Amica KMC 13286 E Handleiding

Amica Fornuis KMC 13286 E

Bekijk gratis de handleiding van Amica KMC 13286 E (52 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 69 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 3 reviews. Heb je een vraag over Amica KMC 13286 E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/52
IOAA-629
(07.2011/1)
PG*
KMC*
(EN) INSTRUCTION MANUAL...................................2
(NL) GEBRUIKERSHANDLEIDING........................26

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (3 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Amica
Categorie: Fornuis
Model: KMC 13286 E
Apparaatplaatsing: Ingebouwd
Soort bediening: Touch
Kleur van het product: Zwart
Ingebouwd display: Ja
Gewicht: 9000 g
Breedte: 768 mm
Diepte: 505 mm
Hoogte: 46 mm
Kinderslot: Ja
Soort materiaal (bovenkant): Glas
Vermogen brander/kookzone 2: 2300 W
Vermogen brander/kookzone 3: 2200 W
Vermogen brander/kookzone 1: 1200 W
Aantal branders/kookzones: 4 zone(s)
Type kookplaat: Keramisch
Type brander/kookzone 1: Sudderen
Type brander/kookzone 2: Extra groot
Type brander/kookzone 3: Groot
Aantal elektronische kook zones: 4 zone(s)
Controle positie: Voorkant
Vermogen: 7400 W
Beeldscherm: LED
Restwarmte-indicator: Ja
Type brander/kookzone 4: Regulier
Vermogen brander/kookzone 4: 1700 W
Voedingsbron brander/kookzone 1: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 2: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 3: Electrisch
Voedingsbron brander/kookzone 4: Electrisch
Positie brander/kookzone 1: Links achter
Diameter brander/kookzone 1: 145 mm
Positie brander/kookzone 2: Links voor
Diameter brander/kookzone 2: 120 \ 175 \ 210 mm
Positie brander/kookzone 3: Rechts achter
Diameter brander/kookzone 3: 170 x 265 mm
Positie brander/kookzone 4: Rechts voor
Diameter brander/kookzone 4: 120 \ 180 mm
Kookzone 1 vorm: Rond
Kookzone 2 vorm: Rond
Kookzone 3 vorm: Rond
Kookzone 4 vorm: Rond
AC-ingangsspanning: 400 V
AC-ingangsfrequentie: 50 Hz

Handleiding Amica KMC 13286 E – volledige tekst

Als u deze gebruikershandleiding doorgelezen heeft, dan mag de bediening van de plaat geen probleem meer vormen.Voor de kookplaat ingepakt werd en de fabriek verliet, werd ze bij de controleposten zorgvuldig gecontroleerd op het vlak van veiligheid en functionaliteit.Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te le-zen.De instructies in de handleiding helpen u om verkeerd gebruik te voorkomen.Bewaar deze gebruikershandleiding en zorg dat ze altijd binnen handbereik is.Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding zorgvuldig nageleefd worden.Opgelet!Het toestel mag enkel gebruikt worden nadat u deze handleiding grondig doorgelezen hebt en begrijpt.Het toestel is uitsluitend ontworpen voor kookdoeleinden.Elke andere toepassing (bv.

voor het verwarmen van ruimtes) stemt niet overeen met de bestemming van het toestel en kan gevaar veroorzaken. De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen, die geen invloed hebben op de werking van het toestel.

29vEILIGHEIDSINSTRUCTIES • Vooraleer u de keramische kookplaat in gebruik neemt, dient u de gebruikershandleiding door te lezen. Op die manier garandeert u uw eigen veiligheid en voorkomt u beschadiging van de plaat. • Als de keramische plaat gebruikt wordt in de directe nabijheid van een radio, televisie of een ander toestel dat straling uitzendt, moet u controleren of het bedieningspaneel van de keramische plaat correct werkt. • De plaat moet door een gekwaliceerd installateur – elektricien geïnstalleerd worden. • Het is verboden de plaat in de nabijheid van koeltoestellen te installeren. • De meubels waarin de plaat ingebouwd wordt, moeten bestand zijn tegen een tempera-tuur tot 100ºC. Dit geldt voor de bekleding, randen, oppervlakken uit kunststof, lijmen en lakken. • De plaat mag enkel gebruikt worden als ze ingebouwd is.

Op die manier vermijdt u aan-raking met de delen die onder stroom staan. • Elektrische toestellen mogen enkel door specialisten hersteld worden. Onvakkundige herstellingen kunnen de gebruiker ernstig in gevaar brengen. • Het toestel wordt pas van het elektriciteitsnet ontkoppeld, als de zekering uitgeschakeld is of als de stekker uit het stopcontact getrokken is. • De stekker van de aansluitingskabel moet bereikbaar zijn nadat de kookplaat geïnstalleerd is. • Men moet ervoor zorgen, dat kinderen niet met het toestel spelen.

• De in het elektronische systeem ingebouwde restwarmte-indicator geeft aan of de plaat aangeschakeld is, en of ze nog heet is. • Bij stroompanne worden alle instellingen en weergegeven gegevens gereset. Na een stro-ompanne dient u voorzichtig te zijn, want kookplaten die voor de stroompanne verwarmd werden, worden niet meer door de restwarmte-indicator gecontroleerd. • Als het stopcontact in de buurt van een kookveld ligt, moet u opletten, dat de kabel van de kookplaat niet in aanraking komt met verhitte plaatsen. • Laat de kookplaat niet achter zonder toezicht wanneer u oliën en vetten gebruikt. Dit kan brandgevaar veroorzaken. • Gebruik geen kookpotten uit kunststof of aluminiumfolie. Ze smelten bij hoge temperaturen en kunnen de keramische plaat beschadigen. • Suiker, citroenzuur, zout, enz.

in vaste of vloeibare toestand en kunststoffen mogen niet met een verwarmd kookveld in aanraking komen. • Als er per ongeluk suiker of kunststof op de hete plaat terechtkomt, mag u in geen geval de plaat uitschakelen. Schraap de suiker of de kunststof af met een scherpe schraper. Bescherm uw handen tegen brandwonden en andere verwondingen.

30vEILIGHEIDSINSTRUCTIES • Gebruik op de keramische kookplaat enkel potten en pannen met een platte bodem, die geen scherpe randen of uitsteeksels hebben. Anders kunnen er onherstelbare krassen op de plaat ontstaan. • Het verwarmingsoppervlak van de keramische plaat is bestand tegen thermische schokken. Ze is niet gevoelig voor koude of warmte. • Laat geen voorwerpen op de plaat vallen. Puntinslagen bv. door een potje met kruiden, kunnen in het slechtste geval voor barsten of splintering van de keramische plaat zor-gen. • Kokende gerechten kunnen via de beschadigde plaatsen in aanraking komen met de delen van de kookplaat, die onder stroom staan. • Indien het oppervlak gebarsten is, moet u de stroom uitschakelen om elektrocutie te ver-mijden. • Houd u steeds aan de instructies voor onderhoud en reiniging van de keramische plaat.

Indien u de plaat verkeerd behandelt, verliest u het recht op garantie. • Als het toestel uitgerust is met halogeenkookvelden, kan het kijken naar de velden scha-delijk zijn.

31 Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken dient u de verpakkingsele-menten op milieuvriendelijke wijze te recycleren. Alle materialen die voor de verpakking gebru-ikt werden, zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% recycleerbaar en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet. De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz. ) moeten tijdens het uitpakken buiten het be-reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKEN RECYCLAGE VAN VERSLETEN TOESTELLEN Op het einde van de gebruik-speriode mag dit toestel niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden. Het moet afgegeven worden bij een inzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen. Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking.

De materialen die bij de productie van het toestel gebruikt werden, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materialen of andere vormen van hergebruik van afge-dankte toestellen draagt u in belangrijke mate bij tot de bescherming van het milieu. Informatie over het inzamelpunt voor versle-ten toestellen kunt u bij de gemeentediensten krijgen. ENERGIEBESPARINGDoor op verantwoorde wijze energie te gebruiken, be- spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen door energie-besparing. Dat kan op de volgende manier: • Gebruik van goede kookpotten en pan-nen. Potten met een vlakke en dikke bodem laten toe om tot 1/3 te besparen op elek- triciteit. Gebruik ook een deksel, want anders stijgt het energieverbruik zelfs tot vier maal.

• Kies kookpotten en pannen die op het kookveld passen. De kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan het kookveld. • Zorg ervoor dat de kookvelden en de bodem van de potten proper zijn.

Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn. • Vermijd onnodig opheffen van deksels om het kookproces te controleren. • Bouw de kookplaat niet in de onmid- dellijke nabijheid van koelkasten of diepvriezers in. Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.

33INSTALLATIE1min60min50753+2490+2Voorbereiding van het werkblad voor inbouw van de kookplaat l De dikte van het werkblad van het meubel dient 28 tot 40 mm te bedragen, de diepte van het werkblad minimaal 600 mm. Het werkblad moet vlak en waterpas zijn. Aan de kant van de muur moet het werkblad worden afgedicht en beveiligd tegen vocht en overlopen. l Aan de voorkant moet de afstand tussen de rand van de opening en de rand van het werkblad minimaal 60 mm bedragen, aan de achterkant minimaal 50 mm. l De afstand tussen de rand van de opening en de zijkant van het keukenkastje moet mi-nimaal 55 mm bedragen. l De bekleding van de inbouwmeubelen en de lijm waarmee deze is vastgelijmd moeten bestand zijn tegen temperaturen van 100°C. Als niet aan deze voorwaarde wordt voldaan kan het oppervlak vervormen of de bekleding loslaten.

34INSTALLATIE Montage van de schuimrubber dichtingInbouw van het apparaat zonder dichting is verboden.Breng de dichting als volgt op het apparaat aan:Plak de meegeleverde schuimrubber dichting op de onderkant van het frame van de kookplaat, voordat u het apparaat in het werkblad inbouwt.- verwijder de beschermende folie van de dichting;- plak de dichting vervolgens op de onderkant van het frame (afb.).

35INSTALLATIE • Gebruik bij een werkblad met een dikte van 38 mm, 4 “A”-klemmen voor het bevestigen van de kookplaat. Op de afbeeldingen 2 en 3 is de montagewijze weergegeven. Bij een werkblad met een dikte van 28 mm, gebruikt u naast de “A”-klemmen ook 4 houtblokjes met de afmetingen 15x15x50 mm. Op de afbeeldingen 4 en 5 is de montagewijze weerge-geven. • Controleer of de dichting goed aansluit op de kookplaat. Draai de klemmen aan de onder-kant van de kookplaat licht aan. • Maak het werkblad schoon, leg de kookplaat in de opening en druk hem op het blad. • Plaats de klemmen loodrecht op de rand van de kookplaat en draai ze goed vast.1. Meubelblad2. Schroef3. Bevestigingsklem4. Kookplaat5. Dichting van de kookplaat1. Meubelblad2. Schroef3. Bevestigingsklem4. Kookplaat5. Dichting van de kookplaat6.

36De aansluitkabel moet in de beugel vastgemaakt worden. INSTALLATIEVoordat u de plaat op de elektrische installatie aansluit, moet u de informatie op het typeplaatje en het schakelschema grondig doornemen. OPGELET! De installateur is verplicht om aan de gebruiker een „attest van aansluiting van het kooktoestel op de elektrische installatie” uit te geven (zie garantiekaart).Aansluiting van de kookplaat op een manier die niet in het schema aangegeven is, kan schade aan het toestel veroorzaken. Aansluiting van de plaat op de elektrische installatieOpgelet!Enkel een erkend installateur met de gepaste kwalicaties mag het toestel op de elektrische installatie aansluiten. Het is verboden om zelf aanpassingen of wijzigingen aan te brengen aan de elektrische installatie.

Aanwijzingen voor de installateur De plaat is geproduceerd voor aansluiting op een elektrische voeding met driefasige wisselstroom (400 V 3N ~50 Hz). Het toestel kan aan eenfasige voeding (230 V) aangepast worden door een gepaste overbrugging op de contactstrip aan te brengen volgens het bijgevoegde schakelschema. Het schakelschema is ook aangebracht op het onderste gedeelte van de ombouw. De contactstrip is bereikbaar door het deksel van het onderste gedeelte van de ombouw weg te nemen. Vergeet niet om een gepaste aansluitkabel te kiezen in functie van het soort aansluiting en het nominale vermogen van de plaat.Opgelet!Vergeet niet om het beveiligingscircuit vast te maken op de klem van de contactstrip, die met het symbool aangeduid is.

De elektrische voedingsinstallatie van de plaat moet beveiligd zijn met een aangepaste zekering of na het beveiligen van de voedingsleiding met een gepaste schakelaar waarmee de stroomtoevoer in noodsituaties uitgeschakeld kan worden.

37INSTALLATIE Voor het 400/230 V lichtnet een drie- fasige aansluiting met nulleiding, de geleidingsbruggen verbinden de klem-men 4-5, de faseleidingen aan 1, 2 en 3, nulleiding aan 4-5, de aardleiding aan Voor het 400/230 V lichtnet een tweefa-sige aansluiting met nulleiding, de gele-idingsbruggen verbinden de klemmen 2-3 en 4-5, de aardleiding aan Voor het 230 V lichtnet een monofasige aansluiting met nulleiding, de gele-idingsbruggen verbinden de klemmen 1-2-3 en 4-5, de aardleiding aan SCHEMA VAN MOGELIJKE VERBINDINGENAttentie! De spanning van de verwarmingselementen bedraagt 230 V. Attentie!

Bij iedere verbinding moet de aardleiding worden aangesloten op klem .1231N~ VMVL3X 4 mm2VMVL4X 2,5 mm2VMVL5X 1,5 mm2 Faseleidingen - L1=R, L2=S, L3=T; N - nulleiding; - aardleidingAanbevolen type aanslu-itkabel2N~3N~BEDIENINGVoor het eerste gebruik van de kookplaat ● De glaskeramische kookplaat eerst grondig reinigen. Behandel de glaskeramische plaat als een oppervlakte van glas. ● Bij het eerste gebruik kan het apparaat kortstondig gaan walmen, schakel daarom de luchtventilatie in of zet een raam open. ● Neem bij het bedienen van het apparaat de veiligheidsvoorschriften in acht.

Volg de volgende aanwijzingen op om een optimaal energieverbruik en optimale kooktijden te bewerkstelligen en het inbranden van overgekookte gerechten op de glaskeramische oppervlakte te voorkomen.Bodem van de pan:Het kookgerei moet een stabiele, vlakke bodem hebben, omdat een bodem met scherpe ran-den, bramen of met verkoolde etensresten krassen en beschadigingen op de glaskeramische oppervlakte kan veroorzaken!Afmetingen van de pan:De diameter van de panbodem moet de diameter van het gebruikte verwarmingselement zo dicht mogelijk benaderen.Deksel van de pan:Het deksel verhindert dat de warmte ontsnapt, waardoor de kooktijd korter wordt en u minder energie verbruikt.Zorg ervoor dat u bij het in- en uitschakelen en bij het instellen van het vermogensni-veau altijd maar één tiptoets tegelijk aanraakt.

Als u meerdere tiptoetsen tegelijkertijd aanraakt (uitgezonderd het uitschakelen van de kookzone), negeert het systeem de ingevoerde besturingssignalen. Bij langdurig aanraken klinkt het foutsignaal.De keramische kookplaat is uitgerust met sensors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tiptoetsen). Elke aanraking van een tiptoets gaat gepaard met een geluidssignaal.

39BEDIENINGInschakelen van de kookplaat Als de kookplaat is uitgeschakeld, zijn alle kookzones uitgeschakeld en de displays zijn donker. U schakelt de kookplaat in door de hoofd-tiptoets (1) aan te raken. Op alle indicatoren (3) van de kookzones wordt gedurende 10 seconden het cijfer „0” getoond. U stelt het gewenste vermogensniveau in door met uw vinger over sensor (4) te schuiven, nadat u eerst met tiptoets (2) een kookzone hebt ge-kozen (zie Instelling vermogensniveau). Als u binnen 10 seconden geen van de tiptoetsen bedient, dan schakelt de kookplaat weer uit.Als het kinderslot actief is, is het niet mogelijk om de kookplaat in te schake-len (zie Opheffen van het kinderslot).Inschakelen van de kookzoneBedieningspaneel Na aansluiting van de kookplaat op het lichtnet, gaat de diode boven de tiptoets van het kinderslot (7) gedurende korte tijd branden.

Daarna kunt u de keramische kookplaat inschakelen.Plaats geen voorwerpen op de oppervlakten van de tiptoetsen (dit kan leiden tot een foutmelding) en houd deze goed schoon.Nadat u de kookplaat heeft ingeschakeld met de ho-ofdtiptoets (1) kunt u de kookzones op de volgende manier bedienen: 1. Kies de gewenste kookzone met de tiptoets keuze kookzone (2) (de onderverdeling van de tiptoetsen komt overeen met de plaatsing van de kookzones), 2. Stel het gewenste vermogensniveau in door met de vinger over sensor (4) te schuiven. 3. Om de instelling van de het vermogensniveau te wijzigen kiest u, analoog aan punt 1, voor de gewenste kookzone met de tiptoets keuze van de kookzone (2) en vervolgens schuift u uw vinder over de sensor (4).72142233332422

40BEDIENINGFunctie dubbele en driedubbele kookzoneDe functie dubbele en driedubbele kookzo- ne schakelt u in met tiptoets (5). Als deze kookzone is ingeschakeld, brandt de rode diode (6) van de dubbele en driedubbele kookzone.De functie dubbele en driedubbele kookzone schakelt u uit door tiptoets (5) opnieuw aan te raken.Instelling vermogensniveauVoor de instelling van het vermogensniveau kiest u eerst de gewenste kookzone met de keuzetoets voor de kookzone (2). Vervolgens kunt u zolang op de indicator van de kookzo- ne (3) de „ ” getoond wordt het gewenste vermogensniveau instellen door met uw vinger over sensor (4) te schuiven.De functie dubbele en driedubbele kookzone kan alleen ingeschakeld worden wanneer de basiskookzone aan staat.Uitschakelen van één kookzoneU kunt één kookzone op de volgende manier uitschakelen: 1. Kies de gewenste kookzone met de tiptoets keuze kookzone (2). 2. 2.

Verlaag vervolgens het vermogen-sniveau naar „0” door met de vinger over sensor (4) naar links te schuiven. Op de display verschijnt de letter „H” - het symbool voor restwarmte.5433662422333324223333 Als u binnen 10 seconden geen van de tiptoetsen bedient, dan schakelt de kookzone weer uit. De kookzone is actief als bij het cijfer de punt „ ” brandt. Dit betekent dat de kookzone klaar is om het vermogensniveau in te stellen.

41BEDIENINGVermogensniveau voor het koken Duur van het snel-koken (min)- 1 1 2 3 3 4,8 4 6,5 5 8,5 6 2,5 7 3,5 8 4,5 9 -Systeem voor automatische vermindering van het vermogenWanneer u pas na 10 seconden begint met het instellen van het vermogensni-veau, dan dooft de letter „A” en is het systeem voor automatische vermindering van het vermogensniveau niet actief.Indien u geen gebruik wilt maken van de automatische vermindering van het vermogensniveau, dan kunt u de keuze van het vermogensniveau het beste beginnen met positie (0). Elke kookzone is uitgerust met een systeem voor automatische vermindering van het vermo-gen. Wanneer u dit systeem activeert werkt de kookzone op maximaal vermogen gedurende een bepaalde tijd die afhankelijk is van het gekozen vermogensniveau. Na verloop van die tijd schakelt hij terug naar dat niveau.

„Om de automatische opwarmfunctie in te schakelen raakt u de tiptoets (4) tweemaal aan op de positie „9”. Gedurende ongeveer 10 seconden worden afwisselend het vermogensniveau „9” en de let-ter „A” getoond op de kookzoneindicator (3). Om de automatische opwarmfunctie in te schakelen op een ander niveau dan „9” raakt u binnen 10 seconden de positie op tiptoets (4) aan die overeenkomt met het gewenste vermogensniveau. Zolang de automatische opwarmfunctie actief is, wordt de letter „A” afwisselend met het gekozen vermogensniveau getoond.” Indien u binnen 10 seconden begint met het instellen van het vermogensniveau door de tiptoets (-) (4) aan te raken, dan wordt het sy-steem voor automatische vermindering van het vermogensniveau geactiveerd en de letter „A” brandt afwisselend met het gekozen vermogen-sniveau, zolang het systeem is geactiveerd.

42BEDIENINGKinderslotHet kinderslot dat wordt ingeschakeld met tiptoets (7) beschermt de ingeschakelde kookzones tegen het onbedoeld wijzigen van de instellingen of het uitschakelen door kinderen, huisdieren etc.Als u de kookplaat blokkeert wanneer alle kookzones zijn uitgeschakeld (op alle indicatoren van de kookzones brandt het cijfer „0”), dan is de kookplaat beschermd tegen het onbedoeld inschakelen. Inschakelen is alleen mogelijk nadat het kinderslot is opgeheven.Na een stroomstoring wordt het kinderslot automatisch uitgeschakeldInschakelen van het kinderslot Om de kookplaat te blokkeren raakt u de tiptoets met de sleutel (7) net zolang aan totdat de diode (7) gaat branden. Als de diode brandt, klinkt een kort geluids-signaal.Uitschakelen van het kinderslotOm de kookplaat te deblokkeren raakt u de tiptoets met de sleutel (7) net zolang aan totdat de diode (7) dooft.

43BEDIENING Beperking van de werkingsduurOm de feilloze werking van de kookplaat te vergroten, is hij uitgerust met een beperking van de werkingsduur voor elk van de kook- zones. De maximale werkingsduur wordt vastgesteld op grond van het laatste gekozen vermogensniveau. Als u het vermogensniveau gedurende langere tijd (zie tabel) niet verandert, wordt de bijbehorende kookzone automatisch uitgeschakeld en de restwarmteindicator ingeschakeld. U kunt echter op ieder moment de respectievelijke kookzones inschakelen en bedienen, volgens de gebruiksaanwijzing.Vermogensniveau verwarming Maximale we-rkingsduur in uren10 1 10 2 6 3 5 4 5 5 4 6 1,5 7 1,5 8 1,5 9 1,5 Bij stroomonderbreking wordt de restwarmteindicator „H” niet getoond.

Ondanks dat kan de ko-okzone nog steeds heet zijn!Restwarmte-indicatorNa aoop van het koken blijft in het keramische glas warmte-energie achter die restwarmte wordt genoemd. Het tonen van de restwarmte vindt plaats in twee etappes. Na uitschakeling van de kookzone of van het hele apparaat, verschijnt op de display de letter „H”, wanneer de temperatuur hoger is dan 60°C. De restwarmteindicator blijft branden zolang de temperatuur hoger is dan 60°C. Bij een temperatuurbereik van 45°C tot 60°C toont de display de letter „h”. Deze letter staat voor een laag restwarmteniveau. Zodra de temperatuur daalt beneden 45°C dooft de restwarmteindicator. Wanneer de stroom uitvalt tijdens het branden van de restwarmteindicator voor een temperatuur hoger dan 60°C, dan zal de restwarmteindicator na het terugkeren van de stroom gaan knipperen.

De restwarmteindicator blijft knipperen totdat de maximale afkoeltijd is verstreken of totdat een kookzone wordt gekozen en ingeschakeld. Raak tijdens het branden van de restwarmteindicator de ko-okzone niet aan in verband met het risico voor verbrandingen en zet er geen voorwerpen op die gevoelig zijn voor warmte!

44BEDIENINGWanneer u de timer activeert terwijl de kookzones niet actief zijn en na de cijfers op de display van de timer (9) geen punt brandt, dan kunt u hem als gewone kookwekker gebruiken.KookwekkerU gebruikt de kookwekker, wanneer u verschillende handelingen die slechts korte tijd ver-gen, wilt uitvoeren, bijv. het koken van eieren, of om andere werkzaamheden die niet direct met de kookplaat te maken hebben, te reguleren. De in te stellen tijd bedraagt 0 tot 99 minuten.Om de kookwekker te activeren handelt u als volgt:- raak tiptoets (8) eenmaal aan- stel vervolgens de tijd in (bijv. 5 minuten) door met uw vinger over sensor (4) te schuiven.Wanneer de ingestelde tijd is verstreken hoort u een geluidssignaal.Als de ingestelde tijd is verstreken hoort u meerdere korte zoemtonen.

Op de display (3) van de gegeven kookzone brandt het cijfer „0”, de kookzone verwarmt niet meer en op de display van de timer (9) branden de cijfers „00”.Om de instelling van de het vermogensniveau van de kookzone te wijzigen raakt u tiptoets (2) aan en vervolgens schuift u met uw vinder over sensor (4) om het vermogensniveau van de kookzone in te stellen.Timer Wanneer uw kookplaat is uitgerust met een timer, kunt u de werkingstijd van een willekeurige kookzone instellen.Schakel eerst de gewenste kookzone (2) in en raak vervolgens de tiptoets van de timer (8) net zo vaak aan totdat de diode (10) van de gekozen kookzone (2) gaat branden. Schuif vervolgens tijdens het knipperen van de diode (10) met uw vinger over sensor (4) om de gewenste verwarmingstijd van de kookzone in te stellen.

45BEDIENINGUitschakelen van de hele kookplaatDe kookplaat is in werking zolang minimaal één kookzone is ingeschakeld. Door het aan-raken van de hoofdtiptoets (1) schakelt u de hele kookplaat uit, op de kookzoneindicator (3) verschijnt de letter „H” - het symbool voor restwarmte.13333WarmhoudfunctieDe warmhoudfunctie houdt reeds bereide gerechten warm op de kookzone. De geselecteerde kookzone is ingeschakeld op een laag vermogensniveau. Het vermogen van de kookzone wordt zo gestuurd door de warmhoudfunctie, dat de temperatuur van het gerecht bij benadering 65 °C bedraagt. Hierdoor verandert een warm gerecht, dat klaar is om gegeten te worden, niet van smaak en blijft niet plakken aan de bodem van de pan.

U kunt deze functie ook gebruiken voor het smelten van boter, chocolade etc.De warmhoudfunctie bevindt zich als extra vermogensniveau tussen de posities „0 1” en verschijnt op de display als het symbool „ ”. De functie „ ” schakelt in zodra het vermogen wordt verlaagd vanuit de po-sitie „1”.

46De zorg waarmee de gebruiker de kookplaat reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op haar levensduur en probleemloze werking. Reiniging na elk gebruik • Licht, niet aangebrand vuil moet met een vochtige doek zonder reinigingsmid- del verwijderd worden. Bij gebruik van een afwasmiddel kunnen er blauwachtige verkleuringen ontstaan. Hardnekkig vlek-ken laten zich niet altijd verwijderen bij de eerste reiniging, zelfs niet bij gebruik van een speciaal reinigingsmiddel. • Sterk aangekoekt vuil moet met een schraper verwijderd worden. Daarna moet het kookvlak met een vochtige doek gereinigd worden. REINIGING EN ONDERHOUDSchraper om de kookplaat te reinigen Bij het reinigen van de keramiek moeten dezelfde regels toegepast worden als voor het reinigen van glazen oppervlakken.

Er mogen nooit schurende of bijtende re- inigingsmiddelen, schuurzand of schuursponzen met een ruw oppervlak gebruikt worden. Er mogen ook geen reiniging- stoestellen met damp gebruikt worden. Verwijderen van vlekken • Heldere vlekken met een parelkleur (aluminiumresten) kunnen met behulp van een speciaal reinigingsmiddel van de afgekoelde plaat verwijderd worden. Kalkresten (bv. na overkoken van water) kunnen met azijn of een speciaal reini-gingsmiddel verwijderd worden. • Bij het verwijderen van suiker, gerechten met een hoog suikergehalte, kunststoffen of aluminiumfolie mag het kookveld niet uitgeschakeld worden! De resten moeten onmiddellijk (in hete toestand) met een scherpe schraper van het hete kookveld geschraapt worden. Na het verwijderen van het vuil mag de plaat uitgeschakeld worden en de afgekoelde plaat kan met een speciaal reinigingsmiddel verder gereinigd worden.

47REINIGING EN ONDERHOUD Breng nooit reinigingsmiddel op een hete kookplaat aan. Laat de reinigingsmiddelen best wat opdrogen en verwijder ze daarna pas met een natte doek. Eventuele achter- gebleven restjes van het reinigingsmiddel kunt u met een vochtige doek verwijderen vooraleer u de plaat opnieuw aanschakelt. Als u de reinigingsmiddelen niet verwijdert, kunnen ze bijtend werken. Als het keramische oppervlak van de ko-okplaat verkeerd behandeld wordt, neemt de producent geen verantwoordelijkheid op zich op basis van de garantie!Opgelet!Als de besturing om één of ande- re reden niet werkt als de plaat al aangeschakeld is, moet u de hoofdschakelaar of de zekering uitschakelen en de onderhouds-dienst contacteren. Opgelet! Als er barsten of breuken in de keramische plaat ontstaan, moet de kookplaat onmiddellijk uit- geschakeld worden en van het elektriciteitsnet ontkoppeld wor- den.

Hiervoor moet de zekering uitgeschakeld worden of moet de stekker uit het stopcontact ge-trokken worden. Daarna moet u de onderhoudsdienst contacteren. Periodieke controles Naast het lopende onderhoud en reiniging van de plaat, moet u ook: • regelmatig de werking van de besturing-selementen en de werkende onderdelen van de plaat controleren. Na het ver- strijken van de garantieperiode, en ten minste één maal per twee jaar, moet een technische controle van de plaat laten uitvoeren door een onderhoudsdienst, • de vastgestelde defecten herstellen, • een regelmatig onderhoud van de we- rkende onderdelen van de plaat uitvo-eren,Opgelet! Alle herstellingen en instellingen moeten bij een erkende onder-houdsdienst of door een erkend installateur met de gepaste kwa-licaties uitgevoerd worden.

48 PROBLEEM OORZAAK HANDELSWIJZE 1. Het toestel werkt niet - stroompanne - controleer de zekering in de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekering2. Het toestel reageert niet op de ingevoerde waarden- het bedieningspaneel is niet aangeschakeld- schakel het paneel aan- de knop werd niet lang genoeg ingedrukt (minder dan een seconde)- druk de knoppen iets langer in- er werden meerdere knop-pen tegelijk ingedrukt- druk slechts één knop tegelijk in (geldt niet bij het uitschakelen van een kookveld)3. Het toestel reageert niet en geeft een kort geluids-signaal- de kinderbeveiliging (blok-kade) is aangeschakeld- schakel de kinderbeveili-ging (blokkade) uit4.

Het toestel reageert niet en geeft een lang geluids-signaal- verkeerde bediening (ver-keerde sensors ingedrukt of te snel ingedrukt)- schakel de plaat opnieuw aan- de sensor(s) is (zijn) be-dekt of vuil- maak de sensors vrij of reinig ze5. Het toestel schakelt zichzelf uit- na het aanschakelen werd er gedurende meer dan 10 s. geen enkele waarde ingevoerd- schakel het bedieningspa-neel opnieuw aan en voer onmiddellijk de gegevens in- de sensor(s) is (zijn) be-dekt of vuil- maak de sensors vrij of reinig ze6.

Eén van de kookvelden schakelt zichzelf uit- beperking van de werk-duur- schakel het kookveld opnieuw aan- de sensor(s) is (zijn) be-dekt of vuil- maak de sensors vrij of reinig zeHANDELSWIJZE BIJ PROBLEEMSITUATIESBij elke probleemsituatie moet u: • de werkende onderdelen van de plaat uitschakelen • de elektrische voeding ontkoppelen • een herstelling aanvragen • sommige kleine problemen kan de gebruiker zelf op lossen met behulp van de aanwijzingen in de onderstaande tabel. Controleer opeenvolgend alle punten in de tabel, vooraleer u de onderhouds- of klantendienst contacteert.

49HANDELSWIJZE BIJ PROBLEEMSITUATIES PROBLEEM OORZAAK HANDELSWIJZE7. De restwarmte-indicator brandt niet, hoewel het kookveld nog warm is- stroompanne, het toestel werd van het elektriciteit-snet ontkoppeld- de restwarmte-indicator gaat pas opnieuw werken bij de volgende aanscha-keling en uitschakeling van het bedieningspaneel8. Barst in de keramische kookplaat Gevaar! Ontkoppel de keramische kookplaat onmiddellijk van het elektriciteitsnet (zekering). Contacteer de dichtstbijzijnde onderhoudsdienst.9. Als het defect nog steeds niet verholpen isOntkoppel de keramische kookplaat van het elektriciteit-snet (zekering!). Contacteer de dichtstbijzijnde onderho-udsdienst.Belangrijk!U bent verantwoordelijk voor de goede staat van het toestel en voor het gepaste gebruik van het toestel in uw huishouden.

Indien u de onderhoudsdienst oproept als gevolg van een bedieningsfout, dan zal u ook binnen de garantieperiode met de kosten belast worden.De producent is niet verantwoordelijk voor schade die ontstaat door het niet naleven van deze gebruikershandle-iding.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Amica KMC 13286 E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden