ACV Delta performance ventouse SV - MV Handleiding

ACV Verwarmingsketel Delta performance ventouse SV - MV

Bekijk gratis de handleiding van ACV Delta performance ventouse SV - MV (36 pagina’s), behorend tot de categorie Verwarmingsketel. Deze gids werd als nuttig beoordeeld door 25 mensen en kreeg gemiddeld 4.6 sterren uit 9 reviews. Heb je een vraag over ACV Delta performance ventouse SV - MV of wil je andere gebruikers van dit product iets vragen? Stel een vraag

Pagina 1/36
Gebruikshandleiding en
Installatievoorschrift
delta
excellence in hot water
delta
performance
performance
ventouse SV/MV
24/09/2004 - 66421501

Beoordeel deze handleiding

4.6/5 (9 Beoordelingen)

Product specificaties

Merk: ACV
Categorie: Verwarmingsketel
Model: Delta performance ventouse SV - MV

Handleiding ACV Delta performance ventouse SV - MV – volledige tekst

Zij beschikken bovendien over het Belgische label“HR+”.WAARSCHUWINGENDit handboek maakt integraal deel uit van de apparatuur waarnaarhet verwijst en moet aan de gebruiker worden overhandigd.De installatie en het onderhoud van het product dienen te wordentoevertrouwd aan erkende technici in overeenstemming met degeldende voorschriften.ACV kan nooit aansprakelijk worden gesteld voor schade die hetgevolg is van fouten bij de installatie of het gebruik van apparaten ofaccessoires die niet door ACV zijn goedgekeurd.De niet-naleving van de instructies met betrekking totde bediening en de afstelling van dit product kan leidentot ernstige letsels of milieuverontreiniging.Opm.:ACV behoudt zich het recht voor de technische karakteristieken ende uitrusting van zijn producten zonder voorafgaande kennisgevingte wijzigen.INLEIDINGEssentiële richtlijn voor een correcte werkingvan de installatie.Gevaar voor verbranding.Elektrocutiegevaar.Essentiële richtlijn voor de veiligheid van mens enmilieu.

3ALGEMENE BESCHRIJVING•Combi-ketel (verwarming en sanitair warm water). •Productie sanitair warm water door middel van indirect gestookteboiler TANK-IN-TANK. •Vereiste uitrusting:een hydraulische aansluiting (kit) voor de voedingvan de verwarmingskring (optioneel beschikbaar). •Het bedieningspaneel omvat een hoofdschakelaar, eenregelthermostaat (model SV) of een potentiometer (model MV),een thermometer, een schakelaar zomer-winter en eenvoorgemarkeerde uitsnijding voor het ingebouwde regelsysteem -ACV (optioneel). •De modellen Delta Performance SV en MV kunnen wordengeïnstalleerd in een gesloten configuratie met een concentrischeof parallelle schouwaansluiting van het C-type, xx maar zij kunnenook rechtstreeks op de schouw worden aangesloten met eenschouwstuk van het type B23.

•De modellen Delta Performance SV 35 en 50 beschikkenrespectievelijk over een vast nuttig vermogen van 35 en 50 kW enzijn uitgerust met de ACV-gasbrander BG 2000-SV. •De modellen Delta Performance MV 35 en 50 beschikkenrespectievelijk over een variabel nuttig vermogen van 10 tot 35kW en van 15 tot 50 kW en zijn uitgerust met de ACV-gasbranderBG 2000-MV. WERKINGSPRINCIPEHet concept “Tank-in-Tank”De serie Delta Performance met gesloten aansluiting onderscheidtzich van de traditionele waterverwarmers door het feit dat deringvormige boiler is ondergedompeld in de primaire vloeistof, die isopgeslagen in het externe ketellichaam. Als de verwarmingsinstallatieof het SWW-systeem (sanitair warm water) warmte vraagt, activeert dethermostaat/potentiometer de brander. De verbrandingsgassenwarmen vervolgens snel de primaire vloeistof op en creëren eennatuurlijke circulatie rond de boiler.

De golvende binnen- en buitenwandenvan de ringvormige boiler vergroten het oppervlak van de warmte-uitwisseling en versnellen de opwarming van het sanitair water. Eenvoudige en veilige regelingEén knop volstaat om de temperatuur van zowel het verwarmings- alshet sanitaire water te regelen. Die regeling gebeurt met deregelthermostaat of de potentiometer, waarvan de voeler onder deboiler in de verwarmingskring is geplaatst. Een maximaalthermostaat in het bovendeel van de ketel onderbreektautomatisch de brander als de temperatuur van het verwarmingswateroploopt tot 95°C. Een veiligheidsthermostaat met manuele herinschakeling vergrendeltde brander als de temperatuur van de primaire vloeistof 103°C bereikt. OPBOUWKARAKTERISTIEKENExtern ketellichaamHet externe ketellichaam bevat de primaire vloeistof en is gemaakt vandik STW22-staal.

Warmtewisselaar-accumulator van het type “Tank-in-Tank”De ingebouwde ringvormige boiler is van roestvrij staal (chroom/nikkel18/10) en beschikt over een erg groot warmte-uitwisselingsoppervlakvoor een snelle opwarming van het sanitair water. Hij is volgens eenuniek fabricageproces over de volledige hoogte gegolfd en volledigmet argon gelast volgens het TIG-procédé (Tungsten Inert Gas). RookgaskanaalHet rookgaskanaal is beschermd door een sterk hittebestendige lak. Het omvat:•De verbrandingskanalen. De serie Delta Performance met gesloten aansluiting bestaat uit 8stalen rookgaskanalen met een binnendiameter van 64 mm. Elk vandie kanalen is uitgerust met bochten van speciaal staal om dethermische uitwisseling te verbeteren en de uitlaattemperatuur vande rookgassen te beperken. •De hermetisch afgesloten verbrandingskamer. Zij is watergekoeld.

IsolatieHet ketellichaam is perfect geïsoleerd en voorzien van een laagpolyurethaanschuim met een hoge thermische isolatiecoëfficiënt. Detoepassing gaat niet gepaard met CFC-emissies.

5TECHNISCHE KARAKTERISTIEKENALGEMEENDe apparaten zijn bij de levering volledig gemonteerd, getest en inkrimpfolie verpakt op een houten stapelbord met stootranden. Gelieve bij de ontvangst en na de verwijdering van de verpakking tecontroleren of de apparaten tijdens het transport niet zijn beschadigd. Voor het transport dient rekening te worden gehouden met deonderstaande afmetingen en gewichten.

STOOKRUIMTEBelangrijk•Dek nooit de ventilatieopeningen af. •Sla geen ontvlambare producten op in de stookruimte. •Sla in de buurt van de ketel geen bijtende stoffen op zoals verf,oplosmiddelen, chloor, zout, zeep en andere schoonmaakproducten. ToegankelijkheidDe stookruimte moet groot genoeg zijn om de ketel gemakkelijk tebereiken. Het is raadzaam de volgende minimumafstanden (mm)rond de ketel te voorzien:- voorzijde 500- achterzijde 150 - zijkanten 100- bovenzijde 700VentilatieDe stookruimte moet voorzien zijn van een onderverluchting en eenbovenverluchting (zie fig. 3). Ter informatie: de onderstaande tabel toont de waarden volgensde Belgische reglementering. Iedere gebruiker moet zich ervan verzekeren dat de ventilatievan de stookruimte voldoet aan de geldende lokale voorschriften. Scouwaansluiting type: B23 (fig.

3)De aansluiting op de schouw gebeurt met een metalen buis, dieschuin oplopend tussen de ketel en de schouw wordt geplaatst. Een schouwverbindingsstuk is noodzakelijk. A. BovenverluchtingB. OnderverluchtingC. TrekregelaarD. KijkgatE. Hoogte van de schouwbuisF. SchouwdiameterABFDCESV - MV / 35 SV - MV / 50VentilatieMin. toevoer frisse lucht min. m3/u 63 90Bovenverluchting (A) dm21. 5 1. 5Onderverluchting (B) dm21. 5 2Trekregelaar (C) Ø80 100Opmerking:De waarden (B) en (C) zijn alleen van toepassing vooraansluitingen van het type B23. SokkelDe sokkel waarop de ketel wordt geplaatst, moet gemaakt zijn vanonbrandbaar materiaal. SCHOUWAANSLUITINGENBELANGRIJK De installatie dient te worden uitgevoerd door eenerkende technicus in overeenstemming met de geldendelokale normen en voorschriften. De schouwdiameter mag niet kleiner zijn dan de diametervan het schouwverloopstuk van de ketel. fig.

Het hoge rendement van onze ketels houdt in dat derookgassen op een erg lage temperatuur wordenafgevoerd. Het risico van rookgascondensatie is danook niet denkbeeldig, wat in sommige schouwen totschade zou kunnen leiden. Om dat risico te voorkomenraden wij u sterk aan de schouwkoker te voorzien vaneen buis. Voor nadere inlichtingen terzake neemt u best contactop met uw installateur. SV - MV / 35 SV - MV / 50SchouwE = 5 m Ø min. F mm 213 236E = 10 m Ø min. F mm 179 199E = 15 m Ø min. F mm 162 1796INSTALLATIESchouwaansluitingen van het type: C xx (fig. 4, 5 en 6)• C 13 (x): Concentrische / parallelle aansluiting met horizontaledakdoorvoer. • C 33 (x): Concentrische / parallelle aansluiting met verticaledakdoorvoer. • C 43 (x): Concentrische / parallelle aansluiting van verschillendeketels op een gemeenschappelijke schouw.

4: Schouwaansluiting van het type C xxC43C53C13C332 m min.150 min.120C13C13In buurt van de ketel moet een afvoer naar de rioleringworden voorzien om te voorkomen dat het condensaatvan de schouw in de ketel terechtkomt.Concentrische aansluitingConcentrische maximumlengte :6 meter omwille van de maximale luchttemperatuur aan deventuri (70°C).Opmerking:-een hoek van 90 graden resulteert in een verminderde werklastdie overeenstemt met 1 meter lengte.Voorbeeld:-6 meter concentrisch = 1 bocht 90° + 4 meter horizontaal +uitmonding (1 meter)Homologatie “CE” volgens EN 483In de buurt van de ketel moet een afvoer naar de rioleringworden voorzien om te voorkomen dat het condensaatvan de schouw in de ketel terechtkomt.Om te voorkomen dat het condenswater niet via dedakdoorvoer wegvloeit moeten alle doorvoeren vanhorizontale kanalen naar de ketel toe aflopen.Parallelle aansluitingTabel met schoorsteenweerstand in Pascal (maximaal 100 Pa)(1 Pascal = 0,01 mbar)SV - MV / 35 SV - MV 50Ø 80 mm Ø 100 mmRechte leiding L.

OntlastingDe leegloopkraan en de veiligheidsklep moeten op de riolering wordenaangesloten.AANSLUITING SANITAIRE INSTALLATIEReduceerventielAls de druk van het leidingwater hoger is dan 6 bar, dan moet er eenreduceerventiel (afgesteld op 4,5 bar) worden voorzien.VeiligheidsgroepDe veiligheidsgroep van de boiler is goedgekeurd door ACV enafgesteld op 7 bar; de ontlasting van de klep van deze laatste isaangesloten op de riolering.Sanitair expansievatDankzij de installatie van een sanitair expansievat wordt elk risicovan overdruk door drukstoten of drukschommelingen voorkomen.WarmwatercirculatieAls de boiler en het gebruikspunt ver van elkaar verwijderd zijn,zorgt de installatie van een gesloten recirculatiekring doorlopendvoor een snellere warmwaterafname.Voorbeeld van een aansluiting met thermostatischekraan1. Veiligheidsgroep2. Reduceerventiel3. Thermostatische mengkraan4.

Sanitaire circulator5. Terugslagklep6. Sanitair expansievat7. Koudwatertoevoerkraan8. Tapkraan9. Leegloopkraan10. Ontluchtingskraan11. Afsluitkraant8fig. 8: Aansluiting verwarmingfig. 9: Sanitaire aansluitingINSTALLATIE9562138 847731011 84569521BELANGRIJKUit veiligheidsoverwegingen is het raadzaammeen thermostatische mengkraan te installerenom elk risico van verbranding te voorkomen.Hydraulische kit ACVACV biedt optioneel eenvoorgemonteerde hydraulischekit voor die bestaat uit:•Een circulator;•Een handmatige driewegskraan(motoriseerbaar);•De koppelingen voor deaansluiting van een tweedeverwarmingskring;•Twee afsluitkranen;•De koppelingen voor rechtse oflinkse montage van hetexpansievat, de veiligheidsklepmet manometer en devulkraan. Het expansievat isniet inbegrepen.Aansluitvoorbeeld enkele kring1. Driewegsmengkraan met motor2. Veiligheidsklep metmanometer(ingesteld op 3 bar)3.

9INSTALLATIEOptioneel beschikbare accessoiresREGELKITSKIT 1: ACV 13.00 / BasicBasiskit voor de regeling van de vertrektemperatuur van deverwarmingskring op grond van de atmosferische omstandigheden.Deze kit omvat: een temperatuurregelaar met analoge klok, eencontactthermostaat voor de primaire vloeistof (-30/130°C), eenbuitenvoeler (-30/50°C), een servomotor SSY 319 230 V - 3 pennenen een tussenvoetstuk.Elektrisch schema van de ACV-regelkitsB2. TemperatuurvoelerB9. BuitenvoelerB5. Analoge/digitale omgevingsvoelerP1. CirculatorY1/Y2/N. Servomotor (SSY 319 of SQK 349)bl.Blauw Nn/z. Zwart Y2br.

Bruin Y1Veiligheidsgroep Ø 3/4”Reduceerventiel Ø 3/4“Thermostatische mengkraan Ø 3/4”Expansievat 5 liter20 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 120 19 18 17 16 15 14 13 12 11 10 9 8 7 6 5 4 3 2 1bl bk brSSY 319 / SQK 349QAAD50(QAAD70) QAC32 QAD22P1 B5 B9 B3 B2P1Y1Y2NB5B9B3B2KIT 2: ACV 13.00 / StandardBasiskit voor de regeling van de vertrektemperatuur van deverwarmingskring op grond van de atmosferische omstandigheden.Deze kit omvat: een temperatuurregelaar met analoge klok, eencontactthermostaat voor de primaire vloeistof (-30/130°C), eenbuitenvoeler (-30/50°C), een servomotor SQY 349 230 V - 3 pennenen een tussenvoetstuk.Gelieve voor nadere inlichtingen terzake contact op tenemen met uw installateur.GASZIJDIGE AANSLUITING-De ketel is voorzien van een gasaansluiting 3/4”M.

Hierop kan degaskraan aangesloten worden.-De Gasaansluiting dient overeenkomstig de Norm NBN D51-003en eventueel ander geldende plaatselijke normen uitgevoerd teworden.-Indien vervuiling vanuit het gasnet mogelijk is, een gasfilter voorde aansluiting van de ketel plaatsen.-Ontlucht de gasleiding en controleer nauwkeurig of allegasvoerende delen zowel extern als intern in de ketel dicht zijn.-Controleer de gasvoordruk van het systeem.-Controleer de gasvoordruk en het gasverbruik bij het in bedrijfstellen van het toestel.

10INSTALLATIE12CL1L1NT1T2NT1T2S3S3L1N123456789101112S3B4NT2T1L1S3B4NT1T2L1230V~50 Hz6ABrBBBrGrGYBkBrBG 2000-SVDelta Performance SVY/GrBrBrOrBBBBOrBY/GrOrGrGBkYBY/GrY/Gr1213471110982657ELEKTRISCHE AANSLUITINGENVoedingsprincipeDe ketel werkt met éénfasige stroom 230 V - 50 Hz. Aan de buitenzijdevan de ketel moet een kast met algemene onderbreker en zekeringenvan 6 A worden gemonteerd om de stroomvoorziening van de ketelte kunnen onderbreken tijdens de onderhoudsbeurten en vóór elkeinterventie aan het apparaat.ConformiteitDe installatie moet voldoen aan de geldende plaatselijke normenen voorschriften.VeiligheidDe roestvrijstalen boiler moet afzonderlijk op de aarding zijnaangesloten.Het is belangrijk vóór elke interventie destroomvoorziening van de ketel te onderbreken.Elektrische bedrading van de ketel SV (fig. 10)1. Regelthermostaat (60/90°C)2. Maximaalthermostaat (95°C)3.

12BRANDERKARAKTERISTIEKENBESCHRIJVING VAN DE BRANDERGasbrander ACV BG 2000-SVDe voorgemengde gasbranders ACV BG 2000 zijn uitgerust meteen gasklep, venturi en een elektrisch bedieningsrelais Honeywell.Die onderdelen zijn speciaal ontwikkeld voor voorgemengdegasbranders met een laag NOx-niveau, automatische ontsteking envlamdetectie.Gasbrander ACV BG 2000-MVDe ACV-brander BG 2000-MV is gebaseerd op de technologie vande ACV-brander BG 2000-SV, maar biedt bovendien dezelfdevoordelen als een modulerende gasbrander.Deze brander, waarvanhet vermogen continu wordt afgestemd op de behoeften, draagt bijtot de verbetering van het exploitatierendement.De branders BG 2000-SV en MV zijn in de fabriekstandaard afgesteld voor aardgas (equivalent G20).PROPAANCONVERSIE: (zie conversiehandleiding)Verboden in België.Conversiekit bij de ketel omvat:- Diafragma (s).- Kenplaatje(s) propaan.- Zelfklevers regelingen.- Conversiehandleiding.BRANDER BG 2000-SV EN MVVenturiGasklepReset brander (ook op bedieningsbord)Bedienings-/regelrelaisVenturiGasaansluiting 3/4” vrouwelijkBranderstaaf NITDichtingsgroef vuurhaarddeurIonisatie-elektrodeOntstekingselektrodeIsolatie vuurhaarddeur

14BRANDERKARAKTERISTIEKENWERKINGSPRINCIPE VAN DE BRANDERRegeling LUCHT/GAS-mengsel (fig. 12)De ventilator zuigt lucht aan via de venturi. Dat zorgt vooreen onderdruk P1 ter hoogte van de hals van deze laatste. Degasklepregelaar zal bijgevolg proberen een verschil in stand te houdendat gelijk is aan de offsetregeling tussen de druk aan de uitgang vande gasklep P2 en de atmosferische druk P3:P2 – P3 = offset. Als de luchtstroom vermindert, neemt P1 toe, net als P2, watresulteert in P2>P3;de regelaar Rwordt naar boven verplaatst omde gelijkheid P2 – offset = P3te herstellen. De druk P4 verminderten het ventiel Czakt naar beneden: de gasstroom vermindert. Op basis van de regeling van de offset hebben we dus eendrukverhouding lucht/gas die gelijk is aan 1, ongeacht het toerentalvan de ventilator.

Door het drukverschil tussen de hals van de venturi en de uitgang vande gasklep wordt het gas in de venturi gezogen. De gasstroomregelschroef biedt de mogelijkheid het te injecterengasvolume bij een bepaalde luchtstroom te regelen, waardoor hetpercentage CO2in de rookgassen kan worden bepaald. Hetbrandervermogen kan bijgevolg erg gemakkelijk worden geregelddoor de ventilatorsnelheid en het percentage CO2 af te stellen opvooraf ingestelde waarden. Ontsteking en regeling van de vlam De branderautomaat zorgt voor de ontsteking van de brander doorde productie van vonken ter hoogte van de ontstekingselektrode encontroleert tegelijk op de effectieve aanwezigheid van een vlam bijgeopende gasklep (meting van de ionisatiestroom). Startverloop: (fig. 13)Zodra de thermostaat / potentiometer van de ketel een vraag naarwarmte detecteert, wordt de ventilator gestart.

Na 15 secondenvoorbeluchting gaat tegelijk met de ontstekingsvonk de gasklepopen. Als er binnen 5 seconden een ionisatiestroom wordtgedetecteerd, houdt de verbranding aan tot het einde van de vraag. In het tegenovergestelde geval wordt de gasklep gesloten en deventilateur stilgelegd: de branderbeveiliging wordt geactiveerd.

Bij inschakeling van de branderbeveiliging:1. De branderverklikkerlamp licht op op het bedieningsbord en opde brander. 2. Druk de herinschakelingsknop van de brander op hetbedieningsbord in. Schakel de ketel dan enkele seconden uitmet de hoofdschakelaar en start hem vervolgens opnieuw. Gasbranderstaaf (fig. 14)Het lucht-gasmengsel van de gasklep-venturicombinatie wordt naarde branderstaaf gestuwd. De branderstaaf is bekleed metmetaalvezels (NIT). Dat leidt tot een betere vlamverdeling, zodat hijlanger meegaat en aanzienlijk minder verontreinigende emissiesproduceert. Bovendien is de verbranding van het lucht-gasmengseluniform verdeeld over de staafomtrek. Deze branderstaaf iseveneens bestand tegen de verbranding van propaan. 1. Lucht2. Gas3. Venturi4. Ventilator5. Offsetregelschroef6. Gasstroomregelschroef (CO2)7. Lucht-gasmengselfig. 12: Regeling van het lucht-gasmengselfig.

Kapje offsetregelschroef1234REGELING PERCENTAGE CO2•Werking van de brander meten met behulp van een elektronischverbrandingsmeettoestel. •Het percentage CO2regelen volgens de instelwaarden in de tabelop pagina 15 door de gasstroomregelschroef op de gasklep teverdraaien. (fig. 16)Naar links draaien (meer gas) ➠stijging van het percentage CO2. Naar rechts draaien (minder gas) ➠daling van het percentage CO2. De offset (4) is in de fabriek afgesteld en moet niet wor-den aangepast. ACV raadt u evenwel aan deze para-meter te controleren. (Zie tabel instelwaarden). Als u een grote afwijking vaststelt, kunt u best uwinstallateur contacteren. •Draaisnelheid van de schroef op de motoras meten. Ventilatorsnelheid regelen volgens de instelwaarden (Start, Min. ,Max.

STORINGSTABEL18BRANDERKARAKTERISTIEKENRemediesProblemenCondensatie in de schouw:Geur van verbrande gassen:Ontoereikende warmteproductie:Activering branderveiligheid na start:Luidruchtige circulator:Onvoldoende warm water:Circulator draait niet:Brander start niet:Activering veiligheidsthermostaat met handmatige herinschakeling:RedenKoude schoorsteen en/of schoorsteen zonder buis x 1Ketel afgesteld op een te lage temperatuur x x x 2Schoorsteen verstopt x3Terugslag in de schoorsteen x4Ventilatie in de stookruimte ontoereikend of ontbrekend x 5Ketel vuil xxx6Brander vuil xxxx 7Omgevingsthermostaat afgesteld op een te lage temperatuur x 8Circulator geblokkeerd of defect x x 9Schakelaar van de ketel op zomerstand of defect x x x 10Onvoldoende water in de installatie x x x x x 11Radiatorkranen dicht x12Installatie slecht ontlucht xx x 13Gasdruk ontoereikend xxx 14Gaskanaal te eng xxx 15Thermostaat / potentiometer van de ketel defect x x x 16Elektrische installatie niet (goed) geaard x x 17Zekeringen van de installatie doorgebrand x x x 18Installatie en/of ketel slecht ontlucht x x x x 19Tijd tussen grote afnames te kort x 20Afnamedebiet te hoog x21Omgevingsthermostaat defect of niet ingeschakeld x x 22Zomer-winterschakelaar defect x x x x 23Hoofdschakelaar defect of niet ingeschakeld x x x x 24NTC-voeler defect x x x 25Maximaalthermostaat (95°C) ingeschakeld x 26Veiligheidsthermostaat met handmatige herinschakeling (103°C) geactiveerd x 27Elektronische plaat defect x 28Zekering van de elektronische plaat doorgebrand x 29Branderventilator defect x 30Geen PWM-signaal x 31Ontstekingselektrode defect of slecht afgesteld x 32Ionisatie-elektrode defect of slecht afgesteld x 33Aansluitingen van de brander slecht verbonden x 34Gasklep geblokkeerd x 35Relais voedingsstrip defect x 36Thermostaat / potentiometer van de ketel defect x 37Bovenzijde ketel slechts ontlucht x 38NTC-voeler slecht in de voelerhuls x 39

VULLING VAN DE SANITAIRE EN VERWARMINGSKRINGENBELANGRIJK De sanitaire boiler moet absoluut onder druk staanvoordat de verwarmingskring wordt gevuld. 1. Sanitaire kring vullen en onder druk brengen. 2. Verwarmingskring vullen en druk van 2 bar niet overschrijden. 3. Bovenste deel van de ketel ontluchten. 4. Na de ontluchting van de installatie opnieuw de statische drukinstellen verhoogd met 0,5 bar. Hoogte van de verwarmingsinstallatie:• 10 m ➠druk verwarmingskring = 1,5 bar• 15 m ➠ druk verwarmingskring = 2 barEERSTE INBEDRIJFSTELLING VAN DE KETEL1. Aansluiting en dichting van de gastoevoer controleren. 2. Elektrische aansluiting van de ketel, ventilatie van destookruimte, dichting van de rookgasafvoerkanalen en dichtingvan de vuurhaarddeur controleren. 3. Thermostaat of potentiometer van de ketel afstellen tussen60 en 90°C. 4. Zomer-winterschakelaar in de gewenste stand zetten. 5.

Hoofdschakelaar in de stand “ON” zetten. 6. Noodzakelijke ontluchtingen, metingen en afstellingen uitvoeren. AANBEVELINGACV raadt u aan de ketel minstens eenmaal per jaar te latenonderhouden. Dat onderhoud evenals de controle van de brandermoeten worden toevertrouwd aan een gekwalificeerde technicus. ONDERHOUD VAN DE KETEL (fig. 1 en 2 pagina 4)1. De elektrische voeding van de ketel afsluiten met de schakelaarvan de externe kast en de gastoevoerkraan sluiten. 2. De hoofdschakelaar van het bedieningsbord in de stand “OFF”zetten. 3. Deksel van de ketel wegnemen (2) en bovendeel van hetschouwverloopstuk demonteren (3). 4. De bochten (24) van de verbrandingskanalen (23) wegnemenom ze te reinigen. Vervangen in geval van slijtage. 5. Branderkap en brander verwijderen. 6. Verbrandingskanalen schoon vegen (23). 7. Vuurhaard (20) en brander reinigen. 8.

Leegloop van de sanitaire kring (fig. 9 pagina 8)1. De hoofdschakelaar van het bedieningsbord in de stand “OFF”zetten, de elektrische voeding van de ketel onderbreken met deschalaar van de externe kast en de gastoevoerkraan dichtdraaien. 2. Druk van de verwarmingskring aflaten tot de manometer op nulstaat. 3. Kranen dichtdraaien (7 en 11). 4. Kranen openen (9 en 10) (eerst 9, dan 10). 5. Laat de sanitaire kring leeglopen in de riolering. Voor een efficiënte lediging moet de kraan (9) zich ophet niveau van de vloer bevinden. ONDERHOUD20INBEDRIJFSTELLING.

21GEBRUIK VAN DE KETELHet is raadzaam uw installatie jaarlijks door eengekwalificeerd technicus te laten onderthouden. Starten van de brander:In normale omstandigheden start de branderautomatisch als de temperatuur van de ketel onder deopgegeven waarde zakt. Vóór elke interventie aan de ketel moet destroomvoorziening van de ketel worden onderbrokenmet de schakelaar van de externe kast. Ook dehoofdschakelaar van het bedieningsbord moet in destand “OFF” worden gezet. Indeling van het bedieningsbord (fig. 25)De gebruiker heeft geen toegang tot de inwendigeonderdelen van het bedieningsbord. 1. Regelthermostaat (SV) of potentiometer (MV)Als de ketel uitsluitend wordt gebruikt voor de productie van sanitairwarm water, dan mag de temperatuur van de ketel worden ingesteldtussen 60 en 90°C.

Als de ketel zowel voor de productie van sanitair warm water alsvoor verwarming wordt gebruikt, dan wordt de regelthermostaat ofde potentiometer van de ketel doorgaans op 80°C gezet om eenoptimale werking van de ketel te verzekeren. 2. HoofdschakelaarMet deze schakelaar kan de ketel worden gestart en stilgelegd. 3. Zomer-winterschakelaarMet deze schakelaar kan de circulator van de verwarmingskringworden geactiveerd of uitgeschakeld (als er een is geïnstalleerd). 4. ThermometerDeze meter geeft de temperatuur van de verwarmingskring weer. Die mag niet hoger oplopen dan 90°C, anders moet de ketel wordenstilgelegd en moet de regeling van de thermostaat (SV) of depotentiometer (MV) worden gecontroleerd. Als de storing aanhoudt,moet u contact opnemen met uw installateur. 5.

Herinschakeling van de branderMet deze schakelaar kan de brander opnieuw wordt ingeschakeldnadat de beveiliging werd geactiveerd. 6. BranderverklikkerlampDeze verklikkerlamp geeft aan dat de beveiliging van de brander isgeactiveerd (lamp licht op) of niet (lamp gedoofd). 7. Regeling (optie)Gelieve de handleiding van het apparaat te raadplegen als u overdeze optie beschikt.

Manometerdruk verwarmingsinstallatieDe verwarmingskring van uw installatie moet uitgerust zijn met eenveiligheidsklep, afgesteld op 3 bar, en een manometer. Vergewis u ervan dat de installatie altijd onder waterdruk staat. Kouden na de ontluchting van de installatie moet de manometer altijd eendruk aangeven tussen 0,5 en 1,5 bar, afhankelijk van de hoogte vanhet gebouw. Water bijvullen: (fig. 8 pagina 8)•Vulkraan opendraaien (5). •Kraan na de vulling goed dichtdraaien. •Installatie ontluchten om een nauwkeurige aflezing van de drukvan de verwarmingskring mogelijk te maken. Veiligheidsventielen (verwarmingskring)Als er water uit een van de veiligheidskranen loopt, moet u de ketelstilleggen en uw installateur contacteren. Een maandelijkse controle is aanbevolen: De hendel van deleegloopinrichting enkele seconden oplichten om de goede werkingvan het veiligheidsventiel te controleren.

Als u bij deze korte test een onregelmatigheid vast-stelt, gelieve dan uw installateur te contacteren. Veiligheidsgroep (sanitaire kring)Een maandelijkse controle is aanbevolen: De hendel van deleegloopinrichting enkele seconden oplichten om de goede werkingvan de veiligheidsgroep te controleren. Als u bij deze korte test een onregelmatigheidvaststelt, gelieve dan uw installateur te contacteren. Het water dat uit het veiligheidsventiel of deveiligheidsgroep stroomt, kan erg heet zijn enernstige brandwonden veroorzaken. GEBRUIKERSGIDS1 4 72 3 5 6fig. 25: Bedieningsbord.

22GEBRUIKERSGIDSBRANDERBEVEILIGINGAls de brander niet werkt:1. Het branderverklikkerlampje op het bedieningsbord licht op.2. Druk op de herinschakelingsknop van de brander op hetbedieningsbord. Leg de ketel vervolgens enkele seconden stilmet de hoofdschakelaar en start hem opnieuw.Als de brander niet werkt, onderbreekt u destroomvoorziening van de ketel met de schakelaar vande externe kast voordat u het frontpaneel van deommanteling verwijdert.3. De veiligheidsthermostaat op de bovenzijde van de ketelopnieuw inschakelen.Wachten tot de temperatuur van de ketel iminder dan60°C bedraagt en het frontpaneel terugplaatsen.5.

Heb je hulp nodig?

Als je hulp nodig hebt met ACV Delta performance ventouse SV - MV stel dan hieronder een vraag en andere gebruikers zullen je antwoorden