIENINGRestwarmteindicatorOp het moment dat een hete kookzone wordt uitgeschakeld, verschijnt de letter „H” als signaal dat de kookzone nog heet is.Raak de kookzone niet aan in verband met het risico voor verbrandingen en zet er geen voorwerpen op die gevoelig zijn voor warmte!Als deze indicator is gedoofd, kunt u de kookzone aanraken. Wees u ervan bewust dat hij nog niet is afgekoeld tot de omgevingstemperatuur.Bij het ontbreken van spanning brandt de restwarmteindicator niet.Denitief opheffen van het kinderslotNa inschakeling van het bedieningspaneel met tiptoets (1) verschijnt op alle displays de letter „L”. Vervolgens raakt u tegelijkertijd de tiptoets (5) van de kookzone rechtsvoor en tiptoets (4) aan. Hierna raakt u opnieuw tiptoets (4) aan.

Het bedieningspaneel van de kookplaat wordt uitgeschakeld (de displays zijn gedoofd).Het opheffen van het kinderslot van de kookplaat moet plaatsvinden binnen 10 seconden. Raak geen andere tiptoetsen aan dan de tiptoetsen die zijn aangegeven, anders wordt het kinderslot van de kookplaat niet denitief opgeheven.Zodra de blokkade van het bedieningspaneel van de kookplaat op de juiste manier is opgeheven, verschijnt na aanraking van tiptoets (1) op alle displays het cijfer „0” met een knipperende punt. Wanneer de kookzones nog warm zijn wordt het cijfer „0” afwisselend met de letter „H” getoond.

61BEDIENINGBeperking van de werkingsduurOm de feilloze werking van de kookplaat te vergroten, is hij uitgerust met een beperking van de werkingsduur voor elk van de kook-zones. De maximale werkingsduur wordt vastgesteld op grond van het laatste gekozen vermogensniveau.Als u het vermogensniveau gedurende langere tijd (zie tabel) niet verandert, wordt de bijbehorende kookzone automatisch uitgeschakeld en de restwarmteindicator ingeschakeld. U kunt echter op ieder moment de respectievelijke kookzones inschakelen en bedienen, volgens de gebruiksaanwijzing.Alle kookzones kunnen tegelijkertijd werken met ingeprogrammeerde tijd met behulp van de timer.TimerDe timer maakt het kookproces eenvoudiger, dankzij de mogelijkheid om de werkingstijd van de kookzones te programmeren.

Hij kan ook dienen als kookwekker.Aanzetten van de timer De timer maakt het kookproces eenvoudiger, dankzij de mogelijkheid om de werkingstijd van de kookzones te programmeren. Hij kan ook dienen als kookwekker. • Met tiptoets (5) kiezen we de gewenste kookzone. Het cijfer „0” gaat helderder branden. • Stel met de hulp van de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4) het gewenste vermogensniveau in binnen het bereik van 1-9. • Activeer vervolgens binnen 10 seconden de timer door tegelijkertijd de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4) aan te raken. • Stel met de hulp van tiptoetsen „+” (2) of „-” (4) de gewenste kooktijd in (01 tot 90 mi-nuten). Op de display van de kookzone die wordt aangestuurd door de timer verschijnt een decimale punt.Om energie te besparen een wordt het vermogensniveau „9” na 30 mi-nuten automatisch verlaagd naar vermogensniveau „8”.

62BEDIENINGWijziging van de ingestelde kooktijdOp ieder moment van het kookproces kunt u de ingevoerde kooktijd wijzigen. • Met tiptoets (5) kiezen we de gewenste kookzone. Het cijfer van het vermogensniveau gaat helderder branden. • Op de bovenste display verschijnen de cijfers van de reeds ingestelde timer. • Met hulp van de tiptoetsen „+” (2) of „-” (4) stelt u een nieuwe tijd in.Controle van de verstreken kooktijdU kunt de overgebleven kooktijd op ieder moment controleren door de keuzetoets voor de kookzone (5) aan te raken en vervolgens tegelijkertijd de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4).Uitzetten van de timerNa afloop van de ingeprogrammeerde kooktijd klinkt een geluidssignaal. U kunt het uitschakelen door op een willekeurige tiptoets te drukken.

Na 2 minuten schakelt het alarm automatisch uit.Wanneer het noodzakelijk is om de timer eerder uit te schakelen • dan activeert u met tiptoets (5) de kookzone Het cijfer van het vermogensniveau gaat helderder branden. • Activeer vervolgens met de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4) de timer. • Zet met tiptoets „-” (4) de kooktijd op positie „00”. De timer schakelt uit en de kookzone blijft werken totdat u hem handmatig uitschakelt.Timer als kookwekkerDe timer kan ook worden gebruikt als extra alarm, wanneer de kookzones niet door de timer worden aangestuurd.Aanzetten kookwekkerWanneer de kookplaat is uitgeschakeld: • Schakel de kookplaat in door de tiptoets in-/uitschakelen van de kookplaat (1) aan te raken. • Activeer vervolgens de kookwekker door de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4) tegelijkertijd aan te raken. • Stel met behulp van de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4) de tijd van de kookwekker in.

63De warmhoudfunctie bevindt zich als extra vermogensniveau tussen de posities „0 1” en verschijnt op de display als het symbool „ ”.U schakelt de warmhoudfunctie in op de-zelfde wijze als beschreven in het punt „In-schakelen van de kookzone”U schakelt de warmhoudfunctie uit op de-zelfde wijze als beschreven in het punt „Uit-schakelen van de kookzone”BEDIENINGUitschakelen kookwekkerNa afloop van de ingeprogrammeerde tijd klinkt een doorlopend geluidssignaal. U kunt het uitschakelen door op een willekeurige tiptoets te drukken. Na 2 minuten schakelt het alarm automatisch uit.Wanneer het noodzakelijk is om de kookwekker eerder uit te schakelen • Activeer de kookwekker door de tiptoetsen „+” (2) en „-” (4) tegelijkertijd aan te raken. • Verminder vervolgens de tijd met de hulp van de tiptoets „-” (4) tot de positie „00”. • De kookwekker gaat uit.

• Als de timer is ingesteld als kookwekker, dan werkt hij niet als timer voor de kooktijd.WarmhoudfunctieDe warmhoudfunctie houdt reeds bereide gerechten warm op de kookzone. De geselecteerde kookzone is ingeschakeld op een laag vermogensniveau. Het vermogen van de kookzone wordt zo gestuurd door de warmhoudfunctie, dat de temperatuur van het gerecht bij benadering 65 °C bedraagt Hierdoor verandert een warm gerecht, dat klaar is om gegeten te worden, niet van smaak en blijft niet plakken aan de bodem van de pan. U kunt deze functie ook gebruiken voor het smelten van boter, chocolade etc.

Voorwaarde voor juist gebruik van deze functie is het gebruik van een geschikte pan met een vlakke bodem, zodat de temperatuur van de pan exact gemeten kan worden door de voeler die zich in de kookzone bevindt.U kunt de warmhoudfunctie op iedere kookzone gebruiken.Uit microbiologische overwegingen bevelen wij aan om de geruchten niet te lang warm te ho-uden. Het bedieningspaneel schakelt deze functie dan ook na 2 uur uit.

64BEDIENINGFuncties en bediening van de ovenOnafhankelijke verlichting van de ovenDoor de draaiknop op deze stand in te stellen wordt de kamer van de oven verlicht. Deze stand kunt u bv. bij het reinigen van de oven gebrui-ken. De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan en een grillelement (als dat er is). De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen –en met behulp van de draaiknop van de temperatuurregelaar – draai de draaiknop naar de gewenste temperatuur om de oven in te stellenDe oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand “ ”/“ ”0te plaatsen.

Mogelijke standen van de draaiknop voor de functie van de ovenVerwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeldAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven op conventionele manier opgewarmd. Verwarmingselement onderaan aangeschakeldAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven enkel met het verwarmingselement onderaan verwarmd. Deze stand kunt u bv. bij het bijbakken van gebak langs onder gebruiken. Verwarmingselement bovenaan aangeschakeldAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven enkel met het verwarmingselement bovenaan ver-warmd. Deze stand kunt u bv. voor het bijbakken van gebak langs boven gebruiken. Grill aangeschakeldDoor de draaiknop op deze stand in te stellen, worden de gerechten op het rooster gebakken.

Oven met natuurlijke convectie (conventionele oven)Functies en bediening van de ovenHet aanschakelen van de oven wordt aan-gegeven met twee controlelampjes, een geel en een rood. Het gele controlelampje geeft aan dat de oven werkt. Als het rode contro-lelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde temperatuur bereikt. Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het rode controlelampje voor de eerste maal uitgaat.

65BEDIENINGOm de grill aan te schakelen moet u:  de draaiknop van de oven op de stand grill de oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur)de bakplaat met het gerecht op het ge-paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaat-sen.de deur van de oven sluiten.Gebruik van de grillTijdens het grillproces ondergaan de gerech-ten de inwerking van infrarood dat uitgezon-den wordt door het verhitte verwarmingsele-ment van de grill.Opgelet!Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn.Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden.Laat geen kinderen bij de oven ko-men.Voor de grillfunctie en supergrill moet de temperatuur ingesteld worden op 210ºC, en voor de functie grill met ventilator op maximum 190ºC.

66BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPSGebakVlees braden  in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid.  bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen.  bij braden op het droogrekje of op het rooster wordt er best een braadplaat met een kleine hoeveelheid water op het laagste niveau geplaatst.  het vlees wordt best minstens éénmaal halverwege de braadtijd omgedraaid op zijn andere zijde. Tijdens het bakken moet het vlees ook af en toe overgoten worden met de saus die ontstaat bij het braden of met heet, zout water. Het vlees mag niet met koud water overgoten worden.

 het is aan te raden om gebak te bereiden op de bakplaten die deel uitmaken van de uitrusting van het fornuis,  gebak kan bereid worden in bakvormen of bakplaten die op het droogrekje geplaatst moeten worden. Voor gebak worden best zwarte bakvormen gebruikt omdat deze beter de warmte geleiden en de baktijd verkorten.  we raden af om bakvormen en bakplaten met een helder en blinkend oppervlak te gebruiken wanneer u gebruik maakt van de conventionele verwarmfunctie (verwar-mingselementen bovenaan + onderaan). Bij dit soort bakvormen wordt de onderkant van het gebak niet goed doorbakken.  voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt), het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft.

68REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISDe zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking.Voor de reiniging moet de oven uitge-schakeld worden. Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “ ”/“0” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is. Reiniging na elk gebruik • - Licht, niet aangebrand vuil moet verwijderd worden met een vochtige doek zonder reinigingsmiddel. Bij gebruik van een afwasmiddel kan er een blauwach-tige verkleuring ontstaan. Hardnekkige vlekken laten zich niet altijd verwijderen bij de eerste reiniging, zelfs bij gebruik van een speciaal reinigingsmiddel. • Sterk aangekoekt vuil moet verwij-derd worden met een schraper. Daar-na moet het oppervlak gereinigd wor-den met een vochtige doek.Schraper om de kookplaat te reinigen

69REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISOven  De oven moet na elk gebruik gereinigd worden. Bij de reiniging moet de verlich-ting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet. De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden.Opgelet!Gebruik geen schurende reinigings-middelen voor het reinigen en onder-houden van de glazen voorzijde.Vervanging van het verlichtingslampje van de ovenOm elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt.

  Stel alle draaiknoppen in op stand “ ”/“0” en schakel de voeding uit,  Draai het omhulsel van de lamp uit, was het en wrijf het goed droog,  Draai het verlichtingslampje uit en vervang het indien nodig door een nieuw lampje dat bestand is tegen hoge temperaturen (300ºC), met volgende parameters: - spanning 230 V - vermogen 25 W - schroefdraad E14  Draai het lampje in en zorg ervoor dat het goed in de keramische tting zit,  Draai het omhulsel van het lampje in.Lampje van de ovenStoomreiniging – Steam Clean:- giet 0,25l water (1 glas) in een kommetje dat u op het eerste niveau van onder in de oven plaatst,- sluit de deur van de oven,- stel de temperatuurknop in op stand 50ºC, en de functieknop op de functie verwarming-selement onderaan,- warm de ovenkamer ongeveer 30 minuten op,- open de deur van de oven, reinig de bin-nenkant van de oven met een doek of sponsje en was de oven daarna uit met warm water met afwasmiddel.

70REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISWegnemen van de deurOm gemakkelijker toegang te hebben tot de ovenkamer en die te reinigen, kunt u de deur wegnemen. Hiervoor moet u de deur openen en de beveiliging op het scharnier naar boven klappen (g. A). Doe de deur lichtjes toe, hef ze op en neem ze naar voor toe uit. Om de deur opnieuw te monteren gaat u omgekeerd te werk. Bij het monteren moet u erop letten dat de uitsparing op het scharnier correct op de uitstulping van de scharnierhouder geplaatst is. Plaats altijd de beveiliging terug nadat u de deur terug gemonteerd hebt en druk ze goed aan. Als u de beveiliging niet correct terugplaatst, kan het scharnier beschadigd raken wanneer u de deur probeert te sluiten.Wegnemen van de deurVerwijderen van de binnenruit 1.

71REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISVerwijderen van de binnenruit. 3 binnenruit.3. Trek de binnenruit uit de houder (in het onderste deel van de deur). Fig. D, D1. 4. Was de ruit met warm water en een klein beetje reinigingsmiddel. Ga omgekeerd te werk om de ruit op-nieuw te monteren. Het gladde deel van de ruit moet zich bovenaan bevinden. Attentie! Druk de bovenlijst van de deur niet gelijktijdig op beide kanten van de deur. Voor een juiste montage van de bovenlijst van de deur drukt u eerst het linker uiteinde tegen de deur en drukt u vervolgens op het rechter uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort. Hierna drukt u op het linker uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort.D11122Verwijderen van de binnenruit. 2 binnenruit.D123123

72Periodieke controleNaast het lopende onderhoud en reiniging van het fornuis moet u ook:  regelmatig de werking van de bedienings-elementen en de werkende onderdelen van het fornuis controleren. Na het ver-strijken van de garantieperiode moet u ten minste één maal per twee jaar een technische controle van het fornuis laten uitvoeren door een onderhoudsdienst,  de vastgestelde gebreken verhelpen, een regelmatig onderhoud van de wer-kende onderdelen van het fornuis uitvoe-ren.Opgelet! Alle herstellingen en instellingen moeten uitgevoerd worden bij een erkende onderhoudsdienst of door een erkend installateur met gepaste kwalicaties.REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS

73HANDELSWIJZE BIJ PROBLEEMSITUATIESBij probleemsituaties moet u:  de werkende onderdelen van het fornuis uitschakelen  de elektrische voeding ontkoppelen  een herstelling aanvragen  sommige kleine problemen kan de gebruiker zelf oplossen met behulp van de aanwijzin-gen in de tabel hieronder. Controleer opeenvolgend alle punten in de tabel voordat u de onderhouds- of klantendienst contacteert. PROBLEEM OORZAAK OPLOSSING 1.Het apparaat werkt niet - stroomuitval -controleer de zekering en vervang deze als hij is door-gebrand 2.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Amica SHI 11590 E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden