Amica EHC 933 333 E Handleiding

Amica Fornuis EHC 933 333 E

Bekijk gratis de handleiding van Amica EHC 933 333 E (148 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 30 mensen en kreeg gemiddeld 4.1 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over Amica EHC 933 333 E of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/148
IO-CBI-3238 / 9519360
(04.2024 / v1)
2022CC2.334eEHiTsHbX / EHC 933 333 E
DE BEDIENUNGSANLEITUNG
FR NOTICE D’UTILISATION
EN INSTRUCTION MANUAL
NL GEBRUIKERSHANDLEIDING

Beoordeel deze handleiding

4.1/5 (2 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: Amica
Categorie: Fornuis
Model: EHC 933 333 E

Handleiding Amica EHC 933 333 E – volledige tekst

111GEACHTE KLANT,De fornuizen van combineren uitzonderlijk gebruiksgemak en optimale doeltreendheid. Na het lezen van deze gebruikershandleiding zult u zonder problemen dit fornuis kunnen bedienen.Voor het ingepakt werd en de fabriek verliet, werd dit fornuis bij de controleposten grondig gecontroleerd op het gebied van veiligheid en functionaliteit. Voordat u het toestel aanschakelt, dient u deze gebruikershandleiding grondig door te lezen. De instructies uit deze handleiding helpen u om verkeerd gebruik van het toestel te voorkomen.Bewaar deze gebruikershandleiding goed en zorg dat ze altijd binnen bereik is.Om ongelukken te vermijden moeten de instructies uit deze handleiding precies nageleefd worden.Opgelet!Het fornuis mag pas gebruikt worden nadat u deze gebruikershandleiding grondig doorgelezen heeft.Het toestel is uitsluitend ontworpen voor huishoudelijke kookdoeleinden.

De producent behoudt zich het recht voor om wijzigingen aan te brengen die geen invloed hebben op de werking van het toestel.Informatie over het product met betrekking tot Verordening (EU) Nr. 65/2014 en Verorde-ning (EU) Nr. 66/2014, is te vinden op de laatste pagina's van de gebruikershandleiding of in ander gedrukte documenten die bij het product worden geleverd.NL

112VEILIGHEIDSINSTRUCTIESAttentie. Dit apparaat en de bereikbare onderdelen ervan worden tijdens het gebruik heet. Wees bijzonder voorzich-tig bij het aanraken van de verwarmingselementen. Zorg dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat kunnen komen, tenzij ze onder permanent toezicht staan.Dit apparaat mag gebruikt worden door kinderen van 8 jaar en ouder en personen met lichamelijke of geestelijke beperkingen of personen zonder ervaring met of kennis van het apparaat, als dit gebruik plaatsvindt onder toezicht of in overeenstemming met de gebruiksaanwijzing van het apparaat, door personen die verantwoordelijk zijn voor hun veiligheid. Zorg ervoor dat kinderen niet met het apparaat kunnen spelen. Kinderen mogen de kookplaat niet zonder toezicht schoonmaken of onderhoudswerkzaamheden ver-richten.Attentie.

Het koken van vetten of olie op de kookplaat zonder toezicht kan erg gevaarlijk zijn en leiden tot brand.Probeer het vuur NOOIT met water te blussen, maar schakel het apparaat uit en bedek de vlammen met een deksel of een niet-brandbare deken.Attentie. Brandgevaar: geen voorwerpen verzamelen op de kookoppervlakte.Attentie. Schakel de stroom uit als de oppervlakte is gebar-sten, om elektrische schokken te voorkomen.

113VEILIGHEIDSINSTRUCTIESTijdens het gebruik wordt het toestel heet. Wees voorzichtig en raak de hete onderdelen in de oven niet aan.Als dit apparaat gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onder-delen heet worden. Laat geen kinderen bij de oven komen.Attentie. Gebruik geen schurende schoonmaakmiddelen of scherpe metalen voorwerpen voor het schoonmaken van het glas van de deur, omdat deze krassen kunnen veroorzaken op het oppervlak. Dit kan leiden tot barsten van het glas.Attentie. Om elektrocutie te vermijden dient u het toestel uit te schakelen vooraleer u het lampje vervangt.Gebruik geen stoomreinigers voor het schoonmaken van het fornuis.Gevaar voor verbranding! Bij het openen van de ovendeur kan hete stoom ontsnappen. Wees voorzichtig met het ope-nen van de deur tijdens of na aoop van het koken. Buig u bij het openen niet over de deur.

114VEILIGHEIDSINSTRUCTIES● Wees bijzonder voorzichtig als er kinderen in de buurt van het fornuis zijn, want ze kennen de bedieningsprincipes van het fornuis niet. De hete branders van de gaskookplaat, de ovenkamer, het rooster, de ruit van de deur, en potten en pannen met hete vloeisto?en kunnen brandwonden veroorzaken. ● Zorg ervoor dat er geen kleine keukentoestellen of hun kabels in direct contact komen met de hete oven of de kookplaat, want de isolatie van deze toestellen is niet bestand tegen hoge temperaturen. ● Laat het fornuis niet achter zonder toezicht terwijl u kookt. Oliën en vetten kunnen ont-vlammen als gevolg van oververhitting of overkoken. ● Zorg ervoor dat de kookplaat niet vuil wordt of onderloopt door overlopende spijzen. Eventueel vuil moet onmiddellijk verwijderd worden.

● Plaats geen potten of pannen met een natte bodem op de hete kookvelden, want dit kan onomkeerbare wijzigingen aan de plaat veroorzaken (onverwijderbare vlekken). ● Gebruik enkel potten en pannen die volgens de aanwijzingen van de producent geschikt zijn om te koken op een keramische plaat. ● Als het oppervlak van de kookplaat gebarsten is, moet het toestel van het stroomnet ontkoppeld worden om elektrocutie te vermijden. ● Schakel de kookplaat niet aan zonder er eerst een pot of pan op te plaatsen. ● Het is verboden om potten of pannen met scherpe randen te gebruiken, want die kunnen de keramische plaat beschadigen● Kijk niet naar de halogene kookvelden terwijl ze opwarmen (als ze niet afgedekt zijn met een pot of pan).

● Plaats geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 15 kg op de open deur van de oven, en geen potten of pannen met een gewicht van meer dan 25 kg op de kookplaat. ● Gebruik geen schurende reinigingsmiddelen of scherpe metalen voorwerpen om de glazen deur te reinigen. Hierdoor kan het oppervlak gekrast raken, wat kan leiden tot barsten in het glas. ● Het is aan te raden het deksel te reinigen vooraleer u het opent.

U laat het oppervlak van de kookplaat best eerst afkoelen voordat u het deksel sluit. ● Het is verboden om een fornuis met technische defecten te gebruiken. Defecten mogen enkel hersteld worden door een erkend technicus met gepaste kwalicaties. ● Bij problemen veroorzaakt door technische defecten, moet het fornuis van het stroomnet ontkoppeld worden en moet het defect gemeld worden voor herstelling. ● Er mogen geen toestellen voor reiniging met stoom gebruikt worden om het fornuis te reinigen.  Het toestel is uitsluitend ontworpen voor kookdoeleinden. Elke andere toepassing (bv. voor het verwarmen van ruimtes) stemt niet overeen met de bestemming van het toestel en kan gevaar veroorzaken.

115ENERGIEBESPARINGDoor op verantwoorde wijze energie te gebruiken be-spaart u niet alleen op de kosten van het huishouden, maar werkt u ook bewust mee aan de bescherming van het milieu. Laten we daarom ons steentje bijdragen aan energie-besparing! Dat kan op de volgende manier:● Gebruik goede potten en pannen om te koken.Kookpotten en pannen mogen niet kleiner zijn dan de kroon van de vlam van de brander.

Dek de potten en pannen steeds af met een deksel.● Zorg ervoor dat de branders, het rooster en de gaskookplaat rein zijn.Vuil verstoort de warmteoverdracht – sterk aangebrand vuil kan soms enkel verwijderd worden met gebruik van reinigingsmiddelen die niet milieuvriendelijk zijn.Let er bijzonder op dat de vlamopeningen in de ring onder de branderdop en de openingen van de branderkoppen rein zijn.●Vermijd onnodig ophe?en van deksels om het kookproces te controleren.Open ook niet onnodig vaak de deur van de oven.●Gebruik de oven enkel voor grotere hoeveelheden.Porties vlees tot 1 kg kunnen spaarzamer bereid worden in een pot op een brander van het fornuis.●Gebruik de restwarmte in de oven.Schakel bij baktijden van meer dan 40 minu-ten de oven 10 minuten voor het einde van de bakbeurt uit.●Sluit de deur van de oven zorgvuldig.Otherwise energy consumption increases unnecessarily.●Bouw het fornuis niet in in de onmid-dellijke nabijheid van koelkasten of diep-vriezers.Het energiegebruik van deze toestellen stijgt hierdoor onnodig.Opgelet!

116Het toestel wordt door zijn verpakking beveiligd tegen beschadigingen tijdens het transport. Na het uitpakken van het toestel dient u de verpakkingselementen te recycleren op milieuvriende-lijke wijze.Alle materialen die gebruikt worden voor de verpakking zijn onschadelijk voor het milieu. Ze zijn 100% geschikt voor recyclage en zijn aangeduid met het gepaste symbool. Opgelet! De verpakkingsmaterialen (zakjes uit polyethyleen, stukken piepschuim, enz.) moeten tijdens het uitpakken buiten het be-reik van kinderen gehouden worden. UITPAKKENOp het einde van de gebruiks-periode mag dit product niet bij het gewone huisvuil geplaatst worden, maar moet afgegeven worden bij een verzamelpunt voor recyclage van elektrische en elektronische toestellen.

Dit wordt aangegeven door het gepaste symbool op het product, in de gebruikershandleiding of op de verpakking.De materialen die gebruikt zijn bij de pro-ductie van het toestel, zijn geschikt voor hergebruik volgens hun aanduiding. Dankzij dit hergebruik, de verwerking van materia-len of andere vormen van hergebruik van afgedankte toestellen draagt u bij tot de bescherming van het milieu.Informatie over het verzamelpunt voor gebruikte toestellen kunt u krijgen bij de gemeentediensten.R E C Y C L A G E V A N G E B R U I K T E T O ESTELLEN

120INSTALLATIE Voorbereiding van het meubelblad om de plaat in te bouwen● De keukenruimte moet droog en goed verlucht zijn en een goed werkende ventilatie bezitten. De opstelling van het fornuis moet een vrije toegang tot alle bedieningselemen-ten garanderen. Het fornuis is ontworpen volgens klasse Y, d.w.z. dat het aan één zijde ingebouwd kan worden tegen een hoog meubel of een muur.● Het meubelblad moet tussen 28 en 40 mm dik en minimum 600 mm diep zijn. Het blad moet vlak zijn en goed waterpas staan. Het blad moet aan de kant van de muur afgedicht en beveiligd zijn tegen insijpelend water en vocht.● De afstand tussen de rand van de opening en de rand van het blad moet vooraan min. 60 mm en achteraan min. 50 mm bedragen.● De bekleding en lijm die voor de inbouwmeubelen gebruikt zijn, moeten tegen een tem-peratuur van 100°C bestand zijn.

Als deze voorwaarde niet voldaan is, kan het oppervlak vervormd raken of kan de bekleding loskomen.● De randen van de opening moeten beveiligd worden met vochtbestendig materiaal.● De opening in het blad moet volgens de afmetingen op g. 1 gemaakt worden.1560490min60min50

122INSTALLATIE PYT A GRZEJNAUSZCZELKABLATSILI KONPYT A GRZEJNAUSZCZELKABLATLISTWA ALUMINIOWALISTWA ALUMINIOWASILI KONOpgelet: De fabrikant is niet aansprakelijk voor schade die is ontstaan door het onjuist mon-teren van de kookplaat in het werkblad, met name door het vastlijmen aan het werkblad vanaf de onderkant.Aanwijzingen voor de installateur van het apparaat• Bij een werkblad van steen of keramische tegels kunt u de kookplaat het beste gelijk aan het werkblad installeren.• De dichting die op de onderkant van de kookplaat is aangebracht, mag er niet toe leiden dat de afwerkingssilicone onder de kookplaat terechtkomt. Als het nodig is om het apparaat te demonteren, snijd dan de siliconen rond de plaat met een scherp mes los.

Als de silicone onder de plaat is terechtgekomen, is het lossnijden van de silicone niet mogelijk en kan het demonteren van de plaat ertoe leiden dat het keramische glas breekt.• De silicone die u gebruikt om de randen af te dichten, moet bestand zijn tegen een temper-atuur van min.

160OC.• Het verdient aanbeveling om het oppervlak van het werkblad af te werken met een geschikte lak (bijvoorbeeld met silicone) die het werkblad beschermt tegen het binnendringen van vocht.• Ongeschikte silicone kan verkleuring van natuursteen veroorzaken.• Houd u strikt aan de afmetingen op de montagetekening, met name de breedte van de frees waarop de kookplaat zal rusten.• Bij een defecte kookplaat bevelen we aan om contact op te nemen met de persoon die verant-woordelijk was voor de installatie van de kookplaat, zodat de plaat kan worden verwijderd vóór het bezoek van de servicetechnicus die de gemelde reparatie gaat uitvoeren.SILICONEDICHTINGWERKBLADKOOKPLAATSILICONEDICHTINGALUMINIUMLIJSTKOOKPLAATALUMINIUMLIJST

123INSTALLATIE Installatie van het apparaat zonder pakking is niet toegestaan. Plaats de kookplaat symmetrisch in de meubelopening, zodanig dat de spleten tussen de kookplaat en de rand van het werkblad aan alle kanten gelijk zijn (g. 5).Aanbrengen van de pakkingAfhankelijk van het model is de pakking door de fabrikant aangebracht (g. 1)Als de pakking niet door de fabrikant is aangebracht, ga dan als volgt te werk:Voordat u het apparaat in de aanrechtopening installeert, dient u de meegeleverde pakking op de onderzijde van de plaat aan te brengen (g. 2). Verwijder daartoe eerst de beschermfolie van de pakking en plak deze vervolgens zo dicht mogelijk tegen de rand van de plaat (g. 3, 4).51 32USZCZELKAKLEJ4

124INSTALLATIE Montage van de plaat in het meubelblad*● Bij een blad met een dikte van 38 mm moet u 4 bevestigingsgrepen „A” gebruiken om de plaat te bevestigen. De montagewijze is opgegeven op g. 2 en 3. Bij een blad met een dikte van 28 mm moet u naast de bevestigingsgrepen “A” nog 4 houten blokjes met een afmeting van 15x15x50 mm gebruiken. De montagewijze is opgegeven op g. 4 en 5.

125INSTALLATIE Fig. BFig. AFig. C Montage van de oven:● bereid de montageopening voor de oven voor in het meubel volgens de afmetingen die op de guur aangeduid zijn (g.A),● sluit de oven aan op het stroomnet terwijl de stroom uitgeschakeld is,● schuif de oven gedeeltelijk in de voorbe-reide opening in het meubel en sluit de oven aan op de kookplaat (g.B). ● de aardkabel van de plaat (geel-groen) moet verbonden worden met de aardklem van de oven (aangeduid met ) die zich bij de aansluiting bevindt.● schuif de oven volledig in de opening en beveilig hem tegen uitschuiven met be-hulp van vier schroeven op de plaatsen die op de guur aangeduid zijn (g.C).

126INSTALLATIEAansluiting van het fornuis op de elektrische installatieOpgelet!De plaat mag enkel op de elektrische instal-latie aangesloten worden door een erkend installateur met de gepaste kwalificaties. Het is verboden om zelfstandig wijzigingen of aanpassingen aan te brengen aan de elektrische installatie.Instructies voor de installateurHet fornuis is in de fabriek aangepast aan voeding met driefasige wisselstroom (400V 3N~50Hz). De nominale spanning van de ver-warmingselementen van het fornuis bedraagt 230V. Het fornuis kan aangepast worden aan voeding met eenfasige stroom (230V) door een gepaste overbrugging op de contactstrip volgens het bijgevoegde aansluitschema. Er is ook een aansluitschema bij de aansluiting van het fornuis geplaatst. De contactstrip is bereikbaar nadat u het deksel van de aansluiting wegneemt door de klemmen te deblokkeren met een platte sleutel.

Vergeet niet een gepaste leiding te kiezen volgens het soort aansluiting en het nominale vermogen van het fornuis.De aansluitleiding moet gemonteerd worden op de steun voor de aansluiting van het for-nuis.Opgelet!Vergeet niet het aardingscircuit aan te sluiten op de klem van de contactstrip, die aangege-ven is met het teken . De elektrische instal-latie die het fornuis van stroom voorziet, moet beveiligd zijn met een gepaste zekering die de stroom afsluit in noodgevallen. De afstand tussen de werkcontacten van de zekering moet min. 3 mm bedragen.Voordat u het fornuis op de elektrische installatie aansluit, moet u de informatie op het typeplaatje en het aansluitschema lezen.21

127INSTALLATIEOpgelet! Bij elke aansluitingsvariant moet de aardingsleiding aangesloten zijn op de klem PEAanbevolen soort aansluit-leiding1 Bij een stroomnet van 230 V eenfa-sige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 1-2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 2 Bij een stroomnet van 400/230 V tweefasige aansluiting met een nul-leiding, de bruggen verbinden de klemmen 2-3 en 4-5, aardingsleiding op . 3 Bij een stroomnet van 400/230 V drie-fasige aansluiting met een nulleiding, de bruggen verbinden de klemmen 4-5, de faseleidingen zijn aangesloten op 1, 2 en 3, de nulleiding op 4-5, aardingsleiding op . Faseleidingen - L1=R, L2=S, L3=T; N – nulleiding; PE – aardingsleiding H05VV-F3G4H05VV-F4G4H05VV-F5G1,5SCHEMA MET MOGELIJKE AANSLUITINGENOpgelet! Spanning van de verwarmingselemen-ten 230V12354PEL1N12354L1L2PEN12354L1L2PENL3

128BEDIENINGBelangrijk!Was de binnenkant van de oven en-kel met warm water met een kleine hoeveelheid afwasmiddel.voor u de oven voor de eerste maal aanschakelt verwijder alle verpakkingsonderdelen, verwijder de onderhoudsmiddelen die in de fabriek aangebracht zijn, uit de kamer van de oven en van de kookplaat, neem de uitrusting uit de oven en reinig die in warm water met afwasmiddel, schakel de ventilatie in de ruimte aan of open een raam, warm de oven op (op een temp. van 250ºC, ong. 30 min.), verwijder vuil en reinig hem grondig. Warm de kookvelden van de plaat ong. 4 minuten op zonder potten of pannen.Attentie!In ovens die zijn uitgerust met de elektronische programmeerfunctie Ts, verschijnt na aansluiting op het lichtnet op het display de pulserende tijdsaanduiding „0:00”. Stel de actuele tijd van de program-meerfunctie in.

(Zie bediening van de programmeerfunctie) De oven werkt niet als u de actuele tijd niet instelt. Belangrijk!De elektronische programmeerfunctie Ts is uitgerust met sensors die wor-den geactiveerd door met de vinger een gemerkt oppervlak aan te raken (tiptoetsen). Elke aanraking van een sensor gaat gepaard met een geluidssignaal.Houd de oppervlakte van de sensors schoon.De draaiknoppen zijn “verborgen” in het bedieningspaneel, om een functie te kiezen gaat u als volgt tewerk:1.druk zachtjes de draaiknop in en laat hem weer los,2. stel de gewenste functie in. De aanduiding rond de draaiknop komt overeen met de opeenvolgende functies die door de oven uitgevoerd kunnen worden.12

129Keuze van potten en pannenGoed gekozen potten en pannen hebben een bodemgrootte en vorm die ongeveer over-eenstemt met het gebruiksoppervlak van het kookveld. Voor braadsleden is er een speciaal verbreed kookveld van 140 x 250. Gebruik geen potten en pannen met een holle of bolle bodem. Hou er rekening mee dat de potten en pannen een gepast deksel moeten hebben. Het is aan te raden om potten en pannen met een dikke, gedraaide bodem te gebruiken. Als het oppervlak van de kookvelden en de potten en pannen vuil is, kan de warmte niet volledig benut worden.BEDIENINGSLECHTSLECHTSLECHTSLECHT GOED Bediening van de kookvelden van de keramische plaat.Keuze van het verwarmingsniveauDe kookvelden hebben verschillende verwarmingsvermogens. Het verwarmingsvermogen kan stapsgewijs geregeld worden door de draaiknop naar links of rechts te draaien.

130BEDIENINGAanschakelen van het verbrede kookveldBelangrijk!Het kookveld mag enkel aangescha-keld worden door de draaiknop in wijzerzin te draaien. Als u in de andere richting draait, kunt u de schakelaar beschadigen.Binnen het bereik 0  1  2  3 van de draaiknop werkt het binnenste kookveld en kan de hoeveelheid naar de pot aangevoerde warmte geleidelijk geregeld worden. Door de knop kort door te draaien naar de stand wordt het buitenste kookveld aangescha-keld.

Vanaf dat moment kan de hoeveelheid warmte die door de twee kookvelden (bin-nenste en buitenste) naar de pot aangevoerd wordt, geleidelijk geregeld worden, omdat de binnenste schakelaar deze velden pas uitschakelt als de draaiknop op stand 0 ge-plaatst wordt.Verwarmingsindicator van een kookveldAls de temperatuur van een kookveld meer dan 50ºC bedraagt, wordt dit aangegeven door het gepaste veld van de indicator.De verwarmingsindicator van een kookveld waarschuwt de gebruiker zodat hij het aan-raken van een heet kookveld kan vermijden.Na het uitschakelen van de verwarming van een kookveld, zal het veld nog voor ong. 5-10 minuten de vergaarde warmte behouden, die bv. benut kan worden voor het opwarmen of warm houden van spijzen zonder dat de verwarming van het veld nog moet aange-schakeld worden.Verwarmingsindicator van een kookveld0123

131BEDIENING Voor de elektronische programmator Instelling van de actuele tijdNa aansluiting op het lichtnet of opnieuw inschakelen na een stroomstoring toont de display de knipperende cijfers 0.00, Houd de tiptoets MENU (of tegelijkertijd de tiptoetsen < / >) ingedrukt, totdat het symbool verschijnt op de display, de punt onder het symbool gaat knipperen,Stel binnen 7 s de actuele tijd in met de tiptoetsen .Ca.

7 s na het instellen van de tijd worden de nieuwe gegevens opgeslagen en stopt de punt onder het symbool met knipperen.U kunt de tijd corrigeren door later tegelijker-tijd de tiptoetsen < / > in te drukken; zolang de punt onder het symbool knippert kunt u de actuele tijd corrigeren.Attentie!U kunt de oven aanzetten nadat het symbool op de display is verschenen.MENU - tiptoets voor keuze werkingsmodus> - Plus-tiptoets tegelijkertijd aan, het symbool dooft en de display toont de actuele tijd.Attentie!Als het geluidssignaal niet handmatig wordt uitgezet, schakelt het zichzelf na circa 7 mi-nuten automatisch uit.WerkingsduurAls u wilt dat de oven op een bepaalde tijd uitschakelt, handelt u als volgt:Om de functie werkingsduur in te schake-len, zet u de functieknop van de oven op de door u gekozen functie en de tempe-ratuurknop op de gewenste temperatuur.Druk op de tiptoets MENU totdat op de display kort dur verschijnt en het symbool gaat knipperen,Stel de gewenste werkingstijd in met de tiptoetsen binnen een bereik van 1 minuut tot 10 uur.

132BEDIENING De ingestelde tijd wordt na circa 7 s in het geheugen opgeslagen, het display toont opnieuw de actuele tijd terwijl het symbool is verlicht. Na het verstrijken van de ingestelde tijd scha-kelt de oven automatisch uit, het geluidssig-naal klinkt en het symbool gaat knipperen. Zet de functiedraaiknop van de oven en de temperatuurregelaar in de positie uitgeschakeld,Om het geluidssignaal uit te schakelen raakt u de tiptoets MENU of de beide tiptoet-sen tegelijkertijd aan, het symbool dooft en de display toont de actuele tijd. Wissen instellingenU kunt de instelling van de kookwekker of de werkingsduur op ieder moment wissen.  Om de werkingsduur te wissen raakt u de tiptoetsen tegelijkertijd aan.

Wissen instellingen kookwekker:Kies met de tiptoets MENU de kookwek-kerfunctie,Druk opnieuw op de tiptoetsen ;De toon van het geluidssignaal wijzigenU kunt de toon van het geluidssignaal als volgt wijzigen: Druk tegelijkertijd op de tiptoetsen ;Kies met de tiptoets MENU de functie ton, de aanduidingen gaan knipperen:Kies met de tiptoetsen de gewenste toon: binnen het bereik van 1 naar 3 met de tiptoets >. binnen het bereik van 3 naar 1 met de tiptoets >. Wijzigen van de helderheid van de displayHet is mogelijk om de helderheid van de display te wijzigen in het bereik van 1 tot 9, waarbij 1 de donkerste instelling is en 9 de helderste. De ingevoerde waarde is van toe-passing wanneer de klok inactief is (nl. als de gebruiker gedurende ten minste 7 seconden geen van de tiptoetsen heeft aangeraakt).

U kunt de helderheid van de display op de volgende wijze veranderen:Druk tegelijkertijd op de tiptoetsen ,Kies met de tiptoets MENU de functie bri (met de eerste keer indrukken krijgt u de functie ton, met de tweede de functie bri). Kies met de tiptoetsen de gewenste helderheid: binnen het bereik van 1 naar 9 met de tiptoets >. binnen het bereik van 9 naar 1 met de tiptoets >. Attentie.

133BEDIENINGDe oven kan verwarmd worden met behulp van een verwarmingselement bovenaan en onderaan en een grillelement (als dat er is). De oven kan bediend worden met behulp van de draaiknop voor de functie van de oven - draai de draaiknop naar de gewenste functie om de oven in te stellen – en met behulp van de draaiknop van de temperatuurrege-laar – draai de draaiknop naar de gewenste temperatuur om de oven in te stellen. De draaiknoppen zijn “verborgen” in het bedieningspaneel, om een functie te kiezen gaat u als volgt tewerk:- druk zachtjes de draaiknop in en laat hem weer los,- stel de gewenste functie in. De aanduiding rond de draaiknop komt overeen met de opeenvolgende functies die door de oven uitgevoerd kunnen worden. De oven kan uitgeschakeld worden door beide draaiknoppen in de stand “”/“0”te plaatsen. Opgelet.

Als er een functie van de oven inge-steld is, wordt de verwarming (van een verwarmingselement enz. ) pas aangeschakeld als de temperatuur ingesteld is. 0 NulstandOntdooienAlleen de ventilator is ingeschakeld, er wordt geen enkel verwarmingselement gebruikt. Ventilator en supergrillAls de draaiknop in deze stand staat, wordt de functie supergrill met ven-tilator uitgevoerd. In de praktijk laat deze functie toe om het braadproces te versnellen en de smaak van de gerechten te verbeteren. Zorg dat de deur van de oven gesloten is tijdens de bereiding. SupergrillMet de functie „supergrill” worden gerechten gegrild terwijl het ver-warmingselement bovenaan ook aangeschakeld is. De functie laat toe om een hogere temperatuur in de bovenlaag van de oven te bere-iken, waardoor de gerechten meer gebruind worden. Dit laat ook toe om grotere porties te braden.

134BEDIENINGVerwarmingselement onderaan en bovenaan aangeschakeldDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de oven op conven-tionele wijze verwarmd. Ideaal om taarten, vlees, vis, brood, pizza (vo-orverwarmen en gebruik van donkere bakplaten vereist) te bakken en om op één niveau te bakken.Ventilator en verwarmingselement onderaan en bovenaan aange-schakeldBij deze stand van de draaiknop voert de oven de functie gebak uit. Conven-tionele oven met ventilator (functie aangeraden voor gebak).Verwarmingselement onderaan aangeschakeldBij deze stand wordt de oven enkel met het verwarmingselement onde-raan verwarmd. Bijbakken van gebak onderaan (bv. vochtig gebak en gebak met vruchten).Het aanschakelen van de oven wordt aange-geven met twee controlelampjes, een R en een L. Het R controlelampje geeft aan dat de oven werkt.

Als het rode controlelampje uitgaat, heeft de oven de ingestelde tempera-tuur bereikt. Als het recept aangeeft dat het gerecht in een voorverwarmde oven geplaatst moet worden, dan mag u dit pas doen als het L controlelampje voor de eerste maal uitgaat. Tijdens de bereiding zal het L lampje af en toe aan- en uitgaan (de temperatuur in de oven wordt op peil gehouden). Het R contro-lelampje kan ook branden als u de draaiknop in stand “Verlichting van de oven” plaatst.Onafhankelijke verlichting van de ovenDoor de draaiknop in deze stand te plaatsen wordt de binnenkant van de oven verlicht.ECO-verwarmingsfunctieBij gebruik van deze functie start een optimale verwarmingswijze die bedo-eld is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten.

Bij deze instelling van de draaiknop is de ove-nverlichting uitgeschakeld.Grill aangeschakeldOppervlakkig “grillen” wordt toegepast om kleine porties vlees te braden: ste-aks, schnitzels, vis, toasts, worstjes, ovenschotels te grillen (het gegrilde gerecht mag niet dikker dan 2-3 cm zijn, tijdens het bakken moet het omgedraaid worden).

135BEDIENINGOm de grill aan te schakelen moet u:● de draaiknop van de oven op de stand ●de oven ongeveer 5 minuten verwarmen (met gesloten deur)●de bakplaat met het gerecht op het ge-paste niveau plaatsen, en als u gebruikt maakt van het spit een bakplaat voor het druipende vet vlak onder het spit plaats-en.●de deur van de oven sluiten.Gebruik van de grillTijdens het grillproces ondergaan de gerech-ten de inwerking van infrarood dat uitgezon-den wordt door het verhitte verwarmingsele-ment van de grill.Opgelet!Tijdens het grillen moet de deur van de oven gesloten zijn.Als de grill gebruikt wordt, kunnen de bereikbare onderdelen heet worden.Laat geen kinderen bij de oven komen.Voor de grillfunctie en supergrill moet de temperatuur ingesteld worden op 250ºC, en voor de functie grill met ventila-tor op maximum 190ºC.

136BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPSGebak● het is aan te raden om gebak te bereiden op de bakplaten die deel uitmaken van de uitrusting van het fornuis,● gebak kan bereid worden in bakvormen of bakplaten die op het droogrekje geplaatst moeten worden. Voor gebak worden best zwarte bakvormen gebruikt omdat deze beter de warmte geleiden en de baktijd verkorten. ● we raden af om bakvormen en bakplaten met een helder en blinkend oppervlak te gebruiken wanneer u gebruik maakt van de conventionele verwarmfunctie (verwar-mingselementen bovenaan + onderaan). Bij dit soort bakvormen wordt de onderkant van het gebak niet goed doorbakken. ● als u gebruik maakt van de functie voor heteluchtcirculatie moet u de oven niet voor-verwarmen.

Voor de andere verwarmingsfuncties moet de ovenkamer voorverwarmd worden voordat u het gebak erin plaatst,● voordat u het gebak uit de oven neemt, kunt u de kwaliteit ervan controleren met een houten stokje (als het gebak gelukt is, blijft het stokje droog en zuiver wanneer u het erin steekt),● het is aangeraden om het gebak nog ong. 5 min. in de oven te laten nadat u de oven uitgeschakeld heeft. ● de baktemperaturen bij gebruik van de functie voor heteluchtcirculatie zijn normaal gezien ong.

20-30 graden lager dan bij conventioneel bakken (met gebruik van de verwarmingselementen bovenaan en onderaan),● de parameters voor gebak in tabel geven enkel aanwijzingen en kunnen gecorrigeerd worden volgens uw eigen ervaring en culinaire smaak,● indien de informatie in kookboeken duidelijk afwijkt van de waarden in de handleiding van het fornuis, laat u zich best leiden door de richtlijnen in de handleiding. Vlees braden● in de oven kunnen porties vlees van meer dan 1 kg bereid worden. Kleinere stukken worden beter op de gasbranders van het fornuis bereid. ● bij het braden worden best vuurvaste schotels gebruikt. Ook de handgrepen van deze schotels moeten bestand zijn tegen hoge temperaturen.

137BAKKEN IN DE OVEN – PRAKTISCHE TIPSSoort gebakgerechtFuncties van deovenTemperatuur (0C) Niveau Tijd* [min.]Biscuittaart 180 - 200 2 - 3 50 - 70Brioche/cake 180 - 200 2 50 - 70Vis 190 - 210 2 - 3 45 - 60 Rundvlees 200 - 220 2 90 - 120Varkensvlees 200 - 220 2 90 - 160Kip 180 - 200 2 80 - 100ECO-verwarmingsfunctie bij gebruik van de functie ECO-verwarmingsfunctie start een optimale verwar-mingswijze die bedoeld is om energie te besparen tijdens het bereiden van gerechten; het is niet mogelijk om de kooktijd te verkorten door hogere temperaturen in te stellen; wij raden ook af om de oven voor te verwarmen; tijdens het koken mag u de temperatuurinstellingen niet wijzigen en de deur niet openen.Aanbevolen parameters bij gebruik van de functie ECO-verwarmingsfunctie

In overeenstemming met de norm EN 60350-1.Soort gerecht Accessoires Niveau Verwar-mingsfunc-tieTemperatuur(0C)Tijd(min.)Toast van witbroodRooster 4 250 1)1,5 - 2,5Rooster 4 250 2)2 - 3Rundvleesbur-gersRooster + bakplaat(voor het opvangen van lekkende vleessappen)4 - rooster3 - bakplaat250 1)1 pagina 10 - 152 pagina 8 - 13Grillen1) Verwarm de lege oven voor door hem 5 minuten aan te zetten, de functie snel voorverwarmen niet gebruiken.2) Verwarm de lege oven voor door hem 8 minuten aan te zetten, de functie snel voorverwarmen niet gebruiken.Soort gerecht Accessoires Niveau Verwar-mingsfunc-tieTemperatuur(0C)Tijd(min.)Hele kipRooster + bakplaat(voor het opvangen van lekkende vleessappen)2 - rooster1 - bakplaat180 - 190 70 - 90Rooster + bakplaat(voor het opvangen van lekkende vleessappen)2 - rooster1 - bakplaat180 - 190 80 - 100BakkenIndien niet anders vermeld gelden deze tijden voor een onverwarmde ovenruimte.

141REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISDe zorg waarmee de gebruiker het fornuis reinigt en onderhoudt, heeft een belangrijke invloed op zijn levensduur en probleemloze werking.Voor de reiniging moet de oven uitge-schakeld worden. Let er hierbij op dat alle draaiknopen in de stand “uit” staan. De oven mag pas gereinigd worden als hij afgekoeld is. Reiniging na elk gebruik• Licht, niet aangebrand vuil moet ver-wijderd worden met een vochtige doek zonder reinigingsmiddel. Bij gebruik van een afwasmiddel kan er een blauwach-tige verkleuring ontstaan. Hardnekkige vlekken laten zich niet altijd verwijderen bij de eerste reiniging, zelfs bij gebruik van een speciaal reinigingsmiddel.• Sterk aangekoekt vuil moet verwij-derd worden met een schraper. Daar-na moet het oppervlak gereinigd wor-den met een vochtige doek.Schraper om de kookplaat te reinigen

142REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISOpgelet!Gebruik geen schurende reinigings-middelen voor het reinigen en onder-houden van de glazen voorzijde.● De oven moet na elk gebruik gereinigd worden.

Bij de reiniging moet de verlichting aangeschakeld worden, zodat u beter de werkruimte ziet.● De kamer van de oven mag enkel met warm water met een beetje afwasmiddel gereinigd worden.● Stoomreiniging – Steam Clean: - giet 0,25l water (1 glas) in een komme-tje dat u op het eerste niveau van onder in de oven plaatst, - sluit de deur van de oven, - stel de temperatuurknop in op stand 50ºC, en de functieknop op de functie verwarmingselement onderaan , - warm de ovenkamer ongeveer 30 mi-nuten op, - open de deur van de oven, reinig de binnenkant van de oven met een doek of sponsje en was de oven daarna uit met warm water met afwasmiddel.● Wrijf na het wassen de ovenkamer droog.Vervanging van de halogeenlamp van de ovenverlichtingZorg ervoor dat het apparaat is losge-koppeld van het lichtnet voordat u de halogeenlamp gaat vervangen. Hiermee voorkomt u elektrische schokken.

OvenverlichtingStel alle draaiknoppen in op stand “”/“0” en schakel de voeding uit, Draai het lampenkapje los en veeg hem heel goed droog. Verwijder het halogeenlampje. Gebruik hiervoor een doekje of papier. Vervang het halogeenlampje indien nodig door een nieuwe G9 - spanning 230V - vermogen 25W  Plaats het halogeenlampje voorzichtig in de tting. Draai het lampenkapje vast.

143REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISWegnemen van de deurOm gemakkelijker toegang te hebben tot de ovenkamer en die te reinigen, kunt u de deur wegnemen. Hiervoor moet u de deur openen en de beveiliging op het scharnier naar boven klappen (g. A). Doe de deur lichtjes toe, hef ze op en neem ze naar voor toe uit. Om de deur opnieuw te monteren gaat u omgekeerd te werk. Bij het monteren moet u erop letten dat de uitsparing op het scharnier correct op de uitstulping van de scharnierhouder geplaatst is. Plaats altijd de beveiliging terug nadat u de deur terug gemonteerd hebt en druk ze goed aan. Als u de beveiliging niet correct terugplaatst, kan het scharnier beschadigd raken wanneer u de deur probeert te sluiten.Wegnemen van de deurVerwijderen van de binnenruit1.

144REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUIS3. Trek de binnenruit uit de houder (in het onderste deel van de deur). Neem de middenruit weg. (Fig. D). 4. Was de ruit met warm water en een klein beetje reinigingsmiddel. Ga omgekeerd te werk om de ruit op-nieuw te monteren. Het gladde deel van de ruit moet zich bovenaan bevinden. Attentie! Druk de bovenlijst van de deur niet gelijktijdig op beide kanten van de deur. Voor een juiste montage van de bovenlijst van de deur drukt u eerst het linker uiteinde tegen de deur en drukt u vervolgens op het rechter uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort. Hierna drukt u op het linker uiteinde tot u een duidelijke “klik” hoort.Verwijderen van de binnenruitD123123123

145Periodieke controleNaast het lopende onderhoud en reiniging van het fornuis moet u ook: regelmatig de werking van de bedienings-elementen en de werkende onderdelen van het fornuis controleren. Na het ver-strijken van de garantieperiode moet u ten minste één maal per twee jaar een technische controle van het fornuis laten uitvoeren door een onderhoudsdienst, de vastgestelde gebreken verhelpen, een regelmatig onderhoud van de wer-kende onderdelen van het fornuis uitvoe-ren.Opgelet!

Alle herstellingen en instellingen moeten uitgevoerd worden bij een erkende onderhoudsdienst of door een erkend installateur met gepaste kwalicaties.REINIGING EN ONDERHOUD VAN HET FORNUISHANDELSWIJZE BIJ PROBLEEMSITUATIESBij probleemsituaties moet u: de werkende onderdelen van het fornuis uitschakelen de elektrische voeding ontkoppelen een herstelling aanvragen sommige kleine problemen kan de gebruiker zelf oplossen met behulp van de aanwijzingen in de tabel hieronder. Controleer opeenvolgend alle punten in de tabel voordat u de onderhouds- of klantendienst contacteert.PROBLEEM1. de elektrische uitrusting werkt niet2.de display van de pro-grammator geeft het uur “0.00” aan3.

de verlichting van de oven werkt nietOORZAAKStroompanneHet toestel werd van het stroomnet ontkoppeld of er was een tijdelijke stroom-pannelosgekomen of beschadigd lampjeHANDELSWIJZEControleer de zekering van de huisinstallatie, vervang de doorgebrande zekeringStel het uur in (zie Gebrui-kershandleiding van de programmator)draai het lampje aan of vervang het doorgebrande lampje (zie hoofdstuk Reini-ging en onderhoud)

Deze waarden zijn bepaald bij een standaardbelasting met de actieve functies: onder- en bovenverwarming (conventioneel) en met ondersteuning door een ventilator (indien betre?ende functies beschikbaar zijn). De energie-e?ciëntieklasse is aangeduid afhankelijk van de functies die in het product be-schikbaar zijn, in overeenstemming met de volgende prioriteiten: Tijdens de aanduiding van het energieverbruik moet u de telescoopgeleiders demonteren (indien beschikbaar in het product).Gedwongen luchtcirculatie ECO (verwarmingselement hetelucht + ventilator)Gedwongen luchtcirculatie ECO (verwarmingselement onder + boven + gril + ventilator)Conventioneel ECO (verwarmingselement onder + boven)

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met Amica EHC 933 333 E stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden