AEG Santo 2492-4KG Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van AEG Santo 2492-4KG (27 pagina’s), behorend tot de categorie Koelkast. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 39 mensen. Heb je een vraag over AEG Santo 2492-4KG of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | AEG |
| Categorie: | Koelkast |
| Model: | Santo 2492-4KG |
Handleiding AEG Santo 2492-4KG – volledige tekst
27Beste klant,Lees deze gebruiksaanwijzing aandachtig door, voordat u de koel/vriescombinatie voor deeerste keer gebruikt. U vindt er alle nodige aanwijzingen in voor een correct gebruik, de instal-latie en voor de reiniging en het onderhoud van het apparaat.Achter in de gebruiksaanwijzing, onder het hoofdstuk “technische terminologie”, vindt ude uitleg van alle gebruikte technische termen.Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig voor latere raadpleging. In het geval het ap-paraat door een ander wordt overgenomen, dient u ervoor te zorgen dat de gebruiksaan-wijzing meeverhuist.N.B.: Deze gebruiksaanwijzing is opgesteld voor modellen die technisch vergelijkbaar,maar op verschillende wijze uitgerust zijn. Raadpleeg alleen de aanwijzingen die op hetdoor u aangeschafte model betrekking hebben.
28InhoudVeiligheid. Afvalverwerking. Inlichtingen over de verpakking van het apparaat. Afdanken van oude apparaten. Verwijdering van de transportbeveiliging. Installatie. Plaatsing. Zorg voor een goede ventilatie rond het apparaat. Het waterpas plaatsen van het apparaat. Elektrische aansluiting. Wijziging van de deurdraairichting. Richten van deuren. Beschrijving van het apparaat. Voor de ingebruikneming. Ingebruikneming - Temperatuurregeling. Uitschakeling van het apparaat. Binnenaccessoires. Platen/rekken. Variabile deurinrichting. Levensmiddelensymbolen / kalenderkaart. Rangschikking van de levensmiddelen. Invriezen van levensmiddelen. Bewaren van diepvriesprodukten. IJsblokjes. Ontdooiing. Automatische ontdooing van de koelruimte. Ontdooiing van de vriesruimte. Reiniging en onderhoud. Tips voor een zuinig energieverbruik. Storingen die u zelf kunt verhelpen.
29VeiligheidOnze koelapparaten voldoen aan de technische veiligheidsnormen en aan “de wet op deveiligheid van toestellen”. Toch vragen wij u de volgende veiligheidsnormen in acht te nemen:Correct gebruik van het apparaat❒Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik. U kunt er voedingsmiddelen inbewaren, koelhouden en invriezen en u kunt er ijsblokjes in maken. Bij verkeerd ge-bruik of bij gebruik voor andere doeleinden, kan de fabrikant niet verantwoordelijk ge-steld worden voor eventuele schade die daaruit voortvloeit. ❒Om veiligheidsredenen is het verboden veranderingen aan het apparaat aan te bren-gen. ❒Indien u dit apparaat voor industriële doeleinden of voor andere doeleinden dan hetkoelen en invriezen van levensmiddelen wilt gebruiken, dient u de daarvoor geldendeplaatselijke wettelijke bepalingen in acht te nemen.
Voor de ingebruikneming❒Controleer dat het apparaat tijdens het transport geen schade heeft opgelopen. Ge-bruik nooit een beschadigd apparaat. Wend u in dat geval tot uw leverancier. ❒Zorg er tijdens het transport en de installatie voor dat de onderdelen van de koudekringloop niet beschadigd worden. Veiligheidsnormen voor kinderen❒Sommige verpakkingsdelen (bijv. plasticvellen, polystyreen) kunnen gevaarlijk zijnvoor kinderen. Zij kunnen erin stikken. Houd kinderen dus uit de buurt van het ver-pakkingsmateriaal. ❒Maak uw oude apparaat onbruikbaar voordat u het wegzet. Haal de steker uit decontactdoos, knip het snoer af en haal het snap- of grendelslot weg of maak het on-bruikbaar. Hiermee voorkomt u dat kinderen zich al spelend opsluiten, het geen le-vensgevaarlijk is (stikgevaar). ❒Kinderen zien het gevaar van het gebruik van huishoudelijke apparaten niet in.
30❒Raak diepvriesprodukten nooit met natte handen aan. Uw huid zou eraan vast kunnenvriezen.❒Plaats geen ingeschakelde elektrische toestellen (bijv. ijsmachines, mixers enz.) in het ap-paraat.❒Neem altijd de steker uit de contactdoos of draai de zekeringen in uw huis los voor-dat u tot reinigen overgaat.❒Wanneer u de stekker uit de contactdoos neemt, pak hem dan altijd bij de kop beeten niet bij het snoer.❒Lees bij storing eerst het hoofstuk “Oplossingen bij storingen” in deze gebruikstaan-wijzing door. Vindt u daarin geen oplossing voor uw probleem, doe dan geen verderepogingen.❒Reparaties dienen uitsluitend door deskundig personeel uitgevoerd te worden. Doorniet-deskundig personeel uitgevoerde reparaties kunnen de gebruiker veel schadetoebrengen.
Wend u zich bij storing tot uw leverancier of tot de klantenservice.Inlichtingen over de verpakking van het apparaatAlle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk! Ze kunnen zonder gevaar bijhet afval gezet worden of in een verbrandingsinstallatie verbrand worden.Wat het materiaal betreft: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt worden en heb-ben de volgende aanduidingen:>PE< voor polyethyleen, bijv. buitenkant en plastic zakjes>PS
31Aanwijzingen voor het afdanken:– Het is verboden het apparaat bij het normale afval of bij het groot vuil te zetten. – Zorg ervoor dat de koude kringloop, vooral de warmtewisselaar op de achterkant, niet be-schadigd wordt. – Informeer bij de plaatselijke vuilnisdienst of bij de gemeente naar afhaaltijden en ver-zamelpunten. Het apparaat en een gedeelte van de binnenuitrusting worden tijdens het transport tegenbeschadiging beschermd. Voordat u het apparaat in gebruik neemt, dient u al het plak-band, vellen en ander bescherm- en verpakkingsmateriaal te verwijderen. Tip: eventuele resten plakband kunt u met wasbenzine of een ander oplosmiddel verwijderen. PlaatsingPlaats het apparaat in een droge en goed geventileerde ruimte. Het energieverbruik hangt van de omgevingstemperatuur af.
Wij raden u daarom het vol-gende aan:– plaats het apparaat uit het directe zonlicht;– plaats het apparaat uit de buurt van verwarming, fornuis of andere warmtebron;– plaats het apparaat zo dat de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klassewaarvoor het apparaat bestemd is. De klasse waartoe het apparaat behoort, staat op het typeplaatje aangegeven. Dit be-vindt zich links op de binnenwand van het apparaat. In de hieropvolgende tabel worden voor de respectievelijke omgevingstemperaturen deklassen van de verschillende apparaten aangegeven.
Klasse waartoe het apparaat behoort voor omgevingstemperatuurSN van +10 C tot +32° °CN van +16 C tot +32° °CST van +18 C tot +38° °CT van +18 C tot +43° °CIs opstelling naast een warmtebron niet te vermijden, dan behoort de zijkant van het ap-paraat zich op een minimale afstand van de warmtebron te bevinden: 3 cm van een elek-trisch fornuis; 30 cm van een olie- of kolenkachel. Is dit niet mogelijk, plaats dan een isolerende plaat tussen de warmtebron en het apparaat. Bij plaatsing naast een andere koel- of vrieskast dient de afstand tussen de twee appara-ten 5 cm te zijn om condensvorming op de buitenwanden te voorkomen.
32Zorg voor een goede ventilatie rond het apparaat.De lucht wordt toegevoerd via de ruimte onder de deur aan de voorkant en afgevoerd naarboven via de achterkant van het apparaat (Fig. 1/A).Voor een goede ventilatie is het belangrijk dat de ventilatie-openingen niet afgedekt of ge-blokkeerd worden.Belangrijk! Indien het apparaat onder een hangend keukenkastje geplaatst wordt, dientde afstand tussen de bovenkant van het apparaat en het kastje min. 10 cm te bedragen(Fig 1/B).❒Monteer de twee afstandhouders die zich in het documentatiezakje bevinden, aan deachterkant, opdat de warmte die tijdens het gebruik ontstaat, zich op de juiste wijzekan verspreiden. Ga te werk zoals aangegeven in de Fig. 2 en 3. Volg daarbij denummers.Fig. 1Fig. 2 Fig. 3
33Het waterpas plaatsen van het apparaat❒Plaats het apparaat op een vlakke en stevige vloer. Door middel van de twee verstelbarevoetjes aan de voorkant van het apparaat kunt u het apparaat waterpas opstellen. Draaide voetjes los of vast, totdat u het gewenste resultaat bereikt hebt (Fig. 4).Elektrische aansluitingSluit het apparaat op een contactdoos van het type Schuko aan. Houd u bij de installatievan de contactdoos aan de geldende normen. Zorg voor een elektrische beveiliging vanmin. 10 ampère.Mocht door de plaatsing van het apparaat de contactdoos niet meer bereikbaar zijn, zorger dan voor dat het apparaat van het voedingsnet geïsoleerd kan worden (bijv.
veilig-heidszekering, automatische schakelaar, veiligheidsschakelaar met minstens 3 mm af-stand tussen de steekcontacten).Controleer, voordat u de steker in de contactdoos steekt, dat de spanning en de fre-quentie die aangegeven staan op het typeplaatje overeenkomen met die van uw stroom-net.bijv.: AC 220....240 V 50 Hz of220....240 V~ 50 Hz(d.w.z. een wisselstroom van 220 tot 240 Volt, 50 Hertz)Het typeplaatje bevindt zich links op de binnenwand van het apparaat.Fig. 4Installatie
34Wijziging van de deurdraairichtingIndien de plaatsing van het apparaat het noodzakelijk maakt of omdat het gewoon prak-tischer is, kunt u de draairichting van de deuren van rechts (geleverde uitvoering) naarlinks wijzigen.❒Verwijder het plastic beschermdopje van het onderscharnier (Fig. 5).❒Schroef het onderscharnier los (Fig. 5); verwijder de deur van de vriesruimte doorhem naar beneden te schuiven.❒Draai de schroeven weer vast.❒Verwijder de beschermdopjes van de schroeven linksonder en plaats ze op deschroeven rechts.❒Draai de twee schroeven linksonder los.❒Schroef het middenscharnier los; verwijder de deur van de koelruimte door hem naarbeneden te schuiven (Fig. 6).❒Draai met een schroevendraaier de twee beschermdopjes op de gaatjes links los enmonteer ze aan de rechterkant.Pas op! Haal eerst de steker uit de contactdoos voordat u tot het omkeren overgaat.Fig. 5 Fig. 6
35❒Verwijder de handgrepen van de deuren. Dat doet u door met een schroevendraaier destiften 1/4 naar links te draaien en ze vervolgens te verwijderen (Fig. 7).❒Draai de handgrepen om (zie Fig. 7 en 8) en monteer ze aan de andere kant.❒Herplaats de stiften en draai ze vast door ze 1/4 naar rechts te draaien.❒Draai de stift van het bovenscharnier los en monteer haar aan de linkerkant (Fig. 9).Vergeet de sluitringetjes niet.❒Plaats de deur van de koelruimte op de bovenste stift.❒Plaats het middenscharnier in het onderste deel van de deur van de koelruimte. Ver-geet de sluitringetjes niet.Fig. 7 Fig. 8Fig. 9Wijziging van de deurdraairichting
36❒Schroef het middenscharnier stevig vast.❒Plaats de deur van de vriesruimte op het middenscharnier.❒Plaats het onderscharnier in het onderste deel van de deur van de vriesruimte. Vergeet desluitringetjes niet.❒Schroef het onderscharnier goed vast.❒Indien nodig kunt u de deuren richten (zie paragraaf “Richten van de deuren”).❒Monteer het plastic beschermdopje weer op het onderscharnier.Indien nodig kunnen de deuren gericht worden. U doet dat door het scharnier zijdelingste verplaatsen (Fig. 10).Richten van deurenFig. 10
37Beschrijving van het apparaat(verschillende modellen)ThermostaatknopBoter/kaas- vakjes met klepjeDeurvakkenFlessenrekGroente/FruitladenLegvlakkenTypeplaatje (bevindt zich in de koelkast)Lade/korf voor diepvriesprodukten (bewaren en invriezen)Lade/korf voor diepvriesprodukten (alleen bewaren)Laadje voor kleine vruchten (niet in alle modellen)Hier kunnen kleine vruchten vooringevroren worden zonder dat ze hun vorm verlie-zen. Vervolgens worden de vruchten in kleinere porties verdeeld, verpakt en inge-vroren en in andere laden bewaard. In dit laadje voor kleine vruchten kunnen ook ijs-laadjes voor ijsblokjes geplaatst worden en diepvriesprodukten van kleine omvang,zoals kruiden e.d.Fig. 11 (met no-frost mechanisme) Fig. 12 (zonder no-frost mechanisme)12345678910
38Voor de ingebruiknemingDit apparaat heeft, net als alle nieuwe toestellen, een karakteristiek “luchtje”. Reinig daar-om de binnenkant en alle accessoires (zie hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”).De thermostaatknop (Fig. 13/A) dient tevens als START/STOP-toets. U kunt kiezen uit 7standen, van “0” tot “6”. De door u gekozen stand wordt aangegeven door de markeringdie zich boven op het thermostaatdoosje bevindt (Fig. 13/pijl).Stand “O” betekent: STOPDraai op “1”: de binnenverlichting gaat branden, de compressor schakelt in enblijft vanaf dat moment automatisch draaien.Stand “1” betekent: max. binnentemperatuur (min. koud)Stand “6” betekent: min. binnentemperatuur (max. koud)❒Steek de steker in de contactdoos.❒Draai de thermostaatknop eerst op een middenstand (“3” of “4”).
De binnenverlich-ting gaat branden, de compressor schakelt in en blijft vanaf dat moment automatischdraaien.N.B.: De binnentemperatuur is afhankelijk van de volgende factoren:– omgevingstemperatuur:– hoeveelheid bewaard voedsel;– hoe vaak en hoe lang u de deuren opent.❒Wenst u een hogere of een lagere temperatuur, draai dan de thermostaatknop naareen minder koude of naar een koudere stand.Belangrijk!Bij zeer hoge omgevingstemperatuur ( bijv. warme zomerdagen) kan het voorkomen datde thermostaatknop op de koudste stand gedraaid wordt, waardoor de compressor on-onderbroken blijft draaien. Wanneer de omgevingstemperatuur erg hoog is, draait decompressor onafgebroken om de temperatuur in het apparaat laag te houden. Automati-Ingebruikneming - TemperatuurregelingFig. 13
39sche ontdooiing van de koelruimte kan dan niet plaatsvinden (zie hoofdstuk “Ontdooiing”),waardoor er zich aanzienlijk meer rijp op de achterwand van de koelkast vormt. Mocht dit gebeuren, draai dan de knop op een minder koude stand (stand “3” of “4”). Opdeze wijze regelt u de werking van de compressor, zodat ontdooiing van de koelruimteweer automatisch kan plaatsvinden. Temperatuurregeling bij een omgevingstemperatuur beneden +16°CIndien de temperatuur in het vertrek waarin zich het apparaat bevindt onder +16°C daalt,dient u de klimaatschakelaar in te drukken (Fig. 13/B). Het rode controlelampje licht op. Opdeze wijze werkt de compressor gedurende langere tijden, zodat ook bij een lage omgevings-temperatuur de bewaartemperatuur –18°C in de vriesruimte behouden kan worden. Belangrijk. Indien de omgevingstemperatuur weer boven +16°C stijgt, dient u de klimaatschakelaar(Fig.
13/B) uit te schakelen; dit voorkomt onnodig energieverbruik. Het rode controle-lampje dooft. ❒Om het apparaat uit te schakelen draait u de thermostaatknop op stand “O”Tijdelijk buiten gebruik stelling❒Draai de thermostaatknop op de “O” stand en neem de steker uit de contactdoos ofschakel de veiligheidszekering uit of draai deze los. ❒Maak het apparaat van binnen goed schoon (zie hoofdstuk “Reiniging en onderhoud”). ❒Laat de deuren op een kier staan om het ontstaan van onaagename luchtjes te voorkomen. Platen/rekkenHet apparaat is voorzien van glazen of kunststof platen of rekken, al naar gelang het model. Modellen met glazen platen❒Schuif altijd een plaat in de onderste geleiders direct boven de groente/fruitbakken enverplaats deze plaat niet meer. Hierdoor blijven groente en fruit langer vers.
40Erg hoge verpakkingen❒Verwijder het voorste deel van de halve glazen plaat en plaats het ergens anders(Fig. 14). Hierdoor wint u ruimte, waardoor u hoge verpakkingen op de onderstaandeplaat kunt zetten.Modellen met kunststofplaten❒Schuif altijd een plaat in de onderste geleiders direct boven de groente/fruitbakken enverplaats deze plaat niet meer. Hierdoor blijven groente en fruit langer vers.De andere platen kunnen op verschillende hoogten geplaatst worden:❒Trek de plaat naar voren totdat hij kantelt en verwijderd kan worden.❒Plaats de plaat op een andere hoogte door in omgekeerde volgorde te werk te gaan.Modellen met rekken❒Schuif altijd een rek in de onderste geleiders direct boven de groente/fruitbakken enverplaats dit rek niet meer.
Hierdoor blijven groente en fruit langer vers.De andere rekken kunnen op verschillende hoogten geplaatst worden:❒Trek het rek naar voren totdat het kantelt en verwijderd kan worden.❒Plaats het rek op een andere hoogte door in omgekeerde volgorde te werk te gaan.Fig. 14
41Variabile deurinrichtingNaar wens kunnen de deurrekken op een andere hoogte worden geplaatst of worden verwij-derd (Fig. 15).Levensmiddelensymbolen / kalenderkaart(niet in alle modellen)Op de voorkant van de laden of de korven zijn symbolen voor enkele levensmiddelenaangebracht (Fig. 16). De cijfers geven aan hoeveel maanden u de verschillende levens-middelen kunt bewaren. U kunt de hogere of de lagere waarde toepassen al naar gelangde kwaliteit en de voorbereiding voor het invriezen van de levensmiddelen. Voor erg vetvoedsel geldt altijd de laagste waarde.Bij sommige modellen worden markeerplaatjes geleverd die u op de voorkant van de la-den/korven kunt aanbrengen. Op deze wijze weet u welke levensmiddelen er in de la-de/korf bewaard worden (Fig. 16).Fig. 15Fig. 16Binnenaccessoires
42Rangschikking van de levensmiddelenOm natuurkundige redenen vormen zich in de koelruimte zones met verschillende tem-peratuur. Het koudste is de onderste plaat boven de groente/fruitbakken. Hogere platenen deurrekken zijn het minst koud. Hieronder volgt een voorbeeld hoe de verschillendelevensmiddelen het best gerangschikt kunnen worden (Fig. 17).Tip: Dek alle levensmiddelen goed af of verpak ze voordat u ze in de koelruimte plaatst.Hierdoor voorkomt u dat ze uitdrogen of dat geur en smaak naar andere levensmiddelenoverslaan.Het volgende materiaal is geschikt:– polyethylene zakjes of folie;– kunststofdozen met deksel;– speciale plastic mutsjes met elastiek– aluminiumfolieFig. 17
43Invriezen van levensmiddelenPas op. – De temperatuur in de vriesruimte dient –18°C of lager te zijn voordat u kunt overgaan tothet invriezen van levensmiddelen. Controleer de temperatuur met een thermometer. – Houd u bij het invriezen aan de hoeveelheid die op het typeplaatje aangegeven staat. Die hoeveelheid betreft de max. hoeveelheid verse levensmiddelen die in 24 uur inge-vroren kan worden. Als u verschillende dagen achter elkaar wilt invriezen, neemt uslechts 2/3 tot 3/4 van deze hoeveelheid. – Eenmaal ontdooide levensmiddelen kunnen niet meer ingevroren worden, tenzij zeeerst gekookt worden. ❒Indien u voedsel sneller wilt invriezen of indien u de max. hoeveelheid wilt invriezen,dan dient u de thermostaatknop op een koudere stand te draaien (stand “5” of “6”). Denk er wel om dat dan ook de temperatuur in de koelruimte daalt. Belangrijk.
Indien u voor het invriezen de knop op de koudste stand gezet hebt,dient u hem na ca. 24 uur (ook eerder als het om een kleine hoeveelheid in te vriezenlevensmiddelen gaat) terug te draaien naar een minder koude stand; doet u dat niet,dan daalt de temperatuur in de koelruimte te veel. ❒Pak alle levensmiddelen luchtdicht in voordat u ze in de vriesruimte plaatst. Hierdoorvoorkomt u dat ze uitdrogen, geur en smaak verliezen of deze aan andere levensmid-delen afstaan. Pas op. Raak ingevroren levensmiddelen nooit met natte handen aan. Uw huid zoueraan vast kunnen vriezen. ❒Plaats de in te vriezen levensmiddelen in de speciaal daarvoor bestemde lade/korf(zie ook hoofdstuk “Beschrijving van het apparaat”/Fig. 11 en Fig. 12). Voor invriezen zijn bestemd:– de onderste korf bij apparaten met no-frost mechanisme;– de bovenste lade bij apparaten zonder no-frost mechanisme.
Tips voor het invriezenHet volgende materiaal is geschikt voor invriezen:– polyethylene zakjes of thermische folie;– thermische kunststofdozen;– dik aluminiumfolie. Sluit zakjes of folie met plastic knijpers, elastiekjes of plakband. Zorg ervoor dat er geen luchtin de verpakkingen blijft zitten; daardoor zouden de levensmiddelen kunnen uitdrogen. Vries kleine hoeveelheden tegelijk in; het invriezen gaat dan sneller. Vul dozen met vloeibare of romige levensmiddelen niet tot de rand vol, aangezien vloei-stoffen bij het invriezen uitzetten. Aanwijzing voor onderzoekinstantiesStapelschema's voor het vaststellen van de invrieskapaciteit resp. opwarmtijd kunnenrechtstreeks bij de fabrikant worden opgevraagd.
44Bewaren van diepvriesproduktenPas op. Voordat u voor de eerste keer diepvriesprodukten in de vriesruimte legt, dient detemperatuur van –18°C in de vriesruimte bereikt te zijn. Controleer de temperatuur in devriesruimte met een thermometer. Plaats alleen goed verpakte diepvriesprodukten in het vak; zo voorkomt u dat de levensmid-delen uitdrogen, hun geur of smaak verliezen of deze aan andere levensmiddelen afstaan. Overschrijd nooit de bewaardatum die door de fabrikant van de diepvriesprodukten opde verpakking is aangegeven. Tip: Leg de diepvriesprodukten zo mogelijk soort bij soort in de laden/korven. Bij sommigemodellen worden markeerplaatjes geleverd die u op de voorkant van de laden/korven kuntaanbrengen. Bevestig het markeerplaatje van de in de lade/korf aanwezige levensmiddelenop het betreffende symbool (zie hoofdstuk “Levensmiddelensymbolen /kalenderkaart”).
Hetzoeken gaat sneller en de deur blijft korter openstaan, waardoor u ook energie spaart. ❒Vul voor het maken van ijsblokjes het ijslaadje voor driekwart met koud water enplaats het in een van de laden of korven. ❒Om de blokjes uit het laadje te laten vallen, dient u dit slechts een beetje te verwrin-gen of even onder stromend water te houden. Pas op. Gebruik geen scherpe voorwerpen om het eventueel vastgevroren laatje los tewrikken, maar een lepelsteel of soortgelijk voorwerp. Automatische ontdooing van de koelruimteAls de compressor loopt vormt zich op de achterwand van de koelruimte een rijplaag. Deze laag wordt automatisch verwijderd, wanneer de compressor stilstaat. Het dooiwater wordt in een gootje in de achterwand van de koelruimte opgevangen envia een afvoeropening naar een verzamelbak boven de compressor gevoerd, alwaar hetverdampt.
45Apparaat zonder no-frost mechanismeIn apparaten zonder no-frost mechanisme slaat het vocht dat ontstaat tijdens de werking vanhet apparaat en tijdens het openen van de deur neer. Daardoor vormt zich in de vriesruimteeen rijplaag. Deze dient regelmatig verwijderd te worden met behulp van de specialekunststof schraper die bij het apparaat geleverd wordt. Gebruik geen metalen voorwer-pen om de rijplaag te verwijderen.Een dikke rijplaag in de vriesruimte betekent een hoger energie verbruik. Ontdooi daaromminstens éénmaal per jaar, resp. als zich een rijplaag van ca. 4 mm gevormd heeft, devriesruimte. Dit kunt u het beste doen, wanneer de vriesruimte leeg of slechts voor eenklein deel gevuld is.Pas op!
Raak diepvriesprodukten niet met natte handen aan; uw handen zouden eraankunnen vastvriezen.❒Verwijder de diepvriesprodukten, wikkel ze in enkele lagen krantenpapier en bewaarze op een koele plaats.❒Schakel het apparaat uit en haal de steker uit de contactdoos of schakel de veilig-heidszekering uit of draai deze los.❒Laat de deur van de vriesruimte openstaan.❒Steek de kunststofschraper in de opening onder de vriesruimte en plaats daar eenschaaltje of teiltje onder (Fig. 18).❒Reinig na het ontdooien de binnenkant en de binnenaccessoires (zie hoofdstuk “Rei-niging en onderhoud”).Tip: U kunt het ontdooiproces versnellen door een pan met heet water in de vriesruimtete plaatsen en de deur dicht te doen. Tevens kunt u ijs dat zich van de wand heeft losge-maakt verwijderen voordat het helemaal gesmolten is.Pas op! Gebruik geen elektrische verwarmingsapparaten o.d. om het dooiproces teversnellen.
46Reiniging en onderhoudOm hygiënische redenen dient u de binnenruimte van het apparaat en alle accessoiresregelmatig te reinigen.Pas op!– Bepaalde chemische stoffen tasten de kunststofonderdelen aan. Deze chemischestoffen bevinden zich zowel in levensmiddelen (bijv. sap van citroen- of sinaasappel-schillen, boterzuur) als ook in schoonmaakmiddelen die azijnzuur bevatten.
Zorg erdus voor dat kunststofonderdelen niet met deze stoffen in aanraking komen.– Gebruik voor het reinigen geen krassende schoonmaakmiddelen.❒Verwijder de levensmiddelen uit de koel-en vriesruimte, wikkel ze in enkele lagenkrantenpapier en bewaar ze op een koele plaats.❒Schakel het apparaat uit en haal de steker uit de contactdoos of schakel de veilig-heidszekering uit of draai deze los.❒Alleen voor apparaten zonder no-frost mechanisme: ontdooi de vriesruimte voor umet reinigen begint (zie hoofdstuk “Ontdooiing”).❒Reinig de binnenkant van het apparaat en de accessoires met een doekje en lauwwater. U kunt eventueel een kleine hoeveelheid gewoon afwasmiddel toevoegen. Lapmet schoon water na en droog de binnenkant van het apparaat zorgvuldig.❒Let erop dat de afvoeropening van het dooiwateropvanggootje in de achterwand vande koelruimte (Fig. 19) altijd vrij is.
Bij verstopping dient u de afvoeropening met hetspeciaal voor dat doel geleverde staafje schoon te maken.❒Schakel het apparaat weer in, nadat u het goed afgedroogd heeft.Pas op!– Maak het apparaat spanningsvrij voordat u met het reinigen begint. Ontladings-gevaar! Schakel het apparaat uit en haal de steker uit de contactdoos of schakelde veiligheidszekering uit of draai deze los.– Om veiligheidsredenen mag het apparaat nooit met stoomstralen gereinigd wor-den. De elektrische onderdelen zouden nat kunnen worden en de kunststofon-derdelen zouden door de stoom schade op kunnen lopen.– Droog het apparaat zorgvuldig voor u het weer in gebruik neemt.Fig. 19
47❒Reinig éénmaal per jaar de condensor aan de achterkant van het apparaat. Gebruik hier-voor een zachte borstel of de stofzuiger. Ga voorzichtig te werk. N. B. : Een met stof bedekte condensor beïnvloedt nadelig de goede werking van het ap-paraat en verhoogt zodoende het energieverbruik. ❒Plaats het apparaat uit de buurt van het fornuis, de verwarming of andere warmte-bronnen. Bij een hoge omgevingstemperatuur draait de compressor vaker en langer. ❒Zorg dat het apparaat goed geventileerd is. Houdt de ventilatie-openingen vrij. ❒Laat het voedsel afkoelen, voordat u het in het apparaat plaatst. ❒Plaatst levensmiddelen die u wilt ontdooien in de koelruimte. De kou van de diep-vriesprodukten kan dan gebruikt worden om de koelruimte koud te houden. ❒Open de deuren zo weinig en zo kort mogelijk. ❒Draai de thermostaat niet op een lagere temperatuur dan noodzakelijk is.
❒Houd de condensor aan de achterwand van het apparaat schoon. Kleine storingen kunt u vaak zelf verhelpen; lees daarvoor aandachtig de aanwijzingendie hier gegeven worden. Mocht, nadat u alle controles uitgevoerd heeft, de storing blij-ven voortbestaan, wendt u zich dan tot de klantenservice. Tips voor een zuinig energieverbruikStoringen die u zelf kunt verhelpenPas op. Reparaties dienen uitsluitend door deskundig personeel uitgevoerd te worden. Door niet-deskundig personeel uitgevoerde reparaties kunnen de gebruiker veel schadetoebrengen. Wend u zich voor reparaties tot uw leverancier of tot de klantenservice. Storingen Mogelijke oorzaken en oplossingenHet apparaat doet het niet – Het apparaat is niet ingeschakeld. – De steker zit niet of niet goed in de contactdoos. – De contactdoos is defect. Controleer de doos door ereen tafellamp op aan te sluiten.
– De deur heeft te lang opengestaan of er zijn gedurendehet laatste etmaal grote hoeveelheden levensmiddeleningeplaatst. Draai de thermostaatknop tijdelijk op eenkoudere stand. Vergeet niet hem na enige tijd weer te-rug te draaien naar de oude stand. – Het apparaat staat in de buurt van een warmtebron (ziehoofdstuk “Plaatsing”). Reiniging en onderhoud.
48Het apparaat koelt te veel – De temperatuur is te laag ingesteld. Draai de thermo-staat op een minder koude stand.Na ingebruikneming of na de temperatuur veranderd te hebben, begint de compressor niet dadelijk te draaien.– Dit is normaal; er is geen sprake van storing. Na enigetijd begint de compressor weer te draaien.De compressor loopt onderbroken.– Misschien staat de temperatuur op een te koude stand.Mocht de omgevingstemperatuur echter erg hoog zijn,dan blijft de compressor onderbroken lopen (zie hoofd-stuk “Ingebruikneming – Temperatuurregeling”).Aanzienlijke rijpvorming in het apparaat, eventueel ook op de rubbersponning van de deur.– De sponning sluit niet hermetisch (dat kan gebeuren na-dat u de deurrichting heeft gewijzigd). Oplossing: ver-warm de sponning voorzichtig op de juiste plekken meteen haardroger (temperatuur niet hoger dan ca.
50°C).Moduleer tegelijkertijd de sponning met uw handen tot-dat hij weer volkomen aansluit.Water in de koelruimte – De afvoeropening voor het dooiwater is verstopt. Maakde opening schoon (zie hoofdstuk “Reiniging en onder-houd”).Vreemde geluiden – Het apparaat staat niet waterpas. Plaats het waterpasmet behulp van de verstelbare voetjes.– Enkele binnenaccessoires (fruit/groentelaadje, deurvak-ken, platen) zijn niet goed geplaatst. Controleer even.– Het apparaat staat tegen de muur aan. Schuif het enig-zins naar voren of verplaats het.– Een onderdeel aan de achterwand van het apparaat,bijv. een buis, komt in aanraking met een ander onder-deel van het apparaat of met de muur. Buig het onder-deel voorzichtig, zodat het vrij komt te liggen.Storingen Mogelijke oorzaken en oplossingen
49Vervanging van de binnenverlichtingAls de gloeilamp defekt is kunt u deze gemakkelijk zelf vervangen. Het lampje (Fig. 20/A)is bereikbaar via de onderzijde van de thermostaatdoos.Technische gegevens van het lampje: 220-240 V, 15 W max., beschermkap E 14Als u de storing met behulp van deze gebruiksaanwijzingen niet kunt verhelpen, wend uzich dan tot uw leverancier of tot de klantenservice.Wanneer u de klantenservice inroept, zorg dan dat u de volgende gegevens bij de handhebt. Dit spaart u tijd en onkosten.Modelaanduiding . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Produktn° (E-Nr.) . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Serien (F-Nr.). . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . °Deze gegevens vindt u op het typeplaatje links op de binnenzijde van de koelruimte.
Omhet u gemakkelijker te maken, raden wij u aan ze hierboven op te schrijven.N.B.: Klanten betalen voor onnodig monteursbezoek van de klantenservice, ook tijdensde garantietermijn.Pas op! Ontladingsgevaar. Haal de steker uit de contactdoos of schakel de veilig-heidszekering uit of draai deze los, voordat u het lampje vervangt.Fig. 20Klantenservice
50Normale geluiden van een ingeschakeld apparaatDe volgende geluiden zijn kenmerkend voor koelapparaten:Klik U hoort een klik wanneer de compressor begint te draaien ofwanneer hij stopt.Gezoem U hoort gezoem wanneer de compressor draait.Gekletter/geborrel Wanneer het koelmiddel door dunne buizen vloeit, hoort u geklet-ter of geborrel. Ook nadat de compressor tot stilstand gekomenis, blijft het geluid nog enige ogenblikken hoorbaar.Geritsel Bij apparaten met een no-frost mechanisme zorgt een ventilatorvoor een luchtstroom. Vandaar dat u een zacht geritsel hoort.Dit apparaat is bedoeld voor huishoudelijk gebruik en is gefabriceerd volgens de voordeze apparaten geldende normen.
51Technische termenKoelmiddel Vloeistoffen die gebruikt worden om koude op te wekken wordenkoelmiddelen genoemd. Zij hebben een laag kookpunt; zo laag datde warmte die de levensmiddelen in de koelruimte uitstralen voldoen-de is om het koelmiddel aan de kook te brengen, waarop verdampingvolgt.Koude kringloop Het gesloten systeem waarin zich het koelmiddel bevindt. De belang-rijkste onderdelen van de koude kringloop zijn: verdamper, compres-sor, condensator en buizen.Verdamper In de verdamper verdampt het koelmiddel. Net als alle andere vloei-stoffen heeft ook het koelmiddel warmte nodig om te kunnen verdam-pen. Deze warmte wordt onttrokken aan de binnenruimte van het ap-paraat, dat daardoor afkoelt. Daarom bevindt de verdamper zich in debinnenruimte van het apparaat of, onzichtbaar, direkt achter de bin-nenwand.Compressor De compressor ziet eruit als een klein vaatje.
Hij loopt op een inge-bouwde motor. De compressor bevindt zich in de sokkel aan de ach-terkant van het apparaat. De compressor neemt het verdampte koel-middel uit de verdamper op, perst het samen en vervoert het vervol-gens naar de condensor.Condensor De condensor ziet er over het algemeen uit als een rooster. De con-densor brengt het koelmiddel weer tot een vloeibare staat terug, na-dat het in de compressor samengeperst is. Tijdens dit proces komt erwarmte vrij dat zich via het oppervlak van de compressor in de ruimteverspreidt. Daarom bevindt de condensor zich meestal op de achter-wand van het apparaat.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met AEG Santo 2492-4KG stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Koelkast AEG
Handleiding Koelkast
Nieuwste handleidingen voor Koelkast