AEG CM9600T Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van AEG CM9600T (52 pagina’s), behorend tot de categorie Oven. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 13 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over AEG CM9600T of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag
Product specificaties
| Merk: | AEG |
| Categorie: | Oven |
| Model: | CM9600T |
Handleiding AEG CM9600T – volledige tekst
Welkom bij AEG. Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebtgekozen. Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, service- en reparatie-informatie:www. aeg. com/supportWijzigingen voorbehouden. INHOUDSOPGAVE1. VEILIGHEIDSINFORMATIE. 32. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN. 73. BESCHRIJVING VAN HET PRODUCT. 94. BEDIENINGSPANEEL. 105. VOOR HET EERSTE GEBRUIK. 106. DAGELIJKS GEBRUIK. 117. EXTRA FUNCTIES. 148. KLOKFUNCTIES. 159. DE ACCESSOIRES GEBRUIKEN. 1610. AANWIJZINGEN EN TIPS. 1711. ONDERHOUD EN REINIGING. 2212. PROBLEEMOPLOSSING. 2313. ENERGIEZUINIGHEID. 2414. MILIEUBESCHERMING. 251. VEILIGHEIDSINFORMATIELees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatieen gebruik van het apparaat. De fabrikant is nietverantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeituit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik.
Bewaar deinstructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voortoekomstig gebruik. 1. 1 De veiligheid van kinderen en kwetsbarepersonen• Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaaren ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk,zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aanervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan ofinstructies hebben gekregen over het veilig gebruiken vanNEDERLANDS 3.
deze vervangen teneinde gevaarlijke situaties metelektriciteit te voorkomen.• WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat isuitgeschakeld voordat u de lamp vervangt om elektrischeschokken te voorkomen.• WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijkeonderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. Zorgervoor dat je de verwarmingselementen of het oppervlakvan de apparaatruimte niet aanraakt.• Gebruik altijd ovenhandschoenen om accessoires ofovenschalen te verwijderen of erin te plaatsen.• Gebruik alleen de voedselsensor (kerntemperatuursensor)die voor dit apparaat wordt aangeraden.• Activeer de magnetronfunctie niet wanneer het apparaatleeg is. Metalen onderdelen in de ruimte kunnen elektrischevonken veroorzaken.• Tijdens bereiding in de magnetron zijn geen metalenvoedselbakjes en drinkbekers toegestaan.
Deze vereiste isniet van toepassing als de fabrikant heeft aangegeven dathet formaat en de vorm van het metalen voorwerp geschiktis voor bereiding in de magnetron.• WAARSCHUWING: Als de deur of deurafdichtingenbeschadigd zijn, mag het apparaat niet worden gebruikttotdat het is gerepareerd door een erkendeinstallatietechnicus.• WAARSCHUWING: Alleen een erkende installatietechnicuskan service- of reparatiewerkzaamheden uitvoeren waarbijeen afdekking wordt verwijderd die bescherming biedttegen blootstelling aan magnetronenergie.• WAARSCHUWING: Warm geen vloeistoffen en andervoedsel in afgesloten verpakkingen op. Ze kunnenexploderen.• Gebruik alleen voorwerpen die geschikt zijn voor gebruik inde magnetron.NEDERLANDS 5
• Let bij het opwarmen van voedsel in plastic of papierenverpakkingen op het apparaat vanwege de mogelijkheid totzelfontbranding.• Het apparaat is bedoeld voor het opwarmen van voedsel endranken. Het drogen van voedsel of kleding en hetopwarmen van warmhoudkussentjes, slippers, sponzen,vochtige doeken enzovoort kunnen leiden tot letsel,vonkontsteking of brand.• Als rook wordt uitgestoten, schakelt u het apparaat uit oftrekt u de stekker uit het stopcontact en houdt u de deurgesloten om vlammen te kunnen doven.• Het opwarmen van dranken in de magnetron kan totkookvertraging leiden.
Wees voorzichtig bij het hanterenvan de verpakking.• De inhoud van zuigflesjes en babyvoedingspotjes moetworden geroerd of geschud en de temperatuur vóór hetgebruik worden gecontroleerd om brandwonden tevoorkomen.• Eieren in hun schaal en hele hardgekookte eieren mogenniet in het apparaat worden opgewarmd omdat ze kunnenexploderen, zelfs nadat de opwarming in de magnetron isbeëindigd.• Om de inschuifrailen te verwijderen trek eerst de voorkantvan de inschuifrail en dan de achterkant uit de zijwanden.Plaats de inschuifrails in omgekeerde volgorde.• Het apparaat moet regelmatig worden gereinigd en allevoedselresten moeten worden verwijderd.• Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon temaken.• Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of scherpemetalen schrapers om de glazen deur schoon te maken.Deze kunnen krassen veroorzaken op het oppervlak,waardoor het glas zou kunnen breken.• Als het apparaat niet in een schone toestand wordtonderhouden, kan dit leiden tot een verslechtering van het6 NEDERLANDS
oppervlak. Dit kan de levensduur van het apparaat negatiefbeïnvloeden en mogelijk een gevaarlijke situatie opleveren. 2. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN2. 1 InstallerenWAARSCHUWING. Alleen een erkende installatietechnicusmag dit apparaat installeren. • Verwijder alle verpakkingsmaterialen. • Installeer en gebruik geen beschadigdapparaat. • Volg de installatie-instructies die op onzewebsite staan. • Pas altijd op bij verplaatsing van hetapparaat, want het is zwaar. Gebruik altijdveiligheidshandschoenen en geslotenschoeisel. • Trek het apparaat nooit aan de handgreepvan zijn plaats. • Installeer het apparaat op een veilige engeschikte plaats die aan alle installatie-eisen voldoet. • Houd de minimumafstand naar andereapparaten en units in acht. • Controleer, voordat je het apparaatmonteert, of de ovendeur onbelemmerdopent. • Het apparaat is uitgerust met eenelektrisch koelsysteem.
Het moet wordengebruikt met de elektrische voeding. 2. 2 Elektrische aansluitingWAARSCHUWING. Gevaar voor brand en elektrischeschokken. • Alle elektrische aansluitingen moeten dooreen gediplomeerd elektromonteur wordengemaakt. • Dit apparaat moet worden aangesloten opeen geaard stopcontact. • Zorg ervoor dat de parameters op hetvermogensplaatje overeenkomen metelektrische vermogen van de netstroom. • Gebruik altijd een juist geïnstalleerdschokbestendig stopcontact. • Gebruik geen adapters met meerderestekkers en verlengkabels. • Zorg dat u de netstekker en het netsnoerniet beschadigt. Indien de voedingskabelmoet worden vervangen, dan moet ditgebeuren door onze Klantenservice. • Laat de stroomkabel niet in aanrakingkomen met de deur van het apparaat of deniche onder het apparaat, met name nietals deze werkt of als de deur heet is.
• De schokbescherming van delen onderstroom en geïsoleerde delen moet op zo'nmanier worden bevestigd dat het nietzonder gereedschap kan wordenverplaatst. • Steek de stekker pas in het stopcontactals de installatie is voltooid.
Zorg ervoordat het netsnoer na installatie bereikbaaris. • Als het stopcontact los zit, mag u destekker niet in het stopcontact steken. • Trek niet aan het netsnoer om hetapparaat los te koppelen. Trek altijd aande stekker. • Gebruik enkel correcteisolatievoorzieningen:stroomonderbrekers, zekeringen(schroefzekeringen moeten uit de houderworden verwijderd), aardlekschakelaarsen contactgevers. • De elektrische installatie moet eenisolatieapparaat bevatten waardoor hetapparaat volledig van het lichtnetafgesloten kan worden. Hetisolatieapparaat moet een contactopeninghebben met een minimale breedte van 3mm. • Dit apparaat wordt geleverd met eenstekker en een netsnoer. 2. 3 GebruikWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel, brandwonden,elektrische schokken of een explosie. NEDERLANDS 7.
• De specificatie van dit apparaat nietwijzigen. • Zorg ervoor dat de ventilatieopeningenniet geblokkeerd worden. • Laat het apparaat tijdens de werking nietonbeheerd achter. • Schakel het apparaat na elk gebruik uit. • Wees voorzichtig met het openen van dedeur van het apparaat wanneer hetapparaat in werking is. Er kan hete luchtvrijkomen. • Gebruik het apparaat niet met nattehanden of als het contact maakt metwater. • Oefen geen druk uit op de open deur. • Gebruik het apparaat niet als werkblad ofals opslagoppervlak. • Open de deur van het apparaatvoorzichtig. Het gebruik van ingrediëntenmet alcohol kan een mengsel van alcoholen lucht veroorzaken. • Laat geen vonken of open vlammen incontact met het apparaat komen wanneeru de deur opent. • Plaats geen ontvlambare producten ofartikelen die vochtig zijn met ontvlambareproducten in, bij of op het apparaat. • Deel uw wifi-wachtwoord niet.
• Gebruik de magnetronfunctie niet om hetapparaat voor te verwarmen. WAARSCHUWING. Risico op schade aan het apparaat. • Om schade of verkleuring van het email tevoorkomen:– leg geen aluminiumfolie op de bodemvan de ruimte in het apparaat. – plaats geen water direct in het heteapparaat. – bewaar geen vochtige gerechten envoedsel in het apparaat nadat u klaarbent met koken. – wees voorzichtig bij het verwijderen ofbevestigen van accessoires. • Verkleuring van het email of roestvrij staalis niet van invloed op de werking van hetapparaat. • Gebruik een diepe pan voor vochtigetaarten. Vruchtensappen veroorzakenvlekken die permanent kunnen zijn. • Gebruik alleen accessoires die bij ditapparaat zijn geleverd of door de fabrikantworden aanbevolen. • Kook altijd met de deur van het apparaatgesloten. • Zorg ervoor dat de voedselsensor nietvast komt te zitten door de deur van hetapparaat.
• Als het apparaat achter een meubelpaneelgemonteerd is (bijv. een deur), zorg er danvoor dat de deur nooit gesloten is als hetapparaat in werking is.
Warmte en vochtkunnen achter een gesloten meubelpaneelophopen en schade aan het apparaat, debehuizing of de vloer veroorzaken. Sluithet meubelpaneel niet tot het apparaatcompleet is afgekoeld na gebruik. 2. 4 Onderhoud en reinigenWAARSCHUWING. Gevaar voor letsel, vuur of schade aanhet apparaat. • Schakel het apparaat uit en trek destekker uit het stopcontact voordat jeonderhoudshandelingen verricht. • Zorg ervoor dat het apparaat koud is. Hetrisico bestaat dat de glasplaten breken. • Vervang de glasplaten van de deuronmiddellijk als ze beschadigd zijn. Neemcontact op met de erkende servicedienst. • Wees voorzichtig wanneer u de deur vanhet apparaat verwijdert. De deur is zwaar. • Zorg ervoor dat de ovenruimte en de deurna elk gebruik worden afgeveegd. Stoomgeproduceerd tijdens de werking van hetapparaat condenseert op de wanden vande ruimte en kan corrosie veroorzaken.
• Reinig het apparaat regelmatig om tevoorkomen dat het materiaal van hetoppervlak achteruitgaat. • Vet en voedsel dat in het apparaatachterblijft, kan brand en elektrischevonken veroorzaken wanneer demagnetronfunctie werkt. • Reinig het apparaat met een vochtigezachte doek. Gebruik alleen neutraleschoonmaakmiddelen. Gebruik geenschuurmiddelen, schuursponsjes,oplosmiddelen of metalen voorwerpen. • Volg als u een ovenspray gebruikt deveiligheidsinstructies op de verpakking. 8 NEDERLANDS.
Ze zijn niet bedoeld voorgebruik in andere toepassingen en zijnniet geschikt voor verlichting inhuishoudelijke ruimten.• Dit product bevat een lichtbron vanenergie-efficiëntieklasse G.• Gebruik alleen lampjes met dezelfdespecificaties.2.6 Service• Neem contact op met de erkendeservicedienst voor reparatie van hetapparaat.• Gebruik alleen originelereserveonderdelen.2.7 VerwijderingWAARSCHUWING!Gevaar voor letsel of verstikking.• Neem contact op met uw plaatselijkeoverheid voor informatie over het afvoerenvan het apparaat.• Haal de stekker uit het stopcontact.• Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat afen gooi het weg.3.
Ukunt over het scherm vegen om naar links ofrechts te navigeren.Om de selectie/instelling te bevestigen.Om naar het volgende of vorige niveau inhet menu te navigeren.Om extra instellingen te openen en aan tepassen.Om huidige instellingen op te slaan in: Fa‐vorieten.Om huidige instellingen te verwijderen in:Favorieten.Ga als volgt naar het menu: Instellingen.Om de verlichting in en uit te schakelen.Om de opties in en uit te schakelen.De deur van het apparaat is vergrendeld.Geluidsalarm functie is geactiveerd.Geluidsalarm en stop met koken functie isgeactiveerd.Alleen pop-up bericht is ingeschakeld.Uitgestelde start functie is geactiveerd.Om het pop-upbericht te sluiten of de instel‐ling te annuleren.Wi-Fi verbinding is ingeschakeld.Wi-Fi verbinding is uitgeschakeld.Bediening op afstand wordt ingeschakeld.Functie met energiebesparende modus.5.
VOOR HET EERSTE GEBRUIKWAARSCHUWING!Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.5.1 Eerste verbindingHet display toont een welkomstbericht na deeerste verbinding. Je kunt kiezen tussen hetstarten of overslaan van hetonboardingproces. De instellingen kunnenopnieuw worden bekeken en gewijzigdwanneer dat nodig is.Pas de instellingen aan: Taal, Dagtijd,Draadloze verbinding.5.2 Draadloze verbindingHet apparaat maakt een Wi-Fi-netwerkverbinding en koppeling van mobieleapparaten mogelijk. U kunt meldingen10 NEDERLANDS
ontvangen en uw apparaat bedienen encontroleren vanaf het mobiele apparaat. Om het apparaat te verbinden hebt u hetvolgende nodig:• Draadloos netwerk met internetverbinding. • Mobiel apparaat dat is verbonden methetzelfde draadloze netwerk. 1. Scan de QR-code op de achterkant omde app te downloaden. Je kunt de appook rechtstreeks downloaden vanuit deapp store. 2. Volg de onboarding-instructies van deapp. 3. Het apparaat inschakelen. 4. Druk op het display om het menu teopenen en druk op Instellingen /Aansluitingen. 5. Druk op om in of uit te schakelen: Wi-Fi. De draadloze module van het apparaat startbinnen 90 secFrequentie2. 4 GHz WLAN : 2400 - 2483. 5 MHzBluetooth: 2400 - 2483. 5 MHzMaximaalvermogen2. 4 GHz WLAN : EIRP < 20 dBm(100 mW)Bluetooth: EIRP < 20 dBm (100 mW)Protocol 2. 4 GHz WLAN : IEEE 802. 11bgn5.
3 SoftwarelicentiesDe software in dit product bevatcomponenten die zijn gebaseerd op gratissoftware en opensourcesoftware. AEG erkentde bijdragen van de gemeenschappen vooropen software en robotica aan hetontwikkelingsproject. Om toegang te krijgen tot de broncode vandeze componenten van gratis software enopensourcesoftware waarvan delicentievoorwaarden publicatie vereisen, enom de volledige auteursrechtinformatie entoepasselijke licentievoorwaarden ervan tebekijken, ga je naar: http://aeg. opensoftwarerepository. com (map NIU6). 5. 4 Eerste keer voorverwarmen enreinigenWarm het lege apparaat voor voordat u hetvoor de eerste keer gebruikt en voordat hetmet etenswaren in contact komt. Hetapparaat kan een onaangename geur enrook afgeven. Ventileer de kamer tijdens hetvoorverwarmen. 1. Haal alle accessoires en verwijderbareinschuifrails uit het apparaat. 2.
Reinig het apparaat en de accessoiresuitsluitend met een microvezeldoek,warm water en een mild reinigingsmiddel. 7. Plaats de accessoires en deverwijderbare inschuifrails terug in hunoorspronkelijke positie. 6. DAGELIJKS GEBRUIKWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 6. 1 MenuDruk op het display of op de knop Aan / Uitom naar het menu te gaan. • Home• Functies• Gerechten• Instellingen6. 2 HomeHet submenu bevat programma's, functies,schalen en instellingen. NEDERLANDS 11.
6. 3 FunctiesHet submenu bevat een lijst metkookfuncties. De lijst met functies kan variëren afhankelijkvan de softwareversie. 1. Ga naar het menu en selecteer: Functies. 2. Selecteer de verwarmingsfunctie. 3. Pas de instellingen aan. 4. Druk op. U kunt de sensor op elkgewenst moment voor of tijdens hetkoken aansluiten. Raadpleeg hethoofdstuk "De accessoires gebruiken,voedselsensor". 5. - druk hierop om de instellingen tijdenshet koken aan te passen. 6. - druk hierop om deverwarmingsfunctie uit te schakelen. Snel Voorverwarmen is alleenbeschikbaar voor een aantalverwarmingsfuncties. Voor meerinformatie over voorverwarmingsoptiesraadpleegt u het hoofdstuk "Dagelijksgebruik", Instellingen, submenu:Voorkeuren. BovenIntense hitte voor snel bruinen aan de boven‐kant. OnderBak de bodem van het voedsel gelijkmatigbruin.
Goed voor pizza's of taarten, maar ookvoor het afwerken van taarten of quiches. Ver‐warm de oven voor en gebruik het laagste ni‐veau. HeteluchtGelijkmatig bakken en koken op één niveau. Stel een lagere temperatuur in dan voor Bo‐ven en onder. Boven en onderBakken en garen op één niveau. Hetelucht & bovenBraad grotere stukken vlees en gevogelte metbotten voor malse resultaten en een knappe‐rig oppervlak. Hetelucht & onderKrokante bodem met gelijkmatige bruining. Hetelucht, boven en onderVoor kant-en-klaar gerechten zonder voorver‐warmen. Verwarm uw oven voor het beste re‐sultaat voor. MagnetronVersnel uw opwarming en koken. Grill + magnetronVersnel je knapperige oppervlak. Circulatiegrill + magnetronVersnel uw braden en koken. Hetelucht + magnetronVersnel uw bakken en koken met hetelucht. Boven- en onderwarmte + magnetronVersnel uw bakken en koken met boven- enonderwarmte.
Omkeren verbetert de resultaten. Voor gevoe‐lige voedingsmiddelen zoals vlees wordt aan‐bevolen om tijdens het ontdooiproces twee‐maal ondersteboven te draaien. StovenVerkrijg malse, sappige stoofschotels door deingrediënten allemaal samen te laten sudde‐ren. Langzaam garenLangzaam garen verlengt de kooktijd, maar jekrijgt een beter kookresultaat. Voordat u hetvlees in de oven legt, moet u het dichtschroei‐en. SmeltenSmelt boter of chocolade zachtjes op een laagvermogen. InmakenGeoptimaliseerde temperatuur voor snel rij‐zen. Plaats de potten op een met water gevul‐de bakplaat. Borden warmen. Voorverwarmen van borden. 12 NEDERLANDS.
Warm houdenHoud gerechten warm om geserveerd te wor‐den. Houd er rekening mee dat sommige ge‐rechten kunnen blijven koken en drogen ter‐wijl ze warm worden gehouden. Bedek deschalen indien nodig. DehydraterenDroog fruit, kruiden en groenten gelijkmatig bijeen lage temperatuur. Open de deur af en toetijdens het drogen om het droogresultaat teverbeteren. BraadstukKrijg een knapperige buitenkant en een malsebinnenkant voor vlees, gevogelte, of groenten. De lamp kan tijdens sommigeverwarmingsfuncties automatischuitschakelen als de temperatuur onder de80 °C komt. 6. 4 Instellen: Magnetron1. Verwijder alle accessoires, behalve hetbakrooster. 2. Druk op Magnetron op het display. 3. Stel de tijd en het vermogen van demagnetron in. 4. Druk op. 5. Druk op om de functie uit teschakelen. Als u de deur opent, stopt de functie. Om hetweer te starten, drukt u op. 6.
5 GerechtenGerechten submenu bestaat uit een reeksprogramma's die zijn ontworpen voor specialegerechten. Elk gerecht in dit submenu isvoorzien van een geschikte instelling. De tijd,temperatuur en indien beschikbaar hetmagnetronvermogen tijdens het kokenworden aangepast. Voor sommige gerechten kunt u ook kokenmet Voedselsensor. 1. Ga naar het menu en selecteer:Gerechten. 2. Kies een gerecht of een voedseltype. 3. Pas de instellingen aan volgens dekookvoorkeuren. Pas de hoogte aan. Optie is beschikbaar voor geselecteerdserviesgoed. Druk op. 4. Plaats het voedsel in het apparaatvolgens de instructies op het scherm. 5. Druk op. Als de functie is afgelopen, controleert u ofhet voedsel klaar is. Verleng de bereidingstijdindien nodig. 6. 6 FavorietenDeze functionaliteit is alleen beschikbaarvoor bepaalde modellen.
Druk op: Bekijk je favorieten. om deopgeslagen instellingen te controleren. 3. Selecteer een van de opgeslageninstellingen. 4. Druk op om te beginnen metkoken. Verwijderen: Favorieten1. Ga naar het menu en selecteer: Home enverplaats de schuifbalk naar rechts. 2. Druk op: Bekijk je favorieten. om deopgeslagen instellingen te controleren. 3. Druk op: om de opgeslageninstellingen te verwijderen. 6. 7 InstellingenDit submenu bevat een lijst met instellingen. Druk op het display of de knop Aan / Uit omnaar het menu te gaan en druk op Instellingen. NEDERLANDS 13.
Submenu: InstellingTaal De taal van het apparaat instellen. Dagtijd De huidige tijd instellen. HelderheiddisplayDe helderheid van het display instel‐len. Toetstonen Het geluid van de aanraakvelden in enuitschakelen. Het is niet mogelijk omhet geluid te dempen van. Geluidsvolu‐meHet volume van de belangrijkste gelui‐den en signalen instellen. Tempera‐tuureenheidDe huidige temperatuureenheid weer‐geven. Submenu: ServiceDemofunctie Activerings- / deactiveringscode: 2468Softwarever‐sieInformatie over softwareversie. Terug naarfabrieksin‐stellingenHerstelt fabrieksinstellingen. Submenu: VoorkeurenBinnenver‐lichtingSchakelt de lamp in en uit. Kinderslot Voorkomt dat het apparaat per onge‐luk wordt geactiveerd. Voorverwar‐men/Opwar‐menGeen - conventionele manier om hetapparaat voor te verwarmen. Het isstandaard ingesteld en beschikbaarvoor alle kookfuncties.
De voorkeurkan worden gewijzigd in een andervoorverwarmingstype. Eco - het apparaat voorverwarmenmet minder energieverbruik. Het is be‐schikbaar voor alle kookfuncties. Snel - Verkort de opwarmtijd. Deze isalleen beschikbaar voor een aantalovenfuncties. Personalise‐ring standby-schermDe schermfuncties en snelkoppelin‐gen aanpassen. Submenu: AansluitingenVerbindenmet Wi-FiOm het apparaat te verbinden met hetdraadloze netwerk. Wi-Fi Om in en uit te schakelen: Wi-Fi. Netwerk Om de netwerkstatus en het signaal‐vermogen van het volgende te contro‐leren: Wi-Fi. Vergeet Net‐werkOm uit te schakelen dat het huidigenetwerk automatische verbindingmaakt met het apparaat. Bediening opafstandOm de bediening op afstand automa‐tisch te starten nadat START werd in‐gedrukt. Optie alleen zichtbaar nadat u het vol‐gende inschakelt: Wi-Fi. 7. EXTRA FUNCTIES7.
1 KinderslotDeze functie voorkomt dat het apparaatonbedoeld wordt gebruikt. De functie kan opelk moment worden geactiveerd. 1. Ga naar het menu:2. Selecteer Voorkeuren / Kinderslot. Kinderslot is ingeschakeld.
Als je van plan bent een verwarmingsfunctiete gebruiken voor een duur die langer is dande automatische uitschakeltijd, stel dan dekooktijd in. Zie het hoofdstuk 'Klokfuncties'. 7. 3 KoelventilatorAls het apparaat in werking is, wordt dekoelventilator automatisch ingeschakeld omde oppervlakken van het apparaat koel tehouden. Als je het apparaat uitschakelt, kande koelventilator blijven werken totdat hetapparaat is afgekoeld. 8. KLOKFUNCTIES8. 1 Omschrijving klokfunctiesFunctie OmschrijvingTimer De bereidingsduur instellen. Maximumis 23 u 59 min. Selecteer de voorkeurom in te stellen wat er gebeurt wanneerde tijd verstreken is: Actie beëindigen. De timer kan onafhankelijk worden ge‐bruikt, zelfs als de oven niet aan staat. Actie be‐eindigen GeluidsalarmWanneer de tijd is verstreken, klinkt ereen geluidssignaal. Deze functie kan opelk gewenst moment worden ingesteld,ook als de oven uitstaat.
Geluidsalarm en stop met kokenAls de tijd verstreken is, klinkt het sig‐naal en wordt de verwarmingsfunctieuitgeschakeld. Niet beschikbaar voormagnetronfuncties. Alleen pop-up berichtWanneer de tijd is verstreken, ver‐schijnt het bericht op het display. Dezefunctie heeft geen invloed op de werk‐ing van het apparaat. Uitgestel‐de startOm het begin en/of het einde van hetkoken uit te stellen. Niet beschikbaarvoor magnetronfuncties. Tijd ver‐lengingOm de bereidingstijd te verlengen. Uptimer Om aan te geven hoe lang het apparaatin werking is. Maximum is 23 u 59 min. Het start automatisch wanneer eenovenproces wordt gestart en stopt wan‐neer het proces is voltooid. Het is zicht‐baar op het hoofdscherm voor het gevaler geen andere timer is ingesteld. Dezefunctie heeft geen invloed op de werk‐ing van het apparaat. 8. 2 Timer1. Kies de verwarmingsfunctie en stel detemperatuur in. 2.
Druk op: Timer. 3. Stel de duur in. U kunt de gewensteeindactie selecteren door op een van desymbolen te drukken. 4. Druk op om te bevestigen en terug tekeren naar het hoofdscherm. 8.
3 Uitgestelde start1. Kies de verwarmingsfunctie en stel detemperatuur in. 2. Druk op. 3. Druk op: Uitgestelde start. 4. Scrol om de gewenste starttijd in testellen en druk op. 5. U kunt nu de gewenste instelling instellenEindtijd of op drukken om deze stapover te slaan. 6. Druk op om terug te keren naar hethoofdscherm. 8. 4 Dagtijd1. Het apparaat inschakelen. 2. Druk op /Instelling / Dagtijd. 3. Stel de tijd in. 4. Druk op. 8. 5 Timerinstellingen wijzigenJe kunt de ingestelde tijd tijdens het koken opelk gewenst moment wijzigen. 1. Druk op / Timer. 2. Stel de nieuwe timerwaarde in. Druk op. NEDERLANDS 15.
9. DE ACCESSOIRES GEBRUIKENWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 9. 1 Accessoires plaatsenAfhankelijk van het model kunnenaccessoires variëren. Raadpleeg hethoofdstuk "Productbeschrijving" voormeer informatie over de accessoires. Gebruik uitsluitend geschikt kookgerei enmateriaal. Raadpleeg hoofdstuk'Aanwijzingen en tips', kookgerei en materiaalgeschikt voor de magnetron. Een kleine inkeping bovenaan verhoogt deveiligheid. De inkepingen zijn ook anti-kantelmechanismen. De rand rond hetrooster voorkomt dat het kookgerei van hetrooster afglijdt. Plaats het accessoire (draadschap/lade)tussen de geleidestangen van de reksteun. Zorg ervoor dat het rooster de achterkant vande binnenkant van de oven raakt en dat devoeten naar beneden wijzen. Als uw bakplaat een helling heeft, plaats dezedan in de richting van de achterkant van deoven.
Als er een opschrift op het accessoire staat,zorg er dan voor dat het naar u toe is gericht. Als u een bak met gaten gebruikt, plaats dande bak/pan eronder om druppelendevloeistoffen op te vangen. 9. 2 VoedselsensorHet meet de temperatuur binnenin hetvoedsel. Er moeten twee temperaturen wordeningesteld:• - de temperatuur in het apparaat. Hetmoet ten minste 25 °C hoger zijn dan dekerntemperatuur van het voedsel. • - de kerntemperatuur van het voedsel. Aanbevelingen:• Ingrediënten moeten opkamertemperatuur zijn. • Niet gebruiken voor vloeibare gerechten. • Tijdens het koken moet de naald van devoedselsensor volledig in het gerechtworden gestoken. Koken met: VoedselsensorWAARSCHUWING. Er bestaat een risico op brandwonden alsde voedselsensor en de inschuifrails heetworden. Raak de handgreep van devoedselsensor niet met blote handenaan. Gebruik altijd ovenhandschoenen. 1.
Selecteer een verwarmingsfunctie in hetmenu: Functies of een gerecht uit hetmenu: Gerechten. Gebruik devoedselsensor niet metmagnetronfuncties, alleen standaardverwarmingsfuncties enmagnetroncombinatiefuncties.
StoofschotelPlaats de punt van de voedselsensorprecies in het midden van deovenschotel. De voedselsensor moettijdens het bakken op één plaats wordengestabiliseerd. Gebruik een solideingrediënt om dit voor elkaar te krijgen. Gebruik de rand van de bakplaat om hetsiliconen handvat van de voedselsensorte ondersteunen. De punt van devoedselsensor mag de bodem van debakplaat niet raken. 6. Steek de voedselsensor in hetstopcontact in het apparaat. Zie hethoofdstuk 'Productbeschrijving'. Het display toont het symbool en de huidigetemperatuur van de voedselsensor. 7. - druk hierop om de instellingen aan tepassen. 8. Selecteer Voedselsensor kaart om dekerntemperatuur van de sensor in testellen of stel de gewenste optie in:• Geluidsalarm - wanneer het voedselde kerntemperatuur bereikt, klinkt hetsignaal.
• Geluidsalarm en stop met koken -wanneer het voedsel dekerntemperatuur bereikt, klinkt hetsignaal en stopt het kookproces. • Alleen pop-up bericht - wanneervoedsel de kerntemperatuur bereikt,verschijnt de melding op het display. 9. Druk op. 10. Als het voedsel de ingesteldetemperatuur bereikt, klinkt er eengeluidssignaal. Controleer of het voedselklaar is. Verleng de bereidingstijd indiennodig. 11. - druk hierop om deverwarmingsfunctie uit te schakelen. 12. Haal de stekker van de voedselsensor uithet stopcontact en haal het gerecht uithet apparaat. 10. AANWIJZINGEN EN TIPS10. 1 KookadviezenKook- en bakprocessen zijn slechts op éénniveau geschikt. De temperatuur en kooktijden in de tabellenzijn slechts als richtlijn bedoeld. Ze zijnafhankelijk van het recept, de kwaliteit en dekwantiteit van de gebruikte ingrediënten.
AccessoireGewicht (kg)Magnetronvermogen (W)InzetniveauKooktijd (min)10.2 Langzaam garenMet deze functie bereidt u vlees en vis opmagere wijze mals. De voedingssensor meetde temperatuur in het voedsel. Raadpleeg deonderstaande tabel om de aanbevolentemperatuurinstelling van het apparaat tevinden waarmee u de gewenstetemperatuur in het voedsel kunt bereiken.Voor het braden van smaak en kleur bakt uhet vlees enkele minuten in een hete panvoordat u het in het apparaat plaatst. Doe hetvoedsel in de braadschaal en leg het op eenbakplaat.
Raadpleeg het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik', Instellin‐gen, submenu: Voorkeuren.2) Gebruik de bakplaat met de helling naar de achterkant van de binnenkant van de oven.3) De bakplaat moet de achterkant van de binnenkant van de oven raken.4) 2 blikken diagonaal geplaatst (Ø 20 cm). De rechter moet meer vooraan worden geplaatst dan de linker.5) Volgens: IEC 60350-1:2016 en IEC 60350-1:2023.Combifuncties magnetron en magnetronTesten in overeenstemming met: EN 60705, IEC 60705.18 NEDERLANDS
Maak gebruik van een bakrooster. Het moet de achterkant van de binnenkant van de ovenraken.Cake, zacht 1)Magnetron 400 - 1 10 - 12Vleesbrood 2)Magnetron 400 - 1 25 - 30Bouillon met stukjes ei3)Magnetron 400 - 1 18 - 23Gehakt vlees ontdooi‐en (500 g)4)Magnetron 200 - 1 7 - 8Cake 3)Boven- en onderwarmte+ magnetron200 170 1 22 - 27Aardappelgratin 1)Circulatiegrill + magne‐tron200 180 1 28 - 33Kip (1100 g)5)Circulatiegrill + magne‐tron200200 130Hetelucht & boven - 18 - 231) Draai halverwege de bereidingstijd de kom 1/4 met de wijzers van de klok mee.2) Draai halverwege de bereidingstijd de kom 1/2 om.3) Draai het voedsel niet om tijdens het kookproces.4) Draai het vlees ondersteboven aan de langste kant, één keer na 1/3 en een tweede keer na 2/3 van de verstre‐ken bereidingstijd.5) Plaats een bord onderin de ruimte. Plaats de kip direct op bakrooster met de borst naar beneden.
Lasagne, bevroren (400g)9)Circulatiegrill + mag‐netronBakrooster 7)1 100 200 24 - 29Lasagne, bevroren (600g)9)Circulatiegrill + mag‐netronBakrooster 7)1 100 170 39 - 44Pizza, bevroren 9)Boven- en onder‐warmte + magnetronBakrooster 7)1 200 210 12 - 16Gegrilde groenten, ge‐mengdCirculatiegrill + mag‐netronBakrooster 7)1 300 180 20 - 25Geroosterd varkensvlees Hetelucht + magne‐tronBakrooster 7)1 300 165 55 - 65Gevulde champignons Circulatiegrill + mag‐netronBakrooster 7)1 300 180 12 - 17Lasagne met droge pasta‐bladenBoven- en onder‐warmte + magnetronBakrooster 7)1 200 165 30 - 351) Verwarm het apparaat voor tot de ingestelde temperatuur is bereikt met behulp van de instelling: Voorverwar‐men / Geen. Niet gebruiken: Voorverwarmen / Snel en Eco. Raadpleeg het hoofdstuk 'Dagelijks gebruik', Instellin‐gen, submenu: Voorkeuren.
2) Gebruik de bakplaat met de helling naar de achterkant van de binnenkant van de oven. 3) Gebruik bakpapier. 4) Plaats de kip met de borstzijde naar beneden. Draai het halverwege de bereidingstijd om. 5) De zak moet uit het apparaat worden gehaald wanneer de pitten niet meer knallen. 6) Bedek het voedsel met een voor de magnetron geschikt plastic deksel. 7) Het moet de achterkant van de binnenkant van de oven raken. 8) Plaats de fles in het midden van de bodem van de ovenruimte zonder accessoires te gebruiken. 9) Draai het voedsel niet om tijdens het kookproces. 10. 4 MagnetronaanbevelingenPlaats het voedsel in het midden van hetbakrooster. Gebruik eerste rekstand. Draai, om de resultaten te verbeteren, hetvoedsel halverwege de bereidingstijd om ofroer het door. Roer vloeibare gerechten zo nu en dan door. Roer het voedsel voor het opdienen door.
Plaats het voedsel uit de verpakking in hetapparaat. De verpakte kant-en-klaremaaltijden kunnen alleen in het apparaatworden geplaatst als de verpakkingmagnetronbestendig is. Raadpleeg hetgedeelte "Aanwijzingen en tips", kookgerei enmateriaal geschikt voor de magnetron. Bedek het voedsel niet wanneer jemagnetroncombinatiefuncties gebruikt. Raadpleeg het hoofdstuk "Dagelijks gebruik". Gebruik geen magnetronfuncties ofmagnetroncombinatiefuncties als er geenvoedsel in het apparaat zit. Koken in de magnetronBedek het voedsel voor koken of opwarmenmet magnetronfuncties. Bereid voedselslechts zonder het te bedekken als je eenkorst wilt behouden. Kook de gerechten niet te lang door hetvermogen en de tijd te hoog instellen. Het20 NEDERLANDS.
voedsel kan uitdrogen, aanbranden of brandveroorzaken.Gebruik het apparaat niet om eieren in deschaal en slakken in hun huis te bereiden,omdat deze kunnen barsten. Prik het eigeelvan gebakken eieren door voordat ze wordenopgewarmd.Prik voedsel met huid of schil diverse malendoor voordat je het bereidt.Snij groenten in stukjes van gelijke grootte.Schakel het apparaat uit, neem het voedseluit het apparaat en laat een paar minutenrusten om de warmte gelijkmatig te verdelen.Ontdooien in de magnetronPlaats het bevroren, uitgepakte voedsel opeen klein omgekeerd bord met een bakjeeronder of op een ontdooirek of plastic zeef,zodat de dooivloeistof kan weglopen.Verwijder telkens de stukken die zijnontdooid.Je kunt een hoger magnetronvermogengebruiken om fruit en groenten te bereidenzonder ze eerst te ontdooien.Omkeren verbetert de resultaten.
Voorgevoelige voedingsmiddelen zoals vlees,tweemaal omdraaien tijdens het ontdooien.10.5 Kookgerei en materialengeschikt voor de magnetronGebruik alleen kookgerei en materiaal in demagnetron dat hier geschikt voor is. Gebruikonderstaande tabel als referentie.Controleer de specificaties van het kookgerei/materiaal/voedselbak voor gebruik.Volg de instructies van de fabrikant voorander specifiek kookgerei in de magnetrondat niet in deze tabel staat vermeld.Kookgerei/materiaal Ovenvast glas en porselein zonder metalen onderdelen,bijv.
ONDERHOUD EN REINIGINGWAARSCHUWING!Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.11.1 Opmerkingen over de reinigingReinigingsmiddelen• Reinig de voorkant van het apparaatuitsluitend met een microvezeldoek metwarm water en een mild reinigingsmiddel.• Gebruik een reinigingsoplossing ommetalen oppervlakken te reinigen.• Reinig vlekken met een mildreinigingsmiddel.Dagelijks gebruik• Reinig na elk gebruik de binnenkant vanhet apparaat. Vetophoping of andereresten kunnen brand veroorzaken.• Reinig voorzichtig de bovenkant van hetapparaat om resten en vet te verwijderen.• Bewaar voedsel niet langer dan 20minuten in het apparaat. Droog debinnenkant van het apparaat na elkgebruik alleen met een microvezeldoek.Accessoires• Reinig alle accessoires na elk gebruik enlaat ze drogen. Gebruik alleen een zachtedoek met warm water en een mildreinigingsmiddel.
De accessoires niet inde afwasmachine reinigen.• Reinig de antiaanbakaccessoires niet metagressieve reinigingsmiddelen of scherpevoorwerpen.11.2 Verwijderbare inschuifrailsVerwijder de inschuifrails om het apparaat tereinigen.1. Schakel het apparaat uit en wacht tot hetis afgekoeld.2. Trek de inschuifrails voorzichtig naarboven toe uit de voorste ophanging.3. Trek de inschuifrails uit de achtersteophanging.123Plaats de inschuifrails in omgekeerdevolgorde.22 NEDERLANDS
11.3 Het lampje vervangenWAARSCHUWING!Gevaar voor brandwonden, de glazenafdekking kan heet zijn. Gebruik eenbeschermende handschoen bij hetaanraken van de lamp.Alleen servicemonteurs mogen de lampvervangen. Neem contact op met uw erkendeservicecentrum.12. PROBLEEMOPLOSSINGWAARSCHUWING!Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.12.1 Wat te doen als...Probleembeschrijving Pauzeren en hervattenJe kunt het apparaat niet inscha‐kelen of gebruiken.Het apparaat is niet aangesloten op een stopcontact of niet goed geïnstal‐leerd.Het apparaat warmt niet op. De klok is niet ingesteld.Raadpleeg het hoofdstuk "Klokfuncties" om de klok in te stellen.De deur is niet goed gesloten.Lampjes/symbolen voor de kookplaatDe zekering is doorgeslagen.Ga na of de zekering de oorzaak van het probleem is.
Vervang de lamp.Zie voor details het hoofdstuk ‘Onderhoud en reiniging’.Problemen met draadloos net‐werksignaal.Controleer of je mobiele apparaat is verbonden met het draadloze netwerk.Controleer uw draadloze netwerk en router.Herstart de router.Er is een nieuwe router geïnstal‐leerd of de routerconfiguratie isgewijzigd.Raadpleeg het hoofdstuk 'Voor het eerste gebruik', Draadloze verbinding,om de oven en het mobiele apparaat opnieuw te configureren.Het draadloze netwerksignaal iszwak.Verplaats de router zo dicht mogelijk bij het apparaat.Het draadloze signaal wordt ver‐stoord door een andere magnetrondie in de buurt van het apparaat isgeplaatst.Schakel de magnetron uit.Vermijd het gelijktijdige gebruik van de magnetron en de bediening op af‐stand van het apparaat. Magnetrons storen WiFi-signaal.12.2 FoutcodesWanneer de softwarefout optreedt, geeft het display een foutmelding weer.
Code en omschrijving OplossingF111 - Voedselsensor is niet correct in het stopcontactgeplaatst. Steek de Voedselsensor in het stopcontact. F240, F439 - de aanraakvelden op het display werkenniet goed. Reinig het oppervlak van het display. Zorg ervoor dat ergeen vuil op de aanraakvelden zit. F601 - er is een probleem met het Wi-Fi-signaal. Controleer uw netwerkverbinding. Raadpleeg het hoofd‐stuk 'Voor het eerste gebruik', Draadloze verbinding. F604 - de eerste verbinding met Wi-Fi is mislukt. Schakel het apparaat uit en weer in en probeer het op‐nieuw. Raadpleeg het hoofdstuk 'Voor het eerste ge‐bruik', Draadloze verbinding. F908 - het apparaatsysteem kan geen verbinding ma‐ken met het bedieningspaneel. Schakel het apparaat uit en weer in. F131 - de temperatuur van de magnetronsensor is tehoog. 1)Schakel het apparaat uit en wacht tot het is afgekoeld. Schakel het apparaat weer in.
F602, F603 - Wi-Fi is niet beschikbaar. 1)Schakel het apparaat uit en weer in. 1) Wanneer een van deze foutmeldingen op het display blijft verschijnen, betekent dit dat een defect subsysteemmogelijk is uitgeschakeld. Neem in dat geval contact op met uw dealer of een erkend servicecentrum. Als een vandeze fouten optreedt zullen de overige functies van het apparaat normaal blijven werken. 12. 3 Service-informatieAls je niet zelf het probleem kunt verhelpen,neem dan contact op met je verkoper of eenerkende serviceafdeling. De contactgegevens van de servicedienststaan op het typeplaatje. Het typeplaatjebevindt zich op het voorframe van hetapparaat. Het is zichtbaar wanneer u de deuropent. Verwijder het typeplaatje niet uit hetapparaat. Wij raden je aan om de gegevens hier tenoteren:Model (MOD. ) : Productnummer (PNC): Serienummer (S. N. ): 13. ENERGIEZUINIGHEID13.
0 WDe maximale tijd die de apparatuur nodig heeft om automatisch de toepasselijke modus voor laagvermogen te bereiken20 minRaadpleeg het hoofdstuk "Vóór het eerstegebruik" voor richtlijnen over het in- enuitschakelen van de draadlozenetwerkverbinding. 13. 2 Energiebesparende tipsDe onderstaande tips helpen u energie tebesparen bij het gebruik van uw apparaat. 24 NEDERLANDS.
Zorg ervoor dat de deur van het apparaatgesloten is als het apparaat in werking is.Open de deur van het apparaat niet te vaaktijdens het koken. Houd het deurrubberschoon en zorg ervoor dat het goed op zijnplaats vastzit.Gebruik metalen kookgerei en donkere, niet-reflecterende blikken en containers omenergie te besparen (alleen wanneer u eenniet-magnetronfunctie gebruikt).Verwarm het apparaat niet voor voordat ugaat koken, tenzij specifiek aanbevolen.Houd onderbrekingen tussen het bakken zokort mogelijk als je een aantal gerechtentegelijkertijd bereidt.Koken met hete luchtGebruik indien mogelijk de bereidingsfunctiesmet hete lucht om energie te besparen.RestwarmteWanneer de kookduur langer is dan 30minuten, verlaag dan de oventemperatuur totminimaal 3-10 minuten voor het einde van hetkoken.
De restwarmte binnen in het apparaatzal blijven koken.Gebruik de restwarmte om het voedsel warmte houden of andere gerechten op te warmen.Wanneer u de oven uitschakelt, geeft hetdisplay de restwarmte of temperatuur aan.Eten warm houdenKies de laagst mogelijketemperatuurinstelling om de restwarmte tegebruiken en het voedsel warm te houden.Het indicatielampje van de restwarmte oftemperatuur verschijnt op het display.Koken met de verlichting uitgeschakeldSchakel de verlichting tijdens het koken uit.Doe het aan als je het nodig hebt.Stand-bymodusNa 2 min. schakelt het display over naar destand-bymodus.14.
MILIEUBESCHERMINGRecycleer de materialen met het symbool .Gooi de verpakking in een geschikteafvalcontainer om het te recycleren.Bescherm het milieu en de volksgezondheiden recycleer op een correcte manier het afvalvan elektrische en elektronische apparaten.Gooi apparaten gemarkeerd met het symbool niet weg met het huishoudelijk afval.Breng het product naar het milieustation bij uin de buurt of neem contact op met degemeente.NEDERLANDS 25
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met AEG CM9600T stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Oven AEG
Handleiding Oven
Nieuwste handleidingen voor Oven
