Amica SHE 11154 W Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Amica SHE 11154 W (68 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 48 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Amica SHE 11154 W of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Amica |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | SHE 11154 W |
| Soort bediening: | Draaiknop |
| Gewicht: | 37000 g |
| Breedte: | 500 mm |
| Diepte: | 600 mm |
| Hoogte: | 850 mm |
| Grill: | Ja |
| Verlichting binnenin: | Ja |
| Convectie koken: | Ja |
| Ontdooifunctie: | Ja |
| Vermogen brander/kookzone 2: | 1500 W |
| Vermogen brander/kookzone 3: | 2000 W |
| Vermogen brander/kookzone 1: | 1000 W |
| Aantal branders/kookzones: | 4 zone(s) |
| Type kookplaat: | Gesealde plaat |
| Type brander/kookzone 1: | Klein |
| Type brander/kookzone 2: | Medium |
| Type brander/kookzone 3: | Groot |
| Totale binnen capaciteit (ovens): | 56 l |
| Voedingsbron oven: | Electrisch |
| Aantal ovens: | 1 |
| Aantal elektronische kook zones: | 4 zone(s) |
| Controle positie: | Boven voorzijde |
| Totaal vermogen van de oven: | - W |
| Netto capaciteit oven: | 56 l |
| Brutocapaciteit oven: | 56 l |
| Oven vermogen: | - W |
| Diameter brander/kookzone 1: | 145 mm |
| Diameter brander/kookzone 2: | 145 mm |
| Diameter brander/kookzone 3: | 180 mm |
| Meegeleverde haardplaat: | Ja |
| AC-ingangsspanning: | 230 - 400 V |
| AC-ingangsfrequentie: | 50 Hz |
| Stroomverbruik (typisch): | 8.9 W |
| Type product: | Vrijstaand fornuis |
Handleiding Amica SHE 11154 W – volledige tekst
GEACHTE KLANT,De fornuizen van Amica combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreffend-heid. Na het lezen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kun-nen bedienen.Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorko-men.Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is.Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden.Opgelet!Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft.Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden.
37ENERGIEBESPARINGDoor op verantwoorde wijze energie te gebruiken be-spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie-besparing! Dat kan op de volgende manier:Gebruik goede potten en pannen om te koken.Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander.
Dek de potten en pannen steeds af met een deksel.Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn.Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn.Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn.Vermijd onnodig opheffen van deksels om het kookproces te controleren.Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven.Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden.Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis.Gebruik de restwarmte in de oven.Schakel bij baktijden van meer dan 40 minu-ten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit.Sluit de deur van de oven zorgvuldig.Otherwise energy consumption increases unnecessarily. Bouw het fornuis niet in in de onmid-dellijke nabijheid van koelkasten of diep-vriezers.Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.Opgelet!
38Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriende-lijke wijze.Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be-reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKENOp het einde van de gebruiks-periode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen.
Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking.De materialen die gebruikt zijn bij de pro-ductie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materia-len of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu.Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten.RECYCLAGE VAN GEBRUIKTE TO ESTELLEN
40INSTALLATIE Opstelling van het fornuis De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ven-tilatie bezitten in overeenstemming met de geldende technische voorschriften. De ruimte moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem dat verbrandingsgas-sen die tijdens het verbrandingsproces ontstaan, naar buiten afvoert. Deze installatie moet bestaan uit een ventila-tierooster of een afzuigkap. Afzuigkappen moeten gemonteerd worden volgens de bijgevoegde gebruikershandleidingen. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselementen garanderen. De bekleding en de lijmen van de inbou-wmeubelen moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 100ºC. Als deze voorwaarde niet vervuld is, kan het opper-vlak vervormd raken of kan de bekleding losraken.
Als u niet zeker bent of de meubelen tegen zulke temperaturen bestand zijn, moet u bij het inbouwen een tussenruimte van ong. 2 cm vrijlaten tussen de meubelen en het fornuis. De muur die zich achter het fornuis bevindt, moet bestand zijn tegen hoge temperaturen. Tijdens het ge-bruik van het fornuis kan de achterwand opwarmen tot ongeveer 50ºC boven de omgevingstemperatuur. Het fornuis moet opgesteld worden op een harde, effen ondergrond (niet op een onderstel zetten). Voordat u het fornuis in gebruik neemt, moet u het waterpas zetten. Dit is vooral belangrijk voor het gelijkmatige versprei-den van vet in de pan. Hiervoor dienen de regelpootjes die bereikbaar zijn als u de schuif wegneemt. Regelbereik +/- 5mm.
41Opgelet. Bij elke aansluitingsvariant moet de aardingsleiding aangesloten zijn op de klem PEAanbevolen soort aansluit-leiding1 -Bij een stroomnet van 230 V eenfasige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 1-2-3 en 4-5, aardingsleiding op. 2Bij een stroomnet van 400/230 V tweefasige aansluiting met een nul-leiding, de bruggen verbinden de klemmen 2-3 en 4-5, aardingsleiding op. 3 -Bij een stroomnet van 400/230 V driefasige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 4-5, de faseleidingen zijn aangesloten op 1, 2 en 3, de nulleiding op 4-5, aardingsleiding op. Faseleidingen - L1=R, L2=S, L3=T; N – nulleiding; PE – aardingsleiding INSTALLATIEAansluiting van het fornuis op de elektrische installatieOpgelet. De plaat mag enkel op de elektrische installatie aangesloten worden door een erkend instal-lateur met de gepaste kwalicaties.
Het is verboden om zelfstandig wijzigingen of aanpas-singen aan te brengen aan de elektrische installatie. Instructies voor de installateurHet fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met driefasige wisselstroom (400V 3N~50Hz). De nominale spanning van de verwarmingselementen van het fornuis bedraagt 230V. Het fornuis kan aangepast worden aan voeding met eenfasige stroom (230V) door een gepaste overbrugging op de contactstrip volgens het bijgevoegde aansluitschema. Er is ook een aansluitschema bij de aansluiting van het fornuis geplaatst. De contactstrip is bereikbaar nadat u het deksel van de aansluiting wegneemt door de klemmen te deblok-keren met een platte sleutel. Vergeet niet een gepaste leiding te kiezen volgens het soort aansluiting en het nominale vermogen van het fornuis. De aansluitleiding moet gemonteerd worden op de steun voor de aansluiting van het fornuis. Opgelet.
De elektrische installatie die het fornuis van stroom voorziet, moet beveiligd zijn met een gepaste zekering die de stroom afsluit in noodgevallen. De afstand tussen de werkcontacten van de zekering moet min. 3 mm bedragen. Voordat u het fornuis op de elektrische installatie aansluit, moet u de informatie op het typeplaatje en het aansluitschema lezen. H05VV-F3G4H05VV-F4G2,5H05VV-F5G1,5SCHEMA MET MOGELIJKE AANSLUITINGENOpgelet. Spanning van de verwarmingselemen-ten 230V.
42verwijder alle verpakkingsonderdelen, verwijder de onderhoudsmiddelen die in de fabriek aangebracht zijn, uit de kamer van de oven en van de kookplaat,neem de uitrusting uit de oven en reinig die in warm water met afwasmiddel,schakel de ventilatie in de ruimte aan of open een raam,warm de oven op (op een temp. van 250ºC, ong. 30 min.), verwijder vuil en reinig hem grondig. Warm de kookvelden van de plaat ong. 4 minuten op zonder potten of pannen.Voordat u het fornuis voor de eerste maal aanschakeltBEDIENINGOpgelet!Bij fornuizen die uitgerust zijn met de elek-tronische programmator verschijnt na het aanschakelen op het stroomnet “0.00” op de display. Stel het huidige uur in op de pro-grammator (zie gebruikershandleiding van de programmator).De oven zal niet werken als het uur niet ingesteld is.
43druk op knop 1, en op de display verschijnt het symbool ,stel het huidige uur in met behulp van knop-pen en .2 3Ongeveer 7 sec. na het instellen van het uur worden de nieuwe gegevens opgeslagen en stopt de uuraanduiding met knipperen.U kunt het uur later corrigeren door tege-lijkertijd op knoppen 2 en 3 te drukken. De aanduiding op de display begint te knip-peren. Daarna kunt u het ingestelde uur corrigeren.Opgelet!De oven kan opgestart worden nadat het symbool op de display verschijnt.A2 312 31ELEKTRONISCHE PROGRAMMATOR A – veld van de displayB – aanduiding van de functies functies1 – knop voor de keuze van de functies van de programmator2 – knop “-“3 – knop “+”BEDIENINGINSTELLING VAN HET UURNadat het toestel aangesloten is op het stroomnet of opnieuw aangeschakeld werd na een stroompanne, geeft de display knip-perend 0.00 aan.
TIMERDe timer kan op elk moment geactiveerd worden, ongeacht de werkstand van de andere functies van de programmator. Het tijdsbereik gaat van 1 minuut tot 23 uur en 59 minuten.Om de timer in te stellen moet u:knop 1 indrukken. Op de display begint het symbool te knipperen: de tijd van de timer instellen met knoppen 3 2 en .De display geeft de ingestelde tijd van de timer aan en de actieve functie Na het verstrijken van de ingestelde tijd gaat het geluidssignaal aan en begint te knipperen.druk op knop 1, 2 of 3 om het signaal uit te schakelen. De functie gaat uit en de display geeft weer het huidige uur aanOpgelet!Als het geluidssignaal niet handmatig uitge-schakeld wordt, slaat het automatisch af na ongeveer 7 minuten.2 31
44BEDIENINGHALfAUTOMATISCHE STANDAls de oven zichzelf moet uitschakelen op een bepaald uur, moet u:de draaiknop voor de functie van de oven en de draaiknop voor de temperatuurinstel-ling instellen op de standen, waarin de oven moet werken,knop 1 indrukken totdat de aanduiding van de display begint te knipperen:de gewenste tijd instellen met knoppen 3 en 2, gaande van 1 minuut tot 10 uur.De ingestelde tijd wordt in het geheugen opgeslagen na ongeveer 7 sec. Daarna geeft de display opnieuw het huidige uur aan en de actieve functie AUTO.Na het verstrijken van de ingestelde tijd scha-kelt de oven zichzelf automatisch uit, slaat het geluidssignaal aan en begint de functie AUTO te knipperen.plaats de draaiknoppen voor de functie van de oven en de temperatuurinstelling in uitstand.druk op knop , 1 2 of 3 om het signaal uit te schakelen.
De functie gaat uit en de AUTOdisplay geeft weer het huidige uur aan.Opgelet!De ovens zijn uitgerust met één bedienings-knop: de draaiknop voor de functie van de oven en de temperatuurregelaar zijn geïnte-greerd in één knop.2 312 312 31AUTOMATISCHE STANDAls de oven aangeschakeld moet worden voor een bepaalde duur en zichzelf op een bepaald uur moet uitschakelen, dan moeten de werkingstijd en het einduur ingesteld worden:druk op knop totdat de aanduiding op de 1 display begint te knipperen:stel de gewenste werkingstijd in met knop-pen 3 en 2, net zoals bij de halfautomatische stand,druk op knop totdat de aanduiding op de 1display begint te knipperen:stel het uur voor het uitschakelen (eind-uur) in met knoppen . Het einduur is 3 2 en beperkt tot een tijdstip binnen 23 uur en 59 minuten.
45BEDIENINGDe functie AUTO is actief, de oven zal begin-nen werken op het moment dat blijkt uit het verschil tussen het ingestelde einduur en de ingestelde werkingstijd (bv. de ingestelde werkingstijd bedraagt 1 uur, het ingestelde einduur is 14.00, dus de oven zal zichzelf automatisch aanschakelen om 13.00). Nadat het einduur bereikt is, schakelt de oven zichzelf automatisch uit, slaat het geluids-signaal aan en begint de functie AUTO te knipperen.plaats de draaiknoppen voor de functie van de oven en de temperatuurinstelling in uitstand.druk op knop , om het signaal uit 1 2 3of te schakelen. De functie gaat uit en AUTOde display geeft weer het huidige uur aan, bv.
12.35.2 31RESETTEN VAN DE INSTELLINGENDe instellingen van de timer of de automati-sche stand kunnen op elk moment gereset worden.Om de instellingen van de automatische stand te resetten moet u:tegelijkertijd op knoppen 2 en 3 drukken.Om de instellingen van de timer te resetten moet u:met knop 1 de functie timer kiezen,nogmaals op knoppen 2 en 3 drukken.WIJZIGING VAN DE TOON VAN HET GELUIDSSIGNAALDe toon van het geluidssignaal kunt u op de volgende manier wijzigen:druk tegelijkertijd op knoppen ,2 3 en kies met knop 1 de functie “toon”. De aanduiding van display begint te knipperen:● kies met knop de gepaste toon tussen 21 3 en .2 31
47Verwarmingselement onder-aan aangeschakeldAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven enkel met het verwarmingselement onderaan verwarmd. Deze stand kunt u bv. bij het bijbakken van gebak langs onder gebruiken. Onafhankelijke verlichting van de ovenDoor de draaiknop op deze stand in te stellen wordt de kamer van de oven verlicht. Deze stand kunt u bv. bij het reinigen van de oven gebruiken. Verwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeldDe thermostaat laat toe om een temperatuur tussen 100ºC en 250ºC in te stellen. Deze stand kunt u ge-bruiken voor gebak. Grill aangeschakeldDoor de draaiknop op deze stand in te stellen, kunnen de gerechten op het rooster of aan het spit bereid worden. BEDIENINGFuncties en bediening van de ovenDe oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan en een grillelement (als dat er is).
De oven kan bediend worden met behulp van één draaiknop waarin de schakelaar voor de functie van de oven en de temperatuurrege-laar gecombineerd zijn. Oven met natuurlijke convectie (conventionele oven)Opgelet. Bij ovens die geen grill hebben, staat de functie niet op de bedienings-knop. Mogelijke standen van de draaiknop Aanschakelen en uitschakelen van de ovenOm de oven aan te schakelen moet u: de vereiste werkvoorwaarden, de tem-peratuur en de manier van verwarmen instellen, de draaiknop in de gewenste stand plaat-sen door hem naar rechts te draaien. Het aanschakelen van de oven wordt aan-gegeven met twee controlelampjes, een geel en een rood. Het gele controlelampje geeft aan dat de oven werkt. Als het rode contro-lelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde temperatuur bereikt.
Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het rode controlelampje voor de eerste maal uitgaat. Tijdens de bereiding zal het rode lampje af en toe aan- en uitgaan (de temperatuur in de oven wordt op peil gehouden).
Het gele controlelampje kan ook branden als u de draaiknop in stand “Verlich-ting van de oven” plaatst. Uitschakelen van de oven – om de oven uit te schakelen moet u de draaiknop in de stand “0” plaatsen door hem naar links te draaien. Het controlelampje gaat dan uit. Verwarmingselement boven-aan aangeschakeldAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven enkel met het verwarmingselement bovenaan ver-warmd. Deze stand kunt u bv. voor het bij-bakken van gebak langs boven gebruiken. 100-250(°C)100150200250.
48Onafhankelijke verlichting van de ovenDoor de draaiknop op deze stand in te stellen wordt de kamer van de oven verlicht. Deze stand kunt u bv. bij het reinigen van de oven gebruiken.50100150200250Oven met gestuurde luchtcirculatie (met ventilator)De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan en een grillelement (als dat er is).
De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen –BEDIENINGen met behulp van de draaiknop van de temperatuurregelaar – draai de draaiknop naar de gewenste temperatuur om de oven in te stellenDe oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand “ ”/“0”te plaatsen.Mogelijke standen van de draaiknop voor de functie van de ovenVerwarmingselement onder-aan en bovenaan aangescha-keldAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven op conven-tionele manier opgewarmdOpgelet!Als de temperatuurregelaar anders ingesteld is dan in nulstand, kan het rode lampje in deze functiestand aangaan, zelfs als de oven niet op-gewarmd wordt.Ventilator en verwarmingsele-ment bovenaan en onderaan aangeschakeldAls de draaiknop in deze stand staat, voert de oven de functie ‘gebak’ uit.
Conventionele oven met venti-lator.Grill aangeschakeldDoor de draaiknop op deze stand in te stellen, worden de gerech-ten op het rooster gebakken.Opgelet!Bij het gebruik van de functie werkt alleen de ventilator als de temperatuurregelaar op nulstand staat. In deze stand kunnen gerech-ten of de oven gekoeld worden.Opgelet!Als er een functie van de oven inge-steld is, wordt de verwarming (van een verwarmingselement enz.) pas aangeschakeld als de temperatuur ingesteld is.0
49Supergrill(Grill en verwarmingselement bovenaan)Met de functie “supergrill” wor-den de gerechten bereid terwijl zowel de grill als het verwarmingselement bovenaan aangeschakeld zijn.Deze functie laat toe om een hogere tempe-ratuur te bereiken in de bovenlaag van de oven, waardoor de gerechten meer gebruind worden. Dit laat ook toe om grotere porties te bakken.Ventilator en supergrill Als de draaiknop in deze stand staat, wordt de functie supergrill met ventilator uitgevoerd. In de praktijk laat deze functie toe om het braadproces te versnellen en de smaak van de gerechten te verbeteren.
Zorg dat de deur van de oven gesloten is tijdens de bereiding.501001502002500BEDIENINGOven met gestuurde luchtcirculatie (met ventilator en verwarmingselement voor heteluchtcirculatie)De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan, een grillelement en een verwar-mingselement voor heteluchtcirculatie. De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen –en met behulp van de draaiknop van de temperatuurregelaar – draai de draaiknop naar de gewenste temperatuur om de oven in te stellen.De oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand “ ”/“0” te plaatsen. Opgelet!Als er een functie van de oven inge-steld is, wordt de verwarming (van een verwarmingselement enz.) pas aangeschakeld als de temperatuur ingesteld is.
50Grill aangeschakeldDoor de draaiknop op deze stand in te stellen, worden de gerechten enkel met de grill gebakken. Supergrill(Grill en verwarmingselement bovenaan)Met de functie “supergrill” wor-den de gerechten bereid terwijl zowel de grill als het verwarmingselement bovenaan aangeschakeld zijn. Deze functie laat toe om een hogere tempe-ratuur te bereiken in de bovenlaag van de oven, waardoor de gerechten meer gebruind worden. Dit laat ook toe om grotere porties te bakken. Verwarmingselement boven-aan aangeschakeldAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven enkel met het verwarmingselement bovenaan ver-warmd. Deze stand kunt u bv. voor het bijbak-ken van gebak langs boven gebruiken. Verwarmingselement onder-aan aangeschakeldAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven enkel met het verwarmingselement onderaan ver-warmd. Deze stand kunt u bv.
bij het bijbak-ken van gebak langs onder gebruiken. Verwarmingselement onder-aan en bovenaan aangescha-keldAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven op conventionele manier opgewarmd. BEDIENINGHeteluchtcirculatie en ver-warmingselement onderaan aangeschakeldAls de draaiknop op deze stand ingesteld is, zijn de functie heteluchtcircu-latie en het verwarmingselement onderaan aangeschakeld, waardoor de temperatuur aan de onderkant van het gerecht verhoogt. Onafhankelijke verlichting van de ovenDoor de draaiknop op deze stand in te stellen wordt de kamer van de oven verlicht. Heteluchtcirculatie aangescha-keldAls de draaiknop op de stand “hete-luchtcirculatie aangeschakeld” ingesteld is, wordt de verwarming van de oven uitgevoerd met behulp van een heteluchtventilator die op een centrale plaats in de achterwand van de kamer van de oven geplaatst is.
Deze verwarmingsmethode heeft volgende voordelen: de verwarmingstijd van de oven verkleint en voorverwarmen is niet meer noodza-kelijk, er kunnen gerechten op twee niveaus tegelijk bereid worden, het uitlopen van vet en sappen uit vleesgerechten vermindert, waardoor de smaak verbetert, de ovenkamer wordt minder vuil. Mogelijke standen van de draaiknop voor de functie van de ovenVentilator en grill aangescha-keld. Als de draaiknop in deze stand staat, voert de oven de functie van grill met ventilator uit. In de praktijk laat deze functie toe om het braadproces te versnellen en de smaak van de gerechten te verbeteren. Zorg dat de deur van de oven gesloten is tijdens de bereiding. Opgelet. Bij het gebruik van de functies werkt alleen de ventilator als de temperatuurregelaar op nulstand staat. In deze stand kunnen gerechten of de oven gekoeld worden.
51BEDIENINGOpgelet!Tijdens de snelle verwarming mogen er geen bakplaten met deeg of andere onderdelen van de uitrusting in de oven staan.Het is niet aangeraden om de functie voor snelle verwarming te gebruiker als de programmator geprogram-meerd is.Snel opwarmen van de ovenBij ovens met een gestuurde luchtcirculatie, die uitgerust zijn met een ventilator en ver-warmingselement voor heteluchtcirculatie en aangeduid zijn met de letter “R” in het type, kunt u gebruik maken van de functie ‘snel opwarmen’ – de oven bereikt in ong. 4 min. een temperatuur van 150ºC. Handelswijze: stel de draaiknop voor de functie van de oven in op stand heteluchtcirculatie + verwarmingselement onderaan stel de draaiknop van de temperatuur-regelaar in op de stand 150ºC, de oven warmt op tot een temperatuur van 150ºC (of lager indien zo ingesteld).
52Om de grill aan te schakelen moet u: de draaiknop van de oven op de stand de oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur)de bakplaat met het gerecht op het ge-paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaat-sen.de deur van de oven sluiten.BEDIENINGGebruik van de grillTijdens het grillproces ondergaan de gerech-ten de inwerking van infrarood dat uitgezon-den wordt door het verhitte verwarmingsele-ment van de grill.Opgelet!Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn.Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden.Laat geen kinderen bij de oven ko-men.Vo or de gri llfunc tie e n supe rgr ill moet de temperatuur ingesteld wor-den op 250ºC, en voor de functie grill met ventilator op maximum 200ºC.
53REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS Voor de reiniging moet de oven uitge-schakeld worden. Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “”/“0” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is. Oven - Opgelet.
54REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET fORNUISVervanging van het verlichtingslampje van de ovenOm elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt. Stel alle draaiknoppen in op stand “ ”/“0” en schakel de voeding uit, Draai het omhulsel van de lamp uit, was het en wrijf het goed droog, Draai het verlichtingslampje uit en vervang het indien nodig door een nieuw lampje dat bestand is tegen hoge temperaturen (300ºC), met volgende parameters:- spanning 230 V- vermogen 25 W- schroefdraad E14 Draai het lampje in en zorg ervoor dat het goed in de keramische tting zit, Draai het omhulsel van het lampje in.Lampje van de oven
56Periodieke controleNaast het lopende onderhoud en reiniging van het fornuis moet u ook: regelmatig de werking van de bedienings-elementen en de werkende onderdelen van het fornuis controleren. Na het ver-strijken van de garantieperiode moet u ten minste één maal per twee jaar een technische controle van het fornuis laten uitvoeren door een onderhoudsdienst, de vastgestelde gebreken verhelpen, een regelmatig onderhoud van de wer-kende onderdelen van het fornuis uitvoe-ren.Opgelet! Alle herstellingen en instellingen moeten uitgevoerd worden bij een erkende onderhoudsdienst of door een erkend installateur met gepaste kwalicaties.REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET fORNUIS
58BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPSGebak het is aan te raden om gebak te bereiden op de bakplaten die deel uitmaken van de uitrusting van het fornuis, gebak kan bereid worden in bakvormen of bakplaten die op het droogrekje geplaatst moeten worden. Voor gebak worden best zwarte bakvormen ge-bruikt omdat deze beter de warmte geleiden en de baktijd verkorten. we raden af om bakvormen en bakplaten met een helder en blinkend oppervlak te gebruiken wanneer u gebruik maakt van de conventionele verwarmfunctie (verwarmingselementen bovenaan + onderaan). Bij dit soort bakvormen wordt de onderkant van het gebak niet goed doorbakken. als u gebruik maakt van de functie voor heteluchtcirculatie moet u de oven niet voorverwarmen.
Voor de andere verwarmingsfuncties moet de ovenkamer voorverwarmd worden voordat u het gebak erin plaatst, voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt), het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft. de baktemperaturen bij gebruik van de functie voor heteluchtcirculatie zijn normaal gezien ong.
20-30 graden lager dan bij conventioneel bakken (met gebruik van de verwarmingselementen bovenaan en onderaan), de parameters voor gebak in tabel 1 geven enkel aanwijzingen en kunnen gecorrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak, indien de informatie in kookboeken duidelijk afwijkt van de waarden in de handleiding van het fornuis, laat u zich best leiden door de richtlijnen in de handleiding.
60TABEL 1A: Gebakfuncties van de oven: gebak (verwarmingselement onderaan + bovenaan + ventilator) Opgelet!Als u de functie ‘gebak’ gebruikt, moet u de oven eerst voorverwarmen. We raden aan om het gebak op niveau 3 van onderaf te plaatsen.8015015015015015015015060-7065-7060-7025-3540-4530-4540-5530-40SOORT GEBAK TEMPERATUUR[ºC]BAKTIJD[MIN.]Gebak in bakvormenMeringuesViervierdencakeCake van gistdeegTaartGebak op bakplaten uit de uitrusting van de ovenCake van gistdeegCake met kruimellaagVruchtengebakBiscuitBAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPSVlees braden in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid. bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt.
Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen. bij braden op het droogrekje of op het rooster wordt er best een braadplaat met een kleine hoeveelheid water op het laagste niveau geplaatst. het vlees wordt best minstens éénmaal halverwege de braadtijd omgedraaid op zijn andere zijde. Tijdens het bakken moet het vlees ook af en toe overgoten worden met de saus die ontstaat bij het braden of met heet, zout water. Het vlees mag niet met koud water overgoten worden.
64 TECHNISCHE GEGEVENSDe producent verklaart hierbij, dat dit product voldoet aan de basisvereisten van de hieronder vernoemdeEuropese richtlijnen: Laagspanningsrichtlijn73/23/EEG, Richtlijn voor elektromagnetische compatibiliteit 89/336/EEG,en dat het product daarom gemerkt is met en dat er een conformiteitsverklaring voor afgeleverd werd, die ter beschikking gesteld wordt aan de organen die toezicht houden over de markt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Amica SHE 11154 W stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Amica
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis