AEG Electrolux Favorit F 43080 IB Handleiding

AEG Electrolux Vaatwasser Favorit F 43080 IB

Bekijk gratis de handleiding van AEG Electrolux Favorit F 43080 IB (40 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 12 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 4 reviews. Heb je een vraag over AEG Electrolux Favorit F 43080 IB of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/40
FAVORIT 43080 i
Gebruiksaanwijzing Afwasautomaat

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (4 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: AEG Electrolux
Categorie: Vaatwasser
Model: Favorit F 43080 IB

Handleiding AEG Electrolux Favorit F 43080 IB – volledige tekst

2Geachte mevrouw, heerHartelijk dank voor het kiezen van een van onze kwaliteitsproducten. U heeft een goede keuze gemaakt. Zo kunt u dankzij de combinatie van functioneel design en hoogwaardige technologie rekenen op optimale prestaties en bedieningsgemak. En onze zorg voor het milieu, komt o.a. tot uitdrukking in het energiebesparend functioneren van dit apparaat. Om er zeker van te zijn dat uw apparaat optimaal en onberispelijk presteert, dient u deze gebruiksaanwijzing aandachtig door te lezen. Dan zult u alle processen perfect en zeer efficiënt kunnen besturen.Wij raden u aan deze gebruiksaanwijzing goed te bewaren, zodat u nog eens iets kunt nalezen.

En wilt u dit boekje doorgeven aan een eventuele volgende eigenaar van het apparaat.Wij wensen u veel succes met uw nieuwe apparaat.In deze gebruiksaanwijzing worden de volgende symbolen gebruikt: 1Belangrijke informatie over uw persoonlijke veiligheid en informatie over het voorkomen van schade aan het apparaat.3Algemene informatie en tips2Milieuinformatie

3InhoudInhoudGebruiksaanwijzing 4Veiligheid 4Apparaataanzicht 5Bedieningspaneel 5De eerste keer gebruiken 7Waterontharder instellen 7Speciaal zout doseren 9Glansmiddel doseren 10Het dagelijks gebruik 13Bestek en servies in de machine plaatsen 13Afwasmiddel doseren 16Gebruik van 3in1afwasmiddelen 17Afwasprogramma kiezen (programmatabel) 19Afwasprogramma starten 21Starttijdkeuze instellen 22Afwasautomaat uitschakelen 22Onderhoud en reiniging 23Wat te doen als… 24Kleine storingen zelf verhelpen 24Als het vaatwasresultaat niet bevredigend is 27Afvalverwerking 28Technische gegevens 28Aanwijzingen voor testinstituten 29Opstel en aansluitaanwijzing 30Veiligheidsaanwijzingen voor de installatie 30Opstellen van de afwasautomaat 31Aansluiten van de afwasautomaat 32Garantie/Adres serviceafdeling 35Service 39

Gebruiksaanwijzing4Gebruiksaanwijzing1VeiligheidVoor de eerste keer gebruiken•Volg de ”Opstel en aansluitaanwijzing” op.Gebruik volgens de voorschriften•De afwasautomaat is alleen bestemd voor het afwassen van huishoudservies.•Constructieve wijzigingen of veranderingen aan de afwasautomaat zijn niet toegestaan.•Alleen speciaal zout, afwasmiddel en glansmiddel gebruiken dat voor afwasautomaten voor huishoudelijk gebruik bestemd is.•Geen oplosmiddelen in de afwasautomaat doseren. Explosiegevaar!Veiligheid voor kinderen•Verpakkingsonderdelen buiten het bereik van kinderen houden. Verstikkingsgevaar! •Kinderen kunnen het gevaar dat aan het omgaan met elektrische apparaten verbonden is, vaak niet inschatten. Laat kinderen niet zonder toezicht bij de afwasautomaat.•Controleer of kinderen of huisdieren niet in de afwasautomaat kunnen klauteren.

Levensgevaar!•Afwasmiddelen kunnen levensgevaarlijk zijn voor ogen, mond en keel. De veiligheidsaanwijzingen van de afwasmiddelenfabrikant moeten worden opgevolgd.•Het water in de afwasautomaat is geen drinkwater. Gevaarlijk voor de gezondheid!Algemene veiligheid•Reparaties aan de afwasautomaat mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. •Als de afwasautomaat niet gebruikt wordt, het apparaat uitschakelen en de waterkraan dichtdraaien.•De stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact trekken, maar altijd aan de stekker.•Let erop dat de machinedeur, behalve bij vullen en leeghalen, altijd dicht is. Zo voorkomt u dat iemand over de open deur struikelt en zich bezeert.•Ga nooit op de geopende deur staan of zitten.•Staat de afwasautomaat in een ruimte waar het kan gaan vriezen, dan dient na ieder gebruik de aansluitslang van de waterkraan gescheiden te worden.

Bedieningspaneel6Functietoetsen: Naast het aangegeven afwasprogramma kunnen met behulp van deze toetsen de volgende functies worden ingesteld: De glansmiddeltoevoer wordt alleen beïnvloed als de 3in1functie is geselecteerd.Indicatie van het programmaverloop: in de indicatie van het programmaverloop wordt altijd de actuele programmafase aangegeven. Controlelampjes hebben de volgende betekenis: Functietoets 1 Waterontharder instellenFunctietoets 2 Glansmiddeltoevoer in en uitschakelen bij 3in1 ingeschakeldFunctietoets 3  niet in gebruik  1)1) Deze controlelampjes branden niet tijdens het lopende afwasprogramma.Zout bijvullen 1) Glansmiddel bijvullenProgrammatoetsenStarttijdkeuzeinstellenFunctietoetsen Controlelampjes1 2 3Indicatie van het programmaverloopIndicatie programmaeinde3in1functie kiezen

7De eerste keer gebruikenDe eerste keer gebruiken3Als u een 3in1afwasmiddel wilt gebruiken:– Lees a.u.b. eerst hoofdstuk ”Gebruik van 3in1 afwasmiddelen”.– Niet vullen met zout, noch met glansmiddel.Als u geen 3in1vaatwasmiddel gebruikt, dient u alvorens de vaatwasser in gebruikte nemen:1. Waterontharder instellen2. Zout voor de waterontharder doseren3. Glansmiddel doserenWaterontharder instellenDe wateronderharder moet mechanisch en elektronisch worden ingesteld.3Om kalkafzettingen op servies en in de afwasautomaat te voorkomen, moet het servies met zacht d.w.z. kalkarm water worden afgewassen. De waterontharder moet volgens de tabel op de waterhardheid binnen uw woongebied worden ingesteld. Informatie over de plaatselijke waterhardheid kunt u bij het betreffende waterleidingbedrijf verkrijgen.De afwasautomaat moet uitgeschakeld zijn. Mechanische instelling:1.

De deur van de afwasautomaat openen.2. De onderste korf uit de afwasautomaat nemen.3. De schakelaar voor het hardheidsbereik aan de linkerzijde van de kuip op 1 of 2 draaien (zie tabel).Elektronische instelling:1. De toets AAN/UIT indrukken.3Als alleen de LEDindicatie van een programmatoets brandt, is dit afwasprogramma geactiveerd. Het afwasprogramma moet worden geannuleerd:De functietoetsen 2 3en gedurende ca. 2 seconden gelijktijdig indrukken. De LEDindicaties van alle programmatoetsen die u nu kunt kiezen branden.2. 2 3De functietoetsen en gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden.De LEDindicaties van de functietoetsen 1 tot 3 knipperen.

De eerste keer gebruiken83. 1Druk op functietoets .De LEDindicatie van de functietoets 1 knippert.Gelijktijdig knippert de LEDindicatie voor het einde van het programma:–Het aantal malen dat de LEDindicatie voor het programmaeinde knippert komt overeen met de ingestelde hardheidsgraad. –Deze reeks knipperindicaties wordt verschillende keren om de 3 seconden herhaald.4. 1 Door op de functietoets te drukken wordt de hardheidsgraad met 1 stap verhoogd.(Uitzondering: na hardheidsgraad 10 volgt hardheidsgraad 1).5. Als de hardheidsgraad goed is ingesteld, drukt u op de toets AAN/UIT.De hardheidsgraad wordt dan opgeslagen.

Wanneer de waterontharder elektronisch op “1” wordt ingesteld, dan wordt daarmee de controleindicatie voor speciaalzout uitgeschakeld.Waterhardheid Instelling van de hardheidsgraad Aantal maalknipperenin °d1)1) (°d) Duitse graad, meeteenheid voor de waterhardheidin mmol/l2)2) (mmol/l) millimol per liter, internationale eenheid voor waterhardheidBereik mechanisch elektronisch51  7043  5037  4229  3623  289,0  12,57,6  8,96,5  7,55,1  6,44,0  5,0IV2*103)98763) Bij deze instelling kan de looptijd van het programma in geringe mate toenemen.*) instelling door de fabriek10987619  2215  183,3  3,92,6  3,2 III 5*454111  14 1,9  2,5 II 3 34  10 0,7  1,8 I/II 2 2minder dan 4minder dan 0,7 I1geen zout noodzakelijk1

9De eerste keer gebruikenSpeciaal zout doserenOm de waterontharder te ontkalken dient speciaal zout gedoseerd te worden. Alleen zout dat voor afwasautomaten voor huishoudelijk gebruik bestemd is gebruiken.Als u geen 3in1afwasmiddel gebruikt, doseer dan zout:–Als u de afwasautomaat voor de eerste keer gebruikt.–Als op het bedieningspaneel het controlelampje voor zout brandt.1. Deur openen, onderste korf uitnemen2. Afsluitdop van het voorraadvat van het zout linksom opendraaien.3. Alleen de eerste keer:Het zoutvoorraadvat geheel met water vullen.4. De meegeleverde trechter in de opening van het voorraadvat steken.Zout in het voorraadvat doseren, inhoud afhankelijk van de korrelgrootte ca. 1,01,5 kg. Het voorraadvat niet overmatig vullen.3Het kan geen kwaad als bij het doseren van het zout water overloopt.5. De opening van het voorraadvat van zoutresten ontdoen.6.

De afsluitdop rechtsom dichtdraaien.7. Na het doseren van het zout een afwasprogramma starten. Daardoor worden overgelopen zout water en zoutkorrels weggespoeld.3Afhankelijk van de korrelgrootte kan het enige uren duren voordat het zout in het water is opgelost en het controlelampje voor zout weer uitgaat.

De eerste keer gebruiken10Glansmiddel doserenOmdat het glansmiddel het spoelwater beter laat aflopen krijgt u vlekvrij, glanzend servies en heldere glazen.Als u geen 3in1afwasmiddel gebruikt, doseer dan glansmiddel:–Als u voor de eerste keer de afwasautomaat gebruikt.–Als op het bedieningspaneel het controlelampje voor glansmiddel brandt.Gebruik alleen speciaal glansmiddel voor afwasautomaten en geen andere vloeibare reinigingsmiddelen. 1. De deur openen. Het vakje voor het glansmiddel bevindt zich op de binnenzijde van de deur van de afwasautomaat.2. Ontgrendelingsknop van het glansmiddelvak indrukken.3. Deksel openklappen.4. Glansmiddel langzaam en precies tot de streepmarkering “max“ doseren; dat komt ongeveer overeen met een hoeveelheid van 140 ml 5. Deksel dichtdrukken tot deze vastklikt.6. Als er glansmiddel naast is gelopen, moet dit met een doek worden weggeveegd.

11De eerste keer gebruikenGlansmiddeldosering instellen3De dosering alleen dan veranderen als op glazen en servies vegen, melkachtige vlekken (dosering lager instellen) of opgedroogde waterdruppels (dosering hoger instellen) te zien zijn (zie hoofdstuk “Als het afwasresultaat niet bevredigend is“). De dosering kan van 16 worden ingesteld. Door de fabriek is de dosering op “4“ ingesteld. 1. De deur van de afwasautomaat openen.2. Ontgrendelingsknop van het glansmiddelvak indrukken.3. Deksel openklappen.4. De dosering instellen.5. Deksel dichtdrukken tot deze vastklikt.6. Als er glansmiddel is uitgelopen, moet dit met een doek worden weggeveegd.

De eerste keer gebruiken12Glansmiddeltoevoer bij geselecteerd 3in1functie inschakelen3Als de 3in1functie niet is geselecteerd, is de glansmiddeltoevoer altijd ingeschakeld.Als de 3in1functie door het gebruik van 3in1afwasmiddelen is geselecteerd, wordt de glansmiddeltoevoer uitgeschakeld. Als het servies dan onvoldoende wordt gedroogd, dient de glansmiddeltoevoer weer ingeschakeld te worden (zie ook hoofdstuk “Gebruik van 3in1afwasmiddelen“).1. De toets AAN/UIT indrukken.3Als alleen de LEDindicatie van een programmatoets brandt, is dit afwasprogramma geactiveerd. Het afwasprogramma moet worden geannuleerd:De functietoetsen 2 3en gedurende ca. 2 seconden gelijktijdig indrukken. De LEDindicaties van alle programmatoetsen die u nu kunt kiezen branden.2. 2 3De functietoetsen en gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden.De LEDindicaties van de functietoetsen 1 tot 3 knipperen.3.

2Functietoets indrukken.De LEDindicatie van de functietoets 2 knippert.De indicatie voor het einde van het afwasprogramma geeft de actuele instelling aan:4. 2 Het drukken op de functietoets schakelt de glansmiddeltoevoer in resp. uit.5. Als de glansmiddeltoevoer correct is ingesteld, op de AAN/UITtoets drukken. De instelling voor de glansmiddeltoevoer wordt dan opgeslagen.De indicatie voor het einde van het afwasprogramma brandt: Glansmiddeltoevoer bij 3in1 ingeschakeld De indicatie voor het einde van het afwasprogramma brandt niet:Glansmiddeltoevoer bij 3in1 uitgeschakeld (instelling vanaf de fabriek)

13Het dagelijks gebruikHet dagelijks gebruikBestek en servies in de machine plaatsen 1Sponzen, huishouddoeken en alle voorwerpen die water opnemen mogen niet in de afwasautomaat worden gereinigd. Servies voorzien van een kunststof en/of teflonlaag houdt waterdruppels sterk vast. Daarom droogt dit type servies iets minder goed dan porselein en edelstaal. •Voordat u het servies in de machine plaatst, moet u:–grove etensresten verwijderen. –pannen met ingebrande etensresten inweken. •Bij het plaatsen van het servies en het bestek op het volgende letten:–Het servies en het bestek mogen de sproeiarmen niet in hun draaibeweging hinderen. –Schoteltjes, kopjes, glazen, pannen, enz. met de opening naar onderen plaatsen, opdat er geen water in kan achterblijven. –Servies en bestekdelen mogen niet in elkaar worden geplaatst of elkaar afdekken.

–Om glasbeschadigingen te voorkomen mogen glazen elkaar niet aanraken. –Kleine voorwerpen (bijv. deksels) niet in de servieskorven maar in de bestekkorf plaatsen zodat ze niet door de korf naar beneden kunnen vallen. Voor het afwassen in de afwasautomaat is het volgende bestek/serviesniet geschikt: wel geschikt:•Bestek voorzien van een houten, hoornen, porseleinen of paarlemoergreep•Niet hittebestendige kunststofdelen•Ouder bestek waarvan de lijmtemperatuurgevoelig is•Gelijmd servies of bestekdelen•Voorwerpen van tin en koper•Kristal•Roestgevoelige staaldelen•Houten plankjes•Kunstvoorwerpen•Aardewerkservies alleen in de afwasautomaat reinigen als dit door de fabrikant expliciet als daarvoor geschikt is benoemd. •Op het glazuur aangebrachte versieringen kunnen na zeer vaak machinaal afwassen verbleken. •Zilveren en aluminiumonderdelen kunnen als gevolg van het afwassen verkleuren.

Het dagelijks gebruik14Bestek in de machine plaatsen1Waarschuwing: Messen met een scherpe punt en scherpkantig bestek dienen door de kans op verwondingen in de bovenste korf geplaatst te worden.Opdat alle bestekdelen in de bestekkorf door water worden omspoeld, moet u:Voor grotere bestekdelen zoals bijv. een garde, kan een helft van het bestekrooster weggelaten worden.Schalen, pannen, grote bordenGroter en sterk vervuild servies in de onderste korf plaatsen(Borden met een max. doorsnede van 29 cm). 1.Roosterinzet op de bestekkorf insteken2.Vorken en lepels met de greep naar onderen in de roosterinzet van de bestekkorf plaatsen.

15Het dagelijks gebruikOm groter vaatwerk makkelijker te kunnen inruimen, kunnen de beide rechte bordenrekken van de onderste korf worden ingeklapt. Kopjes, glazenKlein, teer servies of lange, puntige bestekdelen in de bovenste korf plaatsen. •Serviesdelen op en onder het opklapbare kopjesrek om en om plaatsen zodat het water de diverse delen kan bereiken.•Voor hoge serviesdelen kunnen de kopjesrekken omhoog worden geklapt.•Wijn of cognacglazen in de kopjesrekken hangen of hiertegen laten steunen.

Het dagelijks gebruik16Afwasmiddel doserenAfwasmiddelen lossen de vervuilingen van servies en bestek op. Het afwasmiddel moet vóór de start van het programma worden gedoseerd.1Gebruik alleen afwasmiddel voor huishoudafwasautomaten.Het vakje voor het afwasmiddel bevindt zich op de binnenzijde van de deur.1. Als het deksel gesloten is:Ontgrendelingsknop indrukken.Deksel springt open.2. Afwasmiddel in het vakje voor afwasmiddel doseren. Als doseerhulp voor afwasmiddel in poedervorm dienen de markeringen: “20/30“ is gelijk aan ca. 20/30 ml afwasmiddel. Doseer en bewaaradviezen van de fabrikant opvolgen.3. Deksel dichtklappen en aandrukken tot deze vastklikt.3Bij zeer sterk vervuild servies moet extra afwasmiddel in het zijvakje worden gedoseerd (1). Dit afwasmiddel is reeds bij het voorspoelen werkzaam.

17Het dagelijks gebruikCompacte afwasmiddelenAfwasmiddelen voor afwasautomaten zijn vandaag de dag bijna uitsluitend compacte afwasmiddelen, in tablet of poedervorm, met een laag alkalisch gehalte en natuurlijke enzymen.250 °Cafwasprogramma’s in combinatie met deze compacte afwasmiddelen ontlasten het milieu en sparen uw servies, omdat deze afwasprogramma’s speciaal op de vuiloplossende eigenschappen van de enzymen in compacte afwasmiddelen zijn afgestemd. Daarom bereiken 50 °Cafwasprogramma’s in combinatie met compacte afwasmiddelen dezelfde afwasresultaten die anders alleen met 65 °Cprogramma’s bereikt kunnen worden.Afwastabletten3Afwastabletten van verschillende fabrikanten hebben een andere oplostijd. Daarom kunnen sommige afwastabletten bij korte programma’s niet tot hun volledige werking komen.

Gebruik daarom afwastabletten voor afwasprogramma’s met voorspoelen.Gebruik van 3in1afwasmiddelenBij deze producten betreft het een afwasmiddel met een gecombineerde afwasmiddel, glansmiddel en zoutfunctie.Met het inschakelen van de 3in1functie–wordt het toevoegen van zout en glansmiddel vanuit het desbetreffende reservoir onderbroken.–wordt ontbreken van zout of glansmiddel niet meer aangegeven.–kunnen de vaatwasprogramma’s maximaal 30 minuten langer duren.3Als u 3in1vaatwasmiddel wilt gebruiken, dient u te controleren of deze middelen voor uw waterhardheid geschikt zijn (informatie fabrikant in acht nemen).Is de waterhardheid bij u hoger dan de door de fabrikant geadviseerde hardheid en u wilt desondanks 3in1reiniger gebruiken, ga dan als volgt te werk:•Stel bij geselecteerde 3in1functie de waterontharder een hardheidsniveau lager in dan bij vaatwassen zonder 3in1reiniger.•Vul het zout in het reservoir bij (als dit leeg is).De vaatwasser onthoudt de twee verschillende instellingen van de hardheid voor vaatwassen met 3in1functie en zonder 3in1functie.

Indicatie van toets brandt: 3in1functie is geselecteerd.Voor de start van het vaatwasprogramma het 3in1vaatwasmiddel in het vakje voor het vaatwasmiddel doseren.3Omdat bij het inschakelen van de 3in1functie de glansmiddeltoevoer automatisch wordt uitgeschakeld, kan het vanwege de uiteenlopende kwaliteit van 3in1vaatwasmiddelen voorkomen dat de vaat niet voldoende droog wordt.Ga in dat geval als volgt te werk (zie hoofdstuk ”Glansmiddel vullen“):•Glansmiddel in het reservoir vullen (als dit leeg is).•Dosering glansmiddel mechanisch op “2” instellen.•Glansmiddeltoevoer inschakelen.Als u geen 3in1producten meer gebruiktAls u geen 3in1producten meer wilt gebruiken, ga dan als volgt te werk: •Schakel de 3in1functie uit.•Vul het zoutvat en het vakje voor het glansmiddel.•Stel de waterontharder op de hoogste stand in en voer max.

drie normale cycli zonder belading uit.•Stel vervolgens de waterontharder op de plaatselijke waterhardheid in.Als u 4in1producten gebruiktBij gebruik van "4 in 1" vaatwasmiddelen die ook een een antiglascorrosiemiddel naar een "3 in 1" formule bevatten, dezelfde aanwijzing opvolgen als gegeven voor "3 in 1" vaatwasmiddelen.

21Het dagelijks gebruikAfwasprogramma starten1. Controleer of de sproeiarmen vrij kunnen draaien.2. De kraan helemaal opendraaien.3. Sluit de deur.4. De toets AAN/UIT indrukken. 5. Kies het gewenste programma.De programmaindicatie brandt. Na ongeveer 3 seconden begint het gekozen programma. Afwasprogramma onderbreken of afbrekenOnderbreek een lopend afwasprogramma alleen als het absoluut noodzakelijk is. Afwasprogramma onderbreken door het openen van de deur van de afwasautomaat1Bij het openen van de deur kan hete damp naar buiten komen. Verbrandingsgevaar!1. De deur voorzichtig openen. Het afwasprogramma stopt.2. De deur sluiten. Het afwasprogramma loopt verder. Afwasprogramma afbreken1. 2 3De functietoetsen en indrukken en ingedrukt houden. De LEDindicaties van alle programmatoetsen die u nu kunt kiezen branden.2. De functietoetsen loslaten. Het afwasprogramma is afgebroken.3.

Als u een nieuw afwasprogramma wilt starten, controleer dan eerst of er afwasmiddel in het vakje aanwezig is.3Door het uitschakelen van de afwasautomaat wordt het gekozen afwasprogramma alleen onderbroken en niet afgebroken. Na het opnieuw inschakelen wordt het afwasprogramma voortgezet.

Het dagelijks gebruik22Starttijdkeuze instellenMet de starttijdkeuze kunt u het begin van het programma met 3, 6 of 9 uur uitstellen.1. De toets AAN/UIT indrukken.2. Druk de toets Starttijdkeuze zo vaak in tot de indicatie naast het aantal uren brandt, waarmee de start van het programma moet worden uitgesteld, bijvoorbeeld 6h wanneer het programma pas over 6 uur moet beginnen.3. Programma kiezen.De LEDindicatie van het gekozen programma en de indicatie naast het aantal uren branden.Na het verstrijken van de ingestelde uren start het programma automatisch.Starttijdkeuze wijzigen:Als het afwasprogramma nog niet is gestart kunt u door het indrukken van de toets starttijdkeuze de instelling alsnog wijzigen:Starttijdkeuze wissen:Druk de toets Starttijdkeuze net zo vaak in tot er geen enkele van de drie urenindicaties meer brandt.

Het gekozen programma begint nu onmiddellijk.Afwasprogramma wijzigenAls het afwasprogramma nog niet is gestart kunt u het alsnog wijzigen: eerst het afwasprogramma onderbreken, vervolgens een nieuwe starttijdkeuze instellen en als laatste een nieuw afwasprogramma kiezen.Afwasautomaat uitschakelenSchakel de afwasautomaat pas uit wanneer in de indicatie van het programmaverloop de indicatie voor het programmaeinde brandt.1. De toets AAN/UIT indrukken. Alle indicaties gaan uit.2. De kraan dichtdraaien!1De deur voorzichtig openen, er kan hete damp naar buiten komen.•Heet servies is gevoelig voor stoten. Daarom het servies voor het uitruimen eerst ca. 15 minuten laten afkoelen.

Daardoor ontstaat er tevens een beter droogresultaat.•Uw vaat droogt sneller als u de deur na afloop van het programma even helemaal open zet en vervolgens laat aanstaan.Machine leeghalen3Het is normaal dat de binnendeur en het vakje voor afwasmiddel vochtig zijn.•Eerst de onderste korf, dan de bovenste korf uitruimen. Daardoor voorkomt u dat restwater van de bovenste korf op servies in de onderste korf druppelt.

23Onderhoud en reinigingOnderhoud en reiniging1Geen meubelreinigingsmiddel of agressieve reinigingsmiddelen gebruiken.•De bedieningselementen van de afwasautomaat met een zachte doek en warm, schoon water reinigen.•De vakjes voor reinigingsmiddel, deurafdichting en watertoevoerslang (indien aanwezig) af en toe op vervuiling controleren en eventueel reinigen.Reiniging van de zeven3De zeven moeten regelmatig worden gecontroleerd en gereinigd. Vervuilde zeven beïnvloeden het afwasresultaat.1. Deur openen, onderste korf uitnemen.2. Greep ongeveer een kwart slag linksom (A) draaien en het zeefsysteem uitnemen (B).3. Fijne zeef (1) aan het greepoog vastpakken en uit de microfilter (2) trekken.4. Alle zeven onder stromend water grondig reinigen.

Wat te doen als…245. Platte zeef (3) uit de bodem van de afwasautomaat nemen en aan beide zijden grondig reinigen.6. Platte zeef weer plaatsen.7. Fijne zeef in de microfilter plaatsen en in elkaar drukken.8. Zeefsysteem inzetten en vergrendelen door de greep zover mogelijk rechtsom te draaien. Opletten dat de platte zeef niet buiten de kuipbodem uitsteekt.1Zonder zeven mag de afwasautomaat onder geen enkele voorwaarde worden gebruikt.Wat te doen als…Kleine storingen zelf verhelpenVoordat u de klantservice belt, dient u eerst te controleren of u de storing–zelf aan de hand van de volgende fouttabel kunt verhelpen of–dat het probleem niet wordt veroorzaakt door verkeerde elektrische aansluitingen of wateraansluitingen.Als u dit nalaat en een van de hierboven genoemde gevallen doet zich voor, moet de monteur ondanks de garantieperiode toch kosten in rekening brengen.

Wanneer tijdens het bedrijf op het bedieningspaneel de indicaties knipperen of branden die in de volgende tabel zijn beschreven, raadpleeg dan de tabel om de fout op te lossen.Nadat de fout die in een ritme van 1 of 2 korte knippersignalen wordt weergegeven in de indicatie voor het programmaeinde is opgelost, drukt u op de toets van het reeds gestarte programma. Het programma gaat verder.Bij andere foutmeldingen: –Afwasprogramma annuleren. –Apparaat uit en weer inschakelen. –Afwasprogramma kiezen.Als de fout opnieuw wordt aangegeven, dient u contact op te nemen met de serviceafdeling en de foutmelding door te geven.

25Wat te doen als…Storing Mogelijke oorzaak OplossingDe programmaindicatie van het gekozen programma knippert,de indicatie voor het einde van het programmma knippert in het ritme van 1 kort lichtsignaal met daartussen een pauze van ca. 3 seconden:(Problemen met de watertoevoer)De waterkraan is verstopt of verkalkt. Waterkraan reinigen.Waterkraan is dichtgedraaid.

Waterkraan opendraaien.Zeef (indien aanwezig) in de slangkoppeling van de kraan is verstopt.Zeef in de slangkoppeling reinigen.Zeven in de kuipbodem zijn verstopt.Breek het programma af (zie hoofdstuk: Vaatwasprogramma starten),reinig de zeven (zie hoofdstuk: Reiniging van de zeven).Start vervolgens het vaatwasprogramma opnieuw.Watertoevoerslang ligt niet goed.Positie van de slang controleren.De programmaindicatie van het gekozen programma knippert,de indicatie voor het einde van het programmma knippert in het ritme van 2 korte, opeenvolgende lichtsignalen.De sifon is verstopt. Sifon reinigen.Waterafvoerslang ligt niet goed.

Positie van de slang controleren.De indicatie voor het einde van het programmma knippert in het ritme van 3 korte, opeenvolgende lichtsignalen.De beveiliging tegen wateroverlast is in werking getreden.Waterkraan dichtdraaien en contact opnemen met de klantenservice.

Wat te doen als…26Het programma start niet.De stekker zit niet in hetstopcontact.De stekker in het stopcontact steken.De zekering in de huisinstallatie is niet in orde. De zekering vervangen.Bij modellen met starttijdkeuze:er is een starttijdkeuze ingesteld.Als het servies direct afgewassen moet worden, de starttijdkeuze uitschakelen.In de kuip zijn roestvlekken zichtbaar.De kuip is van roestvrij staal. Roestvlekken in de kuip zijn op vreemd roest terug te voeren (roestdelen afkomstig uit de waterleiding, van pannen, bestek, enz.).

Verwijder dergelijke vlekken met gangbare reinigingsmiddelen voor edelstaal.Alleen daarvoor geschikt bestek en servies in de afwasautomaat reinigen.Fluitend geluid tijdens het afwassen.Het fluiten geeft geen reden tot zorgen.Het apparaat met een in de handel verkrijgbaar ontkalkingmiddel, geschikt voor het reinigen van afwasautomaten, ontkalken.Als na het ontkalken de geluiden nog steeds waarneembaar zijn, gebruik dan een afwasmiddel van een ander merk voor het reinigen van bestek en servies.Storing Mogelijke oorzaak Oplossing

27Wat te doen als…Als het vaatwasresultaat niet bevredigend isDe vaat wordt niet schoon.•U hebt niet het juiste vaatwasprogramma gekozen.•De vaat was zo in de machine geplaatst dat het water niet alle delen heeft kunnen bereiken. De vaatkorven mogen niet te vol worden geladen.

•De zeven op de bodem van de vaatwasser zijn niet schoon of verkeerd geplaatst.•Er is geen merkvaatwasmiddel gebruikt of te weinig vaatwasmiddel gedoseerd.•Bij kalkafzetting op de vaat: Het zoutreservoir is leeg of de wateronthardingsvoorziening is verkeerd ingesteld.•De afvoerslang is niet correct gelegd.•Als in het vak voor het vaatwasmiddel na afloop van het programma nog vaatwasmiddelresten aanwezig zijn, was ofwel de sproeiarm geblokkeerd of zijn de sproeiarmopeningen door verontreinigingen in het spoelwater verstopt geraakt.U hebt de mogelijkheid de sproeiarmen voor reiniging uit hun bevestiging los te maken (zie hoofdstuk ”Reiniging en onderhoud“).De vaat wordt niet droog en krijgt geen glans.•Er is geen merkglansmiddel gebruikt.•Het glansmiddelreservoir is leeg.Op glazen en overige vaat zijn vegen, strepen, melkachtige vlekken of een blauwachtige aanslag zichtbaar.•Glansmiddeldosering lager instellen.Op glazen en overige vaat blijven opgedroogde waterdruppels achter.•Glansmiddeldosering hoger instellen.•Het vaatwasmiddel kan de oorzaak zijn.

29Aanwijzingen voor testinstitutenAanwijzingen voor testinstitutenDe test volgens EN 60704 moet bij een volle belading met het testprogramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd.De testen volgens EN 50242 moeten met een volledig gevuld zoutvakje van de waterontharder, met een volledig gevuld vakje voor glansmiddel en met het testprogramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd. Voorbeelden voor het beladen van de afwasautomaat: Volle belading:12 standaardcouverts incl. dienbestekDosering van het afwasmiddel: 5 g + 25 g (type B)Instelling van het glansmiddel: 4 (type III)Bovenste korf *)*) Eventueel de aan de linkerkant beschikbare kopjesrekken evenals de eventueel beschikbare bestekhouder verwijderen.Onderste korf met bestekkorf *) Bestekkorf *) Eventueel aan de linkerkant aanwezige kopjesrekken en eventueel aanwezige bierglashouders inclusief frame verwijderen.

Opstel en aansluitaanwijzing30Opstel en aansluitaanwijzing1Veiligheidsaanwijzingen voor de installatie•De afwasautomaat alleen staand transporteren omdat anders zout water uit de machine kan lopen.•Voor de ingebruikname de afwasautomaat op transportschade controleren. Een beschadigd apparaat in geen geval aansluiten. Neem in geval van schade contact op met uw leverancier.•Neem de afwasautomaat nooit in gebruik als het aansluitsnoer, de toe of afvoerslang beschadigd zijn of als het bedieningspaneel, het bovenblad of de sokkel dermate beschadigd zijn dat het apparaat open toegankelijk is.•De stekker altijd in een volgens de voorschriften geïnstalleerd randgeaard stopcontact steken.•Controleer vóór de ingebruikname of de op het typeplaatje van het apparaat aangegeven netspanning en stroomsoort met de netspanning en stroomsoort op de opstellingsplaats overeenkomen.

De vereiste elektrische zekering is eveneens op het typeplaatje aangegeven.•Meerwegstekkers en/of verbindingen en verlengsnoeren mogen niet worden gebruikt. Brandgevaar als gevolg van oververhitting!•Het aansluitsnoer van de afwasautomaat mag alleen door de serviceafdeling of een erkend vakman worden vervangen.•Een toevoerslang met veiligheidsventiel mag alleen door de serviceafdeling worden vervangen.

31Opstellen van de afwasautomaatOpstellen van de afwasautomaat•De afwasautomaat dient op een vaste vloer opgesteld te worden, stabiel en horizontaal te staan en in alle richtingen uitgelijnd te worden.•Om oneffenheden in de vloer te compenseren en de apparaathoogte t.o.v. andere meubels aan te passen, kunnen de schroefvoeten met een schroevendraaier worden uitgedraaid.•De achterst apparaatvoet kan met een schroevendraaier aan de voorzijde van het apparaat worden ingesteld (zie montageaanwijzing).•Afvoerslang, toevoerslang en aansluitsnoer moeten binnen de sokkeluitsparing achter vrij beweeglijk liggen opdat ze niet afgeklemd of platgedrukt worden.•De afwasautomaat moet bovendien aan het doorlopende keukenwerkblad of de aangrenzende meubels vastgeschroefd worden. Deze maatregel is absoluut noodzakelijk opdat de kiepveiligheid volgens VDEvoorschrift gegarandeerd is.

Geïntegreerde afwasautomaat(zie bijgevoegd montagesjabloon)De meegeleverde montageplaat is bedoeld voor het eenvoudig monteren en stabiel bevestigen van een samengestelde deur bestaande uit een ladeblende en onderdeur.

Aansluiten van de afwasautomaat32Aansluiten van de afwasautomaatWateraansluiting •De afwasautomaat kan zowel aan koud water als aan warm water tot max. 60 °C aangesloten worden.•De afwasautomaat mag niet aan open warmwaterapparatuur of een geiser worden aangesloten.Toegestane waterdrukToevoerslang aansluiten1De toevoerslang mag bij het aansluiten niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld zijn.De toevoerslang met de slangkoppeling (ISO 2281:2000) aan een kraan met buitenschroefdraad (¾ inch) aansluiten.

De toevoerslang is of van een kunststof of van een metalen aansluitmoer voorzien:–De aansluitmoer van de slangkoppeling alleen met de hand aandraaien.Vervolgens visueel op lekken controleren (controleren of de kraan niet druppelt).3Opdat de beschikbaarheid van water in de keuken niet wordt beperkt adviseren wij om een extra kraan te installeren.Laagste toegestane waterdruk:0,1 MPa ( = 1 bar = 10 N/cm2 )Bij een waterdruk van minder dan0,1 MPa verzoeken wij u contact met uw installateur op te nemen.Hoogste toegestane waterdruk:1 MPa ( = 10 bar = 100 N/cm2 )Bij een waterdruk die hoger is dan 1 MPa dient een drukverlagingsklep voorgeschakeld te worden (verkrijgbaar bij uw vakhandel).

33Aansluiten van de afwasautomaat1Waarschuwing: gevaar voor elektrische schok (geldt alleen voor vaatwassers met veiligheidsklep).De elektrische kabel voor de veiligheidsklep loopt door de dubbelwandige toevoerslang en staat onder spanning.De toevoerslang en de veiligheidsklep nooit in water onderdompelen.WaterafvoerAfvoerslang1De afvoerslang mag niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld zijn.Aansluiting van de afvoerslang:– maximaal toegestane hoogte: 1 meter.– minimaal vereiste hoogte: 40 cm boven de onderzijde van het apparaat.Verlengslangen• Verlengslangen zijn via de vakhandel of onze klantenservice te verkrijgen. De binnendiameter van de verlengslang moet 19 mm zijn, opdat de functie van het apparaat niet wordt verstoord.

• Verlengslangen mogen maximaal over een lengte van 4 meter horizontaal worden gelegd en de maximaal toegestane hoogte voor de aansluiting van de afvoerslang bedraagt dan 85 cm.Sifonaansluiting• De tuit van de afvoerslang (ø 19 mm) past op alle gangbare sifontypes. De buitendiameter van de sifonaansluiting moet ten minste 15 mm zijn.• De afvoerslang moet met de bijgeleverde slangklem aan de sifonaansluiting worden bevestigd.

Aansluiten van de afwasautomaat34Beveiliging tegen wateroverlastTer voorkoming van waterschade is de afwasautomaat met een systeem ter beveiliging tegen wateroverlast uitgerust.In geval van een storing sluit de veiligheidsklep in de toevoerslang onmiddellijk de watertoevoer af.Elektrische aansluitingGegevens over netspanning, stroomsoort en vereiste zekering zijn op het typeplaatje aangegeven. Het typeplaatje is aan de rechterbinnenkant van de deur van de afwasautomaat aangebracht.Om de afwasautomaat van het net te scheiden dient de stekker uit het stopcontact getrokken te worden.Let op: – Veiligheidsnormen vereisen dat het apparaat wordt geaard. De fabrikant aanvaardt geen aansprakelijkheid voor het nalaten van de hierboven genoemde veiligheidsmaatregelen.– De stekker moet na het installeren van het apparaat toegankelijk blijven.

35Garantie/Adres serviceafdelingGarantie/Adres serviceafdelingNederlandOnze producten worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geproduceerd. Desondanks kan het voorkomen dat er een defect optreedt. Onze servicedienst zal dit op verzoek herstellen, zowel binnen als buiten de garantietermijn. De levensduur van het product wordt daardoor niet negatief beïnvloed. Onderstaande garantievoorwaarden zijn gestoeld op de EU Richtlijn 99/44/EG en het Burgerlijk Wetboek. De daaruit voortvloeiende rechten blijven onverlet. Ook de garantieverplichtingen van de verkoper naar de eindgebruiker blijven onaangetast. Voor dit product verlenen wij garantie volgens onderstaande voorwaarden:1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de voorwaarden 2 tot en met 15 gebreken aan het product die zich openbaren binnen 24 maanden vanaf de datum van levering aan de eindgebruiker.

In geval van professioneel of daarmee gelijk te stellen gebruik is de garantie beperkt tot 12 maanden. Voor tweedehands producten geldt eveneens een termijn van 12 maanden. 2. De garantieprestatie houdt in dat het product kosteloos wordt teruggebracht in de toestand die het had voor het defect optrad. Gebrekkige onderdelen worden hersteld of vervangen. Kosteloos vervangen onderdelen worden ons eigendom. 3. Het gebrek moet terstond gemeld worden om mogelijke verdere schade te voorkomen. De garantieaanspraak vervalt indien het gebrek niet binnen twee maanden na vaststelling is gemeld. 4. Voor een beroep op garantie dient het aankoopbewijs met aankoop en/of leveringsdatum te worden overlegd. Bij ontbreken daarvan dient ander overtuigend bewijs te worden overlegd. 5.

De garantie geldt evenmin voor schade veroorzaakt door:a. chemische en elektrochemische inwerking van water,b. abnormale milieuomstandigheden in het algemeen,c. voor het product oneigenlijke bedrijfsomstandigheden,d. contact met agressieve stoffen. 8. De garantie heeft geen betrekking op gebreken door transportschade die buiten onze verantwoordelijkheid is ontstaan, nietvakkundige installatie of montage, verkeerd gebruik, gebrekkig onderhoud, of het niet in acht nemen van de gebruiks of montageaanwijzingen. 9. Het recht op garantie vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door herstelling of ingrepen door derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of wanneer het product voorzien werd van toebehoren of onderdelen die niet origineel zijn en daardoor een defect veroorzaken. 10.

Producten die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden overhandigd aan of gezonden naar onze servicedienst. Herstelling ter plaatse kan slechts worden gevraagd voor grote of ingebouwde producten. 11. Indien het product zodanig is ingebouwd, ondergebouwd, opgehangen of geplaatst dat de benodigde tijd voor het in en uitbouwen samen meer dan 30 minuten bedraagt, worden de hierdoor ontstane extra kosten aan de gebruiker in rekening gebracht. Schade die ontstaat door abnormale in of uitbouw komt ten laste van de gebruiker. 12. Indien binnen de garantieperiode de herstelling van hetzelfde defect herhaaldelijk mislukt of de herstellingkosten disproportioneel zijn wordt in overleg met de gebruiker een gelijkwaardige vervanging geleverd. In geval van vervanging behouden we ons het recht voor om een vergoeding te rekenen naar rato van de verstreken gebruiksperiode. 13.

Verdere of andere aanspraken, in het bijzonder vergoeding van schade ontstaan buiten het product, zijn uitgesloten voor zover een aansprakelijkheid niet wettelijk is vastgelegd. 16. In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding de aankoopwaarde van het product niet overtreffen, tenzij wettelijk anders is bepaald. Deze garantievoorwaarden gelden voor in Nederland gekochte en/of in gebruik zijnde producten. Indien een product naar het buitenland wordt gebracht dient de gebruiker na te gaan of het product voldoet aan de technische voorwaarden ( o. a. spanning, frequentie, installatievoorschriften, gassoort, klimaatomstandigheden) in het betreffende land. Voor in het buitenland aangeschafte producten dient de gebruiker zich te vergewissen.

Garantie/Adres serviceafdeling36van de bepalingen in Nederland. Noodzakelijke of gewenste aanpassingen vallen niet onder de garantie, en kunnen niet altijd worden aangebracht. Ook na afloop van de garantietermijn staat onze servicedienst u ter beschikking. Adres Servicedienst:Electrolux ServiceVennootsweg 12404 CG ALPHEN AAN DEN RIJNReparatievoorwaardenOnze reparatievoorwaarden zijn conform de afspraak tussen de Consumentenbond en Vlehan*. Art. 1 Aan de consument zal na een melding van een storing zo mogelijk direct, doch uiterlijk binnen één werkdag worden medegedeeld op welke dag het bezoek van de technicus zal plaatsvinden. De reparatie zal als regel binnen zeven werkdagen na de melding zijn uitgevoerd. Art. 2a) Alvorens de reparatie wordt verricht zal de technicus een onderzoek uitvoeren naar de vermoedelijke oorzaak van de gemelde storing.

Aan de hand hiervan zal hij een zo nauwkeurig mogelijke, gespecificeerde begroting maken van de totale reparatiekosten inclusief voorrijkosten en diagnosekosten. Desgevraagd zal deze begroting door de technicus schriftelijk worden vastgelegd. b) Indien de consument met het begrote bedrag niet akkoord gaat, zal op verzoek het te repareren toestel worden teruggebracht in de staat waarin het aan de technicus werd aangeboden. Nadat dit is geschied, zullen alleen de kosten van voorrijden en arbeidsloon in rekening worden gebracht op basis van de werkelijke bestede tijd, danwel van een vooraf vastgesteld tarief. Art.

3 Indien tijdens het uitvoeren van de reparatie duidelijk wordt dat:a) de oorspronkelijke reparatie door redelijkerwijs niet te voorziene omstandigheden niet tegen het begrote bedrag kan worden uitgevoerd, ofb) ook andere dan in de begroting voorziene reparaties noodzakelijk zijn, zal overleg met de consument plaatsvinden en een herziene kostenbegroting worden gemaakt. In geval de consument daarmee alsnog niet akkoord gaat, geldt eveneens het in artikel 2b bepaalde. Art.

4 De reparatie zal zoveel mogelijk tijdens het eerste bezoek worden uitgevoerd. Indien om het toestel in werkende staat te brengen een tweede bezoek noodzakelijk is, zal:a) direct, doch uiterlijk binnen één werkdag door de betreffende serviceorganisatie of door de technicus met de consument de datum voor een tweede bezoek worden afgesproken. b) een herhalingsbezoek zal als regel binnen tien werkdagen na de melding plaatsvinden. c) voor een tweede of daaropvolgend bezoek zal geen voorrijtarief in rekening worden gebracht, tenzij de noodzaak voor een herhalingsbezoek aan de consument is toe te schrijven. Art. 5 De consument ontvangt een gespecificeerde rekening met vermelding van type en serienummer van het apparaat, omschrijving van de diagnose, toegepaste tarieven, gebruikte onderdelen en materialen en een korte omschrijving van de verrichte werkzaamheden.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AEG Electrolux Favorit F 43080 IB stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden