AEG Electrolux Favorit 40860 IA Handleiding

AEG Electrolux Vaatwasser Favorit 40860 IA

Bekijk gratis de handleiding van AEG Electrolux Favorit 40860 IA (44 pagina’s), behorend tot de categorie Vaatwasser. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 52 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over AEG Electrolux Favorit 40860 IA of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/44
FAVORIT 40860 i
Afwasautomaat
Informatie voor de gebruiker

Beoordeel deze handleiding

4.0/5 (6 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: AEG Electrolux
Categorie: Vaatwasser
Model: Favorit 40860 IA

Handleiding AEG Electrolux Favorit 40860 IA – volledige tekst

2Geachte klant, Lees deze informatie zorgvuldig door. Lees vooral de aanwijzingen m.b.t. de veiligheid op de eerste pagina’s van dit boekje! Bewaar het boekje goed, zodat u nog eens iets kunt nale-zen en geef het door aan een eventuele volgende eigenaar van het toe-stel. 1 Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden (Waar-schuwing!, Voorzichtig!, Attentie!) geven wij aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het functioneren van de machine. Let goed op deze aanwijzingen. 0 Dit symbool of genummerde aanwijzingen voeren u stap voor stap door de bediening van het toestel. 3 Bij dit symbool vindt u aanvullende informatie m.b.t. bediening en praktisch gebruik van het toestel. 2 Het klaverblad staat voor tips en aanwijzingen m.b.t. economisch en milieuvriendelijk gebruik van het toestel.

Mocht er een storing optreden, dan vindt u onder "Wat is er aan de hand, als..." aanwijzingen om kleine storingen zelf op te heffen. Mochten deze aanwijzingen niet voldoende zijn, neem dan contact op met onze service-afdeling. Bij technische problemen kunt u altijd contact opnemen met onze ser-vice-afdeling, zie hoofdstuk "Adres Klantenservice". Zie ook hoofdstuk "Klantenservice" op de achterzijde van dit boekje. 3 Uw afwasautomaat heeft het nieuwe spoelsysteem "IMPULSSPOELEN". Om een beter reinigingsresultaat te bereiken, worden bij dit spoel-systeem tijdens een programma het motortoerental en de sproeidruk gevarieerd. Daarom varieert ook het geluidsniveau van het lopende programma. Gedrukt op milieuvriendelijk geproduceerd papier.Wie milieubewust denkt, handelt ook zo ...

Inhoud3INHOUD Gebruiksaanwijzing. 5Aanwijzingen m. b. t. de veiligheid. 5Afvalverwerking. 7Economisch en milieubewust afwassen. 8Frontaanzicht apparaat en bedieningspaneel. 9Bedieningspaneel. 10Vóór het in gebruik nemen. 10Waterontharder instellen. 11Speciaal zout voor de waterontharder doseren. 12Glansmiddel doseren. 13Glansmiddeldosering instellen. 14In het dagelijks gebruik. 15Bestek en servies in de machine zetten. 15Bestek rangschikken. 16Pannen, schalen en grote borden in de machine zetten. 17Kopjes, schoteltjes en glaswerk in de machine zetten. 18Bovenste korf in hoogte verstellen. 19Reinigingsmiddel doseren. 21BIO-programma’s en compacte reinigingsmiddelen. 22Programma kiezen (programmatabel). 23Afwasprogramma starten. 24Programma wijzigen/onderbreken/afbreken. 24Starttijd instellen of wijzigen. 25Beladingsherkenning – sensorlogic. 26Afwasautomaat uitschakelen.

26Machine leeghalen. 26Onderhoud en reiniging. 26Schoonmaken van de zeven. 27Wat is er aan de hand, als. 28. foutcodes worden aangegeven. 28. er problemen zijn bij het gebruik van de afwasautomaat. 29. het afwasresultaat niet bevredigend is. 29Technische gegevens. 30Aanwijzingen voor testinstituten. 31.

Gebruiksaanwijzing5GEBRUIKSAANWIJZING 1 Aanwijzingen m.b.t. de veiligheid De veiligheid van elektrische toestellen van AEG voldoet aan de Euro-pese en Nederlandse normen. Toch zien wij ons als fabrikant genood-zaakt, u en uw eventuele medegebruikers op het volgende te wijzen: Opstelling, aansluiting, in gebruik nemen • De afwasautomaat mag alleen rechtop vervoerd worden. • Controleer de afwasautomaat op transportschade. Een beschadigd toestel in geen geval aansluiten. Wend u in geval van schade tot de leverancier. • Controleer vóór het in gebruik nemen of de op het typeplaatje aan-gegeven netspanning en stroomsoort overeenkomen met netspan-ning en stroomsoort op de plaats van opstelling. Op het typeplaatje vindt u ook de vereiste zekering. • Hoe de afwasautomaat moet worden opgesteld en aangesloten, leest u in het hoofdstuk "Installatie".

Meerwegstekkers, koppelingen en verlengsnoeren mogen niet gebruikt worden. Brandgevaar door over-verhitting.Veiligheid van kinderen • Kinderen zien de gevaren niet die ontstaan door ondeskundige omgang met elektrische toestellen. Zorg daarom voor het nodige toe-zicht en laat kinderen niet met de machine spelen – ze zouden zich-zelf of andere kinderen in de machine kunnen opsluiten (verstikkingsgevaar!). • Houd de verpakking uit de buurt van kinderen; vooral folie en styro-por kunnen gevaren opleveren. Verstikkingsgevaar! • Reinigingsmiddelen kunnen verwondingen aan ogen, mond en keel-holte veroorzaken en zelfs tot verstikking leiden! Let op de aanwijzin-gen op de verpakking van reinigingsmiddelen. • Het water in de afwasautomaat is geen drinkwater. Als zich nog res-ten van reinigingsmiddel in de machine bevinden, bestaat verwon-dingsgevaar!

Gebruiksaanwijzing6Algemene veiligheid • Reparaties aan elektrische toestellen mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Onvakkundige reparaties kunnen tot aanzienlijke risico’s voor de gebruiker leiden. Wend u daarom altijd tot onze ser-vice-afdeling. Alleen originele AEG-onderdelen voldoen aan alle eisen. • De afwasautomaat nooit in gebruik nemen, als aansluitsnoer of toe- of afvoerslang beschadigd zijn of als bedieningspaneel, bovenblad of sokkel zo beschadigd zijn, dat de binnenkant van het toestel toegan-kelijk is. • Als het aansluitsnoer beschadigd of te kort is, moet dit door onze ser-vice-afdeling vervangen worden. • Stekker nooit aan het snoer uit het stopcontact trekken, maar aan de stekker. • Constructieve wijzigingen of veranderingen aan het toestel zijn uit veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.

• Let erop dat de machinedeur, behalve bij vullen en leeghalen, altijd dicht is. Zo voorkomt u dat iemand over de open deur struikelt en zich bezeert. • Scherpe messen en ander scherp bestek in de bovenste korf leggen of met de scherpe kant naar beneden in de bestekkorf zetten. Gebruik volgens de voorschriften • Gebruik de afwasautomaat alleen om huishoudservies af te wassen. Als de machine voor verkeerde doeleinden wordt gebruikt of foutief wordt bediend, wordt eventuele schade niet door de garantiebepalin-gen gedekt. • Controleer vóór het gebruik van speciaal zout, reinigingsmiddel en glansmiddel, of volgens de fabrikant van deze producten gebruik ervan in huishoud-afwasautomaten toegestaan is. • Geen oplosmiddelen in de afwasautomaat doen. Explosiegevaar. • De beveiliging tegen wateroverlast is een betrouwbaar systeem.

Aan de volgende voorwaarden moet echter voldaan worden: – Ook als het toestel uitgeschakeld is moet het aan het net aangeslo-ten zijn. – De afwasautomaat moet volgens de voorschriften geïnstalleerd zijn. – Waterkraan altijd dichtdraaien als de afwasautomaat langere tijd niet gebruikt wordt, bijv.

Gebruiksaanwijzing7• Ga niet op de open deur staan of zitten, de machine zou dan kunnen kantelen. • In geval van storing eerst de waterkraan dichtdraaien, dan de machine uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken. Bij vaste aansluiting: zekering in de huisinstallatie uitschakelen. 2 Afvalverwerking fvalverwerking VerpakkingsmateriaalAlle gebruikte verpakkingsmaterialen van de afwasautomaat zijn niet milieu-onvriendelijk en kunnen hergebruikt worden. • De kunststof delen zijn voorzien van een internationaal gebruikte codering: – >PEPSPOM

Gebruiksaanwijzing82 Economisch en milieubewust afwassen • Sluit de afwasautomaat alleen aan warm water aan, als u een hier-voor geschikte warmwaterinstallatie hebt. • Stel de waterontharder correct in. • Spoel het servies niet onder stromend water af. • Als u met geringe belading afwast, berekent de beladingsherkenning de benodigde hoeveelheid water en wordt de programmaduur ver-kort. Het meest economisch wast u altijd af met volle belading. • Kies een programma aan de hand van soort servies en mate van ver-ontreiniging. • Doseer niet meer reinigingsmiddel, speciaal zout en glansmiddel dan door de fabrikant van deze middelen en in deze gebruiksaanwijzing wordt aangegeven.

Gebruiksaanwijzing10Bedieningspaneel Het bedieningsveld bestaat uit de AAN/UIT-schakelaar M en de pro-grammatoetsen met LED-indicaties. Ontharder- en functietoets: behalve het betreffende afwaspro-gramma kan door de combinatie van deze toetsen de waterontharder van de afwasmachine ingesteld worden.Het multidisplay kan aangeven, – op welke hardheidsstand de waterontharder is ingesteld. – welke starttijd is ingesteld. – hoe lang een programma waarschijnlijk nog duurt. – om welke storing het gaat. De controle-indicaties hebben de volgende betekenis: Vóór het in gebruik nemen Voordat u de afwasautomaat in gebruik neemt, moeten alle klemmen waarmee de korven voor het transport zijn vastgezet verwijderd wor-den.Daarna gaat u als volgt te werk: 1. Waterontharder instellen 2. Speciaal zout voor de waterontharder doseren 3.

Gebruiksaanwijzing11Waterontharder instellen Om kalkafzetting op het servies en in de afwasautomaat te vermijden, moet het servies met zacht, d.w.z. kalkarm water worden afgewassen. Daarom heeft de afwasautomaat een waterontharder, waarin leiding-water vanaf een hardheid van 4°d met behulp van speciaal zout ont-hard wordt. 3 Informatie over de waterhardheid in uw woonplaats kunt u opvragen bij het waterleidingbedrijf. 0 Waterontharder volgens de tabel instellen op de stand, die overeen-komt met de waterhardheid in uw woonplaats. De waterontharder kan op 10 standen worden ingesteld. 0 1. Afwasmachine moet uitgeschakeld zijn.2. Functietoets en onthardingstoets tegelijkertijd indrukken en ingedrukt houden. 3. Naast AAN/UIT-schakelaar indrukken. De LED-lampjes van de functietoets en onthardingstoets knipperen. 4.

Gebruiksaanwijzing125. Elke keer dat u de onthardertoets indrukt, gaat de hardheidsstand 1 stap omhoog.(Uitzondering: na hardheidsstand 9 komt hardheidsstand 0). 6. Als de hardheidsstand correct is ingesteld, AAN/UIT-schakelaar indruk-ken. De hardheidsstand is dan opgeslagen. Speciaal zout voor de waterontharder doseren 1 Gebruik alleen speciaal zout voor afwasautomaten. Doseer nooit andere zoutsoorten (bijv. kookzout) of reinigingsmiddel in het zoutre-servoir. Dat zou de waterontharder onbruikbaar maken. Controleer voordat u zout gaat doseren of u ook werkelijk het pak spe-ciaal zout in de hand hebt. Doseer speciaal zout: – Voordat u de machine in gebruik neemt. – Als op het bedieningspaneel de controle-indicatie zout J brandt. 3 Als de waterhardheid in uw woonplaats onder 4°d ligt, hoeft u geen speciaal zout te doseren. 0 1. Deur openen, onderste korf uit de machine nemen. 2.

Dop van het zoutreservoir linksom losdraaien. 3. Alleen de eerste keer dat u de machine in gebruik neemt:zoutreservoir met water vullen. 4. Meegeleverde trechter op de opening van het zoutreservoir zetten.Speciaal zout via de trechter in het zoutreservoir gieten. Inhoud afhan-kelijk van de korrelgrootte 1,0-1,5 kg. Doe niet te veel speciaal zout in het reservoir. 3 Het bij het vullen verplaatste water loopt uit het zoutreservoir naar de bodem van de kuip. Dit kan geen kwaad, omdat het water bij de start van het volgende programma weggepompt wordt. 5. Zoutresten van de opening van het zoutreservoir wegvegen. SALESALTSALZSEL

Gebruiksaanwijzing136. Dop rechtsom zo ver mogelijk vastdraaien, omdat er anders zout in het spoelwater terechtkomt. Glaswerk kan daardoor dof worden. Daarom na het doseren van zout een programma laten lopen. Daardoor worden overgelopen zout water en zoutkorreltjes weggespoeld.3 Afhankelijk van de korrelgrootte van het zout kan het enkele uren duren, voordat het zout in het water is opgelost en de controle-indica-tie zout J weer uitgaat. De instelling van de waterontharder en daar-mee het zoutverbruik zijn afhankelijk van de plaatselijke waterhardheid. Glansmiddel doseren Dankzij het glansmiddel krijgt u glanzend servies zonder vlekken en heldere glazen. 1 Gebruik alleen speciaal glansmiddel voor huishoud-afwasmachines. Nooit andere middelen (bijv. azijnessence) of reinigingsmiddel in het glansmiddelreservoir doseren. Dat kan de machine beschadigen.

Glansmiddel doseren: – Voordat u de machine in gebruik neemt. – Als op het bedieningspaneel de controle-indicatie glansmiddel H gaat branden. Het reservoir voor glansmiddel bevindt zich aan de binnenzijde van de machinedeur.0 1. Deur openen.2. Met uw vinger de ontgrendelings-knop van het voorraadreservoir indrukken.3. Deksel van het voorraadreservoir helemaal openklappen.

Gebruiksaanwijzing144. Glansmiddel precies tot aan de stip-pellijn “max” doseren; dat komt over-een met ca. 140 ml.5. Deksel terugklappen en dichtdrukken, tot het dichtklikt.6. Eventueel gemorst glansmiddel met een doekje wegvegen. Anders wordt tijdens het afwassen te veel schuim gevormd.Glansmiddeldosering instellen3 Bij het afwassen wordt uit het voorraadreservoir glansmiddel in het spoelwater gespoeld. De dosering kunt u van 1-6 instellen. In de fabriek is de dosering op “4” ingesteld. Dosering alleen veranderen als op gla-zen en servies vegen, melkachtige vlekken of opgedroogde waterdrup-pels te zien zijn.(zie onder “Wat is er aan de hand als ...”). 0 1. Machinedeur openen.2. Met uw vinger de ontgrendelings-knop van het voorraadreservoir indrukken.3. Deksel van het voorraadreservoir helemaal openklappen.4. Dosering instellen.5.

Gebruiksaanwijzing15In het dagelijks gebruik • Moet speciaal zout of glansmiddel worden bijgevuld? • Bestek en servies in de machine zetten • Reinigingsmiddel doseren • Geschikt programma kiezen • Afwasprogramma starten Bestek en servies in de machine zetten 1 Sponzen, vaatdoekjes en alle voorwerpen die zich met water kunnen volzuigen, mogen niet in de afwasautomaat gereinigd worden . • Voordat u het servies in de machine zet, moet u: – grove etensresten verwijderen. – pannen met ingebrande etensresten weken. • Let bij het in de machine zetten van servies en bestek op het vol-gende: – servies en bestek mogen de sproeiarmen niet blokkeren. – hol serviesgoed zoals kopjes, glazen, pannen enz.

met de opening naar beneden neerzetten, zodat zich in de openingen geen water kan verzamelen – servies en bestek mogen niet in elkaar liggen of elkaar afdekken Voor machinaal afwassen is het volgende bestek/servies niet geschikt: beperkt geschikt: • bestek met heften van hout, hoorn,porselein of parelmoer • niet hittebestendige kunststof • ouder bestek met temperatuurge-voelige lijm • gelijmd servies of bestek • tin en koper • kristal • metaal dat kan roesten • houten planken • kunstnijverheidsartikelen • Aardewerk alleen in de machine afwassen, als het van de aanduiding "geschikt voor de afwasautomaat" voorzien is. • Versieringen die op het glazuur zijn aange-bracht kunnen door zeer vaak machinaal afwassen verbleken. • Zilver en aluminium kunnen bij machinaal afwassen verkleuren. Etensresten als eiwit, eigeel en mosterd veroorzaken vaak ver-kleuringen of vlekken op zilver.

Zilver daarom altijd goed schoon spoelen, als het niet direct na gebruik wordt afgewassen. • Sommige glassoorten kunnen na vele malen machinaal afwassen dof worden.

Gebruiksaanwijzing16– om beschadiging te voorkomen mogen glazen elkaar niet raken – kleine voorwerpen (bijv. deksels) in de bestekkorf leggen Bestek rangschikken 1 Lange, scherpe bestekdelen die in de bestekkorf staan, kunnen vooral voor kinderen gevaarlijk zijn (zie Aanwij-zingen m.b.t. de veiligheid). Om ervoor te zorgen dat het water alle bestekdelen bereikt, moet u 1. het roostertje op de bestekkorf zetten 2. korte messen, vorken en lepels met het heft naar beneden in het rooster-tje van de bestekkorf zetten. Om de bestekkorf makkelijk te kunnen leeghalen, kunt u bij sommige modellen de bestekkorf openklappen. Als u het roostertje gebruikt, kan de bestekkorf niet opengeklapt worden. 1 Om ervoor te zorgen dat de bestek-korf bij het uit de machine nemen niet kan openklappen, moet u hem bij de tweedelige greep pakken. 0 1. Bestekkorf op tafel of aanrechtblad zetten. 2.

Gebruiksaanwijzing18Kopjes, schoteltjes en glas-werk in de machine zetten Klein, teer serviesgoed en lange, scherpe bestekdelen in de bovenste korf plaatsen. • Servies op en onder de uitklapbare kopjesrekken versprongen neerzet-ten, zodat het water overal goed kan komen. • U kunt de kopjesrekken omhoog-klappen om hoog servies neer te zetten. • Wijn-, champagne- en cognacgla-zen kunt u in de uitsparingen van de kopjesrekken zetten resp. han-gen. • Glazen, bekers enz. kunnen ook op de twee rijen spijltjes links in de bovenste korf worden gezet.

Gebruiksaanwijzing19Bovenste korf in hoogte verstellen 3 De hoogte kan ook versteld worden als de korven gevuld zijn.Afhankelijk van het model is het apparaat met bovenkorf "variant 1" of "variant 2" uitgerust:Lager plaatsen van de bovenste korf: Variant 10 1. Bovenste korf helemaal naar buiten trekken. 2. Bovenste korf achter optillen en laten zakken.Hoger plaatsen van de bovenste korf: 0 1. Bovenste korf helemaal naar buiten trekken.2. Bovenste korf rechts achter optillen, licht naar voren trekken en in de bovenste stand laten vastklikken.Maximale hoogte van het servies in debovenste korf onderste korf als de bovenste korf op de hoogste stand staat 22 cm 31 cm als de bovenste korf op de laagste stand staat 24 cm 29 cm

Gebruiksaanwijzing21Reinigingsmiddel doseren1 Gebruik alleen reinigingsmiddelen voor afwasautomaten.Doseer reinigingsmiddel:– Vóór het begin van een programma (niet bij het programma voor-spoelen). Reinigingsmiddel wordt tijdens het programma automatisch ingespoeld.2 Let op de aanwijzingen m.b.t. doseren en bewaren op de verpakking van het reinigingsmiddel.Het reservoir voor reinigingsmiddel bevindt zich aan de binnenzijde van de deur.0 1. Als het deksel gesloten is: ontgrende-lingsknop (1) indrukken.Het deksel springt open.2. Reinigingsmiddel in het reservoir voor reinigingsmiddel doen. Als doseerhulpje dienen de markerings-lijnen:“20” komt overeen met ca. 20 ml reinigingsmiddel,“30” komt overeen met ca. 30 ml reinigingsmiddel.3. Deksel terugklappen en dichtdrukken, tot het dichtklikt.3 Bij zeer sterk verontreinigd servies bovendien reinigingsmiddel in het extra vakje (2) doseren.

Gebruiksaanwijzing22BIO-programma’s en compacte reinigingsmiddelen Reinigingsmiddelen voor afwasmachines kunnen aan de hand van hun chemische samenstelling in twee types verdeeld worden: – traditionele, alkalische reinigingsmiddelen met bijtende bestanddelen – laag-alkalische compacte reinigingsmiddelen met natuurlijke enzy-men. 2 BIO-programma’s in combinatie met compacte reinigingsmiddelen ont-zien het milieu en uw servies, want BIO-programma’s zijn speciaal afgestemd op de vuil oplossende eigenschappen van de enzymen in compacte reinigingsmiddelen. Daarom bereiken BIO-programma’s in combinatie met compacte reinigingsmiddelen al bij 50°C dezelfde rei-nigingsresultaten die anders alleen met 65°C-programma’s bereikt worden.Bij BIO-programma’s wordt het water korte tijd over 50°C verhit, opdat de actieve zuurstof kan werken.

Gebruiksaanwijzing23Programma kiezen (programmatabel) Kies aan de hand van deze tabel het geschikte programma: 1) Bij BIO-programma’s wordt het water korte tijd over 50°C verhit, opdat de actieve zuurstof kan werken. 2) De verschillende programma-onderdelen klinken niet allemaal hetzelfde, omdat bij sommige onder-delen voor een beter reinigingsresultaat korte tijd krachtiger wordt afgewassen. 3) De verbruikswaarden zijn onder normomstandigheden bepaald. Ze zijn afhankelijk van de belading van de servieskorven. Afwijkingen zijn daarom in de praktijk mogelijk. 4) Testprogramma voor testinstituten.

Gebruiksaanwijzing24Afwasprogramma starten 0 1. Controleer of servies en bestek zodanig zijn opgesteld, dat de sproeiar-men vrij kunnen draaien. 2. Waterkraan geheel opendraaien. 3. Deur sluiten. 4. Toets AAN/UIT indrukken. De indicatie gaat branden. 5. Programmatoets van het gewenste programma indrukken (zie "Pro-grammatabel"). De programma-indicatie gaat branden. Na ongeveer 6 seconden begint het gekozen programma. In het multidisplay wordt de berekende resterende looptijd van het programma (afhankelijk van de belading van de korven) aangegeven. Bij automatische programma-aanpassing kan door de sturing van de afwasautomaat (hoeveelheid servies, verontreinigingsgraad enz.) deze telling van de resterende looptijd eventueel worden stilgezet of gecor-rigeerd.3 Als na de programmastart in het multidisplay foutcodes worden aange-geven, moet u hoofdstuk "Wat is er aan de hand, als..." lezen.

Programma wijzigen/onderbreken/afbreken 3 Wijzig of onderbreek een lopend programma alleen, als dat beslist noodzakelijk is. Na het weer sluiten van de machinedeur wordt de bin-nengestroomde lucht sterk verhit en verspreid. Daardoor kan water in de kuip terechtkomen en kan eventueel de beveiliging tegen water-overlast in werking treden. Programma wijzigen 3 Als u binnen 6 seconden na kiezen van het programma het programma wilt wijzigen, drukt u even de toets van het gewenste programma in. Als u op een later tijdstip het programma wilt wijzigen, gaat u als volgt te werk: 0 1. Toets van het nieuwe programma indrukken en ingedrukt houden. Nu knipperen de indicaties van beide programma’s. 2. Na enkele seconden knippert alleen nog de indicatie van het nieuwe programma. Programmatoets loslaten, het nieuwe programma begint.

Gebruiksaanwijzing25Programma onderbreken door de machinedeur te openen 1 Bij het openen van de deur kan hete stoom naar buiten komen. Ver-brandingsgevaar! Deur voorzichtig openen. 0 1. Machinedeur openen. Het programma stopt. 2. De indicatie van het lopende programma gaat uit. 3. Deur sluiten. Het programma loopt verder. Programma afbreken 0 1. Toets van het lopende programma indrukken en ingedrukt houden. De programma-indicatie van het lopende programma knippert enkele seconden en gaat dan uit. 2. Programmatoets loslaten, het programma is afgebroken. 3 Door uitschakelen van de afwasautomaat wordt een gekozen pro-gramma alleen onderbroken, niet afgebroken. Als u de machine weer inschakelt, wordt het programma voortgezet. Starttijd instellen of wijzigen U kunt max. 19 uur van te voren programmeren, wanneer het pro-gramma moet starten. Starttijd instellen: 0 1. Toets AAN/UIT indrukken. 2.

Toets starttijd b zo vaak indrukken, tot het multidisplay het aantal uren (knipperend) tot de gewenste start aangeeft. 3. Toets voor het gewenste programma indrukken. Het multidisplay geeft nu constant het aantal uren tot de start aan. Deze tijd is nu ook opge-slagen.4. Na afloop van de ingestelde tijd start het programma automatisch.Starttijd wijzigen: Zolang het programma nog niet begonnen is, kunt u door indrukken van toets starttijd b de ingestelde starttijd nog wijzigen.

Gebruiksaanwijzing26Beladingsherkenning – sensorlogic Als u een programma start, terwijl er in de bovenste en/of onderste korf maar weinig servies staat, past een intelligente elektronica de hoeveel-heid water en de duur van het programma aan de hoeveelheid servies aan. Daardoor kunt u ook weinig servies snel en economisch afwassen. Bij halve belading (6 standaardcouverts) bespaart u zo’n 2 liter water en 0,2 kWh stroom. Afwasautomaat uitschakelen Machine pas uitschakelen als het multidisplay "0" als resterende loop-tijd van het programma aangeeft. 0 1. Toets AAN/UIT indrukken. De indicatie van de toets gaat uit. 1 Bij het openen van de deur, direct na beëindiging van het programma, kan hete stoom naar buiten komen. Daarom: 2. Deur voorzichtig openen. Machine leeghalen 3 • Heet servies is zeer gevoelig. Daarom vóór het leeghalen laten afkoe-len.

• Laat na beëindiging van het programma het servies nog ca. 15 minuten in de machine staan. Het droogt dan beter. • Eerst de onderste korf leeghalen, dan de bovenste korf. Zo voorkomt u dat restwater van de bovenste korf op het servies in de onderste korf druppelt en watervlekken achterlaat. Onderhoud en reiniging 1 In geen geval onderhoudsmiddelen voor meubels of agressieve reini-gingsmiddelen gebruiken. • Bedieningselementen van de afwasautomaat alleen met een zachte doek en schoon warm water schoonmaken. • De sproeiarmen hoeven niet gereinigd te worden. • Kuip, deurafdichting en watertoevoer regelmatig controleren en eventueel schoonmaken.

Gebruiksaanwijzing27Schoonmaken van de zeven 3 De zeven in de kuipbodem zijn in hoge mate zelfreinigend. Toch moet u de zeven af en toe con-troleren en eventueel schoonmaken. Verontreinigde zeven hebben een nadelige invloed op het afwasresul-taat. 0 1. Deur openen, onderste korf uit de machine nemen. 2. Het zeefsysteem van de afwasauto-maat bestaat uit een grove/fijne zeef, microfilter en vlakke zeef. M.b.v. de greep van het microfilter het zeefsys-teem ontgrendelen en uit de machine nemen. 3. Greep ongeveer een kwart slag linksom draaien en uitnemen. 4. Grove/fijne zeef (1) aan het oogje pakken en uit het microfilter (2) trek-ken. 5. Alle zeven onder stromend water grondig schoonmaken. 6. Vlakke zeef (3) uit de kuipbodem nemen en aan beide kanten grondig schoonmaken. 7. Vlakke zeef weer in de kuipbodem zetten. 8. Grove/fijne zeef in het microfilter zetten en in elkaar drukken. 9.

Gebruiksaanwijzing28Wat is er aan de hand, als... Aan de hand van onderstaande aanwijzingen kunt u kleine storingen aan het toestel zelf opheffen. Als u toch voor één van de hier vermelde storingen of vanwege foutieve bediening onze service-afdeling inscha-kelt, wordt dit bezoek ook tijdens de garantietermijn niet door onze garantiebepalingen gedekt. ...foutcodes worden aangegeven. • Knippert de programma-indicatie van het gekozen programma en geeft het multidisplay de foutcode (1 of (2 aan, dan kunt u de sto-ring eventueel zelf opheffen.Na opheffen van de storing de toets van het begonnen programma indrukken. Het programma loopt verder. Als de foutcode opnieuw wordt aangegeven, moet u contact opnemen met onze service-afde-ling. • Bij alle andere aangegeven foutcodes: contact opnemen met onze service-afdeling en opgeven om welke foutcode het gaat.

Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Multidisplay geeft de foutcode (1 aan. Programma-indicatie van het gekozen pro-gramma knippert:er wordt geen water toegevoerd. Waterkraan is verstopt of verkalkt. Waterkraan schoonmaken.Zeef (indien aanwezig) in de slangkoppeling aan de waterkraan is ver-stopt.Zeef in de slangkoppeling schoonmaken. Watertoevoerslang ligt niet goed. Slang controleren en evt. goed leggen. Multidisplay geeft de foutcode (2 aan. Programma-indicatie van het gekozen pro-gramma knippert. De sifon is verstopt. Sifon schoonmaken. Waterafvoerslang ligt niet goed. Slang controleren en evt. goed leggen. Multidisplay geeft de foutcode (3 aan. De beveiliging tegen water-overlast is in werking getre-den. Waterkraan dichtdraaien en contact opnemen met onze service-afdeling.

Gebruiksaanwijzing29...er problemen zijn bij het gebruik van de afwasautomaat. ...het afwasresultaat niet bevredigend is. Het servies wordt niet schoon. – U hebt niet het juiste programma gekozen. – Het servies is zodanig neergezet, dat het water niet overal kon komen. De servieskorven mogen niet overbeladen zijn. – De zeven in de kuipbodem zijn niet schoon of verkeerd in de machine geplaatst. – U hebt geen goed reinigingsmiddel gebruikt of te weinig gedoseerd. – Bij kalkaanslag op het servies: het zoutreservoir is leeg of de water-onthardingsinstallatie is verkeerd ingesteld. – De afvoerslang ligt niet goed. Storing Mogelijke oorzaak Oplossing Het programma begint niet. De machinedeur is niet goed gesloten. Deur sluiten. De stekker zit niet in het stopcontact. Stekker in het stopcontact steken. Zekering in de huisinstallatie is niet in orde. Zekering vervangen.

Bij modellen met starttijd-keuze: U hebt een starttijd gekozen. Als servies direct moet wor-den afgewassen, bij appara-ten- met multidisplay de start-tijd op 0 uur instellen.- zonder multidisplay de starttijdkeuze wissen.In de kuip zijn roest-vlekken zichtbaar. De kuip is van roestvrij staal. Roestvlekken zijn een gevolg van vreemd roest (roestdeel-tjes uit de waterleiding, van pannen, bestek enz.). Verwij-der zulke vlekken met een speciaal reinigingsmiddel. Alleen geschikt bestek en servies afwassen. Deksel van het zoutreservoir stevig vastdraaien. Fluitend geluid bij het afwassen. Het fluiten kan geen kwaad. Ander merk reinigingsmid-del gebruiken.

Gebruiksaanwijzing30Het servies is niet droog en glanst niet. – U hebt geen goed glansmiddel gebruikt. – Het glansmiddelreservoir is leeg. Op glazen en servies zijn vegen, strepen, melkachtige vlekken of blauwachtige aanslag te zien. – Glansmiddeldosering lager instellen. Op glazen en servies zijn opgedroogde waterdruppels te zien. – Glansmiddeldosering hoger instellen. – Het reinigingsmiddel kan de oorzaak zijn. Neem contact op met de fabrikant van het reinigingsmiddel. Technische gegevens ; Dit toestel voldoet aan de volgende EU-richtlijnen: – 73/23/EEG van 19.02.1973 – laagspanningsrichtlijn – 89/336/EEG van 03.05.1989(incl.

Gebruiksaanwijzing31Aanwijzingen voor testinstitutenDe test volgens EN 60704 moet bij volle belading met het testpro-gramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd.De tests volgens EN 50242 moeten met vol zoutreservoir van de waterontharder, met vol voorraadreservoir voor glansmiddel en met het testprogramma (zie programmatabel) worden uitgevoerd. Beladingsvoorbeelden: bovenste korfonderste korf met bestekkorf bestekkorf Volle belading:12 standaardcouvertsincl. dienbestekHalve belading:6 standaardcouverts incl. dienbestek, elke tweede plek vrijlatenDosering reinigings-middel: 5 g + 25 g (type B) 20 g (type B)Glansmiddelinstelling: 4 (type III) 4 (type III)

Opstel- en aansluitaanwijzing32OPSTEL- EN AANSLUITAANWIJZINGL- EN AANSLUITAANWIJZINGOpstellen van de afwasautomaat• De afwasautomaat moet stabiel en waterpas op een vlakke vloer worden opgesteld.• Schroefvoeten met de schroefsleutel uitdraaien om oneffenheden in de vloer te compenseren en de hoogte van het apparaat aan andere meubelen aan te passen :– met een schroevendraaier• Bij onderbouw- en integreerbare en volledig integreerbare afwasau-tomaten moeten de voeten met een schroevendraaier vooraan aan het toestel afgesteld worden.• Afvoerslang, toevoerslang en aansluitsnoer moeten binnen desokkeluitsparing achter vrij beweeglijk liggen, opdat de slangen en het snoer niet geknikt of platgedrukt worden.• De afwasautomaat moet bovendien vast aan het doorlopende werk-blad of aan de meubelen ernaast geschroefd worden.

Opstel- en aansluitaanwijzing33Geïntegreerde afwasautomaten(zie meegeleverd montagesjabloon)3 De apparaatdeur kan worden voorzien van een decorplaat met de vol-gende afmetingen: breedte: 591 – 594 mmdikte: 16 – 24 mmhoogte: (variabel)afhankelijk van – nishoogte– sokkelhoogte– aanpassing aan keukenmeubelen naast de afwasautomaatDe precieze hoogtemaat moet op de plek van opstelling van de keukenmeubelen gemeten worden.gewicht: max. 8 kg

Opstel- en aansluitaanwijzing34Aansluiten van de afwasautomaatWateraansluiting De machine is uitgerust met veiligheidsvoorzieningen die verhinderen dat spoelwater in het drinkwaternet kan terugstromen en voldoen aan de betreffende watertechnische veiligheidsvoorschriften.• De afwasautomaat kan aan koud water en aan warm water tot max. 60 °C worden aangesloten.• De afwasautomaat mag niet aan open heetwatertoestellen en door-stroomtoestellen worden aangesloten.Toelaatbare waterdrukToevoerslang aansluiten1 De toevoerslang mag bij het aansluiten niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld zijn.0 Toevoerslang met de slangkoppeling (ISO 228-1:2000) aan een water-kraan met buitenschroefdraad (3/4") aansluiten.

De moer van de slang-koppeling alleen met de hand aandraaien.3 • Om de mogelijkheden om in de keuken water te tappen niet te beper-ken, adviseren wij u een extra waterkraan te installeren of aan de aanwezige kraan een aftakking te bouwen.• Als u een langere toevoerslang nodig hebt, moet u één van de vol-gende in de handel verkrijgbare VDE-goedgekeurde complete slang-sets gebruiken:– slangset “WRflex 100” (E-nr.: 911 239 034)– slangset “WRflex 200” (E-nr.: 911 239 035)Minimaal toelaatbare waterdruk:1 bar (=10 N/cm2 =100 kPa)Als de waterdruk lager dan 1 bar is, dient u uw installateur te raadplegen.Maximaal toelaatbare waterdruk:10 bar (=100 N/cm2 =1 MPa)Bij meer dan 10 bar waterdruk moet een reduceerventiel worden geïnstalleerd (verkrijgbaar bij de vakhandel)

Opstel- en aansluitaanwijzing35Waterafvoer Afvoerslang 1 De afvoerslang mag niet geknikt, platgedrukt of ineengestrengeld zijn. • Aansluiting van de afvoerslang: – maximaal toelaatbare hoogte: 1 meter. – minimaal vereiste hoogte 30 cm boven de onderkant van de machine. Verlengslangen • Verlengslangen zijn verkrijgbaar bij de vakhandel of onze service-afde-ling. De binnendiameter van de verlengslangen moet 19 mm bedra-gen, opdat het functioneren van de machine niet gestoord wordt. • Verlengslangen mogen maximaal 3 meter horizontaal liggen en de maximaal toelaatbare hoogte voor de aansluiting van de afvoerslang bedraagt dan 85 cm. Sifonaansluiting • De tuit van de afvoerslang (Ø 19 mm) past op alle gangbare types sifons. De buitendiameter van de sifonaansluiting moet minimaal 15 mm zijn. • De afvoerslang moet met de meegeleverde slangklem aan de sifon-aansluiting worden bevestigd.

Waterafvoer bij hoog ingebouwde afwasautomaatWanneer bij een hoog ingebouwde afwasautomaat de aansluiting van de afvoerslang zich minder dan 30 cm boven de onderkant van de machine bevindt, moet montageset ET 111099520 door de klantenser-vice worden gemonteerd.Waterafvoer in een gootsteen (alleen mogelijk bij vrijstaande toestellen) Als u de afvoerslang in een gootsteen wilt hangen, moet u een slang-houder gebruiken. Deze is te bestellen bij onze service-afdeling onder ET-nr. 646 069 190. 0 1. Slanghouder op de afvoerslang steken. 2. Zorg ervoor dat de afvoerslang niet van de gootsteenrand kan wegglijden.Als u een koord door het gat trekt, kunt u de houder aan de muur of aan de waterkraan bevestigen.

Opstel- en aansluitaanwijzing36Beveiliging tegen wateroverlast De afwasautomaat is uitgerust met het AQUA CONTROL SYSTEM, een beveiliging tegen wateroverlast. In geval van storing onderbreekt het veiligheidsventiel in de machine direct de watertoevoer en de afvoerpomp wordt ingeschakeld. Daar-door kan er geen water uit- of overlopen. Restwater dat zich nog in het toestel bevindt wordt automatisch weggepompt. 1 Het AQUA CONTROL SYSTEM functioneert ook, als het toestel uitge-schakeld is – het mag echter niet van het stroomnet gescheiden zijn. Elektrische aansluiting 1 Volgens de voorwaarden van de elektriciteitsbedrijven mag een vaste aansluiting aan het elektriciteitsnet alleen door een erkend elektro-installateur worden uitgevoerd.

Bij de aansluiting moet aan de algemeen en plaatselijk geldende voor-schriften van het elektriciteitsbedrijf strikt de hand worden gehouden.Na de inbouw mogen volgens EN 60335/DIN VDE 0700 spanning voe-rende onderdelen en geïsoleerde leidingen niet aanraakbaar zijn. Gegevens voor de elektrische aansluiting vindt u op het typeplaatje op de rechter binnenrand van de deur. Als het toestel omschakelbaar is uitgevoerd, dient u zich bovendien aan de aanwijzingen op het omschakelschema te houden dat zich in de snoeraansluitdoos bevindt. Controleer vóór het aansluiten, of de op het typeplaatje aangegeven netspanning en stroomsoort overeenkomen met netspanning en stroomsoort op de plaats van opstelling. Op het typeplaatje vindt u ook de vereiste zekering. Om de afwasautomaat van het net te scheiden, stekker uit het stopcon-tact trekken.

Attentie: de stekker moet na opstelling van het apparaat bereikbaar blijven.Is het toestel d.m.v. een vaste aansluiting met het net ver-bonden, dan moet het door maatregelen in de installatie met een inrichting die alle polen (N, L1) onderbreekt (bijv. aardlekschakelaar) met een contacto-pening van > 3 mm van het net worden gescheiden.

Opstel- en aansluitaanwijzing37Aansluittechniek Toevoer- en afvoerslang en aansluitsnoer moeten aan de zijkant van de machine worden aangesloten, omdat daarvoor achter het toestel geen plaats is. Het hier gegeven voorbeeld van water- en elektrische installatie is slechts een richtlijn, omdat de situatie ter plaatse van opstelling (aan-wezige aansluitingen, plaatselijke en algemeen geldende aansluitvoor-schriften) maatgevend is. 2 aansluitstukken 45° of recht,uitwendig Ø 19 mm, lengte 30 mm dubbele waterkraan waterafvoer watertoevoer water-afvoer water-toevoer aansluit-snoer aansluit-snoer elektrische aansluiting

Garantiebepalingen39GARANTIEBEPALINGENNederlandGarantievoorwaarden voor NederlandOnze producten worden met de grootst mogelijke zorgvuldigheid geproduceerd. Des-ondanks kan het voorkomen dat er een defect optreedt. Onze servicedienst zal dit op verzoek herstellen, zowel binnen als buiten de garantietermijn. De levensduur van het product wordt daardoor niet negatief beïnvloed. Onderstaande garantievoorwaarden zijn gestoeld op de EU Richtlijn 99/44/EG en het Burgerlijk Wetboek. De daaruit voortvloeiende rechten blijven onverlet. Ook de garantieverplichtingen van de verkoper naar de eindgebruiker blijven onaange-tast. Voor dit product verlenen wij garantie volgens onderstaande voorwaarden:1. Wij verhelpen kosteloos met inachtneming van de voorwaarden 2 tot en met 15 gebre-ken aan het product die zich openbaren binnen 24 maanden vanaf de datum van leve-ring aan de eindgebruiker.

In geval van professioneel of daarmee gelijk te stellen gebruik is de garantie beperkt tot 12 maanden. Voor tweedehands producten geldt eveneens een termijn van 12 maanden. 2. De garantieprestatie houdt in dat het product kosteloos wordt teruggebracht in de toe-stand die het had voor het defect optrad. Gebrekkige onderdelen worden hersteld of vervangen. Kosteloos vervangen onderdelen worden ons eigendom. 3. Het gebrek moet terstond gemeld worden om mogelijke verdere schade te voorkomen. De garantieaanspraak vervalt indien het gebrek niet binnen twee maanden na vaststel-ling is gemeld. 4. Voor een beroep op garantie dient het aankoopbewijs met aankoop- en/of leveringsda-tum te worden overlegd. Bij ontbreken daarvan dient ander overtuigend bewijs te wor-den overlegd. 5.

De garantie geldt evenmin voor schade veroorzaakt door:a. chemische en elektrochemische inwerking van water,b. abnormale milieuomstandigheden in het algemeen,c. voor het product oneigenlijke bedrijfsomstandigheden,d. contact met agressieve stoffen. 8. De garantie heeft geen betrekking op gebreken door transportschade die buiten onze verantwoordelijkheid is ontstaan, niet-vakkundige installatie of montage, verkeerd gebruik, gebrekkig onderhoud, of het niet in acht nemen van de gebruiks- of montage-aanwijzingen. 9. Het recht op garantie vervalt wanneer het defect werd veroorzaakt door herstelling of ingrepen door derden die niet bevoegd of niet deskundig zijn, of wanneer het product voorzien werd van toebehoren of onderdelen die niet origineel zijn en daardoor een defect veroorzaken. 10.

Producten die gemakkelijk kunnen worden vervoerd dienen te worden overhandigd aan of gezonden naar onze servicedienst. Herstelling ter plaatse kan slechts worden gevraagd voor grote of ingebouwde producten. 11. Indien het product zodanig is ingebouwd, ondergebouwd, opgehangen of geplaatst dat de benodigde tijd voor het in- en uitbouwen samen meer dan 30 minuten bedraagt, worden de hierdoor ontstane extra kosten aan de gebruiker in rekening gebracht. Schade die ontstaat door abnormale in- of uitbouw komt ten laste van de gebruiker.

Garantiebepalingen4012. Indien binnen de garantieperiode de herstelling van hetzelfde defect herhaaldelijk mis-lukt of de herstellingkosten disproportioneel zijn wordt in overleg met de gebruiker een gelijkwaardige vervanging geleverd. In geval van vervanging behouden we ons het recht voor om een vergoeding te rekenen naar rato van de verstreken gebruiksperiode.13. Herstelling onder garantie heef rantietermijn noch aanvang t geen verlenging van de gavan een nieuwe garantietermijn tot gevolg.14. Op herstellingen geven wij een garantie van 12 maanden, uitsluitend op hetzelfde gebrek.15. Verdere of andere aanspraken, in het bijzonder vergoeding van schade ontstaan buiten het product, zijn uitgesloten voor zover een aansprakelijkheid niet wettelijk is vastge-legd.16.

In geval van aansprakelijkheid zal een vergoeding de aankoopwaarde van het product niet overtreffen, tenzij wettelijk anders is bepaald.Deze garantievoorwaarden gelden voor in Nederland gekochte en/of in gebruik zijnde producten. Indien een product naar het buitenland wordt gebracht dient de gebruiker na te gaan of het product voldoet aan de technische voorwaarden ( o.a. spanning, fre-quentie, installatievoorschriften, gassoort, klimaatomstandigheden) in het betreffende land. Voor in het buitenland aangeschafte producten dient de gebruiker zich te verge-wissen van de bepalingen in Nederland. Noodzakelijke of gewenste aanpassingen vallen niet onder de garantie, en kunnen niet altijd worden aangebracht.Ook na afloop van de garantietermijn staat onze servicedienst u ter beschikking.Adres Servicedienst:Electrolux ServiceVennootsweg 12404 CG ALPHEN AAN DEN RIJNTEL: 0172-468300

De tekst gaat verder in het volledige PDF-bestand

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met AEG Electrolux Favorit 40860 IA stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden