AEG Electrolux Favorit 60860 Handleiding

AEG Electrolux Vaatwasser Favorit 60860

Bekijk gratis de handleiding van AEG Electrolux Favorit 60860 (52 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 22 mensen en kreeg gemiddeld 5.0 sterren uit 8 reviews. Heb je een vraag over AEG Electrolux Favorit 60860 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/52
FAVORIT 60860
Afwasautomaat
Informatie voor de gebruiker

Beoordeel deze handleiding

5.0/5 (8 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: AEG Electrolux
Categorie: Vaatwasser
Model: Favorit 60860

Handleiding AEG Electrolux Favorit 60860 – volledige tekst

2Geachte klant,Lees deze gebruiksaanwijzing a.u.b. zorgvuldig door en bewaar het boekje zodat u nog eens iets kunt nalezen.Geeft u deze gebruikersinformatie a.u.b. aan de eventuele volgende ei-genaar van het apparaat door.De volgende symbolen worden in de tekst gebruikt: 1 VeiligheidsaanwijzingenWaarschuwing! Aanwijzingen die voor uw eigen veiligheid dienen.Let op! Aanwijzingen die ter voorkoming van schade aan het apparaat dienen. 3 Aanwijzingen en praktische tips 2 Milieu-informatie

3Inhoud Gebruiksaanwijzing. 4 Veiligheid. 4 Apparaataanzicht. 6 Bedieningspaneel. 6 De eerste keer gebruiken. 9 Waterontharder instellen. 9 Speciaal zout doseren. 11 Glansmiddel doseren. 12 Het dagelijks gebruik. 15 Bestek en servies in de machine plaatsen. 15 Bovenste korf in hoogte verstellen. 21 Afwasmiddel doseren. 22 Gebruik van 3in1-afwasmiddelen. 24 Afwasprogramma kiezen (programmatabel). 25 Afwasprogramma starten. 27 Starttijdkeuze instellen. 28 Afwasautomaat uitschakelen. 29 Onderhoud en reiniging. 30 Wat te doen als. 33 Kleine storingen zelf oplossen. 33 Als het afwasresultaat niet bevredigend is. 35 Afvalverwerking. 36 Technische gegevens. 37 Aanwijzingen voor testinstituten. 38 Opstel- en aansluitaanwijzing. 40 Veiligheidsaanwijzingen voor de installatie. 40 Opstellen van de afwasautomaat. 41 Aansluiten van de afwasautomaat. 43 Garantievoorwaarden. 47 Adres service-afdeling.

4Gebruiksaanwijzing 1 VeiligheidVoor de eerste keer gebruiken • Volg de ”Opstel- en aansluitaanwijzing” op.Gebruik volgens de voorschriften • De afwasautomaat is alleen bestemd voor het afwassen van huis-houdservies. • Constructieve wijzigingen of veranderingen aan de afwasautomaat zijn niet toegestaan. • Alleen speciaal zout, afwasmiddel en glansmiddel gebruiken dat voor afwasautomaten voor huishoudelijk gebruik bestemd is. • Geen oplosmiddelen in de afwasautomaat doseren. Explosiegevaar!Veiligheid voor kinderen • Verpakkingsonderdelen buiten het bereik van kinderen houden. Ver-stikkingsgevaar! • Kinderen kunnen het gevaar dat aan het omgaan met elektrische ap-paraten verbonden is, vaak niet inschatten. Laat kinderen niet zonder toezicht bij de afwasautomaat. • Controleer of kinderen of huisdieren niet in de afwasautomaat kun-nen klauteren. Levensgevaar!

5Algemene veiligheid • Reparaties aan de afwasautomaat mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. • Als de afwasautomaat niet gebruikt wordt, het apparaat uitschakelen en de waterkraan dichtdraaien. • De stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact trekken, maar al-tijd aan de stekker. • Let erop dat de machinedeur, behalve bij vullen en leeghalen, altijd dicht is. Zo voorkomt u dat iemand over de open deur struikelt en zich bezeert. • Ga nooit op de geopende deur staan of zitten. • Staat de afwasautomaat in een ruimte waar het kan gaan vriezen, dan dient na ieder gebruik de aansluitslang van de waterkraan ge-scheiden te worden.

7 Met de AAN/UIT-toets wordt de afwasautomaat in- en/of uitgescha-keld.Met de programmatoetsen wordt het gewenste afwasprogramma ge-kozen.Functietoetsen: Naast het aangegeven afwasprogramma kunnen met behulp van deze toetsen de volgende functies worden ingesteld: De glansmiddeltoevoer wordt alleen beïnvloed als de 3in1-functie is geselecteerd. Functietoets 1 Waterontharder instellenFunctietoets 2 Glansmiddeltoevoer in- en uitschakelen bij 3in1 ingeschakeld Functietoets 3 - niet in gebruik -AAN/UIT-toets ProgrammatoetsenFunctietoetsen1 2 3

8 De multidisplay kan aangeven: – op welk hardheidsniveau de waterontharder is ingesteld. – of de glansmiddeltoevoer in- of uitgeschakeld is. – welke starttijd is ingesteld. – hoe lang een lopend afwasprogramma naar verwachting nog duurt. – van welke storing aan de afwasautomaat sprake is. Indicatie van het programmaverloop: in de indicatie van het pro-grammaverloop wordt altijd de actuele programmafase aangegeven. Controlelampjes hebben de volgende betekenis: ZOUT 1) 1) Deze controle-indicaties branden niet tijdens het lopende afwasprogramma.Zout bijvullenGLANSMIDDEL 1) Glansmiddel bijvullen WATER Waterkraan opendraaien ZEEF Zeefsysteem van de afwasautomaat reinigen DEUR De deur van de afwasautomaat is openStarttijdkeuzeinstellen Multidisplay Indicatie van het programmaverloopControle-lampjes3in1-functie kiezen

9De eerste keer gebruiken3Als u een 3in1-afwasmiddel wilt gebruiken:– Lees a.u.b. eerst hoofdstuk ”Gebruik van 3in1- afwasmiddelen”.– Niet vullen met zout, noch met glansmiddel.Als u geen 3in1-vaatwasmiddel gebruikt, dient u alvorens de vaatwas-ser in gebruikte nemen: 1.Waterontharder instellen 2.Zout voor de waterontharder doseren 3.Glansmiddel doserenWaterontharder instellenDe wateronderharder moet mechanisch en elektronisch worden inge-steld. 3 Om kalkafzettingen op servies en in de afwasautomaat te voorkomen, moet het servies met zacht d.w.z. kalkarm water worden afgewassen. De waterontharder moet volgens de tabel op de waterhardheid binnen uw woongebied worden ingesteld. Informatie over de plaatselijke wa-terhardheid kunt u bij het betreffende waterleidingbedrijf verkrijgen.De afwasautomaat moet uitgescha-keld zijn. Mechanische instelling: 1.De deur van de afwasautomaat ope-nen.

2.De onderste korf uit de afwasautomaat nemen. 3.De schakelaar voor het hardheidsbe-reik aan de linkerzijde van de kuip op O of 1 draaien (zie tabel).Elektronische instelling: 1.De toets AAN/UIT indrukken. 3 Als alleen de LED-indicatie van een programmatoets brandt, is dit af-wasprogramma geactiveerd. Het afwasprogramma moet worden gean-nuleerd: De functietoetsen 1 2en gedurende ca. 2 seconden gelijktijdig indruk-ken.

10De LED-indicaties van alle programmatoetsen die u nu kunt kiezen branden. 2.De functietoetsen 1 2en gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden.De LED-indicaties van de functietoetsen 1 tot 3 knipperen. 3.Functietoets 1 indrukken. De LED-indicatie van de functietoets 1 knippert.De multidisplay geeft het ingestelde hardheidsniveau aan. 4.Het drukken op de functietoets 1 verhoogt het hardheidsniveau met 1.(Uitzondering: na hardheidsniveau 10 volgt hardheidsniveau 1). 5.Als het hardheidsniveau correct is ingesteld, op de AAN/UIT-toets druk-ken.Het hardheidsniveau is dan opgeslagen. Als de waterontharder elektronisch op “1“ wordt ingesteld, dan wordt daarmee het controlelampje voor zout uitgeschakeld.

11Speciaal zout doserenOm de waterontharder te ontkalken dient speciaal zout gedoseerd te worden. Alleen zout dat voor afwasautomaten voor huishoudelijk ge-bruik bestemd is gebruiken.Als u geen 3in1-afwasmiddel gebruikt, doseer dan zout: – Als u de afwasautomaat voor de eerste keer gebruikt. – Als op het bedieningspaneel het controlelampje voor zout brandt. 1.Deur openen, onderste korf uitnemen 2.Afsluitdop van het voorraadvat van het zout linksom opendraaien. 3.Alleen de eerste keer:Het zoutvoorraadvat geheel met water vullen. 4.De meegeleverde trechter in de ope-ning van het voorraadvat steken.Zout in het voorraadvat doseren, in-houd afhankelijk van de korrel-grootte ca. 1,0-1,5 kg. Het voorraadvat niet overmatig vullen. 3 Het kan geen kwaad als bij het doseren van het zout water overloopt. 5.De opening van het voorraadvat van zoutresten ontdoen. 6.De afsluitdop rechtsom dichtdraaien.

7.Na het doseren van het zout een afwasprogramma starten. Daar-door worden overgelopen zout water en zoutkorrels weggespoeld. 3 Afhankelijk van de korrelgrootte kan het enige uren duren voordat het zout in het water is opgelost en het controlelampje voor zout weer uit-gaat.

12Glansmiddel doserenOmdat het glansmiddel het spoelwater beter laat aflopen krijgt u vlek-vrij, glanzend servies en heldere glazen.Als u geen 3in1-afwasmiddel gebruikt, doseer dan glansmiddel: – Als u voor de eerste keer de afwasautomaat gebruikt. – Als op het bedieningspaneel het controlelampje voor glansmiddel brandt.Gebruik alleen speciaal glansmiddel voor afwasautomaten en geen an-dere vloeibare reinigingsmiddelen. 1. De deur openen. Het vakje voor het glansmiddel be-vindt zich op de binnenzijde van de deur van de afwasautomaat. 2. Ontgrendelingsknop van het glans-middelvak indrukken. 3. Deksel openklappen. 4. Glansmiddel langzaam en precies tot de streepmarkering “max“ dose-ren; dat komt ongeveer overeen met een hoeveelheid van 140 ml 5. Deksel dichtdrukken tot deze vast-klikt. 6. Als er glansmiddel naast is gelopen, moet dit met een doek worden weggeveegd.

13Glansmiddeldosering instellen 3 De dosering alleen dan veranderen als op glazen en servies vegen, melk-achtige vlekken (dosering lager instellen) of opgedroogde waterdrup-pels (dosering hoger instellen) te zien zijn (zie hoofdstuk “Als het afwasresultaat niet bevredigend is“). De dosering kan van 1-6 worden ingesteld. Door de fabriek is de dosering op “4“ ingesteld. 1.De deur van de afwasautomaat openen. 2.Ontgrendelingsknop van het glans-middelvak indrukken. 3.Deksel openklappen. 4.De dosering instellen. 5.Deksel dichtdrukken tot deze vast-klikt. 6.Als er glansmiddel is uitgelopen, moet dit met een doek worden weggeveegd.

14Glansmiddeltoevoer bij geselecteerd 3in1-functie inschakelen 3 Als de 3in1-functie niet is geselecteerd, is de glansmiddeltoevoer altijd ingeschakeld.Als de 3in1-functie door het gebruik van 3in1-afwasmiddelen is gese-lecteerd, wordt de glansmiddeltoevoer uitgeschakeld. Als het servies dan onvoldoende wordt gedroogd, dient de glansmiddeltoevoer weer ingeschakeld te worden (zie ook hoofdstuk “Gebruik van 3in1-afwas-middelen“). 1.De toets AAN/UIT indrukken. 3 Als alleen de LED-indicatie van een programmatoets brandt, is dit af-wasprogramma geactiveerd. Het afwasprogramma moet worden gean-nuleerd: De functietoetsen 1 2en gedurende ca. 2 seconden gelijktijdig indruk-ken. De LED-indicaties van alle programmatoetsen die u nu kunt kiezen branden. 2.De functietoetsen 1 2en gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden.De LED-indicaties van de functietoetsen 1 tot 3 knipperen.

15Het dagelijks gebruikBestek en servies in de machine plaatsen 1 Sponzen, huishouddoeken en alle voorwerpen die water opnemen mo-gen niet in de afwasautomaat worden gereinigd. Servies voorzien van een kunststof- en/of teflonlaag houdt waterdruppels sterk vast. Daar-om droogt dit type servies iets minder goed dan porselein en edelstaal. • Voordat u het servies in de machine plaatst, moet u: – grove etensresten verwijderen. – pannen met ingebrande etensresten inweken. • Bij het plaatsen van het servies en het bestek op het volgende letten: – Het servies en het bestek mogen de sproeiarmen niet in hun draai-beweging hinderen. – Schoteltjes, kopjes, glazen, pannen, enz. met de opening naar onde-ren plaatsen, opdat er geen water in kan achterblijven. – Servies en bestekdelen mogen niet in elkaar worden geplaatst of el-kaar afdekken.

– Om glasbeschadigingen te voorkomen mogen glazen elkaar niet aanraken. – Kleine voorwerpen (bijv. deksels) niet in de servieskorven maar in de bestekkorf plaatsen zodat ze niet door de korf naar beneden kun-nen vallen. Voor het afwassen in de afwasautomaat is het volgende bestek/servies niet geschikt: wel geschikt: • Bestek voorzien van een houten, hoornen, porseleinen of paarle-moergreep • Niet hittebestendige kunststofdelen • Ouder bestek waarvan de lijmtemperatuurgevoelig is • Gelijmd servies of bestekdelen • Voorwerpen van tin en koper • Kristal • Roestgevoelige staaldelen • Houten plankjes • Kunstvoorwerpen • Aardewerkservies alleen in de afwasautomaat reinigen als dit door de fabrikant expliciet als daarvoor geschikt is benoemd. • Op het glazuur aangebrachte versieringen kunnen na zeer vaak machinaal afwassen ver-bleken.

16Bestek in de machine plaatsen 1 Waarschuwing: Messen met een scherpe punt en scherpkantig bestek dienen door de kans op verwondingen in de bovenste korf geplaatst te worden.Opdat alle bestekdelen in de bestekkorf door water worden omspoeld, moet u:Voor grotere bestekdelen zoals bijv. een garde, kan een helft van het bestekrooster weggelaten worden.De bestekkorf is openklapbaar. De tweedelige greep moet bij het eruit nemen altijd volledig met de hand worden omsloten. 1.Plaats de bestekkorf op een tafel of op het bovenblad. 2.Klap de beide delen van de greep uit elkaar. 3.Neem het bestek uit de korf.1.Roosterinzet op de bestekkorf insteken2.Vorken en lepels met de greep naar onderen in de roosterinzet van de bestekkorf plaatsen.

17Onderste korf en bovenste korf laden / uitladenVoor het laden en uitladen de on-derste- en bovenste korf in het mid-den van de voorgreep uittrekken of terugschuiven. Schalen, pannen, grote bordenGroter en sterk vervuild servies in de onderste korf plaatsen(Borden met een max. doorsnede van 29 cm). Om grotere serviesdelen gemakkelijk te kunnen neerzetten, zijn de ach-terste bordenrekken van de onderste korf inklapbaar.

18Bierglazen en flûtesIn de bierglashouder, links in de on-derkorf, kunnen tot vier Duitse bier-glazen, fluitjes, enz. worden gehangen.Indien nodig kan de bierglashouder omhoog worden geklapt.De bierglashouder kan worden ge-ruild tegen twee extra te leveren kopjesrekken, die tevens voor Pro-seccoglazen of flûtes kunnen wor-den gebruikt. 1.De bierglashouder kunt u verwijde-rend door deze omhoog te trekken en een geringe druk aan de onder-kant van de inhanghaken uit te oe-fenen. 2.Kopjesrekken met inhanghaken op de dwarslatjes A Bof inhaken. Door een geringe druk op de inhanghaak-jes vastklikken. 3.Het verwijderen van het kopjesrek is identiek aan het verwijderen van de bierglashouder.

19Het rooster voor de bevestiging van de bierglashouder of het kopjesrek kan, indien gewenst worden verwij-derd. 1.Het rooster met de duimen naar achteren schuiven (zie grafiek). 1 Let op: Verwondingsgevaar:Niet met de hand in het rooster grij-pen; de hand ter ondersteuning on-der het rooster van de bestekkorf plaatsen. 2.Het rooster kan weer worden beves-tigd, door het naar voren te schuiven.Kopjes, glazenKlein, teer servies of lange, puntige bestekdelen in de bovenste korf plaatsen. • Serviesdelen op en onder het op-klapbare kopjesrek om en om plaatsen zodat het water de diver-se delen kan bereiken.

20 • Voor hoge serviesdelen kunnen de kopjesrekken omhoog worden geklapt. • Wijn- of cognacglazen in de kop-jesrekken hangen of hiertegen la-ten steunen. • Voor glazen met een lange voet klapt u het glasrek naar rechts, anders laat u het rek naar links ingeklapt. • De reeks pennen links in de bo-venste korf kan eveneens in twee delen worden omgeklapt.Pennenreeks niet omgeklapt: gla-zen, bekers, enzovoort in de bo-venste korf plaatsen.Pennenreeks omgeklapt: meer ruimte voor schalen.

22Afwasmiddel doserenAfwasmiddelen lossen de vervuilin-gen van servies en bestek op. Het afwasmiddel moet vóór de start van het programma worden gedo-seerd. 1 Gebruik alleen afwasmiddel voor huishoud-afwasautomaten.Het vakje voor het afwasmiddel be-vindt zich op de binnenzijde van de deur. 1. Als het deksel gesloten is:Ontgrendelingsknop indrukken.Deksel springt open. 2. Afwasmiddel in het vakje voor af-wasmiddel doseren. Als doseerhulp voor afwasmiddel in poedervorm dienen de markeringen: “20/30“ is gelijk aan ca. 20/30 ml afwasmiddel. Doseer- en bewaaradviezen van de fabrikant opvolgen. 3. Deksel dichtklappen en aandrukken tot deze vastklikt. 3 Bij zeer sterk vervuild servies moet extra afwasmiddel in het zijvakje worden gedoseerd (1). Dit afwas-middel is reeds bij het voorspoelen werkzaam.

23Compacte afwasmiddelenAfwasmiddelen voor afwasautomaten zijn vandaag de dag bijna uit-sluitend compacte afwasmiddelen, in tablet- of poedervorm, met een laag alkalisch gehalte en natuurlijke enzymen. 2 50 °C-afwasprogramma’s in combinatie met deze compacte afwasmid-delen ontlasten het milieu en sparen uw servies, omdat deze afwaspro-gramma’s speciaal op de vuiloplossende eigenschappen van de enzymen in compacte afwasmiddelen zijn afgestemd. Daarom bereiken 50 °C-afwasprogramma’s in combinatie met compacte afwasmiddelen dezelfde afwasresultaten die anders alleen met 65 °C-programma’s be-reikt kunnen worden.Afwastabletten 3 Afwastabletten van verschillende fabrikanten hebben een andere op-lostijd. Daarom kunnen sommige afwastabletten bij korte programma’s niet tot hun volledige werking komen. Gebruik daarom afwastabletten voor afwasprogramma’s met voorspoelen.

24Gebruik van 3in1-afwasmiddelenBij deze producten betreft het een afwasmiddel met een gecombineer-de afwasmiddel-, glansmiddel- en zoutfunctie.Met het inschakelen van de 3in1-functie wordt daarom – het toevoegen van zout en glansmiddel vanuit het desbetreffende re-servoir onderbroken. – Ontbreken van zout of glansmiddel wordt niet meer aangegeven. 3 Als u 3in1-vaatwasmiddel wilt gebruiken, dient u te controleren of deze middelen voor uw waterhardheid geschikt zijn. (Informatie fabrikant in acht nemen!)Als u 3in1-producten gebruikt 1.Toets AAN/UIT indrukken. 2.3 in 1 indrukken. Indicatie van toets brandt: 3in1-functie is geselecteerd.Voor de start van het vaatwasprogramma het 3in1-vaatwasmiddel in het vakje voor het vaatwasmiddel doseren.

3 Omdat bij het inschakelen van de 3in1-functie de glansmiddeltoevoer automatisch wordt uitgeschakeld, kan het vanwege de uiteenlopende kwaliteit van 3in1-vaatwasmiddelen voorkomen dat de vaat niet vol-doende droog wordt.Ga in dat geval als volgt te werk (zie hoofdstuk ”Glansmiddel vullen“): • Glansmiddel in het reservoir vullen (als dit leeg is). • Dosering glansmiddel mechanisch op “2” instellen. • Glansmiddeltoevoer inschakelen.Als u geen 3in1-producten meer gebruiktAls u geen 3in1-producten meer wilt gebruiken, ga dan als volgt te werk: • Schakel de 3in1-functie uit. • Vul het zoutvat en het vakje voor het glansmiddel. • Stel de waterontharder op de hoogste stand in en voer max. drie nor-male cycli zonder belading uit. • Stel vervolgens de waterontharder op de plaatselijke waterhardheid in.

25Afwasprogramma kiezen (programmatabel)Afwas-programmaGeschikt voor:SoortvervuilingProgrammaverloop Verbruiks-waarden1) 1) De verbruikswaarden zijn onder normomstandigheden bepaald. Deze zijn van de belading van de korven afhankelijk. In de praktijk zijn afwijkingen daarom mogelijk.VoorspoelenReinigenSpoelenNaspoelenDrogenDuur (minuten)Energie (kWh)Water (liter)AUTOMATIC(50° - 65°)2) 2) Bij dit programma wordt aan de hand van de vertroebeling van het spoelwater vastgesteld hoe sterk het servies vervuild is. Programmaduur, water- en energieverbruik kunnen sterk va-riëren - afhankelijk van de belading en de mate van vervuiling.

Afhankelijk van de vervuiling wordt automatisch de temperatuur van het spoelwater tussen 50°C en 65°C aangepast.Servies en pannennormaal vervuild, opgedroogde etens-resten • • 1 tot 2x • • 90 - 110 1,0 - 1,5 13 - 25 30 MIN(60°)3) 3) Bij dit programma de afwasautomaat slechts voor de helft beladen.Servies zon-der pannenzojuist gebruikt, licht tot normaal vervuild - - • - • 30 0,8 9 INTENSIVCARE 70°4) 4) Bij het glansspoelen de temperatuurverhoging gedurende 10 minuten op 68° instellen voor het hygiënisch of steriel reinigen van bijv.

babyflessen, kunstsstof snijplanken of jampotten.Servies en pannensterk vervuild,opgedroogde etens-resten, met name ei-wit en zetmeel • • 2x • • 120 - 130 1,8 - 2,0 23 - 25 ECO50°5) 5) Testprogramma voor proefinstitutenServies en pannen, tem-peratuur-ge-voelig servies normaal vervuild • • • • • 130 - 160 0,95 - 1,05 12 - 14 GLAS45°Dessert- en koffieservies, kwetsbare glazen licht vervuild - •2x • • 73 0,9 15 VOORSPOE-LEN(koud)6) 6) Voor dit afwasprogramma is geen afwasmiddel nodig.Alle soorten serviesGebruikt servies dat in de afwasauto-maat wordt opge-spaard en pas later moet worden afge-wassen. • - - - -12 < 0,1 4

27Afwasprogramma starten 1.Controleer of de sproeiarmen vrij kunnen draaien. 2.De kraan helemaal opendraaien. 3.Sluit de deur. 4.De toets AAN/UIT indrukken. 5.Het gewenste programma kiezen. De programma-indicatie en de bijbehorende stappen van het afwaspro-gramma in de indicatie van het programmaverloop lichten op. In het multidisplay wordt de te verwachten resterende looptijd van het pro-gramma aangegeven. Na ongeveer 3 seconden begint het gekozen programma. In de indicatie van het programmaverloop wordt nu altijd de actuele programmafase aangegeven. 3 De resterende looptijd in het multidisplay wordt tijdens het afwassen eventueel aangepast aan de belading, de mate van vervuiling, enzo-voort.Afwasprogramma onderbreken of afbrekenOnderbreek een lopend afwasprogramma alleen als het absoluut nood-zakelijk is.

Afwasprogramma onderbreken door het openen van de deur van de afwasautomaat 1 Bij het openen van de deur kan hete damp naar buiten komen. Ver-brandingsgevaar! 1.De deur voorzichtig openen. Het afwasprogramma stopt. 2.De deur sluiten. Het afwasprogramma loopt verder. Afwasprogramma afbreken 1.De functietoetsen 1 2 en indrukken en ingedrukt houden. De LED-indicaties van alle programmatoetsen die u nu kunt kiezen branden. 2.De functietoetsen loslaten. Het afwasprogramma is afgebroken. 3.Als u een nieuw afwasprogramma wilt starten, controleer dan eerst of er afwasmiddel in het vakje aanwezig is. 4.Uitschakelen met de toets AAN/UIT. 3 Door het uitschakelen van de afwasautomaat wordt het gekozen af-wasprogramma alleen onderbroken en niet afgebroken. Na het opnieuw inschakelen wordt het afwasprogramma voortgezet.

28Starttijdkeuze instellen 3 Met de starttijdkeuze kunt u het begin van een afwasprogramma 1 tot 19 uur uitstellen. 1.De toets starttijdkeuze zo vaak indrukken tot het gewenste startuitstel in de multidisplay verschijnt, bijv. 12h, als het afwasprogramma over 12 uur moet starten. De indicatie starttijdkeuze brandt. 2.Afwasprogramma kiezen. 3.De resterende tijd tot de start van het afwasprogramma wordt doorlo-pend aangegeven (vb.12h 11h, , 10h, ... 1h enz.).Starttijdkeuze wijzigen:Als het afwasprogramma nog niet is gestart kunt u door het indrukken van de toets starttijdkeuze de instelling alsnog wijzigen:Starttijdkeuze annuleren:Druk zo vaak op de toets starttijdkeuze tot in de multidisplay de loop-tijd van het gekozen programma verschijnt.

Het gekozen programma start direct.Afwasprogramma wijzigenAls het afwasprogramma nog niet is gestart kunt u het alsnog wijzigen: eerst het afwasprogramma onderbreken, vervolgens een nieuwe start-tijdkeuze instellen en als laatste een nieuw afwasprogramma kiezen.

29Afwasautomaat uitschakelenSchakel de afwasautomaat pas uit wanneer in het multidisplay ”0“ wordt aangegeven als resterende looptijd van het afwasprogramma en de indicatie voor het einde van het afwasprogramma brandt.Bij veel afwasprogramma's loopt de droogventilator ook na het einde van het programma door. 1.De toets AAN/UIT indrukken. Alle indicaties gaan uit. 2.De kraan dichtdraaien! 1 De deur voorzichtig openen, er kan hete damp naar buiten komen.Heet servies is gevoelig voor stoten. Daarom het servies voor het uitrui-men eerst ca. 15 minuten laten afkoelen. Daardoor ontstaat er tevens een beter droogresultaat.Machine leeghalen 3 Het is normaal dat de binnendeur en het vakje voor afwasmiddel voch-tig zijn. • Eerst de onderste korf, dan de bovenste korf uitruimen. Daardoor voorkomt u dat restwater van de bovenste korf op servies in de on-derste korf druppelt.

30Onderhoud en reiniging1Geen meubelreinigingsmiddel of agressieve reinigingsmiddelen gebrui-ken. • De bedieningselementen van de afwasautomaat met een zachte doek en warm, schoon water reinigen. • De vakjes voor reinigingsmiddel, deurafdichting en watertoevoerslang (indien aanwezig) af en toe op vervuiling controleren en eventueel reinigen.Reiniging van de zeven 3 De zeven moeten regelmatig worden gecontroleerd en gereinigd. Vervuil-de zeven beïnvloeden het afwasresul-taat. 1.Deur openen, onderste korf uitne-men. 2.Greep ongeveer een kwart slag links-om (A) draaien en het zeefsysteem uitnemen (B). 3.Fijne zeef (1) aan het greepoog vast-pakken en uit de microfilter (2) trek-ken. 4.Alle zeven onder stromend water grondig reinigen.

31 5.Platte zeef (3) uit de bodem van de afwasautomaat nemen en aan beide zijden grondig reinigen. 6.Platte zeef weer plaatsen. 7.Fijne zeef in de microfilter plaatsen en in elkaar drukken. 8.Zeefsysteem inzetten en vergrende-len door de greep zover mogelijk rechtsom te draaien. Opletten dat de platte zeef niet buiten de kuipbodem uitsteekt. 1 Zonder zeven mag de afwasautomaat onder geen enkele voorwaarde worden gebruikt.Reiniging van de sproeikoppen van de sproeiarmen De sproeikoppen van de sproeiarmen regelmatig op verstopping controle-ren. Als een reiniging vereist is, de sproeiarm uit de bevestiging nemen en de sproeikop met een spits voor-werp reinigen (draad of naald). Aan-sluitend de sproeiarm met een sterke waterstraal doorspoelen. 3 De sproeikopopening niet beschadi-gen.Bovenkorf-sproeiarm 1.Bovenkorf-sproeiarm, voor het uitne-men krachtig naar beneden kantelen.

32 3. Gereinigde bovenkorf-sproeiarm weer plaatsen door deze schuin op het verbindingsstuk aan te brengen: de beide delen goed samendrukken, tot deze hoorbaar vastklikken.Bodem-sproeiarm 1. Bodem-sproeiarm voor het verwijde-ren uit de vergrendeling omhoog trekken. 2. Sproeikoppen van de sproeiarmen reinigen. 3. Bodem-sproeiarm aan het verbin-dingsstuk bevestigen en vast omlaag drukken, tot het hoorbaar vastklikt.

33Wat te doen als...Kleine storingen zelf oplossenAls tijdens het gebruik een van de volgende foutcodes in de multidis-play wordt aangegeven: – Foutcode Å 10 (problemen met de watertoevoer), – Foutcode Å 20 (problemen met de waterafvoer),kijk dan in de onderstaande tabel.Druk nadat de storing is opgelost op de toets van het begonnen af-wasprogramma. Het afwasprogramma loopt verder. Bij andere foutcodes (“Å“ gevolgd door een getal): – Afwasprogramma onderbreken. – Apparaat uit- en weer inschakelen. – Het afwasprogramma opnieuw instellen. Als de storing nogmaals wordt aangegeven neem dan contact op met de service-afdeling en noem de foutcode.

Storing Mogelijke oorzaak OplossingProgramma-indicatie van het gekozen afwaspro-gramma knippert:de controle-indicatie WA-TER brandt,de multidisplay geeft de foutcode Å 10 aan(problemen met de water-toevoer).De kraan is verkalkt of is defect.Controleer de kraan, indien nodig laten repareren. De kraan is gesloten. Open de kraan.Zeef (indien aanwezig) in de slangkoppeling aan de kraan is verstopt.Zeef in de slangkoppeling reinigen.De zeven in de kuipbodem zijn verstopt.Breek het programma af (zie hoofdstuk: Vaatwaspro-gramma starten),reinig de zeven (zie hoofd-stuk: Reiniging van de ze-ven).Start vervolgens het vaat-wasprogramma opnieuw.Watertoevoerslang ligt niet goed.De ligging van de toevoer-slang controleren.De programma-indicatie van het gekozen af-wasprogramma knippert,de multidisplay geeft de foutcode Å 20 aan(afwaswater staat in de kuip van de afwasauto-maat). De sifon is verstopt.

34De multidisplay geeft de foutcode Å 30 aan.Het beveiligingssysteem te-gen wateroverlast is in wer-king getreden.Draai eerst de kraan dicht, schakel vervolgens het ap-paraat uit en neem contact op met de service-afdeling.De controle-indicatie DEUR brandt.De deur van de afwasauto-maat is open.Sluit de deur van de afwas-automaat.De controle-indicatie ZEEF brandt.De indicatie ZEEF is alleen bedoeld, om u eraan te her-inneren dat de zeven van de afwasautomaat af en toe moeten worden gecon-troleerd en indien nodig moeten worden gereinigd. De indicatie licht met re-gelmatige tussenpozen op, onafhankelijk van de mate van verontreiniging van de zeven.De indicatie dooft automa-tisch bij de start van het volgende afwasprogramma.Het programma start niet.De stekker zit niet in hetstopcontact.De stekker in het stopcon-tact steken.De zekering in de huisin-stallatie is niet in orde.

De zekering vervangen.Bij modellen met starttijd-keuze:er is een starttijdkeuze in-gesteld.Als het servies direct afge-wassen moet worden, de starttijdkeuze uitschakelen.In de kuip zijn roestvlek-ken zichtbaar.De kuip is van roestvrij staal. Roestvlekken in de kuip zijn op vreemd roest terug te voeren (roestdelen afkomstig uit de waterlei-ding, van pannen, bestek, enz.). Verwijder vlekken met gangbare reinigingsmidde-len voor edelstaal.Alleen daarvoor geschikt bestek en servies in de af-wasautomaat reinigen. Storing Mogelijke oorzaak Oplossing

35 Als het afwasresultaat niet bevredigend isHet servies wordt niet schoon. • Onjuiste keuze van het afwasprogramma. • Het servies was zo geplaatst dat het water niet alle delen heeft be-reikt. De korven mogen niet overbeladen worden. • De zeven in de kuipbodem zijn niet schoon of op onjuiste wijze ge-plaatst. • Er is geen merkproduct afwasmiddel gebruikt of er is te weinig gedo-seerd. • Bij kalkafzetting op het servies: het voorraadvakje voor het zout is leeg of de wateronthardingsinstallatie is onjuist ingesteld. • De afvoerslang ligt niet goed. • Verontreinigingen in het spoelwater kunnen de sproeikoppen van de sproeiarmen verstoppen. U hebt de mogelijkheid om de sproeiarmen voor het reinigen uit te nemen (zie hoofdstuk ”Onderhoud en reini-ging“).Het servies is niet droog en glanst niet. • Er is geen merkproduct glansmiddel gebruikt.

• Het voorraadvakje voor het glansmiddel is leeg.Op glazen en servies zijn vegen, strepen, melkachtige vlekken of een blauwachtige aanslag zichtbaar. • De dosering voor het glansmiddel lager instellen.Fluitend geluid tijdens het afwassen.Het fluiten geeft geen re-den tot zorgen.Het apparaat met een in de handel verkrijgbaar ontkal-kingmiddel, geschikt voor het reinigen van afwasauto-maten, ontkalken.Als na het ontkalken de ge-luiden nog steeds waar-neembaar zijn, gebruik dan een afwasmiddel van een ander merk voor het reini-gen van bestek en servies.Binnenverlichting van de afwasautomaat brandt niet.De stekker zit niet in hetstopcontact.De stekker in het stopcon-tact steken.Lamp van de binnenverlich-ting is defect.Contact opnemen met de service-afdeling. Storing Mogelijke oorzaak Oplossing

36Op glazen en servies zijn opgedroogde waterdruppels zichtbaar. • De dosering voor het glansmiddel hoger instellen. • Het afwasmiddel kan de oorzaak zijn. Neem contact op met de servi-ce-afdeling van de afwasmiddelfabrikant.Glascorrosie • Neem contact op met de service-afdeling van de afwasmiddelfabri-kant.Afvalverwerking2VerpakkingsmateriaalDe verpakkingsmaterialen zijn niet schadelijk voor het milieu en her-bruikbaar. De kunststoffen hebben de volgende aanduidingen, bijv. >PEPS

38Aanwijzingen voor testinstituten De test volgens EN 60704 moet bij een volle belading met het test-programma (zie programmatabel) worden uitgevoerd.De testen volgens EN 50242 moeten met een volledig gevuld zout-vakje van de waterontharder, met een volledig gevuld vakje voor glans-middel en met het testprogramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd. Voorbeelden voor het beladen van de afwasautomaat: Volle belading:12 standaardcouvertsincl. dienbestekHalve belading:6 standaardcouverts incl dienbe-stek, steeds de 2e plaats vrijlatenDosering van het afwas-middel: 5 g + 25 g (type B) 20 g (type B)Instelling van het glans-middel: 4 (type III) 4 (type III)Bovenste korf *)*) Eventueel de aan de linkerkant beschikbare kopjesrekken evenals de eventueel be-schikbare bestekhouder verwijderen.

40Opstel- en aansluitaanwijzing 1 Veiligheidsaanwijzingen voor de installa-tie • De afwasautomaat alleen staand transporteren omdat anders zout water uit de machine kan lopen. • Voor de ingebruikname de afwasautomaat op transportschade con-troleren. Een beschadigd apparaat in geen geval aansluiten. Neem in geval van schade contact op met uw leverancier. • Neem de afwasautomaat nooit in gebruik als het aansluitsnoer, de toe- of afvoerslang beschadigd zijn of als het bedieningspaneel, het bovenblad of de sokkel dermate beschadigd zijn dat het apparaat open toegankelijk is. • De stekker altijd in een volgens de voorschriften geïnstalleerd rand-geaard stopcontact steken. • Bij vaste aansluiting: een vaste aansluiting mag alleen door een er-kende elektro-vakman worden uitgevoerd.

• Controleer vóór de ingebruikname of de op het typeplaatje van het apparaat aangegeven netspanning en stroomsoort met de netspan-ning en stroomsoort op de opstellingsplaats overeenkomen. De ver-eiste elektrische zekering is eveneens op het typeplaatje aangegeven. • Meerwegstekkers en/of -verbindingen en verlengsnoeren mogen niet worden gebruikt. Brandgevaar als gevolg van oververhitting! • Het aansluitsnoer van de afwasautomaat mag alleen door de service-afdeling of een erkend vakman worden vervangen. • Een toevoerslang met veiligheidsventiel mag alleen door de service-afdeling worden vervangen.

41Opstellen van de afwasautomaat • De afwasautomaat dient op een vaste vloer opgesteld te worden, sta-biel en horizontaal te staan en in alle richtingen uitgelijnd te worden. • Om oneffenheden in de vloer te compenseren en de apparaathoogte t.o.v. andere meubels aan te passen, kunnen de schroefvoeten met een schroevendraaier worden uitge-draaid. • Afvoerslang, toevoerslang en aan-sluitsnoer moeten binnen de sokke-luitsparing achter vrij beweeglijk liggen opdat ze niet afgeklemd of platgedrukt worden. • De afwasautomaat moet bovendien aan het doorlopende keukenwerk-blad of de aangrenzende meubels vastgeschroefd worden. Deze maatregel is absoluut noodzakelijk opdat de kiepveiligheid volgens VDE-voorschrift gegarandeerd is.

42Vrijstaande apparaten 1 Wanneer de afwasautomaat direct naast een fornuis wordt geplaatst, moet tussen het fornuis en de afwasautomaat een warmte-isolerende, onbrandbare plaat (aan de zijde van het fornuis bekleed met alumini-umfolie) vlak tegen de bovenzijde van het werkblad (diepte 57,5 cm) worden aangebracht. Bij inbouw van het apparaat onder een keukenwerkblad kan het origi-nele bovenblad van de afwasauto-maat op de volgende manier worden verwijderd: 1.Draai de schroeven uit de hoekstuk-ken aan de achterzijde (1). 2.Schuif het bovenblad van het appa-raat ca. 1 cm naar achteren (2). 3.Bovenblad aan de voorzijde omhoog tillen (3) en verwijderen. 1 Wanneer de afwasautomaat later weer als vrijstaand apparaat wordt gebruikt, moet het originele bovenblad weer worden gemonteerd. 3 De sokkel van vrijstaande apparaten is niet verstelbaar.

43Aansluiten van de afwasautomaatWateraansluiting • De afwasautomaat kan zowel aan koud water als aan warm water tot max. 60 °C aangesloten worden. • De afwasautomaat mag niet aan open warmwaterapparatuur of een geiser worden aangesloten.Toegestane waterdrukToevoerslang aansluiten 1 De toevoerslang mag bij het aansluiten niet geknikt, platgedrukt of in-eengestrengeld zijn.De toevoerslang met de slangkoppeling (ISO 228-1:2000) aan een kraan met buitenschroefdraad (¾ inch) aansluiten. De toevoerslang is of van een kunststof of van een metalen aansluitmoer voorzien: – De aansluitmoer van de slangkoppeling alleen met de hand aan-draaien.Vervolgens visueel op lekken controleren (controleren of de kraan niet druppelt).

3 Opdat de beschikbaarheid van water in de keuken niet wordt beperkt adviseren wij om een extra kraan te installeren.Als u een langere toevoerslang dan de meegeleverde slang nodig hebt, dan de volgende, bij de vakhandel verkrijgbare VDE-goedgekeurde, complete slangsets gebruiken: – Slangset “WRflex 100“ (E-Nr.: 911 239 034) – Slangset “WRflex 200“ (E-Nr.: 911 239 035) Laagste toegestane waterdruk:1 bar (=10 N/cm2 =100 kPa)Bij een waterdruk van minder dan 1 bar verzoeken wij u contact met uw installa-teur op te nemen.Hoogste toegestane waterdruk:10 bar (=100 N/cm2 =1 MPa)Bij een waterdruk die hoger is dan 10 bar dient een drukverlagingsklep voorgescha-keld te worden (verkrijgbaar bij uw vak-handel).

44WaterafvoerAfvoerslang 1 De afvoerslang mag niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld zijn.Aansluiting van de afvoerslang: – maximaal toegestane hoogte: 1 meter. – minimaal vereiste hoogte: 40 cm boven de onderzijde van het ap-paraat.Verlengslangen • Verlengslangen zijn via de vakhan-del of onze klantenservice te ver-krijgen. De binnendiameter van de verlengslang moet 19 mm zijn, op-dat de functie van het apparaat niet wordt verstoord. • Verlengslangen mogen maximaal over een lengte van 3 meter hori-zontaal worden gelegd en de maxi-maal toegestane hoogte voor de aansluiting van de afvoerslang be-draagt dan 85 cm.Sifonaansluiting • De tuit van de afvoerslang (ø 19 mm) past op alle gangbare sifonty-pes. De buitendiameter van de sifonaansluiting moet ten minste 15 mm zijn.

• De afvoerslang moet met de bijgeleverde slangklem aan de sifonaan-sluiting worden bevestigd.Waterafvoer bij een hoog ingebouwde afwasautomaatWanneer bij een hoog ingebouwde afwasautomaat de aansluiting van de afvoerslang zich minder dan 30 cm boven de onderzijde van het ap-paraat bevindt, moet de montageset ET 111099520 door de klantenser-vice worden gemonteerd.

45Waterafvoer in gootsteen (alleen mogelijk bij vrijstaande appara-ten)Wanneer u de afvoerslang in een gootsteen wilt hangen, dient u hier-voor een slanghouder te gebruiken. Deze slanghouder is verkrijgbaar bij de service-afdeling onder onderdeelnummer ET 646 069 190. 1.Zet de slanghouder op de afvoerslang. 2.De afvoerslang beveiligen, zodat deze niet van de gootsteenrand kan glijden.Een koord door de opening van de slanghouder trekken en aan de wand of aan de waterkraan bevestigen.Beveiliging tegen wateroverlastTer voorkoming van waterschade is de afwasautomaat met een systeem ter beveiliging tegen wateroverlast uitgerust.In geval van storing onderbreekt het veiligheidsventiel in de toevoer-slang direct de watertoevoer en schakelt de afvoerpomp in. Daardoor kan het water niet uit- of overlopen.

Het restwater dat zich in het ap-paraat bevindt wordt automatisch weggepompt.Elektrische aansluitingGegevens over netspanning, stroomsoort en vereiste zekering zijn op het typeplaatje aangegeven. Het typeplaatje is aan de rechterbinnen-kant van de deur van de afwasautomaat aangebracht.Om de afwasautomaat van het net te scheiden dient de stekker uit het stopcontact getrokken te worden.Let op: – De stekker moet na het installeren van het apparaat toegankelijk blij-ven. – Na de inbouw mogen spanningvoerende delen en bedrijfsgeïsoleerde bedradingen met de controlevinger volgens DIN EN 60335-1 niet aanraakbaar zijn.

46AansluittechniekDe toevoer- en afvoerslangen evenals het aansluitsnoer moeten rechts en/of links van de afwasautomaat aangesloten worden omdat daar aan de achterkant van het apparaat geen plaats voor is.2 steunen 45° of recht,buiten ø 19 mm, lengte 30 mm Dubbel ventiel Water-afvoerWater-toevoerWater-toevoer Aansluitsnoer Water-afvoer Elektrische aansluiting Aansluitsnoer

47GarantievoorwaardenNederlandOnze producten worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geproduceerd. Desondanks kan het voorkomen dat er een defect optreedt. Onze servicedienst zal dit op verzoek herstellen, zowel binnen als buiten de garantietermijn. De levensduur van het product wordt daardoor niet negatief beïnvloed. Onderstaande garantievoorwaarden zijn gestoeld op de EU Richtlijn 99/44/EG en het Burgerlijk Wetboek. De daaruit voortvloeiende rechten blijven onverlet. Ook de garantieverplichtingen van de verkoper naar de eindgebruiker blijven onaangetast. Voor dit product verlenen wij garantie volgens onderstaande voorwaarden: 1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de voorwaarden 2 tot en met 15 gebreken aan het product die zich openbaren binnen 24 maanden vanaf de datum van levering aan de eindgebrui-ker.

In geval van professioneel of daarmee gelijk te stellen gebruik is de garantie beperkt tot 12 maanden. Voor tweedehands producten geldt eveneens een termijn van 12 maanden. 2. De garantieprestatie houdt in dat het product kosteloos wordt teruggebracht in de toestand die het had voor het defect optrad. Gebrekkige onderdelen worden hersteld of vervangen. Kosteloos vervangen onderdelen worden ons eigendom. 3. Het gebrek moet terstond gemeld worden om mogelijke verdere schade te voorkomen. De garan-tieaanspraak vervalt indien het gebrek niet binnen twee maanden na vaststelling is gemeld. 4. Voor een beroep op garantie dient het aankoopbewijs met aankoop- en/of leveringsdatum te wor-den overlegd. Bij ontbreken daarvan dient ander overtuigend bewijs te worden overlegd. 5.

chemische en elektrochemische inwerking van water,b. abnormale milieuomstandigheden in het algemeen,c. voor het product oneigenlijke bedrijfsomstandigheden,d. contact met agressieve stoffen. 8. De garantie heeft geen betrekking op gebreken door transportschade die buiten onze verantwoor-delijkheid is ontstaan, niet-vakkundige installatie of montage, verkeerd gebruik, gebrekkig onder-houd, of het niet in acht nemen van de gebruiks- of montageaanwijzingen. 9. Het recht op garantie vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door herstelling of ingrepen door derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of wanneer het product voorzien werd van toebehoren of onderdelen die niet origineel zijn en daardoor een defect veroorzaken. 10. Producten die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden overhandigd aan of gezon-den naar onze servicedienst.

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AEG Electrolux Favorit 60860 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden