AEG Electrolux Favorit Maxima Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van AEG Electrolux Favorit Maxima (48 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 11 mensen en kreeg gemiddeld 4.7 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over AEG Electrolux Favorit Maxima of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | AEG Electrolux |
| Categorie: | Vaatwasser |
| Model: | Favorit Maxima |
Handleiding AEG Electrolux Favorit Maxima – volledige tekst
2Geachte klant,Lees deze gebruiksaanwijzing a.u.b. zorgvuldig door en bewaar het boekje zodat u nog eens iets kunt nalezen.Geeft u deze gebruikersinformatie a.u.b. aan de eventuele volgende ei-genaar van het apparaat door.De volgende symbolen worden in de tekst gebruikt:1VeiligheidsaanwijzingenWaarschuwing! Aanwijzingen die voor uw eigen veiligheid dienen.Let op! Aanwijzingen die ter voorkoming van schade aan het apparaat dienen.3Aanwijzingen en praktische tips2Milieu-informatie
5Gebruiksaanwijzing1VeiligheidVoor de eerste keer gebruiken•Volg de ”Opstel- en aansluitaanwijzing” op.Gebruik volgens de voorschriften•De afwasautomaat is alleen bestemd voor het afwassen van huis-houdservies.•Constructieve wijzigingen of veranderingen aan de afwasautomaat zijn niet toegestaan.•Alleen speciaal zout, afwasmiddel en glansmiddel gebruiken dat voor afwasautomaten voor huishoudelijk gebruik bestemd is.•Geen oplosmiddelen in de afwasautomaat doseren. Explosiegevaar!Veiligheid voor kinderen•Verpakkingsonderdelen buiten het bereik van kinderen houden. Ver-stikkingsgevaar! •Kinderen kunnen het gevaar dat aan het omgaan met elektrische ap-paraten verbonden is, vaak niet inschatten. Laat kinderen niet zonder toezicht bij de afwasautomaat.•Controleer of kinderen of huisdieren niet in de afwasautomaat kun-nen klauteren.
6Algemene veiligheid•Reparaties aan de afwasautomaat mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. •Als de afwasautomaat niet gebruikt wordt, het apparaat uitschakelen en de waterkraan dichtdraaien.•De stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact trekken, maar al-tijd aan de stekker.•Let erop dat de machinedeur, behalve bij vullen en leeghalen, altijd dicht is. Zo voorkomt u dat iemand over de open deur struikelt en zich bezeert.•Ga nooit op de geopende deur staan of zitten.•Staat de afwasautomaat in een ruimte waar het kan gaan vriezen, dan dient na ieder gebruik de aansluitslang van de waterkraan ge-scheiden te worden.
8 Met de programmatoetsen wordt het gewenste afwasprogramma ge-kozen.Functietoetsen: Naast het aangegeven afwasprogramma kunnen met behulp van deze toetsen de volgende functies worden ingesteld: De multidisplay kan aangeven:–op welk hardheidsniveau de waterontharder is ingesteld.–welke starttijd is ingesteld.–hoe lang een lopend afwasprogramma naar verwachting nog duurt.–van welke storing aan de afwasautomaat sprake is. Controlelampjes hebben de volgende betekenis: Functietoets 1 Waterontharder instellenFunctietoets 2 - Annuleren -Functietoets 3 - Annuleren - 1)1) Deze controlelampjes branden niet tijdens het lopende afwasprogramma.Zout bijvullen 1) Glansmiddel bijvullenMultidisplayProgrammatoetsenFunctietoetsen1 2 3StarttijdkeuzeinstellenControle-lampjes
9De eerste keer gebruiken3Als u een 3in1-afwasmiddel wilt gebruiken:– Lees a.u.b. eerst hoofdstuk ”Gebruik van 3in1- afwasmiddelen”.– Niet vullen met zout, noch met glansmiddel.Als u geen 3in1-vaatwasmiddel gebruikt, dient u alvorens de vaatwas-ser in gebruikte nemen:1. Waterontharder instellen2. Zout voor de waterontharder doseren3. Glansmiddel doserenWaterontharder instellenDe wateronderharder moet mechanisch en elektronisch worden inge-steld.3Om kalkafzettingen op servies en in de afwasautomaat te voorkomen, moet het servies met zacht d.w.z. kalkarm water worden afgewassen. De waterontharder moet volgens de tabel op de waterhardheid binnen uw woongebied worden ingesteld. Informatie over de plaatselijke wa-terhardheid kunt u bij het betreffende waterleidingbedrijf verkrijgen.De afwasautomaat moet uitgescha-keld zijn. Mechanische instelling:1. De deur van de afwasautomaat ope-nen.2.
De onderste korf uit de afwasautomaat nemen.3. De schakelaar voor het hardheidsbe-reik aan de linkerzijde van de kuip op O of 1 draaien (zie tabel).Elektronische instelling:1. De toets AAN/UIT indrukken.3Als alleen de LED-indicatie van een programmatoets brandt, is dit af-wasprogramma geactiveerd. Het afwasprogramma moet worden gean-nuleerd:De functietoetsen 2 3en gedurende ca. 2 seconden gelijktijdig indruk-ken.
10De LED-indicaties van alle programmatoetsen die u nu kunt kiezen branden.2.De functietoetsen 2 3en gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden.De LED-indicaties van de functietoetsen 1 tot 3 knipperen.3.Functietoets 1 indrukken.De LED-indicatie van de functietoets 1 knippert.De multidisplay geeft het ingestelde hardheidsniveau aan.4.Het drukken op de functietoets 1 verhoogt het hardheidsniveau met 1.(Uitzondering: na hardheidsniveau 10 volgt hardheidsniveau 1).5.Als het hardheidsniveau correct is ingesteld, op de AAN/UIT-toets druk-ken.Het hardheidsniveau is dan opgeslagen. Als de waterontharder elektronisch op “1“ wordt ingesteld, dan wordt daarmee het controlelampje voor zout uitgeschakeld.
11Speciaal zout doserenOm de waterontharder te ontkalken dient speciaal zout gedoseerd te worden. Alleen zout dat voor afwasautomaten voor huishoudelijk ge-bruik bestemd is gebruiken.Als u geen 3in1-afwasmiddel gebruikt, doseer dan zout:–Als u de afwasautomaat voor de eerste keer gebruikt.–Als op het bedieningspaneel het controlelampje voor zout brandt.1. Deur openen, onderste korf uitnemen2. Afsluitdop van het voorraadvat van het zout linksom opendraaien.3.Alleen de eerste keer:Het zoutvoorraadvat geheel met water vullen.4. De meegeleverde trechter in de ope-ning van het voorraadvat steken.Zout in het voorraadvat doseren, in-houd afhankelijk van de korrel-grootte ca. 1,0-1,5 kg. Het voorraadvat niet overmatig vullen.3Het kan geen kwaad als bij het doseren van het zout water overloopt.5. De opening van het voorraadvat van zoutresten ontdoen.6.
De afsluitdop rechtsom dichtdraaien.7.Na het doseren van het zout een afwasprogramma starten. Daar-door worden overgelopen zout water en zoutkorrels weggespoeld.3Afhankelijk van de korrelgrootte kan het enige uren duren voordat het zout in het water is opgelost en het controlelampje voor zout weer uit-gaat.
12Glansmiddel doserenOmdat het glansmiddel het spoelwater beter laat aflopen krijgt u vlek-vrij, glanzend servies en heldere glazen.Als u geen 3in1-afwasmiddel gebruikt, doseer dan glansmiddel:–Als u voor de eerste keer de afwasautomaat gebruikt.–Als op het bedieningspaneel het controlelampje voor glansmiddel brandt.Gebruik alleen speciaal glansmiddel voor afwasautomaten en geen an-dere vloeibare reinigingsmiddelen. 1. De deur openen. Het vakje voor het glansmiddel be-vindt zich op de binnenzijde van de deur van de afwasautomaat.2. Ontgrendelingsknop van het glans-middelvak indrukken.3. Deksel openklappen.4. Glansmiddel langzaam en precies tot de streepmarkering “max“ dose-ren; dat komt ongeveer overeen met een hoeveelheid van 140 ml 5. Deksel dichtdrukken tot deze vast-klikt.6. Als er glansmiddel naast is gelopen, moet dit met een doek worden weggeveegd.
13Glansmiddeldosering instellen3De dosering alleen dan veranderen als op glazen en servies vegen, melk-achtige vlekken (dosering lager instellen) of opgedroogde waterdrup-pels (dosering hoger instellen) te zien zijn (zie hoofdstuk “Als het afwasresultaat niet bevredigend is“). De dosering kan van 1-6 worden ingesteld. Door de fabriek is de dosering op “4“ ingesteld. 1. De deur van de afwasautomaat openen.2. Ontgrendelingsknop van het glans-middelvak indrukken.3. Deksel openklappen.4. De dosering instellen.5. Deksel dichtdrukken tot deze vast-klikt.6. Als er glansmiddel is uitgelopen, moet dit met een doek worden weggeveegd.
14Het dagelijks gebruikBestek en servies in de machine plaatsen 1Sponzen, huishouddoeken en alle voorwerpen die water opnemen mo-gen niet in de afwasautomaat worden gereinigd. Servies voorzien van een kunststof- en/of teflonlaag houdt waterdruppels sterk vast. Daar-om droogt dit type servies iets minder goed dan porselein en edelstaal. •Voordat u het servies in de machine plaatst, moet u:–grove etensresten verwijderen. –pannen met ingebrande etensresten inweken. •Bij het plaatsen van het servies en het bestek op het volgende letten:–Het servies en het bestek mogen de sproeiarmen niet in hun draai-beweging hinderen. –Schoteltjes, kopjes, glazen, pannen, enz. met de opening naar onde-ren plaatsen, opdat er geen water in kan achterblijven. –Servies en bestekdelen mogen niet in elkaar worden geplaatst of el-kaar afdekken. –Om glasbeschadigingen te voorkomen mogen glazen elkaar niet aanraken.
–Kleine voorwerpen (bijv. deksels) niet in de servieskorven maar in de bestekkorf plaatsen zodat ze niet door de korf naar beneden kun-nen vallen. Voor het afwassen in de afwasautomaat is het volgende bestek/serviesniet geschikt: wel geschikt:•Bestek voorzien van een houten, hoornen, porseleinen of paarle-moergreep•Niet hittebestendige kunststofdelen•Ouder bestek waarvan de lijmtemperatuurgevoelig is•Gelijmd servies of bestekdelen•Voorwerpen van tin en koper•Kristal•Roestgevoelige staaldelen•Houten plankjes•Kunstvoorwerpen•Aardewerkservies alleen in de afwasautomaat reinigen als dit door de fabrikant expliciet als daarvoor geschikt is benoemd. •Op het glazuur aangebrachte versieringen kunnen na zeer vaak machinaal afwassen ver-bleken. •Zilveren en aluminiumonderdelen kunnen als gevolg van het afwassen verkleuren.
Etensres-ten zoals eiwit, eigeel en mosterd veroorzaken vaak verkleuringen of vlekken op zilver. Zilver dient daarom, als het niet direct na het ge-bruik wordt afgewassen, onmiddellijk van etensresten ontdaan te worden.
15Bestek in de machine plaatsen1Waarschuwing: Messen met een scherpe punt en scherpkantig bestek dienen door de kans op verwondingen in de bovenste korf geplaatst te worden.Opdat alle bestekdelen in de bestekkorf door water worden omspoeld, moet u:Voor grotere bestekdelen zoals bijv. een garde, kan een helft van het bestekrooster weggelaten worden.Schalen, pannen, grote bordenGroter en sterk vervuild servies in de onderste korf plaatsen(Borden met een max. doorsnede van 29 cm). 1.Roosterinzet op de bestekkorf insteken2.Vorken en lepels met de greep naar onderen in de roosterinzet van de bestekkorf plaatsen.
16Om groter vaatwerk makkelijker te kunnen inruimen, kunnen de beide rechte bordenrekken van de onder-ste korf worden ingeklapt. Bierglazen en flûtesIn de bierglashouder, links in de on-derkorf, kunnen tot vier Duitse bier-glazen, fluitjes, enz. worden gehangen.Indien nodig kan de bierglashouder omhoog worden geklapt.De bierglashouder kan worden ge-ruild tegen twee extra te leveren kopjesrekken, die tevens voor Pro-seccoglazen of flûtes kunnen wor-den gebruikt.
171. De bierglashouder kunt u verwijde-rend door deze omhoog te trekken en een geringe druk aan de onder-kant van de inhanghaken uit te oe-fenen. 2. Kopjesrekken met inhanghaken op de dwarslatjes A Bof inhaken. Door een geringe druk op de inhanghaak-jes vastklikken.3. Het verwijderen van het kopjesrek is identiek aan het verwijderen van de bierglashouder.4. Voor witbierglazen van normale grootte bierglashouder op dwarslat A plaatsen, voor zeer zware kortere glazen op dwarslat B.Het rooster voor de bevestiging van de bierglashouder of het kopjesrek kan, indien gewenst worden verwij-derd. 1. Het rooster met de duimen naar achteren schuiven (zie grafiek).1Let op: Verwondingsgevaar:Niet met de hand in het rooster grij-pen; de hand ter ondersteuning on-der het rooster van de bestekkorf plaatsen.2. Het rooster kan weer worden beves-tigd, door het naar voren te schuiven.
18Kopjes, glazenKlein, teer servies of lange, puntige bestekdelen in de bovenste korf plaatsen. •Serviesdelen op en onder het op-klapbare kopjesrek om en om plaatsen zodat het water de diver-se delen kan bereiken.•Voor hoge serviesdelen kunnen de kopjesrekken omhoog worden geklapt.•Wijn- of cognacglazen in de kop-jesrekken hangen of hiertegen la-ten steunen.
19Bovenste korf in hoogte verstellen3In hoogte verstellen is ook bij beladen korven mogelijk. Afhankelijk van het model is het apparaat met bovenkorf "variant 1" of "variant 2" uitgerust:Variant 1Hoger/lager plaatsen van de bo-venste korf 1.De bovenste korf geheel uittrekken.2.De bovenste korf zo ver mogelijk optillen en loodrecht laten zakken.De bovenste korf klikt in de onder-ste of bovenste positie vast.Variant 2Hoger / Lager plaatsen van bo-venste korf 1.Bovenkorf geheel uittrekken.2.Bovenkorf aan de greep tot de aan-slag omhoog heffen en recht naar beneden laten zakken.De bovenkorf klikt in de bovenste of onderste positie in.maximale hoogte van het servies inbovenste korf onderste korfbij hoger geplaatste bovenste korf 22 cm 30 cmbij lager geplaatste bovenste korf 24 cm 29 cm
20Afwasmiddel doserenAfwasmiddelen lossen de vervuilin-gen van servies en bestek op. Het afwasmiddel moet vóór de start van het programma worden gedo-seerd.1Gebruik alleen afwasmiddel voor huishoud-afwasautomaten.Het vakje voor het afwasmiddel be-vindt zich op de binnenzijde van de deur.1. Als het deksel gesloten is:Ontgrendelingsknop indrukken.Deksel springt open.2. Afwasmiddel in het vakje voor af-wasmiddel doseren. Als doseerhulp voor afwasmiddel in poedervorm dienen de markeringen: “20/30“ is gelijk aan ca. 20/30 ml afwasmiddel. Doseer- en bewaaradviezen van de fabrikant opvolgen.3. Deksel dichtklappen en aandrukken tot deze vastklikt.3Bij zeer sterk vervuild servies moet extra afwasmiddel in het zijvakje worden gedoseerd (1). Dit afwas-middel is reeds bij het voorspoelen werkzaam.
21Compacte afwasmiddelenAfwasmiddelen voor afwasautomaten zijn vandaag de dag bijna uit-sluitend compacte afwasmiddelen, in tablet- of poedervorm, met een laag alkalisch gehalte en natuurlijke enzymen.250 °C-afwasprogramma’s in combinatie met deze compacte afwasmid-delen ontlasten het milieu en sparen uw servies, omdat deze afwaspro-gramma’s speciaal op de vuiloplossende eigenschappen van de enzymen in compacte afwasmiddelen zijn afgestemd. Daarom bereiken 50 °C-afwasprogramma’s in combinatie met compacte afwasmiddelen dezelfde afwasresultaten die anders alleen met 65 °C-programma’s be-reikt kunnen worden.Afwastabletten3Afwastabletten van verschillende fabrikanten hebben een andere op-lostijd. Daarom kunnen sommige afwastabletten bij korte programma’s niet tot hun volledige werking komen. Gebruik daarom afwastabletten voor afwasprogramma’s met voorspoelen.
22Gebruik van 3in1-afwasmiddelenBij deze producten betreft het een afwasmiddel met een gecombineer-de afwasmiddel-, glansmiddel- en zoutfunctie.Als u 3in1-producten gebruikt1. Geen zout of glansmiddel doseren.2. Waterontharder op waterhardheid ”I“ instellen.3. Dosering glansmiddel op ”1“ instellen.Voor de start van het vaatwasprogramma het 3in1-vaatwasmiddel in het vakje voor het vaatwasmiddel doseren.Als u geen 3in1-producten meer gebruiktAls u geen 3in1-producten meer wilt gebruiken, ga dan als volgt te werk: •Vul het zoutvat en het vakje voor het glansmiddel.•Stel de waterontharder op de hoogste stand in en voer max.
drie nor-male cycli zonder belading uit.•Stel vervolgens de waterontharder op de plaatselijke waterhardheid in.Als u 4in1-producten gebruiktBij gebruik van "4 in 1" vaatwasmiddelen die ook een een anti-glascor-rosiemiddel naar een "3 in 1" formule bevatten, dezelfde aanwijzing opvolgen als gegeven voor "3 in 1" vaatwasmiddelen.
23Afwasprogramma kiezen (programmatabel)Afwas-programmaGeschikt voor:SoortvervuilingProgramma-verloopVerbruiks-waarden1)1) De verbruikswaarden zijn onder normomstandigheden bepaald. Deze zijn van de belading van de korven afhankelijk. In de praktijk zijn afwijkingen daarom mogelijk.VoorspoelenReinigenSpoelenNaspoelenDrogenDuur (minuten)Energie (kWh)Water (liter)AUTOMATIC(50° - 65°)2)2) Bij dit programma wordt aan de hand van de vertroebeling van het spoelwater vastgesteld hoe sterk het servies vervuild is. Programmaduur, water- en energieverbruik kunnen sterk va-riëren - afhankelijk van de belading en de mate van vervuiling.
Afhankelijk van de vervuiling wordt automatisch de temperatuur van het spoelwater tussen 50°C en 65°C aangepast.Servies en pannennormaal vervuild, opgedroogde etensresten • • 1 tot 2x • • 90 - 110 1,00 - 1,50 12 - 24 INTENSIVCARE 70° 3)3) Bij het glansspoelen de temperatuurverhoging gedurende 10 minuten op 68° instellen voor het hygiënisch of steriel reinigen van bijv.
babyflessen, kunstsstof snijplanken of jampotten.Servies en pannensterk vervuild,opgedroogde etensres-ten, met name eiwit en zetmeel• • 2x • • 120 - 130 1,80 - 2,00 22 - 24 ECO50°4)4) Testprogramma voor proefinstitutenServies en pannen, tempe-ratuur-gevoelig serviesnormaal vervuild • • • • • 130 - 160 0,95 - 1,05 13 - 15 Dessert- en kof-fieservies, kwets-bare glazenlicht vervuild - •2x • • 73 0,9 14 (koud)5)5) Voor dit afwasprogramma is geen afwasmiddel nodig.Alle soorten ser-viesGebruikt servies dat in de afwasautomaat wordt opgespaard en pas later moet worden afgewassen.• - - - -12 < 0,1 4
25Afwasprogramma starten1. Controleer of de sproeiarmen vrij kunnen draaien.2. De kraan helemaal opendraaien.3. Sluit de deur.4. De toets AAN/UIT indrukken.5. Kies het gewenste programma. De programma-indicatie brandt. In de multidisplay wordt de te ver-wachten resterende looptijd van het programma aangegeven. Na ongeveer 3 seconden start het gekozen afwasprogramma. 3De resterende looptijd in de multidisplay wordt tijdens het afwasproces eventueel aan de belading, de vervuilingsgraad, enz. aangepast.Afwasprogramma onderbreken of afbrekenOnderbreek een lopend afwasprogramma alleen als het absoluut nood-zakelijk is. Afwasprogramma onderbreken door het openen van de deur van de afwasautomaat1Bij het openen van de deur kan hete damp naar buiten komen. Ver-brandingsgevaar!1. De deur voorzichtig openen. Het afwasprogramma stopt.2. De deur sluiten. Het afwasprogramma loopt verder.
Afwasprogramma afbreken1. De functietoetsen 2 3 en indrukken en ingedrukt houden. De LED-indicaties van alle programmatoetsen die u nu kunt kiezen branden.2. De functietoetsen loslaten. Het afwasprogramma is afgebroken.3. Als u een nieuw afwasprogramma wilt starten, controleer dan eerst of er afwasmiddel in het vakje aanwezig is.3Door het uitschakelen van de afwasautomaat wordt het gekozen af-wasprogramma alleen onderbroken en niet afgebroken. Na het opnieuw inschakelen wordt het afwasprogramma voortgezet.Starttijdkeuze instellen3Met de starttijdkeuze kunt u het begin van een afwasprogramma 1 tot 19 uur uitstellen.
261. De toets starttijdkeuze zo vaak indrukken tot het gewenste startuitstel in de multidisplay verschijnt, bijv. 12h, als het afwasprogramma over 12 uur moet starten. De indicatie starttijdkeuze brandt.2. Afwasprogramma kiezen. 3. De resterende tijd tot de start van het afwasprogramma wordt doorlo-pend aangegeven (vb.12h 11h, , 10h, ... 1h enz.).Starttijdkeuze wijzigen:Als het afwasprogramma nog niet is gestart kunt u door het indrukken van de toets starttijdkeuze de instelling alsnog wijzigen:Starttijdkeuze annuleren:Druk zo vaak op de toets starttijdkeuze tot in de multidisplay de loop-tijd van het gekozen programma verschijnt.
Het gekozen programma start direct.Afwasprogramma wijzigenAls het afwasprogramma nog niet is gestart kunt u het alsnog wijzigen: eerst het afwasprogramma onderbreken, vervolgens een nieuwe start-tijdkeuze instellen en als laatste een nieuw afwasprogramma kiezen.Afwasautomaat uitschakelenDe afwasautomaat pas uitschakelen als de multidisplay “0“ als de reste-rende looptijd van het afwasprogramma aangeeft.1. De toets AAN/UIT indrukken. Alle indicaties gaan uit.2. De kraan dichtdraaien!1De deur voorzichtig openen, er kan hete damp naar buiten komen.•Heet servies is gevoelig voor stoten. Daarom het servies voor het uit-ruimen eerst ca. 15 minuten laten afkoelen.
Daardoor ontstaat er te-vens een beter droogresultaat.•Uw vaat droogt sneller als u de deur na afloop van het programma even helemaal open zet en vervolgens laat aanstaan.Machine leeghalen3Het is normaal dat de binnendeur en het vakje voor afwasmiddel voch-tig zijn.•Eerst de onderste korf, dan de bovenste korf uitruimen. Daardoor voorkomt u dat restwater van de bovenste korf op servies in de on-derste korf druppelt.
27Onderhoud en reiniging1Geen meubelreinigingsmiddel of agressieve reinigingsmiddelen gebrui-ken.•De bedieningselementen van de afwasautomaat met een zachte doek en warm, schoon water reinigen.•De vakjes voor reinigingsmiddel, deurafdichting en watertoevoerslang (indien aanwezig) af en toe op vervuiling controleren en eventueel reinigen.Reiniging van de zeven3De zeven moeten regelmatig worden gecontroleerd en gereinigd. Vervuil-de zeven beïnvloeden het afwasresul-taat.1. Deur openen, onderste korf uitne-men.2. Greep ongeveer een kwart slag links-om (A) draaien en het zeefsysteem uitnemen (B).3. Fijne zeef (1) aan het greepoog vast-pakken en uit de microfilter (2) trek-ken.4. Alle zeven onder stromend water grondig reinigen.
285. Platte zeef (3) uit de bodem van de afwasautomaat nemen en aan beide zijden grondig reinigen.6. Platte zeef weer plaatsen.7. Fijne zeef in de microfilter plaatsen en in elkaar drukken.8. Zeefsysteem inzetten en vergrende-len door de greep zover mogelijk rechtsom te draaien. Opletten dat de platte zeef niet buiten de kuipbodem uitsteekt.1Zonder zeven mag de afwasautomaat onder geen enkele voorwaarde worden gebruikt.Reiniging van de sproeikoppen van de sproeiarmen De sproeikoppen van de sproeiarmen regelmatig op verstopping controle-ren. Als een reiniging vereist is, de sproeiarm uit de bevestiging nemen en de sproeikop met een spits voor-werp reinigen (draad of naald). Aan-sluitend de sproeiarm met een sterke waterstraal doorspoelen.3De sproeikopopening niet beschadi-gen.Bovenkorf-sproeiarm1. Bovenkorf-sproeiarm, voor het uitne-men krachtig naar beneden kantelen.2.
293. Gereinigde bovenkorf-sproeiarm weer plaatsen door deze schuin op het verbindingsstuk aan te brengen: de beide delen goed samendrukken, tot deze hoorbaar vastklikken.Bodem-sproeiarm1. Bodem-sproeiarm voor het verwijde-ren uit de vergrendeling omhoog trekken.2. Sproeikoppen van de sproeiarmen reinigen.3. Bodem-sproeiarm aan het verbin-dingsstuk bevestigen en vast omlaag drukken, tot het hoorbaar vastklikt.
30Wat te doen als...Kleine storingen zelf oplossenAls tijdens het gebruik een van de volgende foutcodes in de multidis-play wordt aangegeven:–Foutcode Å 10 (problemen met de watertoevoer),–Foutcode Å 20 (problemen met de waterafvoer),kijk dan in de onderstaande tabel.Druk nadat de storing is opgelost op de toets van het begonnen af-wasprogramma. Het afwasprogramma loopt verder.Bij andere foutcodes (“Å“ gevolgd door een getal): –Afwasprogramma onderbreken. –Apparaat uit- en weer inschakelen. –Het afwasprogramma opnieuw instellen.
Open de kraan.Zeef (indien aanwezig) in de slangkoppeling aan de kraan is verstopt.Zeef in de slangkoppeling reinigen.De zeven in de kuipbodem zijn verstopt.Breek het programma af (zie hoofdstuk: Vaatwaspro-gramma starten),reinig de zeven (zie hoofd-stuk: Reiniging van de ze-ven).Start vervolgens het vaat-wasprogramma opnieuw.Watertoevoerslang ligt niet goed.De ligging van de slang con-troleren.De programma-indicatie van het gekozen af-wasprogramma knippert,de multidisplay geeft de foutcode Å 20 aan: (Problemen met de water-afvoer)De sifon is verstopt. De sifon reinigen.Waterafvoerslang ligt niet goed.De ligging van de afvoer-slang controleren.
31 De multidisplay geeft de foutcode Å 30 aan:Het beveiligingssysteem te-gen wateroverlast is in wer-king getreden.Draai eerst de kraan dicht, schakel vervolgens het ap-paraat uit en neem contact op met de service-afdeling.Het programma start niet.De stekker zit niet in hetstopcontact.De stekker in het stopcon-tact steken.De zekering in de huisin-stallatie is niet in orde. De zekering vervangen.Bij modellen met starttijd-keuze:er is een starttijdkeuze in-gesteld.Als het servies direct afge-wassen moet worden, de starttijdkeuze uitschakelen.In de kuip zijn roestvlek-ken zichtbaar.De kuip is van roestvrij staal. Roestvlekken in de kuip zijn op vreemd roest terug te voeren (roestdelen afkomstig uit de waterlei-ding, van pannen, bestek, enz.).
Verwijder dergelijke vlekken met gangbare rei-nigingsmiddelen voor edel-staal.Alleen daarvoor geschikt bestek en servies in de af-wasautomaat reinigen.Fluitend geluid tijdens het afwassen.Het fluiten geeft geen re-den tot zorgen.Het apparaat met een in de handel verkrijgbaar ontkal-kingmiddel, geschikt voor het reinigen van afwasauto-maten, ontkalken.Als na het ontkalken de ge-luiden nog steeds waar-neembaar zijn, gebruik dan een afwasmiddel van een ander merk voor het reini-gen van bestek en servies.Storing Mogelijke oorzaak Oplossing
32Als het afwasresultaat niet bevredigend isHet servies wordt niet schoon.•Onjuiste keuze van het afwasprogramma.•Het servies was zo geplaatst dat het water niet alle delen heeft be-reikt. De korven mogen niet overbeladen worden. •De zeven in de kuipbodem zijn niet schoon of op onjuiste wijze ge-plaatst.•Er is geen merkproduct afwasmiddel gebruikt of er is te weinig gedo-seerd.•Bij kalkafzetting op het servies: het voorraadvakje voor het zout is leeg of de wateronthardingsinstallatie is onjuist ingesteld.•De afvoerslang ligt niet goed.•Verontreinigingen in het spoelwater kunnen de sproeikoppen van de sproeiarmen verstoppen.
U hebt de mogelijkheid om de sproeiarmen voor het reinigen uit te nemen (zie hoofdstuk ”Onderhoud en reini-ging“).Het servies is niet droog en glanst niet.•Er is geen merkproduct glansmiddel gebruikt.•Het voorraadvakje voor het glansmiddel is leeg.Op glazen en servies zijn vegen, strepen, melkachtige vlekken of een blauwachtige aanslag zichtbaar.•De dosering voor het glansmiddel lager instellen.Op glazen en servies zijn opgedroogde waterdruppels zichtbaar.•De dosering voor het glansmiddel hoger instellen.•Het afwasmiddel kan de oorzaak zijn. Neem contact op met de servi-ce-afdeling van de afwasmiddelfabrikant.Glascorrosie•Neem contact op met de service-afdeling van de afwasmiddelfabri-kant.
35Aanwijzingen voor testinstituten De test volgens EN 60704 moet bij een volle belading met het test-programma (zie programmatabel) worden uitgevoerd.De testen volgens EN 50242 moeten met een volledig gevuld zout-vakje van de waterontharder, met een volledig gevuld vakje voor glans-middel en met het testprogramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd. Voorbeelden voor het beladen van de afwasautomaat: Volle belading:12 standaardcouvertsincl. dienbestekHalve belading:6 standaardcouverts incl dienbe-stek, steeds de 2e plaats vrijlatenDosering van het afwas-middel: 5 g + 25 g (type B) 20 g (type B)Instelling van het glans-middel: 4 (type III) 4 (type III)Bovenste korf *)*) Eventueel de aan de linkerkant beschikbare kopjesrekken evenals de eventueel be-schikbare bestekhouder verwijderen.
Neem in geval van schade contact op met uw leverancier.•Neem de afwasautomaat nooit in gebruik als het aansluitsnoer, de toe- of afvoerslang beschadigd zijn of als het bedieningspaneel, het bovenblad of de sokkel dermate beschadigd zijn dat het apparaat open toegankelijk is.•De stekker altijd in een volgens de voorschriften geïnstalleerd rand-geaard stopcontact steken.•Bij vaste aansluiting: een vaste aansluiting mag alleen door een er-kende elektro-vakman worden uitgevoerd.•Controleer vóór de ingebruikname of de op het typeplaatje van het apparaat aangegeven netspanning en stroomsoort met de netspan-ning en stroomsoort op de opstellingsplaats overeenkomen. De ver-eiste elektrische zekering is eveneens op het typeplaatje aangegeven.•Meerwegstekkers en/of -verbindingen en verlengsnoeren mogen niet worden gebruikt.
Brandgevaar als gevolg van oververhitting!•Het aansluitsnoer van de afwasautomaat mag alleen door de service-afdeling of een erkend vakman worden vervangen.•Een toevoerslang met veiligheidsventiel mag alleen door de service-afdeling worden vervangen.
38Opstellen van de afwasautomaat•De afwasautomaat dient op een vaste vloer opgesteld te worden, sta-biel en horizontaal te staan en in alle richtingen uitgelijnd te worden.•Om oneffenheden in de vloer te compenseren en de apparaathoogte t.o.v. andere meubels aan te passen, kunnen de schroefvoeten met een schroevendraaier worden uitge-draaid. •Afvoerslang, toevoerslang en aan-sluitsnoer moeten binnen de sokke-luitsparing achter vrij beweeglijk liggen opdat ze niet afgeklemd of platgedrukt worden.•De afwasautomaat moet bovendien aan het doorlopende keukenwerk-blad of de aangrenzende meubels vastgeschroefd worden. Deze maatregel is absoluut noodzakelijk opdat de kiepveiligheid volgens VDE-voorschrift gegarandeerd is.
39Vrijstaande apparaten1Wanneer de afwasautomaat direct naast een fornuis wordt geplaatst, moet tussen het fornuis en de afwasautomaat een warmte-isolerende, onbrandbare plaat (aan de zijde van het fornuis bekleed met alumini-umfolie) vlak tegen de bovenzijde van het werkblad (diepte 57,5 cm) worden aangebracht. Bij inbouw van het apparaat onder een keukenwerkblad kan het origi-nele bovenblad van de afwasauto-maat op de volgende manier worden verwijderd: 1. Draai de schroeven uit de hoekstuk-ken aan de achterzijde (1). 2. Schuif het bovenblad van het appa-raat ca. 1 cm naar achteren (2). 3. Bovenblad aan de voorzijde omhoog tillen (3) en verwijderen. 1Wanneer de afwasautomaat later weer als vrijstaand apparaat wordt gebruikt, moet het originele bovenblad weer worden gemonteerd. 3De sokkel van vrijstaande apparaten is niet verstelbaar.
40Aansluiten van de afwasautomaatWateraansluiting •De afwasautomaat kan zowel aan koud water als aan warm water tot max. 60 °C aangesloten worden.•De afwasautomaat mag niet aan open warmwaterapparatuur of een geiser worden aangesloten.Toegestane waterdrukToevoerslang aansluiten1De toevoerslang mag bij het aansluiten niet geknikt, platgedrukt of in-eengestrengeld zijn.De toevoerslang met de slangkoppeling (ISO 228-1:2000) aan een kraan met buitenschroefdraad (¾ inch) aansluiten.
De toevoerslang is of van een kunststof of van een metalen aansluitmoer voorzien:–De aansluitmoer van de slangkoppeling alleen met de hand aan-draaien.Vervolgens visueel op lekken controleren (controleren of de kraan niet druppelt).3Opdat de beschikbaarheid van water in de keuken niet wordt beperkt adviseren wij om een extra kraan te installeren.Als u een langere toevoerslang dan de meegeleverde slang nodig hebt, dan de volgende, bij de vakhandel verkrijgbare VDE-goedgekeurde, complete slangsets gebruiken:–Slangset “WRflex 100“ (E-Nr.: 911 239 034)–Slangset “WRflex 200“ (E-Nr.: 911 239 035) Laagste toegestane waterdruk:1 bar (=10 N/cm2 =100 kPa)Bij een waterdruk van minder dan 1 bar verzoeken wij u contact met uw installa-teur op te nemen.Hoogste toegestane waterdruk:10 bar (=100 N/cm2 =1 MPa)Bij een waterdruk die hoger is dan 10 bar dient een drukverlagingsklep voorgescha-keld te worden (verkrijgbaar bij uw vak-handel).
41WaterafvoerAfvoerslang1De afvoerslang mag niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld zijn.Aansluiting van de afvoerslang:–maximaal toegestane hoogte: 1 meter.–minimaal vereiste hoogte: 40 cm boven de onderzijde van het ap-paraat.Verlengslangen•Verlengslangen zijn via de vakhan-del of onze klantenservice te ver-krijgen. De binnendiameter van de verlengslang moet 19 mm zijn, op-dat de functie van het apparaat niet wordt verstoord. •Verlengslangen mogen maximaal over een lengte van 4 meter hori-zontaal worden gelegd en de maxi-maal toegestane hoogte voor de aansluiting van de afvoerslang be-draagt dan 85 cm.Sifonaansluiting•De tuit van de afvoerslang (ø 19 mm) past op alle gangbare sifonty-pes.
De buitendiameter van de sifonaansluiting moet ten minste 15 mm zijn.•De afvoerslang moet met de bijgeleverde slangklem aan de sifonaan-sluiting worden bevestigd.Waterafvoer bij een hoog ingebouwde afwasautomaatWanneer bij een hoog ingebouwde afwasautomaat de aansluiting van de afvoerslang zich minder dan 30 cm boven de onderzijde van het ap-paraat bevindt, moet de montageset ET 111099520 door de klantenser-vice worden gemonteerd.
42Waterafvoer in gootsteen (alleen mogelijk bij vrijstaande appara-ten)Wanneer u de afvoerslang in een gootsteen wilt hangen, dient u hier-voor een slanghouder te gebruiken. Deze slanghouder is verkrijgbaar bij de service-afdeling onder onderdeelnummer ET 646 069 190.1.Zet de slanghouder op de afvoerslang.2.De afvoerslang beveiligen, zodat deze niet van de gootsteenrand kan glijden.Een koord door de opening van de slanghouder trekken en aan de wand of aan de waterkraan bevestigen.Beveiliging tegen wateroverlastTer voorkoming van waterschade is de afwasautomaat met een systeem ter beveiliging tegen wateroverlast uitgerust.In geval van storing onderbreekt het veiligheidsventiel in de toevoer-slang direct de watertoevoer en schakelt de afvoerpomp in. Daardoor kan het water niet uit- of overlopen. Het restwater dat zich in het ap-paraat bevindt wordt automatisch weggepompt.
Het typeplaatje is aan de rechterbinnen-kant van de deur van de afwasautomaat aangebracht.Om de afwasautomaat van het net te scheiden dient de stekker uit het stopcontact getrokken te worden.Let op: –De stekker moet na het installeren van het apparaat toegankelijk blij-ven.–Na de inbouw mogen spanningvoerende delen en bedrijfsgeïsoleerde bedradingen met de controlevinger volgens DIN EN 60335-1 niet aanraakbaar zijn.AansluittechniekDe toevoer- en afvoerslangen evenals het aansluitsnoer moeten rechts en/of links van de afwasautomaat aangesloten worden omdat daar aan de achterkant van het apparaat geen plaats voor is.2 steunen 45° of recht,buiten ø 19 mm, lengte 30 mmDubbel ventiel Water-afvoerWater-toevoerWater-toevoerAansluitsnoer Water-afvoerElektrische aansluiting Aansluitsnoer
44GarantievoorwaardenNederlandOnze producten worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geproduceerd. Desondanks kan het voorkomen dat er een defect optreedt. Onze servicedienst zal dit op verzoek herstellen, zowel binnen als buiten de garantietermijn. De levensduur van het product wordt daardoor niet negatief beïnvloed. Onderstaande garantievoorwaarden zijn gestoeld op de EU Richtlijn 99/44/EG en het Burgerlijk Wetboek. De daaruit voortvloeiende rechten blijven onverlet. Ook de garantieverplichtingen van de verkoper naar de eindgebruiker blijven onaangetast. Voor dit product verlenen wij garantie volgens onderstaande voorwaarden:1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de voorwaarden 2 tot en met 15 gebreken aan het product die zich openbaren binnen 24 maanden vanaf de datum van levering aan de eindgebrui-ker.
In geval van professioneel of daarmee gelijk te stellen gebruik is de garantie beperkt tot 12 maanden. Voor tweedehands producten geldt eveneens een termijn van 12 maanden. 2. De garantieprestatie houdt in dat het product kosteloos wordt teruggebracht in de toestand die het had voor het defect optrad. Gebrekkige onderdelen worden hersteld of vervangen. Kosteloos vervangen onderdelen worden ons eigendom. 3. Het gebrek moet terstond gemeld worden om mogelijke verdere schade te voorkomen. De garan-tieaanspraak vervalt indien het gebrek niet binnen twee maanden na vaststelling is gemeld. 4. Voor een beroep op garantie dient het aankoopbewijs met aankoop- en/of leveringsdatum te wor-den overlegd. Bij ontbreken daarvan dient ander overtuigend bewijs te worden overlegd. 5.
chemische en elektrochemische inwerking van water,b. abnormale milieuomstandigheden in het algemeen,c. voor het product oneigenlijke bedrijfsomstandigheden,d. contact met agressieve stoffen. 8. De garantie heeft geen betrekking op gebreken door transportschade die buiten onze verantwoor-delijkheid is ontstaan, niet-vakkundige installatie of montage, verkeerd gebruik, gebrekkig onder-houd, of het niet in acht nemen van de gebruiks- of montageaanwijzingen. 9. Het recht op garantie vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door herstelling of ingrepen door derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of wanneer het product voorzien werd van toebehoren of onderdelen die niet origineel zijn en daardoor een defect veroorzaken. 10. Producten die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden overhandigd aan of gezon-den naar onze servicedienst.
Herstelling ter plaatse kan slechts worden gevraagd voor grote of in-gebouwde producten. 11. Indien het product zodanig is ingebouwd, ondergebouwd, opgehangen of geplaatst dat de beno-digde tijd voor het in- en uitbouwen samen meer dan 30 minuten bedraagt, worden de hierdoor ontstane extra kosten aan de gebruiker in rekening gebracht. Schade die ontstaat door abnormale in- of uitbouw komt ten laste van de gebruiker. 12. Indien binnen de garantieperiode de herstelling van hetzelfde defect herhaaldelijk mislukt of de herstellingkosten disproportioneel zijn wordt in overleg met de gebruiker een gelijkwaardige ver-vanging geleverd. In geval van vervanging behouden we ons het recht voor om een vergoeding te rekenen naar rato van de verstreken gebruiksperiode. 13. Herstelling onder garantie heeft geen verlenging van de garantietermijn noch aanvang van een nieuwe garantietermijn tot gevolg. 14.
Verdere of andere aanspraken, in het bijzonder vergoeding van schade ontstaan buiten het pro-duct, zijn uitgesloten voor zover een aansprakelijkheid niet wettelijk is vastgelegd. 16. In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding de aankoopwaarde van het product niet over-treffen, tenzij wettelijk anders is bepaald. Deze garantievoorwaarden gelden voor in Nederland gekochte en/of in gebruik zijnde producten. Indien een product naar het buitenland wordt gebracht dient de gebruiker na te gaan of het pro-duct voldoet aan de technische voorwaarden ( o. a. spanning, frequentie, installatievoorschriften, gassoort, klimaatomstandigheden) in het betreffende land. Voor in het buitenland aangeschafte.
45producten dient de gebruiker zich te vergewissen van de bepalingen in Nederland. Noodzakelijke of gewenste aanpassingen vallen niet onder de garantie, en kunnen niet altijd worden aange-bracht. Ook na afloop van de garantietermijn staat onze servicedienst u ter beschikking. Adres Servicedienst:Electrolux ServiceVennootsweg 12404 CG ALPHEN AAN DEN RIJNReparatievoorwaardenOnze reparatievoorwaarden zijn conform de afspraak tussen de Consumentenbond en Vle-han*. Art. 1 Aan de consument zal na een melding van een storing zo mogelijk direct, doch uiterlijk bin-nen één werkdag worden medegedeeld op welke dag het bezoek van de technicus zal plaatsvin-den. De reparatie zal als regel binnen zeven werkdagen na de melding zijn uitgevoerd. Art. 2a) Alvorens de reparatie wordt verricht zal de technicus een onderzoek uitvoeren naar de vermoe-delijke oorzaak van de gemelde storing.
Aan de hand hiervan zal hij een zo nauwkeurig mogelijke, gespecificeerde begroting maken van de totale reparatiekosten inclusief voorrijkosten en dia-gnose-kosten. Desgevraagd zal deze begroting door de technicus schriftelijk worden vastgelegd. b) Indien de consument met het begrote bedrag niet akkoord gaat, zal op verzoek het te repareren toestel worden teruggebracht in de staat waarin het aan de technicus werd aangeboden. Nadat dit is geschied, zullen alleen de kosten van voorrijden en arbeidsloon in rekening worden gebracht op basis van de werkelijke bestede tijd, danwel van een vooraf vastgesteld tarief. Art.
3 Indien tijdens het uitvoeren van de reparatie duidelijk wordt dat:a) de oorspronkelijke reparatie door redelijkerwijs niet te voorziene omstandigheden niet tegen het begrote bedrag kan worden uitgevoerd, ofb) ook andere dan in de begroting voorziene reparaties noodzakelijk zijn, zal overleg met de con-sument plaatsvinden en een herziene kostenbegroting worden gemaakt. In geval de consument daarmee alsnog niet akkoord gaat, geldt eveneens het in artikel 2b bepaal-de. Art.
4 De reparatie zal zoveel mogelijk tijdens het eerste bezoek worden uitgevoerd. Indien om het toestel in werkende staat te brengen een tweede bezoek noodzakelijk is, zal:a) direct, doch uiterlijk binnen één werkdag door de betreffende service-organisatie of door de technicus met de consument de datum voor een tweede bezoek worden afgesproken. b) een herhalingsbezoek zal als regel binnen tien werkdagen na de melding plaatsvinden. c) voor een tweede of daaropvolgend bezoek zal geen voorrijtarief in rekening worden gebracht, tenzij de noodzaak voor een herhalingsbezoek aan de consument is toe te schrijven. Art. 5 De consument ontvangt een gespecificeerde rekening met vermelding van type en serie-nummer van het apparaat, omschrijving van de diagnose, toegepaste tarieven, gebruikte onderde-len en materialen en een korte omschrijving van de verrichte werkzaamheden.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met AEG Electrolux Favorit Maxima stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Vaatwasser AEG Electrolux
Handleiding Vaatwasser
Nieuwste handleidingen voor Vaatwasser