ACV Kompakt HR eco Kombi - 2015 Handleiding
Bekijk gratis de handleiding van ACV Kompakt HR eco Kombi - 2015 (56 pagina’s), behorend tot de categorie Boiler. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 15 mensen en kreeg gemiddeld 4.8 sterren uit 6 reviews. Heb je een vraag over ACV Kompakt HR eco Kombi - 2015 of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Product specificaties
| Merk: | ACV |
| Categorie: | Boiler |
| Model: | Kompakt HR eco Kombi - 2015 |
Handleiding ACV Kompakt HR eco Kombi - 2015 – volledige tekst
3 Parameters. 36 7. 4 In- en uitschakelen tapcomfort functie. 37 7. 5 Instellen maximaal CV vermogen. 38 7. 6 Instellen pompstand. 38 7. 7 Weersafhankelijke regeling. 38 7. 8 Ombouw naar ander gassoort. 39 7. 9 Gas-/luchtregeling. 39 8 Storingen 43 8. 1 Storingscodes. 43 8. 2 Overige storingen. 44 9 Onderhoud 48 10 Technische specificaties 49 10. 1 Elektrisch schema. 51 10. 2 NTC weerstanden. 51 11 Garantiebepalingen 52 12 CE- Verklaring 52 13 Déclaration de conformité A. R. 17/7/2009 - BE 53 © 2015 ACV International Alle rechten voorbehouden. De verstrekte informatie geldt voor het product in standaard uitvoering. ACV International, kan derhalve niet aansprakelijk gesteld worden voor eventuele schade voortvloeiend uit de van de standaard uitvoering afwijkende specificaties van het product.
ACV International 3 Deze handleiding Met deze handleiding kunt u het toestel op veilige wijze monteren, installeren en onderhouden. Volg de instructies nauwkeurig op. Neem bij twijfel contact op met ACV International. Bewaar dit installatievoorschrift bij het toestel. Gebruikte afkortingen en benamingen Omschrijving Te noemen als ACV Kombi Kompakt HR 24/28 of 30/36 gaswandketel Toestel Toestel met leidingwerk voor centrale verwarming CV-installatie Toestel met leidingwerk voor warm tapwater WW-installatie Pictogrammen In deze handleiding is het volgende pictogram gebruikt: VOORZICHTIG Procedures die –als ze niet met de nodige voorzichtigheid uitgevoerd worden– schade aan het product, de omgeving, het milieu of lichamelijk letsel tot gevolg kunnen hebben.
Service en technische ondersteuning Voor informatie over specifieke afstellingen, installatie-, onderhouds- en reparatiewerkzaamheden, gelieve contact op te nemen met: ACV Belgium Oude Vijverweg 6 B-1653 Dworp tel. +32 - 2334 82 40 fax. +32 - 2334 82 59 www.acv-world.com Identificatie van het product De toestelgegevens vindt u op het typeplaatje op de onderzijde van het toestel. • Type toestel • Vermogen warmwater (kW) • Nominale belasting boven- en onderwaarde (kW) • Nominaal vermogen (kW) • Gascategorie • Ingestelde gassoort • Gasaansluitdruk (mbar) • NOx nummer • Toestelcategorie • Maximale CV-waterdruk (bar) • Maximale druk tapwater (bar) • Maximale CV-watertemperatuur (°C) • Elektrische aansluiting • Beschermingsgraad • Pin • Serienummer • Bouwjaar
ACV International 4 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN De verdeler ACV International aanvaardt geen enkele aansprakelijkheid voor schade of letsel veroorzaakt door het niet (strikt) naleven van de veiligheidsvoorschriften en -instructies, dan wel door onachtzaamheid tijdens het installeren van de ACV Kombi Kompakt Hoog Rendement gaswandketel en de eventueel bijbehorende accessoires. Voor de verschillende disciplines zijn de voorschriften vermeld. Het is ten strengste verboden om ter plaatse belasting te regelen in functie van de verdeelde gassoort. 1.1 Algemeen De installatie van deze verwarmingsketel moet door een bevoegde installateur worden uitgevoerd en voldoen aan de van kracht zijnde officiële teksten en reglementeringen: • NBN D 51–003 • NBN B 61.002 • NBN D 51.004 • Plaatselijke voorschriften van gemeente, brandweer en nutsbedrijven.
• Het Algemene Reglement op de Electrische Installatie (AREI) 1.2 Gasinstallatie De gehele installatie moet voldoen aan de geldende (veiligheids-) voorschriften, zoals vermeld in: • NBN D51 - 003 1.3 Elektrische installatie De gehele installatie moet voldoen aan de geldende (veiligheids-) voorschriften, zoals vermeld in: • AREI 1.4 Rookgasafvoer en luchttoevoer De rookgasafvoer en luchttoevoerinstallatie moet voldoen aan: • NBN B 61.002
ACV International 5 2 TOESTELOMSCHRIJVING 2. 1 Algemeen De ACV Kombi Kompakt Hoog Rendement gaswandketel is een gesloten toestel. Het toestel is bedoeld om warmte te leveren aan het water van een CV-installatie en de WW-installatie. De luchttoevoer en verbrandingsgasafvoer kunnen door middel van twee aparte leidingen op het toestel aangesloten worden. Een concentrische aansluiting kan op aanvraag geleverd worden. Het toestel kan naar keuze aangesloten worden op een montagebeugel, een frame met bovenaansluiting en diverse aansluitsets. Deze worden separaat geleverd. De ACV Kombi Kompakt HR 24/28 en 30/36 gaswandtoestellen zijn voorzien van het CE keurmerk en voldoen aan de electrische isolatieklasse IP44. Het is mogelijk om het toestel alleen te gebruiken voor warmwater of alleen voor verwarming. Het niet gebruikte systeem hoeft niet aangesloten te worden.
Het toestel wordt standaard geleverd voor aardgas (G20). Op aanvraag kan een toestel geleverd worden voor propaan (G31). 2. 2 Werking De ACV Kombi Kompakt Hoog Rendement gaswandketel is een modulerende HR-TOP ketel. Dit houdt in dat het vermogen wordt aangepast aan de gewenste warmtebehoefte. In de aluminium warmtewisselaar zijn twee van elkaar gescheiden koperen circuits geïntegreerd. Door de gescheiden uitgevoerde circuits voor CV- en warmwater kunnen de verwarming en warmwatervoorziening onafhankelijk van elkaar werken. De warmwatervoorziening heeft voorrang ten opzichte van de verwarming. Beide kunnen niet gelijktijdig werken.
Het toestel is voorzien van een elektronische branderautomaat die bij iedere warmtevraag van de verwarming of de warmwatervoorziening de ventilator aanstuurt, de gasklep opent, de brander ontsteekt en de vlam continue bewaakt en regelt, afhankelijk van het gevraagde vermogen. 2. 3 Bedrijfstoestanden Op het service display van het bedieningspaneel wordt door een code de bedrijfstoestand van het toestel aangegeven.
- Uit Het toestel is buiten bedrijf, maar staat wel onder elektrische spanning. Op vragen voor warm tapwater of CV water wordt niet gereageerd. De toestelvorstbeveiliging is wel actief. Dit houdt in dat de pomp gaat draaien en de wisselaar wordt opgewarmd indien de temperatuur van het daarin aanwezige water te ver daalt. Als de vorstbeveiliging ingrijpt dan is code 7 zichtbaar(opwarmen wisselaar). Wachtstand De LED bij de aan/uit toets brandt en eventueel één van de LED’s van de tapcomfort functie. Het toestel is gereed voor het beantwoorden van een vraag naar CV- of tapwater. 0 Nadraaien CV Na het einde van CV bedrijf draait de pomp na. De nadraaitijd staat van fabriekswege ingesteld op de waarde volgens Zie § 7 Blz. :36. Deze instelling kan gewijzigd worden. Bovendien gaat de pomp automatisch 1 keer per 24 uur gedurende 10 seconden draaien om vastzitten te voorkomen.
Deze automatische inschakeling van de pomp vindt plaats op het tijdstip van de laatste warmtevraag. Om het tijdstip te wijzigen dient op het gewenste tijdstip de kamerthermostaat even omhoog gezet te worden. 1 Gewenste temperatuur bereikt De branderautomaat kan de warmtevraag tijdelijk blokkeren. De brander wordt dan gestopt. De blokkering vindt plaats omdat de gevraagde temperatuur is bereikt. Als de temperatuur voldoende gezakt is wordt de blokkering opgeheven. 2 Zelftest Regelmatig worden door de branderautomaat de aangesloten sensoren gecontroleerd. Tijdens de controle voert de automaat geen andere taken uit.
ACV International 6 3 Ventileren Bij het starten van het toestel wordt allereerst de ventilator naar het starttoerental gebracht. Als het starttoerental is bereikt wordt de brander ontstoken. Code 3 is eveneens zichtbaar als er na het stoppen van de brander wordt nageventileerd. 4 Ontsteken Als de ventilator het starttoerental heeft bereikt vindt de ontsteking van de brander middels elektrische vonken plaats. Tijdens het ontsteken is code 4 zichtbaar. Indien de brander niet ontsteekt dan vindt na ongeveer 15 seconden een nieuwe ontsteekpoging plaats. Als na 4 ontsteekpogingen de brander nog niet brandt dan valt de automaat in storing. Zie § 7. 12. 1. 5 CV Bedrijf Op de automaat kan een aan/uit of een OpenTherm thermostaat eventueel in combinatie met een buitenvoeler aangesloten worden. Zie het elektrische schema.
Bij een warmtevraag afkomstig van een thermostaat volgt na het aanlopen van de ventilator (code 3 ) het ontsteken (code 4 ) en de CV bedrijfstoestand (code 5 ). Tijdens CV bedrijf wordt het toerental van de ventilator en daarmee het vermogen van het toestel aangepast zodanig dat de temperatuur van het CV water naar de ingestelde CV-aanvoertemperatuur toe geregeld wordt. In het geval van een aan/uit thermostaat wordt de CV-aanvoertemperatuur op het bedieningspaneel ingesteld. In het geval van een OpenTherm thermostaat wordt de gewenste CV-aanvoertemperatuur door de thermostaat bepaald. Bij een buitenvoeler wordt de CV-aanvoertemperatuur bepaald door de in de branderautomaat geprogrammeerde stooklijn. Tijdens CV bedrijf wordt de gevraagde CV-aanvoertemperatuur op het bedieningspaneel weergegeven.
Als de tapcomfortfunctie is ingeschakeld (zie code 7 ), dan wordt een OpenTherm warmtevraag van minder dan 40 graden genegeerd. De weerstand R kan verwijderd worden als de kamerthermostaat geen anticipatiestroom nodig heeft. Zie § 9. 2.
Tijdens CV bedrijf kan de maximale CV-aanvoertemperatuur ingesteld worden tussen 30 en 90°C en wordt de ingestelde CV-aanvoertemperatuur op het bedieningspaneel weergegeven. Tijdens CV bedrijf kan door de service toets in te drukken de werkelijke CV-aanvoertemperatuur afgelezen worden. 6 Tapwaterbedrijf De warmwatervoorziening heeft voorrang op de verwarming. Als door de stromingssensor een behoefte van meer dan 1,5 l/min aan warm tapwater wordt gedetecteerd, zal een eventuele CV-vraag onderbroken worden. Na het aanlopen van de ventilator (code 3 ) en het onsteken (code 4 ) komt de automaat in tapwaterbedrijf (code 6 ). Tijdens tapwaterbedrijf wordt het toerental van de ventilator, en daarmee het vermogen van het toestel, geregeld door de automaat op basis van de ingestelde tapwatertemperatuur. De regeling draagt zorg voor de juiste tapwatertemperatuur.
Tijdens tapwaterbedrijf kan de water temperatuur worden ingesteld tussen 50°C en 60°C. De ingestelde tapwatertemperatuur wordt op het bedieningspaneel getoond. Door de service toets in te drukken tijdens tapwaterbedrijf, kan de werkelijke tapwatertemperatuur afgelezen worden. 7 Opwarmen toestel Ten behoeve van een snelle levering van warm tapwater is een zogenaamde tapcomfortfunctie in de automaat aangebracht. Door deze functie wordt de warmtewisselaar op temperatuur gehouden. De tapcomfortfunctie kent de volgende instellingen: • Uit: (Beide LED’s uit. ) De warmtewisselaar wordt niet warm gehouden waardoor de levering van warm tapwater even op zich laat wachten. Als er geen behoefte is aan warm tapwater of aan de directe levering hiervan dan kan de tapcomfortfunctie uitgeschakeld worden. • Aan: De tapcomfortfunctie van het toestel is continue ingeschakeld.
ACV International 7 2.4 Testprogramma’s In de branderautomaat is een voorziening aangebracht om het toestel in een test status te brengen. Door het activeren van een testprogramma zal het toestel in bedrijf komen met een vast ventilator toerental, zonder dat de regelfuncties zullen ingrijpen. De veiligheidsfuncties blijven wel actief. Het testprogramma wordt beëindigd door de “+” en “-“ gelijktijdig in te drukken.
Testprogramma's Omschrijving programma Toets combinaties Display uitlezing Brander aan met minimum CV vermogen Service " en "-" “L” Brander aan met maximaal CV vermogen (zie parameter 3 §7.3) "service" en “+” (1x) “h” Brander aan met maximaal WW vermogen (zie parameter 4 §7.3) "service" en "+" (2x) "H" Uitschakelen testprogramma "+" en "-" Actuele bedrijfssi-tuatie Uitleesmogelijkheden Als het toestel in test bedrijf is kunnen de volgende gegevens via het display worden uitgelezen: • Door de toets blijvend in te drukken wordt op het display de CV-druk getoond. • Door de toets blijvend in te drukken wordt op het display de gemeten ionisatiestroom getoond. 2.4.1 Vorstbeveiliging • Om bevriezing van het toestel te voorkomen is het toestel voorzien van een toestelvorstbeveiliging.
Als de temperatuur van de warmtewisselaar te laag wordt, schakelt de brander in, en gaat de pomp draaien tot de temperatuur van de warmtewisselaar voldoende is. Als de toestelvorstbeveiliging ingrijpt dan is code 7 zichtbaar (opwarmen wisselaar). • Als de installatie (of een deel daar van) kan bevriezen, moet er op de koudste plaats een (externe) vorstthermostaat op de retourleiding aangebracht worden. Deze moet volgens het bedradingschema aangesloten worden. Zie § 9.2. Opmerking Als het toestel buiten bedrijf is ( - op het service display) is de toestelvorstbeveiliging wel actief ,op een warmte vraag van een (externe) vorstthermostaat wordt echter niet gereageerd.
ACV International 8 3 HOOFDCOMPONENTEN A. CV-pomp L. Luchttoevoer (alleen bij parallel aansluiting) B. Gasblok M. Rookgasafvoer C. Branderautomaat met bedieningspaneel N. Aansluitblok / klemmenlijst X4 D. Aanvoersensor S1 O. Condensafvoer E. Retoursensor S2 P. Warmwater sensor S3 F. Ventilator Q. Sifon G. Stromingssensor R. Warmtewisselaar H. Manometer S. Bedieningspaneel en uitlezing I. Aansluitsnoer 230 V ~ met steker met randaarde T. Ionisatie-/Ontsteekpen J. Handonluchter U. Positie typeplaat K. Kijkglas Expansievat (niet afgebeeld) Voor een gedetailleerd overzicht van alle onderdelen en beschikbare accessoires, wordt verwezen naar het onderdelenboek.
ACV International 11 4.2 Opstellingsruimte Het toestel, dient aan een wand gemonteerd te worden die voldoende draagkracht heeft. Bij lichte wand constructies bestaat de mogelijkheid dat er resonantiegeluiden optreden. Binnen een afstand van 1 m van het toestel moet een wandcontactdoos met randaarde zitten. Als het toestel als open toestel wordt geïnstalleerd dient de ketel te voldoen aan de plaatselijke geldende voorschriften en voldoende geventileerd te worden zie § 5.5.2. Om bevriezing van de condensafvoer leiding te voorkomen, moet het toestel in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden. Houd boven het toestel 5 cm ruimte vrij om het frontpaneel van de mantel te kunnen afnemen. 4.2.1 In een keukenkastje plaatsen De ACV Kombi Kompakt HR kan indien gewenst tussen twee muren of in een keukenkastje geplaatst worden.
Bij plaatsing in een keukenkastje dient de ketel te voldoen aan de plaatselijke geldende voorschriften en voldoende geventileerd te word. Zorg voor voldoende ventilatie aan de onder- en bovenzijde. Als het toestel in een kastje geplaatst wordt, moeten er ventilatieopeningen van tenminste 50 cm2 gemaakt worden. 4.2.2 Schermplaat en frontpaneel afnemen Voor diverse werkzaamheden aan het toestel dienen schermplaat en frontpaneel van het toestel verwijderd te worden. Ga hierbij als volgt te werk: • Neem de schermplaat (A), indien gebruikt, naar voren toe weg. • Draai de beide schroeven (B) aan de onderzijde van het toestel los. • Ligt het frontpaneel (C) op en neem het naar voren toe weg.
ACV International 12 4.3 Montage Voor de montage van het toestel wordt, afhankelijk van de aansluitsituatie, gebruik gemaakt van een ophangstrip en een los te bestellen montagebeugel of een los te bestellen boven aansluitframe in combinatie met een montagebeugel. Op de montagebeugel kan de installatie aangesloten worden, voordat het toestel geplaatst wordt. 4.3.1 Ophangstrip en montagebeugel monteren Bevestig de ophangstrip en de montagebeugel, met de bijgeleverde bevestigingsmaterialen, horizontaal aan de wand, overeenkomstig het boorpatroon. Zie § 4.1 4.3.2 Boven aansluitframe (lang of kort) en montagebeugel monteren • Bevestig het frame, met de bijgeleverde bevestigingsmaterialen, verticaal aan de wand. • Schuif de aansluitleidingen in het frame (alleen bij aansluitset boven compleet). • Bevestig de montagebeugel op het frame, met de bij het frame geleverde bevestigingsmaterialen.
Let op: Het toestel is breder dan het frame. 4.3.3 Monteer de onderdelen van de diverse aansluitsets: • Plaats vul-/aftapkraan (A) met T-stuk 22-1/2"-22 knel (B) op de retouraansluiting. • Plaats het overstortventiel (C) (3 bar) met het T-stuk 22x1/2"-22 knel (D) op de aanvoersluiting. • Plaats de inlaatcombinatie (E) (15-15 knel 8 bar) op de koudwateraansluiting (alleen bij aansluitset (boven) compleet). • Plaats de gaskraan (F) (met koppeling 1/2") op de gasaansluiting (alleen bij aansluitset (boven) compleet). • Monteer de afvoeren van het overstortventiel (G), de inlaatcombinatie (H) en de sifon (I). Monteer het geheel in de montagebeugel (alleen bij aansluitset (boven) compleet). Monteer nu het toestel, of sluit de installatie aan.
ACV International 13 4.3.4 Toestel monteren 1. Pak het toestel uit. 2. Controleer de inhoud van de verpakking, deze bestaat uit: • Toestel (A) • Ophangstrip (B) • Sifon (C) • Installatievoorschrift 3. Controleer het toestel op eventuele beschadigingen: meld beschadigingen direct aan de leverancier. 4. Controleer of de knelringen recht in de koppelingen van de montagebeugel zitten. 5. Plaats het toestel: schuif deze van boven naar beneden over de ophangstrip. Zorg dat de leidingen tegelijkertijd in de knelfittingen schuiven. 6. Draai de knelfittingen op de montagebeugel vast. De nippels mogen niet meedraaien! 7. Schuif de sifon zo ver mogelijk naar boven op de condensafvoer aansluiting (C) onder het toestel en draai de fitting vast. 8.
Sluit flexibele buis (A) van de sifon, eventueel samen met de overstortleiding van de inlaatcombinatie en het overstortventiel, aan op het riool via een open aansluiting (B). Vul de sifon alvorens de ketel in bedrijf wordt genomen. 9. Monteer de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer. De luchttoevoer opening, die niet gebruikt wordt, moet met de bijgeleverde dop afgesloten worden. 4.3.5 Schermplaat aanbrengen 1. Steek de vier haken van de los te bestellen schermplaat in de sleuven van het toestel. 2. Schuif de schermplaat naar achteren, hierdoor schuiven de haken in de sleuven en wordt de schermplaat geborgd.
ACV International 14 5 AANSLUITEN 5. 1 CV-installatie aansluiten Voor het aansluiten van het toestel zijn verschillende accessoires te bestellen. Hiervoor wordt verwezen naar het onderdelenboek. 1. Spoel de CV-installatie goed schoon. 2. Monteer de aanvoerleiding (B) en retourleiding (A) aan de los te bestellen montagebeugel en aansluitset onder compleet, zoals hiernaast afgebeeld. Alle leidingen moeten spanningsvrij gemonteerd worden om tikken van de leidingen te voorkomen. Bestaande verbindingen mogen niet verdraaid worden om lekkages te voorkomen. De CV-installatie dient voorzien te zijn van: • Een vul/aftapkraan (A) in de retourleiding direct onder het toestel. • Een aftapkraan op het laagste punt van de installatie. • Een overstortventiel (B) van 3 bar in de aanvoerleiding op een afstand van maximaal 500 mm van het toestel.
Tussen het toestel en het overstortventiel mag zich geen afsluiter of vernauwing bevinden. • Een expansievat in de retourleiding. • Een terugslagklep, als er op korte afstand van het toestel leidingen naar boven lopen. Hiermee wordt voorkomen dat er tijdens tapwaterbedrijf van het toestel thermosifonwerking optreedt. Indien u hiervoor een niet veerbediende terugslagklep toepast, dan moet deze verticaal gemonteerd worden. 5. 1. 1 Thermostatische radiatorkranen Als alle radiatoren zijn uitgevoerd met thermostatische of afsluitbare radiatorkranen, moet er een shuntleiding aangebracht worden om een minimale watercirculatie te waarborgen. De shuntleiding moet minimaal 6 m van het toestel verwijderd zijn om oververhitting van het toestel te voorkomen. 5. 1.
2 Vloerverwarming Voor een goede werking van de warmtapwatervoorziening mag er geen ongewenste circulatie door het toestel zijn door een tweede pomp in het CV-circuit.
Sluit een vloerverwarming indirect hydraulisch neutraal aan, of voorzie het circuit van een elektrische afsluiter (E)(tweewegklepset) of terugslagklep (D) die doorstroming door het toestel voorkomt als er geen CV-warmtevraag is. Aansluitschema vloerverwarming A. Ketel B. Pomp C. Thermostatische regelafsluiter D. Terugslagklep veerbediend E. Elektrische afsluiter 230 V ~ F. Radiatoren G. Ruimte-/klok thermostaat H. Maximaal thermostaat.
ACV International 15 5.1.3 Toestel met zone regeling Indien naast de CV-installatie in een (woon) ruimte nog een andere verwarmingsbron (houtkachel, openhaard, etc.) aanwezig is, ontstaat vaak het probleem dat andere ruimten afkoelen. Dit kan worden opgelost door de CV-installatie op te delen in twee zones. De Zone-regeling kan alleen worden toegepast indien geen externe boiler hoeft te worden opgewarmd (installatietype 1). Aansluitschema Zone-regeling A. Ketel B. Elektrische afsluiter 230 V ~ C. Radiatoren T1. Kamerthermostaat zone 1 T2. Kamerthermostaat zone 2 Z1. Zone 1 Z2. Zone 2 Werkingsprincipe De Zone-regeling omvat twee kamerthermostaten en een afsluiter. Indien de kamerthermostaat van Zone 2 een warmtevraag genereert wordt de afsluiter geopend en wordt het hele systeem verwarmd.
Als de ruimtetemperatuur van Zone 2 hoger is dan de ingestelde gewenste temperatuur, bepaalt de kamerthermostaat van Zone 1 of Zone 1 moet worden verwarmd. Installatievoorschrift 1. Plaats de afsluiter volgens het aansluitschema. 2. Sluit de kamerthermostaat van Zone 1 aan op X4 – 6/7. 3. Sluit de kamerthermostaat van Zone 2 aan X4 – 11/12. 4. Wijzig parameter A van de service code. Zie Instellingen installateur.( Zie § 7) Let op: De kamerthermostaat in Zone 1 MOET een aan/uit thermostaat zijn, de kamerthermostaat in Zone 2 MAG een aan/uit of OpenTherm thermostaat zijn.
ACV International 16 5.2 Warmwater-installatie aansluiten 1. Spoel de installatie goed schoon. 2. Monteer indien voorgeschreven een inlaatcombinatie. 3. Monteer de koud- en warmwaterleiding (A en B). Opmerkingen • Als het toestel alleen voor de warmwatervoorziening wordt gebruikt, moet de verwarmingsfunctie met de servicecode op het bedieningspaneel uitgeschakeld worden. De CV-installatie behoeft dan niet aangesloten of gevuld te worden. • Als het toestel tijdens de winter buiten bedrijf wordt gesteld en van het lichtnet afgesloten wordt, moet het sanitairwater afgetapt worden om bevriezing te voorkomen. Hiervoor moeten de tapwateraansluitingen onder het toestel los genomen worden. Weerstandgrafiek tapcircuit toestel A. Kombi Kompakt 24/28 B. Kombi Kompakt 30/36 X. Drukverliestoestel in bar Y.
Tapdebiet in liters per minuut 5.2.1 Toestel met Naverwarming Zonneboiler Het toestel is voorzien van het NZ-label: geschikt voor ”Naverwarming Zonneboiler”. Hiervoor is op bestelling een aansluitset beschikbaar. Aansluitschema Naverwarming Zonneboiler A. Toestel B. Zonneboiler C. Koud water D. Inlaatcombinatie E. T max 85°C F. Warm water G. Thermostatisch mengventiel 35° - 65°C (instellen op ca. 62,5°C) H. Warm water gemengd K. Koudwatersensor S4 Opmerking In combinatie met een zonne-energiesysteem moet er na het toestel altijd een thermostatisch mengventiel geplaatst worden, ingesteld op 60°C.
ACV International 17 5.3 Elektrisch aansluiten VOORZICHTIG Een wandcontactdoos met randaarde mag maximaal 1 meter van het toestel verwijderd zijn. De wandcontactdoos moet gemakkelijk bereikbaar zijn. Voor opstelling in vochtige ruimten is een vaste aansluiting verplicht. Neem bij werkzaamheden aan het elektrisch circuit de stekker uit de wandcontactdoos 1. Neem de schermplaat (A) indien aanwezig, naar voren toe weg. 2. Neem het displayvenster weg 3. Draai de schroeven (A) los, om de ruimte van de branderautomaat (B) te bereiken. De afdekplaat scharniert naar beneden toe open. 4. Raadpleeg § 5.3 en § 9.2 voor het maken van de aansluitingen. 5. Sluit na het maken van de gewenste aansluitingen het toestel aan op een wandcontactdoos met randaarde.
ACV International 18 5. 3. 2 Kamerthermostaat aan/uit 1. Sluit de kamerthermostaat aan. Zie § 5. 3. 1. 2. Stel de terugkoppelweerstand van de kamerthermostaat in op 0,1 A. Meet bij twijfel de stroom en stel deze overeenkomstig in. De maximale weerstand van de thermostaatleiding en de kamerthermostaat bedraagt totaal 15 Ohm. 5. 3. 3 Klokthermostaat Voor de voeding van een 24V= klokthermostaat is 3 VA beschikbaar. Sluit de klokthermostaat aan. Zie § 5. 3. 1 5. 3. 4 Buitentemperatuurvoeler Het toestel is voorzien van een aansluiting voor een buitentemperatuurvoeler. De buitentemperatuurvoeler kan in combinatie met een aan/uit kamerthermostaat of een OpenTherm* thermostaat toegepast worden. Sluit de buitentemperatuurvoeler aan. Zie § 5. 3. 1. Voor de stooklijninstelling, zie Weersafhankelijke regeling. Zie §7. 7 Blz:. 38 * Bij OpenTherm bepaald de thermostaat de stooklijn.
Het toestel geeft alleen de buitentemperatuur door. 5. 3. 5 Modulerende thermostaat Het toestel is geschikt voor het aansluiten van een modulerende thermostaat, volgens het OpenTherm communicatie protocol. De belangrijkste functie van de modulerende thermostaat is het berekenen van de aanvoertemperatuur bij een gewenste kamertemperatuur, om een optimaal gebruik te maken van het moduleren. Bij elke warmtevraag wordt op het display van het toestel de gewenste aanvoer temperatuur aangegeven. VOORZICHTIG Voor het aansluiten van de Open Therm- modulerende thermostaat dient het toestel spanningsloos gemaakt te worden. Sluit de modulerende thermostaat aan. Zie § 5. 3. 1. Indien men gebruik wil maken van de tapwater aan/uit schakel functie van de OpenTherm thermostaat dient doorverbinder 4-5 op X4 verwijdert te worden en de tapwatercomfort functie op eco of aan ingesteld te worden. Zie § 5. 3. 1.
ACV International 19 5.5 Rookgasafvoer en luchttoevoer • In het geval van een parallel aansluiting moeten de leidingen voor verbrandingsgassen en luchttoevoer een diameter hebben van ø 80 mm. • Een cooncentrische afvoer moet minimaal diameters hebben van ø 80/125 mm • Neem voor andere diameters contact op met ACV International. 5.5.1 Doortocht, materialen en isolatie Leiding Diameter Materiaal Luchttoevoer ø 80 mm Volgens de plaatselijke voorschriften van brandweer en/of energiebedrijf. Spiralobuis, enkelwandig aluminium, verzinkt plaatstaal, roestvast staal of kunststof. Eventueel geïsoleerd met 10 mm dampdicht isolatie materiaal of kunststof.
Verbrandings-gasafvoer ø 80 mm Volgens NBN B 61.002 Aluminium minimale wanddikte 1.5 mm Isolatie - 10 mm dampdicht isolatiemateriaal, bij kans op condensatie aan de buitenzijde, door een lage wandtemperatuur en een hoge ruimtetemperatuur met een hoge relatieve vochtigheid. 5.5.2 Open toestelaansluiting VOORZICHTIG Zorg voor de benodigde ventilatie van de opstellingsruimte. VOORZICHTIG Het toestel voldoet niet meer aan IP44! 5.5.3 Gesloten toestel aansluitingen. Parallel aansluiting 1. Als de rechter luchttoevoer gebruikt wordt, moet de afsluitdop en het onderliggende isolatie schuim naar de linker luchttoevoer verplaatst worden. 2. Monteer de pijpen voor de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer in de toevoer en afvoer van het toestel. De ingebouwde siliconen afdichtring zorgt voor een luchtdichte aansluiting.
Concentrische aansluiting Met de concentrische adapterset kan de standaard parallel aansluiting gewijzigd worden in een concentrische aansluiting. 3. Sluit de open luchttoevoeraansluiting in het toestel af met de bij de set geleverd afsluitdop. 4. Verwijder de afdichtring rond de rookgasafvoer in het toestel. 5. Plaats de bij de set geleverd afdichtring ø 116x110 mm. 6. Plaats de adapter op de rookgas afvoer.
ACV International 20 5.6 Leidinglengten Naarmate de weerstand van de rookgasafvoer- en luchttoevoerleidingen toeneemt zal het vermogen van het toestel afnemen. De maximale toegestane vermogens afname bedraagt 5%. De weerstand van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer is afhankelijk van de lengte, de diameter en alle componenten van het leidingsysteem. Per toestelcategorie is de totale toegestane leidinglengte aangegeven van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer. Bij de opgave van de leidinglengtes voor parallel aansluiting, wordt uitgegaan van Ø80 mm.
ACV International 21 5.7 Uitmonding systemen Montage algemeen: Voor alle uitmondingen geldt de onderstaande montage: 1. Schuif de verbrandingsgasafvoerleiding in de afvoer van het toestel. 2. Schuif de verbrandingsgasafvoerleidingen in elkaar. Vanaf het toestel moet iedere pijp in de voorgaande geschoven worden. 3. Monteer een niet verticale verbrandingsgasafvoerleiding op afschot naar het toestel (min. 5mm/m). 4. Monteer felsnaden naar boven gericht in een horizontaal gedeelte. 5. Plak niet gasdichte verbindingen af met hitte en vochtbestendige aluminiumtape. Voor alle luchttoevoerleidingen geldt de onderstaande montage: 1. Schuif de luchttoevoerleiding in de toevoer van het toestel. 2. Plak niet luchtdichte verbindingen af met vochtbestendige tape. 3. Breng isolatie aan, indien noodzakelijk.
ACV International 22 Montage dubbelpijpsdoorvoer 1. Maak twee sparingen van ø 90 mm op de plaats van uitmonding. 2. Kort de dubbelpijpsdoorvoer in op de juiste lengte. 3. Schuif de toe- en afvoerpijp in de sparingen. 4. Dek de sparingen af met de muurafdekplaten. 5. Monteer de uitblaasroosters op de toe- en afvoerpijp. 6. Bevestig deze aan de pijpen. 7. Monteer de dubbelpijpsdoorvoer op afschot naar het toestel. Montage dubbelpijps verlengpijp(en) t.b.v. balkongallerij uitmonding Als de vrije uitmonding wordt gehinderd door een dakoverstek, balkon, galerij of anders, moeten de luchttoevoerleiding en verbrandingsgasafvoerleiding verlengd worden tot minimaal de voorzijde van het overstekende deel.
Als de luchttoevoer niet verstoord kan worden door obstakels, zoals een console of scheidingsmuurtje en als de uitmonding zich niet aan de rand van een gebouw bevindt, behoeft de luchttoevoerleiding niet verlengd te worden. 1. Verleng de verbrandingsgasafvoerleiding, en eventueel ook de luchttoevoerleiding, van de dubbelpijpsdoorvoer met een standaard verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding op de juiste lengte volgens de aangegeven maten. 2. Schuif de verbrandingsgasafvoer- en eventueel ook de luchttoevoerleiding in de afvoer- en toevoerpijp van de dubbelpijpsdoorvoer. 3. Monteer de verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding op afschot naar het toestel. 4. Monteer de uitblaasroosters op beide leidingen.
ACV International 23 5.7.2 Gevel- en dakuitmonding combidoorvoer horizontaal Toestelcategorie: C13 • ACV combidoorvoer-horizontaal. Voor gevel- of dakuitmonding horizontaal. • ACV combidoorvoer-horizontaal. Voor verlenging van een balkon-/galerij uitmonding. Toegestane leidinglengte Luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding: samen 60 m, exclusief de lengte van de combidoorvoer. Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding Voor de montage, zie § 5.7 Montage algemeen Montage combidoorvoer-horizontaal geveluitmonding 1. Maak op de plaats van uitmonding een sparing van ø 130 mm. 2. Kort de combidoorvoer in op de juiste lengte volgens de aangegeven maten. 3. Monteer het uitblaasrooster en bevestig dit aan de binnenpijp. 4. Schuif de combidoorvoer in de sparing en breng de rozetten aan om de sparing af te dekken. 5. Monteer de combidoorvoer op afschot naar het toestel.
ACV International 24 Montage combiverlengpijp t.b.v. balkon-/galerij uitmonding Als de vrije uitmonding wordt gehinderd door een dakoverstek, balkon, galerij, of anders, moet de combidoorvoer verlengd te worden tot tenminste de voorzijde van het overstekende deel. 1. Monteer de combiverlengpijp op de combidoorvoer. 2. Kort de combidoorvoer of de combiverlengpijp in op de juiste lengte volgens de aangegeven maten. 3. Monteer het uitblaasrooster en bevestig dit aan de binnenpijp. 4. Monteer de combidoorvoer en combiverlengpijp op afschot naar het toestel. Montage combidoorvoer-horizontaal dakuitmonding 1. De uitmonding kan op een willekeurige plaats in het dakvlak gemaakt worden. 2. Monteer een horizontale dakdoorvoerpan (D) (geschikt voor pijp ø 120 mm) op de plaats van de uitmonding. 3. Monteer het uitblaasrooster op de combidoorvoer en bevestig dit aan de binnenpijp. 4.
ACV International 25 5.7.3 Dakuitmonding combidoorvoer-verticaal en dubbelpijpsdoorvoer-verticaal Toestelcategorie: C33 • ACV combidoorvoer-verticaal. Toegestane leidinglengte Luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding: samen 60 m, exclusief de lengte van de combidoorvoer of de dubbelpijpsdoorvoer. Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding Voor de montage, zie § 5.7 Montage algemeen Montage combidoorvoer-verticaal 1. Monteer een verticale doorvoerpan met schaal op de plaats van uitmonding op een schuin dak. Op een plat dak moet een plakplaat voor een pijp ø 126 mm aangebracht worden. 2. Demonteer het spruitstuk van de combidoorvoer (C). 3. Schuif de combidoorvoer (C) van buiten naar binnen: Bij een schuin dak door de verticale doorvoerpan met schaal. Bij een plat dak door de plakplaat. 4. Monteer het spruitstuk van de combidoorvoer (C) en borg deze met een plaatschroef of popnagel.
ACV International 26 Montage dubbelpijpsdoorvoer-verticaal VOORZICHTIG De uitmondingen van verbrandingsgasafvoer en luchttoevoer dienen in hetzelfde drukvlak gemaakt te worden. De luchttoevoer uit het schuine dakvlak en de verbrandingsgasafvoer door middel van een bouwkundige schoorsteen is ook mogelijk, omgekeerd niet. 1. Monteer een standaard dubbelwandige verbrandingsgasdoorvoer (ø 80 mm) met Gastec QA kap 83-1 op een schuin dak op de plaats van de uitmonding. 2. Monteer een standaard ventilatiedoorvoer (ø 80 mm) met kruiskap in een bijbehorende dakdoorvoerpan voor de luchttoevoer. 3. Monteer, voor de verbrandingsgasafvoer, een standaard dubbelwandige verbrandingsgasdoorvoer (ø 80 mm) met Gastec QA kap 83-1 op de plaats van de uitmonding.
Monteer bij een plat dak of en bouwkundige schoorsteen en ten behoeve van de luchttoevoer een standaard ventilatie doorvoer (ø 80 mm) met kruiskap in een bijbehorende plakplaat. VOORZICHTIG Twee uitmondingen moeten minimaal op 200 mm van elkaar staan.
ACV International 27 5.7.4 Dakuitmonding prefabschoorsteen Toestelcategorie: C33 Als er in een schacht te weinig ruimte is, kan een dakuitmonding door een prefabschoorsteen noodzakelijk zijn. De prefabschoorsteen dient voorzien te zijn van rookagafvoer en luchttoevoer openingen van tenminste 150cm2 per aangesloten toestel en moet aan de aangegeven minimale maten voldoen. De leverancier moet de goede werking van de prefabschoorsteen, ten aanzien van windaanval, ijsvorming, inregenen enzovoort garanderen. Door de verschillende uitvoeringen en maten, moet de prefabschoorstenen aangepast worden aan de plaatselijke situatie: gaskeur behoeft niet aangevraagd te worden. VOORZICHTIG De verbinding van de luchttoevoer en de verbrandingsgasafvoer tussen het toestel en de prefabschoorsteen moet uitgevoerd worden in leidingen van ø 80 mm.
ACV International 28 5.7.5 Dakuitmonding en luchttoevoer vanuit de gevel Toestelcategorie: C53 VOORZICHTIG De luchttoevoer (A) in de gevel moet voorzien worden van een ACV inlaatrooster. • Verbrandingsgasafvoer (B) door een prefabschoorsteen, of door een dubbelwandige dakdoorvoer ø 80 mm met Gastec QA kap 83-1. De prefabschoorsteen dient voorzien te zijn van rookagafvoer openingen van tenminste 150cm2 per aangesloten toestel en moet aan de aangegeven minimale maten voldoen. De leverancier moet de goede werking van de prefabschoorsteen, ten aanzien van windaanval, ijsvorming, inregenen enzovoort garanderen. Toegestane leidinglengte Luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding: samen 75 meter, inclusief de lengte van de doorvoer.
Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding Voor de montage, zie § 5.7 Montage algemeen Montage luchttoevoer- horizontaal De luchttoevoer (A) kan op een willekeurige plaats in de gevel gemaakt worden. 1. Maak op de plaats van de toevoer een sparing van ø 90 mm. 2. Kort de luchttoevoerleiding in op de gewenste lengte uit de muur. 3. Monteer het ACV inlaatrooster en bevestig dit aan de pijp. 4. Schuif de luchttoevoerleiding in de sparing en dek de sparing af met een rozet, indien noodzakelijk. 5. Monteer de luchttoevoer, op de plaats van de geveldoorvoer, op afschot naar buiten, om inregenen te voorkomen. Montage verbrandingsgasdoorvoer - verticaal 1. Monteer een doorvoerpan met schaal in een schuin dakvlak op de plaats van uitmonding. Monteer een plakplaat, geschikt voor een dubbelwandige verbrandingsgasdoorvoer ø 80 mm in een plat dak. 2.
ACV International 29 5.7.6 Luchttoevoer vanuit de gevel en een dakuitmonding met gemeenschappelijk afvoersysteem Toestelcategorie: C83 Een luchttoevoer vanuit de gevel en een dakuitmonding met een gemeenschappelijk afvoersysteem is toegestaan. VOORZICHTIG De luchttoevoer (A) in de gevel moet voorzien worden van een ACV inlaatrooster. De minimale doorlaat van het gemeenschappelijk afvoersysteem Aantal toestellen Diameter afvoer 2 130 3 150 4 180 5 200 6 220 7 230 8 250 9 270 10 280 11 290 12 300 Toegestane leidinglengte Luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding tussen toestel en gemeenschappelijke verbrandingsgasafvoer en luchttoevoerleiding: samen 75 meter.
Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding Voor de montage, zie § 5.7 Montage algemeen Gemeenschappelijke verbrandingsgasafvoer De uitmonding van de verbrandingsgasafvoer kan op een willekeurige plaats in het schuine dakvlak gemaakt worden, mits de uitmonding in het dakvlak dezelfde oriëntatie heeft als de luchttoevoer in de gevel. Bij een platdak moet de uitmonding van de verbrandingsgasafvoer in het “vrije” uitmondingsgebied gemaakt worden. Breng een condensafvoer aan. VOORZICHTIG Het gemeenschappelijk afvoersysteem moet voorzien worden van een trekkende afvoerkap(B). Als het gemeenschappelijk afvoersysteem in de buitenlucht wordt gesitueerd, moet de afvoerleiding dubbelwandig of geïsoleerd uitgevoerd worden. Opmerking Het gemeenschappelijk afvoersysteem is in combinatie met het toestel gekeurd.
ACV International 30 5.7.7 Dakuitmonding CLV-systeem Toestelcategorie : C43 VOORZICHTIG Een dakuitmonding door een Combinatie-LuchttoevoerVerbrandingsgasafvoersysteem (CLV-systeem) is toegestaan. Voor de gemeenschappelijke verbrandingsgas-afvoerkap en luchttoevoerkap is een verklaring van geen bezwaar of een gaskeur van Gastec nodig. De gemeenschappelijke luchttoevoer en de gemeenschappelijke afvoer van de verbrandingsgassen mogen concentrisch of afzonderlijk uitgevoerd worden. Toegestane leidinglengte Luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding tussen toestel en CLV-systeem: 75 meter. Verbrandingsgasafvoer- en luchttoevoerleiding Voor de montage, zie § 5.7 Montage algemeen Opmerking De doortocht van het gemeenschappelijke toe- en afvoersysteem dient door de fabrikant van het CLV-systeem opgegeven te worden. Parallel Concentrisch
ACV International 31 5.7.8 Rookgasafvoer concentrisch horizontaal, vertikaal luchtomsloten door schacht Toestelcategorie : C93 Een rookgasafvoersysteem volgens C93 (C33s) is toegestaan in toepassing met het door ACV toegeleverde afvoermateriaal. Toegestane leidinglengte en systeemeisen Luchttoevoer- en verbrandingsgasafvoerleiding tussen toestel en schacht concentrisch horizontaal 80/125 met een maximale lengte van 10 meter. De rookgasafvoer moet op afschot naar de ketel worden gemonteerd. Vervangende lengten: Bocht 90° R/D=1 2 m Bocht 45° R/D=1 1 m Rookgasafvoer in schacht diameter 80 mm (star of flexibel) met een maximale lengte van 25 meter. Bij toepassing van kunststof rookgasafvoer materiaal geldt een minimale temperatuurklasse T120. Bij toepassing van kunststof rookgas afvoermateriaal moet voor het toestel een condensafvoer worden geplaatst.
De overgangsbocht tussen concentrisch en de verticale rookgasaansluiting in de schacht moet op de voorgeschreven wijze worden ondersteund. De montage aanwijzingen van de fabrikant van het rookgasafvoersysteem moet altijd en volledig worden opgevolgd. De minimale binnenafmeting van de schacht dient 200 x 200 mm te zijn. Bij bestaande installaties dient de schacht geïnspecteerd, en indien nodig gereinigd te worden alvorens de nieuwe installatie in gebruik te nemen. Opmerking: Het afvoersysteem is in combinatie met het toestel gekeurd.
ACV International 32 6 INBEDRIJFSTELLEN VAN HET TOESTEL 6.1 Vullen en ontluchten van toestel en installatie WAARSCHUWING Sluit het toestel na het vullen en ontluchten pas aan op de netspanning! 6.1.1 CV-systeem WAARSCHUWING Als een toevoegmiddel aan het CV-water wordt toegevoegd, moet dit geschikt zijn voor de in het toestel toegepaste materialen zoals koper, messing, roestvast staal, staal, kunststof en rubber. 1. Sluit de vulslang aan op de vul-/aftapkraan en vul de installatie met schoon drinkwater, tot een druk van 1 – 2 bar maximaal bij een koude installatie. 2. Ontlucht het toestel met de handontluchter (A). Eventueel kan er een automatische ontluchter op het toestel gemonteerd worden in plaats van de handontluchter. 3. Ontlucht de installatie met de handontluchters op de radiatoren. 4. Vul de CV installatie bij als de druk door het ontluchten te ver is gedaald. 5.
Heb je hulp nodig?
Als je hulp nodig hebt met ACV Kompakt HR eco Kombi - 2015 stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden
Handleiding Boiler ACV
Handleiding Boiler
Nieuwste handleidingen voor Boiler