AEG NCH84C23CB Handleiding

AEG Fornuis NCH84C23CB

Bekijk gratis de handleiding van AEG NCH84C23CB (36 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 10 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over AEG NCH84C23CB of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/36
aeg.com/register
NCH84C23CB
NLGebruiksaanwijzing | Kookplaat
aeg.com\register

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: AEG
Categorie: Fornuis
Model: NCH84C23CB

Handleiding AEG NCH84C23CB – volledige tekst

Welkom bij AEG. Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebtgekozen. Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:www. aeg. com/supportWijzigingen voorbehouden. INHOUDSOPGAVE1. VEILIGHEIDSINFORMATIE. 22. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN. 53. INSTALLATIE. 84. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT. 125. VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIK. 146. DAGELIJKS GEBRUIK. 147. EXTRA FUNCTIES. 208. AANWIJZINGEN EN TIPS. 219. ONDERHOUD EN REINIGING. 2410. PROBLEEMOPLOSSING. 2711. TECHNISCHE GEGEVENS. 3012. ENERGIEZUINIGHEID. 3113. MILIEUBESCHERMING. 331. VEILIGHEIDSINFORMATIELees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatieen gebruik van het apparaat. De fabrikant is nietverantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeituit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik.

Bewaar deinstructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voortoekomstig gebruik. 1. 1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen• Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaaren ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk,zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aanervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan ofinstructies hebben gekregen over het veilig gebruiken vanhet apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderenjonger dan 8 jaar en personen met zware en complexebeperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat te2 NEDERLANDS.

het elektriciteitsbedrijf regelmatig aan en uit wordtgeschakeld.• OPGELET: Tijdens het kookproces moet u in de buurtblijven (zelfs bij de automatische kookfuncties). Een kortkookproces moet voortdurend bewaakt worden.• WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geenvoorwerpen op de kookoppervlakken.• Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels endeksels mogen niet op het oppervlak van de kookplaatworden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.• Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwdeconstructie installeert.• Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon temaken.• Schakel het kookplaatelement na elk gebruik uit met debedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector.• WAARSCHUWING: Als het oppervlak gebarsten is, schakelhet apparaat dan uit om de kans op elektrische schokken tevermijden.

In het geval het apparaat rechtstreeks op destroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert ude zekering om het apparaat van de stroom te halen. Neemaltijd contact op met de erkende servicedienst.• Zorg voor een goede luchtventilatie in de ruimte waar hetapparaat geïnstalleerd is, om het terugstromen van gassenvan apparaten in de ruimte die op gas of anderebrandstoffen werken, zoals open haarden, te voorkomen.• Zorg ervoor dat de ventilatieopeningen niet wordengeblokkeerd en dat de door het apparaat opgevangen luchtniet wordt overgebracht naar een kanaal dat wordt gebruiktom rook en stoom uit andere apparaten (centraleverwarmingssystemen, thermosifons,waterverwarmingstoestellen, enz.) af te zuigen.• Wanneer het apparaat met andere apparaten werkt, maghet maximale vacuüm dat in de ruimte wordt gegenereerdniet groter zijn dan 0,04 mbar.4 NEDERLANDS

• Reinig het afzuigkapfilter regelmatig en verwijdervetafzettingen uit het apparaat om brandgevaar tevoorkomen.• Indien het netsnoer beschadigd is, moet het wordenvervangen door de fabrikant, een erkende service ofvergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar tevoorkomen.• Als het apparaat rechtstreeks op de voeding is aangesloten,moet de elektrische installatie zijn uitgerust met eenisoleerinrichting waarmee het apparaat van alle polen vanhet stopcontact kan worden losgekoppeld. Volledigeontkoppeling moet voldoen aan de voorwaarden van deoverspanningscategorie III.

De middelen voor ontkoppelingmoeten worden opgenomen in de vaste bedrading inovereenstemming met de bedradingsregels.• WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermersdie door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpenof door de fabrikant van het apparaat in degebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven ofkookplaatbeschermers die in het apparaat zijngeïntegreerd. Het gebruik van ongeschiktekookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken.2.

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN2.1 InstallerenWAARSCHUWING!Alleen een erkende installatietechnicusmag dit apparaat installeren.WAARSCHUWING!Gevaar voor letsel of schade aan hetapparaat.• Verwijder alle verpakkingsmaterialen.• Installeer en gebruik geen beschadigdapparaat.• Volg de installatie-instructies die zijnmeegeleverd met het apparaat.• Houd de minimumafstand naar andereapparaten en units in acht.• Pas altijd op bij verplaatsing van hetapparaat, want het is zwaar. Gebruik altijdveiligheidshandschoenen en geslotenschoeisel.• Dicht de oppervlakken af met kit om tevoorkomen dat ze gaan opzetten doorvocht.• Bescherm de bodem van het apparaattegen stoom en vocht.• Installeer het apparaat niet naast een deurof onder een raam. Dit voorkomt dat heetkookgerei van het apparaat valt als dedeur of het raam wordt geopend.NEDERLANDS 5

• Installeer de uitlaatlucht niet in eenwandopening, tenzij de opening voor datdoel is ontworpen. • Voor installatie zonder kanaal moet deventilatoruitlaat direct tegen de muurworden geplaatst of door een extrakastwand worden gescheiden om toegangtot de ventilatorbladen te voorkomen. • Elk apparaat heeft koelventilatoren op debodem. • Als het apparaat gemonteerd wordt boveneen lade:– Leg geen kleine dingen of papierdewelke kunnen binnengezogenworden, omdat ze de koelventilatorenkunnen beschadigen of hetkoelsysteem kunnen belemmeren. – Houd een minimumafstand van 2 cmtussen de bodem van het apparaat ende voorwerpen die u in de ladeopbergt. • Verwijder de afscheidingspanelen die inde kast onder het apparaat zijngeïnstalleerd. 2. 2 Elektrische aansluitingWAARSCHUWING. Gevaar voor brand en elektrischeschokken.

• Alle elektrische aansluitingen moetenworden uitgevoerd door eengekwalificeerde elektricien inovereenstemming met het aansluitschemaof het installatieboekje. • Bij een afvoer en waar de accessoiresaanwezig of verplicht zijn (wandklep,raamschakelaar en/of raamopener)moeten elektrische aansluitingen wordengeïnstalleerd door een gekwalificeerdeelektricien, in overeenstemming met hetaansluitschema of het installatieboekje. • , moet het apparaat geaard worden. • Verzeker jezelf ervan dat de stekker uithet stopcontact is getrokken, voordat jewelke werkzaamheden dan ook uitvoert. • Zorg ervoor dat de parameters op hetvermogensplaatje overeenkomen metelektrische vermogen van de netstroom. • Controleer of het apparaat correctgeïnstalleerd is. Losse en onjuistestroomkabels of stekkers (indien vantoepassing) kunnen ertoe leiden dat decontactklem te heet wordt. • Gebruik het juiste netsnoer.

• Zorg ervoor dat de stroomkabel of stekker(indien van toepassing) het hete apparaatof heet kookgerei niet aanraakt als je hetapparaat op een nabijgelegen contactdoosaansluit. • Gebruik geen adapters met meerderestekkers en verlengkabels. • Zorg ervoor dat je de stekker (indien vantoepassing) of het netsnoer nietbeschadigt. Neem contact op met onserkende servicecentrum of een elektricienom een beschadigde stroomkabel tevervangen. • De schokbescherming van delen onderstroom en geïsoleerde delen moet op zo'nmanier worden bevestigd dat het nietzonder gereedschap kan wordenverplaatst. • Steek de stekker pas in het stopcontactals de installatie is voltooid. Zorg ervoordat het netsnoer na installatie bereikbaaris. • Als het stopcontact los zit, mag u destekker niet in het stopcontact steken. • Trek niet aan het netsnoer om hetapparaat los te koppelen. Trek altijd aande stekker.

• Gebruik enkel correcteisolatievoorzieningen:stroomonderbrekers, zekeringen(schroefzekeringen moeten uit de houderworden verwijderd), aardlekschakelaarsen contactgevers. • De elektrische installatie moet eenisolatieapparaat bevatten waardoor hetapparaat volledig van het lichtnetafgesloten kan worden. Hetisolatieapparaat moet een contactopeninghebben met een minimale breedte van 3mm. • Als de E3-code op het scherm verschijnt,koppelt u de kookplaat onmiddellijk los encontroleert u of de elektrische aansluitingen de netspanning correct zijn. 6 NEDERLANDS.

2. 3 GebruikWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel, brandwonden ofelektrische schokken. • De specificatie van dit apparaat nietwijzigen. • Verwijder voor het eerste gebruik alleverpakkingsmaterialen, etiketten enbeschermfolie (indien van toepassing). • Zorg ervoor dat de ventilatieopeningenniet geblokkeerd worden. De ventilatiemoet periodiek worden gecontroleerd dooreen gekwalificeerd persoon. • Laat het apparaat tijdens de werking nietonbeheerd achter. • Zet de kookzone op "uit" na ieder gebruik. • Plaats geen bestek of deksels vansteelpannen op de kookzones. Ze kunnenheet worden. • Gebruik het apparaat niet met nattehanden of als het contact maakt metwater. • Gebruik het apparaat niet als werkblad ofals opslagoppervlak. • Als het oppervlak van het apparaatgebarsten is, koppel het apparaat danonmiddellijk los van de stroomtoevoer. Ditdient om een elektrische schok tevoorkomen.

• Gebruikers met een pacemaker moeteneen afstand van minimaal 30 cmaanhouden tot de inductiekookzones alshet apparaat in werking is. • Als u voedsel in hete olie plaatst, kan hetspatten. • Gebruik nooit open vuur wanneer degeïntegreerde afzuigkap in werking is. • Gebruik geen aluminiumfolie of anderematerialen tussen het kookoppervlak enhet kookgerei, tenzij anders aangegevendoor de fabrikant van dit apparaat. • Gebruik alleen accessoires die door defabrikant voor dit apparaat wordenaanbevolen. WAARSCHUWING. Risico op brand en explosie. • Wanneer ze verwarmd worden, kunnenvetten en oliën ontvlambare dampenafgeven. Houd open vuur of verwarmdevoorwerpen uit de buurt van vetten enoliën wanneer u ermee kookt. • De dampen die boven erg hete olieontstaan kunnen spontaan ontbranden.

Risico op schade aan het apparaat. • Laat geen heet kookgerei op hetbedieningspaneel staan. • Leg geen hete deksel op het glazenoppervlak van de kookplaat. • Laat kookgerei niet droogkoken. • Zorg ervoor dat je geen voorwerpen ofkookgerei op het apparaat laat vallen. Hetoppervlak kan beschadigd raken. • Schakel de kookzones niet terwijl er leegkookgerei of geen kookgerei op geplaatstis. • Verwijder het rooster of het afzuigkapfilternooit wanneer de geïntegreerde afzuigkapof het apparaat in werking is. • Gebruik de geïntegreerde kap nooitzonder het filter van de afzuigkap. • Dek de inlaat van de geïntegreerdeafzuigkap niet af met kookgerei. • Open het deksel van de bodem nietwanneer de geïntegreerde afzuigkap ofhet apparaat in werking is. • Plaats geen kleine of lichte voorwerpen inde buurt van de geïntegreerde afzuigkap,om het risico van beknelling te vermijden.

• Kookgerei gemaakt van gietijzer of meteen beschadigde bodem kan krassen ophet glas/glaskeramiek veroorzaken. Tildeze voorwerpen altijd op als je ze op dekookplaat moet verplaatsen. 2. 4 Onderhoud en reiniging• Reinig het apparaat regelmatig om tevoorkomen dat het materiaal van hetoppervlak achteruitgaat. • Schakel het apparaat uit en laat hetafkoelen voordat u het schoonmaakt. • Reinig het apparaat met warm water eneen vochtige, zachte doek. Gebruik alleenNEDERLANDS 7.

Reinig het werkblad rond het uitgesnedengebied.2. Bevestig de meegeleverde 2x6 mmafdichtstrip tegen de onderrand van dekookplaat langs de van de keramischeplaat. Rek het niet uit. Zorg dat deuiteinden van de afdichtstrip zich in hetmidden van een van de zijden van dekokplaat bevinden.3. Tel een paar millimeter bij de af teknippen lengte van de afdichtstrip.8 NEDERLANDS

4. Duw de twee uiteinden van de afdichtstripsamen.Geïntegreerde installatie1. Reinig de sponningen in het werkblad.2. Snijd de meegeleverde 3x10 mmafdichtingsstreep in vier strepen. Destrepen moeten dezelfde lengte hebbenals de sponningen.3. Knip de uiteinden van de strepen in eenhoek van 45°. Ze moeten nauwkeurig inde hoeken van de sponningen passen.4. Bevestig de strepen aan de rabbels. Rekde strippen niet uit. Plak de uiteinden vande strippen niet over elkaar heen.Dicht na plaatsing van de kookplaat de kiertussen het werkblad en het glaskeramiek metsiliconenkit.

Zorg ervoor dat de siliconen nietonder het glaskeramiek komen.3.4 MontageRaadpleeg het installatieboekje voorgedetailleerde informatie over het monterenvan jouw kookplaat.Volg het aansluitingsschema van dekookplaat en het aansluitingsschema van deraamschakelaar in het installatieboekje en/ofde labels onder de kookplaat.Alleen voor geselecteerde landenIn geval van uitlaatinstallatie kan eenraamschakelaar nodig zijn (raadpleegeen bevoegde technicus). Je moet hetapart kopen omdat het niet bij deafzuigkap wordt geleverd. Deraamschakelaar moet door eenbevoegde technicus wordengeïnstalleerd. Raadpleeg hetinstallatieboekje.min.50mmmin.500mmAls het apparaat boven een lade wordtgeïnstalleerd, kan de ventilatie van dekookplaat de artikelen die zich in de ladebevinden tijdens het bereidingsprocesopwarmen.INSTALLATIE AAN BOVENKANTNEDERLANDS 9

GEÏNTEGREERDE INSTALLATIEZoek de videotutorial ‘Hoe installeer je jouwAEG-inductiekookplaat met afzuiging’ door devolledige naam die in de onderstaandeafbeelding staat in te typen.www.youtube.com/electroluxwww.youtube.com/aegHow to install your AEG induction extractor hobMontage filterbehuizingHet apparaat moet te allen tijde wordengebruikt met alle filters die bij de levering zijninbegrepen.Zorg er vóór het eerste gebruik voor dat je dekoolstoffilters met lange levensduur in debehuizing plaatst met de hendels naar binnengericht. Zie "Het filter van de afzuigkapreinigen".

Zodra de filterbehuizing isgemonteerd, plaats je deze in de holte van deafzuigkap waarna je het rooster op deafzuigkap plaatst.3.5 Aansluitsnoer• De kookplaat wordt geleverd met eenaansluitkabel.• Gebruik een snoertype dat bestand istegen een temperatuur van 125 °C ofhoger om het beschadigde netsnoer tevervangen.• De enkele draad moet een diameterhebben van minimaal 1,5 mm².• Neem contact op met onzeserviceafdeling. Het vervangen van deverbindingskabel mag alleen worden10 NEDERLANDS

gedaan door een gekwalificeerdeelektricien.WAARSCHUWING!Alle elektrische aansluitingen moetendoor een gekwalificeerde elektricienworden aangelegd.LET OP!Aansluitingen via contactpluggen zijnverboden.LET OP!Boor of soldeer de draaduiteinden niet.Het is verboden.LET OP!Sluit de kabel niet aan zonder de hulsvoor het kabeluiteinde.Eenfasige aansluiting1. Verwijder de huls voor het kabeluiteindevan de zwarte en bruine draden.2. Verwijder een deel van de isolatie van debruine en zwarte kabeluiteinden.3. Sluit de uiteinden van zwarte en bruinekabels aan.4. Breng een nieuwe draadeindhuls aan ophet uiteinde van de gedeelde draad(speciaal gereedschap vereist).NL-aansluiting1. Verwijder de kabeleindhuls van deblauwe draden.2. Verwijder een deel van de isolatie van deblauwe kabeluiteinden.3.

4. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT4.1 Productoverzicht423186751Raster2Vetfilter behuizing3Vetfilter (niet verwijderbaar)4Carbon filter met lange levensduur5Druppelbak (onder het afzuigkapsysteem)6Kookplaat7Adapter luchtkanaal8Luchtkanaalfitting voor de achterwand4.2 Indeling van het kookoppervlak3211111Inductie kookzone2Bedieningspaneel3Kap12 NEDERLANDS

4.3 Indeling bedieningspaneel46 7 8 91110112235Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen. De displays, indicatielampjes en geluidentonen welke functies worden gebruikt.Tip‐toetsFunctie Omschrijving1Aan / Uit Het apparaat in- en uitschakelen.2Timer De functie instellen.3 / - De tijd verlengen of verkorten.4- Timerdisplay De tijd in minuten weergeven.5SenseFry SenseFry.

Voor het bakken met automatisch geregeldewarmteniveaus, speciaal voor verschillende soortenvoedsel.6Bridge De functie in- en uitschakelen.7AUTO Automatische modus van de af‐zuigkapDe functie in- en uitschakelen.8Handmatige modus van de afzuig‐kapOm de functie in/uit te schakelen en tussen 3 ventila‐torsnelheden om te schakelen.9Boost De functie in- en uitschakelen.10- Bedieningsstrip Het instellen van de kookstand.11PowerBoost Het inschakelen van de functie.12Blokkering / Kinderbeveiligingsin‐richtingHet bedieningspaneel vergrendelen/ontgrendelen.4.4 Indicatielampjes op de displayIndicatielampje Omschrijving + cijferEr is een storing.Het koolstoffilter met lange levensduur moet worden geregenereerd.NEDERLANDS 13

Indicatielampje Omschrijving / / OptiHeat Control (3 stappen Restwarmte-indicator): doorgaan met koken/warm hou‐den/restwarmte.5. VOORAFGAAND AAN HET EERSTE GEBRUIKWAARSCHUWING!Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.5.1 EnergiebeperkingEnergiebeperking bepaalt hoeveel stroom dekookplaat in totaal gebruikt, binnen degrenzen van de zekeringscapacitiet van dehuisinstallatie.De kookplaat is standaard op het hoogstmogelijke vermogensniveau ingesteld.Om het vermogensniveau te verlagen ofverhogen:1. Open het menu: houd 3 secondeningedrukt. Houd vervolgens ingedrukt.2. Druk op de timer aan de voorzijde tot verschijnt.3. Druk op / op de timer aan devoorkant om het vermogensniveau in testellen.4.

Druk op om af te sluiten.VermogensniveausZie het hoofdstuk 'Technische gegevens'.LET OP!Zorg ervoor dat het gekozen vermogenaansluit op de zekeringenkast in huis.LET OP!Als het vermogen lager is dan of gelijk isaan 2000 W, kunt u SenseFry nietactiveren.• P73 — 7350 W• P15 — 1500 W• P20 — 2000 W• P25 — 2500 W• P30 — 3000 W• P35 — 3500 W• P40 — 4000 W• P45 — 4500 W• P50 — 5000 W• P60 — 6000 W6.

DAGELIJKS GEBRUIKWAARSCHUWING!Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.6.1 In- en uitschakelenHoud ingedrukt om de kookplaat in of uitte schakelen.6.2 PandetectieDeze functie geeft de aanwezigheid vankookgerei op de kookplaat aan en schakeltde kookzones uit als er tijdens eenkooksessie geen kookgerei wordtgedetecteerd.Als je kookgerei op een kookzone plaatstvoordat je een kookstand selecteert,verschijnt het indicatielampje boven 0 op deregelbalk.Als je kookgerei uit een geactiveerdekookzone verwijdert en deze tijdelijk opzij zet,gaan de indicatielampjes boven debijbehorende regelbalk knipperen. Als je hetkookgerei niet binnen 120 secondenterugplaatst op de geactiveerde kookzone,wordt de kookzone automatischuitgeschakeld.14 NEDERLANDS

Plaats het kookgerei weer op de kookzonesbinnen de aangegeven time-out om hetkoken te hervatten. 6. 3 De kookzones gebruikenPlaats het kookgerei in het midden van degekozen kookzone. Inductiekookzonespassen zich tot op zekere hoogteautomatisch aan de afmetingen van pannenaan. Gebruik voor een optimalewarmteoverdracht kookgerei met eenbodemdiameter die vergelijkbaar is metde grootte van de kookzone (d. w. z. demaximale waarde van de diameter vanhet kookgerei in "Technische gegevens"> "Specificatie van de kookzone"). Zorgervoor dat het kookgerei geschikt is voorinductiekookplaten. Kijk voor meerinformatie op types kookgerei in hethoofdstuk 'Hints en tips'. U kunt met de functie Bridge groot kookgereiop twee kookzones tegelijkertijd koken. Hetkookgerei dient het midden van beide zoneste bedekken, maar niet voorbij degebiedsmarkering komen.

Als het kookgereitussen beide middenzones wordt geplaatst,wordt de functie Bridge niet geactiveerd. 6. 4 Warmte-instelling1. Druk op de gewenste warmte-instellingop de regelbalk. De indicatielampjes boven de regelbalkverschijnen tot het geselecteerdewarmteniveau. 2. Druk op 0 om een kookzone uit teschakelen. 6. 5 PowerBoostDeze functie maakt meer vermogenbeschikbaar voor de inductiekookzones. Defunctie kan voor een beperkte tijdsduur vooruitsluitend de inductiekookzone wordengeactiveerd. Daarna wordt deinductiekookzone automatischteruggeschakeld naar de hoogste kookstand. Zie het hoofdstuk 'Technische gegevens'. Om de functie voor een kookzone in teschakelen: raak aan. De functie uitschakelen: wijzig dekookstand. 6. 6 OptiHeat Control (3-stapsrestwarmte-indicator)WAARSCHUWING. / / Zolang het indicatielampjezichtbaar is, bestaat er een risico opbrandwonden door restwarmte.

De inductiekookzones creëren de voor hetkookproces benodigde warmte rechtstreeksin de bodem van het kookgerei. Hetglaskeramiek wordt verwarmd door dewarmte van het kookgerei. De indicatielampjes verschijnen als eenkookzone heet is.

- doorgaan met koken, - warm houden, - restwarmte. Het indicatielampje kan ook verschijnen:• voor de aangrenzende kookzones, zelfsals je ze niet gebruikt,• als er heet kookgerei op de koudekookzone wordt geplaatst,• als de kookplaat is uitgeschakeld, maar dekookzone nog heet is. Het indicatielampje verdwijnt als de kookzoneis afgekoeld. 6. 7 timer optiesTimer met aftelfunctieGebruik deze functie om aan te gevenhoelang een kookzone moet werken tijdenseen enkele kooksessie. Stel eerst de wartme-instelling voor degeselecteerde kookzone in en stel daarna defunctie in. 1. Druk op. 00 verschijnt op hettimerdisplay. 2. Druk op of op om de tijd in testellen (00-99 minuten). 3. Druk op om de timer te starten ofwacht 3 seconden. De timer begint af tetellen. Om de tijd te wijzigen: selecteer dekookzone met en druk op of. Om de functie uit te schakelen: selecteerde kookzone met en druk op.

Deresterende tijd telt terug tot 00. De timer is klaar met aftellen, er klinkt eensignaal en 00 knippert. Schakelt de kookzoneuit. Druk op een willekeurig symbool om hetsignaal en te knipperen te stoppen. KookwekkerU kunt deze functie gebruiken alskookwekker terwijl de kookplaat isingeschakeld maar de kookzones nietwerken. De kookstand toont 00. 1. Druk op. 2. Druk op of om de tijd in te stellen. De timer is klaar met aftellen, er klinkt eensignaal en 00 knippert. Druk op eenwillekeurig symbool om het signaal en teknipperen te stoppen. Om de functie uit te schakelen: tik op endruk op. De resterende tijd telt terug tot00. 6. 8 StroommanagementAls er meerdere zones actief zijn en hetverbruikte vermogen de limiet van destroomtoevoer overschrijdt, verdeelt dezefunctie het beschikbare vermogen tussen allekookzones.

De kookplaat regelt de warmte-instellingen om de zekeringen van deinstallatie in het huis te beschermen. • Als de kookplaat de limiet van hetmaximaal beschikbare vermogen bereikt(zie het typeplaatje) wordt het vermogenvan de kookzones automatisch verlaagd.

• De warmte-instelling van de als eerstegekozen kookzone heeft altijd prioriteit. Het resterende vermogen zal tussen deoverige kookzones worden verdeeld, inomgekeerde volgorde van selectie. • Voor kookzones met verminderdvermogen knippert het bedieningspaneeltweemaal en toont het de maximaalmogelijke warmte-instellingen. • Wacht totdat het display stopt metknipperen of verlaag de opwarmstand vande geselecteerde kookzone als laatste. Dekookzones blijven werken met deverlaagde warmte-instelling. Wijzig indiennodig handmatig de warmte-instellingenvan de kookzones. • De afzuigkap is altijd beschikbaar alselektrische belasting. 6. 9 AfzuigkapfunctiesWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 16 NEDERLANDS.

Handmatig gebruikDe afzuigkap kan tijdens de kooksessietegelijkertijd met de kookplaat werken maarook terwijl de kookplaat is uitgeschakeld. 1. Druk op om de afzuigkap in teschakelen. Er klinkt een signaal en er verschijnenindicatoren boven het symbool. 2. Pas de instelling van deventilatorsnelheid zo nodig aan door ophet symbool te drukken. Deindicatielampjes veranderen om dehuidige ventilatorsnelheid weer te geven. 3. Om de afzuigkap uit te schakelen, drukt uherhaaldelijk op totdat deindicatielampjes boven het symboolverdwijnen. AUTODe functie past het ventilatorsnelheidsniveauautomatisch aan op basis van de temperatuurvan de kookzone. De functie wordt meestalstandaard geactiveerd. AUTO modus biedt vierventilatorsnelheidsopties: H1-H4 (laag totintens). H4 is standaard ingesteld. U kunt demodus wijzigen in de instellingen. Zie"Menustructuur".

Je kunt de functie inschakelen terwijl dekookplaat is ingeschakeld en geen van dekookzones actief is, of op elk moment tijdensde kooksessie. Als je de functie activeert terwijl dekookplaat is uitgeschakeld, geen van dekookzones werkt en er geen restwarmtezichtbaar is op het bedieningspaneel,wordt de functie na enkele secondenvanzelf uitgeschakeld. 1. Houd ingedrukt om de kookplaat in teschakelen. 2. Als de functie niet standaard isingeschakeld, drukt u op AUTO om dezete activeren. Er klinkt een signaal en er verschijnenindicatoren boven het symbool. 3. Plaats kookgerei op de kookplaat enselecteer een warmteniveau. Verhoog ofverlaag indien nodig het warmteniveau. De afzuigkap reageert op de temperatuur vande kookzone, waardoor hetventilatorsnelheidsniveaudienovereenkomstig wordt verhoogd ofverlaagd. De indicatielampjes boven hetsymbool van de afzuigkap verschijnen. 4.

De ventilatorsnelheid kan tijdens hetkoken handmatig worden aangepast doorop te drukken. Om de functie uit te schakelen, drukt u opAUTO. Er klinkt een signaal en hetindicatielampje boven het symbool verdwijnt. Als je de kookplaat uitschakelt terwijl AUTOdeze draait, wordt de functie onthouden voorde volgende kooksessie. BoostDe functie schakelt de ventilator van deafzuigkap op maximale snelheid in. 1. Druk op om de functie te activeren. Er klinkt een signaal en er verschijnenindicatoren boven het symbool. 2. Druk nogmaals op om de functieindien nodig uit te schakelen. De functie kan maximaal 8 minutenononderbroken werken. Na die tijd verandertde instelling van de ventilatorsnelheidautomatisch in 3. Je kunt de functie zo nodigopnieuw activeren.

een minimumsnelheid. De functie verwijderteventuele aanhoudende geuren na hetkoken. Als je de kookplaat voor de eerste keergebruikt, is de functie standaardingeschakeld. Wanneer de functie in werking is, verschijnthet indicatielampje boven AUTO. Zodra decyclus voorbij is, schakelt de ventilatorautomatisch uit. Om de functie uit te schakelen terwijl dezeactief is:Druk op AUTO of. De ventilator van de afzuigkap wordtuitgeschakeld. Om de functie volledig uit te schakelen:1. Open het menu: houd 3 secondeningedrukt. Houd vervolgens ingedrukt. 2. Druk op op de timer vooraan totdat dFop het display verschijnt. 3. Druk op of op de timer aan devoorzijde tot Uit (--) verschijnt. 4. Druk op om af te sluiten. Het wordt aanbevolen om de functie nietuit te schakelen en deze gedurende devolledige cyclus ononderbroken te latenwerken. 6.

10 SenseFryMet deze functie kunt u een geschiktwarmteniveau instellen om uw voedsel tebraden. De kookplaat behoudt detemperatuur tijdens het koken. U kunt kiezenuit drie SenseFry niveaus: laag (2),gemiddeld (5), hoog (8). Zodra hetwarmteniveau is ingesteld, is er geenhandmatige temperatuuraanpassing nodig. LET OP. Gebruik alleen koud kookgerei. Laat de kookplaat niet onbeheerd achterterwijl de functie in werking is. 1. Plaats een pan zonder olie/vet op eenvan de koude kookzones aan delinkerkant. U kunt een enkele kookzonegebruiken of beide zones verbinden metBridge. Als u slechts één pan op één kookzoneplaatst, start de functie automatisch. 2. Raak aan om de kookplaat in teschakelen. 3. Raak aan om de functie te activeren. Het indicatielampje boven het symbool gaataan. De kookstand is 2 standaard ingesteld. 4. Selecteer een braadniveau doorherhaaldelijk op te drukken.

U kunt het SenseFry niveau aanpassendoor op een van de bijbehorende warmte-instellingsniveaus te drukken, zoalsweergegeven in de onderstaande tabel. SenseFry ver‐mogensniveauWarmte-instel‐lingsniveausLaag 2Medium 5Hoog 8De functie start. Zodra de functie start, verschijnen deindicatielampjes boven de schuifregelaar enbegint de animatie te draaien. Als u binnen 5 seconden geen pan opeen van de kookzones plaatst, wordt defunctie automatisch uitgeschakeld. 6. Stel indien nodig een timerfunctie in. Zodra de pan de beoogde temperatuurbereikt, klinkt een akoestisch signaal. U kuntnu olie en voedsel in de pan doen. Druk op 0 op de bedieningsbalk of druk opom de functie te stoppen. Als u een instelt Timer met aftelfunctie op eenvan de kookzones en de ingestelde tijd isverstreken voordat de beoogde temperatuuris bereikt, wordt de functie automatischuitgeschakeld. 18 NEDERLANDS.

Tips en advies:• U kunt indien nodig het standaardwarmteniveau wijzigen.• Gebruik voor dikke stukken voedsel ofrauwe aardappelen een deksel tijdens deeerste 10 minuten bakken.• Het opwarmen van zware en/of grotepannen kan langer duren.• Gebruik dun metalen kookgerei op de lageen middelhoge warmtestanden omoververhitting en schade van hetkookgerei te voorkomen.• Gebruik geen dun geëmailleerd kookgerei.Het kan oververhit en beschadigd raken.Juiste pannen voor de SenseFry-functieGebruik alleen pannen met een vlakkebodem. Om te controleren of de pan correctis:1. Zet uw pan ondersteboven.2. Plaats een liniaal op de bodem van depan.3. Probeer een muntstuk van 1, 2 of 5eurocent (of een muntstuk met eenvergelijkbare dikte, ongeveer 1,7 mm)tussen de liniaal en de bodem van de pante plaatsen.a. De pan is onjuist geplaatst als u demunt tussen de liniaal en de pan kuntplaatsen.b.

De pan is correct geplaatst als u demunt tussen de liniaal en de pan kuntplaatsen.6.11 MenustructuurDe tabel toont de basismenustructuur.GebruikersinstellingenSym‐boolInstellingen Mogelijke optiesb Geluid Aan / Uit (--)P Energiebeperking 15 - 73H AUTO-modus 1 - 4dF Auto Breeze Aan / Uit (--)E Alarm / foutge‐schiedenisDe lijst met recentealarmen / fouten.Om gebruikersinstellingen in te voeren: 3seconden ingedrukt houden . Houdvervolgens ingedrukt. De instellingenverschijnen op de timer van de linkerkookzones.Navigeren door het menu: het menubestaat uit het instellingssymbool en eenwaarde. Het symbool verschijnt op de timeraan de achterkant en de waarde verschijnt opde timer aan de voorkant. Om tussen deinstellingen te navigeren, druk je op op detimer aan de voorzijde.

• u aanraakt,• de timer gaat uit,• druk je op een inactief symbool. 7. EXTRA FUNCTIES7. 1 Automatische uitschakelingDe functie schakelt de kookplaatautomatisch uit als:• alle kookzonesen de afzuigkap zijnuitgeschakeld,• je na het inschakelen van de kookplaatgeen kookstand of ventilatorsnelheidinstelt,• je iets hebt gemorst of langer dan 10seconden iets op het bedieningspaneelhebt gelegd (een pan, doek). Er klinkt eensignaal en de kookplaat wordtuitgeschakeld. Verwijder het object ofreinig het bedieningspaneel. • het apparaat te heet wordt (bijv. als eensteelpan droogkookt). Laat de kookzoneafkoelen voordat je de kookplaat weergebruikt. • je een kookzone niet uitschakelt of dekookstand wijzigt. Na enige tijd wordt dekookplaat uitgeschakeld.

De relatie tussen de kookstand/ventilatorsnelheid en de tijd waarna hetapparaat wordt uitgeschakeld:Warmte-instelling De kookplaat wordtuitgeschakeld na1 - 2 6 uur3 - 4 5 uur5 4 uur6 - 9 1,5 uurWanneer u SenseFry gebruikt, wordt dekookplaat na 1,5 uur gedeactiveerd. Instelling ventilator‐snelheidDe afzuigkap wordtuitgeschakeld na10 uur7. 2 BlokkeringU kunt het bedieningspaneel vergrendelenterwijl de kookplaat in werking is. Ditvoorkomt een onbedoelde wijziging van dekookstand / ventilatorsnelheid. Stel eerst de kookstand / ventilatorsnelheidin. Om de functie in te schakelen: druk op. Om de functie uit te schakelen: druknogmaals op. De functie wordt uitgeschakeld, als je dekookplaat uitschakelt. 7. 3 KinderbeveiligingsinrichtingDeze functie voorkomt onbedoeld gebruikvan de kookplaat en de afzuigkap. Om de functie te activeren: druk op. Stelgeen kookstand / afzuigkap in.

Houd 3 seconden ingedrukt totdat hetindicatielampje boven het symbool verdwijnt. Schakel de kookplaat uit met. Koken met de functie ingeschakeld: drukop en druk vervolgens 3 seconden optot het indicatielampje boven het symboolverdwijnt. Je kunt de kookplaat bedienen. Alsje de kookplaat uitschakelt met de -functie, werkt weer. 20 NEDERLANDS.

7. 4 BridgeDe functie werkt als de pan demiddelpunten van beide zones bedekt. Raadpleeg "De kookzones gebruiken"voor meer informatie over de juisteplaatsing van kookgerei. De functie verbindt twee kookzones en zewerken als één kookzone. Stel eerst de kookstand in voor één van dekookzones. Om de functie voor linker-/rechterkookzones te activeren: raak / aan. Om de warmte-instelling in te stellen ofte wijzigen, raakt u een van de linker/rechterregelsensoren aan. Om de functie uit te schakelen: raak / aan. De kookzones werken onafhankelijk vanelkaar. 8. AANWIJZINGEN EN TIPSWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 8. 1 PannenVoor inductiekookzones creëert een sterkelektromagnetisch veld de hitte in depannen zeer snel. Gebruik de inductiekookzones met geschiktepannen.

• Om oververhitting te voorkomen en deprestaties van de zones te verbeteren,moet het kookgerei zo dik en vlak mogelijkzijn. • Gebruik voor de SenseFry functie alleenpannen met een vlakke bodem. • Zorg ervoor dat bodems schoon en droogzijn voordat het kookgerei op de kookplaatworden gezet. • Let er altijd op dat u het kookgerei nietschuift of wrijft op de randen en hoekenvan het glas , omdat dit het glasoppervlakkan beschadigen. Panmaterialen• goed: gietijzer, staal, geëmailleerd staal,roestvrij staal, meerlaagse bodem(aangemerkt als geschikt door defabrikant). • niet goed: aluminium, koper, messing,glas, keramiek, porselein. Een pan is geschikt voor eeninductiekookplaat als:• water op de hoogste kookstand binnenkorte tijd wordt verwarmd,• een magneet op de onderkant van hetkookgerei plakt.

Gebruik voor een optimalewarmteoverdracht kookgerei met eenbodemdiameter die vergelijkbaar is met degrootte van de kookzone (d. w. z. demaximale waarde van de diameter van hetkookgerei in "Technische gegevens" >"Specificatie van de kookzone"). – Pannen met een diameter kleiner daneen bepaalde kookzone ontvangenslechts een deel van het vermogen datdoor de kookzone wordt opgewekt,wat resulteert in een langzamereopwarming. – Gebruik zowel om veiligheidsredenenals voor optimale kookresultaten geenpannen groter dan aangegeven in dekookzonespecificaties. Zorg ervoor datpannen tijdens het koken niet dicht bijhet bedieningspaneel blijven. Dit kanNEDERLANDS 21.

invloed hebben op de werking van hetbedieningspaneel of onbedoeld dekookplaatfuncties activeren. Raadpleeg de technische gegevens. Geventileerde stoomdekselsOm de kooksessies naast de afzuigkapverder te optimaliseren, kun je de specialestoomgeventileerde deksels met jouwkookgerei gebruiken. De deksels zijnontworpen om de stoom die in de pan wordtgeproduceerd naar de afzuigkap te leiden,waardoor er zo min mogelijk ongewenstekookgeuren en overmatige vochtigheid in dekeuken komt. De deksels zijn afzonderlijkverkrijgbaar in verschillende maten voor demeest voorkomende soorten kookgerei. Gavoor meer informatie naar onze website. 8. 2 Geluiden tijdens bedrijfDeze geluiden zijn normaal en hebbenniets met een defect te maken. Geluidenvan kookgerei kunnen variërenafhankelijk van het materiaal van hetkookgerei en het vermogen.

Geluiden gerelateerd aan kookgerei:• kraakgeluid: kookgerei is gemaakt vanverschillende materialen (sandwich-constructie). • fluitend geluid: bij gebruik van eenkookzone met een hoge kookstand en alshet kookgerei is gemaakt vanverschillende materialen (een sandwich-constructie). • bromgeluid: als u een hoge kookstandgebruikt. Kookplaatgerelateerde geluiden:• klikken: er treedt elektrische schakelingop. • sissen, zoemen: de ventilator werkt. • ritmisch geluid: kookgerei wordtgedetecteerd. 8. 3 Öko Timer (Eco-timer)Om energie te besparen, wordt deverwarming van de kookzone uitgeschakeldvoordat de afteltimer klinkt. Het verschil inbedrijfstijd is afhankelijk van hetkookstandniveau en de duur van debereiding. 8. 4 Vereenvoudigde kookgidsDe correlatie tussen de kookstand en hetstroomverbruik van de kookzone is nietlineair.

Warmte-instel‐lingGebruik om het volgende tedoen:Tijd(min)Tips1 - 2 Hollandaisesaus, smelten: boter, cho‐colade, gelatine.5 - 25 Roer af en toe.2 Stollen: luchtige omeletten, gebakkeneieren.10 - 40 Kook met een deksel erop.2 - 3 Zachtjes aan de kook brengen van rijsten gerechten op basis van melk, reedsbereide gerechten opwarmen.25 - 50 Voeg minimaal twee keer zo veelvocht toe als rijst en roer gerechten opmelkbasis halverwege de proceduredoor.3 - 4 Stoofgroenten, vis, vlees. 20 - 45 Voeg een paar eetlepels water toe.Controleer de hoeveelheid water tij‐dens het proces.4 - 5 Stoom aardappelen en andere groen‐ten.20 - 60 Bedek de bodem van de pan met 1-2cm water. Controleer het waterpeil tij‐dens het proces.

Houd het deksel opde pan.4 - 5 Kook grotere hoeveelheden voedsel,stoofschotels en soepen.60 - 150 Tot 3 l vloeistof plus ingrediënten.6 - 7 Zacht bakken: escalope, kalfscordonbleu, koteletten, rissoles, worstjes, le‐ver, roux, eieren, pannenkoeken, do‐nuts.indien no‐digDraai om wanneer nodig.7 - 8 Flink bakken, hash browns, lendenbief‐stuk, steaks.5 - 15 Draai om wanneer nodig.9 Kook water, kook pasta, schroei vlees (goulash, braadpan), frituur frietjes.Kook grote hoeveelheden water. PowerBoost is ingeschakeld.8.5 Praktische tips voor de -functieSenseFryDe gegevens in de tabel tonen voorbeeldenvan voedsel voor elk SenseFry niveau. Dehoeveelheid, dikte, kwaliteit en temperatuur(bijv. bevroren) van het voedsel dat in de panwordt gebakken, beïnvloeden het ingesteldeSenseFry niveau.

Voedsel SenseFry niveauVlees Hamburger, gehaktballen, koteletten, kipfilet, kalkoenfilet,escalope, filet, steak (medium/goed gedaan), gebakkenworstjesMediumSteak (rauw), gehakt vlees HoogGroenten Gebakken niet-voorgekookte aardappelen LaagGebakken aardappelpatties, groenten Medium8. 6 Aanwijzingen en tips voor deafzuigkap• U kunt er potten op zetten als deafzuigkap niet werkt. Het zal geen schadeveroorzaken. • Wanneer de AUTO-modus in werking is,start de ventilator aan het begin van elkekooksessie op een lage snelheid. Desnelheid neemt geleidelijk toe. U kunt desnelheid indien nodig ook handmatigaanpassen. 9. ONDERHOUD EN REINIGINGWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 9. 1 Algemene informatie• Reinig de kookplaat na elk gebruik. • Gebruik altijd kookgerei met een schonebodem. • Krassen of donkere vlekken op hetoppervlak hebben geen invloed op dewerking van de kookplaat.

• Gebruik een specifiek schoonmaakmiddelvoor het oppervlak van de kookplaat. • Gebruik altijd een schraper die wordtaanbevolen voor kookplaten met eenglazen oppervlak. Gebruik de schraperalleen als extra hulpmiddel voor hetreinigen van het glas na de standaardreinigingsprocedure. WAARSCHUWING. Gebruik geen messen of anderscherp, metalen gereedschap om hetglasoppervlak te reinigen. 9. 2 Het kookplaat reinigen• Verwijder onmiddellijk: gesmoltenkunststof, plastic folie, zout, suiker ensuikerhoudend voedsel, anders kan ditschade aan de kookplaat veroorzaken. Doe voorzichtig om brandwonden tevoorkomen. Gebruik de speciale schraperop de glazen plaat en verwijder restendoor het blad over het oppervlak teschuiven. • Verwijder dit als de kookplaatvoldoende afgekoeld is: kalkringen,waterringen, vetvlekken, glanzendemetaalverkleuring.

• Verwijder glanzende metaalverkleuring:reinig het glazen oppervlak met een doeken een oplossing van water met azijn. 9. 3 De afzuigkap schoonmakenRasterHet rooster leidt de lucht in de afzuigkap. Bovendien beschermt het rooster hetafzuigkapsysteem en voorkomt het dat er perongeluk vreemde voorwerpen in vallen. Hetrooster is gemaakt van gietijzeraluminium. Jekunt het rooster handmatig of in eenvaatwasser wassen. Veeg het rooster af meteen zachte doek. 24 NEDERLANDS.

LekbakEr bevindt zich een lekbak onder de kap. Ditverzamelt het condenswater dat bij elkkookproces ontstaat. Er kan op elk momentwater uit het afzuigkapsysteem in de lekbakdruppelen. Vergeet niet om de lekbakregelmatig te legen. De lekbak is van bovenafzichtbaar zodra u het rooster en defilterbehuizing samen met de filters verwijdert. Voordat u de lekbak opent, moet u ervoorzorgen dat u de inhoud van de lade of kastonder de kookplaat beschermt tegenonbedoeld morsen. 1. Ontgrendel eerst de middelstevergrendeling om toegang te krijgen totde lekbak aan de achterkant. Schuif devergrendeling in de tegenovergestelderichting. Pak de lekbak met beide handenvast en schuif deze voorzichtig naarrechts. 122. Beweeg de lekbak verticaal naarbeneden. Let op dat u het water nietmorst. 3. Gooi het water weg en spoel de lekbakuit.

U kunt de bak handmatig wassen(met warm water, zeep en een zachtedoek/spons) of in de vaatwasser(standaardcyclus). WAARSCHUWING. Zorg ervoor dat er geen vloeistof in deafzuigkap komt. Als er water of andere vloeistoffen in hetafzuigkapsysteem terechtkomen:1. Schakel de afzuigkap uit. 2. Til het rooster op en reinig het gebiedrond de kap voorzichtig met warm water,een vochtige doek of spons en een mildschoonmaakmiddel. 3. Veeg het overtollige vocht op de bodemvan de afzuigkap weg met een spons ofeen droge doek. 4. Reinig zonodig het filter (zie "Het filter vande afzuigkap reinigen"). 5. Leeg de lekbak indien nodig. 6. Schakel de afzuigkap in, stel hetventilatorsnelheidsniveau in op 2 of hogeren laat de kap enige tijd draaien om hetresterende vocht te verwijderen. 9.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AEG NCH84C23CB stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden