AEG CIB6640AAB Handleiding

AEG Fornuis CIB6640AAB

Bekijk gratis de handleiding van AEG CIB6640AAB (68 pagina’s), behorend tot de categorie Fornuis. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 58 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over AEG CIB6640AAB of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/68
aeg.com/register
CIB6640AAB
NLGebruiksaanwijzing | Fornuis2
ENUser Manual | Cooker35
aeg.com\register

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: AEG
Categorie: Fornuis
Model: CIB6640AAB

Handleiding AEG CIB6640AAB – volledige tekst

Welkom bij AEG. Hartelijk dank dat je voor onze apparatuur hebtgekozen. Advies over gebruik, brochures, het oplossen van problemen, informatie metbetrekking tot service en reparatie:www. aeg. com/supportWijzigingen voorbehouden. INHOUDSOPGAVE1. VEILIGHEIDSINFORMATIE. 22. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN. 53. INSTALLEREN. 84. PRODUCTBESCHRIJVING. 105. VOOR HET EERSTE GEBRUIK. 116. KOOKPLAAT - DAGELIJKS GEBRUIK. 127. KOOKPLAAT - AANWIJZINGEN EN TIPS. 178. KOOKPLAAT – ONDERHOUD EN REINIGING. 199. OVEN - DAGELIJKS GEBRUIK. 1910. OVEN - KLOKFUNCTIES. 2211. OVEN - AANWIJZINGEN EN TIPS. 2312. OVEN - ONDERHOUD EN REINIGING. 2813. PROBLEEMOPLOSSING. 3014. ENERGIEVERBRUIK. 3215. MILIEUBESCHERMING. 341. VEILIGHEIDSINFORMATIELees zorgvuldig de meegeleverde instructies voor installatieen gebruik van het apparaat.

De fabrikant is nietverantwoordelijk voor verwondingen of schade die voortvloeituit de onjuiste installatie of het onjuiste gebruik. Bewaar deinstructies altijd op een veilige, toegankelijke plek voortoekomstig gebruik. 1. 1 Veiligheid van kinderen en kwetsbare personen• Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen van 8 jaaren ouder en door mensen met een beperkt lichamelijk,zintuiglijk of verstandelijk vermogen of een gebrek aanervaring en kennis, indien zij onder toezicht staan ofinstructies hebben gekregen over het veilig gebruiken van2 NEDERLANDS.

het apparaat en indien zij de gevaren begrijpen. Kinderenjonger dan 8 jaar en personen met zware en complexebeperkingen dienen altijd uit de buurt van het apparaat teworden gehouden, tenzij ze voortdurend onder toezichtstaan.• Houd toezicht op kinderen om te voorkomen dat zij met hetapparaat gaan spelen.• Houd alle verpakking uit de buurt van kinderen en gooi hetop passende wijze weg.• WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijkeonderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik.

Houdkinderen en huisdieren uit de buurt van het apparaat tijdenshet gebruik en bij het afkoelen.• Als het apparaat is voorzien van een kinderslot, dient dit teworden geactiveerd.• Kinderen mogen zonder toezicht geen reinigings- enonderhoudswerkzaamheden aan het apparaat uitvoeren.1.2 Algemene veiligheid• Dit apparaat is uitsluitend bestemd om mee te koken.• Dit apparaat is bedoeld voor binnenshuis huishoudelijkgebruik.• Dit apparaat kan worden gebruikt in kantoren, hotelkamers,bed & breakfast-kamers, boerderijgasthuizen en anderesoortgelijke accommodaties waar dergelijk gebruik de(gemiddelde) huishoudelijke gebruiksniveaus nietoverschrijdt.• Alleen een erkende installatietechnicus mag het apparaaten de kabel vervangen.• Dit apparaat moet worden aangesloten op het stroomnetmet een kabel van het type H05VV-F om de temperatuurvan het achterpaneel te kunnen weerstaan.• Het apparaat kan worden gebruikt tot een maximum van2000 m boven zeeniveau.• Dit apparaat is niet bedoeld voor gebruik op schepen, botenof vaartuigen.NEDERLANDS 3

• Installeer het apparaat ter voorkoming van oververhittingniet achter een decoratieve deur.• Installeer het apparaat niet op een platform.• Bedien het apparaat niet door middel van een externe timerof een apart afstandsbedieningssysteem.• WAARSCHUWING: Onbewaakt koken op een kookplaatmet vet of olie kan gevaarlijk zijn en tot brand leiden.• Gebruik nooit water om het kookvuur te blussen. Schakelhet apparaat uit en bedek de vlammen met bijv. eenbranddeken of deksel.• LET OP: Het kookproces moet bewaakt worden. Een kortkookproces moet voortdurend bewaakt worden.• WAARSCHUWING: Brandgevaar: Bewaar geenvoorwerpen op de kookoppervlakken.• Gebruik geen stoomreiniger om het apparaat schoon temaken.• Gebruik nooit agressieve reinigingsmiddelen of scherpemetalen schrapers om de glazen deur of de glazenafdekplaat van de kookplaat schoon te maken.

Dezekunnen krassen veroorzaken op het oppervlak, waardoorhet glas zou kunnen breken.• Metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels endeksels mogen niet op het oppervlak van de kookplaatworden geplaatst, aangezien ze heet kunnen worden.• WAARSCHUWING: Als het oppervlak gebarsten is, schakelhet apparaat dan uit om de kans op elektrische schokken tevermijden. In het geval het apparaat rechtstreeks op destroom is aangesloten met een aansluitdoos, verwijdert ude zekering om het apparaat van de stroom te halen. Neemaltijd contact op met de erkende servicedienst.• Schakel het kookplaatelement na elk gebruik uit met debedieningstoetsen. Vertrouw niet op de pandetector.• WAARSCHUWING: Het apparaat en de toegankelijkeonderdelen ervan worden heet tijdens het gebruik. U dientte voorkomen de verwarmingselementen aan te raken.4 NEDERLANDS

• Gebruik altijd ovenhandschoenen om accessoires ofovenschalen te verwijderen of erin te plaatsen.• Zet de stroomtoevoer uit alvorens onderhoud te plegen.• WAARSCHUWING: Zorg ervoor dat het apparaat isuitgeschakeld voordat u de lamp vervangt om elektrischeschokken te voorkomen.• Als het netsnoer beschadigd is, moet de fabrikant, eenerkend servicecentrum of een gekwalificeerde persoondeze vervangen teneinde gevaarlijke situaties metelektriciteit te voorkomen.• Wees voorzichtig als je de opslaglade aanraakt.

Deze kanheet worden.• Om de inschuifrailen te verwijderen trek eerst de voorkantvan de inschuifrail en dan de achterkant uit de zijwanden.Plaats de inschuifrails in omgekeerde volgorde.• De middelen voor ontkoppeling moeten wordengeïncorporeerd in de vaste bedrading, in overeenstemmingmet de bedradingsregels.• WAARSCHUWING: Gebruik alleen kookplaatbeschermersdie door de fabrikant van het kookapparaat zijn ontworpenof door de fabrikant van het apparaat in degebruiksinstructies als geschikt zijn aangegeven ofkookplaatbeschermers die in het apparaat zijngeïntegreerd. Het gebruik van ongeschiktekookplaatbeschermers kan ongelukken veroorzaken.2.

VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN2.1 InstallatieWAARSCHUWING!Alleen een erkende installatietechnicusmag dit apparaat installeren.• Verwijder alle verpakkingsmaterialen.• Installeer en gebruik geen beschadigdapparaat.• Volg de installatie-instructies die zijnmeegeleverd met het apparaat.• Pas altijd op bij verplaatsing van hetapparaat, want het is zwaar. Gebruik altijdveiligheidshandschoenen en geslotenschoeisel.• Trek het apparaat nooit aan de handgreepvan zijn plaats.• De afmetingen van de keukenkast en deuitsparing moeten kloppen.• Houd de minimumafstand naar andereapparaten en units in acht.• Installeer het apparaat op een veilige engeschikte plaats die aan alle installatie-eisen voldoet.NEDERLANDS 5

• Delen van het apparaat staan onderstroom. Sluit het apparaat met meubel omte voorkomen dat de gevaarlijke delenworden aangeraakt. • De zijkanten van het apparaat moetennaast apparaten of units staan vandezelfde hoogte. • Installeer het apparaat niet naast een deurof onder een raam. Dit voorkomt dat heetkookgerei van het apparaat valt als dedeur of het raam wordt geopend. • Installeer een stabilisator om tevoorkomen dat het apparaat kantelt. Raadpleeg het hoofdstuk Installatie. 2. 2 Aansluiting op hetelektriciteitsnetWAARSCHUWING. Gevaar voor brand en elektrischeschokken. • Alle elektrische verbindingen moetenworden uitgevoerd door een erkendelektricien. • Dit apparaat moet worden aangesloten opeen geaard stopcontact. • Zorg ervoor dat de parameters op hetvermogensplaatje overeenkomen metelektrische vermogen van de netstroom.

• Gebruik altijd een juist geïnstalleerdschokbestendig stopcontact. • Gebruik geen adapters met meerderestekkers en verlengkabels. • Laat de stroomkabel niet in aanrakingkomen met de deur van het apparaat of deniche onder het apparaat, met name nietals deze werkt of als de deur heet is. • De schokbescherming van delen onderstroom en geïsoleerde delen moet op zo'nmanier worden bevestigd dat het nietzonder gereedschap kan wordenverplaatst. • Steek de stekker pas in het stopcontactals de installatie is voltooid. Zorg ervoordat het netsnoer na installatie bereikbaaris. • Als het stopcontact los zit, mag u destekker niet in het stopcontact steken. • Trek niet aan het netsnoer om hetapparaat los te koppelen. Trek altijd aande stekker.

• Gebruik enkel correcteisolatievoorzieningen:stroomonderbrekers, zekeringen(schroefzekeringen moeten uit de houderworden verwijderd), aardlekschakelaarsen contactgevers. • De elektrische installatie moet eenisolatieapparaat bevatten waardoor hetapparaat volledig van het lichtnetafgesloten kan worden. Hetisolatieapparaat moet een contactopeninghebben met een minimale breedte van 3mm.

• Sluit de deur van het apparaat volledigvoordat u de stekker in het stopcontactsteekt. 2. 3 GebruikWAARSCHUWING. Risico op letsel en brandwonden. Gevaar voor elektrische schokken. • De specificatie van dit apparaat nietwijzigen. • Zorg ervoor dat de ventilatieopeningenniet geblokkeerd worden. • Laat het apparaat tijdens de werking nietonbeheerd achter. • Schakel het apparaat na elk gebruik uit. • Wees voorzichtig met het openen van dedeur van het apparaat wanneer hetapparaat in werking is. Er kan hete luchtvrijkomen. • Gebruik het apparaat niet met nattehanden of als het contact maakt metwater. • Gebruik het apparaat niet als werkblad ofals opslagoppervlak. • Gebruikers met een pacemaker moeteneen afstand van minimaal 30 cmaanhouden tot de inductiekookzones alshet apparaat in werking is.

• Gebruik geen aluminiumfolie of anderematerialen tussen het kookoppervlak enhet kookgerei, tenzij anders aangegevendoor de fabrikant van dit apparaat. • Gebruik alleen accessoires die door defabrikant voor dit apparaat wordenaanbevolen. • Gebruik altijd glas en potten die zijngoedgekeurd voorconserveringsdoeleinden. 6 NEDERLANDS.

WAARSCHUWING. Risico op brand en explosie. • Wanneer ze verwarmd worden, kunnenvetten en oliën ontvlambare dampenafgeven. Houd open vuur of verwarmdevoorwerpen uit de buurt van vetten enoliën wanneer u ermee kookt. • De dampen die boven erg hete olieontstaan kunnen spontaan ontbranden. • Gebruikte olie, die voedselresten kanbevatten, kan ontbranden bij een lageretemperatuur dan olie die voor de eerstekeer wordt gebruikt. • Plaats geen ontvlambare producten ofartikelen die vochtig zijn met ontvlambareproducten in, bij of op het apparaat. • Laat geen vonken of open vlammen incontact met het apparaat komen wanneeru de deur opent. • Open de deur van het apparaatvoorzichtig. Het gebruik van ingrediëntenmet alcohol kan een mengsel van alcoholen lucht veroorzaken. WAARSCHUWING. Risico op schade aan het apparaat.

• Om schade of verkleuring van het email tevoorkomen:– plaats ovenschalen of anderevoorwerpen niet rechtstreeks op debodem van het apparaat. – leg geen aluminiumfolie op de bodemvan de ruimte in het apparaat. – plaats geen water direct in het heteapparaat. – bewaar geen vochtige gerechten envoedsel in het apparaat nadat u klaarbent met koken. – wees voorzichtig bij het verwijderen ofbevestigen van accessoires. • Verkleuring van het email of roestvrij staalis niet van invloed op de werking van hetapparaat. • Gebruik een diepe pan voor vochtigetaarten. Vruchtensappen veroorzakenvlekken die permanent kunnen zijn. • Laat geen heet kookgerei op hetbedieningspaneel staan. • Laat kookgerei niet droogkoken. • Zorg ervoor dat je geen voorwerpen ofkookgerei op het apparaat laat vallen. Hetoppervlak kan beschadigd raken.

• Schakel de kookzones niet terwijl er leegkookgerei of geen kookgerei op geplaatstis. • Kookgerei gemaakt van gietijzer,aluminium of met een beschadigde bodemkan krassen op het glas/glaskeramiekveroorzaken. Til deze voorwerpen altijd opals je ze op de kookplaat moetverplaatsen. 2. 4 Reiniging en onderhoudWAARSCHUWING.

Gevaar voor letsel, vuur of schade aanhet apparaat. • Schakel het apparaat voor onderhoud uit. Haal de netstekker uit het stopcontact. • Zorg ervoor dat het apparaat is afgekoeld. Er bestaat een risico dat de glasplatenkunnen breken. • Vervang direct de glazen deurpanelen alsdeze beschadigd zijn. Neem contact opmet een erkend servicecentrum. • Wees voorzichtig als u de deur van hetapparaat verwijdert. De deur is zwaar. • Vet en voedsel dat in het apparaatachterblijft, kan brand veroorzaken. • Reinig het apparaat regelmatig om tevoorkomen dat het materiaal van hetoppervlak achteruitgaat. • Zorg ervoor dat de ovenruimte en de deurna elk gebruik worden afgeveegd. Stoomgeproduceerd tijdens de werking van hetapparaat condenseert op de wanden enkan roest veroorzaken. Om de condens teverminderen, dient u het apparaat 10minuten te laten voorverwarmen.

• Reinig het apparaat met een vochtigezachte doek. Gebruik alleen neutraleschoonmaakmiddelen. Gebruik geenschuurmiddelen, schuursponsjes,oplosmiddelen of metalen voorwerpen. • Volg als u een ovenspray gebruikt deaanwijzingen op de verpakking. • Reinig niet het katalytisch email (indienvan toepassing) met eenschoonmaakmiddel. NEDERLANDS 7.

Ze zijn niet bedoeld voorgebruik in andere toepassingen en zijnniet geschikt voor verlichting inhuishoudelijke ruimten.• Dit product bevat een lichtbron vanenergie-efficiëntieklasse G.• Gebruik alleen lampjes met dezelfdespecificaties.2.6 Service• Neem contact op met de erkendeservicedienst voor reparatie van hetapparaat.• Gebruik alleen originelereserveonderdelen.2.7 VerwijderingWAARSCHUWING!Gevaar voor letsel of verstikking.• Neem contact op met uw plaatselijkeoverheid voor informatie over het afvoerenvan het apparaat.• Haal de stekker uit het stopcontact.• Snijd het netsnoer vlak bij het apparaat afen gooi het weg.3.

3.3 Het apparaat waterpas zettenGebruik kleine pootjes aan de onderkant vanhet apparaat om het kookoppervlak aan debovenkant waterpas met andereoppervlakken te brengen.3.4 Anti-kantelbeschermingLET OP!Monteer de anti-kantelbescherming zodathet apparaat niet valt als het incorrectwordt geladen. De antikantelbeschermingwerkt alleen als het apparaat in eencorrecte ruimte is geplaatst.Uw apparaat is voorzien van het symboolweergegeven in de afbeelding (indienvan toepassing) om u te herinneren aande montage van de anti-kantelbescherming.LET OP!Zorg dat u de anti-kantelbescherming opde correcte hoogte installeert.Zorg ervoor dat het oppervlak achter hetapparaat glad is.1. Stel de correcte hoogte in en bepaal waarop het apparaat u de anti-kantelbescherming gaat plaatsen.2.

Installeer de anti-kantelbescherming 176mm onder het bovenvlak van hetapparaat en 24 mm van de linkerkant vanhet apparaat in de ronde opening op eensteun. Zie afbeelding. Schroef debeveiliging stevig in solide materiaal ofgebruik geschikte versteviging (muur).3. U vindt het gat aan de linkerachterkantvan het apparaat. Zie afbeelding. Zet hetapparaat in het midden van de ruimtetussen de kastjes (1). Als de afstandtussen de aanrechtkastjes groter is dande breedte van het apparaat, moet u dezijmaten aanpassen als u het apparaatwilt centreren.124 mm176 mmNEDERLANDS 9

3.5 Elektrische installatieWAARSCHUWING!De fabrikant is niet verantwoordelijk als uzich niet houdt aan deveiligheidsvoorschriften in het hoofdstukVeiligheid.Dit apparaat wordt geleverd zonder eenstekker of netsnoer. De aansluitklem bevindtzich achter het achterpaneel.Toepasselijke kabelsoorten voorverschillende fasen:Fase Minimumformaat ka‐bel1 3x10,0 mm²Fase Minimumformaat ka‐bel3 met neutraal 5x1,5 mm²WAARSCHUWING!De stroomkabel mag het in de illustratiegearceerde onderdeel van het apparaatniet raken.4. PRODUCTBESCHRIJVING4.1 Algemeen overzicht5432158101 32 46791Knop voor verwarmingsfuncties2Display3Bedieningsknop (voor de temperatuur)4Temperatuurindicator/symbool5Verwarmingselement6Lamp7Inschuifrails, verwijderbaar8Ventilator9Uitholling reliëf - Aqua-reinigingscontainer10Inzetniveaus10 NEDERLANDS

4.2 Overzicht kookplaat1 11121Inductie kookzone2Bedieningspaneel4.3 Accessoires• BakroosterVoor kookgerei, bak- en braadvormen.• BakplaatVoor gebak en koekjes.• Grill-/braadpanOm te bakken en braden of als pan om vetin op te vangen.• AirFry BladOm voedsel te bakken met minder olie ofzonder bakpapier.• OpslagladeDe opslaglade bevindt zich onder deovenruimte.5. VOOR HET EERSTE GEBRUIKWAARSCHUWING!Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.5.1 Eerste keer voorverwarmen enreinigenWarm het lege apparaat voor voordat u hetvoor de eerste keer gebruikt en voordat hetmet etenswaren in contact komt. Hetapparaat kan een onaangename geur enrook afgeven. Ventileer de kamer tijdens hetvoorverwarmen.1. Haal alle accessoires en verwijderbareinschuifrails uit het apparaat.2. Stel de functie in . Stel demaximumtemperatuur in. Laat hetapparaat 1 u werken.3. Stel de functie . Stel demaximumtemperatuur in.

Laat hetapparaat 15 uur werkenmin.4. Stel de functie . Stel demaximumtemperatuur in. Laat hetapparaat 15 min werken.5. Schakel het apparaat uit en wacht tot hetis afgekoeld.6. Reinig het apparaat en de accessoiresuitsluitend met een microvezeldoek,warm water en een mild reinigingsmiddel.7.

Plaats de accessoires en deverwijderbare inschuifrails terug in hunoorspronkelijke positie.5.2 De tiptoetsen gebruikenHoud om de functie te activeren hetgeselecteerde symbool op het displayingedrukt gedurende minimaal 1 seconde.5.3 Tijd instellenU moet de tijd instellen voordat u de ovenbedient.De aanduiding knippert als u het apparaataansluit op het stopcontact, als er eenstroomstoring is geweest of als de timer nietis ingesteld.Druk op of om de correcte tijd in testellen.Na ongeveer 5 seconden stopt het knipperenen geeft de klok de ingestelde tijd van de dagweer.5.4 Tijd veranderenJe kunt de dagtijd niet wijzigen als eenvan de functies in werking is.NEDERLANDS 11

Druk op herhaaldelijk tot hetindicatielampje voor de functie Dagtijdknippert.Zie 'De tijd instellen' om een nieuwe tijd in testellen.5.5 Verzonken knoppenOm het apparaat te bedienen, moet u debedieningsknop indrukken. De knop komt dannaar buiten.6. KOOKPLAAT - DAGELIJKS GEBRUIKWAARSCHUWING!Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.6.1 Configuratiescherm21 3 4 5 6 78911 10Gebruik de tiptoetsen om het apparaat te bedienen.

De displays, indicatielampjes en geluidentonen welke functies worden gebruikt.Tiptoets Functie Opmerking1Aan/Uit De kookplaat in- en uitschakelen.2Hob²Hood De handmatige modus van functie in- en uitschakelen.3Blokkering / Kinderbeveili‐gingsinrichtingHet bedieningspaneel vergrendelen/ontgrendelen.4Pauze De functie in- en uitschakelen.5- Kookstanddisplay De kookstand weergeven.6- Timerindicatie voor de kook‐zonesGeeft aan voor welke zone u de tijd instelt.7- Timerdisplay De tijd in minuten weergeven.8- Om de kookzone te selecteren.9 / - De tijd verlengen of verkorten.10 / - Het instellen van de kookstand.11PowerBoost Het inschakelen van de functie.12 NEDERLANDS

6.2 KookstanddisplaysScherm BeschrijvingDe kookzone is uitgeschakeld. - De kookzone wordt gebruikt.Pauze werkt.Automatisch opwarmen werkt.PowerBoost werkt. + cijferEr is een storing. / / OptiHeat control (3-staps restwarmte-indicator): doorgaan met koken / warmhoud‐stand / restwarmte.Blokkering / Kinderbeveiligingsinrichting werkt.Het kookgerei is niet geschikt of te klein, of er is geen kookgerei op de kookzone ge‐plaatst.Automatische uitschakeling werkt.6.3 OptiHeat control (3-stapsrestwarmte-indicator)WAARSCHUWING! / / Zolang het indicatielampjezichtbaar is, bestaat er een risico opbrandwonden door restwarmte.De inductiekookzones creëren de voor hetkookproces benodigde warmte rechtstreeksin de bodem van het kookgerei. Hetglaskeramiek wordt verwarmd door dewarmte van het kookgerei.De indicatielampjes verschijnen als eenkookzone heet is.

De aanduidingen tonen hetniveau van de restwarmte voor de kookzonesdie je momenteel gebruikt: - doorgaan met koken, - warm houden, - restwarmte.Het indicatielampje kan ook verschijnen:• voor de aangrenzende kookzones, zelfsals je ze niet gebruikt,• als er heet kookgerei op de koudekookzone wordt geplaatst,• als de kookplaat is uitgeschakeld, maar dekookzone nog heet is.Het indicatielampje verdwijnt als de kookzoneis afgekoeld.6.4 In- of uitschakelenRaak 1 seconde aan om de kookplaat in–of uit te schakelen.6.5 Automatische uitschakelingDe functie schakelt de kookplaatautomatisch uit als:• alle kookzones zijn uitgeschakeld,• u de kookstand niet instelt nadat u dekookplaat hebt ingeschakeld,• u iets hebt gemorst of iets langer dan 10seconden op het bedieningspaneel hebtgelegd (een pan, doek, etc.). Er klinkt eengeluidssignaal en de kookplaat wordtuitgeschakeld.

kookzone moet afgekoeld zijn voordat ude kookplaat weer kunt gebruiken. • u ongeschikte pannen gebruikt. Hetsymbool gaat branden en na 2 minutenschakelt de kookzone automatisch uit. • u een kookzone niet uitschakelt of dekookstand verandert. Na een tijdje gaat aan en schakelt de kookplaat uit. De verhouding tussen kookstand en detijd waarna de kookplaat uitschakelt:Warmte-instelling De kookplaat wordtuitgeschakeld na, 1 - 26 uur3 - 4 5 uur5 4 uur6 - 9 1,5 uur6. 6 De kookstand aanraken om te verhogen. aanrakenom te verlagen. Raak en tegelijkertijdaan om de kookzone uit te schakelen. 6. 7 Automatisch opwarmenAls u deze functie activeert, kunt u in mindertijd een benodigde kookstand verkrijgen. Defunctie schakelt even de hoogste kookstandin en verlaagt dan naar de juiste kookstand. Om de functie in werking te stellen moetde kookzone koud zijn.

Om de functie voor een kookzone in teschakelen: raak aan ( gaat aan). Raakdirect aan ( gaat branden). Raak direct aan tot de correcte warmte-instelling gaatbranden. Na 3 seconden gaat branden. De functie uitschakelen:raak. 6. 8 PowerBoostDeze functie maakt meer vermogenbeschikbaar voor de inductiekookzones. Defunctie kan voor een beperkte tijdsduur vooruitsluitend de inductiekookzone wordengeactiveerd. Daarna wordt deinductiekookzone automatischteruggeschakeld naar de hoogste kookstand. Om de functie voor een kookzone in teschakelen: raak aan. gaat branden. De functie uitschakelen: raak of aan. 6. 9 TimerTimer met aftelfunctieJe kunt deze timer gebruiken om in te stellenhoelang de kookzone moet werken voor eenkooksessie. Stel eerst de warmtestand voor de kookzonein en dan de functie.

De resterende tijd bekijken: stel dekookzone in met. Het indicatielampje vande kookzone gaat snel knipperen. Het displaytoont de resterende tijd. Om de functie uit te schakelen: stel dekookzone in met en raak aan. Deresterende tijd telt terug naar 00. Hetindicatielampje van de kookzone gaat uit. Als de tijd verstreken is, klinkt er eengeluidssignaal en knippert 00. Dekookzone wordt uitgeschakeld. Om de functie te stoppen: tik op. KookwekkerJe kunt deze functie gebruiken als Kookwekker terwijl de kookplaat isingeschakeld en de kookzones niet werken. De warmtestand op het display toont. Om de functie te activeren: tik op en tikvervolgens op of van de timer om de14 NEDERLANDS.

tijd in te stellen. Als de tijd verstreken is, klinkter een geluidssignaal en knippert 00. Om de functie te stoppen: tik op. Om de functie uit te schakelen: aanraken en raak vervolgens aan. De resterendetijd telt terug naar 00De functie heeft geen invloed op dewerking van de kookzones. 6. 10 PauzeDeze functie stelt alle kookzones in die op delaagste warmte-instelling werken. Als de functie in werking is, zijn alle anderesymbolen op de bedieningspanelenvergrendeld. De functie stopt de timerfuncties niet. 1. Om de functie in te schakelen: druk op. gaat aan. De warmte-instelling wordtverlaagd naar 1. 2. Om de functie uit te schakelen, druk op. De vorige kookstand verschijnt. 6. 11 BlokkeringU kunt het bedieningspaneel vergrendelenterwijl de kookzones in werking zijn. Hiermeewordt voorkomen dat de kookstand perongeluk wordt veranderd. Stel eerst de kookstand in.

13 Hob²HoodHet is een geavanceerde automatischefunctie die de kookplaat op een speciale kapaansluit. Zowel de kookplaat als de afzuigkaphebben een infraroodontvanger.

Automatische modi Automa‐tischlampjeKoken1)Bakken2)Modus H0 Uit Uit UitModus H1 Aan Uit UitModusH2 3)Aan Ventilator‐snelheid 1Ventilator‐snelheid 1Modus H3 Aan Uit Ventilator‐snelheid 1Modus H4 Aan Ventilator‐snelheid 1Ventilator‐snelheid 1Modus H5 Aan Ventilator‐snelheid 1Ventilator‐snelheid 2Modus H6 Aan Ventilator‐snelheid 2Ventilator‐snelheid 31) De kookplaat detecteert het kookproces en activeertde ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatischemodus. 2) De kookplaat detecteert het bakproces en activeertde ventilatorsnelheid overeenkomstig de automatischemodus. 3) Deze modus activeert de ventilator en de verlichtingen reageert niet op de temperatuur. De automatische modus wijzigen1. Schakel het apparaat uit. 2. Druk 3 seconden op. Het display gaataan en weer uit. 3. Druk gedurende 3 seconden in totdat of gaat branden. 4. Druk een paar keer in tot gaatbranden. 5.

Druk op van de timer om eenautomatische modus te selecteren. Schakel de automatische modus van defunctie uit om de afzuigkap rechtstreeksop het afzuigkappaneel te bedienen. Als je klaar bent met koken en dekookplaat uitschakelt, werkt de ventilatormogelijk nog even. Daarna schakelt hetsysteem de ventilator automatisch uit enwordt voorkomen dat je de ventilator perongeluk in de komende 30 secondenactiveert. De ventilatorsnelheid handmatig bedienenJe kunt de functie ook handmatig bedienen. Raak daartoe aan als de kookplaat actiefis. Hierdoor wordt de automatische werkingvan de functie uitgeschakeld en kun je deventilatorsnelheid handmatig wijzigen. Als jeop drukt, wordt de ventilatorsnelheid metéén verhoogd. Als je een intensief niveaubereikt en weer op drukt, stel je deventilatorsnelheid in op 0 waardoor deafzuigkapventilator uitschakelt.

Het lampje inschakelenJe kunt de kookplaat instellen om het lichtautomatisch te activeren wanneer je dekookplaat activeert. Hiervoor stel je deautomatische modus in op H1 – H6. Het lampje op de afzuigkap gaat 2minuten na het uitschakelen van dekookplaat uit. 6. 14 Vermogensbeheer-functie• Kookzones zijn gegroepeerd volgens delocatie en het aantal fasen in dekookplaat. Zie de afbeelding. • Elke fase heeft een maximaleelektriciteitslading. • De functie verdeelt het vermogen tussenkookzones die zijn aangesloten opdezelfde fase. • De functie wordt geactiveerd als de totaleelektriciteitslading van de kookzones16 NEDERLANDS.

aangesloten op een enkele fase wordtoverschreden.• De functie verlaagt het vermogen naar deandere kookzones die zijn aangesloten opdezelfde fase.• Het kookstanddisplay van de verlaagdezones verandert tussen twee niveaus.7.

KOOKPLAAT - AANWIJZINGEN EN TIPSWAARSCHUWING!Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid.7.1 PannenVoor inductiekookzones creëert een sterkelektromagnetisch veld de hitte in depannen zeer snel.Gebruik de inductiekookzones metgeschikte pannen.Panmaterialen• goed: gietijzer, staal, geëmailleerd staal,roestvrij staal, meerlaagse bodem(aangemerkt als geschikt door defabrikant).• niet goed: aluminium, koper, messing,glas, keramiek, porselein.Een pan is geschikt voor eeninductiekookplaat als:• water op de hoogste kookstand binnenkorte tijd wordt verwarmd,• een magneet op de onderkant van hetkookgerei plakt.De bodem van de pannen moet zo dik envlak mogelijk zijn.Zorg ervoor dat bodems schoon en droogzijn voordat de pannen op de kookplaatworden gezet.Afmetingen van pannenInductiekookzones passen zich tot op zekerehoogte automatisch aan de afmetingen vande onderkant van het kookgerei aan.Raadpleeg de tabel "Specificatie vankookzones" voor de juiste afmetingen vankookgerei.Plaats het kookgerei in het midden van degekozen kookzone.Gebruik voor een optimale warmteoverdrachtkookgerei met een bodemdiameter die gelijkis aan de maximale grootte van de kookzonedie is gespecificeerd in de diameter van hetkookgerei.7.2 Specificatie kookzonesKookzo‐neDiameter van hetkookgerei (mm)Vermogen(W)Links ach‐ter125 - 140 1400/2500Rechts‐achter145 - 180 1800/2800Rechts‐voor145 - 180 1800/2800NEDERLANDS 17

Kookzo‐neDiameter van hetkookgerei (mm)Vermogen(W)Links voor 180 - 210 2300/36007. 3 Geluiden tijdens bedrijfDeze geluiden zijn normaal en hebbenniets met een defect te maken. Geluidenvan kookgerei kunnen variërenafhankelijk van het materiaal van hetkookgerei en het vermogen. Geluiden gerelateerd aan kookgerei:• kraakgeluid: kookgerei is gemaakt vanverschillende materialen (sandwich-constructie). • fluitend geluid: bij gebruik van eenkookzone met een hoge kookstand en alshet kookgerei is gemaakt vanverschillende materialen (een sandwich-constructie). • bromgeluid: als u een hoge kookstandgebruikt. Kookplaatgerelateerde geluiden:• klikken: er treedt elektrische schakelingop. • sissen, zoemen: de ventilator werkt. • ritmisch geluid: kookgerei wordtgedetecteerd. 7. 4 Öko Timer Eco timerOm energie te besparen, wordt deverwarming van de kookzone uitgeschakeldvoordat de afteltimer klinkt.

Het verschil inbedrijfstijd is afhankelijk van hetkookstandniveau en de duur van debereiding. 7. 5 Vereenvoudigde kookgidsDe correlatie tussen de kookstand en hetstroomverbruik van de kookzone is nietlineair. Wanneer u de kookstand verhoogt, isdit niet proportioneel met de toename instroomverbruik van de kookzone. Hetbetekent dat een kookzone op de mediumkookstand minder dan de helft van hetvermogen gebruikt. De gegevens in de tabel dienen alleenals richtlijn. Warmte-instel‐lingGebruik om het volgende tedoen:Tijd(min)Tips - 1Houd gekookt voedsel warm. indien no‐digDoe een deksel op het kookgerei. 1 - 2 Hollandaisesaus, smelten: boter, cho‐colade, gelatine. 5 - 25 Roer af en toe. 2 Stollen: luchtige omeletten, gebakkeneieren. 10 - 40 Kook met een deksel erop. 2 - 3 Zachtjes aan de kook brengen van rijsten gerechten op basis van melk, reedsbereide gerechten opwarmen.

Warmte-instel‐lingGebruik om het volgende tedoen:Tijd(min)Tips4 - 5 Kook grotere hoeveelheden voedsel,stoofschotels en soepen. 60 - 150 Tot 3 l vloeistof plus ingrediënten. 6 - 7 Zacht bakken: escalope, kalfscordonbleu, koteletten, rissoles, worstjes, le‐ver, roux, eieren, pannenkoeken, do‐nuts. indien no‐digDraai om wanneer nodig. 7 - 8 Flink bakken, hash browns, lendenbief‐stuk, steaks. 5 - 15 Draai om wanneer nodig. 9 Kook water, kook pasta, schroei vlees (goulash, braadpan), frituur frietjes. Kook grote hoeveelheden water. PowerBoost is ingeschakeld. 8. KOOKPLAAT – ONDERHOUD EN REINIGINGWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 8. 1 Algemene informatie• Reinig de kookplaat na elk gebruik. • Gebruik altijd kookgerei met een schonebodem. • Krassen of donkere vlekken op hetoppervlak hebben geen invloed op dewerking van de kookplaat.

• Gebruik een specifiek schoonmaakmiddelvoor het oppervlak van de kookplaat. • Gebruik altijd een schraper die wordtaanbevolen voor kookplaten met eenglazen oppervlak. Gebruik de schraperalleen als extra hulpmiddel voor hetreinigen van het glas na de standaardreinigingsprocedure. WAARSCHUWING. Gebruik geen messen of anderscherp, metalen gereedschap om hetglasoppervlak te reinigen. 8. 2 Het kookplaat reinigen• Verwijder onmiddellijk: gesmoltenkunststof, plastic folie, zout, suiker ensuikerhoudend voedsel, anders kan ditschade aan de kookplaat veroorzaken. Doe voorzichtig om brandwonden tevoorkomen. Gebruik de speciale schraperop de glazen plaat en verwijder restendoor het blad over het oppervlak teschuiven. • Verwijder dit als de kookplaatvoldoende afgekoeld is: kalkringen,waterringen, vetvlekken, glanzendemetaalverkleuring.

Reinig de kookplaatmet een vochtige doek en een beetje niet-schurend reinigingsmiddel. Veeg dekookplaat na het reinigen droog met eenzachte doek. • Verwijder glanzende metaalverkleuring:reinig het glazen oppervlak met een doeken een oplossing van water met azijn. 9.

9. 1 OvenfunctieUit-positieDe oven staat uit. HeteluchtOm te bakken op maximaal twee rekposities te‐gelijk en om voedsel te drogen. Stel de temperatuur 20 tot 40°C lager in danvoor Boven + onderwarmte. Pizza-functie / AirFryOm pizza en andere gerechten te bakken dievan onderaf meer warmte nodig hebben. /Om voedsel te bakken met minder olie of zonderbakpapier. Voor gerechten zoals friet/patat ofpizza. Boven + onderwarmteVoor het bakken en roosteren op één ovenni‐veau. SteamBake / Reiniging met water (AquaClean)Om tijdens de bereiding vocht toe te voegen. Om tijdens het bakken de juiste kleur en knap‐perigheid te krijgen. Om bij het opwarmen meersappigheid te geven. Zie het hoofdstuk "Onderhoud en reiniging" voormeer informatie over: Reiniging met water (AquaClean). Grill intensVoor het roosteren van grote hoeveelhedendunne stukken voedsel en voor het maken vantoast.

CirculatiegrillVoor het braden van grote stukken vlees of ge‐vogelte met bot op één niveau. Voor gratinerenen bruinen. Warmelucht (vochtig)Deze functie werd gebruikt om te voldoen aande eisen van de energie-efficiëntieklasse en hetecologisch ontwerp (volgens EU 65/2014 en EU66/2014). Testen in overeenstemming met:IEC/EN 60350-1. Het is ontworpen om energie te besparen tijdenshet koken. De ovendeur dient tijdens de bereiding geslotente zijn zodat de functie niet wordt onderbrokenen de oven werkt op de hoogst mogelijke ener‐gie-efficiëntie. Bij het gebruik van deze functie kan de tempera‐tuur in de ruimte verschillen van de ingesteldetemperatuur. Het verwarmingsvermogen kanworden verminderd. Zie voor algemene aanbe‐velingen voor energiebesparing het hoofdstuk‘Energie-efficiëntie’, Energiebesparing. Zie het hoofdstuk 'Aanwijzingen en tips’, War‐melucht (vochtig) voor bereidingsinstructies.

2 De oven in- en uitschakelenHet hangt van het model of uwapparaat knopsymbolen,indicatielampjes of lampjes heeft:• Het indicatielampje gaat aan wanneerde oven opwarmt. • Het lampje gaat aan als het apparaatin werking is. • Het symbool geeft aan of de knop dekookzones, de ovenfuncties of detemperatuur bedient. 1. Draai aan de knop voor de ovenfunctiesom een ovenfunctie te selecteren. 2. Draai de knop voor de temperatuur naareen temperatuur. 3. Draai om de oven uit te schakelen, deknop voor de ovenfuncties en de knopvoor de temperatuur naar de uit-stand. 20 NEDERLANDS.

9.3 De functie inschakelen:SteamBakeDeze functie verhoogt de vochtigheid tijdenshet koken.WAARSCHUWING!Gevaar voor brandwonden en schadeaan het apparaat.Vrijgekomen vocht kan brandwondenveroorzaken:• Open de deur van het apparaat nietwanneer de functie in gebruik is:SteamBake.• De deur van het apparaat voorzichtigopenen nahet gebruik van de functie:SteamBake.Zie het hoofdstuk 'Nuttige aanwijzingenen tips'.1. Open de ovendeur.2. Vul de uitsparing in de ovenruimte metkraanwater.De maximumcapaciteit van de uitsparingin de ovenruimte is 250 ml.Vul uitsluitend de uitsparing van deovenruimte met water als de oven koudis.3. Draai aan de functieknop: SteamBake .4. Draai aan de temperatuurknop om eentemperatuur in te stellen.5. Zet het voedsel in het apparaat en sluitde ovendeur. LET OP!Vul de uitsparing in de ovenruimteniet met water bij tijdens de bereidingof als de oven heet is.6.

Om het apparaat uit te schakelen, draaitu de knoppen voor de ovenfuncties entemperatuur naar de uit-stand.7. Verwijder het water uit de uitsparing vande ovenruimte. WAARSCHUWING!Zorg dat het apparaat koud is voordatu het resterende water uit deuitsparing van de ovenruimteverwijdert.9.4 KoelventilatorAls de oven in werking is, wordt dekoelventilator automatisch ingeschakeld omde oppervlakken van de oven koel te houden.Als je de oven uitschakelt, blijft de ventilatordoorgaan, totdat de oven is afgekoeld.9.5 De ovenaccessoires plaatsenDiepe pan / Bakplaat:Schuif de diepe pan of bakplaat tussen degeleidestangen van de roostersteun.Bakrooster:Plaats de / tussen de geleidestangen van deinschuifrail.AirFry plaat:Plaats de AirFry-plaat op de derde rekstand.Plaats de bakplaat op de eerste rekstand.NEDERLANDS 21

• Alle accessoires hebben kleineinkepingen aan de aan de bovenkantvan de randen rechts en links om deveiligheid te verhogen. De inkepingenzijn ook anti-kantelmechanismen.• De hoge rand rond het roostervoorkomt dat het kookgerei wegglijdt.10. OVEN - KLOKFUNCTIES10.1 DisplayA BA. KlokfunctiesB. Timer10.2 KnoppenToets functie OmschrijvingMIN Om de tijd in te stellen.KLOK Om een klokfunctie in te stellen.PLUS Om de tijd in te stellen.10.3 KlokfunctiesKlokfunctie ToepassingDAGTIJD Om de dagtijd in te stellen, te wijzigen of te controle‐ren.DUUR Instellen hoelang de oven in werking is.KOOKWEKKER Om een aftelling in te stellen. Deze functie heeft geeninvloed op de werking van de oven. Je kunt dezefunctie op elk gewenst moment instellen, ook als deoven uitstaat.22 NEDERLANDS

10.4 De BEREIDINGSDUUR instellen1. Stel een ovenfunctie en de temperatuurin.2. Blijf op drukken totdat begint teknipperen.3. Druk op of om de tijd voor deBEREIDINGSDUUR in te stellen.Op het display verschijnt .4. Wanneer de ingestelde tijd is verstreken,knippert en hoort u eengeluidssignaal. Het apparaat wordtautomatisch uitgeschakeld.5. Druk op een willekeurige toets om hetgeluidssignaal uit te zetten.6. Draai de knop voor de ovenfuncties en deknop voor de temperatuur naar de uit-stand.10.5 De KOOKWEKKER instellen1. Blijf op drukken totdat begint teknipperen.2. Druk op or om de gewenste tijd inte stellen.De KOOKWEKKER start automatisch na vijfseconden.3. Wanneer de ingestelde tijd voorbij is,klinkt er een geluidssignaal. Druk op eenwillekeurige toets om het geluidssignaaluit te zetten.4.

Draai de knop voor de ovenfuncties en detemperatuurknop naar de uit-stand.10.6 De klokfuncties annuleren1. Blijf op de drukken tot het symboolvoor de benodigde ovenfunctie begint teknipperen.2. Houd ingedrukt.De klokfunctie gaat na een paar secondenuit.11. OVEN - AANWIJZINGEN EN TIPSWAARSCHUWING!Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. De temperatuur en baktijden in detabellen zijn slechts als richtlijn bedoeld.Ze zijn afhankelijk van het recept, dekwaliteit en de kwantiteit van degebruikte ingrediënten.11.1 Warmelucht (vochtig) Brood en pizzaGerecht Temperatuur (°C) Tijd (min) Roosterhoog‐teBroodjes 180 25 - 35 3Bevroren pizza 350 g 190 25 - 35 3Cake in bakplaatGerecht Temperatuur (°C) Tijd (min) Roosterhoog‐teBiscuitrol 180 20 - 30 3Brownie 180 30 - 40 3NEDERLANDS 23

Gerecht Hoeveelheid Temperatuur(°C)Tijd (min) Rooster‐hoogteGarnalen in bakdeeg, bevroren ongeveer 200 g 180 - 220 15 - 25 3Calamari-ringen, bevroren ongeveer 250 g 180 - 220 15 - 25 3Kippennuggets, bevroren ongeveer 300 g 180 - 220 15 - 25 3Vissticks, bevroren ongeveer 500 g 180 - 220 15 - 25 311.4 Informatie voor testinstitutenGerecht Functie Tempe‐ratuur(°C)Tijd (min) Accessoi‐resRooster‐hoogteKleine cakes (20 cakejesper bakplaat)Boven + onderwarmte 170 20 - 30 Bakplaat 4Kleine cakes (20 cakejesper bakplaat)1)Hetelucht 150 20 - 30 Bakplaat 2Kleine cakes (20 cakejesper bakplaat)1)Hetelucht 150 25 - 35 Bakplaat/afvoerpan1 + 4Appeltaart, 2 blikken (ø 20cm) op het rooster, diago‐naal verdeeldBoven + onderwarmte 180 70 - 90 Raster 1Appeltaart, 2 blikken (ø 20cm) op het rooster, diago‐naal verdeeldHetelucht 160 70 - 90 Raster 2Appeltaart, 2 blikken (ø 20cm) op het rooster, diago‐naal verdeeldPizza-functie 160 60 - 80 Raster 2Vetvrije cake, 1 blik (ø 26cm) op het roosterBoven + onderwarmte 170 30 - 40 Raster 3Vetvrije cake, 1 blik (ø 26cm) op het roosterHetelucht 150 35 - 45 Rooster 2Vetvrije cake, zacht 1 blik(ø 26 cm) op het roos‐ter 1)Hetelucht 160 25 - 35 Rooster 1 + 4Zandkoek/Gebakreep Hetelucht 140 20 - 35 Bakplaat 3Zandkoek/Gebakreep Hetelucht 140 20 - 30 Bakplaat 1 + 4Zandkoek/Gebakreep Boven + onderwarmte 160 20 - 35 Bakplaat 3Toast1)Grill intens Max.

12. OVEN - ONDERHOUD EN REINIGINGWAARSCHUWING. Raadpleeg de hoofdstukken Veiligheid. 12. 1 Opmerkingen over de reinigingReinigingsmiddelen• Reinig de voorkant van het apparaatuitsluitend met een microvezeldoek metwarm water en een mild reinigingsmiddel. Reinig en controleer de deurpakking rondhet frame van de uitsparing. • Gebruik een reinigingsoplossing ommetalen oppervlakken te reinigen. • Reinig vlekken met een mildreinigingsmiddel. Dagelijks gebruik• Reinig de uitsparing telkens na gebruik. Vetophoping of andere resten kunnenbrand veroorzaken. • Bewaar voedsel niet langer dan 20minuten in het apparaat. Droog de ruimtena elk gebruik uitsluitend met eenmicrovezeldoek. Accessoires• Reinig alle accessoires na elk gebruik enlaat ze drogen. Gebruik alleen een zachtedoek met warm water en een mildreinigingsmiddel. De accessoires niet ineen afwasmachine reinigen (behalve voorAirFry-plaat).

• Reinig de antiaanbakaccessoires enAirFry-plaat niet met agressievereinigingsmiddelen of scherpevoorwerpen. 12. 2 De AirFry-plaat reinigen1. Leg de AirFry-plaat op de bakplaat. 2. Giet warm water met reinigingsmiddel enlaat het weken. 3. Reinig de AirFry-plaat met een spons ofgebruik een borstel om resten teverwijderen. Reiniging in de vaatwasser is ook mogelijk. 12. 3 Ovens van roestvrij staal ofaluminiumMaak de ovendeur alleen met een vochtigedoek of natte spons schoon. Droog makenmet een zachte doek. Vermijd het gebruik van staalwol, zure ofschurende producten, deze kunnen deoppervlakken van de oven beschadigen. Maak het bedieningspaneel van de oven netzo voorzichtig schoon12. 4 Reinigen van de uitsparing inde holteDe reinigingsprocedure verwijdert kalkrestenvan de bodemuitsparing na hetbereidingsproces met stoom.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AEG CIB6640AAB stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden