AEG HVB8453IB Handleiding

AEG Fornuis HVB8453IB

Bekijk gratis de handleiding van AEG HVB8453IB (32 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 8 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over AEG HVB8453IB of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/32
aeg.com/register
HVB8453IB
NLGebruiksaanwijzing | Kookplaat
aeg.com\register

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: AEG
Categorie: Fornuis
Model: HVB8453IB

Handleiding AEG HVB8453IB – volledige tekst

VOOR PERFECTE RESULTATENBedankt dat je voor dit AEG-product hebt gekozen. We hebben het gecreëerd omjarenlang onberispelijke prestaties te leveren, met innovatieve technologieën die hetleven eenvoudiger maken – functies die je wellicht niet op gewone apparaten aantreft. Neem een paar minuten de tijd om het beste uit het apparaat te halen. Ga naar onze website voor:Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:www. aeg. com/supportRegistreer je product voor een betere service:www. registeraeg. comKoop accessoires, verbruiksartikelen en originele reserveonderdelen voor je apparaat:www. aeg. com/shopKLANTENSERVICE EN SERVICEGebruik altijd originele onderdelen. Als u contact opneemt met onze erkende servicedienst, zorg er dan voor dat u devolgende gegevens tot uw beschikking hebt: Model, PNC, serienummer. De informatie vindt u op het typeplaatje.

Waarschuwingen en veiligheidsinformatie Algemene informatie en tips Milieu-informatieWijzigingen voorbehouden. INHOUDSOPGAVE1. VEILIGHEIDSINFORMATIE. 22. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN. 53. MONTAGE. 84. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT. 135. DAGELIJKS GEBRUIK. 156. AANWIJZINGEN EN TIPS. 197. ONDERHOUD EN REINIGING. 228. PROBLEEMOPLOSSING. 249. TECHNISCHE GEGEVENS. 2710. ENERGIEZUINIGHEID. 2811. MILIEUBESCHERMING. 281. VEILIGHEIDSINFORMATIELees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatieen gebruik van het apparaat. De fabrikant is nietverantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeituit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar de2 NEDERLANDS.

instructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voortoekomstig gebruik.1.1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen• Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaaren ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk,zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aanervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan ofinstructies hebben gekregen over het veilig gebruiken vanhet apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderenjonger dan 8 jaar en personen met zware en complexebeperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat teworden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezichtstaan.• Houd toezicht op kinderen, om te voorkomen dat zij gaanspelen met het apparaat.• Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi hetop passende wijze weg.• WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijkeonderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik.

Houdkinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdenshet gebruik en bij het afkoelen.• Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit teworden geactiveerd.• Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- enonderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.1.2 Algemene veiligheid• Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken.• Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijkgebruik.• Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers,bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en anderesoortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de(gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus nietoverschrijdt.NEDERLANDS 3

• WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijkeonderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. U dientte voorkomen de verwarmingselementen aan te raken.• WAARSCHUWING: Onbewaakt koken op een kookplaatmet vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden.• Gebruik nooit water om het kookvuur te blussen. Schakelhet apparaat uit en bedek de vlammen met bijv. eenbranddeken of deksel.• WAARSCHUWING: Het apparaat mag niet van stroomworden voorzien door een extern schakelapparaat, zoalseen tijdklok, of aangesloten worden op een circuit dat doorhet elektriciteitsbedrijf regelmatig aan en uit wordtgeschakeld.• LET OP: Het kookproces moet bewaakt worden.

Een kortkookproces moet voortdurend bewaakt worden.• WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geenvoorwerpen op de kookoppervlakken.• Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels endeksels mogen niet op het oppervlak van de kookplaatworden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.• Gebruik het apparaat niet voordat u het in de ingebouwdeconstructie installeert.• Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon temaken.• Als de glaskeramische / glazen oppervlakte gebarsten is,schakel het apparaat dan uit en trek de stekker uit hetstopcontact. In het geval het apparaat rechtstreeks op destroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert ude zekering om het apparaat van de stroom te halen.

Neemaltijd contact op met de erkende servicedienst.• In geval van glasbreuk van de kookplaat:– schakel alle branders en alle elektrischeverwarmingselementen onmiddellijk uit en isoleer hetapparaat van de stroomvoorziening,– raak het oppervlak van het apparaat niet aan,– gebruik het apparaat niet.4 NEDERLANDS

• Indien het netsnoer beschadigd is, moet het wordenvervangen door de fabrikant, een erkende service ofvergelijkbaar gekwalificeerde personen om gevaar tevoorkomen. • Als het apparaat rechtstreeks op de stroomvoorzieningwordt aangesloten, is er een alpolige isolatieschakelaar meteen contactopening nodig op alle polen. De volledigeontkoppeling, in overeenstemming met de voorwaarden diegespecificeerd zijn in overspanningscategorie III, moetworden gegarandeerd. De aardkabel is hiervan uitgesloten. • Let er bij het leiden van de stroomkabel op dat de kabel nietrechtstreeks in contact komt (bijvoorbeeld met behulp vanisolatiehuls) met onderdelen die temperaturen van meerdan 50°C boven kamertemperatuur kunnen bereiken.

• WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermersdie door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpenof door de fabrikant van het apparaat in degebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven ofkookplaatbeschermers die in het apparaat zijngeïntegreerd. Het gebruik van ongeschiktekookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken. 2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTENDit apparaat is geschikt voor de volgendemarkten: BE LU2. 1 InstallerenWAARSCHUWING. Alleen een erkende installatietechnicusmag dit apparaat installeren. WAARSCHUWING. Gevaar voor letsel of schade aan hetapparaat. • Verwijder alle verpakkingsmaterialen. • Installeer en gebruik geen beschadigdapparaat. • Volg de installatie-instructies die zijnmeegeleverd met het apparaat. • Houd de minimumafstand naar andereapparaten en units in acht. • Pas altijd op bij verplaatsing van hetapparaat, want het is zwaar.

Gebruik altijdveiligheidshandschoenen en geslotenschoeisel. • Dicht de oppervlakken af met kit om tevoorkomen dat ze gaan opzetten doorvocht. • Bescherm de bodem van het apparaattegen stoom en vocht. • Installeer het apparaat niet naast een deurof onder een raam. Dit voorkomt dat heetkookgerei van het apparaat valt als dedeur of het raam wordt geopend.

tussen de onderkant van het apparaat ende bovenste lade voldoende is voorluchtcirculatie. • De onderkant van het apparaat kan heetworden. Installeer een onbrandbaarscheidingspaneel onder het apparaat omte voorkomen dat de onderkant kanworden aangeraakt. 2. 2 Elektrische aansluitingWAARSCHUWING. Gevaar voor brand en elektrischeschokken. • Alle elektrische aansluitingen moetenworden uitgevoerd door eengekwalificeerde elektricien. • , moet het apparaat geaard worden. • Verzeker jezelf ervan dat de stekker uithet stopcontact is getrokken, voordat jewelke werkzaamheden dan ook uitvoert. • Zorg ervoor dat de parameters op hetvermogensplaatje overeenkomen metelektrische vermogen van de netstroom. • Controleer of het apparaat correctgeïnstalleerd is. Losse en onjuistestroomkabels of stekkers (indien vantoepassing) kunnen ertoe leiden dat decontactklem te heet wordt. • Gebruik het juiste netsnoer.

• Zorg dat de stroomkabel niet verstriktraakt. • Controleer of er een aardlekschakelaar isgeïnstalleerd. • Gebruik de trekontlastingsklem op dekabel. • Zorg ervoor dat de stroomkabel of stekker(indien van toepassing) het hete apparaatof heet kookgerei niet aanraakt als je hetapparaat op een nabijgelegen contactdoosaansluit. • Gebruik geen adapters met meerderestekkers en verlengkabels. • Zorg ervoor dat je de stekker (indien vantoepassing) of het netsnoer nietbeschadigt. Neem contact op met onserkende servicecentrum of een elektricienom een beschadigde stroomkabel tevervangen. • De schokbescherming van delen onderstroom en geïsoleerde delen moet op zo'nmanier worden bevestigd dat het nietzonder gereedschap kan wordenverplaatst. • Steek de stekker pas in het stopcontactals de installatie is voltooid. Zorg ervoordat het netsnoer na installatie bereikbaaris.

• Als het stopcontact los zit, mag u destekker niet in het stopcontact steken. • Trek niet aan het netsnoer om hetapparaat los te koppelen. Trek altijd aande stekker.

• Gebruik enkel correcteisolatievoorzieningen:stroomonderbrekers, zekeringen(schroefzekeringen moeten uit de houderworden verwijderd), aardlekschakelaarsen contactgevers. • De elektrische installatie moet eenisolatieapparaat bevatten waardoor hetapparaat volledig van het lichtnetafgesloten kan worden. Hetisolatieapparaat moet een contactopeninghebben met een minimale breedte van 3mm. 2. 3 GasaansluitingLET OP. Bij gebruik van een gasfles moet je dezealtijd op een vlak horizontaal oppervlakhouden (met de gasklep bovenaan). • Alle gasaansluitingen moeten door eengediplomeerd elektromonteur wordengemaakt. • Controleer vóór installatie of deplaatselijke distributieomstandigheden(gassoort en -druk) en de afstelling vanhet apparaat met elkaar te combinerenzijn. • Zorg ervoor dat er lucht in het apparaatcirculeert. • De informatie over de gastoevoer staat ophet typeplaatje.

• Dit apparaat mag niet aangesloten wordenop een inrichting dat producten afvoertvoor verbranding. Sluit het apparaat aanvolgens de geldende installatieregels. Volg de vereisten voor voldoendeventilatie. 6 NEDERLANDS.

2. 4 GebruikWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel, brandwonden ofelektrische schokken. LET OP. Het gebruik van een gaskooktoestelresulteert in de productie van warmte,vocht en verbrandingsproducten in deruimte waarin het apparaat wordtgeïnstalleerd. Zorg ervoor dat de keukengoed geventileerd is, vooral wanneer hetapparaat in gebruik is. Langdurig intensief gebruik van hetapparaat kan extra ventilatie vereisen. Ditis bijvoorbeeld het verhogen vanmechanische ventilatie waar aanwezig,extra ventilatie om deverbrandingsproducten veilig teverwijderen naar buitenlucht (externelucht), terwijl het ook ruimtelucht ververstmet extra ventilatie. Raadpleeg eenbevoegde persoon voordat je de extraventilatie installeert. • De specificatie van dit apparaat nietwijzigen. • Verwijder voorafgaand aan het eerstegebruik alle verpakkingsmaterialen,etiketten en beschermfolie (indien vantoepassing).

• Zorg ervoor dat de ventilatieopeningenniet geblokkeerd worden. • Laat het apparaat tijdens de werking nietonbeheerd achter. • Zet de kookzone op "uit" na ieder gebruik. • Plaats geen bestek of deksels vansteelpannen op de kookzones. Ze kunnenheet worden. • Gebruik het apparaat niet met nattehanden of als het contact maakt metwater. • Gebruik het apparaat niet als werkblad ofals opslagoppervlak. • Als u voedsel in hete olie plaatst, kan hetspatten. WAARSCHUWING. Risico op brand en explosie. • Wanneer ze verwarmd worden, kunnenvetten en oliën ontvlambare dampenafgeven. Houd open vuur of verwarmdevoorwerpen uit de buurt van vetten enoliën wanneer u ermee kookt. • De dampen die boven erg hete olieontstaan kunnen spontaan ontbranden. • Gebruikte olie, die voedselresten kanbevatten, kan ontbranden bij een lageretemperatuur dan olie die voor de eerstekeer wordt gebruikt.

• Laat geen heet kookgerei op hetbedieningspaneel staan. • Laat kookgerei niet droogkoken. • Zorg ervoor dat je geen voorwerpen ofkookgerei op het apparaat laat vallen. Hetoppervlak kan beschadigd raken. • Laat nooit een brander aan met leegkookgerei of zonder kookgerei. • Leg geen aluminiumfolie op het apparaat. • Kookgerei gemaakt van gietijzer,aluminium of met een beschadigde bodemkan krassen op het glas/glaskeramiekveroorzaken. Til deze voorwerpen altijd opals je ze op de kookplaat moetverplaatsen. • Gebruik alleen stabiel kookgerei met eenjuiste vorm en diameter die groter is dande afmetingen van de branders. • Zorg ervoor dat het kookgerei in hetmidden van de branders staat. • Gebruik geen grote pannen die de randenvan het apparaat overschrijden. Dit kanhet apparaat beschadigen. • Gebruik alleen de accessoires die bij hetapparaat zijn geleverd.

2. 5 Onderhoud en reiniging• Reinig het apparaat regelmatig om tevoorkomen dat het materiaal van hetoppervlak achteruitgaat. • Schakel het apparaat uit en laat hetafkoelen voordat u het schoonmaakt. • Gebruik geen waterstralen en stoom omhet apparaat te reinigen. • Reinig het apparaat met een vochtigezachte doek. Gebruik alleen neutraleschoonmaakmiddelen. Gebruik geenschuurmiddelen, schuursponsjes,oplosmiddelen of metalen voorwerpen. • De branders niet in de afwasautomaatreinigen. 2. 6 Service• Neem contact op met de erkendeservicedienst voor reparatie van hetapparaat. Gebruik alleen originelereserveonderdelen.

• Met betrekking tot de lamp(en) in ditproduct en reservelampen die afzonderlijkworden verkocht: Deze lampen zijnbedoeld om bestand te zijn tegen extremefysieke omstandigheden in huishoudelijkeapparaten, zoals temperatuur, trillingen,vochtigheid, of zijn bedoeld om informatiete geven over de operationele status vanhet apparaat. Ze zijn niet bedoeld voorgebruik in andere toepassingen en zijnniet geschikt voor verlichting inhuishoudelijke ruimten. 2. 7 VerwijderingWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel of verstikking. • Neem contact op met uw plaatselijkeoverheid voor informatie over het afvoerenvan het apparaat. • Haal de stekker uit het stopcontact. • Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat afen gooi het weg. • Maak de externe gasleidingen plat. 3. MONTAGEWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 3.

1 Voor montageVoordat u de kookplaat installeert, dient u deonderstaande informatie van het typeplaatjete noteren. Het typeplaatje bevindt zichonderop de kookplaat. Model. Productnummer(PNC). Serienummer. 3. 2 GasaansluitingWAARSCHUWING. De volgende instructies over montage,aansluiting en onderhoud moeten doorgekwalificeerd personeel inovereenstemming met de geldendenormen en voorschriften wordenuitgevoerd. Het is noodzakelijk dat de aansluiting op degasleiding wordt uitgevoerd door middel vaneen AGB-kraan.

Kies vaste aansluitingen ofgebruik een flexibele leiding van AGB(roestvrij staal) conform de geldendevoorschriften (NBN D 51. 003). Als u flexibelemetalen leidingen gebruikt, zorg er dan voordat deze niet in aanraking komen metbewegende onderdelen en dat deze nietbekneld raken. Wees ook voorzichtig met hetplaatsen van de kookplaat met een oven. Controleer of de gastoevoerdruk van hetapparaat voldoet aan de aanbevolenwaarden. De verstelbare aansluitingwordt op de uitbreidingsbrug bevestigdmet behulp van een schroefdraadmoer R1/2". Alle onderdelen in de afbeelding zijnal in de fabriek gemonteerd. Voordat hetapparaat de fabriek verlaat, is het getestom u de beste resultaten te geven. 8 NEDERLANDS.

AA. Einde van as met schroefdraadVloeibaar gas (alleen voor België)Gebruik de houder voor de rubber vloeibaargasslang. Gebruik altijd de pakking. Gavervolgens verder met de gasaansluiting. De flexibele leiding is voorbereid op gebruikals:• deze kan niet warmer worden dankamertemperatuur, hoger dan 30°C;• het niet langer is dan 1500mm;• deze geen afklemmingen vertoont;• deze niet wordt belast met trek- oftorsiekrachten;• deze niet in aanraking komt met scherperanden of hoeken;• deze eenvoudig kan worden onderzochtom te verzekeren dat deze in orde is. De controle voor behoud van de flexibeleleiding bestaat uit het controleren of:• deze geen barsten, sneden, sporen vanverbranden op de twee uiteinden en overde volledige lengte vertoont;• het materiaal niet verhard is, maar decorrecte elasticiteit vertoont;• de bevestigingsklemmen niet verroest zijn;• de levensduur niet verlopen is.

Als er een of meer defecten zichtbaar zijn,mag de leiding niet worden gerepareerd,maar moet deze worden vervangen. WAARSCHUWING. Controleer na montage of de afdichtingvan elke leidingaansluiting correct is. Gebruik een zeepoplossing, geen vlam. 3. 3 Vervanging van injectoren(alleen voor België)WAARSCHUWING. Informatie uitsluitend bedoeld voorerkende installateurs. 1. Verwijder de pannendragers. 2. Verwijder de kappen en kronen van debrander. 3. Verwijder met een dopsleutel 7 deinjectoren en vervang ze door desproeiers die nodig zijn voor het type gasdat je gebruikt (zie de tabel in hethoofdstuk "Technische gegevens"). 4. Plaats alle onderdelen terug, waarbij jedezelfde procedure in omgekeerdevolgorde uitvoert. 5. Vervang het typeplaatje (vlak bij degastoevoerleiding) door het nieuwe typegastoevoer. Je vindt deze plaat in de zakdie bij het apparaat geleverd is.

Informatie uitsluitend bedoeld voorerkende installateurs. 1. De kookplaat uitschakelen. 2. Druk op en houd gedurende 3seconden ingedrukt. 3. Houd binnen 7 seconden de ruimte onderde drie verlichte LED's naast de 3seconden ingedrukt. 4. Druk op het symbool van de middelstebrander totdat op het display G1verschijnt. 5. Druk op het symbool van de middelstebrander om naar de gasselectiemodus tegaan. Timerdisplay geeft het geselecteerde gastypeweer. 6. Druk op aan om het gastype volgensonderstaande tabel in te stellen. 7. Druk op het symbool van de middelstebrander om het gastype te bevestigen. Druk op om de modus te verlaten of wachttotdat Automatische uitschakeling-functieinschakelt. NEDERLANDS 9.

Gasselectie0 1 2G20/G25 20/25 mbar Vloeibaar gas 29 mbar Veiligheidsrisico, gebruik geen gas‐selectie 2. Gebruik alleen gasselec‐ties 0 en 1, afhankelijk van de gast‐oevoer. 3. 5 Aanpassing minimumniveau(alleen voor België)WAARSCHUWING. Informatie uitsluitend bedoeld voorerkende installateurs. Schakel de kookplaat uit voordat uaanpassingen doet. Het minimumniveau van de brandersafstellen:1. De kookplaat uitschakelen. 2. Druk op en houd gedurende 3seconden ingedrukt. 3. Houd binnen 7 seconden de ruimte onderde drie verlichte LED's naast het symbool gedurende 3 secondeningedrukt. 4. Druk 3 keer op het symbool van demiddelste brander. Op de display verschijnt G2-stand. 5. Druk op het symbool van de middelstebrander om de modus te openen. 6. Wacht na het kiezen van de stand 5seconden. De brander brandt op het minimale niveau ende bedieningsbalk toont. 7.

Om de waarde te verhogen of te verlagenen het minimumniveau aan te passen,drukt u op of symbolen van demiddelste brander. 8. Wacht 5 seconden voor het versturen vande gekozen waarde naar hetvoedingsbord. 9. Controleer of het minimumniveau correctis en druk op het symbool om hetminimumniveau te bevestigen. Als het minimale niveau niet juist is,herhaal dan stappen 6 en 7. 10. Druk op het symbool van de middelstebrander om de volgende brander teselecteren en herhaal de stappen 5-8. De procedure begint bij de middelste branderen gaat door de linkerbrander, derechterbrander vooraan naar derechterbrander achteraan. Druk op om de modus te verlaten. WAARSCHUWING. Zorg dat de vlam niet uitgaat als u deknop snel van de maximale stand naarde minimale stand draait. WAARSCHUWING. Stel de G3- en G4-standen niet in. Het isalleen voor geautoriseerde servicecentra. 3.

Het moet voorzien zijn van eengeschikte stekker die de belasting op hettypeplaatje aankan. Zorg ervoor dat u destekker in een correct stopcontact steekt. • Gebruik altijd een correct geïnstalleerdschokbestendig stopcontact. • Zorg ervoor dat de netvoedingsstekker namontage bereikbaar is. • Trek niet aan de netsnoer om hetapparaat los te koppelen. Trek altijd aande stekker. • Er bestaat brandgevaar als het apparaatop een verlengkabel, een adapter of een10 NEDERLANDS.

meervoudige aansluiting is aangesloten.Zorg ervoor dat de aardingsaansluitingvoldoet aan de normen en voorschriften.• Laat het netsnoer niet heter worden daneen temperatuur van 90°C.3.7 AansluitsnoerGebruik voor het vervangen van deaansluitkabel alleen de speciale kabel of hetequivalent daarvan. Het kabeltype is:H05V2V2-F T90.Zorg ervoor dat de doorsnede van het snoergeschikt is voor de voltagebelasting en debedrijfstemperatuur. De groen/geleaardedraad moet ca. 2 cm langer zijn dan debruine (of zwarte) fasedraad .LN1. Sluit de groen/gele (aarde) draad aan opde eindklem gemarkeerd met de letter 'E'of het aardesymbool , of groen/geelgekleurd.2. Sluit de blauwe (nul) draad aan op deeindklem gemarkeerd met de letter 'N', ofblauw gekleurd.3. Sluit de bruine (onder spanning staande)draad aan op de eindklem gemarkeerdmet de letter 'L'.

LET OP!Monteer het apparaat alleen op eenwerkblad met een plat oppervlak.LET OP!Monteer het apparaat alleen op eenwerkblad met een plat oppervlak.3.9 Installeren van kookplaat onderde afzuigkapAls je de kookplaat onder een kapinstalleert, raadpleeg je de installatie-instructies van de afzuigkap voor deminimumafstand tussen de apparaten. Inelk geval mag deze afstand niet minderzijn dan 650 mm.3.10 Mogelijkheden voor insertieHet paneel dat onder de kookplaat isgeïnstalleerd, moet gemakkelijk teverwijderen zijn. Ook moet het gemakkelijktoegankelijk zijn voor het geval dat ertechnische ondersteuning nodig is.Keukenmeubel met60 mmmin 5 mmABA. Verwijderbaar paneel (optioneel)B.

4.2 Indeling bedieningspaneel5 6 7192348Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen. De displays, indicatielampjes en geluidentonen welke functies worden gebruikt.Tip‐toetsFunctie Omschrijving1Aan/uit Het apparaat in- en uitschakelen.2Pauze De functie in- en uitschakelen.3Timer De functie instellen.4 / - De tijd verlengen of verkorten.5- Timerdisplay De tijd in minuten weergeven.6Resetten De kookplaat resetten (zie "Problemen oplossen").7Hob²Hood De handmatige modus van functie in- en uitschakelen.8- Bedieningsstrip Het instellen van de kookstand.9Vergrendeling/kinderbeveiliging Het bedieningspaneel vergrendelen/ontgrendelen.4.3 Indicatielampjes op de displayIndicatielampje Omschrijving + cijferEr is een storing.Er is een waarschuwing (raadpleeg “Probleemoplossing”). / / OptiHeat Control (3 stappen Restwarmte-indicator): doorgaan met koken/warm hou‐den/restwarmte.14 NEDERLANDS

4.4 Aanduiding voor heet oppervlakWAARSCHUWING!Indien de kookzone tijdens het kokenheet wordt, toont de instellingsaanduidingeen waarschuwing / / voor heetoppervlak als de zone wordtuitgeschakeld. De indicator heetoppervlak wordt weergegeven totdat dekookzone afkoelt, de kookplaat wordtlosgekoppeld of de stroom wordtuitgeschakeld.5. DAGELIJKS GEBRUIKWAARSCHUWING!Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.5.1 Overzicht brander$%'(&A. BranderkapB. BranderkroonC. OntstekingskaarsD. ThermokoppelE. Vlam van de piloot5.2 De brander ontstekenSteek de brander altijd aan voordat je erkookgerei op plaatst.WAARSCHUWING!Wees bijzonder voorzichtig bij hetgebruik van open vuur in dekeukenomgeving. De fabrikant kan nietaansprakelijk worden gesteld in het gevalvan onjuist gebruik van de vlam.1.

Houd ingedrukt om de kookplaat in teschakelen.De kookplaat wordt uitgeschakeld wanneerdeze na 50 seconden niet is gebruikt.2. Druk na de lichtanimatie, wanneer u op het display ziet, op de gewenstekookstand op de bedieningsbalk.Als de brander na een paar pogingen nietontsteekt, controleer dan of de kroon ende dop goed zijn geplaatst .Als de brander tijdens normaal gebruikautomatisch begint te vonken en de vlamautomatisch wordt aangepast, controleerdan of het metalen deel van deontstekingsbougie en de vlambeveiligingschoon zijn (zie 'Onderhoud enreiniging').NEDERLANDS 15

Als de brander per ongeluk uitgaat,ontsteekt de kookplaat de brander 3 keeropnieuw. Als de vlam hierna nog steedsniet gaat branden, verschijnt .Schakel de kookplaat uit wanneer dewaarschuwing verschijnt, en schakeldeze vervolgens weer in. Wanneer dedisplayfunctie na de animatie weerverschijnt, raak je gedurende 3seconden aan.Als je ziet, wordt de waarschuwinggereset (raadpleeg“Probleemoplossing”). verschijnt wanneer wordt geprobeerdde brander onmiddellijk opnieuw testarten nadat de vlam is uitgeschakeld.Wacht ongeveer 10 seconden voordat ude brander opnieuw start.Vlam van de pilootDe vlam rondom het thermokoppel is eenwaakvlam.

Het voorkomt onverwachteuitschakeling.5.3 De brander uitzettenOm de vlam te doven de bedieningsknopnaar de uit-positie schuiven.WAARSCHUWING!Draai de vlam altijd lager of schakel hemuit voordat u de pan van de brander haalt5.4 Automatische uitschakelingDe functie schakelt de kookplaatautomatisch uit als:• alle branders zijn gedeactiveerd,• je de kookstand niet instelt nadat je dekookplaat hebt ingeschakeld;• je iets hebt gemorst of langer dan 10seconden iets op het bedieningspaneelhebt gelegd (een pan, doek). Er klinkt eengeluidssignaal en de kookplaat wordtuitgeschakeld. Verwijder het object ofreinig het bedieningspaneel.• u een brander niet uitschakelt of dekookstand verandert.

Navigeren door het menu: het menubestaat uit het instellingssymbool en eenwaarde. Het symbool verschijnt op de timeraan de achterkant en de waarde verschijnt opde timer aan de voorkant. Om tussen deinstellingen te navigeren, druk je op op detimer aan de voorzijde. Druk op of opde timer aan de voorzijde om deinstellingswaarde te wijzigen. Om het menu te verlaten: druk op. OffSound Control (De geluiden in- enuitschakelen)Geluiden worden standaard geactiveerd. U kunt de schuifgeluiden in-/uitschakelen inhet kookmenu. Raadpleeg het hoofdstuk"Menustructuur". Wanneer de geluiden uit zijn, kun je hetgeluid nog steeds horen als:• u aanraakt• Kookwekker afgaat• Timer met aftelfunctie afgaat• u iets op het bedieningspaneel plaatst. 5. 6 PauzeDeze functie stelt alle kookzones in die op delaagste warmte-instelling werken. Als de functie in werking is kunnen en worden gebruikt.

Alle andere symbolen ophet bedieningspaneel zijn vergrendeld. De functie stopt de timerfuncties niet. 1. Om de functie in te schakelen: druk op. De warmte-instelling wordt verlaagd naar 1. 2. Om de functie uit te schakelen, druk op. De vorige warmte-instelling gaat branden. 5. 7 VergrendelenU kunt het bedieningspaneel vergrendelenterwijl de kookplaat in werking is. Hiermeewordt voorkomen dat de warmte-instelling perongeluk wordt veranderd. Stel eerst de warmte-instelling in. Om de functie in te schakelen: druk op. Om de functie uit te schakelen: druknogmaals op. De functie wordt uitgeschakeld, als je dekookplaat uitschakelt. 5. 8 KinderbeveiligingsinrichtingDeze functie voorkomt dat de kookplaatonbedoeld wordt gebruikt. Om de functie te activeren: druk op. Stelgeen kookstand in. Houd 3 secondeningedrukt totdat het indicatielampje boven hetsymbool verschijnt. Schakel de kookplaat uitmet.

Houd 3 secondeningedrukt totdat het indicatielampje boven hetsymbool verdwijnt. Schakel de kookplaat uitmet. Koken met de functie ingeschakeld: drukop en druk vervolgens 3 seconden optot het indicatielampje boven het symboolverdwijnt. Je kunt de kookplaat bedienen. Alsje de kookplaat uitschakelt met de -functie, werkt weer. 5. 9 TimerTimer met aftelfunctieGebruik deze functie om aan te gevenhoelang een kookzone moet werken tijdenseen enkele kooksessie. Stel eerst de wartme-instelling voor degeselecteerde kookzone in en stel daarna defunctie in. 1. Druk op. 00 verschijnt op hettimerdisplay. NEDERLANDS 17.

2. Druk op of op om de tijd in testellen (00-99 minuten). 3. Druk op om de timer te starten ofwacht 3 seconden. De timer begint af tetellen. Om de tijd te wijzigen: selecteer dekookzone met en druk op of. Om de functie uit te schakelen: selecteerde kookzone met en druk op. Deresterende tijd telt terug tot 00. De timer is klaar met aftellen, er klinkt eensignaal en 00 knippert. Schakelt de kookzoneuit. Druk op een willekeurig symbool om hetsignaal en te knipperen te stoppen. KookwekkerU kunt deze functie gebruiken alskookwekker terwijl de kookplaat isingeschakeld maar de kookzones nietwerken. De kookstand toont 00. De functie heeft geen invloed op dewerking van de kookzones. 1. Druk op. 2. Druk op of om de tijd in te stellen. De timer is klaar met aftellen, er klinkt eensignaal en 00 knippert. Druk op eenwillekeurig symbool om het signaal en teknipperen te stoppen.

Om de functie uit te schakelen: tik op endruk op. De resterende tijd telt terug tot00. 5. 10 Hob²Hood Het is een geavanceerde automatischefunctie die de kookplaat op een speciale kapaansluit. Zowel de kookplaat als de afzuigkaphebben een infraroodontvanger. De snelheidvan de ventilator wordt automatisch bepaaldop basis van de modusinstelling en detemperatuur van de heetste pan op dekookplaat. Je kunt de ventilator ookhandmatig van de kookplaat bedienen. LET OP. Om een goede communicatie tussen deapparaten te garanderen, moet deafzuigkap altijd centraal over dekookplaat worden geplaatst, vooral als debreedte ervan verschilt. Bij de meeste afzuigkappen is hetafstandsbedieningssysteem in eersteinstantie uitgeschakeld. Activeer hetvoordat je de functie gebruikt. Zie voormeer informatie de gebruikershandleidingvan de afzuigkap. De afzuigkap werkt alleen als dekookplaat geactiveerd is.

De automatische modus wijzigenRaadpleeg het hoofdstuk "Menustructuur" omde automatische modus te wijzigen. Schakel de automatische modus van defunctie uit om de afzuigkap rechtstreeksop het afzuigkappaneel te bedienen. Als je klaar bent met koken en dekookplaat uitschakelt, werkt de ventilatormogelijk nog even. Daarna schakelt hetsysteem de ventilator automatisch uit enwordt voorkomen dat je de ventilator perongeluk in de komende 30 secondenactiveert. De ventilatorsnelheid handmatig bedienenJe kunt de functie ook handmatig bedienen. Druk hiervoor op als de kookplaat actief is. Hierdoor wordt de automatische werking vande functie uitgeschakeld en kun je deventilatorsnelheid handmatig wijzigen. Als jeop drukt, wordt de ventilatorsnelheid metéén verhoogd. Als je een intensief niveaubereikt en weer op drukt, stel je deventilatorsnelheid in op 0 waardoor deafzuigkapventilator uitschakelt.

Om deventilator weer te starten metventilatorsnelheid 1, druk op. Schakel de kookplaat uit en weer aan omautomatische bediening van de functie teactiveren. Het lampje inschakelenJe kunt de kookplaat instellen om het lichtautomatisch te activeren wanneer je dekookplaat activeert. Hiervoor stel je deautomatische modus in op H1 – H6. Het lampje op de afzuigkap gaat 2minuten na het uitschakelen van dekookplaat uit. 6. AANWIJZINGEN EN TIPSWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 6. 1 PannenLET OP. Gebruik geen gietijzeren pannen,aardewerk, grillaccessoires of grillplaten. WAARSCHUWING. Plaats één pan niet op twee branders. WAARSCHUWING. Zet geen instabiele of beschadigdepannen op de brander, om morsen enletsel te voorkomen. LET OP. Zorg ervoor dat de handgrepen vanpannen zich niet boven de voorrand vande kookplaat bevinden. LET OP.

Zorg dat de potten zich in het midden vande brander bevinden, voor een maximumaan stabiliteit en lager gasverbruik. LET OP. Vloeistoffen die tijdens het koken wordengemorst, kunnen ertoe leiden dat het glasbreekt. 6.

Brander Diameters vankookgerei (mm)Ultrasnel 200 - 260Halfsnel (centraal) 160 - 240Semi-snel (rechts) 160 - 220Sudderbrander 120 - 2206.3 Praktische tips voor Hob²HoodAls u de kookplaat bedient met de functie:• Bescherm het afzuigkappaneel tegendirect zonlicht.• Breng geen halogeenverlichting aan in hetafzuigkappaneel.• Dek het bedieningspaneel van deafzuigkap niet af.• Onderbreek het signaal tussen dekookplaat en de afzuigkap niet(bijvoorbeeld met een hand, eenhandgreep van een pan of een grote pan).Zie de afbeelding.De afzuigkap in de afbeelding is slechtseen voorbeeld.Houd het venster om te verbinden methet infraroodsignaal van de Hob²Hoodschoon.Andere op afstand bediende apparatenkunnen het signaal hinderen.

Gebruikdergelijke apparaten niet in de buurt vande kookplaat terwijl Hob²Hoodingeschakeld is.Afzuigkappen met de Hob²Hood functieZie de consumentenwebsite voor de volledigereeks afzuigkappen die met deze functiewerken. De AEG-afzuigkappen die met dezefunctie werken moeten het symbool hebben.6.4 Voorgestelde receptenVoedselcategorie‐enRecepten Brandertype Vermogensni‐veau verwar‐mingsfase 1)Vermogensni‐veau kookfaseSauzen - dressingBechamelsaus Klein - 1-2Tomatensaus Klein 2-41-32)20 NEDERLANDS

correcte pan-/pottemperatuur, koken van wateren opwarmen van olie...) voordat de echte kookfase wordt gestart met een ander/lager vermogensniveau.2) Kook met een deksel erop.NEDERLANDS 21

Alle recepten voor ongeveer vier porties. De instellingen die in de kooktabel worden voorgesteld, dienen alleen als richtlijnen enmoeten worden aangepast op basis van de rauwheid van het voedsel, het gewicht en dehoeveelheid ervan, alsook op basis van het type gas dat wordt gebruikt en het materiaalvan het kookgerei dat wordt gebruikt om het gerecht te bereiden. 7. ONDERHOUD EN REINIGINGWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 7. 1 Algemene informatie• Reinig de kookplaat na elk gebruik. • Het wordt aangeraden de vergrendeling- /kinderslotfunctie te activeren (raadpleeghet hoofdstuk 'Dagelijks gebruik'). • Gebruik altijd kookgerei met een schonebodem. • Krassen of donkere vlekken op hetoppervlak hebben geen invloed op dewerking van de kookplaat. • Gebruik een specifiek schoonmaakmiddelvoor het oppervlak van de kookplaat.

• Was roestvrijstalen onderdelen met wateren droog ze af met een zachte doek. De aanwezigheid van water of anderevloeistoffen op het bedieningspaneel kande kookplaatfuncties per ongeluk in- ofuitschakelen. WAARSCHUWING. Gebruik geen messen, schrapers ofgelijksoortige hulpmiddelen om hetglazen oppervlak of de randen van debranders en het frame schoon te maken(indien van toepassing). U kunt de branderkroon in eenvaatwasser wassen. LET OP. Reinig de branderkroon niet metschuurmiddelen, schuursponsjes,oplosmiddelen of metalen voorwerpen. De branderkroon kan verkleuringveroorzaken. 7. 2 PandragersDe pandragers zijn nietvaatwasserbestendig. Deze moeten metde hand worden afgewassen. 1. Verwijder de pandragers om de kookplaatgemakkelijk te reinigen. Wees zeer voorzichtig bij hetvervangen van de pannendragers omschade aan de kookplaat tevoorkomen. 2.

De emaillelaag kan soms ruwe randenhebben, dus wees voorzichtig bij het metde hand afwassen en afdrogen van depandragers. Verwijder hardnekkigevlekken indien nodig met eenpastareiniger. 3. Zorg er na het reinigen van depandragers voor dat deze op de juisteplaats zijn teruggezet. 4.

7. 3 Verwijderen en terugplaatsenvan pannendragersZorg ervoor dat u de pannendragers, nadat uze heeft afgewassen, op de juiste manierterugplaatst. Om de pannendragers goed teplaatsen, Zorg ervoor dat de armen passenbij de handgrepen die aan de basis van debrander zijn geplaatst zoals weergegeven inde afbeelding. Op deze manier is depannendrager stabiel en stevig. 7. 4 De kookplaat reinigen• Verwijder onmiddellijk: gesmoltenkunststof, plastic folie, zout, suiker ensuikerhoudend voedsel, anders kan ditschade aan de kookplaat veroorzaken. Doe voorzichtig om brandwonden tevoorkomen. • Verwijder wanneer de kookplaatvoldoende is afgekoeld: kalkringen,waterringen, vetvlekken, glanzendemetaalverkleuring. Reinig de kookplaatmet een vochtige doek en een beetje niet-schurend reinigingsmiddel. Droog dekookplaat na reiniging af met een zachtedoek.

• Was de geëmailleerde delen, deksels enkronen met een warm sopje en laat zegoed drogen alvorens ze terug teplaatsen. 7. 5 Reiniging van devlammenspreiderU kunt de vlammenspreiders in deafwasautomaat reinigen. WAARSCHUWING. Laat de vlammenspreiders afkoelenvoordat u ze schoonmaakt. Licht vervuild:Was de vlammenspreider af met warm wateren zeep en droog het af met een zachtedoek. Gemiddeld vervuild:Gebruik de afwasautomaat. Plaats devlammenspreider plat in het onderste rek metde bovenkant omhoog. Zwaar vervuild:Was de vlammenspreider af met warm wateren zeep en was het daarna in deafwasautomaat. Was als de vlammenspreiderdaarna nog steeds vies is de bovenkant vande vlammenspreider af met een grillreinigeren doe de vlammenspreider nog een keer inde afwasautomaat. Gebruik een tandenstoker om de gaatjes vande vlammenspreider te reinigen. 7.

6 Reinigen van deontstekingsbougie en devlambeveiligingHoud het metalen gedeelte van deontstekingsbougie en de vlambeveiligingschoon met een vochtige doek of spons omte voorkomen dat de vlam slecht ontsteekt ofde vlam slecht wordt herkend.

8. PROBLEEMOPLOSSINGWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 8. 1 Wat te doen als. Probleem Mogelijke oorzaak OplossingJe kunt de kookplaat niet inschake‐len of bedienen. De kookplaat is niet aangesloten opeen stopcontact of niet goed geïn‐stalleerd. Controleer of de kookplaat goedaangesloten is op het lichtnet. Raadpleeg het aansluitdiagram. De zekering is doorgeslagen. Verzeker je ervan dat de zekeringde oorzaak van de storing is. Als dezekeringen keer op keer doorslaan,neem je contact op met een erken‐de installateur. Er is geen gastoevoer. Controleer de gasaansluiting. Stel gedurende 50 seconden geenkookstand in. Schakel de kookplaat opnieuw in enstel de kookstand binnen 50 secon‐den in. Je hebt 2 of meer sensorvelden te‐gelijkertijd aangeraakt. Raak slechts één sensorveld aan. Water of vetvlekken op het bedie‐ningspaneel. Reinig het bedieningspaneel. Pauzeer-functie werkt.

Raadpleeg “Dagelijks gebruik”. De schuifregelaars beginnen teknipperen, het vermogensniveauwordt verlaagd tot het minimum (ni‐veau 1) en vergrendeld. De kookplaat is oververhit geraaktdoor intensief gebruik en levert au‐tomatisch een tijdelijk verminderduitgangsvermogen. Wacht even tot de kookplaat is afge‐koeld. Er klinkt een geluidssignaal en dekookplaat wordt uitgeschakeld. Als de kookplaat wordt uitgescha‐keld, klinkt er een geluidssignaal. Je hebt iets op een of meer sensor‐velden geplaatst. Verwijder het voorwerp van de sen‐sorvelden. De kookplaat wordt uitgeschakeld. Je hebt iets op het sensorveld geplaatst. Verwijder het voorwerp van het sen‐sorveld. Het indicatielampje van de resetknippert. De resetprocedure is vereist. Zie "Indeling bedieningspaneel"(alsof er een waarschuwing ver‐schijnt). Hob²Hood-functie werkt niet. Je hebt het bedieningspaneel afge‐dekt.

Verwijder het voorwerp van het be‐dieningspaneel. De sensorvelden worden heet. De pan is te groot of je plaatst dezete dicht bij de bedieningsknoppen.

Probleem Mogelijke oorzaak OplossingJe kunt een paar seconden na hetuitschakelen van de vlam horen alsde vlam uitgaat en de ontsteking au‐tomatisch wordt uitgevoerd. Luchtstromen rond de brander. Zorg ervoor dat de luchtstromen vanramen of deuren de vlam niet do‐ven. De deksel of kroon van de branderis niet goed geplaatst. Plaats het branderdeksel en dekroon in de juiste positie. Metalen deel van de vlambeveiligingis vuil. Raadpleeg “Onderhoud en reini‐ging”. gaat aan. Automatische uitschakeling werkt. Schakel de kookplaat uit en weeraan. Het indicatielampje boven het sym‐bool gaat aan. Kinderbeveiligingsinrichting of Ver‐grendelen werkt. Zie "Kinderbeveiligingsinrichting" en"Vergrendelen". gaat aan. De vlam gaat niet branden na 3 po‐gingen. Schakel de kookplaat uit en weer inom de waarschuwing te reset‐ten.

Wanneer de displayfunctie na de animatie weer verschijnt, raakje gedurende 3 seconden aan. Als je ziet, wordt de waarschu‐wing gereset. De deksel of kroon van de branderis niet goed geplaatst. Het metalen deel van de vlambevei‐liging is vuil (raadpleeg “Onderhouden reiniging”). Je kunt een constant piepgeluid ho‐ren. De elektrische aansluiting is ver‐keerd. Trek de stekker van de kookplaat uithet stopcontact. Laat de installatiecontroleren door een erkende elek‐tricien. - gaat aan. De kookplaat is te heet. Wacht een paar minuten totdat dekookplaat is afgekoeld. Zet grootkookgerei indien mogelijk op deachterste branders. - gaat aan. De kookplaat is oververhit. Wacht 30 minuten en volg de proce‐dure alsof verschijnt. Als het probleem aanhoudt, neemtdan contact op met een erkendeservicedienst. - gaat aan. Tijdelijke storingstoestand.

Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing - gaan aan.Er is een fout opgetreden in dekookplaat.Neem contact op met een erkendservicecentrum. - gaan aan.Er is een fout opgetreden in dekookplaat.Koppel de kookplaat enige tijd losvan de stroomtoevoer. Koppel dezekering los van het elektrische sys‐teem van het huis. Sluit hem op‐nieuw aan. Als opnieuw gaatbranden, neem dan contact op meteen erkend servicecentrum. gaat aan.Er bevindt zich vuil rond de brander.Raadpleeg 'Onderhoud en reini‐ging'.Het thermokoppel van de geselec‐teerde brander is nog steeds te heetom de ontsteking van de branderopnieuw te kunnen starten.Wacht tot de brander automatischontsteekt.8.2 Als je geen oplossing kuntvinden...Als je niet zelf het probleem kunt verhelpen,neem dan contact op met je verkoper of eenerkende serviceafdeling. Geef de gegevensop het typeplaatje. Zorg ervoor dat je dekookplaat correct gebruikt.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AEG HVB8453IB stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden