Amica EHEG 12420 E Handleiding

Amica Fornuis EHEG 12420 E

Bekijk gratis de handleiding van Amica EHEG 12420 E (72 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 45 mensen en kreeg gemiddeld 4.9 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Amica EHEG 12420 E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/72
IOAK-1705 / 8048624
(12.2010./2)
EHEG*
214G*Eco
214G*Ts*Eco
(EN) INSTRUCTION MANUAL..........................................2
(NL) GEBRUIKERSHANDLEIDING...............................36
MENU
C
O

Beoordeel deze handleiding

4.9/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Amica
Categorie: Fornuis
Model: EHEG 12420 E
Verlichting binnenin: Ja
Vermogen brander/kookzone 2: 1400 W
Vermogen brander/kookzone 3: 2400 W
Vermogen brander/kookzone 1: 650 W
Aantal branders/kookzones: 4 zone(s)
Type kookplaat: Gaskookplaat
Electronische ontsteking: Ja
Soort oven: Elektrische oven
Veiligheidsklep: Ja

Handleiding Amica EHEG 12420 E – volledige tekst

36GEACHTE KLANT,�en Amica inbouwfornuis combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltref-fendheid. Na het lezen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kunnen bedienen.Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorko-men.Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is.Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden.Opgelet!Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft.Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden.

38VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Tijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan.  Wees bijzonder voorzichtig als er kinderen in de buurt van het fornuis zijn, want ze kennen de bedieningsprincipes van het fornuis niet. De hete branders van de gaskookplaat, de ovenkamer, het rooster, de ruit van de deur, en potten en pannen met hete vloeistoffen kunnen brandwonden veroorzaken.  Zorg ervoor, dat de elektrische kabels van gemechaniseerde keukentoestellen, bv. mixers, de hete onderdelen van het fornuis niet raken.  Plaats geen lichtontvlambare materialen in de schuif, want deze kunnen ontvlammen terwijl de oven werkt.  Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Oliën en vetten kunnen ont-vlammen als gevolg van oververhitting.  Let op het kookpunt, zodat de branders niet onderlopen.

 Als het fornuis beschadigd is, mag u het pas opnieuw gebruiken na herstelling door een vakman.  Opendekraanopdegasaansluitingofhetventielopdegasesnietvoordatugecontro-leerd hebt of alle kranen gesloten zijn.  Zorg ervoor dat de branders niet onderlopen of vuil worden. Reinig en droog vuile branders onmiddellijk nadat ze afgekoeld zijn.  Plaats geen potten of pannen rechtstreeks op de branders.  Plaats geen potten of pannen van meer dan 10 kg op het rooster boven een brander, en geen potten en pannen met een gezamenlijk gewicht van meer dan 40 kg op het volledige rooster.  Sla niet op de draaiknoppen of branders.  Plaats geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 15 kg op de open deur van de oven Het is verboden om aanpassingen of herstellingen aan het fornuis te laten uitvoeren door ongeschoolde personen.

 Het is verboden om de vlam van de brander te doven door erop te blazen Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent. U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit.  Het glazen deksel kan barsten als het opgewarmd wordt. Doof eerst alle branders voordat u het deksel sluit. (Fornuizen met een glazen deksel – zie “Kenmerken van het toestel”).

39VEILIGHEIDSINSTRUCTIES Het is verboden om zelfstandig het fornuis aan te passen aan een ander soort gas, het fornuis naar een ander plaats te verplaatsen of aanpassingen door te voeren aan de voeding. Deze handelingen moeten uitgevoerd worden door een erkend installateur.  Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om de glazen deur te reinigen. Hierdoor kan het oppervlak gekrast raken, wat kan leiden tot barsten in het glas.  Laat geen kinderen of personen die de gebruikershandleiding niet kennen, toe tot het fornuis.  NDIEN U VERMOEDT DAT ER GAS VRIJKOMT, IS HET VERBODEN OM: ucifers aan te steken, sigaretten te roken, elektrische ontvangers aan- en uit te schake-len (bel of lichtknop) en andere elektrische en mechanische toestellen te gebruiken die elektrische of contactvonken kunnen doen ontstaan.

In zulke gevallen moet u onmid-dellijkhetventielvandegasesofdekraanvandegasinstallatieafsluitenenderuimteverluchten,endaarnaeengekwaliceerdepersoonroepenomdeoorzaakvandegaslekte verhelpen.  In geval van technische defecten moet u onmiddellijk de elektrische voeding van het fornuis uitschakelen (en daarbij bovenstaande regel toepassen) en een herstelling aanvragen.  Er mogen geen antennekabels bv. voor radio-ontvangers, aangesloten worden op de gasinstallatie.  In geval van ontbranding van gas dat ontsnapt uit een lekkende gasinstallatie, moet u onmiddellijk de gastoevoer afsluiten met het afsluitventiel.  Ingevalvanontbrandingvan gasdatontsnaptuiteenlekkendventiel vandegases,moetueennattedekenopdeesgooienenhetventielvandeesafsluitenomdeestelatenafkoelen. Draagdeesnaareenopenruimtealszeafgekoeldis.

Hetisverbodenomeenbeschadigdegasesopnieuwtegebruiken.  Als u het fornuis gedurende enkele dagen niet gebruikt, sluit dan de hoofdkraan van de gasinstallatieaf. Alsugebruikmaaktvaneengases,sluitdanhetventielafnaelkge-bruik.  Er mogen geen toestellen voor reiniging met stoom gebruikt worden om het fornuis te reinigen.

40ENERGIEBESPARINGDoor op verantwoorde wijze energie te gebruiken be-spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie-besparing! Dat kan op de volgende manier:Gebruik goede potten en pannen om te koken.Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander.

Dek de potten en pannen steeds af met een deksel.Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn.Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn.Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn.Vermijd onnodig opheffen van deksels om het kookproces te controleren.Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven.Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden.Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis.Gebruik de restwarmte in de oven.Schakel bij baktijden van meer dan 40 minu-ten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit.Sluit de deur van de oven zorgvuldig.Otherwise energy consumption increases unnecessarily. Bouw het fornuis niet in in de onmid-dellijke nabijheid van koelkasten of diep-vriezers.Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.

41Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriende-lijke wijze.Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be-reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKENOp het einde van de gebruiks-periode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen.

Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking.De materialen die gebruikt zijn bij de pro-ductie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materia-len of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu.Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten.RECYCLAGE VAN GEBRUIKTE TO ESTELLEN

43INSTALLATIE Plaatsing van het inbouwfornuis, montage● De keukenruimte moet droog, luchtig en goed geventileerd zijn. De plaatsing van het inbouwfornuis moet vrije toegang tot alle bedieningselementen mogelijk maken. ● De bekleding van de inbouwmeubelen en de lijm waarmee hij is vastgelijmd moeten bestand zijn tegen temperaturen van 100°C. Als niet aan deze voorwaarde wordt voldaan kan het oppervlak vervor-men of de bekleding loslaten. ● Het meubeldeel waarin de oven wordt ingebouwd moet stabiel zijn bevestigd. ● Meubelen die zich naast het fornuis be-vinden en die boven het kookoppervlak van het fornuis uitsteken, moeten zich op een afstand van minimaal 110 mm van de rand van de kookplaat bevinden. ● Afzuigkappen moeten volgens de instruc-ties uit de meegeleverde gebruiksaanwij-zingen gemonteerd worden1. 1 Montage. Hiertoe handelt u als volgt:1.

Maak een opening voor de montage van de kookplaat volgens afb. 1. 2. Maak een opening in het meubel (kastje) volgens de afmetingen uit afb. 2, voor de montage van de oven. 3. Maak de schroeven nr. 2 uit afb. 3 los. 4. Schuif de oven voorzichtig in de opening in het meubel (kastje) en beveilig hem tegen verschuiven met 4 schroeven op de plaatsen die staan aangegeven op afb. 4. 5. Til het frame met de branders op tot het niveau van het meubelblad, schuif de bevestigingsbeugels van het frame uit tot de maximale grootte van de opening in het blad en draai de schroeven nr. 3 aan. Zorg ervoor dat de afstand tussen het frame met de branders tot de zijranden van de opening overal gelijk is. 6. Verschuif het frame met de branders totdat de afstand overeenstemt met 90 mm (afb. 5) en blokkeer het frame met de branders in deze positie met behulp van de schroeven nr. 1 (afb.

44INSTALLATIE Afb.4Afb.5Afb.3Blat meblowyRama z palnikamiWkrêt 2Wkrêt 1Uchwyt mocuj¹cyramê90WkrêtPodk³adka aluminiowa1.2 Montage van een fornuis met een we-rkplaat van gehard glas.Hiertoe handelt u als volgt:Voer de handelingen 1-5 uit zoals bij para-graaf 1.1, en vervolgens6. Verschuif het frame met de branders totdat de afstand overeenstemt met 90 mm (afb. 6) en blokkeer het frame met de branders in deze positie in de opening van het blad met behulp van 4 schroeven nr. 1 (afb. 3).7. Voer de AANSLUITING OP DE GASIN-STALLATIE EN ELEKTRISCHE INSTAL-LATIE uit volgens het onderstaande hoofdstuk.8. Leg de glasplaat op het frame met de branders en plaats vervolgens de si-erplaatjes op de plaat en de branders. Schroef de plaat met de sierplaatjes vast met 8 schroeven en onderleggers M3. Begin met de achterste, middelgrote branders en schroef daarna de grote en kleine branders vast.9.

45Aansluiting van het fornuis op de gasinstallatieOpgelet. Het fornuis moet op een gasinstal-latie aangesloten met het soort gas waaraan het fornuis in de fabriek werd aangepast. Informatie over het soort gas waaraan het fornuis aangepast is, vindt u op het typeplaatje. Het for-nuis mag enkel aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalicaties en enkel eeninstallateur mag het fornuis aanpas-sen aan een ander soort gas. INSTALLATIE Instructies voor de installateurDe installateur moet: gekwaliceerdzijnvoorhetaansluitenvangasinstallaties, de informatie op het typeplaatje van het fornuis inzake het soort gas waaraan het fornuis aangepast is doorlezen en de in-formatie vergelijken met de gasleverings-voorwaarden op de installatieplaats, controleren of: - de ventilatie, d. w. z.

de luchtcirculatie in de ruimtes, goed werkt, - de gasaansluitingen lekvrij zijn, - alle werkende onderdelen van het fornuis goed functioneren, - de elektrische installatie kan samen-werken met een aardingsleiding (nullei-ding).  de instellingen van de draaiknoppen voor de gasbranders met behulp van de bijgevoegde regelplaatjes regelen om een goede werking van de vonkontsteking en de gaslekbeveiliging te garanderen,Opgelet. Het fornuis mag enkel door een er-kendinstallateuropeengasesmetvloeibaar gas of een vaste gasinstal-latie aangesloten worden. Hierbij moeten de geldende veiligheidsvoor-schriften in acht genomen wordenAansluiting op een elastische stalen leiding.

Als het fornuis in overeenstemming met de principes voor klasse 2, subklasse I, geïn-stalleerd wordt, dan raden we aan om bij de aansluiting van het fornuis op de gasinstal-latie uitsluitend een elastische metalen leiding te gebruiken, die aan de geldende nationale voorschriften voldoet. De verbinding die het gas naar het fornuis aanvoert, heeft een G1/2” schroefdraad.

Voor de aansluiting mogen enkel buizen en pakkingen gebruikt worden, die aan de gel-dende normen voldoen. De maximale lengte van de elastische leiding mag niet meer dan 2000 mm bedragen. Zorg ervoor, dat de aansluiting niet in contact komt met andere beweeglijke delen, die de aansluiting zouden kunnen beschadigen. Aansluiting op een onbuigbare instal-latiebuis. Het fornuis heeft een verbindingsstuk met een G1/2” schroefdraad. Het toestel moet zo op de gasinstallatie aan-gesloten worden, dat er op geen enkel punt van de installatie en op geen enkel element van het toestel spanning ontstaat. Als er een overdreven draaimoment toege-past wordt bij het aandraaien (meer dan 18 Nm), dan kan dit de aansluiting beschadigen of lekken doen ontstaan. De gasleiding mag de metalen elementen van de ombouw aan de achterkant van het fornuis niet raken.

46INSTALLATIE De oven is in de fabriek aangepast aan voeding met eenfasige wisselstroom (230V 1N~50Hz) en uitgerust met een aansluitleiding van 3 x 1,5 mm2 met een lengte van ongeveer 1,5 m en een stekker met aarding. Het stopcontact voor aansluiting op de elektrische installatie moet voorzien zijn van een aardingspin. Het stopcontact voor aansluiting op de elektrische instal-latie moet ook na het opstellen van de oven bereikbaar zijn voor de gebruiker. Voordat u de oven aansluit is, moet u controleren of:- de zekering en de elektrische installatie bestand zijn tegen de belasting van de oven. Het circuit dat het stopcontact voedt, moet beveiligd zijn met een zeke-ring van min. 16A.- de elektrische installatie uitgerust is met een doeltreffend aardingssysteem dat voldoet aan de geldende normen en voorschriften.Aansluiting van de oven op de elektrische installatieOpgelet!

Om gevaarlijke situaties te vermijden moet een beschadigde aansluitleiding, die niet losgemaakt kan worden, vervangen worden bij de producent, bij een gespecialiseerde hersteldienstofdooreengekwaliceerdpersoon.Opgelet!Na de installatie van het fornuis moet de afdichting van alle aansluitingen gecontroleerd worden met bv. water met zeep.Er mag geen vuur gebruikt worden om de afdichting te controleren.Aanpassing van het fornuis aan een ander soort gasDeze handeling mag enkel uitgevoerd wor-den door een erkend installateur met de gepastekwalicaties.Als het gas waarmee het fornuis gevoed moet worden, verschilt van het gas dat voor het fornuis voorzien is in de fabrieksversie, d.w.z. G20 (GZ 50) 20 mbar, dan moeten de branderkoppen vervangen worden en moet de vlam opnieuw ingesteld worden.

47Om het fornuis aan te passen aan de verbranding van een ander soort gas, moet u: de branderkoppen vervangen (zie tabel hieronder), de “spaarvlam” instellen.Opgelet!De fornuizen worden door de producent uitgerust met branders die in de fabriek aan-gepast zijn aan het verbranden van het gas dat opgegeven is op het typeplaatje en op de garantiekaart.INSTALLATIEVlam van de brander Omschakeling van vloeibaar gas naar aardgasOmschakeling van aardgas naar vloeibaar gas Vol1. Vervang de branderkop door een gepaste kop vol-gens de tabel.Spaarzaam1. Vervang de branderkop door een gepaste kop volgens de tabel.2. Draai de regelmoer licht-jes uit en regel de grootte van de vlam.2. Draai de regelmoer lichtjes in en controleer de grootte van de vlam.Om de instellingen te regelen moeten de draaiknoppen van de kranen weggenomen worden.

48De toegepaste branders van de gaskookplaat vereisen geen instelling van de basislucht-stroom. Een correcte vlam heeft binnenin duidelijk blauwgroene kegeltjes.Een korte, ruisende vlam of een lange, gele, rokende vlam zonder duidelijk afgetekende kegeltjes wijst op een slechte kwaliteit van het gas in de huisinstallatie of een beschadigde of vervuilde brander. Om de vlam te controleren moet u de brander ongeveer 10 minuten laten branden met volle vlam en daarna de draai-knop van het ventiel op spaarvlam plaatsen.

De vlam mag niet uitgaan of overspringen naar de branderkoppen.INSTALLATIEOpgelet!Het aanpassen van het toestel aan een ander soort gas dan door de producent aangegeven is op het type-plaatje van het fornuis, of de aankoop van een fornuis voor een ander soort gas dan het soort dat geïnstalleerd is in de woning, is uitsluitend een beslis-sing van de gebruiker – installateur.Vervanging van een bran-derkop – draai de kop los met behulp van een speciale dopsleutel 7 en vervang de kop door een nieuwe die aangepast is aan het soort gas (zie tabel hierboven)Bij fornuizen met beveiliging is een kraan met eengaslekbeveiligingtoegepastvolgensg.De kranen moeten ingesteld worden terwijl de brander aangeschakeld is op spaarvlam, dit met behulp van een regelschroevendraaier van 2,5 mm.Opgelet!Kleef na de instelling een etiketje met een beschrijving van het soort gas waaraan het fornuis aangepast is, op het fornuis.

49voor u de oven voor de eerste maal aanschakelt verwijder de verpakkingselementen en de onderhoudsmiddelen die in de fabriek aangebracht werden, uit de binnenkant van de oven, neem de uitrusting uit de oven en was ze met warm water met afwasmiddel, schakel de ventilatie in de ruimte aan of open het raam, druk de draaiknop zachtjes in en draai hem naar rechts in de stand of (zie hoofdstuk: Werking van de timer en besturing van de oven), verwarm de oven (tot een temp. van 250°C, ong. 30 min.), verwijder alle vuil en was de oven grondig uit.Belangrijk!Was de binnenkant van de oven en-kel met warm water met een kleine hoeveelheid afwasmiddel.BEDIENINGAttentie!In ovens die zijn uitgerust met de elektronische programmeerfunctie Ts, verschijnt na aansluiting op het lichtnet op het display de pulserende tijdsaanduiding „00:00”. Stel de actuele tijd van de program-meerfunctie in.

(Zie bediening van de programmeerfunctie) De oven werkt niet als u de actuele tijd niet instelt. Belangrijk!De elektronische programmeerfunctie Ts is uitgerust met sensors die worden geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tip-toetsen). Elke aanraking van een sensor gaat gepaard met een geluidssignaal.Houd de oppervlakte van de sensors schoon.Opgelet!Bij fornuizen waarvan het type met de letter “O” aangeduid is, moet u voor gebruik controleren of het verwar-mingselement goed in de zijwanden van de oven vastgemaakt is. Indien het verwarmingselement slecht aan-gebracht is, heft u het op en schuift u het in de openingen in de zijwanden van de oven.

50BEDIENINGBediening van de branders van de gaskookplaatKeuze van de potten en pannen Zorg ervoor dat de diameter van de bodem van de potten en pannen steeds groter is dan de kroon van de vlam en dat de potten en pannen afgedekt zijn met een deksel. Het is aangeraden om een pot te kiezen met een diameter van ongeveer 2,5-3 keer groter dan de diameter van de brander, d.w.z. : voor de hulpbrander – een diameter van 90 tot 150 mm, voor de gemiddelde brander – een dia-meter van 160 tot 220 mm, voor de grote brander – een diameter van 200 tot 240 mm, en de hoogte van de pot mag niet groter zijn dan zijn diameter. Aansteken van de branders zonder ont-steker steek een lucifer aan, druk de draaiknop in totdat hij niet meer verder kan en draai hem naar links in de stand “grote vlam”  steek het gas aan met de lucifer, stel de gewenste grootte van de vlam in (bv.

“spaarzaam” ), schakel na het koken de brander uit door de draaiknop naar rechts te draaien (stand uit ).Draaiknop voor de bediening van de brandersAansteken van de branders met een ontsteker die aan de draaiknop gekoppeld is druk de draaiknop van de kraan van de gewenste brander in totdat hij niet meer verder kan en draai hem naar links in de stand “ ” spaarvlam hou ingedrukt totdat het gas ontvlamt, nadat de vlam aangeslagen is, kunt u de draaiknop lossen en dan de gewenste grootte van de vlam instellen.SLECHT GOED Stand brander uit Stand grote vlam Stand spaarvlam

51BEDIENINGKeuze van de vlam van de branderCorrect ingestelde branders hebben een helderblauwe vlam met een duidelijk afge-tekende kegel binnenin. De keuze van de grootte van de vlam hangt af van de instelling van de draaiknop van de brander: grote vlam kleine vlam (zgn. “spaarvlam”) uitgedoofde brander (de gastoevoer is afge-sloten)Afhankelijk van de behoefte kan de grootte van de vlam geleidelijk ingesteld worden.Opgelet!Bij fornuismodellen met een gaslek-beveiliging voor de branders van de kookplaat moet u tijdens het aanste-ken ongeveer 10 sec. de draaiknop stevig ingedrukt houden in de stand “grote vlam” voordat de beveiliging gaat werken.Opgelet!Het is verboden om de vlam in te stellen tussen de stand ‘uitgedoofde brander’ en de stand ‘grote vlam’ Werking van de gaslekbeveiligingBepaalde modellen (zie tabel p.

10) zijn uit-gerust met een automatisch systeem dat de gastoevoer naar de brander afsluit wanneer de vlam verdwijnt.Dit systeem beveiligt tegen het ontsnappen van gas wanneer de vlam op de brander uitgaat, bv. als gevolg van het onderstromen van de brander.De gebruiker moet tussenkomen om de brander terug aan te steken.GOEDSLECHT

52BEDIENINGVoor de elektronische programmator Ts*Veld van de displayInstelling van het uurNadat het toestel aangesloten is op het stroomnet of opnieuw aangeschakeld werd na een stroompanne, geeft de display knip-perend , - aanduiding van de functies1 - sensor voor de keuze van de functies van de programma-tor2 - sensor „-”3 - sensor „+” ● druk op sensor 1, en op de display ver-schijnt het symbool ,● stel het huidige uur in met behulp vansensors en .2 3Ongeveer 7 sec. na het instellen van het uur worden de nieuwe gegevens opgeslagen en stopt de uuraanduiding met knipperen.U kunt het uur later corrigeren door tegelijker-tijd op sensors en te drukken. De aandu-2 3iding op de display begint te knipperen.

Daar-na kunt u het ingestelde uur corrigeren.Opgelet!De oven kan opgestart worden nadat het symbool op de display ver-schijnt.Nadat het toestel van het stroomnet ontkoppeld wordt of na een stroompan-ne, onthoudt de programmator de in-stellingen voor ongeveer 2,5 minuten.TimerDe timer kan op elk moment geactiveerd wor-den, ongeacht de werkstand van de andere functies van de programmator. Het tijdsbereik gaat van 1 minuut tot 23 uur en 59 minuten.Om de timer in te stellen moet u: sensor indrukken. Op de display begint 1het symbool te knipperen :●detijdvandetimerinstellenmetsensors3 2 en .De display geeft de ingestelde tijd van de timer aan en de actieve functie .Na het verstrijken van de ingestelde tijd gaat het geluidssignaal aan en begint te knipperen,●drukopsensor1,2of3omhetsignaaluitte schakelen.

De functie gaat uit en de display geeft weer het huidige uur aan.Opgelet!Als het geluidssignaal niet handmatig uitgeschakeld wordt, slaat het automa-tisch af na ongeveer 7 minuten.1 321 32Bepaalde modellen*

53BEDIENINGBEDIENINGHalfautomatische standAls de oven zichzelf moet uitschakelen op een bepaald uur, moet u:● de draaiknop voor de functie van de oven en de draaiknop voor de temperatuurinstel-ling instellen op de standen, waarin de oven moet werken,● sensor indrukken totdat de aanduiding 1van de display begint te knipperen:● de gewenste tijd instellen met sensors 3 en 2, gaande van 1 minuut tot 10 uur. De ingestelde tijd wordt in het geheugen opgeslagen na ongeveer 7 sec. Daarna geeft de display opnieuw het huidige uur aan en de actieve functie. AUTONa het verstrijken van de ingestelde tijd scha-kelt de oven zichzelf automatisch uit, slaat het geluidssignaal aan en begint de functie AUTO te knipperen. ● plaats de draaiknoppen voor de functievan de oven en de temperatuurinstelling in uitstand. ● druk op sensor , of om het signaal uit 1 2 3te schakelen.

De functie AUTO gaat uit en de display geeft weer het huidige uur aan. Opgelet. De ovens zijn uitgerust met één be-dieningsknop: de draaiknop voor de functie van de oven en de tempera-tuurregelaar zijn geïntegreerd in één knop. Automatische standAls de oven aangeschakeld moet worden voor een bepaalde duur en zichzelf op een bepaald uur moet uitschakelen, dan moeten de werkingstijd en het einduur ingesteld worden:●druk op sensor totdat de aanduiding op 1de display begint te knipperen:●steldegewenstewerkingstijdinmetsen-sors 3 en 2, net zoals bij de halfautomatische stand,● stel het uur voor het uitschakelen (ein-duur) in met sensors en. Het einduur is 3 2beperkt tot een tijdstip binnen 23 uur en 59 minuten. ●stel de draaiknop voor de functie van de oven en de draaiknop voor de temperatuurin-stelling in op de gewenste standen, waarin de oven moet werken.

De functie is actief, de oven zal be-AUTOginnen werken op het moment dat blijkt uit het verschil tussen het ingestelde einduur en de ingestelde werkingstijd (bv.

54BEDIENINGBEDIENINGAutomatische standNadat het einduur bereikt is, schakelt de oven zichzelf automatisch uit, slaat het ge-luidssignaal aan en begint de functie AUTOte knipperen.● plaats de draaiknoppen voor de functievan de oven en de temperatuurinstelling in uitstand●drukopsensor1 2, of om het signaal uit 3te schakelen. De functie gaat uit en AUTOde display geeft weer het huidige uur aan, bv.

12.35.Resetten van de instellingenDe instellingen van de timer of de automati-sche stand kunnen op elk moment gereset worden.Om de instellingen van de automatische stand te resetten moet u:●tegelijkertijdopsensors2 3 en drukken.Om de instellingen van de timer te resetten moet u:●metsensor1 de functie timer kiezen ●nogmaalsopsensors2 3 en drukken.Wijziging van de toon van het geluidssi-gnaalDe toon van het geluidssignaal kunt u op de volgende manier wijzigen:●druktegelijkertijdopsensors2 3 en ,● kies met sensor 1 de functie “toon”. De aanduiding van display begint te knipperen:●kiesmetsensor2 de gepaste toon tussen 1 en 3.1 321 32

55BEDIENINGBEDIENING 0 NulstandOnafhankelijke verlichting van de ovenDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de binnenkant van de oven verlicht. Oven met gestuurde luchtcirculatie (met ventilator en verwarmingselement voor heteluchtcirculatie)De oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand „ ” / „ ”te  0plaatsen. Opgelet. Als er een functie van de oven inge-steld is, wordt de verwarming (van een verwarmingselement enz. ) pas aangeschakeld als de temperatuur ingesteld is. Functies en bediening van de ovenHeteluchtcirculatie aangescha-keldAls de draaiknop in de stand „hete-luchtcirculatie aangeschakeld” inge-steld is, wordt de verwarming van de oven op gecontroleerde wijze onder-steund met behulp van een heteluch-tventilator die op een centrale plaats in de achterwand van de kamer van de oven gemonteerd is.

In vergelijking met een conventionele oven wordt een lagere baktemperatuur gebruikt. Deze verwarmingsmethode zorgt voor een gelijkmatige spreiding van de warmte rond de gerechten in de oven. Bereiding van kant-en-klare (ingevro-ren) gerechten zoals cake, pizza, frie-ten. Ontdooien (vlees, fruit, groenten, gebak). Bij delicate gerechten (die rauw gegeten worden, bv. aardbeien) wordt de verwarmingsfunctie niet aangeschakeld, bij het ontdooien van bv. vlees wordt de temperatuur op 50-75°C ingesteld. Drogen van fruit, paddenstoelen (op enkele niveaus, temperatuur 50-80°C). Heteluchtcirculatie en verwar-mingselement onderaan aange-schakeldBij deze stand zijn de functie hete-luchtcirculatie en het verwarming-selement onderaan aangeschakeld, waardoor de temperatuur aan de on-derkant van het gerecht verhoogt. Er wordt een grote hoeveelheid warmte onderaan het gerecht geleverd. Nat gebak, pizza.

De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan, een grillelement en een verwar-mingselement voor heteluchtcirculatie.

56BEDIENINGBEDIENINGVentilator en grill aangeschakeldBij deze stand van de draaiknop voert de oven de functie van grill met venti-lator uit. In de praktijk laat deze functie toe om het braadproces te versnellen en de smaak van de gerechten te verbeteren. SupergrillMet de functie „supergrill” worden gerechten gegrild terwijl het ver-warmingselement bovenaan ook aangeschakeld is. De functie laat toe om een hogere temperatuur in de bovenlaag van de oven te bere-iken, waardoor de gerechten meer gebruind worden. Dit laat ook toe om grotere porties te braden. Opgelet. Bij het gebruik van de functie werkt alleen de ventilator als de temperatu-urregelaar op nulstand staat. In deze stand kunnen gerechten of de oven gekoeld worden.

Grill aangeschakeldOppervlakkig “grillen” wordt toegepast om kleine porties vlees te braden: ste-aks, schnitzels, vis, toasts, worstjes, ovenschotels te grillen (het gegrilde gerecht mag niet dikker dan 2-3 cm zijn, tijdens het bakken moet het omgedraaid worden). Verwarmingselement bovenaan aangeschakeldDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de oven enkel met behulp van het verwarmingselement bovenaan verwarmd. Bruinen van het gerecht, bijbakken van boven, bijgrillen. Verwarmingselement onderaan aangeschakeldBij deze stand wordt de oven enkel met het verwarmingselement onde-raan verwarmd. Bijbakken van gebak onderaan (bv. vochtig gebak en gebak met vruchten). Verwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeldDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de oven op conven-tionele wijze verwarmd.

Ideaal om taarten, vlees, vis, brood, pizza (vo-orverwarmen en gebruik van donkere bakplaten vereist) te bakken en om op één niveau te bakken. Het aanschakelen van de oven wordt aan-gegeven met twee controlelampjes, een geel en een rood. Het gele controlelampje geeft aan dat de oven werkt. Als het rode contro-lelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde temperatuur bereikt.

Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het rode controlelampje voor de eerste maal uitgaat. Tijdens de bereiding zal het rode lampje af en toe aan- en uitgaan (de temperatuur in de oven wordt op peil gehouden). Het gele controlelampje kan ook branden als u de draaiknop in stand “Verlich-ting van de oven” plaatst.

57BEDIENINGBEDIENINGOven met gestuurde luchtcirculatie(met ventilator)Verwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeldDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de oven op conven-tionele wijze verwarmd. Ideaal om taarten, vlees, vis, brood, pizza (vo-orverwarmen en gebruik van donkere bakplaten vereist) te bakken en om op één niveau te bakken.Ventilator en verwarmingselement onderaan en bovenaan aange-schakeldBij deze stand van de draaiknop voert de oven de functie gebak uit. Conven-tionele oven met ventilator (functie aangeraden voor gebak).Bij het gebruik van de functie werkt alleen de ventilator als de temperatu-urregelaar op nulstand staat.

In deze stand kunnen gerechten of de oven gekoeld wordenGrill aangeschakeldOppervlakkig “grillen” wordt toegepast om kleine porties vlees te braden: ste-aks, schnitzels, vis, toasts, worstjes, ovenschotels te grillen (het gegrilde gerecht mag niet dikker dan 2-3 cm zijn, tijdens het bakken moet het omgedraaid worden).De oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan en een grillelement (als dat er is).

De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen - en met behulp van de draaiknop van de temperatuurregelaar – draai de draaiknop naar de gewenste tem-peratuur om de oven in te stellen.00CO5050100150200250De oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand „ ” / „ ”te  0plaatsen.Opgelet!Als er een functie van de oven inge-steld is, wordt de verwarming (van een verwarmingselement enz.) pas aangeschakeld als de temperatuur ingesteld is. 0 NulstandOnafhankelijke verlichting van de ovenDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de binnenkant van de oven verlicht.

58BEDIENINGBEDIENINGSupergrillMet de functie „supergrill” worden gerechten gegrild terwijl het ver-warmingselement bovenaan ook aangeschakeld is. De functie laat toe om een hogere temperatuur in de bovenlaag van de oven te bere-iken, waardoor de gerechten meer gebruind worden. Dit laat ook toe om grotere porties te braden.Ventilator en supergrillAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de functie supergrill met ven-tilator uitgevoerd. In de praktijk laat deze functie toe om het braadproces te versnellen en de smaak van de gerechten te verbeteren. Zorg dat de deur van de oven gesloten is tijdens de bereiding.Het aanschakelen van de oven wordt aan-gegeven met twee controlelampjes, een geel en een rood. Het gele controlelampje geeft aan dat de oven werkt. Als het rode contro-lelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde temperatuur bereikt.

Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het rode controlelampje voor de eerste maal uitgaat. Tijdens de bereiding zal het rode lampje af en toe aan- en uitgaan (de temperatuur in de oven wordt op peil gehouden). Het gele controlelampje kan ook branden als u de draaiknop in stand “Verlich-ting van de oven” plaatst.

59Om de grill aan te schakelen moet u: de draaiknop van de oven op de stand  de oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur) de bakplaat met het gerecht op het ge-paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaat-sen. de deur van de oven sluiten.BEDIENINGGebruik van de grillTijdens het grillproces ondergaan de gerech-ten de inwerking van infrarood dat uitgezon-den wordt door het verhitte verwarmingsele-ment van de grill.Opgelet!Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn.Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden.Laat geen kinderen bij de oven ko-men.Voor de grillfunctie en supergrill moet de temperatuur ingesteld worden op 250ºC, en voor de functie grill met ventila-tor op maximum 200ºC.Gebruik van het spit*Met het spit kunnen gerechten al draaiend in de oven gebraden worden.

Deze functie dient hoofdzakelijk voor het braden van ge-vogelte, brochettes, worst en gelijkaardige gerechten. De aandrijving van het spit wordt tegelijkertijd aan- en uitgeschakeld met de functies.Als u van deze functies gebruik maakt tijdens het braden, kan de motor van het spit tijdelijk stilvallen of van richting veranderen.

Dit heeft geen invloed op de functionaliteit en de kwa-liteit van het grillproces.Om gerechten aan het spit te bereiden gaat u als volgt te werk:(zieguurhieronder) plaats het gerecht op de staaf van het spit en blokkeer het met de vorken, schuif het kader van het spit in de oven op het derde werkniveau van onder, steek het uiteinde van de staaf in de kop-peling van de aandrijving en zorg ervoor dat de gleuf van het metalen deel van de greep van het spit op het kader steunt, draai het handvat uit, schuif een bakplaat op het onderste niveau van de oven en doe de deur bijna volledig toe, installeer de afscherming voor de draaik-noppen en doe de deur van de oven bijna toe,Bepaalde modellen*

60BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPSGebak het is aan te raden om gebak te bereiden op de bakplaten die deel uitmaken van de uitrusting van het fornuis, gebak kan bereid worden in bakvormen of bakplaten die op het droogrekje geplaatst moeten worden. Voor gebak worden best zwarte bakvormen gebruikt omdat deze beter de warmte geleiden en de baktijd verkorten.  we raden af om bakvormen en bakplaten met een helder en blinkend oppervlak te gebruiken wanneer u gebruik maakt van de conventionele verwarmfunctie (verwar-mingselementen bovenaan + onderaan). Bij dit soort bakvormen wordt de onderkant van het gebak niet goed doorbakken.  als u gebruik maakt van de functie voor heteluchtcirculatie moet u de oven niet voor-verwarmen.

Voor de andere verwarmingsfuncties moet de ovenkamer voorverwarmd worden voordat u het gebak erin plaatst, voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt), het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft.  de baktemperaturen bij gebruik van de functie voor heteluchtcirculatie zijn normaal gezien ong.

20-30 graden lager dan bij conventioneel bakken (met gebruik van de verwarmingselementen bovenaan en onderaan), de parameters voor gebak in tabel geven enkel aanwijzingen en kunnen gecorrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak, indien de informatie in kookboeken duidelijk afwijkt van de waarden in de handleiding van het fornuis, laat u zich best leiden door de richtlijnen in de handleiding. Vlees braden in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid.  bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen.

 bij braden op het droogrekje of op het rooster wordt er best een braadplaat met een kleine hoeveelheid water op het laagste niveau geplaatst.  het vlees wordt best minstens éénmaal halverwege de braadtijd omgedraaid op zijn andere zijde. Tijdens het bakken moet het vlees ook af en toe overgoten worden met de saus die ontstaat bij het braden of met heet, zout water. Het vlees mag niet met koud water overgoten worden.

63REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISBranders, rooster van de gaskook-plaat, ombouw van het fornuis Als de branders en het rooster vuil zijn, moet u deze onderdelen wegnemen en wassen in warm water met een reini-gingsmiddel dat vet en vuil verwijdert. Wrijf de onderdelen daarna droog. Rei-nig grondig de gaskookplaat nadat u het rooster weggenomen heeft en wrijf ze droog met een zachte doek. Zorg er vooral voor dat de vlamopeningen van de ring rond de branderdop rein blijven – zie guur hieronder. Reinig de openingenvan de branderkoppen met behulp van een dunne koperdraad. Gebruik geen staaldraad om de openingen te reinigen, boor ze niet open.De zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking.Voor de reiniging moet de oven uitge-schakeld worden.

Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “”/“0” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is. Gebruik voor het reinigen van de ge-emailleerde oppervlakken zachte reini-gingsmiddelen. Gebruik geen sterk schu-rende middelen, zoals bv. schuurpoeders, schuurpasta’s, schuurstenen, puimsteen, ijzersponsjes enz. Bij fornuizen van roestvrij staal moet de gaskookplaat eerst grondig gewassen worden voordat u ze gebruikt. Hierbij moet u in het bijzonder letten op restjes lijm van de folie die u wegnam bij de montage en kleefband die aangebracht werd bij het inpakken van het fornuis. De plaat moet regelmatig gereinigd worden na elk gebruik. Laat geen vuil aankoeken op de kookplaat, en laat zeker geen over-gelopen gerechten aanbranden.

Het is aangeraden een reinigingsmiddel van het type Stahl-Fix te gebruiken voor de eerste reiniging en voor lopend onderhoud.Opgelet!De onderdelen van de branders moeten steeds droog zijn. Waterres-ten kunnen de gasstroom blokke-ren, waardoor de brander slecht zal branden.

64REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISOpgelet!Gebruik geen schurende reinigings-middelen voor het reinigen en onder-houden van de glazen voorzijde. De oven moet na elk gebruik gereinigd worden. Bij de reiniging moet de ver-lichting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet. De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden. Stoomreiniging – Steam Clean: - giet 0,25l water (1 glas) in een komme-tje dat u op het eerste niveau van onder in de oven plaatst, - sluit de deur van de oven, - stel de temperatuurknop in op stand 50ºC, en de functieknop op de functie verwarmingselement onderaan , - warm de ovenkamer ongeveer 30 mi-nuten op, - open de deur van de oven, reinig de binnenkant van de oven met een doek of sponsje en was de oven daarna uit met warm water met afwasmiddel.Belangrijk!

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Amica EHEG 12420 E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden