AEG PI7000S60 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van AEG PI7000S60 (248 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 7 reviews. Heb je een vraag over AEG PI7000S60 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | AEG |
| Categorie: | Fornuis |
| Model: | PI7000S60 |
Handleiding AEG PI7000S60 – volledige tekst
Welkom bij AEG. Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebtgekozen. Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, informatie metbetrekking tot service en reparatie:www. aeg. com/supportWijzigingen voorbehouden. INHOUDSOPGAVE1. VEILIGHEIDSINFORMATIE. 742. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN. 763. INSTALLATIE. 794. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT. 825. VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIK. 836. DAGELIJKS GEBRUIK. 847. EXTRA FUNCTIES. 888. AANWIJZINGEN EN TIPS. 909. ONDERHOUD EN REINIGING. 9310. PROBLEEMOPLOSSING. 9311. TECHNISCHE GEGEVENS. 9612. ENERGIEZUINIGHEID. 9713. MILIEUBESCHERMING. 971. VEILIGHEIDSINFORMATIELees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatieen gebruik van het apparaat. De fabrikant is nietverantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeituit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik.
Bewaar deinstructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voortoekomstig gebruik. 1. 1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen• Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaaren ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk,zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aanervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan ofinstructies hebben gekregen over het veilig gebruiken vanhet apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderenjonger dan 8 jaar en personen met zware en complexe74 NEDERLANDS.
beperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat teworden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezichtstaan.• Houd toezicht op kinderen, om te voorkomen dat zij gaanspelen met het apparaat.• Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi hetop passende wijze weg.• WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijkeonderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik.
Houdkinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdenshet gebruik en bij het afkoelen.• Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit teworden geactiveerd.• Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- enonderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.1.2 Algemene veiligheid• Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken.• Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijkgebruik.• Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers,bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en anderesoortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de(gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus nietoverschrijdt.• WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijkeonderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik.
U dientte voorkomen de verwarmingselementen aan te raken.• WAARSCHUWING: Onbewaakt koken op een kookplaatmet vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden.• Rook is een indicatie van oververhitting. Gebruik nooitwater om het kookvuur te blussen. Schakel het apparaat uiten bedek de vlammen met bijv. een branddeken of deksel.• WAARSCHUWING: Het apparaat mag niet van stroomworden voorzien door een extern schakelapparaat, zoalseen tijdklok, of aangesloten worden op een circuit dat doorNEDERLANDS 75
het elektriciteitsbedrijf regelmatig aan en uit wordtgeschakeld.• OPGELET: Tijdens het kookproces moet u in de buurtblijven (zelfs bij de automatische kookfuncties). Een kortkookproces moet voortdurend bewaakt worden.• WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geenvoorwerpen op de kookoppervlakken.• Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels endeksels mogen niet op het oppervlak van de kookplaatworden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.• Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwdeconstructie installeert.• Gebruik geen waterstralen en stoom om het apparaat tereinigen.• Schakel het kookplaatelement na elk gebruik uit met debedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector.• WAARSCHUWING: Als het oppervlak gebarsten is, schakelhet apparaat dan uit om de kans op elektrische schokken tevermijden.
In het geval het apparaat rechtstreeks op destroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert ude zekering om het apparaat van de stroom te halen. Neemaltijd contact op met de erkende servicedienst.• Indien het netsnoer beschadigd is, moet het wordenvervangen door de fabrikant, een erkende service ofvergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar tevoorkomen.• WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermersdie door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpenof door de fabrikant van het apparaat in degebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven ofkookplaatbeschermers die in het apparaat zijngeïntegreerd. Het gebruik van ongeschiktekookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken.2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN76 NEDERLANDS
• Controleer of er een aardlekschakelaar isgeïnstalleerd. • Gebruik de trekontlastingsklem op dekabel. • Zorg ervoor dat de stroomkabel of stekker(indien van toepassing) het hete apparaatof heet kookgerei niet aanraakt als je hetapparaat op een nabijgelegen contactdoosaansluit. • Gebruik geen adapters met meerderestekkers en verlengkabels. • Zorg ervoor dat je de stekker (indien vantoepassing) of het netsnoer nietbeschadigt. Neem contact op met onserkende servicecentrum of een elektricienom een beschadigde stroomkabel tevervangen. • De schokbescherming van delen onderstroom en geïsoleerde delen moet op zo'nmanier worden bevestigd dat het nietzonder gereedschap kan wordenverplaatst. • Steek de stekker pas in het stopcontactals de installatie is voltooid. Zorg ervoordat het netsnoer na installatie bereikbaaris. • Als het stopcontact los zit, mag u destekker niet in het stopcontact steken.
• Trek niet aan het netsnoer om hetapparaat los te koppelen. Trek altijd aande stekker. • Gebruik enkel correcteisolatievoorzieningen:stroomonderbrekers, zekeringen(schroefzekeringen moeten uit de houderworden verwijderd), aardlekschakelaarsen contactgevers. • De elektrische installatie moet eenisolatieapparaat bevatten waardoor hetapparaat volledig van het lichtnetafgesloten kan worden. Hetisolatieapparaat moet een contactopeninghebben met een minimale breedte van 3mm. • Als de E3-code op het scherm verschijnt,koppelt u de kookplaat onmiddellijk los encontroleert u of de elektrische aansluitingen de netspanning correct zijn. 2. 3 GebruikWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel, brandwonden ofelektrische schokken. • De specificatie van dit apparaat nietwijzigen. • Verwijder voor het eerste gebruik alleverpakkingsmaterialen, etiketten enbeschermfolie (indien van toepassing).
• Zorg ervoor dat de ventilatieopeningenniet geblokkeerd worden. • Laat het apparaat tijdens de werking nietonbeheerd achter. • Zet de kookzone op "uit" na ieder gebruik. • Plaats geen bestek of deksels vansteelpannen op de kookzones. Ze kunnenheet worden. • Gebruik het apparaat niet met nattehanden of als het contact maakt metwater. • Gebruik het apparaat niet als werkblad ofals opslagoppervlak. • Als het oppervlak van het apparaatgebarsten is, koppel het apparaat danonmiddellijk los van de stroomtoevoer. Ditdient om een elektrische schok tevoorkomen. • Gebruikers met een pacemaker moeteneen afstand van minimaal 30 cmaanhouden tot de inductiekookzones alshet apparaat in werking is. • Als u voedsel in hete olie plaatst, kan hetspatten. • Gebruik geen aluminiumfolie of anderematerialen tussen het kookoppervlak enhet kookgerei, tenzij anders aangegevendoor de fabrikant van dit apparaat.
• Wanneer ze verwarmd worden, kunnenvetten en oliën ontvlambare dampenafgeven. Houd open vuur of verwarmdevoorwerpen uit de buurt van vetten enoliën wanneer u ermee kookt. • De dampen die boven erg hete olieontstaan kunnen spontaan ontbranden. • Gebruikte olie, die voedselresten kanbevatten, kan ontbranden bij een lageretemperatuur dan olie die voor de eerstekeer wordt gebruikt. • Plaats geen ontvlambare producten ofartikelen die vochtig zijn met ontvlambareproducten in, bij of op het apparaat. WAARSCHUWING. Risico op schade aan het apparaat. • Laat geen heet kookgerei op hetbedieningspaneel staan. • Leg geen hete deksel op het glazenoppervlak van de kookplaat. • Laat kookgerei niet droogkoken. • Zorg ervoor dat je geen voorwerpen ofkookgerei op het apparaat laat vallen. Hetoppervlak kan beschadigd raken.
2. 4 Onderhoud en reiniging• Reinig het apparaat regelmatig om tevoorkomen dat het materiaal van hetoppervlak achteruitgaat. • Schakel het apparaat uit en laat hetafkoelen voordat u het schoonmaakt. • Reinig het apparaat met een vochtige,zachte doek. Gebruik alleen neutraleschoonmaakmiddelen. Gebruik geenschurende producten, schuursponsjes,oplosmiddelen of metalen voorwerpen,tenzij anders aangegeven. 2. 5 Service• Neem contact op met de erkendeservicedienst voor reparatie van hetapparaat. Gebruik alleen originelereserveonderdelen. • Met betrekking tot de lamp(en) in ditproduct en reservelampen die afzonderlijkworden verkocht: Deze lampen zijnbedoeld om bestand te zijn tegen extremefysieke omstandigheden in huishoudelijkeapparaten, zoals temperatuur, trillingen,vochtigheid, of zijn bedoeld om informatiete geven over de operationele status vanhet apparaat.
Ze zijn niet bedoeld voorgebruik in andere toepassingen en zijnniet geschikt voor verlichting inhuishoudelijke ruimten. 2. 6 VerwijderingWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel of verstikking. • Neem contact op met uw plaatselijkeoverheid voor informatie over het afvoerenvan het apparaat. • Haal de stekker uit het stopcontact. • Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat afen gooi het weg. 3. INSTALLATIEWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 3. 1 Voor montageVoordat u de kookplaat installeert, dient u deonderstaande informatie van het typeplaatjete noteren. Het typeplaatje bevindt zichonderop de kookplaat. Serienummer. 3. 2 Ingebouwde kookplatenInbouwkookplaten mogen alleen wordengebruikt nadat zij ingebouwd zijn in geschikteinbouwunits of werkbladen die aan denormen voldoen. 3.
3 Aansluitsnoer• De kookplaat wordt geleverd met eenaansluitkabel• Gebruik als vervanging van hetbeschadigde netsnoer het volgendesnoertype: H05V2V2-F die bestand istegen een temperatuur van 90 °C ofhoger. Een enkele draad moet eenminimale doorsnede hebben volgens deonderstaande tabel.
Neem contact op metonze serviceafdeling. Het vervangen vande verbindingskabel mag alleen wordengedaan door een gekwalificeerdeelektricien. WAARSCHUWING. Alle elektrische aansluitingen moetendoor een gekwalificeerde elektricienworden aangelegd. LET OP. Aansluitingen via contactpluggen zijnverboden. LET OP. Boor of soldeer de draaduiteinden niet. Het is verboden. LET OP. Sluit de kabel niet aan zonder de hulsvoor het kabeluiteinde. NEDERLANDS 79.
Eenfasige aansluiting1. Verwijder de huls voor het kabeluiteindevan de zwarte, bruine en blauwe draden. 2. Verwijder een deel van de isolatie van debruine, zwarte en blauwe kabeluiteinden. 3. Sluit de uiteinden van zwarte en bruinekabels aan. 4. Breng een nieuwe draadeindhuls aan ophet uiteinde van de gedeelde draad(speciaal gereedschap vereist). 5. Sluit de uiteinden van twee blauwe kabelsaan. 6. Breng een nieuwe draadeindhuls aan ophet uiteinde van de gedeelde draad(speciaal gereedschap vereist). Tweefasige aansluiting1. Verwijder de kabeleindhuls van deblauwe draden. 2. Verwijder een deel van de isolatie van deblauwe kabeluiteinden. 3. Sluit de uiteinden van twee blauwe kabelsaan. 4. Breng een nieuwe kabeleindhuls aan ophet gemeenschappelijke kabeluiteinde(speciaal gereedschap vereist).
NL1NL220-240 V~220-240 V~ 400V2N~L2NNL1L2 220 - 240 V~Tweefasige aansluiting: 400 V2N~ Eenfasige aansluiting: 220 -240 V~5x1,5 mm² 5x1,5 mm² of 4x2,5 mm² 5x1,5 mm² of 3x4 mm²Groen - geel Groen - geel Groen - geelN Blauw en blauw N Blauw en blauw N Blauw en blauwL1 Zwart L1 Zwart L Zwart en bruinL2 Bruin L2 Bruin 3. 4 De afdichting bevestigen -Geïntegreerde installatie1. Reinig de sponningen in het werkblad. 2. Snijd de meegeleverde 3x10 mmafdichtingsstreep in vier strepen. Destrepen moeten dezelfde lengte hebbenals de sponningen. 3. Knip de uiteinden van de strepen in eenhoek van 45°. Ze moeten nauwkeurig inde hoeken van de sponningen passen. 4. Bevestig de strepen aan de rabbels. Rekde strippen niet uit. Plak de uiteinden vande strippen niet over elkaar heen. Dicht na plaatsing van de kookplaat de kiertussen het werkblad en het glaskeramiek metsiliconenkit.
Zorg ervoor dat de siliconen nietonder het glaskeramiek komen. 3. 5 De afdichting bevestigen -Installatie aan bovenkant1. Reinig het werkblad rond het uitgesnedengebied. 2. Bevestig de meegeleverde 2x6 mmafdichtstrip tegen de onderrand van dekookplaat langs de buitenrand van dekeramische plaat. Rek het niet uit.
www.youtube.com/electroluxwww.youtube.com/aegHow to install your AEG induction hob flush installation4. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT4.1 Indeling van het kookoppervlak121111Inductie kookzone2BedieningspaneelRaadpleeg ‘Technische gegevens’ voorgedetailleerde informatie over de matenvan de kookzones.4.2 Indeling bedieningspaneel5 6 7 8101112349Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen. De displays, indicatielampjes en geluidentonen welke functies worden gebruikt.Het antikrasglasoppervlak heeft een unieke afwerkingstextuur die de manier waarop symbolenen elementen van het bedieningspaneel verschijnen in verschillende lichtomstandigheden kanveranderen.Tip‐toetsFunctie Omschrijving1Aan / Uit Het apparaat in- en uitschakelen.2Pauze De functie in- en uitschakelen.82 NEDERLANDS
Tip‐toetsFunctie Omschrijving3Timer De functie instellen.4 / - De tijd verlengen of verkorten.5- Timerdisplay De tijd in minuten weergeven.6SenseBoil® SenseBoil®. Om de temperatuur van het water automa‐tisch aan te passen, zodat het niet kookt zodra hetkookpunt is bereikt.7Bridge De functie in- en uitschakelen.8Hob²Hood De handmatige modus van functie in- en uitschakelen.9- Bedieningsstrip Het instellen van de kookstand.10PowerBoost Het inschakelen van de functie.11Blokkering / Kinderbeveiligingsin‐richtingHet bedieningspaneel vergrendelen/ontgrendelen.4.3 Indicatielampjes op de displayIndicatielampje Omschrijving + cijferEr is een storing. / / OptiHeat Control (3 stappen Restwarmte-indicator): doorgaan met koken/warm hou‐den/restwarmte.5.
VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIKWAARSCHUWING!Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.5.1 EnergiebeperkingEnergiebeperking bepaalt hoeveel stroom dekookplaat in totaal gebruikt, binnen degrenzen van de zekeringscapacitiet van dehuisinstallatie.De kookplaat is standaard op het hoogstmogelijke vermogensniveau ingesteld.Om het vermogensniveau te verlagen ofverhogen:1. Open het menu: houd 3 secondeningedrukt. Houd vervolgens ingedrukt.2. Druk op de timer aan de voorzijde tot verschijnt.3. Druk op / op de timer aan devoorkant om het vermogensniveau in testellen.4. Druk op om af te sluiten.VermogensniveausZie het hoofdstuk 'Technische gegevens'.LET OP!Zorg ervoor dat het gekozen vermogenaansluit op de zekeringenkast in huis.NEDERLANDS 83
LET OP. Als het vermogen lager is dan of gelijk isaan 2000 W, kunt u SenseBoil® nietactiveren. • P73 — 7350 W• P15 — 1500 W• P20 — 2000 W• P25 — 2500 W• P30 — 3000 W• P35 — 3500 W• P40 — 4000 W• P45 — 4500 W• P50 — 5000 W• P60 — 6000 W6. DAGELIJKS GEBRUIKWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 6. 1 In- en uitschakelenHoud ingedrukt om de kookplaat in of uitte schakelen. 6. 2 PandetectieDeze functie geeft de aanwezigheid vankookgerei op de kookplaat aan en schakeltde kookzones uit als er tijdens eenkooksessie geen kookgerei wordtgedetecteerd. Als je kookgerei op een kookzone plaatstvoordat je een kookstand selecteert,verschijnt het indicatielampje boven 0 op deregelbalk. Als je kookgerei uit een geactiveerdekookzone verwijdert en deze tijdelijk opzij zet,gaan de indicatielampjes boven debijbehorende regelbalk knipperen.
Als je hetkookgerei niet binnen 120 secondenterugplaatst op de geactiveerde kookzone,wordt de kookzone automatischuitgeschakeld. Plaats het kookgerei weer op de kookzonesbinnen de aangegeven time-out om hetkoken te hervatten. 6. 3 De kookzones gebruikenPlaats het kookgerei in het midden van degekozen kookzone. Inductiekookzonespassen zich tot op zekere hoogteautomatisch aan de afmetingen van pannenaan. Gebruik voor een optimalewarmteoverdracht kookgerei met eenbodemdiameter die vergelijkbaar is metde grootte van de kookzone (d. w. z. demaximale waarde van de diameter vanhet kookgerei in "Technische gegevens"> "Specificatie van de kookzone"). Zorgervoor dat het kookgerei geschikt is voorinductiekookplaten. Kijk voor meerinformatie op types kookgerei in hethoofdstuk 'Hints en tips'. Het antikrasglasoppervlak heeft eenunieke afwerkingstextuur die zorgt voormaximale krasbestendigheid.
De wrijvingtussen het kookgerei en het glazenoppervlak kan geluiden veroorzaken. U kunt met de functie Bridge groot kookgereiop twee kookzones tegelijkertijd koken.
6. 4 Warmte-instelling1. Druk op de gewenste warmte-instellingop de regelbalk. De indicatielampjes boven de regelbalkverschijnen tot het geselecteerdewarmteniveau. 2. Druk op 0 om een kookzone uit teschakelen. 6. 5 PowerBoostDeze functie maakt meer vermogenbeschikbaar voor de inductiekookzones. Defunctie kan voor een beperkte tijdsduur vooruitsluitend de inductiekookzone wordengeactiveerd. Daarna wordt deinductiekookzone automatischteruggeschakeld naar de hoogste kookstand. Zie het hoofdstuk 'Technische gegevens'. Om de functie voor een kookzone in teschakelen: raak aan. De functie uitschakelen: wijzig dekookstand. 6. 6 OptiHeat Control (3-stapsrestwarmte-indicator)WAARSCHUWING. / / Zolang het indicatielampjezichtbaar is, bestaat er een risico opbrandwonden door restwarmte. De inductiekookzones creëren de voor hetkookproces benodigde warmte rechtstreeksin de bodem van het kookgerei.
Hetglaskeramiek wordt verwarmd door dewarmte van het kookgerei. De indicatielampjes verschijnen als eenkookzone heet is. De aanduidingen tonen hetniveau van de restwarmte voor de kookzonesdie je momenteel gebruikt: - doorgaan met koken, - warm houden, - restwarmte. Het indicatielampje kan ook verschijnen:• voor de aangrenzende kookzones, zelfsals je ze niet gebruikt,• als er heet kookgerei op de koudekookzone wordt geplaatst,• als de kookplaat is uitgeschakeld, maar dekookzone nog heet is. Het indicatielampje verdwijnt als de kookzoneis afgekoeld. 6. 7 timer optiesTimer met aftelfunctieGebruik deze functie om aan te gevenhoelang een kookzone moet werken tijdenseen enkele kooksessie. Stel eerst de wartme-instelling voor degeselecteerde kookzone in en stel daarna defunctie in. 1. Druk op. 00 verschijnt op hettimerdisplay. 2. Druk op of op om de tijd in testellen (00-99 minuten). 3.
De timer is klaar met aftellen, er klinkt eensignaal en 00 knippert. Schakelt de kookzoneuit. Druk op een willekeurig symbool om hetsignaal en te knipperen te stoppen. KookwekkerU kunt deze functie gebruiken alskookwekker terwijl de kookplaat isingeschakeld maar de kookzones nietwerken. De kookstand toont 00. 1. Druk op. 2. Druk op of om de tijd in te stellen. De timer is klaar met aftellen, er klinkt eensignaal en 00 knippert. Druk op eenwillekeurig symbool om het signaal en teknipperen te stoppen. Om de functie uit te schakelen: tik op endruk op. De resterende tijd telt terug tot00. 6. 8 StroommanagementAls er meerdere zones actief zijn en hetverbruikte vermogen de limiet van destroomtoevoer overschrijdt, verdeelt dezefunctie het beschikbare vermogen tussen allekookzones. De kookplaat regelt de warmte-instellingen om de zekeringen van deinstallatie in het huis te beschermen.
• Als de kookplaat de limiet van hetmaximaal beschikbare vermogen bereikt(zie het typeplaatje) wordt het vermogenvan de kookzones automatisch verlaagd. • De warmte-instelling van de als eerstegekozen kookzone heeft altijd prioriteit. Het resterende vermogen zal tussen deoverige kookzones worden verdeeld, inomgekeerde volgorde van selectie. • Voor kookzones met verminderdvermogen knippert het bedieningspaneeltweemaal en toont het de maximaalmogelijke warmte-instellingen. • Wacht totdat het display stopt metknipperen of verlaag de opwarmstand vande geselecteerde kookzone als laatste. Dekookzones blijven werken met deverlaagde warmte-instelling. Wijzig indiennodig handmatig de warmte-instellingenvan de kookzones. 6. 9 SenseBoil®De functie past de temperatuur van het waterautomatisch aan zodat de pan niet overkooktzodra het kookpunt is bereikt.
Wanneer er nog restwarmte ( / / ) op de kookzone die u wilt gebruikenaanwezig is, klinkt er een akoestischsignaal en zal de functie niet starten. De functie werkt niet met kookgerei metanti-aanbaklaag. LET OP.
Gebruik de functie niet met leegkookgerei. Laat de kookplaat niet onbeheerd achterterwijl de functie in werking is. 1. Plaats pannen gevuld met 1 - 5 l koudwater op de beschikbare kookzoneswaarvoor u de functie wilt starten. Als u slechts één pan op één kookzoneplaatst, start de functie automatisch. 2. Raak aan om de kookplaat in teschakelen. 3. Raak aan om de functie te activeren. Er verschijnt een knipperendindicatielampje hierboven voor elke kookzonewaarop u de functie momenteel kuntgebruiken. 4. Raak ergens op de schuifregelaar van degekozen kookzone aan. De functie start. Zodra de functie start, verschijnen deindicatielampjes boven de schuifregelaar enbegint de animatie te draaien. Als u binnen 5 seconden geen pan opeen van de kookzones plaatst, wordt defunctie automatisch uitgeschakeld.
Wanneer de functie het kookpunt bereikt,geeft de kookplaat een akoestisch signaal enverandert het verwarmingsniveauautomatisch ineen standaard sudderniveau. Raak of 0 aan om de functie uit teschakelen voordat het kookpunt is bereikt. 86 NEDERLANDS.
Om de functie uit te schakelen nadat hetkookpunt is bereikt, raakt u de schuifregelaaraan en past u de kookstand handmatig aan. Als u de pan activeert Pauze of verwijdert,wordt de functie uitgeschakeld. Als u een Timer met aftelfunctie op een vande kookzones plaatst en de ingestelde tijd isverstreken voordat het kookpunt is bereikt,wordt de functie automatisch uitgeschakeld. Tips en advies:• De functie is het meest geschikt voor hetkoken van water en het koken vanaardappelen. • De functie werkt mogelijk niet goed voorwaterkokers en espressopotjes op dekachel. • Vul tussen de helft en driekwart van depan met koud kraanwater en laat 4 cmvanaf de rand van de pan leeg. Gebruikniet minder dan 1 l of meer dan 5 l water. Zorg ervoor dat het totale volume van hetwater (of het water en de aardappelen)tussen 1-5 kg ligt. max. 5l / 5kg / 75%min.
1l / 1kg / 50%• Voor het beste resultaat kookt u hele,ongeschilde, middelgrote aardappelen. Zorg ervoor dat u de aardappelen niet testrak verpakt. • Vermijd tijdens de opwarmfase energiekroeren in andere potten en parallellekookprocessen (zoals frituren of koken) opandere kookzones. • Vermijd externe trillingen (bijvoorbeelddoor een blender te gebruiken of eenmobiele telefoon naast de kookplaat teplaatsen) wanneer de functie actief is. • Afhankelijk van het soort gerecht enkookgerei kunt u de kookstand aanpassennadat het kookpunt is bereikt. • Voeg zout toe zodra het kookpunt isbereikt. • Gebruik een deksel om energie tebesparen. 6. 10 MenustructuurDe tabel toont de basismenustructuur. GebruikersinstellingenSym‐boolInstellingen Mogelijke optiesb Geluid Aan / Uit (--)P Energiebeperking 15 - 73H AUTO-modus 0 - 6E Alarm / foutge‐schiedenisDe lijst met recentealarmen / fouten.
Om gebruikersinstellingen in te voeren: 3seconden ingedrukt houden. Houdvervolgens ingedrukt. De instellingenverschijnen op de timer van de linkerkookzones. Navigeren door het menu: het menubestaat uit het instellingssymbool en eenwaarde.
Het symbool verschijnt op de timeraan de achterkant en de waarde verschijnt opde timer aan de voorkant. Om tussen deinstellingen te navigeren, druk je op op detimer aan de voorzijde. Druk op of opde timer aan de voorzijde om deinstellingswaarde te wijzigen. Om het menu te verlaten: druk op. OffSound ControlJe kunt de geluiden in / uitschakelen in Menu> Gebruikersinstellingen. Zie "Menustructuur". Wanneer de geluiden uit zijn, kun je hetgeluid nog steeds horen als:• u aanraakt,• de timer gaat uit,• druk je op een inactief symbool. NEDERLANDS 87.
7. EXTRA FUNCTIES7. 1 Automatische uitschakelingDe functie schakelt de kookplaatautomatisch uit als:• alle kookzones zijn uitgeschakeld,• je na het inschakelen van de kookplaatgeen kookstand of ventilatorsnelheidinstelt,• je iets hebt gemorst of langer dan 10seconden iets op het bedieningspaneelhebt gelegd (een pan, doek). Er klinkt eensignaal en de kookplaat wordtuitgeschakeld. Verwijder het object ofreinig het bedieningspaneel. • het apparaat te heet wordt (bijv. als eensteelpan droogkookt). Laat de kookzoneafkoelen voordat je de kookplaat weergebruikt. • je een kookzone niet uitschakelt of dekookstand wijzigt. Na enige tijd wordt dekookplaat uitgeschakeld. De relatie tussen de kookstand en de tijdwaarna het apparaat wordt uitgeschakeld:Warmte-instelling De kookplaat wordtuitgeschakeld na1 - 2 6 uur3 - 4 5 uur5 4 uur6 - 9 1,5 uur7.
2 PauzeDeze functie stelt alle kookzones in die op delaagste warmte-instelling werken. Als de functie in werking is kunnen en worden gebruikt. Alle andere symbolen ophet bedieningspaneel zijn vergrendeld. De functie stopt de timerfuncties niet. 1. Om de functie in te schakelen: druk op. De warmte-instelling wordt verlaagd naar 1. 2. Om de functie uit te schakelen, druk op. De vorige kookstand verschijnt. 7. 3 BlokkeringU kunt het bedieningspaneel vergrendelenterwijl de kookplaat in werking is. Ditvoorkomt een onbedoelde wijziging van dekookstandStel eerst de kookstand. Om de functie in te schakelen: druk op. Om de functie uit te schakelen: druknogmaals op. De functie wordt uitgeschakeld, als je dekookplaat uitschakelt. 7. 4 KinderbeveiligingsinrichtingDeze functie voorkomt onbedoeld gebruikvan de kookplaat. Om de functie te activeren: druk op. Stelgeenin.
Houd 3 secondeningedrukt totdat het indicatielampje boven hetsymbool verdwijnt. Schakel de kookplaat uitmet. Koken met de functie ingeschakeld: drukop en druk vervolgens 3 seconden optot het indicatielampje boven het symboolverdwijnt. Je kunt de kookplaat bedienen. Alsje de kookplaat uitschakelt met de -functie, werkt weer. 88 NEDERLANDS.
7. 5 BridgeDe functie werkt als de pan demiddelpunten van beide zones bedekt. Raadpleeg "De kookzones gebruiken"voor meer informatie over de juisteplaatsing van kookgerei. De functie werkt niet terwijl SenseBoil®in werking is. De functie verbindt twee kookzones en zewerken als één kookzone. Stel eerst de kookstand in voor één van dekookzones aan de linkerkant. Om de functie te activeren: raak aan. Raak een van de regelsensoren aan om dewarmte-instelling in te stellen of te wijzigen. Om de functie uit te schakelen: raak aan. De kookzones werken onafhankelijk vanelkaar. 7. 6 Hob²HoodHet is een geavanceerde automatischefunctie die de kookplaat op een speciale kapaansluit. Zowel de kookplaat als de afzuigkaphebben een infraroodontvanger. Snelheid vande ventilator wordt automatisch bepaald opbasis van modusinstelling en temperatuurvan de heetste pan op de kookplaat.
2) De kookplaat detecteert het bakproces en activeertde ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatischemodus. 3) Deze modus activeert de ventilator en de verlichtingen reageert niet op de temperatuur. De automatische modus wijzigen1. De kookplaat uitschakelen. 2. Druk 3 seconden op. Het display gaataan en weer uit. 3. Druk 3 seconden op. 4. Druk een paar keer in tot H gaatbranden. 5. Druk op van de timer om eenautomatische modus te selecteren. Schakel de automatische modus van defunctie uit om de afzuigkap rechtstreeksop het afzuigkappaneel te bedienen. NEDERLANDS 89.
Als je klaar bent met koken en dekookplaat uitschakelt, werkt de ventilatormogelijk nog even. Daarna schakelt hetsysteem de ventilator automatisch uit enwordt voorkomen dat je de ventilator perongeluk in de komende 30 secondenactiveert. De ventilatorsnelheid handmatig bedienenJe kunt de functie ook handmatig bedienen. Druk hiervoor op als de kookplaat actiefis. Hierdoor wordt de automatische werkingvan de functie uitgeschakeld en kun je deventilatorsnelheid handmatig wijzigen. Als jeop drukt, wordt de ventilatorsnelheid metéén verhoogd. Als je een intensief niveaubereikt en weer op drukt, stel je deventilatorsnelheid in op 0 waardoor deafzuigkapventilator uitschakelt. Om deventilator weer te starten metventilatorsnelheid 1, druk op. Schakel de kookplaat uit en weer aan omautomatische bediening van de functie teactiveren.
Het lampje inschakelenJe kunt de kookplaat instellen om het lichtautomatisch te activeren wanneer je dekookplaat activeert. Zet daarvoor deautomatische modus op H1 – H6. Het lampje op de afzuigkap gaat 2minuten na het uitschakelen van dekookplaat uit. 8. AANWIJZINGEN EN TIPSWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 8. 1 PannenVoor inductiekookzones creëert een sterkelektromagnetisch veld de hitte in depannen zeer snel. Gebruik de inductiekookzones met geschiktepannen. • Om oververhitting te voorkomen en deprestaties van de zones te verbeteren,moet het kookgerei zo dik en vlak mogelijkzijn. • Zorg ervoor dat bodems schoon en droogzijn voordat het kookgerei op de kookplaatworden gezet. • Let er altijd op dat u het kookgerei nietschuift of wrijft op de randen en hoekenvan het glas , omdat dit het glasoppervlakkan beschadigen.
Een pan is geschikt voor eeninductiekookplaat als:• water op de hoogste kookstand binnenkorte tijd wordt verwarmd,• een magneet op de onderkant van hetkookgerei plakt. Afmetingen van pannen• Inductiekookzones passen zich tot opzekere hoogte automatisch aan deafmetingen van pannen aan. Raadpleeg"Technische gegevens" > "Specificatie vankookzones" voor de juiste afmetingen vankookgerei. Plaats het kookgerei in hetmidden van de gekozen kookzone. • De efficiëntie van een kookzone hangtsamen met de diameter van de pan. Gebruik voor een optimalewarmteoverdracht kookgerei met eenbodemdiameter die vergelijkbaar is met degrootte van de kookzone (d. w. z. demaximale waarde van de diameter van hetkookgerei in "Technische gegevens" >"Specificatie van de kookzone"). 90 NEDERLANDS.
– Pannen met een diameter kleiner daneen bepaalde kookzone ontvangenslechts een deel van het vermogen datdoor de kookzone wordt opgewekt,wat resulteert in een langzamereopwarming. – Gebruik zowel om veiligheidsredenenals voor optimale kookresultaten geenpannen groter dan aangegeven in dekookzonespecificaties. Zorg ervoor datpannen tijdens het koken niet dicht bijhet bedieningspaneel blijven. Dit kaninvloed hebben op de werking van hetbedieningspaneel of onbedoeld dekookplaatfuncties activeren. Raadpleeg de technische gegevens. 8. 2 Geluiden tijdens bedrijfDeze geluiden zijn normaal en hebbenniets met een defect te maken. Geluidenvan kookgerei kunnen variërenafhankelijk van het materiaal van hetkookgerei en het vermogen. Geluiden gerelateerd aan kookgerei:• kraakgeluid: kookgerei is gemaakt vanverschillende materialen (sandwich-constructie).
• fluitend geluid: bij gebruik van eenkookzone met een hoge kookstand en alshet kookgerei is gemaakt vanverschillende materialen (een sandwich-constructie). • bromgeluid: als u een hoge kookstandgebruikt. Kookplaatgerelateerde geluiden:• klikken: er treedt elektrische schakelingop. • sissen, zoemen: de ventilator werkt. • ritmisch geluid: kookgerei wordtgedetecteerd. 8. 3 Öko Timer (Eco-timer)Om energie te besparen, wordt deverwarming van de kookzone uitgeschakeldvoordat de afteltimer klinkt. Het verschil inbedrijfstijd is afhankelijk van hetkookstandniveau en de duur van debereiding. 8. 4 Vereenvoudigde kookgidsDe correlatie tussen de kookstand en hetstroomverbruik van de kookzone is nietlineair. Wanneer u de kookstand verhoogt, isdit niet proportioneel met de toename instroomverbruik van de kookzone.
Hetbetekent dat een kookzone op de mediumkookstand minder dan de helft van hetvermogen gebruikt. De gegevens in de tabel dienen alleenals richtlijn. Warmte-instel‐lingGebruik om het volgende tedoen:Tijd(min)Tips1 Houd gekookt voedsel warm. indien no‐digDoe een deksel op het kookgerei.
Warmte-instel‐lingGebruik om het volgende tedoen:Tijd(min)Tips3 - 4 Stoofgroenten, vis, vlees. 20 - 45 Voeg een paar eetlepels water toe.Controleer de hoeveelheid water tij‐dens het proces.4 - 5 Stoom aardappelen en andere groen‐ten.20 - 60 Bedek de bodem van de pan met 1-2cm water. Controleer het waterpeil tij‐dens het proces. Houd het deksel opde pan.4 - 5 Kook grotere hoeveelheden voedsel,stoofschotels en soepen.60 - 150 Tot 3 l vloeistof plus ingrediënten.6 - 7 Zacht bakken: escalope, kalfscordonbleu, koteletten, rissoles, worstjes, le‐ver, roux, eieren, pannenkoeken, do‐nuts.indien no‐digDraai om wanneer nodig.7 - 8 Flink bakken, hash browns, lendenbief‐stuk, steaks.5 - 15 Draai om wanneer nodig.9 Kook water, kook pasta, schroei vlees (goulash, braadpan), frituur frietjes.Kook grote hoeveelheden water.
PowerBoost is ingeschakeld.8.5 Praktische tips voor Hob²HoodWanneer je de kookplaat gebruikt met defunctie:• Bescherm het paneel van de kap tegendirect zonlicht.• Schijn geen halogeenlicht op het paneelvan de kap.• Dek het bedieningspaneel van deafzuigkap niet af.• Onderbreek het signaal tussen dekookplaat en de afzuigkap niet(bijvoorbeeld met een hand, eenhandgreep van een pan of een grote pan).Zie de afbeelding.De kap hieronder is alleen bedoeld terillustratie.Andere op afstand bediende apparatenkunnen het signaal hinderen. Gebruikdergelijke apparaten niet in de buurt vande kookplaat terwijl Hob²Hoodingeschakeld is.Afzuigkappen met de Hob²Hood-functieVoor het volledige assortiment afzuigkappendat met deze functie werkt, raadpleeg je onzewebsite van de consument. De AEG-92 NEDERLANDS
afzuigkappen die met deze functie werken,moeten het symbool hebben. 9. ONDERHOUD EN REINIGINGWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 9. 1 Algemene informatie• Reinig de kookplaat na elk gebruik. • Gebruik altijd kookgerei met een schonebodem. • Gebruik voor zowel de dagelijkse reinigingvan het glasoppervlak als de reiniging nainstallatie en het verwijderen vaneventuele achtergebleven lijm alleen eenmild schurende reinigingsmelk en een fijneantikras-spons. Afhankelijk van de matevan vervuiling reinigt u het glasoppervlakmet kleine cirkelvormige bewegingen enmatige druk. Veeg tot slot het glazenoppervlak droog met een microvezeldoek. WAARSCHUWING. Gebruik de klassieke gele en groenespons niet, omdat dealuminiumdeeltjes op de harde laaghet glas kunnen beschadigen enverkleuren.
Het gebruik van anderereinigingsinstrumenten dan deaanbevolen is niet effectief en kan hetglasoppervlak beschadigen ofverkleuren. • Gebruik altijd een schraper die wordtaanbevolen voor kookplaten met eenglazen oppervlak. Gebruik de schraperalleen als extra hulpmiddel voor hetreinigen van het glas na de standaardreinigingsprocedure. WAARSCHUWING. Gebruik geen messen of anderscherp, metalen gereedschap om hetglasoppervlak te reinigen. 9. 2 Het glazen oppervlak van dekookplaat reinigen• Verwijder onmiddellijk: gesmoltenkunststof, plastic folie, zout, suiker ensuikerhoudend voedsel, anders kan ditschade aan de kookplaat veroorzaken. Doe voorzichtig om brandwonden tevoorkomen. Gebruik de speciale schraperop de glazen plaat en verwijder restendoor het blad over het oppervlak teschuiven.
• Blijvende vlekken en vlekken: oefenmatige druk uit en schrob het oppervlakmet een antikras, delicate spons (zieAlgemene informatie) en een lichtschurende reinigingsmelk totdat devlekken niet langer zichtbaar zijn. 10. PROBLEEMOPLOSSINGWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. NEDERLANDS 93.
10. 1 Wat moet je doen als. Probleem Mogelijke oorzaak OplossingJe kunt de kookplaat niet inscha‐kelen of bedienen. De kookplaat is niet aangesloten opeen stopcontact of niet goed geïn‐stalleerd. Controleer of de kookplaat goed aan‐gesloten is op het lichtnet. De zekering is doorgeslagen. Verzeker je ervan dat de zekering deoorzaak van de storing is. Als de zeke‐ringen keer op keer doorslaan, neemje contact op met een erkende installa‐teur. Je stelde gedurende 60 secondengeen kookstand in. Schakel de kookplaat opnieuw in enstel de kookstand binnen 60 secondenin. Je hebt 2 of meer sensorvelden te‐gelijkertijd aangeraakt. Raak slechts één sensorveld aan. Pauze is in werking. Zie "Pause". Water of vetvlekken op het bedie‐ningspaneel. Reinig het bedieningspaneel. Je kunt een constant piepgeluidhoren. De elektrische aansluiting is ver‐keerd. Trek de stekker van de kookplaat uithet stopcontact.
Laat de installatiecontroleren door een erkende elektri‐cien. Je kunt de maximale warmte‐stand niet instellen voor één vande kookzones. De andere zones verbruiken hetmaximaal beschikbare vermogen. Je kookplaat werkt correct. Verlaag de warmtestand van de ande‐re kookzones die op dezelfde fase zijnaangesloten. Zie 'Stroommanage‐ment'. Er klinkt een geluidssignaal en dekookplaat wordt uitgeschakeld. Als de kookplaat wordt uitge‐schakeld, klinkt er een geluids‐signaal. Je hebt iets op een of meer sensor‐velden geplaatst. Verwijder het voorwerp van de sensor‐velden. De kookplaat wordt uitgescha‐keld. Je hebt iets op het sensorveld geplaatst. Verwijder het voorwerp van het sen‐sorveld. De restwarmte-indicator gaat nietaan. De zone is niet heet omdat dezeslechts kortstondig is gebruikt, of desensor is beschadigd.
Als de zone voldoende lang gebruikt isom heet te zijn, neem je contact opmet een erkende servicedienst. Hob²Hood werkt niet. Je hebt het bedieningspaneel afge‐dekt. Verwijder het voorwerp van het bedie‐ningspaneel.
Je maakt gebruik van een hele hogepan die het signaal blokkeert. Gebruik een kleinere pan, verandervan kookzone of bedien de afzuigkaphandmatig. Het bedieningspaneel wordt heetbij aanraking. Het kookgerei is te groot of je plaatsthet te dicht bij het bedieningspaneel. Plaats grotere pannen indien mogelijkop de achterste kookzones. Er klinkt geen geluidsignaal wan‐neer je de tiptoetsen van het be‐dieningspaneel aanraakt. De signalen zijn uit. Schakel de geluiden in. Raadpleeg‘Dagelijks gebruik’. 94 NEDERLANDS.
Probleem Mogelijke oorzaak OplossingHet indicatielampje boven hetsymbool gaat aan. Kinderbeveiligingsinrichting of Blok‐kering werkt. Zie "Kinderbeveiliging" en "Blokke‐ring". De bedieningsbalk knippert. Er staat geen pan op de zone, of dezone is niet volledig bedekt. Zet een pan op de zone, zodat de pande zone volledig bedekt. De pan is niet geschikt. Gebruik kookgerei dat geschikt is voorinductiekookplaten. Zie 'Aanwijzingenen tips'. De diameter van de bodem van depan is te klein voor de zone. Gebruik pannen met de juiste afmetin‐gen. Raadpleeg de technische gege‐vens. Opwarmen duurt lang. Pan is te klein en ontvangt slechtseen deel van het vermogen dat doorde kookzone wordt gegenereerd. Gebruik voor een optimale warmte‐overdracht kookgerei met een bodem‐diameter die vergelijkbaar is met degrootte van de kookzone (d. w. z.
demaximale waarde van de diameter vanhet kookgerei in "Technische gege‐vens" > "Specificatie van de kookzo‐ne"). en verschijnen tegelijker‐tijd. Het vermogen is te laag vanwegeeen ongeschikte of lege pan. Gebruik het geschikte type pannen. Zie 'Aanwijzingen en tips' en 'Techni‐sche gegevens'. Activeer geen zones waarop een legepan is geplaatst. en verschijnen tegelijker‐tijd. De pan is leeg of bevat andere vloei‐stof dan water, bijvoorbeeld olie. Vermijd gebruik van deze functie metandere vloeistoffen dan water. en verschijnen tegelijker‐tijd. Er bevindt zich te veel of te weinigwater in de pan. Je hebt ander voedsel gekookt danwater en aardappelen. Het kookpuntwerd verplaatst in de tijd, en Sense‐Boil® kon niet goed werken. Kook alleen water en aardappelen metbehulp van SenseBoil®. Zie "Aanwij‐zingen en tips". Je hoort een piepgeluid.
Rond je vorige kookactiviteiten af enkies een vrije kookzone zonder enigerestwarmte. SenseBoil® werkt niet. Het vermogen van de kookplaat is telaag. Stel het vermogensniveau in op eenhogere waarde. Zorg ervoor dat hetgekozen vermogen aansluit op de ze‐keringenkast in huis. Raadpleeg “Voorhet eerste gebruik > " Energiebeper‐king". NEDERLANDS 95.
Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing en een getal gaan branden.Er is een fout opgetreden in dekookplaat.Schakel de kookplaat uit en schakeldeze na 30 seconden weer in. Wan‐neer weer verschijnt, trek je destekker van de kookplaat uit het stop‐contact. Steek de stekker van de kook‐plaat er na 30 seconden weer in. Alshet probleem zich blijft voordoen,neem je contact op met een erkendeservicedienst.10.2 Als je geen oplossing kuntvinden...Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen,neem dan contact op met je verkoper of eenerkende serviceafdeling. Geef de gegevensop het typeplaatje. Zorg ervoor dat je dekookplaat correct gebruikt. Als dit niet hetgeval is, is het onderhoud van eenservicemonteur of dealer niet gratis, ooktijdens de garantieperiode. De informatie overgarantieperiode en geautoriseerdeservicecentra vind je in het garantieboekje.11.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met AEG PI7000S60 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Fornuis AEG
Handleiding Fornuis
Nieuwste handleidingen voor Fornuis