AEG Electrolux ÖKO Favorit 40300 Handleiding

AEG Electrolux Vaatwasser ÖKO Favorit 40300

Bekijk gratis de handleiding van AEG Electrolux ÖKO Favorit 40300 (40 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 62 mensen en kreeg gemiddeld 4.5 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over AEG Electrolux ÖKO Favorit 40300 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
ÖKO_FAVORIT 40300
Afwasautomaat
Informatie voor de gebruiker

Beoordeel deze handleiding

4.5/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: AEG Electrolux
Categorie: Vaatwasser
Model: ÖKO Favorit 40300

Handleiding AEG Electrolux ÖKO Favorit 40300 – volledige tekst

2Geachte klant, Lees deze informatie zorgvuldig door. Lees vooral de aanwijzingen m.b.t. de veiligheid op de eerste pagina’s van dit boekje! Bewaar het boekje goed, zodat u nog eens iets kunt nale-zen en geef het door aan een eventuele volgende eigenaar van het toe-stel. 1 Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden (Waar-schuwing!, Voorzichtig!, Attentie!) geven wij aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het functioneren van de machine. Let goed op deze aanwijzingen. 0 Dit symbool of genummerde aanwijzingen voeren u stap voor stap door de bediening van het toestel. 3 Bij dit symbool vindt u aanvullende informatie m.b.t. bediening en praktisch gebruik van het toestel. 2 Het klaverblad staat voor tips en aanwijzingen m.b.t. economisch en milieuvriendelijk gebruik van het toestel.

Mocht er een storing optreden, dan vindt u onder "Wat is er aan de hand, als..." aanwijzingen om kleine storingen zelf op te heffen. Mochten deze aanwijzingen niet voldoende zijn, neem dan contact op met onze service-afdeling. Bij technische problemen kunt u altijd contact opnemen met onze ser-vice-afdeling, zie hoofdstuk "Adres Klantenservice". Zie ook hoofdstuk "Klantenservice" op de achterzijde van dit boekje.Gedrukt op milieuvriendelijk geproduceerd papier.Wie milieubewust denkt, handelt ook zo ...

Inhoud3INHOUD Gebruiksaanwijzing. 5Aanwijzingen m. b. t. de veiligheid. 5Afvalverwerking. 7Economisch en milieubewust afwassen. 7Frontaanzicht apparaat en bedieningspaneel. 8Bedieningspaneel. 9Vóór het in gebruik nemen. 9Waterontharder instellen. 10Speciaal zout voor de waterontharder doseren. 11Glansmiddel doseren. 12Glansmiddeldosering instellen. 13In het dagelijks gebruik. 14Bestek en servies in de machine zetten. 14Bestek rangschikken. 15Pannen, schalen en grote borden in de machine zetten. 16Kopjes, schoteltjes en glaswerk in de machine zetten. 17Reinigingsmiddel doseren. 18BIO-programma’s en compacte reinigingsmiddelen. 19Programma kiezen (programmatabel). 20Afwasprogramma starten. 21Programma wijzigen/onderbreken. 21Afwasautomaat uitschakelen. 22Machine leeghalen. 22Onderhoud en reiniging. 22Schoonmaken van de zeven. 23Wat is er aan de hand, als. 24.

er problemen zijn bij het gebruik van de afwasautomaat. 24. het afwasresultaat niet bevredigend is. 25Technische gegevens. 26Aanwijzingen voor testinstituten. 27.

Gebruiksaanwijzing5GEBRUIKSAANWIJZING 1 Aanwijzingen m.b.t. de veiligheid De veiligheid van elektrische toestellen van AEG voldoet aan de Euro-pese en Nederlandse normen. Toch zien wij ons als fabrikant genood-zaakt, u en uw eventuele medegebruikers op het volgende te wijzen: Opstelling, aansluiting, in gebruik nemen • De afwasautomaat mag alleen rechtop vervoerd worden. • Controleer de afwasautomaat op transportschade. Een beschadigd toestel in geen geval aansluiten. Wend u in geval van schade tot de leverancier. • Controleer vóór het in gebruik nemen of de op het typeplaatje aan-gegeven netspanning en stroomsoort overeenkomen met netspan-ning en stroomsoort op de plaats van opstelling. Op het typeplaatje vindt u ook de vereiste zekering. • Hoe de afwasautomaat moet worden opgesteld en aangesloten, leest u in het hoofdstuk "Installatie".

Meerwegstekkers, koppelingen en verlengsnoeren mogen niet gebruikt worden. Brandgevaar door over-verhitting.Veiligheid van kinderen • Kinderen zien de gevaren niet die ontstaan door ondeskundige omgang met elektrische toestellen. Zorg daarom voor het nodige toe-zicht en laat kinderen niet met de machine spelen – ze zouden zich-zelf of andere kinderen in de machine kunnen opsluiten (verstikkingsgevaar!). • Houd de verpakking uit de buurt van kinderen; vooral folie en styro-por kunnen gevaren opleveren. Verstikkingsgevaar! • Reinigingsmiddelen kunnen verwondingen aan ogen, mond en keel-holte veroorzaken en zelfs tot verstikking leiden! Let op de aanwijzin-gen op de verpakking van reinigingsmiddelen. • Het water in de afwasautomaat is geen drinkwater. Als zich nog res-ten van reinigingsmiddel in de machine bevinden, bestaat verwon-dingsgevaar!

Gebruiksaanwijzing6Algemene veiligheid • Reparaties aan elektrische toestellen mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Onvakkundige reparaties kunnen tot aanzienlijke risico’s voor de gebruiker leiden. Wend u daarom altijd tot onze ser-vice-afdeling. Alleen originele AEG-onderdelen voldoen aan alle eisen. • De afwasautomaat nooit in gebruik nemen, als aansluitsnoer of toe- of afvoerslang beschadigd zijn of als bedieningspaneel, bovenblad of sokkel zo beschadigd zijn, dat de binnenkant van het toestel toegan-kelijk is. • Als het aansluitsnoer beschadigd of te kort is, moet dit door onze ser-vice-afdeling vervangen worden. • Stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact trekken, maar aan de stekker. • Constructieve wijzigingen of veranderingen aan het toestel zijn uit veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.

• Let erop dat de machinedeur, behalve bij vullen en leeghalen, altijd dicht is. Zo voorkomt u dat iemand over de open deur struikelt en zich bezeert. • Scherpe messen en ander scherp bestek in de bovenste korf leggen of met de scherpe kant naar beneden in de bestekkorf zetten. Gebruik volgens de voorschriften • Gebruik de afwasautomaat alleen om huishoudservies af te wassen. Als de machine voor verkeerde doeleinden wordt gebruikt of foutief wordt bediend, wordt eventuele schade niet door de garantiebepalin-gen gedekt. • Controleer vóór het gebruik van speciaal zout, reinigingsmiddel en glansmiddel, of volgens de fabrikant van deze producten gebruik ervan in huishoud-afwasautomaten toegestaan is. • Geen oplosmiddelen in de afwasautomaat doen. Explosiegevaar. • De beveiliging tegen wateroverlast is een betrouwbaar systeem.

Aan de volgende voorwaarden moet echter voldaan worden: – Ook als het toestel uitgeschakeld is moet het aan het net aangeslo-ten zijn. – De afwasautomaat moet volgens de voorschriften geïnstalleerd zijn. – Waterkraan altijd dichtdraaien als de afwasautomaat langere tijd niet gebruikt wordt, bijv.

Gebruiksaanwijzing7• Ga niet op de open deur staan of zitten, de machine zou dan kunnen kantelen. • In geval van storing eerst de waterkraan dichtdraaien, dan de machine uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. Bij vaste aansluiting: zekering in de huisinstallatie uitschakelen. 2 Afvalverwerking VerpakkingsmateriaalAlle gebruikte verpakkingsmaterialen van de afwasautomaat zijn niet milieu-onvriendelijk en kunnen hergebruikt worden. • De kunststof delen zijn voorzien van een internationaal gebruikte codering: – >PEPSPOM

Gebruiksaanwijzing9Bedieningspaneel Met de programmaschakelaar wordt het startpunt van een pro-gramma ingesteld. Als het programma loopt, draait de programma-schakelaar mee en geeft de betreffende stand van het programma aan. Met de programmakiezer wordt de afwasautomaat ingeschakeld en een programma gestart. Vóór het in gebruik nemen Voordat u de afwasautomaat in gebruik neemt, moeten alle klemmen waarmee de korven voor het transport zijn vastgezet verwijderd wor-den.Daarna gaat u als volgt te werk: 1. Waterontharder instellen 2. Speciaal zout voor de waterontharder doseren 3. Glansmiddel doseren programmakiezer programmaschakelaardeurgreepbedrijfscontrolelampje controle-indicatie ZOUT

Gebruiksaanwijzing10Waterontharder instellenOm kalkafzetting op het servies en in de afwasautomaat te vermijden, moet het servies met zacht, d.w.z. kalkarm water worden afgewassen. Daarom heeft de afwasautomaat een waterontharder, waarin leiding-water vanaf een hardheid van 4°d met behulp van speciaal zout ont-hard wordt.3 Informatie over de waterhardheid in uw woonplaats kunt u opvragen bij het waterleidingbedrijf.De waterontharder kan op 4 standen ingesteld worden. 0 De waterontharder volgens de tabel instellen op de waterhardheid in uw woonplaats: 1. Machinedeur openen. 2. Onderste korf uit de afwasautomaat halen. 3. De waterhardheidsschakelaar bijv. met een munt instellen. 4. Onderste korf er weer inzetten en machinedeur sluiten.

Gebruiksaanwijzing11Speciaal zout voor de waterontharder doseren 1 Gebruik alleen speciaal zout voor afwasautomaten. Doseer nooit andere zoutsoorten (bijv. kookzout) of reinigingsmiddel in het zoutre-servoir. Dat zou de waterontharder onbruikbaar maken. Controleer voordat u zout gaat doseren of u ook werkelijk het pak spe-ciaal zout in de hand hebt. Doseer speciaal zout: – Voordat u de machine in gebruik neemt. – Als op het bedieningspaneel de controle-indicatie zout J brandt. 3 Als de waterhardheid in uw woonplaats onder 4°d ligt, hoeft u geen speciaal zout te doseren. 0 1. Deur openen, onderste korf uit de machine nemen. 2. Dop van het zoutreservoir linksom losdraaien. 3. Alleen de eerste keer dat u de machine in gebruik neemt:zoutreservoir met water vullen. 4. Meegeleverde trechter op de opening van het zoutreservoir zetten.Speciaal zout via de trechter in het zoutreservoir gieten.

Inhoud afhan-kelijk van de korrelgrootte 1,0-1,5 kg. Doe niet te veel speciaal zout in het reservoir. 3 Het bij het vullen verplaatste water loopt uit het zoutreservoir naar de bodem van de kuip. Dit kan geen kwaad, omdat het water bij de start van het volgende programma weggepompt wordt. 5. Zoutresten van de opening van het zoutreservoir wegvegen. 6. Dop rechtsom zo ver mogelijk vastdraaien, omdat er anders zout in het spoelwater terechtkomt. Glaswerk kan daardoor dof worden. Daarom na het doseren van zout een programma laten lopen. Daardoor worden overgelopen zout water en zoutkorreltjes weggespoeld.3 Afhankelijk van de korrelgrootte van het zout kan het enkele uren duren, voordat het zout in het water is opgelost en de controle-indica-tie zout J weer uitgaat. De instelling van de waterontharder en daar-mee het zoutverbruik zijn afhankelijk van de plaatselijke waterhardheid.

Gebruiksaanwijzing12Glansmiddel doseren Dankzij het glansmiddel krijgt u glanzend servies zonder vlekken en heldere glazen. 1 Gebruik alleen speciaal glansmiddel voor huishoud-afwasmachines. Nooit andere middelen (bijv. azijnessence) of reinigingsmiddel in het glansmiddelreservoir doseren. Dat kan de machine beschadigen. Glansmiddel doseren: – Voordat u de machine in gebruik neemt. – Als in het indicatievenster op het voorraadreservoir een donkere punt in een lichte ring zichtbaar is. Als er voldoende glansmiddel in het voorraadreservoir zit, is het indicatievenster egaal donker. Het reservoir voor glansmiddel bevindt zich aan de binnenzijde van de machinedeur.0 1. Deur openen.2. Met uw vinger de ontgrendelings-knop van het voorraadreservoir indrukken.3. Deksel van het voorraadreservoir helemaal openklappen.4.

Glansmiddel precies tot aan de stip-pellijn “max” doseren; dat komt over-een met ca. 140 ml.5. Deksel terugklappen en dichtdrukken, tot het dichtklikt.6. Eventueel gemorst glansmiddel met een doekje wegvegen. Anders wordt tijdens het afwassen te veel schuim gevormd.

Gebruiksaanwijzing13Glansmiddeldosering instellen3 Bij het afwassen wordt uit het voorraadreservoir glansmiddel in het spoelwater gespoeld. De dosering kunt u van 1-6 instellen. In de fabriek is de dosering op “4” ingesteld. Dosering alleen veranderen als op gla-zen en servies vegen, melkachtige vlekken of opgedroogde waterdrup-pels te zien zijn.(zie onder “Wat is er aan de hand als ...”). 0 1. Machinedeur openen.2. Met uw vinger de ontgrendelings-knop van het voorraadreservoir indrukken.3. Deksel van het voorraadreservoir helemaal openklappen.4. Dosering instellen.5. Deksel terugklappen en dichtdrukken, tot het dichtklikt.6. Eventueel gemorst glansmiddel met een doekje wegvegen.

Gebruiksaanwijzing14In het dagelijks gebruik • Moet speciaal zout of glansmiddel worden bijgevuld? • Bestek en servies in de machine zetten • Reinigingsmiddel doseren • Geschikt programma kiezen • Afwasprogramma starten Bestek en servies in de machine zetten 1 Sponzen, vaatdoekjes en alle voorwerpen die zich met water kunnen volzuigen, mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden . • Voordat u het servies in de machine zet, moet u: – grove etensresten verwijderen. – pannen met ingebrande etensresten weken. • Let bij het in de machine zetten van servies en bestek op het vol-gende: – servies en bestek mogen de sproeiarmen niet blokkeren. – hol serviesgoed zoals kopjes, glazen, pannen enz.

met de opening naar beneden neerzetten, zodat zich in de openingen geen water kan verzamelen – servies en bestek mogen niet in elkaar liggen of elkaar afdekken Voor machinaal afwassen is het volgende bestek/servies niet geschikt: beperkt geschikt: • bestek met heften van hout, hoorn,porselein of parelmoer • niet hittebestendige kunststof • ouder bestek met temperatuurge-voelige lijm • gelijmd servies of bestek • tin en koper • kristal • metaal dat kan roesten • houten planken • kunstnijverheidsartikelen • Aardewerk alleen in de machine afwassen, als het van de aanduiding "geschikt voor de afwasautomaat" voorzien is. • Versieringen die op het glazuur zijn aange-bracht kunnen door zeer vaak machinaal afwassen verbleken. • Zilver en aluminium kunnen bij machinaal afwassen verkleuren. Etensresten als eiwit, eigeel en mosterd veroorzaken vaak ver-kleuringen of vlekken op zilver.

Zilver daarom altijd goed schoon spoelen, als het niet direct na gebruik wordt afgewassen. • Sommige glassoorten kunnen na vele malen machinaal afwassen dof worden.

Gebruiksaanwijzing15– om beschadiging te voorkomen mogen glazen elkaar niet raken – kleine voorwerpen (bijv. deksels) in de bestekkorf leggen Bestek rangschikken 1 Lange, scherpe bestekdelen die in de bestekkorf staan, kunnen vooral voor kinderen gevaarlijk zijn (zie Aanwij-zingen m.b.t. de veiligheid). Ze moe-ten daarom in de bovenste korf gelegd worden.Om ervoor te zorgen dat het water alle bestekdelen bereikt, moet u 1. het roostertje op de bestekkorf zetten 2. korte messen, vorken en lepels met het heft naar beneden in het rooster-tje van de bestekkorf zetten.

Gebruiksaanwijzing17Kopjes, schoteltjes en glas-werk in de machine zetten Klein, teer serviesgoed en lange, scherpe bestekdelen in de bovenste korf plaatsen. • Servies op en onder de uitklapbare kopjesrekken versprongen neerzet-ten, zodat het water overal goed kan komen. • U kunt de kopjesrekken omhoog-klappen om hoog servies neer te zetten. • Wijn-, champagne- en cognacgla-zen kunt u in de uitsparingen van de kopjesrekken zetten resp. han-gen. • Glazen, bekers enz. kunnen ook op de twee rijen spijltjes links in de bovenste korf worden gezet.

Gebruiksaanwijzing18Reinigingsmiddel doseren1 Gebruik alleen reinigingsmiddelen voor afwasautomaten.Doseer reinigingsmiddel:– Vóór het begin van een programma (niet bij het programma voor-spoelen). Reinigingsmiddel wordt tijdens het programma automatisch ingespoeld.2 Let op de aanwijzingen m.b.t. doseren en bewaren op de verpakking van het reinigingsmiddel.Het reservoir voor reinigingsmiddel bevindt zich aan de binnenzijde van de deur.0 1. Als het deksel gesloten is: ontgrende-lingsknop (1) indrukken.Het deksel springt open.2. Reinigingsmiddel in het reservoir voor reinigingsmiddel doen. Als doseerhulpje dienen de markerings-lijnen:“20” komt overeen met ca. 20 ml reinigingsmiddel,“30” komt overeen met ca. 30 ml reinigingsmiddel.3. Deksel terugklappen en dichtdrukken, tot het dichtklikt.3 Bij zeer sterk verontreinigd servies bovendien reinigingsmiddel in het extra vakje (2) doseren.

Gebruiksaanwijzing20Programma kiezen (programmatabel) Kies aan de hand van deze tabel het geschikte programma: 1) De verbruikswaarden zijn onder normomstandigheden bepaald. Ze zijn afhankelijk van de belading van de servieskorven. Afwijkingen zijn daarom in de praktijk mogelijk. Soort servies Groot servies en pannen Klein servies Allesoorten servies bovendien - met tempera-tuurgevoelig servies metteer glaswerk - Soort verontreiniging • sterkverontreinigd • aangekoekteetensresten • normaalverontreinigd • lichtverontreinigd Gebruikt ser-vies, dat in de machine wordt verzameld en pas later afge-wassen.

Gebruiksaanwijzing21Afwasprogramma starten 0 1. Controleer of servies en bestek zodanig zijn opgesteld, dat de sproeiar-men vrij kunnen draaien. 2. Waterkraan geheel opendraaien. 3. Deur sluiten. 4. Programmaschakelaar rechtsom op A , B of C draaien (zie “Programma-tabel”). 1 Gebruik wegens de vonkontstoring de programmaschakelaar altijd alleen als de afwasautomaat uitgeschakeld is. Bovendien kan dan de automatische dosering van reinigingsmiddel geactiveerd worden. 5. De programmakiezer op het gewenste programma draaien (zie “Pro-grammatabel”’.Bedrijfsindicatielampje gaat branden. Het gekozen programma begint.Tijdens het programma draait de programmaschakelaar mee en geeft steeds de betreffende stand van het programma aan. 1 Als een programma wordt gestart terwijl de waterkraan gesloten is, programmakiezer op stand I draaien, waterkraan opendraaien en pro-gramma opnieuw starten.

Programma wijzigen/onderbreken 3 Wijzig of onderbreek een lopend programma alleen, als dat beslist noodzakelijk is. Na het weer sluiten van de machinedeur wordt de bin-nengestroomde lucht sterk verhit en verspreid. Daardoor kan water in de kuip terechtkomen en kan eventueel de beveiliging tegen water-overlast in werking treden. Programma wijzigen 0 1. Programmakiezer op stand I draaien. Bedrijfsindicatielampje gaat uit, programma stopt. 1 Bij het openen van de deur kan hete stoom naar buiten komen. Ver-brandingsgevaar! Deur voorzichtig openen. 2. Machinedeur openen en controleren of er nog reinigingsmiddel in het reservoir zit. Reservoir eventueel opnieuw vullen. 3. Machinedeur sluiten. 4. Programmaschakelaar rechtsom op A , B of C draaien (zie “Programma-tabel”). 5. De programmakiezer op het gewenste programma draaien (zie “Pro-grammatabel”).

Gebruiksaanwijzing22Programma onderbreken door de machinedeur te openen 1 Bij het openen van de deur kan hete stoom naar buiten komen. Ver-brandingsgevaar! Deur voorzichtig openen. 0 1. Machinedeur openen. Het programma stopt. 2. Deur sluiten. Het programma loopt verder. Afwasautomaat uitschakelen Als het programma beëindigd is: 0 1. Programmakiezer op stand I draaien. Bedrijfsindicatielampje gaat uit.1 Bij het openen van de deur, direct na beëindiging van het programma, kan hete stoom naar buiten komen. Daarom: 2. Deur voorzichtig openen. Machine leeghalen 3 • Heet servies is zeer gevoelig. Daarom vóór het leeghalen laten afkoe-len. • Laat na beëindiging van het programma het servies nog ca. 15 minuten in de machine staan. Het droogt dan beter. • Eerst de onderste korf leeghalen, dan de bovenste korf.

Zo voorkomt u dat restwater van de bovenste korf op het servies in de onderste korf druppelt en watervlekken achterlaat. Onderhoud en reiniging 1 In geen geval onderhoudsmiddelen voor meubels of agressieve reini-gingsmiddelen gebruiken. • Bedieningselementen van de afwasautomaat alleen met een zachte doek en schoon warm water schoonmaken. • De sproeiarmen hoeven niet gereinigd te worden. • Kuip, deurafdichting en watertoevoer regelmatig controleren en eventueel schoonmaken.

Gebruiksaanwijzing23Schoonmaken van de zeven 3 De zeven in de kuipbodem zijn in hoge mate zelfreinigend. Toch moet u de zeven af en toe con-troleren en eventueel schoonmaken. Verontreinigde zeven hebben een nadelige invloed op het afwasresul-taat. 0 1. Deur openen, onderste korf uit de machine nemen. 2. Het zeefsysteem van de afwasauto-maat bestaat uit een grove/fijne zeef, microfilter en vlakke zeef. M.b.v. de greep van het microfilter het zeefsys-teem ontgrendelen en uit de machine nemen. 3. Greep ongeveer een kwart slag linksom draaien en uitnemen. 4. Grove/fijne zeef (1) aan het oogje pakken en uit het microfilter (2) trek-ken. 5. Alle zeven onder stromend water grondig schoonmaken. 6. Vlakke zeef (3) uit de kuipbodem nemen en aan beide kanten grondig schoonmaken. 7. Vlakke zeef weer in de kuipbodem zetten. 8. Grove/fijne zeef in het microfilter zetten en in elkaar drukken. 9.

Gebruiksaanwijzing24Wat is er aan de hand, als... Aan de hand van onderstaande aanwijzingen kunt u kleine storingen aan het toestel zelf opheffen. Als u toch voor één van de hier vermelde storingen of vanwege foutieve bediening onze service-afdeling inscha-kelt, wordt dit bezoek ook tijdens de garantietermijn niet door onze garantiebepalingen gedekt. ...er problemen zijn bij het gebruik van de afwasautomaat. Storing Mogelijke oorzaak Oplossing De afvoerpomp van de afwasautomaat loopt voortdurend - ook bij uitgeschakeld appa-raat.De beveiliging tegen water-overlast is in werking getre-den.Waterkraan dichtdraaien en contact opnemen met onze service-afdeling.Het programma begint niet. De machinedeur is niet goed gesloten. Deur sluiten. De stekker zit niet in het stopcontact. Stekker in het stopcontact steken. Zekering in de huisinstallatie is niet in orde. Zekering vervangen.

Bij modellen met starttijd-keuze: U hebt een starttijd gekozen. Als servies direct moet wor-den afgewassen, bij appara-ten- met multidisplay de start-tijd op 0 uur instellen.- zonder multidisplay de starttijdkeuze wissen.In de kuip zijn roest-vlekken zichtbaar. De kuip is van roestvrij staal. Roestvlekken zijn een gevolg van vreemd roest (roestdeel-tjes uit de waterleiding, van pannen, bestek enz.). Verwij-der zulke vlekken met een speciaal reinigingsmiddel. Alleen geschikt bestek en servies afwassen. Deksel van het zoutreservoir stevig vastdraaien. Fluitend geluid bij het afwassen. Het fluiten kan geen kwaad. Ander merk reinigingsmid-del gebruiken.

Gebruiksaanwijzing25...het afwasresultaat niet bevredigend is. Het servies wordt niet schoon. – U hebt niet het juiste programma gekozen. – Het servies is zodanig neergezet, dat het water niet overal kon komen. De servieskorven mogen niet overbeladen zijn. – De zeven in de kuipbodem zijn niet schoon of verkeerd in de machine geplaatst. – U hebt geen goed reinigingsmiddel gebruikt of te weinig gedoseerd. – Bij kalkaanslag op het servies: het zoutreservoir is leeg of de water-onthardingsinstallatie is verkeerd ingesteld. – De afvoerslang ligt niet goed. Het servies is niet droog en glanst niet. – U hebt geen goed glansmiddel gebruikt. – Het glansmiddelreservoir is leeg. Op glazen en servies zijn vegen, strepen, melkachtige vlekken of blauwachtige aanslag te zien. – Glansmiddeldosering lager instellen. Op glazen en servies zijn opgedroogde waterdruppels te zien.

Gebruiksaanwijzing27Aanwijzingen voor testinstitutenDe test volgens EN 60704 moet bij volle belading met het testpro-gramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd.De tests volgens EN 50242 moeten met vol zoutreservoir van de waterontharder, met vol voorraadreservoir voor glansmiddel en met het testprogramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd. Beladingsvoorbeelden: bovenste korfonderste korf met bestekkorf bestekkorf Volle belading:12 standaardcouvertsincl. dienbestekHalve belading:6 standaardcouverts incl. dienbestek, elke tweede plek vrijlatenDosering reinigings-middel: 5 g + 25 g (type B) 20 g (type B)Glansmiddelinstelling: 4 (type III) 4 (type III)

Opstel- en aansluitaanwijzing28OPSTEL- EN AANSLUITAANWIJZINGOpstellen van de afwasautomaat• De afwasautomaat moet stabiel en waterpas op een vlakke vloer worden opgesteld.• Schroefvoeten met de schroefsleutel uitdraaien om oneffenheden in de vloer te compenseren en de hoogte van het apparaat aan andere meubelen aan te passen :– met een schroevendraaier• Afvoerslang, toevoerslang en aansluitsnoer moeten binnen desokkeluitsparing achter vrij beweeglijk liggen, opdat de slangen en het snoer niet geknikt of platgedrukt worden.Vrijstaande apparaten1 • kunnen zonder extra bevestiging worden opgesteld. Als de afwasautomaat direct naast een gas- of kolenfornuis wordt opgesteld, moet tussen fornuis en afwasautomaat een warmte-isole-rende, niet brandbare plaat vlak tegen de bovenkant van het werk-blad (diepte 57,5 cm) worden aangebracht.

Opstel- en aansluitaanwijzing29• Als de afwasautomaat onder een werkblad moet worden inge-bouwd, moet het originele boven-blad van het apparaat als volgt worden verwijderd:– Schroeven (1) uit de hoekstukken aan de achterzijde draaien.– Bovenblad van het apparaat ca. 1 cm naar achteren schuiven (2), aan de voorkant iets optillen (3) en wegnemen.– Op de in de afbeelding aangege-ven plaats (4) van het bevesti-gingsnokje van het bovenblad drukken en het nokje schuin naar achteren uittrekken (5).• De afwasautomaat moet bovendien vast aan het doorlopende werk-blad of aan de meubelen ernaast geschroefd worden.

Deze maatregel is absoluut noodzakelijk, opdat de volgens de voorschriften vereiste kiepveiligheid gewaarborgd is.1 Als de afwasautomaat later weer als vrijstaand apparaat wordt gebruikt, moet het originele bovenblad van het apparaat weer worden aangebracht.3 De sokkel van vrijstaande apparaten is niet verstelbaar. 45

Opstel- en aansluitaanwijzing30Aansluiten van de afwasautomaatWateraansluiting De machine is uitgerust met veiligheidsvoorzieningen die verhinderen dat spoelwater in het drinkwaternet kan terugstromen en voldoen aan de betreffende watertechnische veiligheidsvoorschriften.• De afwasautomaat kan aan koud water en aan warm water tot max. 60 °C worden aangesloten.• De afwasautomaat mag niet aan open heetwatertoestellen en door-stroomtoestellen worden aangesloten.Toelaatbare waterdrukToevoerslang aansluiten1 De toevoerslang mag bij het aansluiten niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld zijn.0 Toevoerslang met de slangkoppeling (ISO 228-1:2000) aan een water-kraan met buitenschroefdraad (3/4") aansluiten.

De moer van de slang-koppeling alleen met de hand aandraaien.3 • Om de mogelijkheden om in de keuken water te tappen niet te beper-ken, adviseren wij u een extra waterkraan te installeren of aan de aanwezige kraan een aftakking te bouwen.• Als u een langere toevoerslang nodig hebt, moet u één van de vol-gende in de handel verkrijgbare VDE-goedgekeurde complete slang-sets gebruiken:– slangset “WRflex 100” (E-nr.: 911 239 034)– slangset “WRflex 200” (E-nr.: 911 239 035)Minimaal toelaatbare waterdruk:1 bar (=10 N/cm2 =100 kPa)Als de waterdruk lager dan 1 bar is, dient u uw installateur te raadplegen.Maximaal toelaatbare waterdruk:10 bar (=100 N/cm2 =1 MPa)Bij meer dan 10 bar waterdruk moet een reduceerventiel worden geïnstalleerd (verkrijgbaar bij de vakhandel)

Opstel- en aansluitaanwijzing31Waterafvoer Afvoerslang 1 De afvoerslang mag niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld zijn. • Aansluiting van de afvoerslang: – maximaal toelaatbare hoogte: 1 meter. – minimaal vereiste hoogte 30 cm boven de onderkant van de machine. Verlengslangen • Verlengslangen zijn verkrijgbaar bij de vakhandel of onze service-afde-ling. De binnendiameter van de verlengslangen moet 19 mm bedra-gen, opdat het functioneren van de machine niet gestoord wordt. • Verlengslangen mogen maximaal 3 meter horizontaal liggen en de maximaal toelaatbare hoogte voor de aansluiting van de afvoerslang bedraagt dan 85 cm. Sifonaansluiting • De tuit van de afvoerslang (Ø 19 mm) past op alle gangbare types sifons. De buitendiameter van de sifonaansluiting moet minimaal 15 mm zijn. • De afvoerslang moet met de meegeleverde slangklem aan de sifon-aansluiting worden bevestigd.

Waterafvoer bij hoog ingebouwde afwasautomaatWanneer bij een hoog ingebouwde afwasautomaat de aansluiting van de afvoerslang zich minder dan 30 cm boven de onderkant van de machine bevindt, moet montageset ET 111099520 door de klantenser-vice worden gemonteerd.Waterafvoer in een gootsteen (alleen mogelijk bij vrijstaande toestellen) Als u de afvoerslang in een gootsteen wilt hangen, moet u een slang-houder gebruiken. Deze is te bestellen bij onze service-afdeling onder ET-nr. 646 069 190. 0 1. Slanghouder op de afvoerslang steken. 2. Zorg ervoor dat de afvoerslang niet van de gootsteenrand kan wegglijden.Als u een koord door het gat trekt, kunt u de houder aan de muur of aan de waterkraan bevestigen.

Opstel- en aansluitaanwijzing32Beveiliging tegen wateroverlast De afwasautomaat is uitgerust met het AQUA CONTROL SYSTEM, een beveiliging tegen wateroverlast. In geval van storing onderbreekt het veiligheidsventiel in de machine direct de watertoevoer en de afvoerpomp wordt ingeschakeld. Daar-door kan er geen water uit- of overlopen. Restwater dat zich nog in het toestel bevindt wordt automatisch weggepompt. 1 Het AQUA CONTROL SYSTEM functioneert ook, als het toestel uitge-schakeld is – het mag echter niet van het stroomnet gescheiden zijn. Elektrische aansluiting 1 Volgens de voorwaarden van de elektriciteitsbedrijven mag een vaste aansluiting aan het elektriciteitsnet alleen door een erkend elektro-installateur worden uitgevoerd.

Bij de aansluiting moet aan de algemeen en plaatselijk geldende voor-schriften van het elektriciteitsbedrijf strikt de hand worden gehouden.Na de inbouw mogen volgens EN 60335/DIN VDE 0700 spanning voe-rende onderdelen en geïsoleerde leidingen niet aanraakbaar zijn. Gegevens voor de elektrische aansluiting vindt u op het typeplaatje op de rechter binnenrand van de deur. Als het toestel omschakelbaar is uitgevoerd, dient u zich bovendien aan de aanwijzingen op het omschakelschema te houden dat zich in de snoeraansluitdoos bevindt. Controleer vóór het aansluiten, of de op het typeplaatje aangegeven netspanning en stroomsoort overeenkomen met netspanning en stroomsoort op de plaats van opstelling. Op het typeplaatje vindt u ook de vereiste zekering. Om de afwasautomaat van het net te scheiden, stekker uit het stopcon-tact trekken.

Attentie: de stekker moet na opstelling van het apparaat bereikbaar blijven.Is het toestel d.m.v. een vaste aansluiting met het net ver-bonden, dan moet het door maatregelen in de installatie met een inrichting die alle polen (N, L1) onderbreekt (bijv. aardlekschakelaar) met een contacto-pening van > 3 mm van het net worden gescheiden.

Opstel- en aansluitaanwijzing33Aansluittechniek Toevoer- en afvoerslang en aansluitsnoer moeten aan de zijkant van de machine worden aangesloten, omdat daarvoor achter het toestel geen plaats is. Het hier gegeven voorbeeld van water- en elektrische installatie is slechts een richtlijn, omdat de situatie ter plaatse van opstelling (aan-wezige aansluitingen, plaatselijke en algemeen geldende aansluitvoor-schriften) maatgevend is. 2 aansluitstukken 45° of recht,uitwendig Ø 19 mm, lengte 30 mm dubbele waterkraan waterafvoer watertoevoer water-afvoer water-toevoer aansluit-snoer aansluit-snoer elektrische aansluiting

Garantiebepalingen35GARANTIEBEPALINGENBelgiumWAARBORGVOORWAARDEN1. WERKING: De waarborg treedt slechts in werking indien de aankoopfaktuur kan voorgelegd worden. 2. TOEPASSINGDeze waarborg gaat in op het ogenblik van de levering aan de gebruiker. 3. DUUR VAN DE WAARBORGa) EEN JAAR op de onderdelen van het toestel, behalve1) waterverwarmers– Kuip: akkumulatieverwarmers van 50 tot 500 l: 5 jaar; gemengde waterverwar-mers: 3 jaar; waterverwarmers 5 tot 10 l, doorstroomverwarmers, doorstroomver-warmers met reservoir, met versnelde opwarming, 600, 1000 l en warmtepompen: 1 jaar. – Elektrische componenten: 3 jaar. 2) Veiligheidsgroep: 3 jaarb) EEN JAAR op het arbeidsloon;c) EEN JAAR op de verplaatsing van de technicus; behalve voor: kleine toestellen en aanvullende verwarming: deze moeten bij de leverancier binnengebracht worden ten laste van de koper. 4.

GELDIGHEID VAN DE WAARBORGa) De waarborg is slechts geldig voor de eerste gebruiker, en inzoverre deze het toestel als goede huisvader en in normale omstandigheden gebruikt;b) De waarborg dekt de herstelling en/of de vervanging van de stukken en onderdelen die door onze technische diensten als defect beschouwd worden en it met uitsluiting van elke schadevergoeding;c) He nakomen door de leverancier van de verpflichtigen die voortvloeien uit de waar-borg kan geen aanleiding geven tot verlenging of hernieuwing van de oorspronke-lijke waarborgtermijn. 5.

UITGESLOTEN SCHADEGEVALLENVermits het toestel bij de levering in goede werkingstaat werd bevonden, DEKT DE WAARBORG NIET: de niet bij de levering vastgestelde krassen, afdrukken of vlekken op de bekleding van het toestel / de verlichtings- en controlelampen / de motorborstels / de breekbare toebehoren, met uitzondering van de materiaalfouten die als dusdanig door onze technische diensten erkend worden. Daarenboven zijn wij niet verantwoor-delijk voor alle schade, van welke aard ook, voortvloeiend uit een defect in de werking van onze toestellen. 6.

DE WAARBORG IS NIET VAN TOEPASSINGop tussenkomsten ingevolge: een verkeerde insallatie of aansluiting die niet door onze technische diensten werd uitgevoerd / een defect aan de elektrische installatie van de woning of van het gebouw / een elektrische spanning of een hydraulische druk die overmaltig afwijkt van de nominale waarden die voor de voeding van het toestel zijn voorzijn / een verkeerde behandeling of gebruik door de bezitter van het toestel / een onvoldoende of verkeerd onderhoud / een val van het toestel of van een onderdeel / een transport zonder de nodige voorzorgen om het toestel en zijn onderdelen tegen beschadiging te vrijwaren.

Indien AEG Huishoudelijke Apparaten binnen 12 (twaalf) maanden na aflevering,onder overlegging van de aankoopfacturen, in kennis wordt gesteld van gebreken aande geleverde toestellen die hun oorzaak vinden in materiaal- of constructiefouten, ver-bindt AEG zich genoemde gebreken te herstellen en wel onder de volgende voorwaar-den:– Arbeids-, voorrij- en materiaalkosten zullen de cliënt niet in rekening wordengebracht; de kosten van een volgens AEG noodzakelijke verzending komen voor reke-ning van AEG, mits deze verzending geschiedt in overleg met en met instemming vanAEG. – De garantietijd is beperkt tot 6 maanden, indien het toestel industrieel of in gemeen-schappelijke ruimten wordt gebruikt. 2.

Voor hermetisch gesloten koelsystemen (motorcompressor, koellichaam, koelleidingen condensor) gelden de volgende garantiebepalingen:– Gedurende de eerste 12 maanden na aankoop, volledige garantie, conform artikel 1. – Gedurende het tweede tot en met het vijfde jaar, na aankoop, wordt naast het ar-beidsloon en voorrijkosten resp. 20%, 40%, 60% en 80% van de materiaalkostenberekend. – Na het vijfde jaar volgt volledige berekening. 3. Indien een binnen de garantietermijn opgetreden defect niet binnen 2 maanden kan worden hersteld, volgt kosteloze omruiling van het toestel. 4. Alle garantieverplichtingen vervallen:– Indien het toestel niet volgens de gebruiksaanwijzing en voor andere dan gewonehuishoudelijke doeleinden is gebruikt.

– Indien aan het toestel door anderen dan AEG op ondeskundige wijze reparaties zijnverricht of veranderingen zijn aangebracht. – Indien de nummers van het toestel zijn verminkt of verwijderd. – Indien geen fabrieksoriginele onderdelen zijn gemonteerd. – Indien beschadigingen of defecten zijn opgetreden ten gevolge van niet volgens devoorschriften uitgevoerde aansluiting, niet deskundig gebruik, alsmede het nietopvolgen van de inbouwvoorschriften en gebruiksaanwijzingen. 5. Indien binnen de garantietermijn door AEG reparaties worden verricht, wordt de oor-spronkelijke garantietermijn niet verlengd. – Op reparaties buiten de garantietermijn, door AEG verricht, en op de hierbij gele-verde, betaalde en gemonteerde onderdelen verleent AEG Huishoudelijke Apparaten1 jaar garantie.

– Indien na driemaal uitvoeren van eenzelfde reparatie, hetzelfde defect opnieuwoptreedt en geen afdoend resultaat van het opnieuw uitvoeren van een reparatieverwacht mag worden, zal een nieuw exemplaar of soortgelijk toestel worden aange-boden. De aanbieding geschiedt tegen bijbetaling op basis van een te bepalen jaar-lijks afschrijvingspercentage.

Garantiebepalingen376. Voor reparaties, zowel binnen als buiten de garantietermijn, kunt u zich recht-streeks wenden tot: AEG fabrieksservice tel. 0172-468 300. Voor reparaties uitgevoerd door anderen, kan AEG geen produktaansprakelijkheid aan-vaarden. AEG fabrieksserviceVennootsweg 12404 CG Alphen aan den RijnReparatievoorwaardenOnze reparatievoorwaarden zijn conform de afspraak tussen de Consumentenbond en Vlehan*. Art. 1 Aan de consument zal na een melding van een storing zo mogelijk direct, doch uiterlijk binnen één werkdag worden medegedeeld op welke dag het bezoek van de technicus zal plaatsvinden. De reparatie zal als regel binnen zeven werkdagen na de melding zijn uitgevoerd. Art. 2a) Alvorens de reparatie wordt verricht zal de technicus een onderzoek uitvoeren naar de vermoedelijke oorzaak van de gemelde storing.

Aan de hand hiervan zal hij een zo nauwkeurig mogelijke, gespecificeerde begroting maken van de totale reparatiekosten inclusief voorrijkosten en diagnose-kosten. Desgevraagd zal deze begroting door de technicus schriftelijk worden vastgelegd. b) Indien de consument met het begrote bedrag niet akkoord gaat, zal op verzoek het te repareren toestel worden teruggebracht in de staat waarin het aan de technicus werd aangeboden. Nadat dit is geschied, zullen alleen de kosten van voorrijden en arbeidsloon in rekening worden gebracht op basis van de werkelijk bestede tijd, danwel van een vooraf vastgesteld tarief. Art.

3 Indien tijdens het uitvoeren van de reparatie duidelijk wordt dat:a) de oorspronkelijke reparatie door redelijkerwijs niet te voorziene omstandigheden niet tegen het begrote bedrag kan worden uitgevoerd, ofb) ook andere dan in de begroting voorziene reparaties noodzakelijk zijn, zal overleg met de consument plaatsvinden en een herziene kostenbegroting worden gemaakt. In geval de consument daarmee alsnog niet akkoord gaat, geldt eveneens het in artikel 2b bepaalde. Art.

4 De reparatie zal zoveel mogelijk tijdens het eerste bezoek worden uitgevoerd. Indien om het toestel in werkende staat te brengen een tweede bezoek noodzakelijk is, zal:a) direct, doch uiterlijk binnen één werkdag door de betreffende service-organisatie of door de technicus met de consument de datum voor een tweede bezoek worden afge-sproken. b) een herhalingsbezoek zal als regel binnen tien werkdagen na de melding plaatsvin-den. c) voor een tweede of daaropvolgend bezoek zal geen voorrijtarief in rekening worden gebracht, tenzij de noodzaak voor een herhalingsbezoek aan de consument is toe te schrijven. Art. 5 De consument ontvangt een gespecificeerde rekening met vermelding van type en serienummer van het apparaat, omschrijving van de diagnose, toegepaste tarieven, gebruikte onderdelen en materialen en een korte omschrijving van de verrichte werk-zaamheden.

Garantiebepalingen38Art. 6 Op elke uitgevoerde en betaalde reparatie zal bij normaal huishoudelijk gebruik een volledige garantie van minimaal 3 maanden worden gegeven. Deze garantie omvat het kosteloos uitvoeren van een hernieuwde reparatie. Op de uitgewisselde en betaalde onderdelen geldt een garantietermijn van 12 maanden.Bij een beroep op garantie op de reparatie dient de consument op verzoek de gespecifi-ceerde rekening van de voorgaande reparatie aan de technicus te overleggen.Art. 7 Indien na driemaal uitvoeren van eenzelfde reparatie hetzelfde defect bij nor-maal huishoudelijk gebruik opnieuw optreedt binnen de onder art.

6 bedoelde garan-tietermijn en redelijkerwijs een afdoend resultaat bij het opnieuw uitvoeren van de reparatie niet verwacht kan worden, zal aan de consument een nieuw exemplaar of soortgelijk toestel van hetzelfde merk worden aangeboden tegen bijbetaling op basis van een per product te bepalen jaarlijks afschrijvingspercentage.Art. 8 Vervangen onderdelen stelt de technicus weer ter beschikking van de consu-ment, met uitzondering van de onder garantie of tegen een gereduceerde prijs vervan-gen onderdelen.Art.

9 Een reparatie dient op zodanige wijze te worden uitgevoerd, dat een toestel daarna weer volledig voldoet aan de veiligheidsvoorschriften, die op grond van een van fabriekswege aangebracht veiligheidskeurmerk gelden, danwel bij het ontbreken daar-van, aan de wettelijke vereisten terzake.Dit houdt ondermeer in, dat reparaties moeten worden uitgevoerd met originele en door de fabrikant ook terzake van veiligheidskeurmerken en -voorschiften gegaran-deerde onderdelen.*) Vereniging Leveranciers van Huishoudelijke Apparaten in Nederland.

Klantenservice39KLANTENSERVICEAls u vragen hebt waar deze gebruiksaanwijzing geen antwoord op geeft, kunt u contact opnemen met AEG.Belangrijk!Houd bij het opgeven van een storing altijd het PNC- en S-nummer van uw toestel bij de hand.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AEG Electrolux ÖKO Favorit 40300 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden