ACV Kompakt HRE Eco Solo Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van ACV Kompakt HRE Eco Solo (56 pagina’s), behorend tot de categorie Boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 17 mensen en kreeg gemiddeld 4.0 sterren uit 2 reviews. Heb je een vraag over ACV Kompakt HRE Eco Solo of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | ACV |
| Categorie: | Boiler |
| Model: | Kompakt HRE Eco Solo |
Handleiding ACV Kompakt HRE Eco Solo – volledige tekst
ACV Verwarming BV kan derhalve niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade voortvloeiend uit de van de standaard uitvoering afwijkende specificaties van het product.
De beschikbare informatie is met alle mogelijke zorg samengesteld, maar ACV International kan niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele fouten in de informatie of voor de gevolgen daarvan. ACV International kan niet aansprakelijk gesteld worden voor schade voortvloeiend uit werkzaamheden die door derden zijn uitgevoerd. Wijzigingen voorbehouden.
ACV International 3 Deze handleiding Met deze handleiding kunt u het toestel op veilige wijze monteren, installeren en onderhouden. Volg de instructies nauwkeurig op. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant. Bewaar dit installatievoorschrift bij het toestel. Gebruikte afkortingen en benamingen Omschrijving Te noemen als Hoog Rendement HR Kompakt HRE eco gaswandketel Toestel Toestel met leidingwerk voor centrale verwarming CV-installatie Pictogrammen In deze handleiding is het volgende pictogram gebruikt: VOORZICHTIG Procedures die –als ze niet met de nodige voorzichtigheid uitgevoerd worden– schade aan het product, de omgeving, het milieu of lichamelijk letsel tot gevolg kunnen hebben.
Service en technische ondersteuning Voor informatie over specifieke afstellingen, installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, gelieve contact op te nemen met: ACV Belgium Oude Vijverweg 6 B-1653 Dworp tel. +32 - 2334 82 40 fax. +32 - 2334 82 59 www.acv.com Identificatie van het product De toestelgegevens vindt u op het typeplaatje op de onderzijde van het toestel. • Type toestel • Vermogen warmwater (kW) • Nominale belasting boven- en onderwaarde (kW) • Nominaal vermogen (kW) • Gascategorie • Ingestelde gassoort • Gasaansluitdruk (mbar) • NOx nummer • Toestelcategorie • Maximale CV-waterdruk (bar) • Maximale druk tapwater (bar) • Maximale CV-watertemperatuur (°C) • Elektrische aansluiting • Beschermingsgraad • Pin • Serienummer • Bouwjaar
ACV International 4 1 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN De verdeler ACV International aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade of letsel veroorzaakt door het niet (strikt) naleven van de veiligheidsvoorschriften en -instructies, dan wel door onachtzaamheid tijdens het installeren van de Kompakt HRE eco Hoog Rendement gaswandketel en de eventueel bijbehorende accessoires. Voor de verschillende disciplines zijn de voorschriften vermeld. Het is ten strengste verboden om ter plaatse belasting te regelen in functie van de verdeelde gassoort. 1.1 Algemeen De installatie van deze verwarmingsketel moet door een bevoegde installateur worden uitgevoerd en voldoen aan de van kracht zijnde officiële teksten en reglementeringen: • NBN D51 – 003 • NBN B D61 – 002 • NBN D51.004 • Plaatselijke voorschriften van gemeente, brandweer en nutsbedrijven.
• Het Algemene Reglement op de Electrische Installatie (AREI) 1.2 Gasinstallatie De gehele installatie moet voldoen aan de geldende (veiligheids-) voorschriften, zoals vermeld in: • NBN D51 - 003 1.3 Elektrische installatie De gehele installatie moet voldoen aan de geldende (veiligheids-) voorschriften, zoals vermeld in: • AREI 1.4 Rookgasafvoer en luchttoevoer De rookgasafvoer en luchttoevoerinstallatie moet voldoen aan: • NBN B 61 – 002
ACV International 5 2 TOESTELOMSCHRIJVING 2. 1 Algemeen De Kompakt HRE eco gaswandketel is een gesloten toestel. Het toestel is bedoeld om warmte te leveren aan het water van een CV-installatie en de WW-installatie. De luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer kunnen door middel van twee aparte leidingen op het toestel aangesloten worden. Een concentrische aansluiting kan op aanvraag geleverd worden. Het toestel is in combinatie met de ACV combidoorvoer gekeurd, maar het toestel kan ook aangesloten worden op combidoorvoeren die voldoen aan de universele keuringseisen voor combidoorvoeren en voorzien zijn van een QA keur. Het toestel kan naar keuze aangesloten worden op een montagebeugel, een frame met bovenaansluiting en diverse aansluitsets. Deze worden separaat geleverd. De Kompakt HRE eco 18, HRE 24 en HRE 30 gaswandtoestellen zijn voorzien van het CE keurmerk en IP44.
Het toestel wordt standaard geleverd voor aardgas (G20). Op aanvraag kan een toestel geleverd worden voor propaan (G31). 2. 2 Werking De Kompakt Solo HRE gaswandketel is een modulerende hoog rendement ketel. Dit houdt in dat het vermogen wordt aangepast aan de gewenste warmtebehoefte. Het toestel is voorzien van een elektronische branderautomaat die bij iedere warmtevraag van de verwarming of de warmwatervoorziening de ventilator aanstuurt, de gasklep opent, de brander ontsteekt en de vlam continue bewaakt en regelt, afhankelijk van het gevraagde vermogen. 2. 3 Bedrijfstoestanden Op het service display van het bedieningspaneel wordt door een code de bedrijfstoestand van het toestel aangegeven. - Uit Het toestel is buiten bedrijf, maar staat wel onder elektrische spanning. Op vragen voor warm tapwater of CV water wordt niet gereageerd. De toestelvorstbeveiliging is wel actief.
ACV International 6 0 Nadraaien CV Na het einde van CV bedrijf draait de pomp na. De nadraaitijd staat van fabriekswege ingesteld op de waarde volgens Zie § 7. 2 Blz. :35. Deze instelling kan gewijzigd worden. Bovendien gaat de pomp automatisch 1 keer per 24 uur gedurende 10 seconden draaien om vastzitten te voorkomen. Deze automatische inschakeling van de pomp vindt plaats op het tijdstip van de laatste warmtevraag. Om het tijdstip te wijzigen dient op het gewenste tijdstip de kamerthermostaat even omhoog gezet te worden. 1 Gewenste temperatuur bereikt De branderautomaat kan de warmtevraag tijdelijk blokkeren. De brander wordt dan gestopt. De blokkering vindt plaats omdat de gevraagde temperatuur is bereikt. Als de temperatuur voldoende gezakt is wordt de blokkering opgeheven. 2 Zelftest Regelmatig worden door de branderautomaat de aangesloten sensoren gecontroleerd.
Tijdens de controle voert de automaat geen andere taken uit. 3 Ventileren Bij het starten van het toestel wordt allereerst de ventilator naar het starttoerental gebracht. Als het starttoerental is bereikt wordt de brander ontstoken. Code 3 is eveneens zichtbaar als er na het stoppen van de brander wordt nageventileerd. 4 Ontsteken Als de ventilator het starttoerental heeft bereikt vindt de ontsteking van de brander middels elektrische vonken plaats. Tijdens het ontsteken is code 4 zichtbaar. Indien de brander niet ontsteekt dan vindt na ongeveer 15 seconden een nieuwe ontsteekpoging plaats. Als na 4 ontsteekpogingen de brander nog niet brandt dan valt de automaat in storing. Zie § 8. 2. 1. 5 CV Bedrijf Op de automaat kan een aan/uit thermostaat, een OpenTherm thermostaat, een buitenvoeler of een combinatie van de laatste aangesloten worden. (Zie §9.
3) Bij een warmtevraag afkomstig van een thermostaat volgt na het aanlopen van de ventilator (code 3 ) het ontsteken (code 4 ) en de CV bedrijfstoestand (code 5 ).
Tijdens CV bedrijf wordt het toerental van de ventilator en daarmee het vermogen van het toestel aangepast zodanig dat de temperatuur van het CV water naar de gewenste CV-aanvoertemperatuur toe geregeld wordt. Wanneer een aan/uit thermostaat is aangesloten, is dit de op het display ingestelde CV-aanvoertemperatuur. In het geval van een OpenTherm thermostaat wordt de gewenste CV-aanvoertemperatuur door de thermostaat bepaald. Bij een buitenvoeler wordt de gewenste CV-aanvoertemperatuur bepaald door de in de branderautomaat geprogrammeerde stooklijn. Voor de laatste twee geldt echter als maximum de op het display ingestelde temperatuur. Tijdens CV bedrijf wordt de gevraagde CV-aanvoertemperatuur op het bedieningspaneel weergegeven. De CV-aanvoertemperatuur kan ingesteld worden tussen 30 en 90°C (Zie § 7. 1).
Door de servicetoets in te drukken tijdens CV bedrijf kan de werkelijke CV-aanvoertemperatuur afgelezen worden. Als de tapcomfortfunctie is ingeschakeld (zie code 7 ), dan wordt een OpenTherm warmtevraag van minder dan 40 graden genegeerd. De weerstand R kan verwijderd worden als de kamerthermostaat geen anticipatiestroom nodig heeft (Zie § 9. 3). 6666 Kompakt solo in combinatie met indirect gestookte boiler De warmwatervoorziening heeft voorrang op de verwarming. Als door de boilersensor een temperatuur 5 graden lager dan de ingestelde waarde wordt gedetecteerd, zal een eventuele CV-vraag onderbroken worden. Na het aanlopen van de ventilator (code 3 ) en het onsteken (code 4 ) komt de automaat in tapwaterbedrijf (code 6 ). Als een boilerthermostaat is toegepast zal de warmtevraag starten bij het openen van de thermostaat en eindigen als de thermostaat weer sluit.
Het toerental van de ventilator, en daarmee het vermogen van het toestel wordt door de automaat geregeld op basis van een vaste aanvoertemperatuur. De boilertemperatuur kan worden ingesteld tussen 40°C en 65°C.
ACV International 7 2. 4 PC Interface De automaat is voorzien van een interface voor een PC. Door middel van een speciale kabel en bijbehorende software kan een PC aangesloten worden. Met deze voorziening is het mogelijk om het gedrag van de automaat, het toestel en de verwarmingsinstallatie over een lange periode te volgen. 2. 5 Testprogramma’s In de branderautomaat is een voorziening aangebracht om het toestel in een test status te brengen. Door het activeren van een testprogramma zal het toestel in bedrijf komen met een vast ventilator toerental, zonder dat de regelfuncties zullen ingrijpen. De veiligheidsfuncties blijven wel actief. Het testprogramma wordt beëindigd door de en gelijktijdig in te drukken.
Testprogramma's Omschrijving programma Toets combinaties Display uitlezing Brander aan met minimaal CV vermogen en “L” Brander aan met ingesteld maximaal CV vermogen (zie parameter 3 §7. 2) en (1x) “h” Brander aan met maximaal WW vermogen (zie parameter 3 §7. 2) en (2x) "H" Uitschakelen testprogramma en Actuele bedrijfssituatie Uitleesmogelijkheden Als het toestel in test bedrijf is kunnen de volgende gegevens via het display worden uitgelezen: • Door de toets blijvend in te drukken wordt op het display de CV-druk getoond. • Door de toets blijvend in te drukken wordt op het display de gemeten ionisatiestroom getoond. 2. 5. 1 Vorstbeveiliging • Om bevriezing van het toestel te voorkomen is het toestel voorzien van een toestelvorstbeveiliging.
Als de temperatuur van de warmtewisselaar te laag wordt, schakelt de brander in, en gaat de pomp draaien tot de temperatuur van de warmtewisselaar voldoende is. Als de toestelvorstbeveiliging ingrijpt dan is code 7 ‘ zichtbaar (opwarmen wisselaar). • Als de installatie (of een deel daar van) kan bevriezen, moet er op de koudste plaats een (externe) vorstthermostaat op de retourleiding aangebracht worden. Deze moet volgens het bedradingschema aangesloten worden. Zie § 9. 3.
ACV International 10 4.2 Opstellingsruimte Het toestel, dient aan een wand gemonteerd te worden die voldoende draagkracht heeft. Bij lichte wand constructies bestaat de mogelijkheid dat er resonantiegeluiden optreden. Binnen een afstand van 1 m van het toestel moet een wandcontactdoos met randaarde zitten. Als het toestel als open toestel wordt geïnstalleerd dient de opstellingsruimte te zijn voorzien van de noodzakelijke openingen voor de verbrandingslucht toevoer. Zie § 5.5.2 Blz.:17 Om bevriezing van de condensafvoer leiding te voorkomen, moet het toestel in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden. 4.2.1 In een keukenkastje plaatsen Het toestel kan tussen twee keukenkastjes of in een kastje geplaatst worden. Zorg voor voldoende ventilatie aan de onder- en bovenzijde. Als het toestel in een kastje geplaatst wordt, moeten er ventilatieopeningen van tenminste 50 cm2 gemaakt worden.
4.2.2 Schermplaat en frontpaneel afnemen Voor diverse werkzaamheden aan het toestel dienen schermplaat en frontpaneel van het toestel verwijderd te worden. Ga hierbij als volgt te werk: • Neem de schermplaat (A), indien gebruikt, naar voren toe weg. • Draai de beide schroeven (1) achter het displayvenster van het toestel los. • Trek de onderzijde van het frontpaneel (2) naar voren toe.
ACV International 11 4.2.3 Toestel monteren 1. Pak het toestel uit. 2. Controleer de inhoud van de verpakking, deze bestaat uit: • Toestel (A) • Ophangstrip (B) • Sifon (C) • Installatievoorschrift 3. Controleer het toestel op eventuele beschadigingen: meld beschadigingen direct aan de leverancier. 4. Controleer of de knelringen recht in de koppelingen van de montagebeugel zitten. 5. Plaats het toestel: schuif deze van boven naar beneden over de ophangstrip. Zorg dat de leidingen tegelijkertijd in de knelfittingen schuiven. 6. Draai de knelfittingen op de montagebeugel vast. De nippels mogen niet meedraaien! 7. Open de displayklep en draai de twee schroeven links en rechts naast de display los en demonteer het frontpaneel. 8. Monteer de flexibele buis op de uitloop van de sifon. 9.
Vul de sifon met water en schuif deze zo ver mogelijk naar boven op de condensafvoer aansluiting (C) onder het toestel. 10. Sluit flexibele buis (A) van de sifon, eventueel samen met de overstortleiding van de inlaatcombinatie en het overstortventiel, aan op het riool via een open aansluiting (B). 11. Monteer de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer.(zie § 5.5) 12. Monteer de mantel en draai de twee schroeven links en rechts naast de display vast, sluit de displayklep. BELANGRIJK De Kompakt HRE eco 40 Solo mag alleen worden aangesloten met de meegeleverde verlengde sifon. Let op dat bij een eventuele vervanging de juiste uitvoering wordt besteld (art.nr. 91844787 ). 4.2.4 Schermplaat aanbrengen Hang de omgezette bovenrand van de schermplaat aan de sluitringen onder de bodem van het toestel en schuif de schermplaat zo ver mogelijk naar achteren.
ACV International 12 5 AANSLUITEN 5. 1 CV-installatie aansluiten 1. Spoel de CV-installatie goed schoon. 2. Monteer de aanvoerleiding (B) en retourleiding (A) aan de montagebeugel. 3. Alle leidingen moeten spanningsvrij gemonteerd worden om tikken van de leidingen te voorkomen. 4. Bestaande verbindingen mogen niet verdraaid worden om lekkages te voorkomen. De CV-installatie dient voorzien te zijn van: • Een vul/aftapkraan (A) in de retourleiding direct onder het toestel. • Een aftapkraan op het laagste punt van de installatie. • Een overstortventiel (B) van 3 bar in de aanvoerleiding op een afstand van maximaal 500 mm van het toestel. Tussen het toestel en het overstortventiel mag zich geen afsluiter of vernauwing bevinden. • Een expansievat in de retourleiding. 5. 1.
1 Thermostatische radiatorkranen Als alle radiatoren zijn uitgevoerd met thermostatische of afsluitbare radiatorkranen, moet er een shuntleiding aangebracht worden om een minimale watercirculatie te waarborgen. De shuntleiding moet minimaal 6 m van het toestel verwijderd zijn om oververhitting van het toestel te voorkomen. 5. 1. 2 Toestel met zone regeling (alleen bij toestel zonder boiler) Indien naast de CV-installatie in een (woon) ruimte nog een andere verwarmingsbron (houtkachel, openhaard, etc. ) aanwezig is, ontstaat vaak het probleem dat andere ruimten afkoelen. Dit kan worden opgelost door de CV-installatie op te delen in twee zones. De Zone-regeling kan alleen worden toegepast indien geen externe boiler hoeft te worden opgewarmd (installatietype 1). Aansluitschema Zone-regeling A. Ketel B. Elektrische afsluiter 230 V ~ C. Radiatoren T1. Kamerthermostaat zone 1 T2.
Kamerthermostaat zone 2 Z1. Zone 1 Z2. Zone 2 Werkingsprincipe De Zone-regeling omvat twee kamerthermostaten en een afsluiter. Indien de kamerthermostaat van Zone 2 een warmtevraag genereert wordt de afsluiter geopend en wordt het hele systeem verwarmd.
Als de ruimtetemperatuur van Zone 2 hoger is dan de ingestelde gewenste temperatuur, bepaalt de kamerthermostaat van Zone 1 of Zone 1 moet worden verwarmd. Installatievoorschrift 1. Plaats de afsluiter volgens het aansluitschema. 2. Sluit de kamerthermostaat van Zone 1 aan op X4 – 6/7. 3. Sluit de kamerthermostaat van Zone 2 aan X4 – 11/12. 4. Wijzig parameter A van de service code. Zie Instellingen installateur. ( Zie § 7. 2) Let op: De kamerthermostaat in Zone 1 MOET een aan/uit thermostaat zijn, de kamerthermostaat in Zone 2 MAG een aan/uit of OpenTherm thermostaat zijn. 5. Wijzig parameter 2 van de service code. Zie Instellingen installateur. ( Zie § 7. 2).
ACV International 13 5.2 Aansluiting boiler Voor de aansluiting van de Kompakt HRE eco Solo op een indirect gestookte boiler wordt op bestelling geleverd: • Boilersensor set (art. nr. 065.117) • Driewegklep set (art. nr. 092647). Sluit de boiler en driewegklep volgens het schema aan op de ketel. Verwijder de doorverbinding tussen 9 en 10 op connector X4. Sluit de driewegklep aan op connector X2 en de boilersensor aan op connector X4 volgens het bedradingsschema zie § 9.3 Aansluitschema indirect gestookte boiler C. Toestel D. Boiler E. CV-installatie F. Expansievat G. Overstortventiel 3 Bar H. Driewegklep I. Boilersensor
ACV International 14 5.3 Elektrisch aansluiten VOORZICHTIG Een wandcontactdoos met randaarde mag maximaal 1 meter van het toestel verwijderd zijn. De wandcontactdoos moet gemakkelijk bereikbaar zijn. Voor opstelling in vochtige ruimten is een vaste aansluiting verplicht. Neem bij werkzaamheden aan het elektrisch circuit de steker uit de wandcontactdoos Indien het netsnoer moet worden vervangen, dient dit te worden uitgevoerd door de fabrikant of zijn vertegenwoordiger. 1. Neem de schermplaat (A) (indien aanwezig) naar voren toe weg. 2. Draai de beide schroeven achter het displayvenster los. 3. Trek de onderzijde van het frontpaneel (2) naar voren toe. 4. Trek de branderautomaat unit naar voren, de branderautomaat unit zal daarbij naar beneden open kantelen. 5. Raadpleeg § 5.3.1 en § 9.3 voor het maken van de aansluitingen. 6.
Sluit na het maken van de gewenste aansluitingen het toestel aan op een wandcontactdoos met randaarde. 5.3.1 Elektrische aansluitingen Temperatuurregeling Connector X4 Opmerkingen Kamerthermostaat 6 - 7 - Modulerende thermostaat met comfortfunctie in gebruik 11 - 12 6 – 7 open Buitentemperatuurvoeler 8 - 9 - Boiler sensor 9 – 10 Doorverbinding verwijderen Vorstthermostaat 6 - 7 Parallel over kamerthermostaat
ACV International 15 5. 3. 2 Kamerthermostaat aan/uit 1. Sluit de kamerthermostaat aan. Zie § 5. 3. 1. 2. Stel de terugkoppelweerstand van de kamerthermostaat in op 0,1 A. Meet bij twijfel de stroom en stel deze overeenkomstig in. De maximale weerstand van de thermostaatleiding en de kamerthermostaat bedraagt totaal 15 Ohm. 5. 3. 3 Klokthermostaat Voor de voeding van een 24V= klokthermostaat is 3 VA beschikbaar. Sluit de klokthermostaat aan. Zie § 5. 3. 1 5. 3. 4 Modulerende thermostaat Het toestel is geschikt voor het aansluiten van een modulerende thermostaat, volgens het OpenTherm communicatie protocol. De belangrijkste functie van de modulerende thermostaat is het berekenen van de aanvoertemperatuur bij een gewenste kamertemperatuur, om een optimaal gebruik te maken van het moduleren. Bij elke warmtevraag wordt op het display van het toestel de gewenste aanvoer temperatuur aangegeven.
Sluit de modulerende thermostaat aan. Zie § 5. 3. 1. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding van de thermostaat. 5. 3. 5 Modulerende kamerthermostaat, draadloos De HRE CV-ketel is geschikt om zonder zend-/ontvangstmodule draadloos te communiceren met de Honeywell kamerthermostaten T87RF1003 Round RF, DTS92 en CMS927. De CV-ketel en kamerthermostaat dienen aan elkaar te worden toegewezen: • Houdt de reset toets van het toestel circa 5 seconden ingedrukt om in het RF- kamerthermostaat menu te komen. • Eén van de volgende codes zal op het display van het toestel worden weergegeven: 1. rF en L / - : het display boven de toets laat wisselend een L en een – zien rode led : knipperend De CV-ketel en de kamerthermostaat zijn niet gekoppeld. Een toestel in deze bedrijfstoestand, kan worden gekoppeld d. m. v. de methode van de desbetreffende kamerthermostaat.
rF en L / 1 : het display boven de toets laat wisselend een L en een 1 zien rode led : uit De CV-ketel is al gekoppeld aan een RF-kamerthermostaat. Om een nieuwe koppeling mogelijk te maken, zal de bestaande koppeling verwijderd moeten worden. Zie: De toewijzing van een RF-kamerthermostaat aan de CV-ketel ongedaan maken. • Druk op de reset toets om het RF-kamerthermostaat menu te verlaten of wacht 1 minuut. De verbinding tussen het toestel en de RF-kamerthermostaat testen 1. Houdt de reset toets van het toestel circa 5 seconden ingedrukt om in het RF-kamerthermostaat menu van de branderautomaat te komen. 2. Druk de service toets 1x in. Op het display boven de toets wordt een t getoond. 3. Zet de kamerthermostaat in testmode (zie de installatie en bedienings-voorschriften van de kamerthermostaat). 4.
De rode led boven de reset toets gaat knipperen indien de toewijzing correct is uitgevoerd. 5. Druk op de reset toets van het toestel om het RF-kamerthermostaat menu van de branderautomaat te verlaten. De testmode wordt, 1 minuut nadat het laatste testbericht van de RF-kamerthermostaat is ontvangen, automatisch verlaten.
ACV International 16 De toewijzing van een RF-kamerthermostaat aan de CV-ketel ongedaan maken • Houdt de reset toets van het toestel circa 5 seconden ingedrukt om in het RF-kamerthermostaat menu van de CV-ketel te komen. • Druk de service toets 2x in. Op het display boven de toets wordt een C getoond. • Druk nogmaals op de reset toets van het toestel om de bestaande toewijzingen te verwijderen. Op het display van het toestel wordt weer rF getoond met een knipperende L / - . Indien gewenst kan opnieuw een RF-kamerthermostaat aan het toestel worden toegewezen. • Druk op de reset toets van het toestel om het RF-kamerthermostaat menu te verlaten of wacht 1 minuut. 5.3.6 Buitentemperatuurvoeler Het toestel is voorzien van een aansluiting voor een buitentemperatuurvoeler.
De buitentemperatuurvoeler kan in combinatie met een aan/uit kamerthermostaat of een OpenTherm* thermostaat toegepast worden. Sluit de buitentemperatuurvoeler aan. Zie § 5.3.1. Voor de stooklijninstelling, zie Weersafhankelijke regeling. Zie § 0 * Bij OpenTherm bepaalt de thermostaat de stooklijn. Het toestel geeft alleen de buitentemperatuur door. 5.4 Gas aansluiten 1. Breng een gaskraan (A) aan tussen de gasleiding en het toestel. 2. Monteer de koppeling van de gaskraan bij voorkeur direct in de 1/2" aansluiting van de montagebeugel. 3. Plaats een gaszeef in de aansluiting voor het toestel als het gas vervuild kan zijn. 4. Sluit het toestel aan op de gasleiding. 5. Controleer de gasvoerende delen op lekkage op een druk van maximaal 500 mmwk.
ACV International 17 5. 5 Rookgasafvoer en luchttoevoer • De ketel is voorzien van een rookgasadapter geschikt voor een concentrisch afvoersysteem met diameter 60/100. • De aansluiting van het concentrisch rookgasafvoersysteem moet worden aangesloten op de adapter. De in de adapter aanwezige afdichtringen zorgen voor een luchtdichte verbinding. • Door het vervangen van de concentrische adapter 60/100 voor een concentrische adapter 80/125 kan de ketel geschikt worden gemaakt voor aansluiting op een concentrisch rookgasafvoersysteem 80/125. • Door het vervangen van de concentrische adapter 60/100 voor een 80 mm uitvoering kan het toestel geschikt gemaakt worden voor aansluiting op een 2-pijps luchttoevoer en rookgasafvoersysteem, 5. 5.
1 Doortocht, materialen en isolatie Leiding Diameter Materiaal Concentrisch 80/125 Aluminium of PP Concentrisch 60/100 Aluminium of PP Luchttoevoer ø 80 mm Volgens de plaatselijke voorschriften van brandweer en/of energiebedrijf. Spiralobuis, enkelwandig aluminium, verzinkt plaatstaal, roestvast staal of kunststof. Eventueel geïsoleerd met 10 mm dampdicht isolatie materiaal of kunststof. Verbrandings-gasafvoer ø 80 mm Volgens NBN D 61. 002 Aluminium minimale wanddikte 1. 5 mm Isolatie - 10 mm dampdicht isolatiemateriaal, bij kans op condensatie aan de buitenzijde, door een lage wandtemperatuur en een hoge ruimtetemperatuur met een hoge relatieve vochtigheid. 5. 5.
2 Open toestelaansluiting VOORZICHTIG Verzeker u ervan dat de opstellingsruimte voor de ketel voldoet aan de geldende eisen voor toepassing van een rookgasafvoersystem volgens B23 en B33 Bij aansluiten van het toestel op een rookgasafvoersysteem volgens B23 of B33 geldt elektrische beschermingsklasse IP 20 1. Monteer de pijp voor de verbrandingsgasafvoer in de afvoer. De ingebouwde afdichtring zorgen voor een luchtdichte aansluiting. 5. 5. 3 Gesloten toestel aansluitingen. Tweepijps aansluiting 1.
Monteer de pijpen voor de luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer in de toevoer- en afvoer van het toestel. De ingebouwde afdichtringen zorgt voor een luchtdichte aansluiting. Concentrische aansluiting 1. Monteer de concentrische pijp voor de luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer in de adapter. De ingebouwde afdichtringen zorgen voor een luchtdichte aansluiting.
ACV International 18 C13 C13 C33 C33 C33 5.6 Leidinglengten Naarmate de weerstand van de rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen toeneemt zal het vermogen van het toestel afnemen. De maximale toegestane vermogens afname bedraagt 5%. De weerstand van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer is afhankelijk van de lengte, de diameter en alle componenten van het leidingsysteem. Per toestelcategorie is de totale toegestane leidinglengte aangegeven van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer. 5.6.1 Toegestane leidinglengte bij toepassing van concentrisch rookgasafvoersysteem Concentrisch 60/100 C13 C33 Kompakt HRE eco 18 Solo 10 m 11 m Kompakt HRE eco 30 Solo 10 m 10 m Concentrisch 80/125 C13 C33 C93 Kompakt HRE eco 18 Solo 29 m 29 m Zie §. 5.7.8 Kompakt HRE eco 30 Solo 29 m 29 m Zie §.
5.7.8 Vervangende lengten Bocht 90° R/D=1 2 m Bocht 45° R/D=1 1 m Knie 90° R/D=0,5 4 m Knie 45° R/D=0,5 2 m Montage algemeen: Voor alle uitmondingen geldt de onderstaande montage: 1. Schuif de verbrandingsgasafvoerleiding in de adapter van het toestel. 2. Schuif de concentrische afvoerleidingen in elkaar. Vanaf het toestel moet iedere pijp in de voorgaande geschoven worden. 3. Monteer een niet verticale verbrandingsgasafvoerleiding op afschot naar het toestel (min. 5 mm/m). Monteer felsnaden naar boven gericht in een horizontaal gedeelte. 4. Bij toepassing van een concentrische muurdoorvoer moet deze exact horizontaal gemonteerd worden.
ACV International 20 5.7 Uitmonding systemen 2-pijps rookgasafvoersysteem Montage algemeen: Voor alle uitmondingen geldt de onderstaande montage: 5. Schuif de verbrandingsgasafvoerleiding in de afvoer van het toestel. 6. Schuif de verbrandingsgasafvoerleidingen in elkaar. Vanaf het toestel moet iedere pijp in de voorgaande geschoven worden. 7. Monteer een niet verticale verbrandingsgasafvoerleiding op afschot naar het toestel (min. 5 mm/m). 8. Monteer felsnaden naar boven gericht in een horizontaal gedeelte. 9. Plak niet gasdichte verbindingen af met hitte en vochtbestendige aluminiumtape. Voor alle luchttoevoerleidingen geldt de onderstaande montage: 1. Schuif de luchttoevoerleiding in de toevoer van het toestel. 2. Plak niet luchtdichte verbindingen af met vochtbestendige tape. 3. Breng isolatie aan, indien noodzakelijk.
Toe te passen materialen: Toestel-categorie Materialen Leverancier C13 Doorvoer ACV Overige onderdelen Gastec QA of ACV C33 Doorvoer ACV Doorvoer bij de Prefab Gastec QA, ACV of derden Overige onderdelen C43 Alle materialen Gastec QA of ACV Bij de CLV systeem Derden C53 Inlaatrooster ACV Overig onderdelen en afvoerkap Gastec QA of ACV C83 Inlaatrooster ACV Hoofdkanaal Derden Overige onderdelen Gastec QA of ACV 5.7.1 Geveluitmonding dubbelpijpsdoorvoer horizontaal Toestelcategorie: C13 VOORZICHTIG Leidingen voor de verbinding van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer tussen het toestel en de dubbelpijpsdoorvoer, moeten een diameter hebben van ø 80 mm. • ACV dubbelpijpsdoorvoer-horizontaal. Te verlengen, ten behoeve van een balkongalerij uitmonding, met één of twee standaardleidingen (ø 80 mm).
ACV International 21 Montage dubbelpijpsdoorvoer 1. Maak twee sparingen van ø 90 mm op de plaats van uitmonding. 2. Kort de dubbelpijpsdoorvoer in op de juiste lengte. 3. Schuif de toe- en afvoerpijp in de sparingen. 4. Dek de sparingen af met de muurafdekplaten. 5. Monteer de uitblaasroosters op de toe- en afvoerpijp. 6. Bevestig deze aan de pijpen. 7. Monteer de dubbelpijpsdoorvoer op afschot naar het toestel. Montage dubbelpijps verlengpijp(en) t.b.v. balkongalerij uitmonding Als de vrije uitmonding wordt gehinderd door een dakoverstek, balkon, galerij of anders, moeten de luchttoevoerleiding en verbrandingsgasafvoerleiding verlengd worden tot minimaal de voorzijde van het overstekende deel.
Als de luchttoevoer niet verstoord kan worden door obstakels, zoals een console of scheidingsmuurtje en als de uitmonding zich niet aan de rand van een gebouw bevindt, behoeft de luchttoevoerleiding niet verlengd te worden. 1. Verleng de verbrandingsgasafvoerleiding, en eventueel ook de luchttoevoerleiding, van de dubbelpijpsdoorvoer met een standaard verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding op de juiste lengte volgens de aangegeven maten. 2. Schuif de verbrandingsgasafvoer- en eventueel ook de luchttoevoerleiding in de afvoer- en toevoerpijp van de dubbelpijpsdoorvoer. 3. Monteer de verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding op afschot naar het toestel. 4. Monteer de uitblaasroosters op beide leidingen.
ACV International 22 5.7.2 Gevel- en dakuitmonding combidoorvoer horizontaal Toestelcategorie: C13 VOORZICHTIG Leidingen voor de verbinding van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer tussen het toestel en de dubbelpijpsdoorvoer, moeten een diameter hebben van ø 80 mm. • ACV combidoorvoer-horizontaal. Voor gevel- of dakuitmonding horizontaal. • ACV combidoorvoer-horizontaal. Voor verlenging van een balkon-/galerij uitmonding. Toegestane leidinglengten: Tweepijps Luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding (samen) inclusief de lengte van de dubbelpijpsdoorvoer. Kompak HRE eco 18 Solo 100 meter Kompak HRE eco 30 Solo 80 meter Kompak HRE eco 40 Solo 60 meter Concentrisch Luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding exclusief de lengte van de combidoorvoer.
60/100 80/125 Kompak HRE eco 18 Solo 11 meter 29 meter Kompak HRE eco 30 Solo 10 meter 29 meter Kompak HRE eco 40 Solo 10 meter 29 meter Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding Voor de montage, zie § 5.7 Montage algemeen Montage combidoorvoer-horizontaal geveluitmonding 1. Maak op de plaats van uitmonding een sparing van ø 130 mm. 2. Kort de combidoorvoer in op de juiste lengte volgens de aangegeven maten. 3. Monteer het uitblaasrooster en bevestig dit aan de binnenpijp. 4. Schuif de combidoorvoer in de sparing en breng de rozetten aan om de sparing af te dekken. 5. Monteer de combidoorvoer op afschot naar het toestel.
ACV International 23 Montage combiverlengpijp t.b.v. balkon-/galerij uitmonding Als de vrije uitmonding wordt gehinderd door een dakoverstek, balkon, galerij, of anders, moet de combidoorvoer verlengd te worden tot tenminste de voorzijde van het overstekende deel. 1. Monteer de combi verlengpijp op de combidoorvoer. 2. Kort de combidoorvoer of de combi verlengpijp in op de juiste lengte volgens de aangegeven maten. 3. Monteer het uitblaasrooster en bevestig dit aan de binnenpijp. 4. Monteer de combidoorvoer en combi verlengpijp op afschot naar het toestel. Montage combidoorvoer-horizontaal dakuitmonding 1. De uitmonding kan op een willekeurige plaats in het dakvlak gemaakt worden. 2. Monteer een horizontale dakdoorvoerpan (D) (geschikt is voor pijp ø 120 mm) op de plaats van de uitmonding. 3. Monteer het uitblaasrooster op de combidoorvoer en bevestig dit aan de binnenpijp. 4.
60/100 80/125 Kompak HRE eco 18 Solo 11 meter 29 meter Kompak HRE eco 30 Solo 10 meter 29 meter Kompak HRE eco 40 Solo 10 meter 29 meter Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding Voor de montage, zie § 5.7 Montage algemeen Montage combidoorvoer-verticaal 1. Monteer een verticale doorvoerpan met schaal op de plaats van uitmonding op een schuin dak. Op een plat dak moet een plakplaat voor een pijp ø 126 mm aangebracht worden. 2. Demonteer het spruitstuk van de combidoorvoer (C). 3. Schuif de combidoorvoer (C) van buiten naar binnen: Bij een schuin dak door de verticale doorvoerpan met schaal. Bij een plat dak door de plakplaat. 4. Monteer het spruitstuk van de combidoorvoer (C) en borg deze met een plaatschroef of popnagel.
ACV International 25 Montage dubbelpijpsdoorvoer-verticaal VOORZICHTIG De uitmondingen van verbrandingsgasafvoer en luchttoevoer dienen in hetzelfde drukvlak gemaakt te worden. De luchttoevoer uit het schuine dakvlak en de verbrandingsgasafvoer door middel van een bouwkundige schoorsteen is ook mogelijk, omgekeerd niet. 1. Monteer een standaard dubbelwandige verbrandingsgasdoorvoer (ø 80 mm) met Giveg-afvoerkap op een schuin dak op de plaats van de uitmonding. 2. Monteer een standaard ventilatiedoorvoer (ø 80 mm) met kruiskap in een bijbehorende dakdoorvoerpan voor de luchttoevoer. 3. Monteer, voor de verbrandingsgasafvoer, een standaard dubbelwandige verbrandingsgasdoorvoer (ø 80 mm) met Giveg-afvoerkap op de plaats van de uitmonding .
Monteer bij een plat dak of en bouwkundige schoorsteen en ten behoeve van de luchttoevoer een standaard ventilatie doorvoer (ø 80 mm) met kruiskap in een bijbehorende plakplaat. VOORZICHTIG Twee uitmondingen moeten minimaal op 200 mm van elkaar staan.
ACV International 26 5.7.4 Dakuitmonding prefabschoorsteen Toestelcategorie: C33 Als er in een schacht te weinig ruimte is, kan een dakuitmonding door een prefabschoorsteen noodzakelijk zijn. De prefabschoorsteen dient voorzien te zijn van rookagafvoer en luchttoevoer openingen van tenminste 150cm2 per aangesloten toestel en moet aan de aangegeven minimale maten voldoen. De leverancier moet de goede werking van de prefabschoorsteen, ten aanzien van windaanval, ijsvorming, inregenen enzovoort garanderen. Door de verschillende uitvoeringen en maten, moeten de prefabschoorstenen aangepast worden aan de plaatselijke situatie: Gaskeur behoeft niet aangevraagd te worden. VOORZICHTIG De verbinding van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer tussen het toestel en de prefabschoorsteen moet uitgevoerd worden in leidingen van ø 80 mm.
ACV International 27 5.7.5 Dakuitmonding en luchttoevoer vanuit de gevel Toestelcategorie: C53 VOORZICHTIG De luchttoevoer in de gevel moet voorzien worden van een ACV inlaatrooster(A). Verbrandingsgasafvoer (B) door een prefabschoorsteen, of door een dubbelwandige dakdoorvoer ø 80 mm met Giveg afvoerkap. De prefabschoorsteen dient voorzien te zijn van rookagafvoer openingen van tenminste 150cm2 per aangesloten toestel en moet aan de aangegeven minimale maten voldoen. De leverancier moet de goede werking van de prefabschoorsteen, ten aanzien van windaanval, ijsvorming, inregenen enzovoort garanderen.
Toegestane leidinglengte Luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding (samen), inclusief de lengte van de doorvoer: Kompak HRE eco 18 Solo 1000 meter Kompak HRE eco 30 Solo 80 meter Kompak HRE eco 40 Solo 60 meter Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding Voor de montage, zie § 5.7 Montage algemeen Montage luchttoevoer- horizontaal De luchttoevoer (A) kan op een willekeurige plaats in de gevel gemaakt worden. 1. Maak op de plaats van de toevoer een sparing van ø 90 mm. 2. Kort de luchttoevoerleiding in op de gewenste lengte uit de muur. 3. Monteer het ACV inlaatrooster en bevestig dit aan de pijp. 4. Schuif de luchttoevoerleiding in de sparing en dek de sparing af met een rozet, indien noodzakelijk. 5. Monteer de luchttoevoer, op de plaats van de geveldoorvoer, op afschot naar buiten, om inregenen te voorkomen. Montage verbrandingsgasdoorvoer - verticaal 1.
Monteer een doorvoerpan met schaal in een schuin dakvlak op de plaats van uitmonding. Monteer een plakplaat, geschikt voor een dubbelwandige verbrandingsgasdoorvoer ø 80 mm (diameter ø 96 mm) in een plat dak. 2. Schuif de dubbelwandige verbrandingsgasdoorvoer van buiten naar binnen door de dakdoorvoer. De uitmonding moet minimaal 500 mm boven het dakvlak uitmonden.
ACV International 28 5.7.6 Luchttoevoer vanuit de gevel en een dakuitmonding met gemeenschappelijk afvoersysteem Toestelcategorie: C83 Een luchttoevoer vanuit de gevel en een dakuitmonding met een gemeenschappelijk afvoersysteem is toegestaan. VOORZICHTIG De luchttoevoer in de gevel moet voorzien worden van een ACV inlaatrooster (A). De minimale doorlaat van het gemeenschappelijk afvoersysteem Diameter afvoer HRE eco Aantal toestellen 18 Solo 30 Solo 2 110 130 3 130 150 4 150 180 5 180 200 6 200 220 7 220 230 8 230 250 9 240 270 10 260 280 11 270 290 12 280 300 BELANGRIJK .Voor toepassing van het toestel HRE eco 40 Solo in combinatie met een C83 gezamenlijk rookgasafvoerkanaal kunt u contact op nemen met de leverancier.
Toegestane leidinglengte Luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding (samen) tussen toestel en gemeenschappelijke verbrandingsgasafvoer en luchttoevoerleiding: Kompak HRE eco 18 Solo 100 meter Kompak HRE eco 30 Solo 80 meter erbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding Voor de montage, zie § 5.7 Montage algemeen Gemeenschappelijke verbrandingsgasafvoer De uitmonding van de verbrandingsgasafvoer kan op een willekeurige plaats in het schuine dakvlak gemaakt worden, mits de uitmonding in het dakvlak dezelfde oriëntatie heeft als de luchttoevoer in de gevel. Bij een platdak moet de uitmonding van de verbrandingsgasafvoer in het “vrije” uitmondingsgebied gemaakt worden. Breng een condensafvoer aan. VOORZICHTIG Het gemeenschappelijk afvoersysteem moet voorzien worden van een trekkende afvoerkap(B).
Als het gemeenschappelijk afvoersysteem in de buitenlucht wordt gesitueerd, moet de afvoerleiding dubbelwandig of geïsoleerd uitgevoerd worden. Opmerking Het gemeenschappelijk afvoersysteem is in combinatie met het toestel gekeurd.
ACV International 29 5. 7. 7 Dakuitmonding CLV-systeem Toestelcategorie : C43 VOORZICHTIG Een dakuitmonding door een Combinatie-LuchttoevoerVerbrandingsgasafvoersysteem (CLV-systeem) is toegestaan. Voor de gemeenschappelijke verbrandingsgas-afvoerkap en luchttoevoerkap is een verklaring van geen bezwaar of een Gaskeur van het Gastec-Gasinstituut nodig. De doortocht van de drukvereffeningsopening aan de onderzijde van het gemeenschappelijk luchttoevoer- en rookgasafvoer- systeem is gelijk aan 0. 44 * het rookgasafvoer- oppervlak. De gemeenschappelijke luchttoevoer en de gemeenschappelijke afvoer van de verbrandingsgassen mogen concentrisch of afzonderlijk uitgevoerd worden. Toegestane leidinglengte Luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding (samen) tussen toestel en CLV-systeem: Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding Voor de montage, zie § 5. 7 Montage algemeen.
ACV International 30 5.7.8 Rookgasafvoer concentrisch horizontaal, vertikaal luchtomsloten door schacht Toestelcategorie : C93 Een rookgasafvoersysteem volgens C93 (C33s) is toegestaan indien de rookgasdelen zijn voorzien van een CE markering of door ACV International zijn toegeleverd. Onderstaande punten moeten inachtgenomen worden Algemeen : • Rookgasafvoermateriaal in een schacht is star of flexiber 60 of 80 mm. • Bij gebruik van kunststof rookgasafvoermateriaal moet dit voldoen aan temperatuurklasse T120 • Het verbindingsstuk tussen de concentrische pijp en de vertikale rookgasafvoer moet volgens de voorschriften van de leverancier worden bevestigt. • De voorschriften van de leverancier van het rookgassysteem moeten correct en volledig worden opgevolgd. • Indien er sprake is van montage in een bestaande installatie dient deze vooraf gecontroleerd en gereinigd worden.
• De luchtdichtheid van de schacht moet zeker gesteld zijn. Toegestane leidinglengte en systeemeisen Indien een schacht (bijv, een gemetseld schoorsteenkanaal als luchttoevoer wordt gebruikt zijn onderstaande leidinglengtes en systeemeisen van toepassing Rookgasafvoerpijp Afmetingen schacht [mm] Max. lengte [mtr] Diameter (mm) (star or flexibel Rechthoeking Rond DN 60 115 x 115 135 11 DN 80 135 x 135 155 29 Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding Voor de montage, zie § 5.7 Montage algemeen.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met ACV Kompakt HRE Eco Solo stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Boiler ACV
Handleiding Boiler
Nieuwste handleidingen voor Boiler