Amica SHI 11174 E Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Amica SHI 11174 E (68 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 84 mensen en kreeg gemiddeld 4.2 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over Amica SHI 11174 E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Amica |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | SHI 11174 E |
| Soort bediening: | Rotary,Sensor |
| Ingebouwd display: | Ja |
| Timer: | Ja |
| Gewicht: | 47000 g |
| Breedte: | 600 mm |
| Diepte: | 600 mm |
| Hoogte: | 850 mm |
| Grill: | Ja |
| Snoerlengte: | 1.5 m |
| Verlichting binnenin: | Ja |
| Convectie koken: | Ja |
| Ontdooifunctie: | Ja |
| Vermogen brander/kookzone 2: | 1400 W |
| Vermogen brander/kookzone 3: | 3000 W |
| Aantal branders/kookzones: | 4 zone(s) |
| Type kookplaat: | Inductiekookplaat zones |
| Type brander/kookzone 2: | Medium |
| Type brander/kookzone 3: | Groot |
| Totale binnen capaciteit (ovens): | 60 l |
| Voedingsbron oven: | Electrisch |
| Aantal ovens: | 1 |
| Makkelijk schoon te maken: | Ja |
| Controle positie: | Boven voorzijde |
| Totaal vermogen van de oven: | - W |
| Netto capaciteit oven: | 60 l |
| Boven- en onderverwarming: | Ja |
| Type timer: | Digitaal |
| Restwarmte-indicator: | Ja |
| Brutocapaciteit oven: | 60 l |
| Oven vermogen: | - W |
| Diameter brander/kookzone 2: | 180 mm |
| Diameter brander/kookzone 3: | 220 mm |
| Convectie: | Ja |
| Meegeleverde haardplaat: | Ja |
| AC-ingangsspanning: | 400 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
| Stroomverbruik (typisch): | 10100 W |
| Type product: | Vrijstaand fornuis |
| Type beeldscherm: | LED |
Handleiding Amica SHI 11174 E – volledige tekst
GEACHTE KLANT,De fornuizen combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreffendheid. Na het le-zen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kunnen bedienen.Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorko-men.Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is.Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden.Opgelet!Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft.Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden.
36VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Tijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan. Wees bijzonder voorzichtig als er kinderen in de buurt van het fornuis zijn, want ze kennen de bedieningsprincipes van het fornuis niet. De hete branders van de gaskookplaat, de ovenkamer, het rooster, de ruit van de deur, en potten en pannen met hete vloeistoffen kunnen brandwonden veroorzaken. Zorg ervoor dat er geen kleine keukentoestellen of hun kabels in direct contact komen met de hete oven of de kookplaat, want de isolatie van deze toestellen is niet bestand tegen hoge temperaturen. Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Oliën en vetten kunnen ont-vlammen als gevolg van oververhitting of overkoken. Zorg ervoor dat de kookplaat niet vuil wordt of onderloopt door overlopende spijzen.
Eventueel vuil moet onmiddellijk verwijderd worden. Plaats geen potten of pannen met een natte bodem op de hete kookvelden, want dit kan onomkeerbare wijzigingen aan de plaat veroorzaken (onverwijderbare vlekken). Gebruik enkel potten en pannen die volgens de aanwijzingen van de producent geschikt zijn om te koken op een keramische plaat. Als het oppervlak van de kookplaat gebarsten is, moet het toestel van het stroomnet ontkoppeld worden om elektrocutie te vermijden. Schakel de kookplaat niet aan zonder er eerst een pot of pan op te plaatsen. Het is verboden om potten of pannen met scherpe randen te gebruiken, want die kunnen de keramische plaat beschadigen Kijk niet naar de halogene kookvelden terwijl ze opwarmen (als ze niet afgedekt zijn met een pot of pan).
Plaats geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 15 kg op de open deur van de oven, en geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 25 kg op de kookplaat. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om de glazen deur te reinigen.
Hierdoor kan het oppervlak gekrast raken, wat kan leiden tot barsten in het glas. Het is verboden om hete potten, pannen en schotels (warmer dan 75ºC) en lichtontvlam-bare materialen in de schuif te plaatsen. Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent. U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit. Het is verboden om een fornuis met technische defecten te gebruiken. Defecten mogen enkelhersteldwordendooreenerkendtechnicusmetgepastekwalicaties. Bij problemen veroorzaakt door technische defecten, moet het fornuis van het stroomnet ontkoppeld worden en moet het defect gemeld worden voor herstelling. Er mogen geen toestellen voor reiniging met stoom gebruikt worden om het fornuis te reinigen.
Dit toestel mag niet gebruikt worden door personen met beperkte motorische, sensorische of psychische capaciteiten (met inbegrip van kinderen), of personen zonder ervaring of kennis van het toestel, tenzij dit gebeurt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruikershandleiding van het toestel, die overgedragen werd door de personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Men moet ervoor zorgen dat kinderen niet met het toestel spelen.
37ENERGIEBESPARINGDoor op verantwoorde wijze energie te gebruiken be-spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie-besparing! Dat kan op de volgende manier:Gebruik goede potten en pannen om te koken.Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander.
Dek de potten en pannen steeds af met een deksel.Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn.Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn.Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn.Vermijd onnodig opheffen van deksels om het kookproces te controleren.Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven.Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden.Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis.Gebruik de restwarmte in de oven.Schakel bij baktijden van meer dan 40 minu-ten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit.Sluit de deur van de oven zorgvuldig.Otherwise energy consumption increases unnecessarily. Bouw het fornuis niet in in de onmid-dellijke nabijheid van koelkasten of diep-vriezers.Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.Opgelet!
38Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriendelijke wijze.Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be-reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKENOp het einde van de gebruiks-periode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen.
Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking.De materialen die gebruikt zijn bij de pro-ductie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materia-len of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu.Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten.RECYCLAGE VAN GEBRUIKTE TO ESTELLEN
41INSTALLATIE Opstelling van het fornuis De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ven-tilatie bezitten in overeenstemming met de geldende technische voorschriften. De ruimte moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem dat verbrandingsgas-sen die tijdens het verbrandingsproces ontstaan, naar buiten afvoert. Deze installatie moet bestaan uit een ventila-tierooster of een afzuigkap. Afzuigkappen moeten gemonteerd worden volgens de bijgevoegde gebruikershandleidingen. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselementen garanderen. De bekleding en de lijmen van de inbou-wmeubelen moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 100ºC. Als deze voorwaarde niet vervuld is, kan het opper-vlak vervormd raken of kan de bekleding losraken.
Als u niet zeker bent of de meubelen tegen zulke temperaturen bestand zijn, moet u bij het inbouwen een tussenruimte van ong. 2 cm vrijlaten tussen de meubelen en het fornuis. De muur die zich achter het fornuis bevindt, moet bestand zijn tegen hoge temperaturen. Tijdens het ge-bruik van het fornuis kan de achterwand opwarmen tot ongeveer 50ºC boven de omgevingstemperatuur. Het fornuis moet opgesteld worden op een harde, effen ondergrond (niet op een onderstel zetten). Voordat u het fornuis in gebruik neemt, moet u het waterpas zetten. Dit is vooral belangrijk voor het gelijkmatige versprei-den van vet in de pan. Hiervoor dienen de regelpootjes die bereikbaar zijn als u de schuif wegneemt. Regelbereik +/- 5mm.
42INSTALLATIEAansluiting van het fornuis op de elektrische installatieOpgelet!De plaat mag enkel op de elektrische instal-latie aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalificaties. Het is verboden om zelfstandig wijzigingen of aanpassingen aan te brengen aan de elektrische installatie.Instructies voor de installateurHet fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met driefasige wisselstroom (400V 3N~50Hz). De nominale spanning van de ver-warmingselementen van het fornuis bedraagt 230V. Het fornuis kan aangepast worden aan voeding met eenfasige stroom (230V) door een gepaste overbrugging op de contactstrip volgens het bijgevoegde aansluitschema. Er is ook een aansluitschema bij de aansluiting van het fornuis geplaatst. De contactstrip is bereikbaar nadat u het deksel van de aansluiting wegneemt door de klemmen te deblokkeren met een platte sleutel.
Vergeet niet een gepaste leiding te kiezen volgens het soort aansluiting en het nominale vermogen van het fornuis.De aansluitleiding moet gemonteerd worden op de steun voor de aansluiting van het for-nuis.Opgelet!Vergeet niet het aardingscircuit aan te sluiten op de klem van de contactstrip, die aangege-ven is met het teken . De elektrische instal-latie die het fornuis van stroom voorziet, moet beveiligd zijn met een gepaste zekering die de stroom afsluit in noodgevallen. De afstand tussen de werkcontacten van de zekering moet min. 3 mm bedragen.Voordat u het fornuis op de elektrische installatie aansluit, moet u de informatie op het typeplaatje en het aansluitschema lezen.21123345
43Opgelet! Bij elke aansluitingsvariant moet de aardingsleiding aangesloten zijn op de klem PEAanbevolen soort aansluit-leiding1 Bij een stroomnet van 230 V eenfa-sige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 1-2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 2 Bij een stroomnet van 400/230 V tweefasige aansluiting met een nul-leiding, de bruggen verbinden de klemmen 2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 3 Bij een stroomnet van 400/230 V drie-fasige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 4-5, de faseleidingen zijn aangesloten op 1, 2 en 3, de nulleiding op 4-5, aardingsleiding op . Faseleidingen - L1=R, L2=S, L3=T; N – nulleiding; PE – aardingsleiding H05VV-f3G4H05VV-f4G2,5H05VV-f5G1,5SCHEMA MET MOGELIJKE AANSLUITINGENOpgelet! Spanning van de verwarmingselemen-ten 230VINSTALLATIE
44BEDIENINGvoor u de oven voor de eerste maal aanschakeltverwijder de verpakkingselementen en de onderhoudsmiddelen die in de fabriek aangebracht werden, uit de binnenkant van de oven,neem de uitrusting uit de oven en was ze met warm water met afwasmiddel,schakel de ventilatie in de ruimte aan of open het raam,druk de draaiknop zachtjes in en draai hem naar rechts in de stand of (zie hoofdstuk: Werking van de timer en besturing van de oven),verwarm de oven (tot een temp. van 250°C, ong. 30 min.), verwijder alle vuil en was de oven grondig uit.De draaiknoppen zijn “verborgen” in het bedieningspaneel, om een functie te kiezen gaat u als volgt tewerk:1.druk zachtjes de draaiknop in en laat hem weer los,2. stel de gewenste functie in.
De aanduiding rond de draaiknop komt overeen met de opeenvolgende functies die door de oven uitgevoerd kunnen worden.12Attentie!In ovens die zijn uitgerust met de elektronische programmeerfunctie Ts, verschijnt na aansluiting op het lichtnet op het display de pulserende tijdsaanduiding „0:00”. Stel de actuele tijd van de program-meerfunctie in. (Zie bediening van de programmeerfunctie) De oven werkt niet als u de actuele tijd niet instelt. Belangrijk!De elektronische programmeerfunctie Ts is uitgerust met sensors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tip-toetsen). Elke aanraking van een sensor gaat gepaard met een geluidssignaal.Houd de oppervlakte van de sensors schoon.
45BEDIENINGVoor de elektronische programmator TsVeld van de displayInstelling van het uurNadat het toestel aangesloten is op het stroomnet of opnieuw aangeschakeld werd na een stroompanne, geeft de display knip-perend , - aanduiding van de functies1 - sensor voor de keuze van de functies van de programma-tor2 - sensor „-”3 - sensor „+” ● druk op sensor 1, en op de display ver-schijnt het symbool ,● stel het huidige uur in met behulp vansensors en .2 3Ongeveer 7 sec. na het instellen van het uur worden de nieuwe gegevens opgeslagen en stopt de uuraanduiding met knipperen.U kunt het uur later corrigeren door tegelijker-tijd op sensors en te drukken. De aandu-2 3iding op de display begint te knipperen.
Daar-na kunt u het ingestelde uur corrigeren.Opgelet!De oven kan opgestart worden nadat het symbool op de display ver-schijnt.Nadat het toestel van het stroomnet ontkoppeld wordt of na een stroompan-ne, onthoudt de programmator de in-stellingen voor ongeveer 2,5 minuten.TimerDe timer kan op elk moment geactiveerd wor-den, ongeacht de werkstand van de andere functies van de programmator. Het tijdsbereik gaat van 1 minuut tot 23 uur en 59 minuten.Om de timer in te stellen moet u: sensor indrukken. Op de display begint 1het symbool te knipperen :●detijdvandetimerinstellenmetsensors3 2 en .De display geeft de ingestelde tijd van de timer aan en de actieve functie .Na het verstrijken van de ingestelde tijd gaat het geluidssignaal aan en begint te knipperen,●drukopsensor1,2of3omhetsignaaluitte schakelen.
De functie gaat uit en de display geeft weer het huidige uur aan.Opgelet!Als het geluidssignaal niet handmatig uitgeschakeld wordt, slaat het automa-tisch af na ongeveer 7 minuten.1 321 32
46BEDIENINGHalfautomatische standAls de oven zichzelf moet uitschakelen op een bepaald uur, moet u:● de draaiknop voor de functie van de oven en de draaiknop voor de temperatuurinstel-ling instellen op de standen, waarin de oven moet werken,● sensor indrukken totdat de aanduiding 1van de display begint te knipperen:● de gewenste tijd instellen met sensors 3 en 2, gaande van 1 minuut tot 10 uur. De ingestelde tijd wordt in het geheugen opgeslagen na ongeveer 7 sec. Daarna geeft de display opnieuw het huidige uur aan en de actieve functie. AUTONa het verstrijken van de ingestelde tijd scha-kelt de oven zichzelf automatisch uit, slaat het geluidssignaal aan en begint de functie AUTO te knipperen. ● plaats de draaiknoppen voor de functievan de oven en de temperatuurinstelling in uitstand. ● druk op sensor , of om het signaal uit 1 2 3te schakelen.
De functie AUTO gaat uit en de display geeft weer het huidige uur aan. Opgelet. De ovens zijn uitgerust met één be-dieningsknop: de draaiknop voor de functie van de oven en de tempera-tuurregelaar zijn geïntegreerd in één knop. Automatische standAls de oven aangeschakeld moet worden voor een bepaalde duur en zichzelf op een bepaald uur moet uitschakelen, dan moeten de werkingstijd en het einduur ingesteld worden:●druk op sensor totdat de aanduiding op 1de display begint te knipperen:●steldegewenstewerkingstijdinmetsen-sors 3 en 2, net zoals bij de halfautomatische stand,● stel het uur voor het uitschakelen (ein-duur) in met sensors en. Het einduur is 3 2beperkt tot een tijdstip binnen 23 uur en 59 minuten. ●stel de draaiknop voor de functie van de oven en de draaiknop voor de temperatuurin-stelling in op de gewenste standen, waarin de oven moet werken.
De functie is actief, de oven zal be-AUTOginnen werken op het moment dat blijkt uit het verschil tussen het ingestelde einduur en de ingestelde werkingstijd (bv.
47BEDIENINGAutomatische standNadat het einduur bereikt is, schakelt de oven zichzelf automatisch uit, slaat het ge-luidssignaal aan en begint de functie AUTOte knipperen.● plaats de draaiknoppen voor de functievan de oven en de temperatuurinstelling in uitstand●drukopsensor1 2, of om het signaal uit 3te schakelen. De functie gaat uit en AUTOde display geeft weer het huidige uur aan, bv.
12.35.Resetten van de instellingenDe instellingen van de timer of de automati-sche stand kunnen op elk moment gereset worden.Om de instellingen van de automatische stand te resetten moet u:●tegelijkertijdopsensors2 3 en drukken.Om de instellingen van de timer te resetten moet u:●metsensor1 de functie timer kiezen ●nogmaalsopsensors2 3 en drukken.Wijziging van de toon van het geluidssi-gnaalDe toon van het geluidssignaal kunt u op de volgende manier wijzigen:●druktegelijkertijdopsensors2 3 en ,● kies met sensor 1 de functie “toon”. De aanduiding van display begint te knipperen:●kiesmetsensor2 de gepaste toon tussen 1 en 3.1 321 32
48BEDIENINGBediening van de kookplaatWerkingsprincipes van een inductieveldDe elektrische generator drijft een spoel aan die zich binnenin het toestel bevindt.
Deze spoel genereert een magnetisch veld, en op het moment dat er een pot op de plaat gezet wordt, stromen er inductiestromen naar de pot.Deze stromen maken van de pot een warmtebron, ter-wijl het glazen oppervlak van de kookplaat koel blijft.Dit systeem is ontworpen voor het gebruik van potten waarvan de bodem geschikt is voor samenwerking met een magnetisch veld.In het algemeen wordt de inductietechnologie gekenmerkt door twee voordelen:•omdatdewarmteenkelmetbehulpvandepotuitgezondenwordt,iseenmaximalebenut-ting van de warmte mogelijk,•erkomtgeenwarmte-inertievoor,omdathetkokenautomatischbegintvanafhetmomentdat de pot op de plaat gezet wordt en eindigt op het moment dat hij van de plaat genomen wordt.Beveiligingssysteem:Als de plaat correct geïnstalleerd en gebruikt wordt, worden de beveiligingssystemen zelden aangeschakeld.Ventilator: dient om de besturings- en aandrijfelementen te beschermen en te koelen.
Hij kan werken met twee snelheden en wordt automatisch aangeschakeld. De ventilator werkt als de kookvelden uitgeschakeld zijn en tot op het moment dat het elektronische systeem voldoende afgekoeld is.Transistor: De temperatuur van de elektronische onderdelen wordt voortdurend gemeten met behulp van een sonde. Als de temperatuur gevaarlijk stijgt, schakelt dit systeem automatisch de kookvelden die zich het dichtst bij de verwarmde elektronische onderdelen bevinden, uit.Detectie: de detector voor de aanwezigheid van een pot regelt de werking van de plaat, en dus ook het verwarmingsproces. Kleine voorwerpen op het verwarmingsvlak (bv. een lepeltje, een mes of een ring) worden niet herkend als potten en de plaat wordt dan ook niet aangeschakeld.
49Detector voor de aanwezigheid van een pot in het inductieveldIn kookplaten met inductievelden wordt een potdetector geïnstalleerd. Tijdens de werking van de plaat start en stopt de potdetector automatisch de warmteopwekking in het kookveld op het moment dat er een pot op de plaat gezet wordt of eraf gehaald wordt. Dit zorgt dus voor energiebesparing.•Alshetkookveldsamenmeteengepastepotgebruiktwordt,danwordthetwarmteniveauaangegeven op de display.•Vooreengoedewerkingvandeinductietechnologiezijnaangepastpottenmeteenbodemuit magnetisch materiaal vereist. Zie tabel.Als er geen pot op het kookveld geplaatst wordt of als er een slechte pot gebruikt wordt, dan zal het cijfer van het verwarmingsvermogen op de display knipperen. Het veld zal niet aangeschakeld worden.
Als er binnen 1 minuut geen pot gedetecteerd wordt, dan wordt de aanschakeloperatie van de plaat gereset.Het kookveld dient met behulp van de draaiknop uitgeschakeld te worden, en niet enkel door de pot weg te nemen.Opgelet!Bij stroompanne worden alle instellingen gereset. Als de stroom terugkeert moet u voor-zichtig zijn. De restwarmte-indicator „H” blijft zichtbaar zolang de kookvelden heet zijn.Schakel na gebruik de kookvelden uit met de regelknop en vertrouw niet op de aanwij-zingen van de potdetector.BEDIENING
50BEDIENINGAanduiding op kookgerei Controleer of er op het etiket een symbool staat, dat aangeeft dat de pot geschikt is voor inductieplatenGebruik magnetische potten (uit geëmailleerd staal, ferritisch roestvrij staal, gietijzer), controleer dit door een magneet tegen de bodem van de pot te kleven (moet eraan blijven plakken)Roestvrij staal De aanwezigheid van de pot wordt niet gedetecteerdMet uitzondering van potten uit ferromagnetische staalAluminium De aanwezigheid van de pot wordt niet gedetecteerdGietijzer ZeerefciëntOpgelet: de potten mogen geen krassen maken op de plaatGeëmailleerd staal ZeerefciëntPotten en pannen met een platte, dikke en gladde bodem worden aangeradenGlas De aanwezigheid van de pot wordt niet gedetecteerdPorselein De aanwezigheid van de pot wordt niet gedetecteerdPotten en pannen met koperen bodem De aanwezigheid van de pot wordt niet gedetecteerdDe energie wordt het beste overgedragen als de maat van de pan overeenkomt met de afmetingen van de inductiekookzone.In de onderstaande tabel staan de kleinste en de grootste doorsnede aangegeven.
51BEDIENING[3] Kookzone linksvoor Ø 210 mm 2,3 kW / 3,0 kW[4] Kookzone linksachter Ø 160 mm 1,4 kW / 1,8 kW[5] Kookzone rechtsachter Ø 160 mm 1,4 kW / 1,8 kW[6] Kookzone rechtsvoor Ø 210 mm 2,3 kW / 3,0 kWDe kookzones hebben een variërend verwar-mingsvermogen. Het verwarmingsvermogen kan stapsgewijs worden gereguleerd door de draaiknop naar links of naar rechts te draaien.Als de kookplaat is uitgeschakeld dan zijn alle kookzones uitgeschakeld en de displays zijn donker.Verwar-mingsvermo-genGebruik0 Uitgeschakeld. Gebruikmaken van de restwarmte1-2 Opwarmen van warme gerechten.
Langzaam koken van kleinere porties3 Langzaam koken bij laag vermogen4-5 Langdurige bereiding van grotere porties en het bakken van grotere porties6 Bakken, braden7-8 Bakken9 Start van de bereiding van gerechten, bakkenA Automatische startinstellingP Boosterfunctie (versneld koken)Inschakelen van de kookplaat• Schakeldekookzoneinmetbehulpvande draaiknop op het bedieningspaneel.• Desymbolenbijdedraaiknoppengevenaan welke kookzone door de knop wordt aangestuurd.• Ukuntmeteenhetgewensteverwarmings-vermogen instellen (1-9).• Het ingestelde verwarmingsvermogenwordt ook getoond op de display van de kookplaat.De displays doven 10 seconden nadat alle kookzones zijn uitgeschakeld.43 5 63 4 5 6CO
52BEDIENINGBlokkadeDoor het activeren van de kinderbeveiliging kunt u elk gebruik van de kookzones onmoge-lijk maken. Op die manier zorgt de beveiliging voor bescherming van uw kinderen. Activering kinderbeveiliging• Ukuntdebeveiligingactiverenwanneeralle displays “0” of “H” weergeven. • Draaidetweemiddelstedraaiknoppen[4]en [5] tegelijkertijd naar links. Alle displays tonen het symbool “L”. De kinderbeveili-ging is geactiveerd. Het draaien aan een willekeurige draaiknop van de kookplaat veroorzaakt dat het sym-bool “L” op alle displays verschijnt. Uitschakelen kinderbeveiliging• Draaieen vande draaiknoppenkort narechts, zodat het symbool “L” op de display verschijnt. Draai tegelijkertijd de twee middelste draai-knoppen kort één trap naar links. Attentie.
Na afsluiting van het lichtnet is de blokkade actiefRestwarmteindicatorDe kookplaat is ook uitgerust met een rest-warmteindicator “H”. Zelfs als de kookzone niet direct wordt verwarmd, neemt hij warmte op van de bodem van de pan. Zolang het symbool “H” zichtbaar is op de display, kunt u de restwarmte gebruiken voor het verwar-men van pannen of het smelten van vet. Als de indicator is gedoofd, kunt u de kookzone aanraken. Besef wel dat hij dan nog niet is afgekoeld tot omgevingstemperatuur. Attentie. Bij het ontbreken van spanning brandt de restwarmteindicator niet. Automatische vermindering van het ver-mogenAlle vier de kookzones zijn uitgerust met een speciaal mechanisme dat het mogelijk maakt om de werking van elk van de kookzones te startenbijmaximaalverwarmingsvermogen,onafhankelijk van het ingestelde vermogen.
Na zekere tijd keert het verwarmingsver-mogen terug naar het ingestelde vermogen (van 1 tot 8). Om gebruik te maken van deze functie is het voldoende om het vermogen te kiezen waarmee het gerecht moet worden klaargemaakt of waarnaar de kookzone moet terugkeren.
Automatische vermindering van het vermo-gen is nuttig wanneer. • de gerechten aan het begin van hunbereiding koud zijn en ze sterk verhit moeten worden, om vervolgens bij laag verwarmingsvermogen verder verwarmd te worden, waarbij het niet noodzakelijk is om ze steeds te controleren (bv. rundvle-esragout).
53Aanwijzingen:• Indien de draaiknop zich direct na dekeuze van automatische vermindering van het vermogen in de positie “0” bevindt (dat wil zeggen dat er geen verwarmingsver-mogen is gekozen), schakelt de automa-tische vermindering van het vermogen na 3 seconden uit. • Als u de pan van de kookzone neemten hem binnen 10 minuten opnieuw op dezelfde kookzone plaatst, wordt het ingestelde automatisch verminderen van het vermogen niet geannuleerd.Detijddatdekookzoneopmaximaalvermo-gen werkt, hangt af van het gekozen vermo-gensniveau.
Na verloop van die tijd schakelt hij terug naar dat niveau.Niveau verwarmingsver-mogenTijdsduur van de automatische ver-mindering van het vermogen (sec)1 482 723 1364 2085 2646 4327 1208 1929 -Automatische vermindering van het vermo-gen is niet nuttig wanneer ...• ugerechtenbraadtofstooftdiegekeerdofgeroerd moeten worden, of waaraan water moet worden toegevoegd;• u noedels of pasta kookt in een grotehoeveelheid water;• ugerechtenklaarmaaktdielanggekooktmoeten worden in de snelkookpan.Inschakelen van de automatische verminde-ring van het vermogen:• Zetdedraaiknopindepositie“A”endraaihem vervolgens terug naar het gewenste vermogensniveau. De display toont afwis-selend het symbool “A” en het gekozen vermogensniveau. Nadat de verwarmings-tijd met verhoogd vermogen (bv.
5) is verstreken, keert de kookzone terug naar het gekozen verwarmingsvermogen dat nu continu door de display getoond wordt.Op het displayOp het displayBEDIENING0123456789AP0123456789AP
54BEDIENINGBeperking van de werkingsduurOm de feilloze werking van de kookplaat te vergroten, is hij uitgerust met een beperking van de werkingsduur voor elk van de kook-zones. De maximale werkingsduur wordtvastgesteld op grond van het laatst gekozen vermogensniveau.Als u het vermogensniveau gedurende langere tijd (zie tabel) niet verandert, wordt de bijbehorende kookzone automatisch uitgeschakeld en de restwarmteindicator ingeschakeld. U kunt echter op ieder moment de respectievelijke kookzones inschakelen en bedienen volgens de gebruiksaanwijzing.BoosterfunktieDe stand „P” staat voor Boosterfunctie (ver-sneld koken).Na het aanschakelen verschijnt de letter „P” op de indicator van het kookveld.Als de Boosterfunctie voor kookveld [3] ac-tief is, dan wordt het verwarmingsvermogen van kookveld [3] onmiddellijk verminderd als deze functie voor veld [4] aangeschakeld wordt.
Een gelijkaardige situatie komt voor bij gebruik van de Boosterfunctie voor de kookvelden [5] en [6].De Boosterfunctie kan uitgeschakeld wor-den door de draaiknop op stand „9” of „0” te plaatsen.De Boosterfunctie wordt na 10 min. automa-tisch uitgeschakeld (verwarmingsvermogen “0” ondanks het feit dat de draaiknop op een andere stand staat).Niveau verwar-mingsvermogen Maximale wer-kingsduur (min)1 3602 3603 3004 3005 2406 907 908 909 90P - Ø 160 90P - Ø 210 5
55BEDIENING 0 NulstandOnafhankelijke verlichting van de ovenDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de binnenkant van de oven verlicht. Oven met gestuurde luchtcirculatie (met ventilator en verwarmingselement voor heteluchtcirculatie)De oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand „ ” / „ ”te 0plaatsen. Opgelet. Als er een functie van de oven inge-steld is, wordt de verwarming (van een verwarmingselement enz. ) pas aangeschakeld als de temperatuur ingesteld is. Functies en bediening van de ovenHeteluchtcirculatie aangescha-keldAls de draaiknop in de stand „hete-luchtcirculatie aangeschakeld” inge-steld is, wordt de verwarming van de oven op gecontroleerde wijze onder-steund met behulp van een heteluch-tventilator die op een centrale plaats in de achterwand van de kamer van de oven gemonteerd is.
In vergelijking met een conventionele oven wordt een lagere baktemperatuur gebruikt. Deze verwarmingsmethode zorgt voor een gelijkmatige spreiding van de warmte rond de gerechten in de oven. Bereiding van kant-en-klare (ingevro-ren) gerechten zoals cake, pizza, frie-ten. Ontdooien (vlees, fruit, groenten, gebak). Bij delicate gerechten (die rauw gegeten worden, bv. aardbeien) wordt de verwarmingsfunctie niet aangeschakeld, bij het ontdooien van bv. vlees wordt de temperatuur op 50-75°C ingesteld. Drogen van fruit, paddenstoelen (op enkele niveaus, temperatuur 50-80°C). Heteluchtcirculatie en verwar-mingselement onderaan aange-schakeldBij deze stand zijn de functie hete-luchtcirculatie en het verwarming-selement onderaan aangeschakeld, waardoor de temperatuur aan de on-derkant van het gerecht verhoogt. Er wordt een grote hoeveelheid warmte onderaan het gerecht geleverd. Nat gebak, pizza.
De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan, een grillelement en een verwar-mingselement voor heteluchtcirculatie.
De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen – en met behulp van de dra-aiknop van de temperatuurregelaar – draai de draaiknop naar de gewenste temperatuur om de oven in te stellen. De draaiknoppen zijn “verborgen” in het bedieningspaneel, om een functie te kiezen gaat u als volgt tewerk:- druk zachtjes de draaiknop in en laat hem weer los,- stel de gewenste functie in. De aanduiding rond de draaiknop komt overeen met de opeenvolgende functies die door de oven uitgevoerd kunnen worden. 0CO5050100150200250.
56BEDIENINGVentilator en grill aangeschakeldBij deze stand van de draaiknop voert de oven de functie van grill met venti-lator uit. In de praktijk laat deze functie toe om het braadproces te versnellen en de smaak van de gerechten te verbeteren. SupergrillMet de functie „supergrill” worden gerechten gegrild terwijl het ver-warmingselement bovenaan ook aangeschakeld is. De functie laat toe om een hogere temperatuur in de bovenlaag van de oven te bere-iken, waardoor de gerechten meer gebruind worden. Dit laat ook toe om grotere porties te braden. Opgelet. Bij het gebruik van de functie werkt alleen de ventilator als de temperatu-urregelaar op nulstand staat. In deze stand kunnen gerechten of de oven gekoeld worden.
Grill aangeschakeldOppervlakkig “grillen” wordt toegepast om kleine porties vlees te braden: ste-aks, schnitzels, vis, toasts, worstjes, ovenschotels te grillen (het gegrilde gerecht mag niet dikker dan 2-3 cm zijn, tijdens het bakken moet het omgedraaid worden). Verwarmingselement bovenaan aangeschakeldDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de oven enkel met behulp van het verwarmingselement bovenaan verwarmd. Bruinen van het gerecht, bijbakken van boven, bijgrillen. Verwarmingselement onderaan aangeschakeldBij deze stand wordt de oven enkel met het verwarmingselement onde-raan verwarmd. Bijbakken van gebak onderaan (bv. vochtig gebak en gebak met vruchten). Verwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeldDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de oven op conven-tionele wijze verwarmd.
Ideaal om taarten, vlees, vis, brood, pizza (vo-orverwarmen en gebruik van donkere bakplaten vereist) te bakken en om op één niveau te bakken. Het aanschakelen van de oven wordt aan-gegeven met twee controlelampjes, [7], [8]. Het [8] controlelampje geeft aan dat de oven werkt. Als het [7] controlelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde temperatuur bereikt.
Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het [7]controle-lampje voor de eerste maal uitgaat. Tijdens de bereiding zal het [7] lampje af en toe aan- en uitgaan (de temperatuur in de oven wordt op peil gehouden). Het [8] controlelampje kan ook branden als u de draaiknop in stand “Verlichting van de oven” plaatst.
57BEDIENINGOm de grill aan te schakelen moet u: de draaiknop van de oven op de stand de oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur)de bakplaat met het gerecht op het ge-paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaat-sen.de deur van de oven sluiten.Gebruik van de grillTijdens het grillproces ondergaan de gerech-ten de inwerking van infrarood dat uitgezon-den wordt door het verhitte verwarmingsele-ment van de grill.Opgelet!Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn.Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden.Laat geen kinderen bij de oven ko-men.Voor de grillfunctie en supergrill moet de temperatuur ingesteld worden op 250ºC, en voor de functie grill met ventila-tor op maximum 200ºC.
58BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPSGebak het is aan te raden om gebak te bereiden op de bakplaten die deel uitmaken van de uitrusting van het fornuis, gebak kan bereid worden in bakvormen of bakplaten die op het droogrekje geplaatst moeten worden. Voor gebak worden best zwarte bakvormen gebruikt omdat deze beter de warmte geleiden en de baktijd verkorten. we raden af om bakvormen en bakplaten met een helder en blinkend oppervlak te gebruiken wanneer u gebruik maakt van de conventionele verwarmfunctie (verwar-mingselementen bovenaan + onderaan). Bij dit soort bakvormen wordt de onderkant van het gebak niet goed doorbakken. als u gebruik maakt van de functie voor heteluchtcirculatie moet u de oven niet voor-verwarmen.
Voor de andere verwarmingsfuncties moet de ovenkamer voorverwarmd worden voordat u het gebak erin plaatst, voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt), het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft. de baktemperaturen bij gebruik van de functie voor heteluchtcirculatie zijn normaal gezien ong.
20-30 graden lager dan bij conventioneel bakken (met gebruik van de verwarmingselementen bovenaan en onderaan), de parameters voor gebak in tabel geven enkel aanwijzingen en kunnen gecorrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak, indien de informatie in kookboeken duidelijk afwijkt van de waarden in de handleiding van het fornuis, laat u zich best leiden door de richtlijnen in de handleiding. Vlees braden in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid. bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen.
bij braden op het droogrekje of op het rooster wordt er best een braadplaat met een kleine hoeveelheid water op het laagste niveau geplaatst. het vlees wordt best minstens éénmaal halverwege de braadtijd omgedraaid op zijn andere zijde. Tijdens het bakken moet het vlees ook af en toe overgoten worden met de saus die ontstaat bij het braden of met heet, zout water. Het vlees mag niet met koud water overgoten worden.
60REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISDe zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking.Voor de reiniging moet de oven uitge-schakeld worden. Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “”/“0” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is. Reiniging na elk gebruik• Licht, niet aangebrand vuil moet ver-wijderd worden met een vochtige doek zonder reinigingsmiddel. Bij gebruik van een afwasmiddel kan er een blauwach-tige verkleuring ontstaan. Hardnekkige vlekken laten zich niet altijd verwijderen bij de eerste reiniging, zelfs bij gebruik van een speciaal reinigingsmiddel.• Sterk aangekoekt vuil moet verwij-derd worden met een schraper. Daar-na moet het oppervlak gereinigd wor-den met een vochtige doek.Schraper om de kookplaat te reinigen
Bij de reiniging moet de verlich-ting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet. De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden.Opgelet!Gebruik geen schurende reinigings-middelen voor het reinigen en onder-houden van de glazen voorzijde.Vervanging van het verlichtingslampje van de ovenOm elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt. Stel alle draaiknoppen in op stand “ ”/“0” en schakel de voeding uit, Draai het omhulsel van de lamp uit, was het en wrijf het goed droog, Draai het verlichtingslampje uit en vervang het indien nodig door een nieuw lampje dat bestand is tegen hoge temperaturen (300ºC), met volgende parameters: - spanning 230 V - vermogen 25 W - schroefdraad E14 Draai het lampje in en zorg ervoor dat het goedindekeramischettingzit, Draai het omhulsel van het lampje in.Lampje van de ovenStoomreiniging – Steam Clean:- giet 0,25l water (1 glas) in een kommetje dat u op het eerste niveau van onder in de oven plaatst,- sluit de deur van de oven,- stel de temperatuurknop in op stand 50ºC, en de functieknop op de functie verwarming-selement onderaan,- warm de ovenkamer ongeveer 30 minuten op,- open de deur van de oven, reinig de bin-nenkant van de oven met een doek of sponsje en was de oven daarna uit met warm water met afwasmiddel.
62REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET fORNUISWegnemen van de deurOm gemakkelijker toegang te hebben tot de ovenkamer en die te reinigen, kunt u de deur wegnemen. Hiervoor moet u de deur openen en de beveiliging op het scharnier naar boven klappen. Doe de deur lichtjes toe, hef ze op en neem ze naar voor toe uit. Om de deur opnieuw te monteren gaat u omgekeerd te werk. Bij het monteren moet u erop letten dat de uitsparing op het scharnier correct op de uitstulping van de scharnierhouder geplaatst is. Plaats altijd de beveiliging terug nadat u de deur terug gemonteerd hebt en druk ze goed aan. Als u de beveiliging niet correct terug-plaatst, kan het scharnier beschadigd raken wanneer u de deur probeert te sluiten.Wegnemen van de deur4. Was de ruit met warm water en een klein beetje reinigingsmiddel. Ga omgekeerd te werk om de ruit op-nieuw te monteren.
Het gladde deel van de ruit moet zich bovenaan bevinden.ABVerwijderen van de binnenruit1. Draai met behulp van een kruisschroe-vendraaier de schroeven in de zijdoppen uit(g.A).2. Duw de doppen uit met behulp van een platte schroevendraaier en neem de bo-venlatvandedeurweg(g.A,B).3. Trek de binnenruit uit de houder (in het onderste deel van de deur) (Fig. C). CRilleRille
63Periodieke controleNaast het lopende onderhoud en reiniging van het fornuis moet u ook: regelmatig de werking van de bedienings-elementen en de werkende onderdelen van het fornuis controleren. Na het ver-strijken van de garantieperiode moet u ten minste één maal per twee jaar een technische controle van het fornuis laten uitvoeren door een onderhoudsdienst, de vastgestelde gebreken verhelpen, een regelmatig onderhoud van de wer-kende onderdelen van het fornuis uitvoe-ren.Opgelet! Alle herstellingen en instellingen moeten uitgevoerd worden bij een erkende onderhoudsdienst of door een erkend installateur met gepaste kwalicaties.REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET fORNUISFornuizen die aangeduid zijn met letter D, zijn uitgerust met gemakkelijk uitneembare staaf-geleiders (laddertjes) voor insteekonderdelen van de oven.
Om ze te demonteren moet u aan de klem vooraan (Z1) trekken, daarna de geleider wegbuigen en uit de klem achteraan nemen (Z2). Na het reinigen plaats u de ge-leider terug in de montageopeningen en drukt u de klemmen (Z1 en Z2) weer aan. Z2Z1Fornuizen die aangeduid zijn met de letters Dp, hebben roestvrije, uitschuifbare geleiders die vastgemaakt zijn aan de staafgeleiders. Deze geleiders moeten samen met de staafgeleiders weggenomen en gereinigd worden. Voordat u er bakplaten op plaatst, moet u ze uitschuiven (als de oven warm is kunt u de geleiders uitschuiven door de achterrand van de schotel vast te haken aan de schokdempers die zich vooraan de uitschuifbare geleiders bevinden) en daarna samen met de bakplaat terugschuiven.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Amica SHI 11174 E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Amica
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis