Amica SHC 11595 E Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van Amica SHC 11595 E (76 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over Amica SHC 11595 E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | Amica |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | SHC 11595 E |
Handleiding Amica SHC 11595 E – volledige tekst
GEACHTE KLANT,De fornuizen van Amica combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreffend-heid. Na het lezen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kun-nen bedienen.Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorko-men.Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is.Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden.Opgelet!Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft.Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden.
40VEILIGHEIDSINSTRUCTIESAttentie. Dit apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Wees bijzonder voorzichtig bij het aanraken van de verwarmingselementen. Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kun-nen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan.Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik plaatsvindt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden ver-richten.Attentie.
Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand.Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken.Attentie. Brandgevaar: geen voorwerpen verzamelen op de kookoppervlakte.Attentie. Schakel de stroom uit als de oppervlakte is gebar-sten, om elektrische schokken te voorkomen.
41VEILIGHEIDSINSTRUCTIESTijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan.Als dit apparaat gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen.Attentie. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of scherpe metalen voorwerpen voor het schoonmaken van het glas van de deur, omdat deze krassen kunnen veroorzaken op het oppervlak. Dit kan leiden tot barsten van het glas.Attentie. Om elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt.Gebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het fornuis.Gevaar voor verbranding! Bij het openen van de ovendeur kan hete stoom ontsnappen. Wees voorzichtig met het ope-nen van de deur tijdens of na aoop van het koken. Buig u bij het openen niet over de deur.
42VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Wees bijzonder voorzichtig als er kinderen in de buurt van het fornuis zijn, want ze kennen de bedieningsprincipes van het fornuis niet. De hete branders van de gaskookplaat, de ovenkamer, het rooster, de ruit van de deur, en potten en pannen met hete vloeistoffen kunnen brandwonden veroorzaken. Zorg ervoor dat er geen kleine keukentoestellen of hun kabels in direct contact komen met de hete oven of de kookplaat, want de isolatie van deze toestellen is niet bestand tegen hoge temperaturen. Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Oliën en vetten kunnen ont-vlammen als gevolg van oververhitting of overkoken. Zorg ervoor dat de kookplaat niet vuil wordt of onderloopt door overlopende spijzen. Eventueel vuil moet onmiddellijk verwijderd worden. Schakel de kookplaat niet aan zonder er eerst een pot of pan op te plaatsen.
Plaats geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 15 kg op de open deur van de oven, en geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 25 kg op de kookplaat. Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om de glazen deur te reinigen. Hierdoor kan het oppervlak gekrast raken, wat kan leiden tot barsten in het glas. Het is verboden om hete potten, pannen en schotels (warmer dan 75ºC) en lichtontvlam-bare materialen in de schuif te plaatsen. Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent. U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit. Het is verboden om een fornuis met technische defecten te gebruiken. Defecten mogen enkel hersteld worden door een erkend technicus met gepaste kwalicaties.
Bij problemen veroorzaakt door technische defecten, moet het fornuis van het stroomnet ontkoppeld worden en moet het defect gemeld worden voor herstelling. Er mogen geen toestellen voor reiniging met stoom gebruikt worden om het fornuis te reinigen.
U moet steeds de regels en richtlijnen uit deze handleiding naleven. Het toestel mag niet bediend worden door personen die deze handleiding niet kennen. Het toestel is uitsluitend ontworpen voor kookdoeleinden. Elke andere toepassing (bv. voor het verwarmen van ruimtes) stemt niet overeen met de bestemming van het toestel en kan gevaar veroorzaken.
43ENERGIEBESPARINGDoor op verantwoorde wijze energie te gebruiken be-spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie-besparing! Dat kan op de volgende manier:Gebruik goede potten en pannen om te koken.Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander.
Dek de potten en pannen steeds af met een deksel.Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn.Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn.Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn.Vermijd onnodig opheffen van deksels om het kookproces te controleren.Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven.Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden.Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis.Gebruik de restwarmte in de oven.Schakel bij baktijden van meer dan 40 minu-ten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit.Sluit de deur van de oven zorgvuldig.Otherwise energy consumption increases unnecessarily. Bouw het fornuis niet in in de onmid-dellijke nabijheid van koelkasten of diep-vriezers.Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.Opgelet!
44Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriende-lijke wijze.Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be-reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKENOp het einde van de gebruiks-periode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen.
Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebrui-kershandleiding of op de verpakking.De materialen die gebruikt zijn bij de pro-ductie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materia-len of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu.Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten.RECYCLAGE VAN GEBRUIKTE TO ESTELLEN
48INSTALLATIE Opstelling van het fornuis De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ven-tilatie bezitten in overeenstemming met de geldende technische voorschriften. De ruimte moet voorzien zijn van een ventilatiesysteem dat verbrandingsgas-sen die tijdens het verbrandingsproces ontstaan, naar buiten afvoert. Deze installatie moet bestaan uit een ventila-tierooster of een afzuigkap. Afzuigkappen moeten gemonteerd worden volgens de bijgevoegde gebruikershandleidingen. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselementen garanderen. De bekleding en de lijmen van de inbou-wmeubelen moeten bestand zijn tegen een temperatuur van 100ºC. Als deze voorwaarde niet vervuld is, kan het opper-vlak vervormd raken of kan de bekleding losraken.
Als u niet zeker bent of de meubelen tegen zulke temperaturen bestand zijn, moet u bij het inbouwen een tussenruimte van ong. 2 cm vrijlaten tussen de meubelen en het fornuis. De muur die zich achter het fornuis bevindt, moet bestand zijn tegen hoge temperaturen. Tijdens het ge-bruik van het fornuis kan de achterwand opwarmen tot ongeveer 50ºC boven de omgevingstemperatuur. Het fornuis moet opgesteld worden op een harde, effen ondergrond (niet op een onderstel zetten). Voordat u het fornuis in gebruik neemt, moet u het waterpas zetten. Dit is vooral belangrijk voor het gelijkmatige versprei-den van vet in de pan. Hiervoor dienen de regelpootjes die bereikbaar zijn als u de schuif wegneemt. Regelbereik +/- 5mm.Montage van de beveiliging tegen het omvallen van het fornuis.De beveiliging wordt gemonteerd om te vo-orkomen dat het fornuis omvalt.
Dankzij de blokkade tegen het omvallen van het fornuis voorkomt u dat een kind dat op de openstaan-de ovendeur klimt het fornuis laat omvallen.Fornuis, hoogte 850 mmA=60 mmB=103 mmFornuis, hoogte 900 mmA=104 mmB=147 mmAB
49INSTALLATIEAansluiting van het fornuis op de elektrische installatieOpgelet!De plaat mag enkel op de elektrische instal-latie aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalificaties. Het is verboden om zelfstandig wijzigingen of aanpassingen aan te brengen aan de elektrische installatie.Instructies voor de installateurHet fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met driefasige wisselstroom (400V 3N~50Hz). De nominale spanning van de verwarmingselementen van het fornuis bedraagt 230V. Het fornuis kan aangepast worden aan voeding met eenfasige stroom (230V) door een gepaste overbrugging op de contactstrip volgens het bijgevoegde aansluitschema. Er is ook een aansluit-schema bij de aansluiting van het fornuis geplaatst. De contactstrip is bereikbaar nadat u het deksel van de aansluiting wegneemt door de klemmen te deblokke-ren met een platte sleutel.
Vergeet niet een gepaste leiding te kiezen volgens het soort aansluiting en het nominale vermogen van het fornuis.De aansluitleiding moet gemonteerd worden op de steun voor de aansluiting van het for-nuis.Opgelet!Vergeet niet het aardingscircuit aan te sluiten op de klem van de contactstrip, die aangege-ven is met het teken . De elektrische instal-latie die het fornuis van stroom voorziet, moet beveiligd zijn met een gepaste zekering die de stroom afsluit in noodgevallen. De afstand tussen de werkcontacten van de zekering moet min. 3 mm bedragen.Voordat u het fornuis op de elektrische installatie aansluit, moet u de informatie op het typeplaatje en het aansluitschema lezen.21
50INSTALLATIEOpgelet! Bij elke aansluitingsvariant moet de aardingsleiding aangesloten zijn op de klem PEAanbevolen soort aansluit-leiding1 Bij een stroomnet van 230 V eenfa-sige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 1-2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 2 Bij een stroomnet van 400/230 V tweefasige aansluiting met een nul-leiding, de bruggen verbinden de klemmen 2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 3 Bij een stroomnet van 400/230 V drie-fasige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 4-5, de faseleidingen zijn aangesloten op 1, 2 en 3, de nulleiding op 4-5, aardingsleiding op . Faseleidingen - L1=R, L2=S, L3=T; N – nulleiding; PE – aardingsleiding H05VV-F3G4H05VV-F4G2,5H05VV-F5G1,5SCHEMA MET MOGELIJKE AANSLUITINGENOpgelet! Spanning van de verwarmingselemen-ten 230V12354PEL1N12354L1L2PEN12354L1L2PENL3
51verwijder alle verpakkingsonderdelen, verwijder de onderhoudsmiddelen die in de fabriek aangebracht zijn, uit de kamer van de oven en van de kookplaat,neem de uitrusting uit de oven en reinig die in warm water met afwasmiddel,schakel de ventilatie in de ruimte aan of open een raam,warm de oven op (op een temp. van 250ºC, ong. 30 min.), verwijder vuil en reinig hem grondig. Warm de kookvelden van de plaat ong. 4 minuten op zonder potten of pannen.Voordat u het fornuis voor de eerste maal aanschakeltBEDIENINGOpgelet!Bij fornuizen die uitgerust zijn met de elek-tronische programmator verschijnt na het aanschakelen op het stroomnet “0.00” op de display. Stel het huidige uur in op de pro-grammator (zie gebruikershandleiding van de programmator).De oven zal niet werken als het uur niet ingesteld is.
52SLECHT SLECHT SLECHT SLECHT GOED BEDIENINGBediening van de kookvelden van de keramische plaat.Keuze van potten en pannenGoed gekozen potten en pannen hebben een bodemgrootte en vorm die ongeveer over-eenstemt met het gebruiksoppervlak van het kookveld. Voor braadsleden is er een speciaal verbreed kookveld van 140 x 250. Gebruik geen potten en pannen met een holle of bolle bodem. Hou er rekening mee dat de potten en pannen een gepast deksel moeten hebben. Het is aan te raden om potten en pannen met een dikke, gedraaide bodem te gebruiken. Als het oppervlak van de kookvelden en de potten en pannen vuil is, kan de warmte niet volledig benut worden.Keuze van het verwarmingsniveauDe kookvelden hebben verschillende verwarmingsvermogens. Het verwarmingsvermogen kan stapsgewijs geregeld worden door de draaiknop naar links of rechts te draaien.
53Verwarmingsindicator van een kookveldAanschakelen van het verbrede kookveld*Belangrijk!Het kookveld mag enkel aange-schakeld worden door de draaiknop in wijzerzin te draaien. Als u in de andere richting draait, kunt u de schakelaar beschadigen.BEDIENING Binnen het bereik 0 1 2 3 van de draaiknop werkt het binnenste kookveld en kan de hoeveelheid naar de pot aangevoerde warmte geleidelijk geregeld worden. Door de knop kort door te draaien naar de stand wordt het buitenste kookveld aangescha-keld.
Vanaf dat moment kan de hoeveelheid warmte die door de twee kookvelden (bin-nenste en buitenste) naar de pot aangevoerd wordt, geleidelijk geregeld worden, omdat de binnenste schakelaar deze velden pas uitschakelt als de draaiknop op stand 0 ge-plaatst wordt.Verwarmingsindicator van een kookveldAls de temperatuur van een kookveld meer dan 50ºC bedraagt, wordt dit aangegeven door het gepaste veld van de indicator.De verwarmingsindicator van een kook-veld waarschuwt de gebruiker zodat hij het aanraken van een heet kookveld kan vermijden.Na het uitschakelen van de verwarming van een kookveld, zal het veld nog voor ong. 5-10 minuten de vergaarde warmte behouden, die bv. benut kan worden voor het opwarmen of warm houden van spijzen zonder dat de verwarming van het veld nog moet aangeschakeld worden.0123*Bepaalde modellen
54druk op knop 1, en op de display verschijnt het symbool ,stel het huidige uur in met behulp van knop-pen 2 en 3.Ongeveer 7 sec. na het instellen van het uur worden de nieuwe gegevens opgeslagen en stopt de uuraanduiding met knipperen.U kunt het uur later corrigeren door tege-lijkertijd op knoppen 2 en 3 te drukken. De aanduiding op de display begint te knip-peren. Daarna kunt u het ingestelde uur corrigeren.Opgelet!De oven kan opgestart worden nadat het symbool op de display verschijnt.ELEKTRONISCHE PROGRAMMATOR* functiesOK – knop voor de keuze van de functies van de programmator 1 – knop “+” 3BEDIENINGINSTELLING VAN HET UURNadat het toestel aangesloten is op het stroomnet of opnieuw aangeschakeld werd na een stroompanne, geeft de display knip-perend 0.00 aan. TIMERDe timer kan op elk moment geactiveerd worden, ongeacht de werkstand van de andere functies van de programmator.
Het tijdsbereik gaat van 1 minuut tot 23 uur en 59 minuten.Om de timer in te stellen moet u:knop 1 indrukken. Op de display begint het symbool te knipperen: de tijd van de timer instellen met knoppen 3 en 2.De display geeft de ingestelde tijd van de timer aan en de actieve functie Na het verstrijken van de ingestelde tijd gaat het geluidssignaal aan en begint te knipperen.druk op knop 1, 2 of 3 om het signaal uit te schakelen. De functie gaat uit en de display geeft weer het huidige uur aanOpgelet!Als het geluidssignaal niet handmatig uitge-schakeld wordt, slaat het automatisch af na ongeveer 7 minuten.0000OK2 310000OK*Bepaalde modellen
55BEDIENINGHALFAUTOMATISCHE STANDAls de oven zichzelf moet uitschakelen op een bepaald uur, moet u:de draaiknop voor de functie van de oven en de draaiknop voor de temperatuurinstel-ling instellen op de standen, waarin de oven moet werken,knop 1 indrukken totdat de aanduiding van de display begint te knipperen:de gewenste tijd instellen met knoppen 3 en 2, gaande van 1 minuut tot 10 uur.De ingestelde tijd wordt in het geheugen opgeslagen na ongeveer 7 sec. Daarna geeft de display opnieuw het huidige uur aan en de actieve functie AUTO.Na het verstrijken van de ingestelde tijd scha-kelt de oven zichzelf automatisch uit, slaat het geluidssignaal aan en begint de functie AUTO te knipperen.plaats de draaiknoppen voor de functie van de oven en de temperatuurinstelling in uitstand.druk op knop 1, 2 of 3 om het signaal uit te schakelen.
De functie AUTO gaat uit en de display geeft weer het huidige uur aan.Opgelet!De ovens zijn uitgerust met één bedienings-knop: de draaiknop voor de functie van de oven en de temperatuurregelaar zijn geïnte-greerd in één knop.AUTOMATISCHE STANDAls de oven aangeschakeld moet worden voor een bepaalde duur en zichzelf op een bepaald uur moet uitschakelen, dan moeten de werkingstijd en het einduur ingesteld worden:druk op knop 1 totdat de aanduiding op de display begint te knipperen:stel de gewenste werkingstijd in met knop-pen 3 en 2, net zoals bij de halfautomatische stand,druk op knop 1 totdat de aanduiding op de display begint te knipperen:stel het uur voor het uitschakelen (eind-uur) in met knoppen 3 en 2. Het einduur is beperkt tot een tijdstip binnen 23 uur en 59 minuten.
56BEDIENINGDe functie AUTO is actief, de oven zal begin-nen werken op het moment dat blijkt uit het verschil tussen het ingestelde einduur en de ingestelde werkingstijd (bv. de ingestelde werkingstijd bedraagt 1 uur, het ingestelde einduur is 14.00, dus de oven zal zichzelf automatisch aanschakelen om 13.00). Nadat het einduur bereikt is, schakelt de oven zichzelf automatisch uit, slaat het geluids-signaal aan en begint de functie AUTO te knipperen.plaats de draaiknoppen voor de functie van de oven en de temperatuurinstelling in uitstand.druk op knop 1, 2 of 3 om het signaal uit te schakelen. De functie AUTO gaat uit en de display geeft weer het huidige uur aan, bv.
12.35.RESETTEN VAN DE INSTELLINGENDe instellingen van de timer of de automati-sche stand kunnen op elk moment gereset worden.Om de instellingen van de automatische stand te resetten moet u:tegelijkertijd op knoppen 2 en 3 drukken.Om de instellingen van de timer te resetten moet u:met knop 1 de functie timer kiezen,nogmaals op knoppen 2 en 3 drukken.WIJZIGING VAN DE TOON VAN HET GELUIDSSIGNAALDe toon van het geluidssignaal kunt u op de volgende manier wijzigen:druk tegelijkertijd op knoppen 2 en 3,kies met knop 1 de functie “toon”. De aanduiding van display begint te knipperen:● kies met knop 2 de gepaste toon tussen 1 en 3.12 35OKOK88 81
57BEDIENINGOnafhankelijke verlichting van de ovenDoor de draaiknop op deze stand in te stellen wordt de kamer van de oven verlicht. Deze stand kunt u bv. bij het reinigen van de oven gebrui-ken. De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan en een grillelement (als dat er is). De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen –en met behulp van de draaiknop van de temperatuurregelaar – draai de draaiknop naar de gewenste temperatuur om de oven in te stellenDe oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand “”/“0”te plaatsen. Mogelijke standen van de draaiknop voor de functie van de ovenVerwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeldAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven op conventionele manier opgewarmd.
Verwarmingselement onderaan aangeschakeldAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven enkel met het verwarmingselement onderaan verwarmd. Deze stand kunt u bv. bij het bijbakken van gebak langs onder gebruiken. Verwarmingselement bovenaan aangeschakeldAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de oven enkel met het verwarmingselement bovenaan ver-warmd. Deze stand kunt u bv. voor het bijbakken van gebak langs boven gebruiken. Grill aangeschakeldDoor de draaiknop op deze stand in te stellen, worden de gerechten op het rooster gebakken. Oven met natuurlijke convectie (conventionele oven)Functies en bediening van de ovenHet aanschakelen van de oven wordt aan-gegeven met twee controlelampjes, een geel en een rood. Het gele controlelampje geeft aan dat de oven werkt. Als het rode contro-lelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde temperatuur bereikt.
Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het rode controlelampje voor de eerste maal uitgaat.
58BEDIENINGOven met gestuurde luchtcirculatie (met ventilator)De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan en een grillelement (als dat er is).
De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen – en met behulp van de draaiknop van de temperatuurrege-laar – draai de draaiknop naar de gewenste temperatuur om de oven in te stellenDe oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand “”/“0”te plaatsen.Opgelet!Als er een functie van de oven inge-steld is, wordt de verwarming (van een verwarmingselement enz.) pas aangeschakeld als de temperatuur ingesteld is.Grill aangeschakeldOppervlakkig “grillen” wordt toegepast om kleine porties vlees te braden: ste-aks, schnitzels, vis, toasts, worstjes, ovenschotels te grillen (het gegrilde gerecht mag niet dikker dan 2-3 cm zijn, tijdens het bakken moet het omgedraaid worden).
0 NulstandOnafhankelijke verlichting van de ovenDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de binnenkant van de oven verlicht.OntdooienAlleen de ventilator is ingeschakeld, er wordt geen enkel verwarmingselement gebruikt.Snel verwarmenHet bovenste verwarmingselement, het broodrooster en de ventilator zijn ingeschakeld. Toegepast voor het vo-orverwarmen van de oven.Ventilator en supergrillAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de functie supergrill met ven-tilator uitgevoerd. In de praktijk laat deze functie toe om het braadproces te versnellen en de smaak van de gerechten te verbeteren. Zorg dat de deur van de oven gesloten is tijdens de bereiding.SupergrillMet de functie „supergrill” worden gerechten gegrild terwijl het ver-warmingselement bovenaan ook aangeschakeld is.
59BEDIENINGHet aanschakelen van de oven wordt aange-geven met twee controlelampjes, een R en een L. Het R controlelampje geeft aan dat de oven werkt. Als het rode controlelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde tempera-tuur bereikt. Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het L controlelampje voor de eerste maal uitgaat. Tijdens de bereiding zal het L lampje af en toe aan- en uitgaan (de temperatuur in de oven wordt op peil gehouden). Het R contro-lelampje kan ook branden als u de draaiknop in stand “Verlichting van de oven” plaatst.Verwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeldDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de oven op conven-tionele wijze verwarmd.
Ideaal om taarten, vlees, vis, brood, pizza (vo-orverwarmen en gebruik van donkere bakplaten vereist) te bakken en om op één niveau te bakken.Ventilator en verwarmingselement onderaan en bovenaan aange-schakeldBij deze stand van de draaiknop voert de oven de functie gebak uit. Conven-tionele oven met ventilator (functie aangeraden voor gebak).Verwarmingselement onderaan aangeschakeldBij deze stand wordt de oven enkel met het verwarmingselement onde-raan verwarmd. Bijbakken van gebak onderaan (bv. vochtig gebak en gebak met vruchten). L R
60BEDIENINGDe oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand “”/“0”te plaatsen. Opgelet. Als er een functie van de oven inge-steld is, wordt de verwarming (van een verwarmingselement enz. ) pas aangeschakeld als de temperatuur ingesteld is. Grill aangeschakeldOppervlakkig “grillen” wordt toegepast om kleine porties vlees te braden: ste-aks, schnitzels, vis, toasts, worstjes, ovenschotels te grillen (het gegrilde gerecht mag niet dikker dan 2-3 cm zijn, tijdens het bakken moet het omgedraaid worden). 0 NulstandOnafhankelijke verlichting van de ovenDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de binnenkant van de oven verlicht. OntdooienAlleen de ventilator is ingeschakeld, er wordt geen enkel verwarmingselement gebruikt. Snel verwarmenHet bovenste verwarmingselement, het broodrooster en de ventilator zijn ingeschakeld. Toegepast voor het vo-orverwarmen van de oven.
Ventilator en supergrillAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de functie supergrill met ven-tilator uitgevoerd. In de praktijk laat deze functie toe om het braadproces te versnellen en de smaak van de gerechten te verbeteren. Zorg dat de deur van de oven gesloten is tijdens de bereiding. SupergrillMet de functie „supergrill” worden gerechten gegrild terwijl het ver-warmingselement bovenaan ook aangeschakeld is. De functie laat toe om een hogere temperatuur in de bovenlaag van de oven te bere-iken, waardoor de gerechten meer gebruind worden. Dit laat ook toe om grotere porties te braden. Oven met gestuurde luchtcircu-latie (met ventilator en verwar-mingselement voor heteluchtcir-culatie)De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan, een grillelement en een verwar-mingselement voor heteluchtcirculatie.
61BEDIENINGHet aanschakelen van de oven wordt aange-geven met twee controlelampjes, een R en een L. Het R controlelampje geeft aan dat de oven werkt. Als het rode controlelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde tempera-tuur bereikt. Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het L controlelampje voor de eerste maal uitgaat. Tijdens de bereiding zal het L lampje af en toe aan- en uitgaan (de temperatuur in de oven wordt op peil gehouden). Het R contro-lelampje kan ook branden als u de draaiknop in stand “Verlichting van de oven” plaatst. Verwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeldDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de oven op conven-tionele wijze verwarmd.
Ideaal om taarten, vlees, vis, brood, pizza (vo-orverwarmen en gebruik van donkere bakplaten vereist) te bakken en om op één niveau te bakken. Ventilator en verwarmingselement onderaan en bovenaan aange-schakeldBij deze stand van de draaiknop voert de oven de functie gebak uit. Conven-tionele oven met ventilator (functie aangeraden voor gebak). Verwarmingselement onderaan aangeschakeldBij deze stand wordt de oven enkel met het verwarmingselement onde-raan verwarmd. Bijbakken van gebak onderaan (bv. vochtig gebak en gebak met vruchten). L RHeteluchtcirculatie aangescha-keldAls de draaiknop in de stand „he-teluchtcirculatie aangeschakeld” ingesteld is, wordt de verwarming van de oven op gecontroleerde wijze ondersteund met behulp van een he-teluchtventilator die op een centrale plaats in de achterwand van de kamer van de oven gemonteerd is.
In ver-gelijking met een conventionele oven wordt een lagere baktemperatuur gebruikt. Deze verwarmingsmethode zorgt voor een gelijkmatige spreiding van de warmte rond de gerechten in de oven.
Heteluchtcirculatie en verwar-mingselement onderaan aange-schakeldBij deze stand zijn de functie hete-luchtcirculatie en het verwarming-selement onderaan aangeschakeld, waardoor de temperatuur aan de on-derkant van het gerecht verhoogt. Er wordt een grote hoeveelheid warmte onderaan het gerecht geleverd. Nat gebak, pizza.
62Om de grill aan te schakelen moet u: de draaiknop van de oven op de stand de oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur)de bakplaat met het gerecht op het ge-paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaat-sen.de deur van de oven sluiten.BEDIENINGGebruik van de grillTijdens het grillproces ondergaan de gerech-ten de inwerking van infrarood dat uitgezon-den wordt door het verhitte verwarmingsele-ment van de grill.Opgelet!Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn.Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden.Laat geen kinderen bij de oven ko-men.Voor de grillfunctie en supergrillmoet de temperatuur ingesteld worden op 210ºC, en voor de functie grill met ventila-tor op maximum 190ºC.
63BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPSGebak het is aan te raden om gebak te bereiden op de bakplaten die deel uitmaken van de uitrusting van het fornuis, gebak kan bereid worden in bakvormen of bakplaten die op het droogrekje geplaatst moeten worden. Voor gebak worden best zwarte bakvormen gebruikt omdat deze beter de warmte geleiden en de baktijd verkorten. we raden af om bakvormen en bakplaten met een helder en blinkend oppervlak te gebruiken wanneer u gebruik maakt van de conventionele verwarmfunctie (verwar-mingselementen bovenaan + onderaan). Bij dit soort bakvormen wordt de onderkant van het gebak niet goed doorbakken. als u gebruik maakt van de functie voor heteluchtcirculatie moet u de oven niet voor-verwarmen.
Voor de andere verwarmingsfuncties moet de ovenkamer voorverwarmd worden voordat u het gebak erin plaatst, voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt), het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft. de baktemperaturen bij gebruik van de functie voor heteluchtcirculatie zijn normaal gezien ong.
20-30 graden lager dan bij conventioneel bakken (met gebruik van de verwarmingselementen bovenaan en onderaan), de parameters voor gebak in tabel geven enkel aanwijzingen en kunnen gecorrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak, indien de informatie in kookboeken duidelijk afwijkt van de waarden in de handleiding van het fornuis, laat u zich best leiden door de richtlijnen in de handleiding. Vlees braden in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid. bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen.
67REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISDe zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking.Voor de reiniging moet de oven uitge-schakeld worden. Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “”/“0” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is. Reiniging na elk gebruik• Licht, niet aangebrand vuil moet ver-wijderd worden met een vochtige doek zonder reinigingsmiddel. Bij gebruik van een afwasmiddel kan er een blauwach-tige verkleuring ontstaan. Hardnekkige vlekken laten zich niet altijd verwijderen bij de eerste reiniging, zelfs bij gebruik van een speciaal reinigingsmiddel.• Sterk aangekoekt vuil moet verwij-derd worden met een schraper. Daar-na moet het oppervlak gereinigd wor-den met een vochtige doek.Schraper om de kookplaat te reinigen
Bij de reiniging moet de verlich-ting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet. De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden.Opgelet!Gebruik geen schurende reinigings-middelen voor het reinigen en onder-houden van de glazen voorzijde.Stoomreiniging – Steam Clean:- giet 0,25l water (1 glas) in een kommetje dat u op het eerste niveau van onder in de oven plaatst,- sluit de deur van de oven,- stel de temperatuurknop in op stand 50ºC, en de functieknop op de functie verwar-mingselement onderaan ,- warm de ovenkamer ongeveer 30 minuten op,- open de deur van de oven, reinig de binnenkant van de oven met een doek of sponsje en was de oven daarna uit met warm water met afwasmiddel. Wrijf na het wassen de ovenkamer droog.Vervanging van het verlichtingslampje van de ovenOm elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt. Stel alle draaiknoppen in op stand “”/“0” en schakel de voeding uit, Draai het omhulsel van de lamp uit, was het en wrijf het goed droog, Draai het verlichtingslampje uit en vervang het indien nodig door een nieuw lampje dat bestand is tegen hoge temperaturen (300ºC), met volgende parameters:- spanning 230 V- vermogen 25 W- schroefdraad E14 Draai het lampje in en zorg ervoor dat het goed in de keramische tting zit, Draai het omhulsel van het lampje in.Lampje van de oven
70REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISWegnemen van de deurOm gemakkelijker toegang te hebben tot de ovenkamer en die te reinigen, kunt u de deur wegnemen. Hiervoor moet u de deur openen en de beveiliging op het scharnier naar boven klappen (g. A). Doe de deur lichtjes toe, hef ze op en neem ze naar voor toe uit. Om de deur opnieuw te monteren gaat u omgekeerd te werk. Bij het monteren moet u erop letten dat de uitsparing op het scharnier correct op de uitstulping van de scharnierhouder geplaatst is. Plaats altijd de beveiliging terug nadat u de deur terug gemonteerd hebt en druk ze goed aan. Als u de beveiliging niet correct terugplaatst, kan het scharnier beschadigd raken wanneer u de deur probeert te sluiten.Wegnemen van de deurVerwijderen van de binnenruit1.
71REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISVerwijderen van de binnenruit. 3 binnenruit.3. Trek de binnenruit uit de houder (in het onderste deel van de deur). Fig. D, D1. 4. Was de ruit met warm water en een klein beetje reinigingsmiddel. Ga omgekeerd te werk om de ruit op-nieuw te monteren. Het gladde deel van de ruit moet zich bovenaan bevinden. Attentie! Druk de bovenlijst van de deur niet gelijktijdig op beide kanten van de deur. Voor een juiste montage van de bovenlijst van de deur drukt u eerst het linker uiteinde tegen de deur en drukt u vervolgens op het rechter uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort. Hierna drukt u op het linker uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort.D123123D11122Verwijderen van de binnenruit. 2 binnenruit.
72Periodieke controleNaast het lopende onderhoud en reiniging van het fornuis moet u ook: regelmatig de werking van de bedienings-elementen en de werkende onderdelen van het fornuis controleren. Na het ver-strijken van de garantieperiode moet u ten minste één maal per twee jaar een technische controle van het fornuis laten uitvoeren door een onderhoudsdienst, de vastgestelde gebreken verhelpen, een regelmatig onderhoud van de wer-kende onderdelen van het fornuis uitvoe-ren.Opgelet!
Alle herstellingen en instellingen moeten uitgevoerd worden bij een erkende onderhoudsdienst of door een erkend installateur met gepaste kwalicaties.REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISHANDELSWIJZE BIJ PROBLEEMSITUATIESBij probleemsituaties moet u: de werkende onderdelen van het fornuis uitschakelen de elektrische voeding ontkoppelen een herstelling aanvragen sommige kleine problemen kan de gebruiker zelf oplossen met behulp van de aanwijzingen in de tabel hieronder. Controleer opeenvolgend alle punten in de tabel voordat u de onderhouds- of klantendienst contacteert.PROBLEEM1. de elektrische uitrusting werkt niet2.de display van de pro-grammator geeft het uur “0.00” aan3.
de verlichting van de oven werkt nietOORZAAKStroompanneHet toestel werd van het stroomnet ontkoppeld of er was een tijdelijke stroom-pannelosgekomen of beschadigd lampjeHANDELSWIJZEControleer de zekering van de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekeringStel het uur in (zie Gebrui-kershandleiding van de programmator)draai het lampje aan of vervang het doorgebrande lampje (zie hoofdstuk Reini-ging en onderhoud)
73Nominale spanning 230/400V~50 HzNominaal vermogen max. 9,2 kWAfmetingen van het fornuis 85/50/60 cmVoldoet aan de vereisten van de Europese voorschriften normen EN 50304, EN 60335-1, EN 60335-2-6TECHNISCHE GEGEVENSVerklaring van de producentDe producent verklaart hierbij, dat dit product voldoet aan de basisvereisten van de hieronder vernoemdeEuropese richtlijnen: Laagspanningsrichtlijn 2014/35/EC, Richtlijn voor elektromagnetische compatibiliteit 2014/30/EC, Richtlijn voor ErP 2009/125/EC,en dat het product daarom gemerkt is met en dat er een conformiteitsverklaring voor afgeleverd werd, die ter beschikking gesteld wordt aan de organen die toezicht houden over de markt.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met Amica SHC 11595 E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis Amica
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis